CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitkomst Carrousel bijlage meesprekers

Raadsvergadering 20 oktober 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Vaststellen omgevingsvisie Bommelerwaard4.694 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage. Meesprekers Vaststellen omgevingsvisie Bommelerwaard

1. 2. 3. 4.

Meneer van Beuzekom Mevrouw Tromp Meesters Mevrouw Winterwerp Meneer van Kooten

Pagina 1. Pagina 3. Pagina 6. Pagina 8.

Dhr. Van Beuzekom

Onze inspraakreactie gaat over de noodzaak van een tweede bedrijfswoning op het melkveebedrijf VOF de Kuiper. Ik ben Jasper van Beuzekom en ben vennoot van VOF de Kuiper, Kooiweg 4 te Brakel. Ik zit in de VOF met mijn ooms. Het plan is om samen met mijn neef op korte termijn het melkveebedrijf over te nemen. Inmiddels zit ik al sinds 2015 in de VOF. Mijn ooms wonen samen met mijn neef in de eerste bedrijfswoning. Voor een goede doelmatige bedrijfsvoering en de continuïteit van het bedrijf is een tweede bedrijfswoning noodzakelijk. Mijn vorige inspraakreactie heeft wel tot een aanpassing van de omgevingsvisie geleid, maar biedt volgens mij onvoldoende mogelijkheden voor individuele bedrijven om tot het realiseren van een noodzakelijke tweede bedrijfswoning te kunnen komen. Op ons bedrijf houden wij 230 melkkoeien met bijbehorend jongvee. De melkkoeien worden gehouden in een emissiearme ligboxenstal. Er is circa 97 hectare gras/mais-land in gebruik en daarnaast beheren wij nog 20 hectare via boer-boer overeenkomsten. Hiermee kunnen we voorzien in ons eigen ruwvoer en is er sprake van een gesloten mestbalans. Ons melkveehouderijbedrijf is volledig grondgebonden. De meeste gronden liggen aansluitend als huiskavel om de gebouwen, en de overige gronden liggen op geringe afstand van ons bedrijf. Er is dus sprake van een lokaal grondgebonden bedrijf.

Wij werken aan verduurzaming van de locatie. ● De melkkoeien worden gehouden in een emissiearme stal. ● Onlangs is zijn 224 zonnepanelen geplaatst op het staldak, hiermee kunnen we voorzien in 100% van ons elektriciteitsverbruik. ● We hebben een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een Bio vergister. Hiermee gaan we bio-gas produceren en de stikstof uit de mest beter benutten. ● We werken aan het verlagen van het stikstof gebruik op ons bedrijf en verlagen krachtvoergift. Dit alles met als doel om verdere verduurzaming door te voeren en zo te komen tot een kringloop gerichte landbouw. Noodzaak Voor een doelmatige bedrijfsvoering is de realisatie van de tweede bedrijfswoning noodzakelijk. Wij hebben een lokaal grondgebonden bedrijf en zetten forse stappen naar verduurzaming en kringlooplandbouw, daarbij zullen wij ook in de toekomst genoodzaakt zijn om blijvend te investeren in verbetering van arbeidsomstandigheden, milieu en dierenwelzijn. Om het 1

melkrundveehouderijbedrijf rendabel te houden is een grote mate van vakkennis, kunde en betrokkenheid noodzakelijk. Hierbij is het noodzakelijk dat de beide bedrijfsopvolgers woonachtig zijn op het bedrijf. Kenmerkend voor een melkrundveehouderijbedrijf is dat de werkzaamheden voor een groot deel onvoorspelbaar zijn. Naast de normale werkzaamheden en seizoensgebonden werkzaamheden zijn er ook diergezondheidswerkzaamheden welke niet planbaar zijn. Jaarlijks worden er op het bedrijf circa 250 kalveren geboren en een groot deel van deze kalveren komt 's nachts. Voor één bedrijfshoofd is dit een onevenredige verdeling van onregelmatige arbeid, die de bedrijfsvoering niet ten goede komt. Dit speelt ook bij calamiteiten met het vee, dierziekte (preventie) en tochtigheidswaarnemingen van het melkvee in de avond en nachtperiode. Een tweede bedrijfswoning zorgt ervoor dat de benodigde arbeid optimaal verdeeld kan worden waardoor op de langere termijn de continuïteit van het melkveebedrijf gewaarborgd blijft. Omgevingsvisie Als ik het goed heb begrepen is een tweede bedrijfswoning op grond van de omgevingsvisie mogelijk. Dit vanwege de omvang van ons grond gebonden bedrijf, de lokaal gebonden bedrijfsvoering en de ingezette transitie naar een kringloop gerichte bedrijfsvoering.

In de gewijzigde tekst van de omgevingsvisie wordt gesteld dat het uitgangspunt een tijdelijke bedrijfswoning is of het compenseren van de beoogde tweede bedrijfswoning met een elders overbodige bedrijfswoning. Het aankopen en slopen van een andere bedrijfswoning om een nieuwe bedrijfswoning lijkt mij niet realistisch. In de huidige woningmarkt lijkt het aanbod van dergelijke objecten zeer beperkt. Een tijdelijke oplossing is geen permanente oplossing voor de arbeidsbehoefte en continuïteit van ons bedrijf op de middellange en lange termijn. Een tweede bedrijfswoning is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering en heeft, als je let op de toename van het bebouwd oppervlak, een minimale invloed op het open landschap. De continuïteit van het melkveebedrijf daarentegen draagt wel bij aan de groene openheid en het landelijk karakter van het landschap. Ik verzoek u dan ook om in de omgevingsvisie op te nemen dat een tweede bedrijfswoning kan worden gerealiseerd indien hiervoor de noodzaak voor de continuïteit van het melkveehouderijbedrijf voldoende is aangetoond

2

Mevrouw Tromp Meesters, namens het comité bezorgde burgers

Opmerking vooraf: Het heeft ons hogelijk verbaasd dat de eerste inspreker, Jasper...., zoon van een veehouder en kennelijk bedrijfsopvolger, zo ontzettend veel spreektijd en aandacht van de raadsleden kreeg voor zijn verzoek om een 2e woning op het bedrijfsterrein te mogen bouwen. Het gaat hier toch duidelijk om een zeer individueel geval, terwijl de Omgevingsvisie bedoeld is om beleid te schetsen voor de samenleving als geheel. Het Comité Bezorgde Burgers Zaltbommel (afgekort CBBZ) heeft een zienswijze ingediend op de concept Omgevingsvisie Bommelerwaard. Deze is in de gemeentestukken genummerd met nummer 22. De hoofdpunten zijn in de Procesnota verkort samengevat en van commentaar voorzien. Hieronder – en tijdens de 5 minuten spreektijd - reageren wij op het commentaar. Ad 1: CBBZ gaat in dit punt in op Kernopgave 12 (pag. 84): “We zorgen samen met onze inwoners voor een veilige, schone en gezonde leefomgeving, zowel boven als onder de grond.” En even verder (punt 4): “Risico’s in de leefomgeving gaan wij zoveel mogelijk tegen door risicobronnen en gevoelige functies te scheiden.” Wij zien hier een directe link naar de zorg die de gemeente onzes inziens zou moeten dragen voor de veiligheid en gezondheid bij de drie scholen, een sportcomplex incl. zwembad, 3 nieuwe woonwijken in de Waluwe en de direct aan de A2-gelegen bedrijven en kantoren.

Dit betreft dus 1000-en mensen, waaronder kwetsbare kinderen en ouderen, die zich binnen de invloedssfeer van een risicovol bedrijf, Sachem Europe BV, bevinden. Deze situatie is niet door deze zittende raad gecreëerd, maar door haar voorgangers. Echter, deze raad en deze Omgevingsvisie geven u als gemeente opnieuw kansen om waar mogelijk de risico’s op rampen (onveiligheid) of vervuiling (gezondheid) voor de bovengenoemde doelgroepen zo klein mogelijk te houden. Dit kan door kritisch te kijken of uitbreidingsplannen van dit bedrijf (zoals de onlangs goedgekeurde productieverhoging van 32 ton per jaar naar 40 ton per jaar) of andere productieprocessen (onder hoge druk gaan werken) geen nadelige gevolgen hebben voor deze mensen, deze doelgroepen. In uw reactie zegt u dat de omgevingsvisie niet over individuele gevallen gaat. Daar gaat het ons ook niet om: het gaat om de bovengenoemde 2 tot 3 duizend mensen. Wij vinden onze oproep om hierin proactief en zorgzaam voor deze mensen te handelen nog steeds zeer valide. U, als gemeente, kunt en moet de vergunningverlener (de provincie Gelderland) waar nodig aan te spreken als dit soort verzoeken door Sachem aan de provincie worden gedaan. Het gaat om uw inwoners die voor hun veiligheid en gezondheid van uw beleid afhankelijk zijn. Ad 2: CBBZ gaat bij dit punt in op uw voornemen (pag.

84, punt 5) “Wij onderzoeken of wij voor bepaalde gebieden willen gaan werken met milieueisen (op het gebied van geluid- en geurbelasting) die strenger zijn dan de wettelijke normen”. In reactie hierop juichen wij uw voornemen toe en raden u sterk aan om door onafhankelijke metingen te controleren (=handhaven) of de huidige wettelijke normen niet al worden overschreden wat emissies naar bodem, water en lucht (= geurbelasting) betreft. U reageert dat er al landelijke regels zijn op het gebied van emissies van schadelijke stoffen. Dat klopt en daar gaat het niet over. Het gaat over handhaven. U als gemeente kunt hier een rol in spelen, bent dit zelfs aan uw inwoners verplicht. Of moeten we als burgers gewoon weer duizenden handtekeningen verzamelen om dit af te dwingen? Moeten we als burgers de handhavende taken van de overheid overnemen en onderzoek door het RIVM of door vergelijkbare onderzoeksinstituten laten verrichten, net als dit bij Tatasteel in Rijnmond, Chemours in Dordrecht en recent bij de PFAS-schandaal van M3 in België is gedaan? Waarbij grote overschrijdingen van deze wettelijke normen, deze landelijke regels, onomstotelijk werden aangetoond. Met de daarmee gepaard gaande ernstige risico’s voor de gezondheid van omwonenden. Meten is weten. 3

Ad. 4: U geeft in reactie op punt 4 aan van Zienswijze 22 aan, dat u beleid op gebied externe veiligheid gaat opstellen. En dat daarom een hele sterke passage uit de werkversie van de Omgevingsvisie van 6 mei is verdwenen (pag. 72, punt 5): “We onderzoeken en treffen zinvolle maatregelen om de Externe Veiligheidsrisico's in bepaalde bestaande situaties te reduceren. In samenwerking met de veiligheidsregio en omgevingsdienst draagt de gemeente zorg voor een ruimtelijk ordeningsproces waarin veiligheidsrisico’s vroegtijdig worden onderkend en meegewogen. We stellen extra voorwaarden bij het toelaten van specifieke risicovolle activiteiten of de uitbreiding daarvan. (https://toekomstbommelerwaard.nl/documenten/HandlerDownloadFiles.ashx?idnv=1978167 ) Graag willen we weten wanneer u dit beleidsplan op het gebied van externe veiligheid gaat publiceren? En komt deze ter inzage te liggen? Kan men vanuit de bevolking hierop reageren? Graag zien we antwoorden op bovengenoemde vragen tegemoet. Dit is tijdens het carrousel niet gebeurd. Ad 5: Het CBBZ reageert op uw voornemen (pag.

84, punt 7): “In de openbare ruimte gebruiken we zo min mogelijk of geen chemische bestrijdingsmiddelen.” Naast terugdringen van gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de openbare ruimte blijft een belangrijk punt: het terugdringen van het gebruik van dergelijke middelen in de kassenteelt (met name de bloementeelt) om zo vervuiling van bodem, water en lucht in onze omgeving tegen te gaan. Onlangs heeft het RIVM samen met hoogleraar Bas Bloem een duidelijke relatie aangetoond tussen blootstelling aan chemische bestrijdingsmiddelen en aantasting van het zenuwstelsel, met bijvoorbeeld Parkinson, Alzheimer en ALS als gevolg. Ook hier geldt weer: meten is weten. Ad 7: U zegt de door ons genoemde actiepunten op het gebied van veiligheid te betrekken bij de uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan. We zien dit echter (nog) niet terug. Waar heeft u dit als wijziging van de (concept) omgevingsvisie doorgevoerd? Of betreft het een ander document, dit omgevingsplan. En zo ja: waar valt het omgevingsplan onder en is deze ook ter inzage en becommentariëring? We zien concrete antwoorden op bovengenoemde vragen van de raad tegemoet. [Voor uw herinnering is deze passage uit onze zienswijze gekopieerd: In de concept Omgevingsvisie staat (pag. 84, punt 9): “We werken aan een fysieke en (sociaal) veilige omgeving door aanpak van overlast en probleemsituaties (o.a.

woonwijken met keurmerk en voorzieningen voor jongeren).” Volgens het CBBZ en de SVZ behelst een fysiek veilige omgeving meer dan keurmerken voor woningen en voorzieningen voor jongeren. Zo denken we hierbij aan beschikbare en bij de bevolking bekende vluchtroutes in geval van calamiteiten. Hierbij is goede informatie en communicatie en ook een goede voorbereiding middels rampenoefeningen van groot belang. Eveneens is maximale veiligheid in bouw en constructie van openbare voorzieningen van belang; hierbij kun je denken aan scherfvrije beglazing en een centraal af te sluiten luchtregulatiesysteem (zeer relevant in geval van een gifwolk) bij sportcomplexen en scholen. Maar ook aan hoge omheiningen van risicovolle bedrijven [nadere toelichting: voor ontmoedigen van terroristische aanvallen], goede bereikbaarheid van risicovolle locaties voor brandweer, ambulances, en politie.] Ad 9: U zegt onze suggesties voor aanpassen van het hitteprotocol ter overweging mee te nemen. Heeft dit tot een aanpassing van het hitteprotocol in de herziene omgevingsvisie geleid en zo ja: waar? En zo nee: waarom niet? We zien reactie van de Raad op deze vragen tegemoet Voor een beter begrip is ook deze passage uit onze zienswijze gekopieerd en hieronder weergegeven: [In het concept (pag. 88, Punt 13) staat: “We stellen een hitteprotocol op, als een maatregel uit het Lokale Adaptatieprogramma.

Dit wordt opgenomen in het gezondheidsbeleid.” Naast de gezondheidsaspecten in een hitteprotocol verwachten het CBBZ en de SVZ dat ook beleid wordt beschreven bij waterschaarste als gevolg van hitte en droogte. Nu is het ad-hoc beleid, maar door de klimaatverandering zal een dergelijke situatie vaker, wellicht zelfs jaarlijks, voorkomen. 4

Voorgaande jaren was er sprake van regels voor de doelgroepen burgers (geen auto’s wassen of tuin sproeien), land- en tuinbouw en bloementeelt (minder/niet sproeien, geen grondwater gebruiken of onttrekken). Volgens ons is het vanzelfsprekend dat het watergebruik van de doelgroep ‘industrie’ ook aan banden wordt gelegd, net zoals dit gebeurt voor landbouw, tuinbouw, bloementeelt en de burgers van Zaltbommel. Hierbij doelen we op oppervlaktewater, grondwater en drinkwater; grondwater is vooral van belang omdat het de bron is van ons drinkwater, voor nu en voor in de toekomst. Daarom is ook door de provincie Gelderland gesteld dat grondwater niet mag worden onttrokken voor laagwaardig gebruik (zoals koeling bij industriële toepassingen).] N.B. U heeft als reactie op Zienswijze 8 punt 8 zelf aangegeven zorgplicht te hebben voor drinkwater! Ad 10: U geeft bij punt 10 aan geen aanleiding ziet om de aangepaste, definitieve Omgevingsvisie nogmaals ter inzake te leggen en te bespreken in een hoorzitting. U beargumenteert dit met de opmerking, dat u in ruime mate inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden heeft betrokken bij de totstandkoming van deze concept Omgevingsvisie Bommelerwaard.

Echter, als we de lijst van betrokken organisaties zien aan het eind van Procesnota, zijn dit voor het overgrote deel overheidsinstanties, nutsorganisaties, woningcorporaties, welzijnsorganisaties, agrarische organisaties, natuur-gerelateerde organisaties. Slechts één punt in de opsomming is gewijd aan dorps- en wijkplatforms, ongespecificeerd om welke dorps- en wijkplatforms dit ging. Van de ruim 40 betrokken instanties / organisaties / verenigingen. Wij, als CBBZ en de Stichting Veiliger Zaltbommel, zijn al jaren met het thema veiligheid en gezondheid van bewoners van de Bommelerwaard bezig. Het zou prettig geweest zijn om ons hier ook eerder in mee genomen te hebben, in dit proces. Bovendien is in de hele binnenstad van Zaltbommel in de coronaperiode geen enkele ruchtbaarheid aan de totstandkoming van dit document gegeven. Door geen enkel wijkteam. Kortom: we zien die burgerparticipatie niet uit de verf komen.

5

Mevrouw Winterwerp

De punten voor de inspreekronde Omgevingsvisie Punt 1 in uw bijlage bij de procesnota zienswijzen De stichting ziet graag dat 3 spoorwegovergangen, maar met name die spoorwegovergang die om de hoek bij de chemische fabriek is gelegen worden weggesaneerd . Het is daar veel te gevaarlijk. Als er daar een ongeluk gebeurt wanneer er net een giftrein langskomt (en die komen er steeds meer in de nabije toekomst) zou dat grote gevolgen kunnen hebben voor de directe omgeving en dus ook sachem zou dan zeker getroffen kunnen worden . Ook omdat het uw beleid is voor de toekomst om de recreatie zoals fietsen en wandelen enz) juist te stimuleren, is deze spoorwegovergang een gevaarlijke plek om overheen te gaan. Een tunnel onder de weg door of een brug eroverheen zou een betere optie zijn. Maar in de reactie van de omgevingsvisie geeft u aan dat er niets actief mee gedaan zal worden omdat prorail hierover de beslissende instantie is. Het tweede punt betreft mijn vraag om uitleg over de onduidelijkheid over het al dan niet verplicht zijn om een M.E.R te doen. Ik lees u voor: uit de bijlage III van de procesnota. Pagina 1 en 2 van de inleiding Milieuonderzoek. Milieuonderzoek Er is voor deze omgevingsvisie in samenhang met de kernopgaven onderzocht of er een milieueffectrapportage-(beoordelings)plicht geldt (Advies m.e.r.- plicht omgevingsvisie, BügelHajema, 17-9-2021).

Daarin is het volgende afgewogen: a. Is de omgevingsvisie kaderstellend voor toekomstige m.e.r. beoordelings) plichtigeactiviteiten? b. Kan de omgevingsvisie leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudings doelstellingen van een nabijgelegen Natura 2000-gebied? Wanneer dit niet op voorhand kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en geldt daarmee ook een m.e.r.-plicht. Deze vraag staat los van de m.e.r.-plicht uit vraag a. De conclusie is dat de omgevingsvisie Bommelerwaard niet m.e.r.-plichtig is vanwege het globale karakter. Deze visie zet het bestaande beleid voort. Er worden geen nieuwe, concrete locaties voor ruimtelijke ontwikkelingen aangewezen, die het doorlopen van een m.e.r.- procedure nodig maken. Er zijn ook geen aanwijsbare ‘m.e.r. (beoordelings) plichtige’ besluiten opgenomen. De omgevingsvisie gaat uit van ‘uitnodigingsplanologie’. In plaats van aan te geven wat op welke plaats mogelijk is, geeft de omgevingsvisie een kader voor nieuwe ontwikkelingen. De kernopgaven uit deze omgevingsvisie zijn nog abstract. Daardoor zijn de milieueffecten daarvan niet goed in te schatten.

Dit is een vreemde paragraaf Wat wordt er met A beldoeld ? Het zou hier aan de orde kunnen zijn omdat er in de hierna beschreven stukken regelmatig over kaders gesproken wordt ? Of hoe toegespitst moeten beschrijvingen zijn om al een M.E.R plicht te kunnen aangeven? De punten die in uw omgevingsvisie worden aangegeven en waar staat dat u bepaalde vergunningen niet geeft tenzij dringende redenen zouden in geval van nabijheid van de Natura 2000 gebieden al op voorhand in aanmerking moeten komen voor een M.E.R bijvoorbeeld? En dat zou betekenen dat er al in de omgevingsvisie moet worden aangegeven waar en of er M.E.R plicht is als er bepaalde ontwikkelingen gaan plaatsvinden? Ook Bij de leeswijzer daarna staat:  Het nationaal, provinciaal en regionaal beleid dat kaders stelt voor deze omgevingsvisie (hoofdstuk 5). 6

 De hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, gebruik en beheer van het grondgebied, in het onderdeel ‘Kernopgaven’ (hoofdstuk 8) en verder uitgewerkt in het onderdeel ‘Visiekaart en gebiedsgerichte opgaven’ (hoofdstuk 9). 2. Context: Kaderstellend beleid NB: de tekst is ongewijzigd gebleven Wat betreft het tweede punt, b. Kan de omgevingsvisie leiden tot significant negatieve effecten op de instandhoudings doelstellingen van een nabijgelegen Natura 2000-gebied? Wanneer dit niet op voorhand kan worden uitgesloten dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd en geldt daarmee ook een m.e.r.-plicht. Deze vraag staat los van de m.e.r.-plicht uit vraag a. Als ik het goed lees is er zeker een MER plicht als niet kan worden uitgesloten dat de omgevingsvisie dingen wil ontwikkelen ( bijvoorbeeld veebedrijf? Geitenhouderij? BRZO bedrijf op het industrie-terrein?) vlakbij een natura 2000 gebied waarvan niet zeker is dat zij het gebied geen schade toe kunnen brengen? Uw conclusie dat de omgevingsvisie te globaal zou zijn voor punt b kan ik niet herleiden uit punt b En wat betreft het globale karakter, het werd tijdens de inspreekronde op 6 oktober al meteen teniet gedaan door de 1e inspreker, Jasper, die zeer gericht en niet globaal om een 2e bedrijfswoning vroeg.

Dus misschien is het toch belangrijk om de M.E.R verplichting in de omgevingsvisie een plaats te geven, in ieder geval voor de ontwikkelingen die in de omgevingsvie worden aangegeven in de nabijheid van natura 2000 gebieden? Kortom zou iemand mij kunnen uitleggen wat hier precies wordt bedoeld ? Het antwoord op mijn vraag kwam niet aan bod tijdens de antwoordronde van de wethouder. Gelukkig vroeg de heer van der Schans net voordat de voorzitter de antwoordronde van de wethouder wilde afsluiten, wat het antwoord op de vraag van de Stichting was. Het antwoord dat ik van de wethouder kreeg was dat er geen verplichting zou zijn omdat het allemaal nog abstract is en dat er in hoofdstuk 8 meer over zou zijn te vinden. En de wethouder deed het voorstel om mij gaat bellen voor meer uitleg. Erg onduidelijk dus allemaal. De heer van der Schans vroeg de wethouder om het verslag van het telefoongesprek ook met de raad te delen. Aan het einde van de zitting kreeg ik nog 1 minuut om te iets te melden. Hier heb ik gevraagd wat nu precies het antwoord op mijn vraag was maar kreeg nu te horen dat er in november uitgebreider was geschreven over de M.E.R , maar wat er precies bedoeld werd en waar ik het antwoord nu moet zoeken, het bleef allemaal erg onduidelijk. Ik zal binnenkort dus nog gebeld worden voor het antwoord met de uitleg van mijn vraag.

7

Dhr. Van Kooten

MIJN PLEIDOOI BETREFT HET TOEVOEGEN VAN DEZE KERNOPGAVE AAN DE OMGEVINGSVISIE: “WIJ GAAN STEEDS OPNIEUW, DUIDELIJK ZICHTBAAR EN TRANSPARANT HET GESPREK OVER DE DIGITALE LEEFOMGEVING AAN MET ONZE BURGERS ZODAT ZIJ HUN VRAGEN, PROBLEMEN, ZORGEN EN IDEEEN EEN PLEK KUNNEN GEVEN. “ Dat pleidooi treft u op de volgende blz. Dank voor uw belangstelling, Ad van Kooten. Vier overwegingen die ik achteraf heb meegegeven: 1 Net als veel andere reizigers doorkruis ik de prachtige Bommelerwaard vaak met de trein soms met de auto. Neemt u daarom alstublieft ook in de visie op dat het nog bestaande fraaie groene uitzicht op de strook naast A2 en spoor behouden blijft, en er in ieder geval geen glastuinbouw gerealiseerd wordt, doe dat net zo duidelijk als u kennelijk wilt zijn over de aanwezigheid van bedrijfswoningen op agrarische percelen. Zie de visuele uitwerking in mijn zienswijze die weinig aan overlaat: https://www.advankooten.nl/omgevingsvisie/zienswijzen-omgevingsvisie-bommelerwaard-A2-in-pdf-tavbelangstellenden.pdf 2 U vatte de zienswijzen samen, u nam daar terecht ruim de tijd voor. Waarom koppelde u die samenvattingen niet terug naar de indieners. “Beste inwoner. Is deze samenvatting van uw zienswijze correct? “ Uw vertaling van mijn zienswijze is in ieder geval deels incorrect, en deels ook onvolledig.

3 U heeft zich twee jaren ingespannen, en een half jaar lang zienswijzen bestudeerd en verwerkt van organisaties en inwoners die een steentje willen bijdragen. Waarom gaat de afhandeling zo snel, twee weken -dat is veel te kort - en dan vandaag in twee uur. 4 Als laatste nog heel praktisch: Ik hoor van veel kanten de vragen over het vinden van de bijlagen, het zoeken naar de tekst, waar naar verwezen wordt. Ook voor mij doodvermoeiend en frustrerend. Waarom (het is een uurtje werk, misschien twee) zijn in de procesnota niet bij alle verwijzingen naar andere opmerkingen of aanpassingen, naar bijlagen of hoofdstukken geen hyperlinks gebruikt, zodat met één klik bij de juiste informatie bent? Hoe moet dat? In het informatiepunt digitale overheid in Zaltbommel kan dat zo worden uitgelegd door de aanwezige vrijwilligers van seniorenweb, De hyperlink was in essentie de uitvinding van het world wide web, de uitvinding van in 1990 van Tim Berners en zijn Belgische collega. Hyperlinks worden m.a.w. al dertig jaar toegepast.. Het filmpje om te testen of u tot de digitaal-ingewijden behoort, ikzelf niet dus, vindt u op mijn website www.advankooten.nl Geachte raadsleden Zaltbommel, 6-10-2022 Met de komst van de omgevingswet gloorde er weer hoop aan de horizon: Een grotere betrokkenheid van de burgers bij de besluitvorming over de fysieke leefomgeving zou een belangrijke pijler zijn.

Bijzonder verheugd ben ik dan ook met de vertaling van die kerngedachte in de nu voorliggende procesnota: “De omgevingsvisie geeft niet alleen richting aan wat de gemeente Zaltbommel doet. De visie is ook een uitnodiging aan u om uw initiatief bij ons kenbaar te maken en samen met ons plannen, initiatieven en ideeën voor onze Bommelerwaard uit te voeren.”

8

Uw aanbod om een zienswijze in te dienen was voor mij bovenal een uitnodiging om meer aandacht te vragen voor wat een belangrijk deel van onze leefomgeving is geworden : onze digitale wereld. ”Hoort die wel tot de fysieke leefomgeving?”, vroeg ik aan het IPLO het informatiepunt leefomgeving. ‘De gemeente heeft veel vrijheid om te bepalen welke activiteiten onder de fysieke leefomgeving vallen, iig veel meer dan de rijksoverheid’, was het antwoord. Gesterkt in mijn overtuiging dat de omgevingsvisie ruimte biedt voor een visie op de digitale leefomgeving nu en straks, diende ik op 2 februari mijn zienswijze in. En gelukkig lees ik ook in uw reactie van 23 september jl. geen afwijzing wat het digitaal belang betreft, integendeel u onderschrijft met uw antwoorden de betekenis van digitale service punten, en noemt als doel van uw website dat uw informatie zo toegankelijk en begrijpelijk mogelijk id en goed is ontsloten voor inwoners en bedrijven We worden er elke dag , en steeds meer en meer ook fysiek mee geconfronteerd, gemiddeld anderhalf uur per dag begeven we ons voor een beeldscherm op ‘sociale’ platformen, met slimme meters en slimmer verlichting proberen we temperatuur en sfeer te reguleren, camera’s registreren en melden we wie er voor de deur staat.

Het rijgedrag van de andere weggebruiker die voor ons rijdt, kunnen we vanaf het intrappen van de gaspedaal vastleggen, en zelfs de gaspedaal wordt in moderne auto’s digitaal aangestuurd. Omgekeerd worden ook wij gevolgd, ons verkeersgedrag en snelheidsovertredingen worden opgeborgen in datakluizen van de overheid, het openen van de toegangspoortjes bij het station - ook dat kan worden vastgelegd - het aanvragen van een vergunning of het invullen van de belastingaangifte, toegang verkrijgen via digidid en tweetraps verificatie, het zijn allemaal zaken die voor velen van ons net zo vanzelfsprekend zijn geworden als de boterham ’s morgens vroeg. Maar lang niet voor allemaal: Even naar het digitaal servicepunt: U wilt dat we u helpen met de aanvraag energietoeslag? U heeft geen mobiel? U wilt een QR-bewijs dat u gevaccineerd bent? U heeft geen smartphone? Ook geen e-mailadres? U bent bang dat u uw kinderbijslagaanvraag, uw aanvraag huurtoeslag, uw aanvraag kinderopvangtoeslag ... verkeerd invult? U heeft steeds moeite met de kaartjesautomaat? U weet niet of uw smartphone uit 2018 wel veilig genoeg is? U wilt weten wat een veilige browser is? U heeft moeite om te herkennen of de emailberichten wel echt zijn? Uw dochter vroeg 2000 euro via WhatsApp, maar dat bleek niet waar........en u bent radeloos.

Ik deed ‘n handreiking om dichter bij uw burgers te gaan staan, want wie de kloof niet ziet, kan hem niet dichten. U reageerde: Burgers zijn zelf verantwoordelijk voor het zoeken naar juiste informatiebronnen en te controleren of de verstrekte informatie wordt gegeven door een bron die de bijbehorende deskundigheid bezit. Wij verwijzen u hiervoor door naar de checklist ‘is die informatie echt’ van de rijksoverheid. De gemeente heeft geen rol, verantwoordelijkheid of budget om alle wellicht foutieve informatie die burgers via sociale media te zien krijgen te factchecken of informatie hierover te verstrekken.

9

Dat laatste vroeg ik ook niet. En over uw sociale media, beter gezegd over Meta, want ook Instagram hoort bij dit bedrijf, zegt u: Wij zien het niet als onze rol, taak of verantwoordelijkheid om nieuwe sociale platforms te faciliteren. Ook dat was ook niet mijn verzoek: Ik vroeg u om de uitdaging aan te gaan zelf een sociaal ontmoetingspunt te realiseren, analoog en digitaal dichter bij de burger, en dat voornemen in uw visie kenbaar te maken. Hiernaast, ik zeg nadrukkelijk ‘naast’ wil ik u ook het volgende meegeven: U bedoelt waarschijnlijk dat u beoogt burgers te faciliteren met genoemde platformen, en dat zal deels zo zijn, maar feitelijk faciliteert u vooral Facebook en Instagram, Meta dus; Dat is ook wat u zelf zegt. Een sociaal medium is een website of app waarbij iedereen informatie kan delen, zoals tekst, afbeeldingen en video's. Andere gebruikers kunnen reageren op deze berichten of deze delen. (*). Een sociaal medium is dus veel meer dan het (ook noodzakelijke) informatie verstrekken. Reageren en verder delen van informatie hoort daarbij. Door die sociale interactie echter over te laten aan één marktpartij - Meta – steunt u een bedrijf dat de laatste jaren continu onder vuur ligt. En u sluit burgers buiten die willen meedenken en zich, zoals ondergetekende, niet willen registreren bij Facebook en Instagram. Ik geloof niet dat buitensluiten uw bedoeling is.

Pas ook hierom uw visie op gebruik van sociale media aan, en handel er naar. De schade is al groot genoeg. Neem uw verantwoordelijkheid, want een volgende crisis die dreigt is de digitale. Draag bij aan de ombouw naar een meer hoopvol digitaal perspectief, een veiligere, gezondere en toegankelijkere digitale wereld die ons vooruit helpt. Afsluitend maak ik u graag attent op de notitie ‘Kanttekeningen bij ‘Digitalisering Overheid’ met name de uitgangspunten voor een moderne overheid en de stelling op het podium van iBestuur - het platform voor iedereen die betrokken is bij de ioverheid- : Het zelf doen van de digitalisering door de overheid is uiteindelijk veel effectiever dan het laten doen. (**) Dank voor uw aandacht, Ad van Kooten (6 okt.2022) (*) Bron: https://www.nji.nl/cijfers/mediagebruik#mediagebruik-onder-kinderen-van-0-tot-en-met-6-jaar geraadpleegd 5-10-2022 (**) Daan Rijsenbrij en Hans Timmerman | 20 juli 2022 : https://ibestuur.nl/podium/kanttekeningen-bijdigitalisering-overheid

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11931516/2