Zienswijze indiener 1
Tekst van het document
Aan: Gemeenteraad van Zaltbommel Postbus 10.002 5300 DA Zaltbommel Datum: 8 maart 2023 Onderwerp: Zienswijze ontwerp beeldkwaliteitsplan De Wildeman III Identificatienummer: NL.IMRO.0297.BGBBP20220014
Geachte Raad, heeft kennisgenomen van het ontwerp beeldkwaliteitsplan van De Wildeman III te Zaltbommel. is verheugd te zien dat er veel aandacht besteed is aan de groene inrichting van het terrein. Liever zou zien dat er meer gebied onbebouwd bleef om de natuur de broodnodige ruimte te bieden, maar áls er dan gebouwd moet worden, dan ziet zij dat graag op een natuurinclusieve manier gebeuren. Natuurinclusief bouwen wordt in Nederland steeds meer de norm, zowel in woonkernen als bedrijventerreinen, en het is daarom goed dat de gemeente Zaltbommel hier serieus naar kijkt bij de ontwikkeling van dit nieuwe terrein. Dat gezegd hebbende heeft wel enkele kritische kanttekeningen en vragen met betrekking tot het ontwerp beeldkwaliteitsplan. Er wordt hierin met goede intenties een beeld geschetst, maar ziet het risico dat door initiatiefnemers andere besluiten genomen worden, met als gevolg niet benutte kansen voor een natuurinclusieve inrichting. Enkele aanbevelingen mogen en moeten wat ons betreft harder geëist worden, enkele zinsneden bieden ruimte voor interpretatie die onduidelijkheid schept, en er rijzen vragen omtrent de borging van het groenbeheer, met name op de kavels. Uit het ontwerp beeldkwaliteitsplan: ●
Pagina 14, Groen en Waterstructuur: “In beginsel hebben de oevers langs het water een natuurvriendelijk talud.” Waarom ‘in beginsel’, oftewel: onder welke omstandigheden zou er geen natuurvriendelijk talud aangelegd kunnen worden?
●
Pagina 15, Principes van het bedrijfskavel: “Indien parkeerplaatsen worden aangelegd aan de representatieve voorzijde (interne ontsluitingsweg) van de kavel, is landschappelijke
inpassing door middel van bomen en hagen een vereiste.” Pleit hier voor het gebruik van inheemse bomen en hagen. ●
Pagina 16, Verkeersstructuren en parkeren: “Bij voorkeur wordt parkeren met halfverharding aangelegd.” Wees hier concreter en veeleisender. Halfverharding kan altijd gebruikt worden bij bijvoorbeeld wandelpaden, fietsenstalling, en parkeervakken voor auto’s (van werknemers en bezoekers). Het is daarbij een eenvoudige manier om een antwoord te geven op maatschappelijke crisissen als verhitting en overlast door water tijdens hevige buien.
●
Pagina 18, Duurzaamheidscriteria: “Ondernemers zijn verplicht om de dakconstructie geschikt te maken voor groene daken of zonnepanelen zodat deze direct of op een later moment eenvoudig geplaatst kunnen worden.” De verplichting zou kunnen worden uitgebreid tot het daadwerkelijk aanleggen van een groen (beplant) of bruin (grind, schelpen) dak. Zo’n dak is bruikbaar als broedplaats voor vogels als visdief en scholekster, twee soorten die in de omgeving veel voorkomen. Het is bovendien geschikt om zonnepanelen op aan te brengen.
●
Pagina 18, Duurzaamheidscriteria: “Bedrijven worden geïnformeerd en geënthousiasmeerd over het gebruik van groene gevels.” Maak het bedrijven zo gemakkelijk mogelijk en beperk niet tot informeren en enthousiasmeren, maar biedt ook ondersteuning, bijvoorbeeld door als gemeente een ‘groen bedrijf’ aan te besteden die groene gevelinrichting van de gehele Wildeman III kan verzorgen.
●
Pagina 18, Duurzaamheidscriteria: “Om het bedrijventerrein als geheel een groene uitstraling te geven, dienen kavels waar mogelijk zoveel mogelijk groen ingericht te worden.” ‘Zoveel mogelijk’ biedt te veel ruimte voor interpretatie: een geschoren buxushaagje aan de rand van het terrein kan voor iemand al ‘zo groen mogelijk’ zijn. Stel hier een minimale eis: een x% van de perceeloppervlakte, halfverharding en groene gevels niet meegerekend, dient groen te zijn waarbij gebruik wordt gemaakt van inheemse plantensoorten.
●
Pagina 18, Duurzaamheidscriteria: “Parkeren dient, waar mogelijk, in halfverharding te worden aangelegd.” Idem: stel een minimale eis. Wij zien geen enkele reden waarom parkeervakken voor werknemers en bezoekers bijvoorbeeld niet altijd halfverhard zouden zijn.
●
Pagina 25, Entreegebied en hoofdontsluiting: “De toegangsweg wordt uitgevoerd als laanstructuur met een combinatie van de honingboom en de robinia.” Honingboom en robinia zijn geen inheemse soorten en ze zijn derhalve van weinig tot geen nut voor inheemse insecten. Het zijn invasieve exoten doordat ze gemakkelijk woekeren en ze passen totaal niet binnen het rivierengebied of dit ‘laaggelegen gebied’ zoals omschreven bij 4.1 (pagina 23). Bovendien is de honingboom geen geschikte laanboom voor een bedrijventerrein, omdat deze breed uitwaaiert en niet hoog op te kronen is. Wij pleiten sterk voor het gebruik van een mengeling van inheemse bomen (bijvoorbeeld haagbeuk, zomereik, fladder-/gladde iep, zwarte els, wilg of populier).
●
Pagina 25, Kruidenrijk grasland: “Het grasland binnen de ontwikkeling wordt beplant met inheems kruidenrijk gras, passend bij de bodemsoort.” Het heeft sterk de voorkeur om door middel van doordacht maaibeheer kruidenrijk grasland op een spontane manier tot ontwikkeling te laten komen. Alleen als blijkt dat op deze manier de gestelde doelen niet kunnen worden bereikt, kan zaaien of planten van regionaal voorkomende inheemse soorten een optie zijn. Zo wordt voorkomen dat gebiedsvreemde soorten die niet aansluiten bij de lokale populaties van planten en dieren, de lokale populaties van planten en dieren in de weg zitten. Kruidenrijk grasland met verschraling van de bodem gaat niet altijd goed samen met laanbomen, omdat door de verschraling de voedingsstoffen voor de bomen weggehaald worden.
●
Pagina 26, Moeraszone. Om de verbinding daadwerkelijk tot stand te brengen, ook met het oog op het waterpeil, zou dit nieuwe moerasgebiedje letterlijk verbonden kunnen worden met het bestaand moerasachtig gebied ten noordoosten van het plangebied. In ieder geval bevelen we aan om een amfibieëntunnel onder de weg aan te brengen.
●
Pagina 27, Groenzone langs de N322: “Vanwege deze [ondergronds] hoogspanningsleiding zijn boomvormers en diepwortelende struwelen niet mogelijk. Omdat inheemse breedwortelende soorten over het algemeen lager blijven dan diepwortelende soorten is het wenselijk om een aantal uitheemse soorten toe te voegen.” Hier wordt een vaag probleem geschetst met een verkeerde oplossing. Het is onterecht om op basis van deze situatie de keuze voor inheemse soorten uit te sluiten. Bomen en struiken (ook inheemse) wortelen niet dieper dan de grondwaterspiegel. Om rekening te houden met de hoogspanningsleidingen kan goed gebruik gemaakt worden van in het rivierenlandschap passende planten als: knotwilg, meidoorn of zwarte els op stoof.
●
Pagina 28, Kavelsloten: “Dit zijn vrij smalle sloten (+/- 1m breed) met steile oevers (talud 1:2).” pleit hier voor bredere sloten en/of flauwere oevers.
Aanvullende opmerkingen ontwerp beeldkwaliteitsplan ●
Borging groenbeheer op gemeentegronden en kavels De ideeën zoals aangedragen in het ontwerp beeldkwaliteitsplan vallen of staan met een gedegen groenonderhoud. Bij de gemeente zit dit doorgaans in het bestek inbegrepen. Maar hoe gaan de eigenaren de aangevoerde plannen voor de groene invulling van hun kavel uitvoeren en hoe wordt het beheer uitgevoerd? Bij de Duurzaamheidscriteria kan een eis gesteld worden om het groenbeheer bij een gerenommeerd hovenier vast te leggen.
●
Gebruik van inheemse, gebiedseigen soorten Er kan en moet altijd gebruik gemaakt worden van inheems, bij voorkeur gebiedseigen plantmateriaal. Met uitheemse soorten is het plaatselijke dierenleven niet gediend. Kijk daarbij ook naar autochtoon uitgangsmateriaal. Inheemse planten en/of zaadgoed die in het
buitenland gekweekt zijn kunnen nog steeds niet geschikt zijn voor de lokale insectengemeenschap. ●
Faunavoorzieningen In het beeldkwaliteitsplan ligt de focus met name op het creëren van ruimte voor flora. Het aanleggen van faunavoorzieningen (op de kavels) is echter niet besproken. Bedrijventerreinen lenen zich bij uitstek om faunavoorzieningen voor onder andere de zwarte roodstaart, de spreeuw en vleermuizen te verzorgen, zoals ook vermeld op www.bouwnatuurinclusief.nl (voor bedrijventerreinen: https://bouwnatuurinclusief.nl/blogs/factsheet-bedrijventerreinen). Wij pleiten ervoor om voor elk bedrijfsgebouw te eisen dat voorzien wordt in de aanleg van minimaal twee nestruimtes voor zwarte roodstaart of spreeuw en in een zijde met ruimte voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Daarnaast kan worden gedacht aan voorzieningen voor vogels als kauw, huismus, gierzwaluw en huiszwaluw.
Samenvattend: harde criteria aan natuurinclusief bouwen op De Wildeman III In de ambitie om Nederland meer natuurinclusief te maken lijkt het erop dat de intentie van de gemeente Zaltbommel met De Wildeman III in de goede richting zit. De noodzaak blijkt echter niet uit dit ontwerp. Het ontwerp geeft nu veel vrij ruimte, er wordt zelfs ingezet op “maximale flexibiliteit” (pagina 9). is van mening dat het de taak van de gemeente is om voorop te lopen in deze ambitie en totdat natuurinclusief bouwen de norm wordt dan wel wettelijk verplicht - zich hier daadkrachtig voor in te spannen. Wij willen bij initiatieven zoals De Wildeman III juist in door de gemeente opgestelde ontwerpen harde natuurinclusieve criteria teruglezen met betrekking tot onder meer - een minimale oppervlakte aan groen, - het toepassen van halfverharding, - het gebruik van inheems en landschappelijk passend groen, - het aanbrengen van faunavoorzieningen, - natuurvriendelijk/duurzaam gebruik van platte daken en - optimale natuurlijke inrichting ten behoeve van waterberging. Dit alles om daadwerkelijk van verdediging van natuurbelangen te kunnen spreken bij ruimtelijke ontwikkelingen waar al sprake is van een netto verlies voor de natuur doordat openheid en groen verloren gaan.
In zijn algemeenheid hoopt dat de gemeente stevige ambitie wil tonen op het gebied van natuurinclusief wonen, werken en recreëren om tot een aantrekkelijke en gezonde groene leefomgeving te komen voor mensen, dieren en planten. Met vriendelijke groet,