CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Vst Scenariokeuze Geitenhouderij Brakel

Raadsvergadering 27 januari 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Scenariokeuze geitenhouderij Brakel1.988 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting raadsvoorstel

Onderwerp

: scenariokeuze Geitenhouderij Brakel

Kern van het raadsvoorstel Op verzoek van uw raad hebben wij verschillende scenario’s opgesteld hoe om te gaan met de geitenhouderij Kooiweg 2a in Brakel in relatie tot de uitkomsten van een onderzoek naar de gezondheidseffecten van geitenhouderijen in het algemeen (VGOonderzoek). Wij hebben de door u gestelde kaders op basis van eerdere besluitvorming uwerzijds gehanteerd en komen tot de conclusie dat scenario D (afwachten resultaten VGO-onderzoek) het meest passend is.

Gerelateerde raadsstukken - Informatienota procesaanpak geitenhouderij Brakel 19 oktober 2021 - Raadsvoorstel beëindigingsovereenkomst geitenhouderij Kooiwag 2a Brakel 30 september 2021 - Motie handhaving geitenbedrijf Van Giessen 25 april 2019

Raadsvoorstel

Onderwerp

: scenariokeuze Geitenhouderij Brakel

Zaaknummer

: 255715

Datum collegevergadering

: 14 december 2021

Datum raadsbesluit

: 27 januari 2022

Datum raadsvergadering

: 27 januari 2022

Portefeuillehouder

: Burgemeester Van Maaren

Inlichtingen bij

: Gemeente Zaltbommel, J. van de Ven

Voorstel in te stemmen met scenario D (afwachten resultaten VGO-onderzoek) als voorkeursscenario met betrekking tot de geitenhouderij Brakel Inleiding Op 19 januari 2016 hebben wij een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) verleend voor het wijzigen van de veehouderij aan de Kooiweg 2a in Brakel. Vergund is het houden van 1.140 melkgeiten en 244 opfokgeiten. Later is gebleken dat de vestiging van de geitenhouderij niet past binnen het bestemmingsplan buitengebied. De reden was dat een geitenhouderij op basis van dit bestemmingsplan als een ‘intensieve veehouderij’ wordt beschouwd. Aan de Kooiweg 2a is geen intensieve veehouderij toegestaan. Strijdigheid met het bestemmingsplan is geen weigeringsgrond voor een OBM, maar het is wel gebruikelijk dat een dergelijke strijdigheid wordt gemeld in de vergunning. Wij hebben op 3 oktober 2017 besloten om de geitenhouderij niet te legaliseren en om handhavend op te treden. Overwegingen daarbij waren dat de provincie van plan was de mogelijkheden voor geitenhouderijen in te perken en het aspect volksgezondheid. Familie Van Giessen heeft begin 2018 de provincie benaderd om te kijken naar een minnelijke oplossing voor de ontstane situatie. De provincie bood een mediationtraject aan. Het college besloot hieraan ambtelijk deel te nemen. De mediation heeft geleid tot een vaststellingsovereenkomst.

In deze overeenkomst hebben de deelnemende partijen opgenomen welke opties zijn verkend om te komen tot een oplossing. Deze opties zijn niet bestuurlijk getoetst en geaccordeerd. Alle opties gingen uit van legaliseren, door positief te bestemmen of door middel van een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. Ook heeft gedeputeerde Drenth eind 2018 gesprekken gevoerd met de familie van Giessen en de gemeente. In de individuele gesprekken heeft gedeputeerde Drenth aangegeven dat de verleende vergunning door de provincie als een ‘bestaand recht’ wordt beschouwd. Dat betekent dat de geitenhouderij niet valt onder het nu geldende provinciale moratorium voor geitenhouderijen. Begin 2019 hebben wij u in een brief laten weten in de mediation geen aanleiding te zien om af te wijken van het eerdere besluit om te handhaven. Als reactie op deze brief heeft uw gemeenteraad op 25 april 2019 een motie aangenomen waarin u aan ons heeft verzocht “de handhaving voor de geitenhouderij Van Giessen VOF aan de Kooiweg 2a te Brakel op te schorten tot na bespreking met de gemeenteraad en ten behoeve van deze bespreking een opiniërende nota op te stellen met een uitwerking van de verschillende scenario’s vanuit de mediation en daarbij het aankomende rapport van het VGO-onderzoek over de situatie in Gelderland, Overijssel en Utrecht te betrekken”.

De opgeleverde onderzoeken sindsdien hebben echter nog geen duidelijkheid gegeven 2

over de gezondheidsrisico’s van geitenhouderijen. In 2020 heeft het RIVM geconstateerd dat er een verhoogd risico is op longontsteking in de omgeving van geitenhouderijen, maar ook aangegeven dat verder onderzoek nodig is om dit exacter te kunnen duiden. Dit vervolgonderzoek heeft vertraging opgelopen. Het RIVM verwacht de definitieve resultaten pas in 2024. Begin 2021 heeft de heer Van Giessen contact opgenomen met de gemeente, omdat hij bereid zou zijn te verplaatsen. Naar aanleiding van de gevoerde gesprekken hierover hebben wij op 30 september een beëindigingsovereenkomst aan u voorgelegd waarmee de geitenhouderij op termijn verplaatst zou gaan worden. Met dit voorstel heeft u niet ingestemd. In dit voorstel hebben wij een aantal alternatieven uitgewerkt. Hierbij dient voor ons als kader de besluiten dan wel aangenomen moties waarbij u verzoeken aan ons hebt gesteld. Deze vormen voor ons de leidraad op basis waarvan wij u een voorkeursalternatief voorleggen. De door u gestelde kaders zijn voor ons immers richtinggevend. Participatie Met betrekking tot dit voorstel heeft geen participatie plaatsgevonden. Afhankelijk van het gekozen scenario krijgt participatie een rol bij de verdere uitwerking. Argumenten 1. Hiermee geven wij uitvoering aan uw motie van 25 april 2019.

In deze motie vroeg u ons de handhaving op te schorten en verschillende scenario’s aan uw raad voor te leggen. 2. Zoals aangekondigd in de informatienota van 19 oktober 2021 hebben wij 4 scenario’s nader uitgewerkt. Deze scenario’s zijn: A. Legaliseren Planologisch-juridische mogelijkheden om te legaliseren: Voor het legaliseren van de geitenhouderij is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk, waarbij de functie-aanduiding ‘intensief’ wordt toegevoegd. Dit is in strijd met uw eigen ruimtelijk beleid, nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is uitgesloten in de structuurvisie Buitengebied. In de ontwerp-omgevingsvisie zet u dit beleid voort. De provincie heeft eerder aangegeven het betreffende bedrijf te beschouwen als een bestaand bedrijf, op grond daarvan kunnen we motiveren dat het in dit geval geen nieuwvestiging betreft. Effect VGO-onderzoek: Een bestemmingsplanprocedure is risicovol zo lang de uitkomsten van het VGOonderzoek niet bekend zijn. Beroep kan ingesteld worden op grond van eventuele effecten van een geitenhouderij op de volksgezondheid. Zonder nader onderzoek is op voorhand niet in te schatten hoe groot dit risico is. Effect op ontwikkelingen in de omgeving: Zolang de effecten op de volksgezondheid onduidelijk zijn is het planologisch-juridisch risicovol om nieuwe gevoelige functies te realiseren in de directe omgeving van de geitenhouderij.

Dat betekent concreet dat voorzieningen zoals scholen aan de zuidzijde van Brakel niet gerealiseerd kunnen worden. Gezien een recente uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is ontwikkeling van woningbouw en andere gevoelige functies in Brakel West wel mogelijk, aangezien de afstand tot de geitenhouderij daar ruim genoeg is.

3

B. Tijdelijk vergunnen Planologisch-juridische mogelijkheden tijdelijk vergunnen: Het verschil tussen een tijdelijke vergunning voor 10 jaar en positief bestemmen is dat, vanwege de tijdelijkheid van de vergunning, er geen definitieve nieuwvestiging is, en dit dus beter is te motiveren ten opzichte van ons eigen beleid. Daarnaast biedt tijdelijk vergunnen de betreffende ondernemer het voordeel ten opzichte van handhaven dat hij de mogelijkheid heeft om de bedrijfsactiviteiten over een langere termijn af te bouwen. Effect VGO-onderzoek: Ook bij een tijdelijke omgevingsvergunning moet getoetst worden aan een goed woonen leefklimaat. De risico’s vanwege de onduidelijkheid van de uitkomsten van het VGOonderzoek zijn hetzelfde als bij het legaliseren. Effect op ontwikkelingen in de omgeving: Ook bij tijdelijk vergunnen is het realiseren van gevoelige functies in de directe omgeving risicovol. Wel is het mogelijk om richting het einde van de periode van 10 jaar ontwikkelingsplannen voor te gaan bereiden, omdat er dan concreet zicht is op beëindiging van de geitenhouderij.

C. Handhavingstraject voortzetten Juridische mogelijkheden handhaving: Het voorzetten van een handhavingstraject sluit aan bij ons besluit van 3 oktober 2017. Vanuit juridisch oogpunt liggen hier mogelijkheden, omdat de initiatiefnemer weliswaar een OBM heeft, maar geen planologische toestemming. Strijdigheid met het bestemmingsplan is geen weigeringsgrond voor een OBM. Echter, de initiatiefnemer mag van een overheid verwachten dat hij hierop wordt gewezen. Ook is het bedrijf al enige jaren gestart met zijn bedrijfsvoering. Na de eerste aanschrijving heeft de gemeente geen concrete gevolgen gegeven aan het handhavingstraject. Het is dan ook denkbaar dat een eventuele rechterlijke procedure niet zonder risico’s is. Effect VGO-onderzoek: Het niet bekend zijn van de uitkomst van het VGO-onderzoek heeft geen effect op dit scenario. Een eventuele negatieve uitkomst uit het VGO-onderzoek kan een aanvullend argument zijn om het handhavingstraject te vervolgen (naast strijdigheid met het bestemmingsplan zijn er ook te veel negatieve effecten op woon-en leefklimaat van de omgeving). Effect op ontwikkelingen in de omgeving: De locatie behoudt een agrarische bestemming met bouwvlak voor een grondgebonden agrarisch bedrijf (bijvoorbeeld een melkveebedrijf). Eventuele ontwikkelingen in de omgeving van Brakel ondervinden hiervan aanzienlijk minder hinder.

D. Afwachten resultaten VGO-onderzoek Juridische mogelijkheden handhaving: Het langer uitstellen van het handhavingstraject maakt het complexer om het traject gemotiveerd te kunnen vervolgen. Een vraag die wij in een eventuele rechterlijke procedure tegengeworpen kunnen krijgen is dan waarom de gemeente heeft gewacht met het vervolgen van het handhaven. Effect VGO-onderzoek: Dit heeft geen effecten op dit scenario. Als de resultaten van het VGO-onderzoek bekend zijn, wordt de vraag hoe om te gaan met de geitenhouderij opnieuw relevant. 4

Effect op ontwikkelingen in de omgeving: Zo lang het bedrijf feitelijk aanwezig is, is het realiseren van gevoelige functies in de directe omgeving van het bedrijf risicovol. Hoewel het bedrijf planologisch strijdig is met het bestemmingsplan, beschikt het bedrijf over een OBM. Daarnaast is het van belang dat bij nieuwe (gevoelige) ontwikkelingen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dat maakt realisatie dergelijke ontwikkelingen nabij het bedrijf complex.

3. Zoals in de inleiding geschetst hebben wij de door u gestelde kaders gehanteerd. Op basis van de door u genomen besluiten dan wel bij motie opgedragen verzoeken komen wij tot de conclusie dat variant D het meest aansluit bij de besluitvorming die door u heeft plaatsgevonden. Daarom stellen wij u voor om de voorkeur voor scenario D uit te spreken. De afgelopen jaren hebben wij meerdere keren met uw raad van gedachten gewisseld over de relatie tussen de geitenhouderij, het VGO-onderzoek en de ontwikkelingsruimte rond Brakel. In uw motie van 25 april 2019 heeft u ons verzocht de handhaving voorlopig stop te zetten in afwachting van het VGO-onderzoek en scenario’s uit te werken. Vanwege het uitblijven van de resultaten van het VGO-onderzoek zijn wij lange tijd niet in staat geweest deze scenario’s uit te werken. Aangezien inmiddels duidelijk is dat de resultaten van het VGO-onderzoek nog lang op zich zullen laten wachten, is het wenselijk nu de scenario’s aan u voor te leggen. Hier heeft u ook om gevraagd bij de raadsbehandeling van de beëindigingsovereenkomst. Gezien uw oproep in de motie om handhaving stop te zetten in afwachting van het VGO-onderzoek, zien wij op dit moment geen aanleiding om de handhaving voort te zetten. Immers, de uitkomsten van het VGO-onderzoek zijn nog altijd onzeker.

In de perspectiefnota 2022 heeft u aangegeven zowel te willen investeren in woningbouw als voorzieningen in Brakel. Aangezien afhankelijk van de uitkomsten van het VGO-onderzoek de geitenhouderij mogelijk een belemmering is voor deze ontwikkelingen, is het op basis van de nu bekende informatie niet gewenst om de geitenhouderij te legaliseren dan wel voor een periode van 10 jaar te vergunnen. Onze conclusie is dan ook dat scenario D het beste aansluit bij de eerder door uw raad genomen besluiten. Kanttekeningen/risico’s Zoals onder argument 2 aangegeven kleven er aan elk scenario risico’s. Feit is dat zolang er geen definitieve duidelijkheid is met betrekking tot de gezondheidseffecten van geitenhouderijen deze onzekerheid voortduurt. Inclusie Niet van toepassing. Programma duurzaamheid Ook gezondheidsrisico’s hebben invloed op een duurzame leefomgeving. Op basis van de uitkomsten van het VGO-onderzoek werken we verder aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling rond Brakel. Financiën (incl. BTW-effect) Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen. Bedrijfsvoering Niet van toepassing 5

Uitvoering Planning Afhankelijk van het door u gekozen scenario maken wij een planning van de vervolgstappen. Bij het voorkeursscenario is dit pas mogelijk na duidelijkheid over de uitkomsten van het VGO-onderzoek. Handhaving Voorlopig is de handhaving opgeschort, dat betekent dat ons voornemen tot handhaven nog niet is ingetrokken. Communicatie Wij informeren de betreffende ondernemer over uw besluit en de gevolgen hiervan. Evaluatie / controle Na duidelijkheid over de uitkomsten van het VGO-onderzoek bepalen we op basis van deze uitkomsten de vervolg strategie. Nota van wijzigingen

Bijlagen

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10967303/2