CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitkomstenlijst locatiegrootte asielopvang gemeente Zaltbommel

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Locatiegrootte asielopvang gemeente Zaltbommel3.134 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitkomstenlijst locatiegrootte asielopvang gemeente Zaltbommel (Raadszaal) Meesprekers Meespreker 1 Zie meespraakbijdrage Meespreker 2 Zie meespraakbijdrage Meespreker 3 Zie meespraakbijdrage Meespreker 4 Zie meespraakbijdrage Meespreker 5 Zie meespraakbijdrage Meespreker 6 Zie meespraakbijdrage Vragen aan meesprekers Meespreker 1 V: Wilt u uitleggen waar uw onrust vandaan komt? A: Iedereen leest en hoort wat er landelijk gebeurt en in alle gemeenten waar grootschalige opvang is geweest, was veel onrust. In Zaltbommel is er bijvoorbeeld ook een groot tekort aan huisvesting voor de Bommelaren en deze Bommelaren krijgen nu te horen dat de gemeente 300 mensen wil huisvesten, mensen die straks ook gezinshereniging krijgen. Hoe gaan we die huisvesten? Dit zorgt voor onrust. V: Begrijp ik van u dat we geen vluchtelingen moeten opnemen? A: Onze voorkeur gaat uit naar geen vluchtelingen. Als we ze wel opvangen, dan vinden wij dat dit kleinschalig moet. Omdat dit een grotere kans van slagen heeft, ook met betrekking tot integratie. V: Wat is naar uw mening kleinschalig? A: Kleinschalig is naar mijn idee dat kleinere groepen verspreid over de kernen begeleid worden om hier te integreren. Als we grootschalige opvang hebben is dit niet mogelijk. V: Hoe groot is zo’n groep dan volgens u? A: Dan praat ik bijvoorbeeld over een groot gezin of 8 à 10 personen.

Meespreker 2 V: Hoe worden de kleinschalige opvanglocaties gerund die u kent? A: Met kleinschalig bedoel ik in ieder geval niet dat ik vind dat we minder dan 300 mensen moeten opvangen. Het gaat er alleen om dat die mensen in kleine groepen verdeeld worden over verschillende locaties binnen een gemeente. Daar is veel onderzoek naar gedaan en dit heeft veel voordelen. Dan kan de lokale bevolking er beter mee omgaan en worden de vluchtelingen beter opgenomen in de gemeenschap en het is nog goedkoper ook. Ik heb een kleine conferentie belegd met mensen uit Italië en het Nederlandse Vluchtelingenwerk en ik heb met Vluchtelingenwerk geprobeerd het gesprek te voeren over grootof kleinschaligheid. Vluchtelingenwerk is daar wel voor, maar het COA is daar behoorlijk op tegen en het lijkt een soort verdienmodel voor hen te zijn, waar zij

1

ook nog eens duur zijn in vergelijking met andere Europese landen. Er zijn veel experimenten geweest met veel succes. Als je de 300 personen kan verspreiden over de gehele gemeente is dat goed. Ik vind het bijzonder dat onze gemeente een sociaal gezicht heeft en bereidwilligheid toont. V: Is er ook meer onderbouwing bekend dan het boekje waar u over spreekt, zodat we dat na kunnen kijken? A: Het belangrijke verschil is dat het COA bij grootschalige opvang grote gebouwen moet kopen, die veel kostbaarder zijn dan kleinschalige gebouwen. Bij grootschalige opvang is het ook nodig dat de nodige beveiliging wordt ingesteld, bij kleinschalige niet. Zo zijn er nog meer voorbeelden, waarbij kleinschaligheid onderbouwd en onderzocht goedkoper is; €30,- per persoon per dag, dan kun je in alle voorzieningen voorzien. Het COA doet dat voor €100,per persoon, per dag. Ik kan me wel voorstellen dat de gemeente het via het COA denkt te moeten regelen, maar er spelen ook andere overwegingen mee. V: Kunt u iets vertellen over de kans van slagen van integratie bij kleinschalige opvang? A: De vluchteling blijkt zich veel makkelijker en sneller thuis te voelen om aan de maatschappij mee te doen en verbinding te krijgen met mensen in de omgeving. Dat maakt de integratie makkelijker en daar is iedereen mee gediend.

V: Zou u advies aan mij zijn, om ondanks dat er nog geen structuur is voor die kleinschalige locaties, om toch voor de kleinschaligheid te kiezen? A: Ik kies voor de vluchteling. Dus als de 300 grootschalig zou moeten, dan de 300. Als kleinschalig niet mogelijk is, dan is mijn advies grootschalig. Bestuurlijke vragen - Waarom kiest het college voor de opvang van 300 asielzoekers en niet het aantal van 168 wat we verplicht zijn vanuit de Spreidingswet? - Waarom kiest het college ervoor om dit op deze wijze aan te pakken? - Waarom wil het college toch kiezen voor één locatie van 300? - Wat voert het COA aan om de opvang van minder dan 300 asielzoekers niet op zich te nemen? - Waarom is het niet mogelijk om de locatie met ons te delen? - Waarom wil het college de raad niet meer betrekken als er een locatie is? - Waarom kiest het college niet voor de koninklijke weg met echte participatie, door samen met de raad en inwoners te kijken of er tot een breed gedragen oplossing gekomen kan worden en welke ruimte is er nog voor participatie? - Hoe zit het met de participatie, welk proces wilt u met de raad en inwoners doorlopen? - Waarom is de participatieruimte voor inwoners beperkt tot het hoe en niet tot de omvang en locatie van de opvang? - Hoe kijkt het college tegen dit vraagstuk aan in relatie tot de lokale samenhang van onze gemeenschappen? - Hebben wij als gemeente een stem in

de samenstelling van de bewoning van een AZC? - Kan de burgemeester het begrip solidariteit verder toelichten? - Welke invloed heeft de opvang van 300 asielzoekers op de capaciteit van onze politie, handhaving en zorg in onze gemeente? - Vragen m.b.t. kaders en afspraken; o Heeft de gemeente invloed op de samenstelling van asielzoekers die worden opgevangen? o Hebben we invloed op het beleid wanneer het COA het zelf organiseert? o Erkent het college dat de genoemde voordelen op dit moment nog onvoldoende zijn onderbouwd en zo nee, welke harde bewijzen liggen er dan? o Wat zijn de mogelijkheden om garanties te krijgen als het gaat om handhaving van orde op het moment dat wij hierin meestemmen? o Wat zijn de afspraken over personele inzet en verantwoordelijkheden van het COA en hoe wordt voorkomen dat de extra opvangdruk alsnog terechtkomt bij al overbelaste lokale partijen? o Hoe wordt voorkomen dat, in het geval van 300 opvangplekken op één locatie, leiden tot sociale overbelasting in één wijk of dorp? - Vragen m.b.t. de periode

2

-

o Hoe wordt geborgd dat de voorziening na 10 jaar wordt afgebouwd of geëvalueerd? o Hoe wordt voorkomen dat 10 jaar permanent wordt? Welke signalen zijn opgehaald bij scholen, huisartsen, zorgverleners en welzijnsorganisaties over hun uitvoeringscapaciteit en hoe weegt het college deze signalen in haar besluitvorming? Klopt het dat het COA niet verantwoordelijk is voor het organiseren van onderwijs? Is er al contact geweest hoe het onderwijs in Zaltbommel dat voor zich ziet, zijn ze hierop voorbereid en kan het onderwijs in Zaltbommel dat dragen? We werken volgens het raadsvoorstel samen met Maasdriel en West Betuwe, wat is hun bijdrage of rol hierin? Is onderzocht of meerdere locaties binnen onze gemeente of in samenwerking met buurgemeenten zoals Maasdriel en West Maas en Waal mogelijk zijn? Waarom kiest het college in een periode van dalende nationale instroom en oplopende lokale druk voor opschaling in plaats van beheersing en hoe verhoudt zich dit tot het bestuursakkoord en de taakstelling van 168 plekken, kleinschalig en verspreid? Op dit moment is men bezig de Spreidingswet in te trekken, waarom wordt er niet gekozen voor het afwachten van de resultaten hiervan? Wat is de exacte onderbouwing dat grootschalige opvang de druk op het ambtelijke apparaat verlaagt, welke taken vervallen en welke blijven juist liggen of verschuiven naar andere lokale partners? Hoe structureel

en toereikend zijn de financiële middelen vanuit het Rijk en worden hiermee alle extra kosten, inclusief jeugdzorg, onderwijshuisvesting en handhaving, gedekt? Hoe groot acht u de kans dat we gebruik kunnen maken van de SPUK-Regeling? Wil het college serieus kijken naar de mogelijkheden voor een locatie die op een afstand ligt van 45 minuten reizen met het OV ten opzichte van de hoofdlocatie die in ’s-Hertogenbosch gerealiseerd wordt? En is het college bereid om te kijken naar de mogelijkheid om meerdere locaties te realiseren en wil de gemeente met het COA in gesprek gaan of zij dat dan ook financieren? Zijn er geen mogelijkheden om hetgeen wat wij wellicht voor asielzoekers gaan doen, ook voor onze eigen inwoners te doen, zoals bijvoorbeeld het ombouwen van leegstaande panden? Wat doet een grootschalige locatie met de integratie van de vluchtelingen? Op welke manier in de veronderstelde ontlasting van de woningmarkt door versnelde uitstroom van statushouders onderbouwd, zijn er garanties van het COA dat zij daadwerkelijk voor voldoende doorstroming zorgen? Klopt het, dat als we kiezen voor 168 opvangplekken, dit ten koste gaat van woningen voor onze eigen inwoners? En dat dat niet het geval is in het geval van de 300 opvangplekken? In hoeverre klopt het dat we geen woningen ter beschikking hoeven stellen aan statushouders als we deze 300 asielzoekers opvangen, zodat onze

woningen vrijkomen voor onze inwoners? Er zouden 40 woningen vrijkomen als we voor de 300 plaatsen gaan, kunt u dat nader toelichten? Moeten de 300 asielzoekers die opgevangen worden uiteindelijk ook niet doorstromen als statushouder binnen onze gemeente?

Reactie portefeuillehouder dhr. Bakermans - Opvang het liefste binnen het systeem dat bekend is, via het COA. - Wanneer het gaat om het activeren van de samenleving zien we dat dat bij statushouders goed gaat. Maar als het gaat om de beheersbaarheid van de kleinschalige opvangen, dan liggen er ook vragen hoe je dat dan doet met zaken als het zorgsysteem en veiligheid. In het geval van een grootschalig AZC, zoals we het hier presenteren, waarbij je op een andere manier ontzorgt wordt. Ik heb gisteren nogmaals gebeld met het COA om te vragen hoe het zit met de kleinschalige opvang ten opzichte van een grootschalige opvang en ik wil de overwegingen met u delen waarom wij nu het voorstel doen voor een grootschalige locatie; beveiliging is 24/7 aanwezig, dagelijkse woonbegeleiding in de dag en avond, organisatie van de gezondheidszorg gaat via een contract en is op locatie, de pre-inburgering, denk aan taalcursussen en kennismaking met de Nederlandse

3

-

-

4

maatschappij etc., al deze programmering kan dan op locatie plaatsvinden en er is begeleiding om dat te doen. Faciliteiten zoals leslokalen, ruimtes voor ontspanning, kantoren kunnen dan in zo’n locatie hun plek krijgen. Dat heeft te maken met budgettering. Sommigen zeggen dat het COA er op verdiend, ik zeg dat ze proberen om zoveel mogelijk geld over te houden, naast de gebouwen, om te kunnen investeren in de ondersteuning van de asielzoekers. Het is fijn dat dat geld er is en dat er geld over is om juist dat soort zaken te faciliteren. Bij kleinschalige opvang is de beveiliging maatwerk. Ik vind het belangrijk dat wij oren en ogen hebben in dit soort locaties, ongeacht de grootte. Ik vind het spannend als dat maatwerk is, waar je met 2 organisaties of met 2 verschillende instellingen daar iets voor moet doen, onder de verantwoordelijkheid van mijn portefeuille, de veiligheid. In het geval van een kleinschalige locatie is er beperkte begeleiding vanuit het COA, vaak op afroep of ambulant. De gemeente draagt zorg voor de zorginfrastructuur, bij een kleine locatie kan het zijn dat het bij onze huisartsen en tandartsen terechtkomt. Gezien onze eigen woningbouwprognoses moeten we hier zuinig op zijn en deze infrastructuur zo min mogelijk belasten. De gemeente kan ook gevraagd worden om de ruimte voor bijvoorbeeld leslokalen zelf in te vullen.

Als we minder mensen opvangen op een locatie, leidt dat tot meer werk en sturing van de organisatie van de gemeente, beveiliging en de lokale zorginfrastructuur. Hoe haken we aan op clubs zoals Kompas of Welzijn Bommelerwaard, want dan is de vraag daar groter, dan wanneer dat op één locatie zal zijn onder beheer van het COA. Het zal betaald worden zegt het COA, maar we zien ook dat de budgetten onder druk staan. De exploitatie van het COA kan dit soort kleinschalige locaties niet aan. Het aanbod is om het dan samen wel voor elkaar te krijgen. Dat levert bij mij vraagtekens op omtrent de betaalbaarheid en beheersbaarheid. De beheersbaarheid lijkt daarmee onder druk te staan. Het is niet onmogelijk, maar het college zegt dat het daarom wel juist verstandig is om voor die locatie met 300 te gaan. Dat zijn de overwegingen. Dus voor de zorginfrastructuur, de huidige groei van Zaltbommel, zorgondersteuning, veiligheid en beheersbaarheid. Dit is wat ons betreft het beste voorstel. We maken ons bij kleinschaligheid zorgen over de onderdelen die ik net heb benoemd. Het is niet onmogelijk, maar levert wel extra uitdagingen op. Het COA heeft op dit moment een aantal pilots lopen voor kleinschalige locaties en komt erachter dat het in beheersbaarheid en betaalbaarheid erg complex en uitdagend is.

Partijen die in gesprek zijn met het COA en de gemeente zijn heel bevreesd om dat kenbaar te maken, ook vanwege de dynamiek in de samenleving. Dat snap ik, tot er een heldere uitspraak is. Geen geschikte locatie bekend, wordt bekend gemaakt zodra die bekend is. We zien dat graag volgens de verantwoordelijkheden zoals we die kennen. Laat de bevoegdheden van het college bij het college en bevoegdheden van de raad, bij de raad. Maar als de raad daar per se over wil spreken en een besluit over nemen, dan hoop ik dat u dat laat weten en initiatief toont. Dit is niet het einde van het traject, maar juist het begin van het traject. Waarbij we aan de raad vragen op welke wijze zij daar invulling aan willen geven. We hebben naar voorbeelden bij verschillende gemeenten gekeken en we denken dat het heel belangrijk is om inwoners te betrekken in het vervolgtraject. Niet over waar die locatie dan zit, want die mogelijkheden zijn beperkt, maar wel over welke randvoorwaarden zij vinden dat nodig zijn als we een opvanglocatie krijgen, onafhankelijk van de grootte daarvan of wijze waarop daar invulling aan wordt gegeven. Vragen over veiligheid en beheersbaarheid kunnen wij mij betreft een plek in de samenleving krijgen. Ik neem afstand van het verhaal dat hier geen participatie plaats zou vinden.

We zitten nu aan de voorkant van het besluit en we vragen eerst of er bereidheid is om te kijken naar een grotere opvanglocatie. Wat we aan vastgoed tegenkomen is marginaal, te ingewikkeld wat mij betreft om hier participatie over te hebben met inwoners, omdat de kans klein is dat we hier ook echt wat mee kunnen doen. Niet de voorkeur om de locatiekeuze aan de raad over te dragen. Samenstelling is altijd evenwichtig, het COA probeert de bewoners een afspiegeling van de samenleving te laten zijn. Het gaat voor ons om humaan opvangen. Het moet draagbaar zijn in de samenleving. Het is belangrijk dat er een omgeving is gecreëerd om met elkaar het gesprek aan te gaan. Dat is wat mij betreft een deel van de uitdaging over hoe de samenleving goed te betrekken. Het gaat hier over het grootste gedeelte niet om gelukszoekers of veiliglanders. Het overgrote gedeelte heeft echt hulp nodig. We hebben de verplichting hieraan bij te dragen en we nemen daarin onze verantwoordelijkheid. Zo wordt dat ook gevoeld, niet vanuit het hoofd, maar vanuit het hart. Dit is niet het extra probleem, ook de Bommelse samenleving heeft nog wat te leren. Maar wel waar het gaat om de locatie en de zorg die daaromheen zit, of die zorg nu vanuit ons hoofd komt, of vanuit onze onderbuik, dat we daar in ieder geval op een goede manier op kunnen acteren.

-

Waar het gaat om onze diensten, dan gaat het om de politie, dan zijn daar wat minder zorgen over. En ook niet nodig om op te schalen, dan kijk ik meer naar de ontwikkeling van Zaltbommel in bredere zin. Genoemde voordelen, o.a. de statushouders is een randvoorwaarde die we voor onszelf opgelegd hebben. Als dat niet komt, dan het andere ook niet. Dat moet uit onderhandeld worden. De ontzorging door het COA is maximaal en dat zet je ook in de bestuurlijke overeenkomst. Daar bespreek je samen de randvoorwaarden en kaders waarbinnen het COA moet functioneren. In de bestuursovereenkomst wordt heel veel vastgelegd, waaronder de termijn. We hebben met de welzijnsorganisatie, Kompas gesproken, nog niet met huisartsen en zorgverleners, omdat we er in dit voorstel vanuit gaan dat dat niet nodig is vanwege de ontzorging door het COA. Vanwege de meespraakbijdrage van Kompas hoef ik op dat punt zelf niets meer toe te voegen. Het COA zou het op locatie kunnen doen bij grotere locaties. De overtuiging is dat het onderwijs in staat is deze omvang voor elkaar te krijgen, ook al is het niet makkelijk en een uitdaging. Samenwerking met Maasdriel, West Betuwe en West Maas en Waal verloopt prima, meer een bestuurlijk gesprek. Het COA geeft aan dat satelliet-locaties kunnen werken en dat dit oplossingen zijn om naar te kijken, maar dit lijkt lastig voor/in Rivierenland.

Zolang de Spreidingswet er is, worden alle gemeenten aangeslagen naar vermogen en draagvlak. Wij vinden dat we er een taak in hebben, ook naar andere gemeenten, zolang de Spreidingswet er is. Een kleinschalige opvang verhoogt de druk op de ambtelijke organisatie, omdat je meer coördinatie nodig hebt. Het college houdt zich liever bezig met het bouwen van woningen, dan deze coördinatie, waar een andere groep beter in is. Eigenlijk worden alle kosten vergoed, maar we zien het Rijk niet altijd als de meest betrouwbare partner op dit gebied en we zien dat de druk op de financiën toeneemt. De wettelijke basis is dat je de zaken vergoed krijgt. Dat kan als een randvoorwaarde opgenomen worden. Ik vind dat heel goede suggesties, maar ik wil wel afstand nemen van wensdenken. Ik denk dat we dit realistisch moeten benaderen, waarbij we kansen die er zijn benoemen, zoals de woningen voor de statushouders. Als er meer kansen zijn dan moeten we ze nu ook wel benoemen en is het aan uw raad om die als randvoorwaarde mee te geven. In hetgeen wat we zelf nu al eigenlijk opgeschreven hebben. Eerste vraag is hebben we überhaupt panden, waar het gaat om die verdeling naar kleinschaligheid. We hebben veel moeite om sowieso vastgoed boven water te krijgen voor de inzet die we op dit moment moeten plegen, ook bij die 168.

Ik geloof ook dat integratie in de nabijheid van mensen het beste kan, maar dit hebben we naast alle overwegingen gezet. Niet doorstromen als statushouders, krijgt iedere keer een toewijzing en afhankelijk van wat de wetgeving daarin gaat doen. Wij vinden dat het randvoorwaardelijk is dat de regio wat terug mag doen in het vrijhouden en vrijspelen van woningen. Als dat niet lukt, kom ik bij u terug. Als we meer doen, komt er ook een financiële bijdrage bij kijken vanuit de Spreidingswet. Dit gaat echt om die 40 die we uit de woningvoorraad halen en ter beschikking staan voor woningzoekenden. De asielzoekers komen niet per se in een woning in Zaltbommel terecht, maar worden verdeeld over het land op het moment dat er een woning vrijkomt.

In de raadsvergadering van 22 mei 2025: Bespreekstuk Bespreekpunten - Beraadslaging n.a.v. de carrouselvergadering en de vele informatie die met elkaar gedeeld is (ZVV) Kleinschaligheid en spreiding (CU)

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15551551/2