Was wordt lijst beleidsregels bijzondere bijstand Bommelerwaard 2026
Tekst van het document
Was wordt lijst Beleidsregels bijzondere bijstand Bommelerwaard 2026 Artikel 1 lid 1 sub b
Was de wet: de Participatiewet;
Wordt Verwijderd
3 lid 3
De aanvraag voor bijzondere bijstand kan worden ingediend tot 1 april van het jaar volgend op het jaar waarin de kosten zijn gemaakt of waar ze betrekking op hebben.
De aanvraag voor bijzondere bijstand kan worden ingediend tot maximaal zes maanden nadat de kosten zich hebben voorgedaan of zijn opgekomen.
3 lid 4
Van het derde lid kan worden afgeweken indien: de aanvrager redelijkerwijs de aanvraag niet vooraf heeft kunnen indienen of er andere bijzondere omstandigheden zijn die aanleiding geven om voor de reeds gemaakte kosten bijstand te verlenen.
Van het derde lid kan worden afgeweken ingeval: a. de aanvrager redelijkerwijs de aanvraag niet vooraf heeft kunnen indienen of b. er sprake is van aantoonbare, uitzonderlijke omstandigheden die buiten de invloed van de aanvrager liggen en die het onmogelijk hebben gemaakt de aanvraag binnen de termijn van zes maanden te doen.
Het college beoordeelt de aanvraag voor bijzondere bijstand op grond van artikel 35 van de wet indien er geen algemene voorwaarden als bedoeld in paragraaf 2.2 van de wet van toepassing zijn. Tenzij deze beleidsregels anders bepalen.
Het college toetst een aanvraag voor bijzondere bijstand eerst aan de algemene voorwaarden van paragraaf 2.2 van de Participatiewet. Enkel wanneer aan deze voorwaarden wordt voldaan vindt toetsing aan artikel 35 Participatiewet plaats.
-
5 lid 1
Toelichting In de nieuwe beleidsregels wordt consequent de term Participatiewet gehanteerd, waardoor een afzonderlijke begripsbepaling niet langer nodig is.
Er zijn subonderdelen toegevoegd ter vervanging van de opsommingsstreepjes. Sub b is minder ruim geformuleerd, waardoor de consulent meer houvast heeft zonder de mogelijkheden weg te nemen om in uitzonderlijke gevallen toch af te wijken van het bepaalde in lid 3.
6 lid 1
Het college stelt de hoogte van de bijzondere Het college stelt de hoogte van de bijzondere bijstand vast op basis van de Nibud- bijstand vast op basis van de Nibud-prijzengids prijzengids en de GMD-lijst tenzij de beleidsregels anders bepalen. (Gemeenschappelijke Medische Dienst), tenzij de beleidsregels anders bepalen.
7
Artikel 7. Advies
Artikel 7. Inzet deskundigenadvies
7 lid 3
Het college vraagt in ieder geval advies bij een (eerste) aanvraag om bijzondere bijstand voor:
Verwijderd
a. Dieetkosten. b. Meerkosten stoken. c. Bewassingskosten en kledingslijtage. 9
Artikel 9. Het vermogen 1. Het vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de wet wordt geheel als draagkracht beschouwd. 2. Het vermogen in de woning als bedoeld in artikel 34 lid 2 onderdeel d van de wet wordt in aanmerking genomen, voor zover tegeldemaking of (verdere) verzwaring hiervan in alle redelijkheid kan worden verlangd.
Artikel 10. Het vermogen 1. Van het vermogen dat de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet overschrijdt, wordt een bedrag ter hoogte van één maand bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag) buiten beschouwing gelaten bij de bepaling van de draagkracht. Het resterende deel wordt volledig als draagkracht in aanmerking genomen. 2. Het vermogen in de woning en het bijbehorende erf wordt niet meegerekend.
Artikel 9 (het vermogen) en artikel 10 (het inkomen) zijn omgedraaid.
10
Artikel 10. Het inkomen
Artikel 9. Het inkomen Lid 6 toegevoegd: Het op nihil stellen van de draagkracht als benoemd in lid 5 kan specifiek voor de kosten van bewindvoering voor- en achteraf met maximaal drie maanden worden verlengd.
11 lid 1
De draagkracht wordt telkens voor de periode van één jaar vastgesteld, beginnende op de eerste dag van de maand waarin de kosten gemaakt zijn.
De draagkracht wordt voor een jaar vastgesteld, beginnend op de eerste dag van de maand waarin de kosten zijn ontstaan. De draagkracht kan voor kortere of langere tijd vastgesteld worden, als de omstandigheden daar aanleiding toe geven.
11 lid 2
De draagkracht kan voor een kortere of langere periode worden vastgesteld als de periode waarop de kosten betrekking hebben daartoe aanleiding geeft.
In afwijking van het eerste lid wordt in de situaties bedoeld in artikel 9 lid 5 de draagkrachtperiode voor de duur van het minnelijk dan wel wettelijk traject vastgesteld.
11 lid 3
In afwijking van het eerste lid wordt in de situaties bedoeld in artikel 9 lid 5 de draagkrachtperiode voor de duur van het minnelijk dan wel wettelijk traject vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid wordt in de situaties bedoeld in artikel 9 lid 5 de draagkrachtperiode voor de duur van het minnelijk dan wel wettelijk traject vastgesteld.
11 lid 4
In afwijking van het eerste lid wordt bij belanghebbenden die een uitkering op basis van de wet ontvangen, de draagkrachtperiode vastgesteld voor de duur van de uitkering.
Verwijderd
13 lid 3
Woonkostentoeslag voor woonkosten boven
Woonkostentoeslag voor woonkosten boven
de maximale huurprijs zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wordt verstrekt wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont. Er wordt een toeslag verstrekt welke in overeenstemming met artikel 12 lid 1 onder b van deze beleidsregels is berekend met dien verstande dat de woonkosten die uitgaan boven de maximale rekenhuur volledig voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.
de maximale huurprijs: Als iemand in een huurwoning woont of een eigen woning heeft, kan er een woonkostentoeslag worden gegeven voor woonkosten boven de maximale huurprijs volgens artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag. Deze toeslag wordt berekend volgens dit artikel lid 1 onder b van deze beleidsregels, waarbij de woonkosten boven de maximale rekenhuur volledig in aanmerking komen.
13 lid 4
De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag en, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal zes maanden. Deze periode van zes maanden kan verlengd worden met zes maanden indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken. De aantoonplicht ligt hierbij bij de belanghebbende.
De woonkostentoeslag wordt eenmalig verstrekt tot de datum waarop iemand wel huurtoeslag kan krijgen, of voor maximaal één jaar als huurtoeslag niet aan de orde is. Deze periode kan verlengd worden bij bijzondere omstandigheden. De aanvrager moet deze omstandigheden aantonen.
13 lid 6
Als de belanghebbende naar vermogen getracht heeft goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet is gelukt, dan wordt de woonkostentoeslag met maximaal zes maanden verlengd.
Als iemand naar vermogen getracht heeft goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet is gelukt, dan wordt de woonkostentoeslag met maximaal één jaar verlengd. Toegevoegd nieuw lid 6: De verhuisplicht wordt niet opgelegd als: a. De hoge huur veroorzaakt wordt door voorzieningen die zijn aangebracht vanwege een handicap van de huurder,
Dit wordt lid 7 in de nieuwe beleidsregels.
partner of medebewoner. b. Er voor gepensioneerden geen redelijk goedkoper woonalternatief is gezien medische en sociale omstandigheden. c. Huishoudens van 8 personen of meer wonen in een woning die geschikt is voor ten minste 8 personen. 17 18
Artikel 17. Reserveren Artikel 18. Inrichtingskrediet
Vervalt Artikel 17. Woninginrichting
19
Artikel 19. (Sociaal) medische kosten
Artikel 18. (Sociaal) medische kosten
19 lid 1
Vergoedingen in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Collectieve Zorgverzekering voor Minima (CZM) zijn voorliggende voorzieningen als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de wet.
Vergoedingen in het kader van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) zijn voorliggende voorzieningen als bedoeld in artikel 15 lid 1 van de Participatiewet.
Art. 18 lid 1
19 lid 2
Er wordt vanuit de bijzondere bijstand geen aanvullende vergoeding verstrekt op de vergoeding die een belanghebbende vanuit de zorgverzekeraar ontvangt als de belanghebbende wel (collectief) verzekerd is.
Er wordt vanuit de bijzondere bijstand geen vergoeding verstrekt voor de kosten van de eigen bijdrage.
Art. 18 lid 2
19 lid 3
Aan een belanghebbende, die zich als gevolg van betalingsachterstand bij zijn/haar zorgverzekeraar niet aanvullend kan verzekeren, kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt voor de medische kosten.
Aan een aanvrager, die zich als gevolg van betalingsachterstand bij zijn/haar zorgverzekeraar niet aanvullend kan verzekeren, kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt voor de medische kosten.
Art. 18 lid 3
Nieuw:
Tandartskosten worden vaak
Verder geen aanpassingen in het artikel.
Artikel 19. Tandartskosten Bijzondere bijstand voor tandartskosten tot een maximum van €250,- kan worden verstrekt aan een aanvrager die: aanvullend verzekerd is; noodzakelijke tandheelkundige behandeling(en) ondergaat; kosten maakt die niet volledig worden vergoed door de tandartsverzekering; kiest voor de goedkoopst adequate voorziening.
slechts gedeeltelijk gedekt door aanvullende verzekeringen, terwijl de basisverzekering hierin geen of nauwelijks vergoeding biedt. Voor minima kan dit leiden tot een financiële drempel om noodzakelijke behandelingen te ondergaan. Door onder voorwaarden via de bijzondere bijstand tandartskosten te vergoeden tot een maximum van €250,- willen we tandzorgmijding bestrijden.
Nieuw: Artikel 20. Zelfstandig functioneren van mensen met een beperking De volgende niet verzekerbare medische noodzakelijke kosten komen in aanmerking voor bijzondere bijstand: a. extra verwarmingskosten als gevolg van een beperking of langdurige ziekte. b. de meerkosten bij dieetkosten die staan op de dieetlijst van de Belastingdienst. c. de meerkosten in verband met was- en slijtagekosten die staan op de GMD-lijst of Nibudlijst. d. de kosten voor sociale personenalarmering als de noodzaak is aangetoond via de thuiszorgorganisatie. 20
Artikel 20. Reiskosten
Artikel 21. Reiskosten
20 lid 2
Onder reiskosten worden in ieder geval
Onder reiskosten wordt in ieder geval verstaan
Art. 21 lid 2 sub a
sub a
verstaan in verband met het bezoek: a. Aan een gezinslid of naast familielid dat verblijft in een ziekenhuis, mits dat verblijf langdurig van aard is. Daarvan is sprake indien en voor zover het afleggen van de bezoeken langer dan twee weken voortduurt. Alleen de kosten die ná twee weken worden gemaakt, kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.
20 lid 5
Het college kan bijzondere bijstand verlenen voor de reiskosten gerekend vanaf 15 kilometer (enkele reis) voor het volgen van voortgezet onderwijs indien: a. Er sprake is van speciaal voortgezet onderwijs. Onder speciaal onderwijs wordt verstaan onderwijs aan kinderen die vanwege leer –of gedragsproblemen, lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke handicaps of door gedragsstoornissen extra zorg op school nodig hebben. Hierbij dient een onderscheid te worden gemaakt met bijzonder onderwijs. Dit betreft onderwijs dat vanwege een bepaalde levensbeschouwelijke (bijvoorbeeld godsdienstige, maatschappelijke of onderwijskundige) visie wordt gevolgd. Voor reiskosten naar deze
in verband met het bezoek: Eis van langdurigheid losgelaten. a. Aan een gezinslid of naast familielid dat verblijft in een ziekenhuis.
Wordt in het geheel verwijderd.
Leerlingenvervoer voorziet hierin.
vorm van onderwijs wordt geen bijzondere bijstand verstrekt omdat er aan het volgen van dit onderwijs een eigen vrijwillige keuze ten grondslag ligt. b. Bij het volgen van regulier voortgezet onderwijs is er geen sprake van verstrekken van bijzondere bijstand voor reiskosten omdat binnen de regio vanuit elke kern het voortgezet onderwijs binnen een redelijke reisafstand (met de fiets) te bereiken is. Een uitzondering kan gemaakt worden als een jongere vanwege een verstandelijke, psychische of lichamelijke beperking niet met de fiets naar school kan. 20 lid 6
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt bepaald op basis van het reguliere OV-tarief 2e klas, rekening houdend met een eventuele kortingskaart.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt Art. 21 lid 6 vastgesteld op basis van het reguliere tweedeklas OV-tarief, zoals bepaald aan de hand van het goedkoopste reisadvies van www.9292.nl.
20 lid 7
Indien het college van belanghebbende niet kan vergen dat hij/zij gebruik maakt van het OV of gebruik van het OV niet mogelijk is, bedraagt de bijzondere bijstand € 0,19 per kilometer.
Wanneer het college van de aanvrager niet kan verlangen dat hij of zij gebruikmaakt van het openbaar vervoer, of wanneer gebruik van het openbaar vervoer niet mogelijk is, bedraagt de bijzondere bijstand € 0,23 per kilometer. Het aantal kilometers wordt vastgesteld op basis van de kortste route zoals berekend via de routeplanner op www.anwb.nl.
21
Artikel 21. Uitvaartkosten
Artikel 22. Uitvaartkosten
22
Artikel 22. Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
Artikel 23. Kosten bewindvoering, mentorschap en curatele
Art. 21 lid 7
22 lid 2
Onder bewindvoeringskosten als bedoeld in dit artikel worden verstaan: a. Curatele. b. Beschermingsbewind. c. Mentorschap.
Onder bewindvoeringskosten als bedoeld in dit artikel worden verstaan: a. Curatele. b. Beschermingsbewind. c. Mentorschap. d. Budgetbeheer. e. (Beheer PGB).
23
Artikel 23. Rechtsbijstand
Artikel 24. Rechtsbijstand
24 lid 1 en 2
Belanghebbende met een netto maandinkomen tot 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm kunnen deelnemen aan de collectieve zorgverzekering van VGZ. Het gaat om 2 pakketten: VGZ GemeentePakket Compact en VGZ GemeentePakket Compleet + € 0 eigen risico. Voor de aanvullende verzekering zijn kortingsafspraken gemaakt. Voor de premie van het aanvullende deel wordt gedeeltelijk een bijdrage verstrekt die al in de premie richting de belanghebbende is verwerkt. De belanghebbende kan geen aanspraak maken op de bijdrage zelf. Ook zijn afspraken gemaakt over vergoedingen in het zogenaamde GemeentePakket.
De aanvrager met een netto maandinkomen tot 130% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm kan deelnemen aan de collectieve zorgverzekering van VGZ.
Er geldt een oplopende gemeentelijke bijdrage voor de pakketten. Voor VGZ GemeentePakket Compact is de gemeentelijke bijdrage €15,00 per pakket per maand. Voor VGZ GemeentePakket Compleet + € 0 eigen risico is de bijdrage €
Art. 23 lid 2
Art. 25 De uitgebreide uitleg is verplaats naar de toelichting in de beleidsregels.
45,00 per pakket per maand.