Beantwoording technische vragen OPZ
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Hierbij de beantwoording van de technische vragen van de fractie OPZ over agendapunt Gemeentelijk Verkeers- en Vervoerplan 2026-2040 gemeente Zandvoort van de raadsvergadering van 20 januari 2026: Vraag 1 In de definitieve rapportage GVVP zijn tellingen voor de N200 en de N201 aangegeven (zie afbeelding figuur 2-4). Tevens bijgevoegd eerdere verkeerstellingen uit 2020. Wat opvalt zijn de aanzienlijk lagere aantallen voertuigen die in het antwoord (vgl. het daarbij opgenomen wegenkaartje), zijn vermeld. Graag een verklaring van die verschillen en toezending van de tellingen die blijkens het GVVP in 2024 zijn gedaan (vgl. pag. 47).
1/8
2/8
Antwoord: De vraag is opgebouwd uit drie verschillende bronnen die elk apart behandeld worden en aangegeven welke verklaringen er objectief zijn voor deze aantallen motorvoertuigen (specifiek voor de N201). Screenshot GVVP tellingen 2019 (figuur 2-4, zie onder). Dit is een telling van de provincie – plaatsgevonden met een permanent telpunt waar jaarrond geteld is (in 2019 en deels in 2018 (maanden november en december)). Zoals beschreven in het GVVP is deze tabel bedoeld om een indicatie te geven van het aantal drukke, normale en rustige dagen per jaar. Het aantal motorvoertuigen per etmaal is gebaseerd op een weekdag en is een doorsnede van de N200 en N201 (beide richtingen samen).
Er is bewust gebruik gemaakt van een weekdag en niet een werkdag, immers gaat het hier om het in beeld brengen van de drukke dagen en die zijn veelal niet op een werkdag. Screenshots telling 2000 Het is me niet direct bekend waar deze tellingen vandaan komen, maar ze zijn afkomstig uit een coronajaar en worden daardoor verder niet door ons gebruikt in analyses en in vergelijkingen. De tellingen lijken in twee richtingen, ik zie de volgende gegevens: - Etmaal weekdag: 8.055 mvt per etmaal op de Thorbeckestraat (tussen Vuurboetsweg en Seinpostweg) – in juni 2020 - Etmaal weekdag: 7.164 mvt per etmaal op de Hogeweg (tussen Westerparkstraat en de Duinstraat) – in augustus 2020 - Etmaal weekdag: 6.936 mvt per etmaal op de Jacob van Heemskerckstraat (tussen Mezgerstraat en de Blvd Favauge) – in juni 2020 Deze aantallen zijn relatief laag, zie ook de tabel uit het GVVP (in de categorie rustig), terwijl het wel het drukke moment van het jaar is, hier is het effect van Corona goed zichtbaar.
3/8
Screenshots telling Q4 2024 De tellingen van dit screenshot zijn uitgevoerd in Q4 2024. Op de N201 zijn 7000 mvt in één richting gemeten en 6.900 in de nadere richting. De doorsnede op een gemiddelde werkdag (let op geen weekdag) zijn 13.900 mvt/etmaal. Dit komt overeen met de tabel uit 2019, dit blijkt ook als gekeken wordt naar het exacte meet moment, in 2024 is dit in de maand november geteld (op die locatie). Als gekeken wordt in de cijfers achter de tabel van figuur 2-4 dan blijkt dat deze in 2018 in november lagen rond de 13.500 mvt per etmaal. Uitgaande van een autonome groei (van 2018 naar 2024), kan gesteld worden dat de meting van 2024 past binnen het te verwachten verkeersbeeld en is er geen sprake van een significante groei of afname. Een langere meting (zoals van het permanente telpunt in 2018/2019) is nodig om hier nauwkeurigere uitspraken over te doen. De reden hiervan is dat de intensiteiten op de N201 grote verschillen kent door het jaar heen, er is duidelijk sprake van rustige, normale, drukke en zeer drukke dagen (omdat dit uit de objectieve gegevens blijkt van het permanente telpunt zijn deze gegevens, ingedeeld in intensiteitsklassen, ondanks dat ze van een aantal jaren terug zijn, wel gebruikt als onderbouwing in het GVVP)
4/8
Vraag 2 De tellingen in 2024 werden in de wintermaanden gedaan. Dat blijkt ook wel want waar in 2020 medio juni – ondanks Corona – op de Thorbeckestraat (meetpunt tussen Seinpostweg en Vuurboetstraat) 8.865 motorvoertuigen per etmaal (werkdag) werden gemeten, vermeld het blauwe kaartje op nagenoeg dezelfde locatie (rode stip) in november 2024 een aantal van 4.400 motorvoertuigen per etmaal. Het moment van deze telling is niet representatief voor een seizoenbadplaats en zeker niet maatgevend voor drukke dagen laat staan piekdagen. Vraag: Welk actueel aantal voertuigen per etmaal moet voor doorgaand verkeer over de Thorbeckestraat op een voor Zandvoort als seizoenbadplaats representatief moment – i.c. de zomermaanden – als bepalend voor weginrichting voor deze locatie worden aangehouden? Antwoord: de telling van 2024 heeft zoals aangegeven plaatsgevonden op een normale dag (qua verkeersdrukte). Dit blijkt ook uit een vergelijking met de jaarrond telling uit de periode voor corona (2018/2019), waarvan we, door de jaarrond telling een goed beeld hebben van de intensiteitsverschillen in de verschillende maanden. Gesteld kan worden dat de genoemde intensiteit uit 2024 valt binnen de intensiteiten op de N201 op een normale dag.
De telling van 2020 is in vergelijking tot de tellingen in 2018 en 2019 significant lager in die maand, wat veroorzaakt wordt door het effect van Corona (zoals aangegeven). Zoals te zien is in de tabel uit de jaarrond telling (zie ook het eerdergenoemde figuur 4-2) zijn er 32 dagen gemeten (van de 365) van boven de 18.500 motorvoertuigen per etmaal. Representatieve intensiteit Dan de specifieke vraag welke intensiteiten representatief zijn voor de N201. Hier is geen simpel antwoord op te geven, immers fluctueert de hoeveelheid motorvoertuigen sterk door het jaar heen. Laat ik beginnen met de vraag welke verkeersstromen bepalen zijn voor het maken van een weginrichting. De weg dient in een normale situatie goed te kunnen functioneren. Immers is het vanuit het hele mobiliteitsnetwerk van belang dat de wegen en kruispunten goed functioneert. Dat wil zeggen dat alle bestemmingen veilig bereikbaar zijn in de normale verkeerssituatie. Om die reden is het vanuit de verkeerskundige richtlijnen van belang dat de kruispunten op een ‘normale’ dag het verkeer goed kunnen verwerken. Verkeerskundig vinden deze berekeningen (ook landelijk) plaats met een rekenmodel waar Zandvoort aansluit op de rekenmodellen van de omliggende en hogere overheden. Immers verwacht Zandvoort ook van deze omliggende wegbeheerders dat ook deze de bereikbaarheid op orde hebben.
De N201 kan qua doorstroming het verkeer op een normale dag goed verwerken, aandachtspunten zijn er vooral op het gebied 5/8
van de verkeersveiligheid in de kern Zandvoort (zoals beschreven in het GVVP – om die reden worden hier ook maatregelen voorgesteld). Drukke en zeer drukke dagen Dan specifiek de vraag van de drukke en zeer drukke dagen, daarmee de aanname dat u met zomermaanden doelt op deze drukke tot zeer drukke dagen (immers is dit breder dan de zomer, deze doen zich ook voor op zonnige dagen in de lente). Zoals te zien in de eerdergenoemde figuur 4-2 zijn er 32 heel drukke dagen, dit komt overeen met het beeld van Zandvoort dat op zeer drukke dagen het inkomend verkeer niet kan verwerken. De oorzaak van de beperking in de doorstroming is echter niet zozeer de weginrichting van de N201. Bepalend in de afwikkeling van het verkeer zijn de plekken die de capaciteit het meest beperken. Op drukke dagen wordt dit vooral bepaald door autoverkeer van/naar de parkeerplekken. Zoekverkeer, (waar het beter sturen van deze stromen belangrijk is, bijvoorbeeld met het dynamisch parkeerroute informatie systeem (PRIS), maar ook het optimaliseren van de weginrichting op de route (en dan met name de kruispunten) is dan van belang. Zoals ook beschreven in het GVVP (dit zijn ook op een aantal plekken de locaties waar het op het gebied van de veiligheid het meeste knelt).
Ook blijkt ook uit de tellingen dat op de zeer drukke dagen er niet zozeer sprake is van een nog hogere piek tijdens één uur, maar dat er op dat moment sprake was van meerdere momenten op een dag waarop er verkeer op weg was naar een parkeerplek. Bijvoorbeeld doordat er en veel verkeer ’s ochtends op weg was richting het strand en er ’s middags een extra reden was om Zandvoort te bezoeken (bijvoorbeeld een markt of activiteit). De weginrichting van de N201 is dus op die drukke en zeer drukke dagen niet bepalend voor de afwikkeling (en het functioneren van het mobiliteitssysteem van Zandvoort). De congestie (file) die zich voordoet op deze weg wordt veroorzaakt door verkeer op weg naar een parkeerplek. De beperkingen liggen daarbij vooral op kruispunt niveau, grootste beperking in de capaciteit is bijvoorbeeld de rotonde Tollaan. Immers komen hier verkeersstromen samen, rijdt inkomend verkeer naar P-de Zuid driekwart rond en heeft het fiets- en voetgangers verkeer conform de richtlijnen voorrang. Het beter inrichten van de route naar P-de Zuid is het meest effectief om de veiligheid, leefbaarheid en ook de doorstroming te verbeteren. Juist op drukke en zeer drukke dagen. Vraag 3 Mijn vervolgvraag was: Welk actueel aantal voertuigen per etmaal moet voor doorgaand verkeer over de Thorbeckestraat op een voor Zandvoort als seizoenbadplaats representatief moment – i.c.
de zomermaanden – als bepalend voor weginrichting voor deze locatie worden aangehouden? In reactie daarop: 6/8
De tellingen van de provincie zoals in het GVVP voor de N201 en N200 vermeld blijken op 2018 en 2019 gebaseerd en betreffen voor de verschillende categorieën gemiddelde waarden en geen absolute aantallen. Bovendien zijn ze niet actueel want inmiddels 6 à 7 jaar oud… Voor de verkeersintensiteit op doorgaande routes door Zandvoort zijn o.a. actuele tellingen op de J. van Heemskerckstraat, Burg. Engelbertsstraat, Thorbeckestraat, Hogeweg etc. van belang. Dat de telling in 2020 op deze route significant lager zou zijn wegens Corona klopt niet. Vergelijk het blauwe kaartje op meetpunt Thorbeckestraat. Op dit meetpunt (zie de rode stip), worden 4.400 voertuigen per etmaal vermeld terwijl de telling in 2020 daar – ondanks Corona – ruim het dubbele aantal i.c. 8865 voertuigen per etmaal vermeld… De verkeerstelling in 2024 heeft plaatsgevonden in november en is niet geschikt om te dienen als ‘normaal’ of ‘norm’ voor Zandvoort. Want de verkeersintensiteit in de winter is niet geschikt als maatstaf omdat verkeersintensiteit in Zandvoort ‘normaliter’ in de zomermaanden het hoogst is. Voor Zandvoort is immers niet de verkeersintensiteit in de winter maar in de zomer representatief. Resumerend kom ik tot de conclusie dat al de vermelde tellingen gedateerd en / of niet representatief zijn voor zomerse verkeersintensiteiten en bijgevolg ongeschikt als maatgevend voor de weginrichting op o.a.
deze belangrijke route voor doorgaand verkeer. Mijn vervolgvraag is niet beantwoord. Naar ik aanneem omdat actuele en representatieve cijfers voor doorgaand op de genoemde route verkeer ontbreken. Graag een bevestiging of dit klopt. Antwoord: De vervolgvraag gaat over 2 deelvragen: Deelvraag 1: Is het beeld van de huidige gemeten intensiteiten (aantal motorvoertuigen) voldoende om de weg goed in te richten? Het antwoord hierop is: Ja. Zoals uiteengezet is de normale werkdag hiervoor bepalend. Zowel van 2024 als 2025 zijn tellingen aanwezig. Het antwoord op deze vraag is duidelijk: Op basis van deze cijfers kan de weg verkeerskundig correct worden ingericht. Dus bij deze geen bevestiging ook op uw laatste vraag; ‘Of actuele en representatieve cijfers voor doorgaand op de genoemde route verkeer ontbreken’. De tellingen zijn geschikt voor het bepalen van de weginrichting van de N201. Tevens vraagt u om de representativiteit van de intensiteiten in de zomermaanden.
7/8
Zoals uiteengezet is deze extra intensiteit niet bepalend voor de weginrichting van de N201. De N201 vormt niet de beperking (/bottle-neck) die de huidige knelpunten veroorzaakt. De representativiteit voor de weginrichting is om deze reden niet relevant. Samengevat: De huidige intensiteiten geven voldoende informatie om de N201 goed in te richten. Deelvraag 2: Zijn de huidige meetgegevens voldoende om een representatief beeld te geven van de gemotoriseerde verkeersstromen op drukke en zeer drukke dagen? Het antwoord hierop is: Nee. Juist om die reden staat er in het GVVP als maatregel op korte termijn het opstellen van een Monitoringsplan om de mobiliteitsstromen in Zandvoort beter te meten. Onderdeel hiervan is niet alleen het meten van de motorvoertuigen op de N200 en N201, maar juist ook van de andere verkeersstromen zoals fietsers (en andere tweewielers), aantal geparkeerde auto’s en fietsers, OV-reizigers, etc. Doel hiervan is om een beter beeld te krijgen van het hele mobiliteitssysteem, juist op de drukke en zeer drukke dagen.
8/8