Uitkomstenlijst Carrouselvergadering bestemmingsplan Kerkwijk, Walderhof
Tekst van het document
Uitkomstenlijst carrousel 31 oktober 2024 (Raadzaal) Onderwerp
Toelichting
Bestemmingsplan Kerkwijk, Walderhof
Meespraakbijdragen Meespraakbijdrage 1 (van Zon) Meespraakbijdrage 2 (van Ballegooijen) Meespraakbijdrage 3 (Verlouw) Meespraakbijdrage 4 (van Rijnsbergen) Meespraakbijdrage 5 (van Wijgerden) Vragen aan meesprekers 2) V: Wat is vanuit hun perspectief een minimum afstand die wel akkoord is? A: Er zit waarschijnlijk niet eens 30 meter tussen, dat wordt ervaren als hinder. Het is überhaupt niet wenselijk dat die 6 woningen daar komen. En als ze er dan toch komen, moet je daar een maximale afstand realiseren. 3) V: Welke kant wordt erop gedacht qua uitbreidingen voor het bedrijf? A: De heer Verlouw is bezig met het vergoten van de opslagruimte voor het grond- en loonwerk. Dit gaat om grote machines die hinder geven en vervolgens ook spanningen. Die woningen moet je niet zo dicht naar de bedrijven brengen. 1) V: U zegt dat de raad zou de geurnorm bij zou moeten stellen van 2 Ou tot 8 Ou. Wat houdt dat in? A: Als de wijk op deze manier wordt gerealiseerd, dan worden van Zon zijn ontwikkelperspectieven geminimaliseerd. 2) V: Ligt er vanuit u een verzoek om hier niet aan woningbouw te doen? A: Nee, maar we vragen ons wel af of de raad op de juiste manier is voorgelicht en alle belangen heeft kunnen wegen. Wij vinden van niet. De belangen moeten beter in beeld gebracht worden, waardoor de raad alles beter kan afwegen.
Alle randen worden opgezocht in dit plan om zoveel mogelijk woningen te bouwen, maar er is niet in voldoende mate rekening gehouden met alle bedrijven eromheen. 1,2,3) V: Wat blijft er over van de zienswijzen als u niet naar uitbreidings-/ontwikkelingsmogelijkheden kijkt, maar feitelijk naar de huidige situatie en bedrijfsvoering? A: Alle belangen van de betrokkenen moeten gewogen worden. Deze mensen zijn ooit bewust uitgeplaatst, zodat zij juist op deze plek hun bedrijf konden realiseren. En nu komt de woningbouw juist weer naar hun toe. In de toekomst ontstaan er voor hun conflicten. Die zienswijzen blijven ook dan staan; als mensen niet gaan uitbreiden, maar blijven doen wat ze doen, worden ze nog steeds beperkt. V: In hoeverre is er vooraf gesproken de meesprekers/cliënten? A: De heer van Ballegooijen was aanvankelijk wel betrokken ten tijde van het CPO, maar toen er een nieuwe ontwikkelaar kwam niet meer. V: Denkt u dat het wel mogelijk is als de wijk anders wordt ingericht?
A: Ja, als er gekeken wordt naar hun belangen en gekeken wordt hoe voldoende buffers gecreëerd kunnen worden en aan weerszijde borging kan ontstaan, staan zij daar voor open. Het gaat niet zozeer om de woningbouw, maar in hoeverre dat bijt met hun bedrijfsvoering. V: Wat vindt u belangrijker, eventuele uitbreidingsmogelijkheden van uw bedrijf of een dergelijke woningbouwplan wat voor zoveel woningzoekenden een huis op kan leveren? A: Ik vind het woord uitbreiding verkeerd gekozen. Het gaat erom dat deze mensen kunnen blijven doen wat hen vergund is. Dat moet niet leiden tot spanningen met toekomstige bewoners. Maar de grenzen worden hier opgezocht wat betreft de maximale uitgiftemogelijkheden. 1) V: U zou idealiter teruggaan naar 8 Ou dat is de huidige situatie, dat kan door een geurnorm vast te stellen voor het plangebied. Stel dat je wat lager gaat zitten, wat zou dan een werkbare norm kunnen zijn om te gaan naar een toekomstbestendig veehouderij systeem met het huidige aantal dieren? A: het gaat om het systeem dat wellicht naar de toekomst gehanteerd gaat worden. Dat hoeft niet perse 8 te zijn, maar daar zou ook een nuance in kunnen zitten. Maar dat ligt ook aan de ontwikkeling die het bedrijf door gaat maken. Het gaat niet alleen om ontwikkelingen die de ondernemer zelf kiest, maar ook ontwikkelingen die worden ingegeven door wet- en regelgeving.
Daar kan ik nu dus geen harde uitspraak over doen. Maar er zijn externe ontwikkelingen die de ondernemer ergens toe verplichten en dat moet je soms wel ruimte hebben binnen de norm om dat te kunnen doen. V: U zegt dat binnen het voorliggende plan elke m2 maximaal benut wordt en dan gezocht wordt naar maximale invulling. Wilt u uw mening duiden? A: Zoals te zien is op de tekeningen, is het hele gebied verkaveld. Er zijn normen ontwikkeld, met betrekking tot licht, geluid en geur, en de grenzen van de normen worden iedere keer opgezocht in het plan. We zeggen niet dat er niets kan, maar ga nu eens ter plaatse kijken en bepaal dat of we volstaan met de afstanden die nu in het plan zijn ingetekend. 4, 5) V: Zien jullie kansen om het plan wat aan te passen? 5) A: Daar gaan wij niet over, wij zijn slechts belanghebbenden als omwonenden. 4) A: De meesten zien dit als een prachtig plan waar men graag wil wonen. Ik denk dat mensen vanuit onze gemeenschap begrip hebben voor de bedrijven en weten waar ze gaan wonen. Wellicht moet of kan er iets geschoven worden in het plan, maar het plan op zich spreekt mij en andere bewoners heel erg aan. 1,2,3) V: Ik las dat de raad, sinds de Omgevingswet, niet meer de mogelijkheid heeft om de geurnorm van 2 Ou te verhogen. Ik hoor graag uw juridische visie hierop. A: U heeft als raad de ruimte om iets met de geurnorm te doen.
Bestuurlijke vragen - Ik wil duidelijkheid hebben over de geurnorm, wat kan de raad nog? - Wat zijn de gevolgen als je de geurnormen verhoogt? - Waarom is er niet gekozen voor een andere geurnorm die invulling geeft aan toekomstige te verwachtingen ontwikkelingen op het bedrijf, waarbij geen sprake is van vergroting in dieraantallen maar wel van verandering in veehouderijsysteem? - Waarom is de parkeernorm bij sociale zorgappartementen hetzelfde als bij reguliere sociale huurwoningen?
-
-
-
-
Waarom is er gekozen voor de wijziging in verkaveling, van 2 naar 3, en niet naar bijvoorbeeld 4 of 6? Komen er 85 woningen + 6 kavels? Kan de wethouder meer zeggen over de zorgwoningen, wat voor type zorg? Al zicht op een partner? De raad zou een sturende rol hebben als het gaat om de realisatie van de verdeling van nieuwbouw over de verschillende prijssegmenten. Er zijn echter via anterieure overeenkomsten al verregaande afspraken met ontwikkelaars gemaakt, waardoor dit niet meer mogelijk is zonder dat het plan in duigen kan vallen. Welke oplossing ziet de wethouder voor dit probleem? Hoe zien we uw uitspraak, dat er in onze kernen vooral behoefte aan goedkope koopwoningen en minder behoefte aan goedkope huurwoningen, terug in de woningmix binnen dit plan? Als het gaat om een evenwichtige vermindering van de druk op de woningmarkt loopt het scheef binnen dit plan, kijkend naar de onderzochte Kerkwijkse behoefte. De prioriteit ligt bij de duurdere woningen.
Hoe ziet de wethouder dat? Wat is op dit moment de definitie van betaalbare koop en vindt de wethouder dit betaalbaar? Welke minimale afstanden tot de omliggende bedrijven zijn in dit plan aan de orde? Waarom is ervoor gekozen om de woningen met uitzicht op de kas zo dichtbij de kas te zetten? Wil de gemeente de initiatiefnemer dringend verzoeken goede informatie te verstrekken aan geïnteresseerden voor de woningen, over de activiteiten die er al binnen dit gebied zijn, zodat zij goed geïnformeerd zijn (verwachtingsmanagement)? Ik zie op één punt een werkelijke juridische beperking (geur varkenshouderij). Is dit de enige juridische beperking voor de bedrijven die vandaag aan tafel zitten? Volgens de nota kunnen er nu aan de Paradijsweg op een verkeersveilige manier 58 voertuigbewegingen per etmaal over. Volgens de verkeerstelling zijn er nu per etmaal 87 verkeersbewegingen en dat er nog 55 bijkomen met het bouwplan. Dan kom je ver over het aantal van 58 dat in de nota beschreven is als verkeersveilige norm. Hoe zit dat? De randen worden opgezocht, kan dat niet anders? Bijvoorbeeld door het intekenen van groen om de bedrijven meer te scheiden van de toekomstige bewoners? Waarom geen grotere bufferstrook? Wat gaat de wethouder met de zorgen van de ondernemers doen? Stel dat deze ondernemer met een gelijk aantal dieren naar een nieuwe stal gaat met een ander veehouderijsysteem.
Is dat dan nog mogelijk? Op pagina 2 van de toegezonden informatienota lees ik dat de geurverordening moet worden aangepast, zodat de ontwikkeling van Walderhof mogelijk is binnen de geldende geurnormen. En dat voor een deel van het plangebied sprake is van een hogere geurbelasting en dat de geurverordening dient te worden aangepast, zodat een hogere geurnorm gaat gelden binnen het plangebied. Klopt het wat er staat in de informatienota en had u dan niet de geurnorm moeten aanpassen of is men tot andere inzichten gekomen en waarom zijn wij dan niet / nu pas geïnformeerd? Kunt u uitsluiten dat bij een ander veehouderijsysteem of bedrijfsvoering, bij het voldoen aan wet- en regelgeving, deze ondernemer zijn bedrijf niet hoeft in te krimpen?
Reactie wethouder van Leeuwen - Met de huidige normen die er zijn en de geur die er is vinden we het een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Als we die geurnorm aanpassen moeten we ons richting de inwoners afvragen of er dan nog een prettig woon- en leefklimaat is. Daar moet een balans in worden gevonden en wij denken dat we die nu hebben. De ondernemer wordt volgens ons niet belemmerd
-
-
en er is tevens een goed woon- en leefklimaat. Als de norm naar 6 zou moeten kan dit plan niet doorgezet worden, want dan moet het omgevingsplan worden aangepast. Dit plan gaat dan even van tafel en dan moeten we eerst de normen aanpassen en met het nieuwe plan komen. Dat kan als u dat wil, maar dan kunnen we dit bestemmingsplan niet doorzetten. Parkeernorm voor zorg is 0,6 en die is hier 1,5 dus die is hoger dan de minimale normering die is vastgesteld. Van 2 naar 6, dat heeft juist te maken met bouwen naar behoeften. 85 woningen totaal. Type zorg; ik kan u niet meer vertellen dan wat in de beantwoording technische vragen staat. We proberen in ieder geval die 30% goedkope huur te halen. We denken dat we hier een goede verdeling hebben, met 64% betaalbaar. Met betrekking tot de woningdifferentiatie; wij zien en denken dat er doorstroming gaat plaatsvinden in Kerkwijk zelf. Het ministerie verstaat onder betaalbaar dat een woning maximaal 390.000 mag kosten. De minimale afstand is 35 meter. Waarbij de woningen die tegen de kassen aanstaan juist niet gericht zijn op die kassen. De opzet is zo gemaakt om ruimte te creëren. Dichtbij de kas is wat ons betreft niet helemaal zo, want het is 35 a 40 meter of zelfs iets meer nog. En de leefwereld is aan de achterzijde. Dat zal ongetwijfeld gebeuren, omdat dat eigen is aan het gebied (informatieverstrekking).
Juridische beperking varkenshouderij is er op dit moment niet. Als je zou gaan uitbreiden, loop je wel tegen een beperking aan. Het plan is ruim van opzet en je zou er met gemak meer woningen kwijt kunnen. Maar dat past niet in de omgeving van Kerkwijk, dat moeten we niet willen. Het plan zit in gemengd gebied. Het is niet in de kern en het is niet in het platteland, het is een gebied daartussen. We moeten ons realiseren dat er dan overlast kan zijn, want dat is typisch bij een dergelijke ligging. Er is bedrijvigheid die je in een dorp niet hebt, maar dat is juist gebied-eigen. Dat heeft ook juist een aantrekkingskracht. Als die overlast er zou zijn, dan moeten we ons als gemeente afvragen of er nog sprake is van een prettig woon- en leefklimaat. Want is van belang en wij moeten die belangen wegen. Ook voor de ondernemers. Alle belangen worden tegen elkaar afgewogen en er is bedrijvigheid die je in een dorp niet hebt, maar dat is gebied-eigen. En daarom wil je daar juist wel of niet wonen. Door het uitvoeren van onderzoeken hebben we beoogd de ondernemers niet in hun huidige bedrijvigheid te beperken of belemmeren. Dat willen we namelijk niet. Wij denken met dit plan juist dat we dat niet doen. We hebben alle belangen gewogen. We snappen de zorg over de bedrijven en we denken dat we het goed hebben afgewogen en een goede balans hebben gevonden.
Ja Wat er stond was juist, maar we hebben u het antwoord gegeven bij de beantwoording van uw technische vraag. En daar staat dat dit met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari niet langer mogelijk was om de geurverordening aan te passen enzovoorts. Daar kan ik geen antwoord op geven. U overvraagt mij. Wij hebben de huidige situatie onderzocht.
Bestuurlijke vragen tweede termijn - Kan het bedrijf zich ontwikkelen naar een welzijnsvriendelijk veehouderijsysteem met een gelijk aantal dieren binnen de regels van het huidige plan?
-
Kan de beantwoording van de vraag of de varkenshouderij met een gelijk aantal dieren, maar met een ander veehouderijsysteem nog steeds de huidige bedrijfsactiviteiten kan blijven voortzetten schriftelijk naar ons toekomen voor de raadsvergadering? (Toezegging) Kunt u die zaken die worden aangedragen door de ondernemers meenemen? Is er overleg geweest met de bezwaarmakers? Kan er binnen het plan geschoven worden met de indeling, zodat het wel voor iedereen acceptabel is?
Reactie wethouder van Leeuwen - Ja, we zullen stilstaan bij dit punt en daar komen we voor de raadsvergadering op terug. (Toezegging) - Dit is het plan, als u dingen anders wilt, dan moet u dat aangeven. - De initiatiefnemer heeft contact gehad met de betrokkenen/bedrijven. - Wij denken dat we een evenwichtige balans hebben gevonden en we hebben zeker de belangen van de ondernemers meegenomen. We hebben ruimschoots rekening gehouden met de normeringen. In de raadsvergadering van 7 november: bespreekstuk Toezegging: De wethouder komt voor de raadsvergadering schriftelijk terug op de beantwoording van de vraag of de varkenshouderij de huidige bedrijfsactiviteiten kan blijven voortzetten bij een ander veehouderijsysteem met een gelijk aantal dieren.