Was-wordt statuten wijziging 2025
Tekst van het document
Artikel 4:DOEL EN MIDDELEN 1.
Het doel van de Stichting is: het geven van openbaar onderwijs aan de scholen die onder haar gezag vallen, met inachtneming van artikel 46 WPO; het in stand houden van openbare scholen voor primair onderwijs in de gemeenten zoals bedoeld in artikel 48 van de WPO. 2. De door de Stichting in stand gehouden scholen dragen bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden, zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. 3. De scholen zijn toegankelijk voor alle kinderen zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing. 4. Om haar doel te bereiken kan de Stichting gebruik maken van alle wettelijk geoorloofde middelen die daaraan dienstbaar zijn waaronder ook: a. het zoeken van verbinding en samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren; b. het zoeken van verbinding en samenwerken met ketenpartners en andere organisaties die( ook)verantwoordelijk zijn voor casu quo zich richten op de ontwikkeling en zorg voor kinderen. c. Het bijdragen aan de gemeenschap en samenleving waar de scholen van de Stichting zijn gevestigd.
Artikel 6:ORGANEN VAN DE STICHTING 1. De Stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit. 2. De Stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen: - een raad van toezicht; - een college van bestuur. 3. Zowel de raad van toezicht als het college van bestuur kunnen, al dan niet uit hun midden, commissies instellen, die onder verantwoordelijkheid van de raad van toezicht respectievelijk het college van bestuur belast kunnen worden met aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het betreffende orgaan behoren. 4. Het instellende orgaan stelt nadere regels vast voor werkwijze en samenstelling van de commissies.
Artikel 7:COLLEGE VAN BESTUUR; SAMENSTELLING, BENOEMING, SCHORSING EN ONTSLAG, BELET EN ONTSTENTENIS 1.
Het college van bestuur bestaat uit ten hoogste twee natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt het aantal leden dat deel uitmaakt van het college van bestuur. 2. Het college van bestuur wordt benoemd door de raad van toezicht. De raad van toezicht benoemt een van de leden van het college van bestuur tot voorzitter van het college van bestuur. 3. Het competentieprofiel van de te benoemen leden van het college van bestuur wordt met inachtneming van de wettelijke bevoegdheden van de GMR vastgesteld door de raad van toezicht. 4. De raad van toezicht stelt een benoemingsadviescommissie in, die een voordracht opstelt voor de benoeming van de leden van het leden van het college van bestuur. De samenstelling, taak en werkwijze van deze benoemingsadviescommissie wordt in een door de raad van toezicht vast te stellen regelement nader uitgewerkt. De wettelijke voorschriften worden hierbij in acht genomen. 5. De leden van het college van bestuur kunnen te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht in het geval het lid naar het oordeel van de raad van toezicht in ernstige mate door handelen of nalaten de belangen van de Stichting heeft geschaad. De schorsing van een lid van het college van bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing.
Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, met ingang van de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De leden van het college van bestuur kunnen te allen tijde worden ontslagen door de raad van toezicht in het geval het lid naar het oordeel van de raad van toezicht in ernstige mate door handelen of nalaten de belangen van de Stichting heeft geschaad. Het betrokken lid wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin het ontslag aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. De leden van het college van bestuur worden benoemd voor een periode gelijk aan de duur van hun benoeming. 8. Het lidmaatschap van het college van bestuur eindigt door: a.overlijden; b.vrijwillig aftreden (bedanken); c.ontslag door de rechtbank; d.ontslag verleend door de raad van toezicht: en è.het verstrijken van de duur van de aanstelling. 9. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In het geval om welke redenen dan ook een bestuurslid ontbreekt, vormt het overblijvende bestuurslid niettemin een wettig college van bestuur. 10.
Bij ontstentenis of belet van een lid van het college van bestuur, niet zijnde het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende lid het gehele college van bestuur waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur of van het enig (overgebleven) lid, wordt het college van bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Deze wordt hierna de 'waarnemend bestuurder' genoemd. De raad van toezicht kan een van de leden van de raad van toezicht aanwijzen tot waarnemend bestuurder voor een periode van een maand. Deze periode kan nog met maximaal een maand worden verlengd door de raad van toezicht. Na deze periode van maximaal twee maanden moet er (als er nog geen bestuurder(s) is/zijn benoemd door de raad van toezicht) iemand tot waarnemend bestuurder worden aangewezen die geen deel uitmaakt van de raad van toezicht. Gaat de raad van toezicht niet binnen twee weken tot een aanwijzing van een waarnemend bestuurder over dan wordt het college van bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de gemeenteraden, op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen.
De raad van toezicht is ook bevoegd om al bij voorbaat iemand aan te wijzen als waarnemend bestuurder bij ontstentenis of belet van het volledige bestuur. Als deze persoon een lid van de raad van toezicht is, mag deze ook slechts een maand waarnemend bestuurder zijn, met de mogelijkheid om deze periode nog met maximaal een maand te verlengen. De raad van toezicht kan deze benoeming bij voorbaat koppelen aan een bepaalde periode, bijvoorbeeld voor de periode van het lopende of komende kalenderjaar. Wanneer een lid van de raad van toezicht als waarnemend bestuurder fungeert, maakt hij in die periode geen deel uit de van raad van toezicht. Na ommekomst van deze periode is dit lid weer automatisch lid van de raad van toezicht. Er is geen nieuwe benoeming nodig. De termijn waarvoor hij benoemd is in de raad van toezicht loopt ook gewoon door. 11. De raad van toezicht stelt de beloning en arbeidsvoorwaarden van de leden van het college van bestuur vast en fungeert als werkgever van de leden van het college van bestuur. ARTIKEL 8: COLLEGE VAN BESTUUR(TAAK EN BEVOEGDHEDEN ( enkele onderdelen)
ARTIKEL 8: COLLEGE VAN BESTUUR;TAAK EN BEVOEGDHEDEN 6. leder lid van het college van bestuur heeft één stem. Alle besluiten van het college van bestuur worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een lid van het college van bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in lid 1 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van toezicht. 7. De vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten (een deel van) de vergadering achter gesloten deuren te houden, indien naar het oordeel van het college van bestuur het belang van de openbaarheid de privacy van personen. 8. Het college van bestuur stelt, na voorafgaande goedkeuring door de raad van opgenomen over de werkwijze van het college van bestuur. 9. Tegen de achtergrond van de benodigde deskundigheid dragen de leden van het college van bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van de leden van het college van bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. 10. Een bestuurder kan zijn stemrecht uitoefenen door middel van elektronische communicatie.
Daartoe is wel vereist dat: de bestuurder via het elektronische communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd; de bestuurder rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen; de bestuurder via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging. Iemand die door middel van electronische communicatie deelneemt aan de vergadering is aanwezig ter vergadering.
Artikel 9:VERTEGENWOORDIGING 1. Het college van bestuur gezamenlijk alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de Stichting in en buiten rechte, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit. 2. Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan personeelsleden van de Stichting en derden, om de Stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Artikel 10:TOEZICHT OP DE STICHTING DOOR GEMEENTERADEN 1. Het bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Het verslag wordt openbaar gemaakt. 2. De gemeenteraden oefenen toezicht uit op de Stichting in de zin van de WPO door wanneer zulks naar het oordeel van de gemeenteraden geboden is de bevoegdheden te gebruiken die aan de gemeenteraden zijn toegekend bij deze statuten en de WPO. 3. Het college van bestuur en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten (hierna B&W) stellen een convenant vast, waarin in ieder geval nadere afspraken worden gemaakt over: a. het verstrekken van informatie aan de gemeenten door de Stichting; b. het voeren van periodiek overleg tussen de gemeenten en de Stichting; c. de wijze waarop het overleg genoemd onder b plaatsvindt.
Artikel 11: TOEZICHT OP HET BESTUUR DOOR DE RAAD VAN TOEZICHT Onverminderd het bepaalde in artikel 10 van deze statuten is het intern toezicht op het college van bestuur opgedragen aan de raad van toezicht. De raad van toezicht oefent dit intern toezicht uit met in achtneming van de wet, de statuten van de Stichting en het te hanteren toezichtskader en functioneert onafhankelijk van het college van bestuur. 1. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad ter zijde. 2. De raad van toezicht is belast met: a. het goedkeuren van de besluiten, zoals genoemd in artikel 8, vierde en vijfde lid van deze statuten en het bestuursreglement als bedoeld in artikel 8 lid 8; ARTIKEL 12: RAAD VAN TOEZICHT;SAMENSTELLING,BENOEMING EN ONTSLAG
ARTIKEL 12: RAAD VAN TOEZICHT;SAMENSTELLING,BENOEMING EN ONTSLAG 3. Leden van de raad van toezicht kunnen niet zijn personen die: a. in dienst zijn van de Stichting alsmede hun partner en bloed- en aanverwanten tot de tweede graad; b. lid zijn of gedurende de afgelopen twee jaren lid zijn geweest van het college van bestuur; maar een persoon die alleen waarnemend bestuurder is geweest zoals geregeld in artikel 7 lid 10 van deze statuten mag wel lid worden/zijn van de raad van toezicht; c. lid zijn van het college van B&W of de gemeenteraad van een van de gemeenten; d. lid zijn van de GMR, of een van de medezeggenschapsraden van de scholen van de Stichting; e. als advocaat, procureur, gemachtigde of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van Stichting dan wel ten behoeve van de wederpartij van de Stichting; f. als gemachtigde of als adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het aangaan van collectieve arbeidsovereenkomsten met de Stichting; g. rechtstreeks betrokken zijn bij het leveren van goederen of diensten aan of door de Stichting die direct vallen onder de doelstelling van de Stichting en daarbij de omvang, aard en vergoeding van de te leveren goederen of diensten kunnen vaststellen of daarop aanmerkelijke invloed kunnen uitoefenen; h.
een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot het onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; i. op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen casu quo onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap. 4. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter aan. 5. De gemeenteraden zijn - na overleg met de raad van toezicht - te allen tijde bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan in het geval het betrokken lid in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk doet aan het functioneren van de raad van toezicht dan wel de belangen van de Stichting schaadt. Ook de raad van toezicht is bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. Het betrokken lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de gemeenteraden en de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6. De gemeenteraden kunnen een lid van de raad van toezicht op basis van de in het zesde lid van dit artikel genoemde ontslaggrond schorsen.
Ook de raad van toezicht is bevoegd een lid van de raad van toezicht te schorsen bij besluit genomen met algemene stemmen van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt, indien de gemeenteraden of de raad van toezicht (al naar gelang wie geschorst heeft) niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluiten tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd, ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid van de raad van toezicht wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de gemeenteraden of raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. De raad van toezicht stelt voor haar leden een vacatiegeldregeling vast. Deze regeling wordt openbaar gemaakt in het jaarverslag. Jaarlijks wordt in het jaarverslag
verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling aan de raad van toezicht zijn uitgegeven. 8. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de Stichting die deze mocht verlangen. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a. de begroting en het jaarverslag als bedoeld in artikel 14 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks); b. ten minste een keer per jaar schriftelijk, de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de kwaliteit van het onderwijs, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen; c. ontwikkelingen van strategisch niveau en belang en imago voor de organisatie; d. aard en inhoud van juridische procedures. 9. De raad van toezicht is bevoegd met inachtneming van de gelden wet-en regelgeving op het terrein van de bescherming van persoonsgegevens inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de Stichting. 10. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de Stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 11. Het lidmaatschap van de raad van toezicht eindigt: a. door overlijden; b.
door vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door ontslag verleend door de rechtbank; e. door ontslag verleend door de gemeenteraden; of f. door ontslag verleend door de raad van toezicht. 12. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht behoudt zijn bevoegdheden. 13. Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de raad van toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de raad van toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de gemeenteraden is of wordt aangewezen. De gemeenteraden kunnen ook besluiten om de degene die op het moment van belet en ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht de voorzitter is van de GMR, alvast aan te wijzen als waarnemend lid van de raad van toezicht voor het geval de situatie van belet of ontstentenis van alle leden van de raad van toezicht zich voordoet. Deze voorzitter mag dan echter niet een personeelslid van de stichting zijn.
Is dat wel het geval? Dan kunnen de gemeenteraden besluiten om in die situatie de vice-voorzitter van de GMR als waarnemend lid van de raad van toezicht aan te wijzen. Ook deze mag echter geen personeelslid van de stichting zijn. 14. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de organisatie.
1.
2.
3. 4. 5. 6.
Artikel 13: RAAD VAN TOEZICHT WERKWIJZE In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Een lid van de raad van toezicht dat een tegenstrijdig belang heeft, neemt niet deel aan de beraadslaging en de besluitvorming over dat besluit. Wanneer daardoor geen besluiten kunnen worden genomen, kan de raad van toezicht desondanks toch een besluit nemen. De raad van toezicht legt dan schriftelijk de overwegingen vast die aan het besluit ten grondslag liggen. Ook vermeldt de raad van toezicht dan welke andere mogelijkheden er waren om het gewenste resultaat te bereiken en waarom die mogelijkheden niet werden gekozen. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen.
Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. Zo nodig stelt de raad van toezicht nadere regels omtrent zijn werkwijze vast in het reglement voor de raad van toezicht. De raad van toezicht pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de GMR. Een lid van de raad van toezicht kan zijn stemrecht uitoefenen door middel van elektronische communicatie. Daartoe is wel vereist dat: het lid van de raad van toezicht via het elektronische communicatiemiddel kan worden geïdentificeerd; het lid van de raad van toezicht rechtstreeks kan kennisnemen van de verhandelingen ter vergadering en het stemrecht kan uitoefenen; het lid van de raad van toezicht via het elektronisch communicatiemiddel kan deelnemen aan de beraadslaging. Iemand die door middel van elektronische communicatie deelneemt aan de vergadering is aanwezig ter vergadering.
Artikel 14: BOEKJAAR, JAARSTUKKEN 1. Het boekjaar van de Stichting is het kalenderjaar. 2. Jaarlijks stelt het college van bestuur vóór de aanvang van het boekjaar een begroting en meerjarenbegroting vast. De begroting en meerjarenbegroting behoeven de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt de begroting en meerjarenbegroting binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van B&W van de gemeenten. 3. Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de Stichting stelt het college van bestuur een jaarverslag vast over dat boekjaar. Het jaarverslag behoeft de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het college van bestuur zendt het jaarverslag binnen twee weken na vaststelling aan de colleges van B&W van de gemeenten. 4. Het jaarverslag wordt ondertekend door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht. Ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING
Artikel 18: JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING 1. Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. 2. Het bepaalde in artikel 16 lid 1 is van overeenkomstige toepassing op besluiten van het college van bestuur tot fusie en splitsing.
Artikel 19: SLOTBEPALINGEN 1. Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het college van bestuur. 2. In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het college van bestuur. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de raad van toezicht behoren, de raad van toezicht in plaats van het college van bestuur. 4. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar een begrip of woord in het enkelvoud een verwijzing naar de meervoudsvorm van dit begrip of woord in en omgekeerd. 5. Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar een ander gender in en omgekeerd en is genderneutraliteit beoogd. 6. In geval van oproeping, besluitvorming en stemming of anderszins kan naast schriftelijke verwerking en verslaglegging gebruik worden gemaakt van gangbare digitale en telecommunicatiemiddelen, zulks ter bepaling van raad van toezicht en/of college van bestuur.