Beantwoording technische vragen OPZ
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Hierbij de beantwoording van de technische vragen van de fractie OPZ over agendapunt 8 ‘Uitgangspunten Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland en IJmond 2026’ tijdens de raadscommissie van 11 maart 2025. Voorstel is om een voorrangsregeling voor vitale beroepsgroepen als ‘kan-bepaling’ op te nemen in de Huisvestingsverordeningen. Vraag: Als men na gebruikmaking van de voorrangsregeling niet langer tot de vitale beroepsgroepen behoort of als men niet langer als zodanig in de betreffende gemeente werkzaam is, wat zijn dan de mogelijkheden om een woning weer vrij te maken voor vitale beroepsgroepen? Antwoord: Slechts bij toewijzing van een woning aan een mogelijke huurder kijkt de corporatie of de potentiële huurder voldoet aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn voor de woning. Zo wordt er een inkomenscheck gedaan bij een sociale huurwoning om te zorgen dat de potentiële huurder niet meer verdient dan toegestaan voor een sociale huurder. Als iemands inkomen later hoger wordt betekent dat niet dat iemand dan direct de woning uit moet. Iemand woont dan ‘scheef’. Zo is het ook met de vitale beroepen. Als iemand met een toekomstige regeling hiervoor in aanmerking komt, telt alleen het moment van toewijzing voor de vraag of iemand een vitaal beroep heeft.
Mocht iemand via deze regeling een woning krijgen en later van baan wisselen en geen vitaal beroep meer hebben, heeft dit geen invloed op diens woonsituatie. Zo heeft de wetgever dit bepaalt. Anders zou er sprake zijn van een tijdelijk huurcontract zolang iemand werkzaam is in een bepaalde sector. De overheid heeft juist vanaf 1 juli 2024 met de Wet vaste huurcontracten veel vormen van tijdelijke huurcontracten weer afgeschaft. Kortom, er zijn geen mogelijkheden om een specifieke woning, waarin iemand woont die daarin is gekomen met een vitaal beroep maar op een gegeven moment iets anders is gaan doen, weer vrij te maken voor vitale beroepsgroepen. Echter, 50% van alle beschikbare huurwoningen mogen toegewezen worden aan mensen met een economische, maatschappelijke of lokale binding (voor lokaal kiezen we overigens alleen voor nieuwbouw). Binnen die 50% mag voorrang worden verleend aan vitale beroepsgroepen. Dit betekent dat er genoeg andere huurwoningen zijn waar vitale beroepsgroepen van gebruik kunnen maken.
1/1