Beantwoording technische vragen Jong Zandvoort
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Hierbij de beantwoording van de technische vragen van de fractie Jong Zandvoort over agendapunt Huisvestingsverordening Zandvoort 2026 van de raadscommissie van 3 december 2025: Vraag 1 Klopt het dat indien er amendement(en) worden aangenomen de verordening niet meer op 1 januari 2026 in kan gaan, maar op zijn vroegst op 1 januari 2027? Antwoord In de Huisvestingswet is bepaald dat de Huisvestingsverordening moet zijn afgestemd met de regiogemeenten (Huisvestingswet artikel 6 lid 2). Daarnaast moet het college advies vragen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Holland (Huisvestingswet artikel 6 lid 3) over de gevolgen voor de regionale woningmarkt, de woningbouwopgave en de toepassing van artikel 14 (voorrang economisch en maatschappelijke binding) van de Huisvestingswet. Inhoudelijke wijzigingen leiden er toe dat opnieuw moet worden afgestemd met de regiogemeenten en opnieuw advies moet worden gevraagd door het college aan Gedeputeerde Staten van de provincie Noord Holland. Dit is een langdurig proces. Daarbij moet worden opgemerkt dat de regels voor wat betreft de woonruimteverdeling eenduidig zijn in de regio. Voor regels in het deel wijzigingen in de woningvoorraad bestaan op onderdelen verschillen, maar ook daarbij is het streven de regels gelijkluidend te houden voor alle betrokken partijen (zoals eigenaren, ontwikkelaars etc.).
Vraag 2 Onlangs publiceerde de gemeente op de website1 dat er per 1 januari 2026 geen nieuwe vergunningen worden uitgegeven voor pensions en recreatiewoningen, klopt het dat deze datum nieuw is en niet eerder is vastgesteld? Antwoord De Huisvestingsverordening heeft regels over woonruimteverdeling en wijzigingen in de woningvoorraad. De regels voor het verlenen van vergunningen voor pensions en recreatiewoningen zijn geen onderdeel van de Huisvestingsverordening. Het verlenen van vergunningen voor pensions en recreatiewoningen betreft het voorgenomen beleid dat ook een uitwerking is van de ‘Toeristische visie Zandvoort 2040’. Deze uitwerking is onderdeel van een aangepast toetsingskader (Toetsingskader toeristische verblijfsaccommodaties gemeente Zandvoort 2026) waar het college naar verwachting in december 2025 een besluit over neemt. Vraag 3 Waarom wordt er voor de inwerkingtreding van het nieuwe beleid de verhuur van de hele woning (max. 30 nachten) invoering per 1 januari 2027 gehanteerd, en voor pensions en recreatiewoningen 1 januari 2026? 1
Gemeente Zandvoort: ‘Vakantieverhuur woning wordt maximaal 30 nachten’ Vakantieverhuur woning wordt maximaal 30 nachten | Gemeente Zandvoort 1/5
Antwoord Voor de overgang van 120 naar 30 nachten is voorzienbaarheid gecreëerd. Deze maatregel treft namelijk zowel de bestaande gehele woningen die toeristisch worden verhuurd als nieuwe woningen die zich in de toekomst nog gaan registreren. Deze regel heeft direct invloed op bestaande bedrijfsvoering. Daarom is er een overgangsjaar. Voor de overige verblijfsaccommodaties (geen onderdeel van de Huisvestingsverordening) is ervoor gekozen om het aangepaste beleid na vaststelling per 1 januari 2026 in te laten gaan. Het betreft hier namelijk nieuwe pensions en recreatiewoningen. Dus alle bestaande pensions en recreatiewoningen, die reeds toeristische verhuren, kunnen gewoon door blijven gaan met hun bedrijfsvoering. Het gaat bij deze regel puur om nieuwe gevallen. Vraag 4 In 20232 en in 20243 is er onderzoek gedaan naar de overlast die Zandvoorters ervaren van toerisme en de gevolgen van toerisme op de Zandvoortse woningmarkt. In hoeverre gaat het nieuwe beleid voor verhuur van de hele woning (max. 30 nachten) en geen nieuwe vergunningen voor pensions en recreatiewoningen bijdragen aan minder overlast voor inwoners en een betere positie van starters op de Zandvoortse woningmarkt? Antwoord Door de particuliere vakantieverhuur te beperken in het aantal nachten per kalenderjaar krijgt vakantieverhuur weer het primaire doel terug als een bijverdienste.
Daarnaast wordt het niet meer rendabel om woningen op te kopen om alleen toeristisch te verhuren. De verwachting is dat weer meer woningen ingezet kunnen worden voor de functie wonen en zo wordt een bijdrage geleverd aan het beperken van het woningtekort. Bewoners zijn veel meer geneigd om te investeren in de fysieke leefomgeving en in sociale samenhang dan tijdelijke bezoekers. Daarnaast hanteren mensen tijdens hun vakantie veelal een ander levensritme dan bewoners. Dit kan leiden tot overlast, zoals geluidsoverlast. Door toeristische verhuur ondergeschikt te houden in woningen wordt overlast beperkt. Vraag 5 Hoe vaak wordt er onderzoek gedaan onder inwoners over de Zandvoortse woningmarkt en de regels voor toeristisch verhuur? Zit er bijvoorbeeld nieuw onderzoek aan te komen als onderdeel van de jaarlijkse inwonerspeiling?
2
Gemeente Zandvoort: ‘Wat vinden Zandvoorters van toerisme? Onderzoeksrapport 2023’ https://zandvoort.incijfers.nl/info/rapportages-zandvoort/Wat_vinden_Zandvoorters_van_toerisme_2023.pdf 3 Gemeente Zandvoort: ‘Inwonerspeiling Zandvoort Onderzoeksrapportage 2024’ https://zandvoort.incijfers.nl/info/rapportages-zandvoort/Inwonerspeiling_Zandvoort_rapport_2024.pdf 2/5
Antwoord Het WiMRA (Wonen in de Metropoolregio Amsterdam) is een tweejaarlijks onderzoek waar alle gemeenten in de MRA (ook de gemeente Zandvoort) aan meedoen. In dit onderzoek is onder andere aandacht voor toeristische verhuur van woonruimte. Daarnaast heeft de gemeente Zandvoort een eigen jaarlijkse inwonerspeiling. In het kader van leefbaarheid worden onder andere vragen gesteld over particuliere vakantieverhuur binnen de gemeente. In de ‘Actieagenda toerisme en recreatie’ behorende bij de ‘Toeristische visie Zandvoort 2040’ is opgenomen dat het inwonersonderzoek ‘Wat vinden Zandvoorters van toerisme’ in 2026 herhaald zal worden. De bedoeling is om dit onderzoek driejaarlijks te doen. Vraag 6 Is het standaard beleid dat bij gemeentelijke projecten een zelfbewoningsplicht wordt gehanteerd en bij ontwikkelingen van externe partijen dit in een anterieure overeenkomst wordt vastgelegd? (zoals de aanbeveling in het onderzoek van bijlage 6). Antwoord Voor het realiseren van nieuwbouwwoningen heeft de gemeenteraad de ‘Nota Actualisatie spelregels voor nieuwbouw en vaststellen compensatieregeling’ vastgesteld (gemeenteraad 21 maart 2023). In deze nota is een zelfbewoningsplicht en het vastleggen van afspraken omtrent projecten met betrekking tot de spelregels in een anterieure overeenkomst opgenomen.
Vraag 7 Bijlage 7 (RIGO-rapport) stelt op pagina 30 dat er veel zorgen zijn onder inwoners, met name onder jongeren, over de invloed van toerisme op de huizenprijzen. Kunnen deze gegevens met de gemeenteraad gedeeld worden? Antwoord Dit is onder andere op te maken uit het ‘Analyserapport Zandvoort als toeristische bestemming’ behorend bij concept Toeristische visie Zandvoort. Dit rapport is als bijlage beschikbaar gesteld bij het raadsvoorstel ‘Toeristische visie Zandvoort 2040’ (gemeenteraad 26 maart 2023). Ook blijkt dit uit het onderzoek ‘Wat vinden Zandvoorters van toerisme’ van 2023 (webpagina Zandvoort in cijfers - dashboard - rapporten). Vraag 8 Worden de uitkomsten en aanbevelingen van de pilot ‘Wonen Eerst’ uit Haarlem de nieuwe norm voor de huisvesting van dak- en thuislozen? Antwoord Ja, de uitkomsten en aanbevelingen van de pilot ‘Wonen Eerst’ in de gemeente Haarlem vormen de basis voor de regionale samenwerking om dakloosheid fors en structureel terug te dringen. In oktober 2025 heeft de gemeente Zandvoort samen met de regiogemeenten, zorgaanbieders en woningbouwcorporaties de intentieverklaring van het ‘Regionaal Actieplan Dakloosheid’ ondertekend. Middels dit actieplan wordt ‘Wonen Eerst’ stap voor stap uitgerold naar de rest van de 3/5
regio. De coördinatie van die samenwerking ligt bij de centrumgemeente Haarlem. De tijdelijke urgentieregeling wordt benut om regionaal ervaringen op te doen met ‘Wonen Eerst’, met als doel dit in 2027 regionaal in de huisvestingsverordening op te nemen. De benodigde capaciteit voor Zandvoort is beperkt en valt binnen de huidige afspraken (in 2026 worden vier woningen uit het Pact voor Uitstroom beschikbaar gesteld voor ‘Wonen Eerst’). Met Pré Wonen en het Sociaal Wijkteam Samen Zandvoort worden afspraken gemaakt over de uitvoering van ‘Wonen Eerst’ in de gemeente Zandvoort (collegevergadering 26 augustus 2025 en collegevergadering 18 november 2025). Hierbij moet worden opgemerkt dat de huisvesting van dakloze mensen blijft maatwerk. Er is geen “standaard norm”. Niet iedereen kan zelfstandig wonen in de wijk. Dat wil zeggen dat ook andere mogelijkheden, zoals tijdelijke opvang of beschermd wonen, ook opties blijven om dakloze mensen een duurzame plek te bieden. Vraag 9 Volgens de verordening is de toewijzing voor voorrang bij woningen eerst Zandvoortse woningzoekenden, dan woningzoekenden uit de regio en daarna overige woningzoekenden.
Onder welke categorie vallen jongeren die in Zandvoort zijn opgegroeid maar voor studie zijn verhuisd? En onder welke categorie vallen Zandvoorters die noodgedwongen moesten verhuizen naar een andere plaats vanwege de krappe woningmarkt of hoge prijzen? Is het mogelijk deze groepen te betrekken in de eerste categorie voor voorrang? Antwoord De Huisvestingswet is hierin heel strak. In de Huisvestingsverordening is in ‘artikel 2.3.2. - Voorrang bij economische of maatschappelijke binding en vitale beroepen’ onder andere voorrang geregeld bij nieuwbouw sociale huurwoningen, nieuwbouw middenhuurwoningen en nieuwbouw betaalbare koopwoningen. Dit artikel geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om te besluiten voor ten hoogste 50% voor de aangewezen categorieën woonruimte om voorrang te geven aan huishoudens met een economische of maatschappelijke binding aan de gemeente Zandvoort of de regio Zuid-Kennemerland/IJmond. Wat economische of maatschappelijke binding is, is gedefinieerd in artikel 14 lid 4 van de Huisvestingswet: 4. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid is een woningzoekende: a. economisch gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente indien hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, en b.
maatschappelijk gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente indien hij: 1°. een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente te vestigen, of 4/5
2°. ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van die woningmarktregio, die gemeente of dat deel van de gemeente. Vraag 10 Klopt het dat de vergunningplicht voor woonvorming vervalt en dat uitsluitend nog een vergunningplicht geldt voor onttrekking en omzetten? Antwoord Ja, dat klopt. De reden voor het laten vervallen van de vergunningplicht voor woningvorming is om de regeldruk te verminderen. In het Omgevingsplan zijn al regels opgenomen voor woningvormen (= bouwkundig splitsen). De vergunning voor woningvormen op basis van de Huisvestingsverordening, beoogt hetzelfde als de omgevingsvergunning voor woningvormen. De regels hebben onder andere betrekking op de grootte van de woningen die ontstaan na bouwkundig splitsen. Vraag 11 Er wordt in het raadsvoorstel en de verordening vaak verwezen naar een nieuw format voor een aanvraagformulier voor een vergunning. Wat is het verschil tussen dit nieuwe formulier en de huidige vorm van toetsing van een aanvraag? Antwoord Er wordt standaard gewerkt met aanvraagformulieren op basis van de Huisvestingsverordening. Deze werkwijze verandert niet met nieuwe Huisvestingsverordening.
5/5