UIT-25-05885 Begroting 2026-2029 DB v2.2 def
Tekst van het document
5.831 3.497 1.372 37.330
6.391 3.497 1.448 38.978
6.391 3.497 1.448 40.552
6.391 3.497 1.448 40.485
6.391 3.497 1.448 40.302
Baten afvalstoffenheffing
37.330
38.978
40.552
40.485
40.302
Kostendekkendheid
100%
100%
100%
100%
100%
Tabel 14: Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Opslag btw-compensatie Gemeenten maken gebruik van de mogelijkheid om de btw (21%), die Avri in rekening brengt bij de gemeenten, te compenseren bij het btw-compensatiefonds. Hiervoor paste Avri tot 2023 een opslag toe van 13,5% van de kosten van het Basispakket. In het AB van 16 februari 2023 is besloten het btw-aandeel in de afvalstoffenheffing ‘vast te klikken’ op een vast bedrag van € 3.497.124 en daarmee het percentage langzaam terug te brengen tot het mengpercentage, passend bij de actuele btw-druk. Deze opslag bedraagt voor 2026 9,3% en leidt (na verrekening met het btw-compensatiefonds) tot een voordeel voor de gemeenten. De compensabele btw mag via de afvalstoffenheffing volledig als kosten worden doorberekend aan de inwoners. Elk percentage tussen 0 en 21% kan worden gehanteerd. Een hoger percentage resulteert in een voordeel voor de gemeente ten koste van de afvalstoffenheffing. Een lager percentage levert een lagere afvalstoffenheffing op voor de inwoners, maar ook een lagere opbrengst in de gemeentebegroting. De hoogte van de afvalstoffenheffing is dus te beïnvloeden door deze opslag.
Kwijtscheldingen Het Algemeen Bestuur van GR Regio Rivierenland heeft in haar vergadering van 12 december 2012 de kwijtscheldingsregeling 2012 (met terugwerkende kracht) vastgesteld waarin: • De kosten van bestaan worden gesteld op 100% van de normuitkering als bedoeld in artikel 16 van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990; • Is bepaald dat ten aanzien van pensioengerechtigde personen niet de bijstandsnorm, maar de AOW-norm wordt gehanteerd; • Is bepaald dat kwijtschelding voor ondernemers (voor zover het heffingen in de privésfeer betreffen) mogelijk is; • Is bepaald dat bij de beoordeling van verzoeken om kwijtschelding mede rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang. Naast deze algemene beleidsregels is in artikel 9 van de Verordening Afvalstoffenheffing Avri de onderstaande bepaling voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing van kracht. Deze uitgangspunten zijn vastgesteld in het AB van december 2019 en verwerkt in deze begroting. De gemeenten kunnen eigen beleidsregels vaststellen over wanneer een inwoner in aanmerking komt voor kwijtschelding. Veelal volgen ze hierbij de landelijke richtlijnen. Inwoners kunnen bij BSR kwijtschelding aanvragen. BSR vraagt advies aan de gemeenten en volgt dit op. Vervolgens past BSR, indien van toepassing, de kwijtschelding toe.
Op de site van BSR staat per gemeente een overzicht van het kwijtscheldingsbeleid per gemeente. Bij de invordering van de afvalstoffenheffing komt het vaste tarief van de afvalstoffenheffing (zoals bepaald in hoofdstuk 1 van de tarieventabel) voor kwijtschelding in aanmerking. Om de afvalscheiding ook onder de groep inwoners met een kwijtschelding te bevorderen, mag slechts een deel van het variabele tarief worden kwijtgescholden.
26
11
WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING
Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. We beschrijven hoe risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geven we met deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen 2017, die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota reserves en voorzieningen 2017 van Avri. Ontwikkeling financiële risico's Voor ieder programma is de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang, gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In tabel 15 zijn de risico’s per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarstukken 2024 (peildatum 31-12-’24) is verwerkt in de begroting. De ontwikkeling van elk financiële risico geeft een indicatie van de eventuele financiële gevolgen voor Avri, als een risico daadwerkelijk optreedt. De inschatting van het risico geldt voor het begrotingsjaar 2026. ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000)
jaarrekening 2024
Begroting 2026
Verschil
Basispakket 2 Prijsontwikkeling papier 6 Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 24 Brandstofprijzen 26 Verwerkingskosten 27 Fiscale risico's (km registratie en Wet DBA) 28 Cirtex Totaal Basispakket
242 1.647 315 225 330 218 313 250 250 3.790
242 1.647 315 225 330 218 313 250 250 3.790
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Pluspakket 13 Risico's uitvoering pluspakket activiteiten Totaal Pluspakket
0 0
0 0
0 0
Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling papier Totaal Bedrijfsafval
60 60
60 60
0 0
1.090 424 1.514
1090 424 1.514
0 0 0
5.364
5.364
0
Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's 2 Vermogensbuffer (1% leningportefeuille) Totaal Bedrijfsvoering Totaal alle programma's Tabel 15: Ontwikkeling financiële risico’s Avri
27
Toelichting risico’s Onderstaand geven wij een toelichting op de grootste risico’s. Daarnaast behandelen wij de risico’s die afwijken van de jaarrekening 2024. Basispakket, pluspakket, bedrijfsafval 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico gelijk gebleven De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten voor uitstel van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord heeft als doel om de korte termijneffecten voor de gemeenten te verminderen. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kernpunt in het bestuurlijk akkoord is het uitstellen van het moment van overdracht voor onbepaalde tijd. In 2031 besluit de provincie na overleg met de Avri-gemeenten over het overdrachtsmoment. Tot dat moment zijn alle risico’s (zowel technisch als financieel) voor rekening van Avri. Hierbij is ook afgesproken dat we jaarlijks overleg voeren over de technische en juridische aspecten van de nazorg, zowel bestuurlijk als financieel. Dat geeft de betrokken partijen de tijd voor het doorvoeren van maatregelen, die een efficiënte nazorg waarborgen. Ook is er tijd om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Het akkoord stelt de gemeenten bovendien in staat om tijdig te anticiperen op de ontwikkelingen en invloed uit te oefenen op de besluitvorming.
Bij de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Op termijn zijn verschillende uitgangspunten en parameters voor de bepaling van dit doelvermogen echter onzeker. Daardoor blijft de kans bestaan dat er te weinig doelvermogen is opgebouwd op de nog nader te bepalen overdrachtsdatum. Er kunnen echter ook positieve effecten zijn, zoals een langere vervangingstermijn van toegepaste materialen of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. Al deze zaken zijn van invloed op het benodigde vermogen. Bovendien kunnen toekomstige (wettelijke) ontwikkelingen ook van invloed zijn op de nazorgkosten. De stortplaats wordt al meerdere jaren intensief gemonitord en onderhouden. De technische risico’s (zoals ongelijke ‘zetting’ en percolaatvorming) beschouwen we daarom als beheersbaar. Avri loopt bij de opbouw van het toekomstig doelvermogen meerdere financiële risico’s. Deze risico’s/onzekerheden zijn niet te beïnvloeden, omdat de provincie autonoom bevoegd is te besluiten over de uitgangspunten. Daaronder valt ook het overdrachtsmoment, dat na overleg met de Avri-gemeenten wordt bepaald. We verwachten dat Provinciale Staten in 2031 het moment van overdracht vaststelt.
Rekening houdend met de reële doorlooptijd van het (deels juridisch) sluitingsproces en contractuele afspraken, gaan we voor de inschatting van de risico’s uit van de vroegst mogelijke overdracht per 2034. Inmiddels zijn er gesprekken gepland om de overdracht te versnellen; waarbij het scenario is om de overdracht (financieel) te doen per 1 januari 2026. Er is nog geen definitieve jaarrekening over 2024 van het nazorgfonds. Wij rekenen op een rendement voor dit jaar van 3,3%. Een belangrijke ontwikkeling was het verschijnen in 2022 van het landelijk eindrapport ‘Rekenrente nazorgfondsen stortplaatsen’. Dit rapport is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat opgesteld en bevat adviezen over het vormen van een landelijk nazorgfonds en de te hanteren systematiek voor het bepalen van de rekenrente. Het rapport is definitief en in IPO-verband is hier inmiddels over gesproken. Momenteel vinden er besprekingen plaats tussen de provincies en het Rijk, over de positie van het Rijk. Als het Rijk bereid is om bij calamiteiten als vangnet te dienen, zijn naar verwachting veel bezwaren van de provincies weggenomen. Dan staat niets de vorming van een landelijk fonds meer in de weg. Uit het rapport blijkt dat er meerdere varianten voor het bepalen van de rekenrente mogelijk zijn. Gelderland hanteert een rekenrente van 3,1%.
De laagste variant uit het rapport komt uit op 3,45%. De provincie wil in de toekomst een percentage hanteren dat elk jaar opnieuw wordt vastgesteld. Op dit moment is dat percentage 3,3%. Daarom hebben wij deze rekenrente opgenomen in de berekeningen voor het doelvermogen. Naast een lagere rekenrente hebben we in 2024 een parameter afdeklaag aangepast. Op basis van de geactualiseerde uitgangspunten wordt in 2026 € 11,367 miljoen doelvermogen opgebouwd. De contante waarde per 1 januari 2025 is hierbij € 11,004 miljoen. Inmiddels is het berekend vermogen bij de provincie opgebouwd tot € 9.866 miljoen. Dit is een tekort van € 1,138 miljoen, dat is opgenomen in de jaarrekening en dus beschikbaar voor de overdracht. Voor de bepaling van de financiële risico’s zijn met het Rinasmodel meerdere scenario’s berekend. De scenario’s gaan er vanuit dat één of meer punten afwijken van de huidige uitgangspunten van Avri en eventuele overdracht per 2026; • Rekenrente op 3,1%; dit levert een bruto-risico op van € 2,338 miljoen; • Het niet-afbouwen van bemonsteren op peilbuizen; dit levert een bruto-risico op van € 2,124 miljoen.
28
Rekening houdend met de diverse risicoscenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, bedraagt het gekwantificeerd risico in de jaarrekening (maart 2025) € 1,647 miljoen, op basis van de toe te passen kans x effect-methode. Dit is € 2,272 miljoen lager dan vorig jaar. 12 - Inzet medewerkers uitvoering; risico gelijk gebleven De arbeidsmarkt lijkt steeds krapper te worden. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. Op deze arbeidsmarkt is het ook steeds makkelijker voor personeel om over te stappen naar een andere werkgever. We bieden medewerkers de nodige opleidingen aan om hen breed inzetbaar te maken. Daarnaast kijken we ook naar de arbeidsvoorwaarden om bestaande medewerkers te behouden. 14 - Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; risico gelijk gebleven In 2024 is ingezet op communicatie en voorlichting. Ook zijn de afvalcoaches het gehele jaar ingezet. Ook de komende jaren blijven we de burgers actief benaderen. Zo is het projectteam Schone Grondstoffenaanpak van start gegaan. Zij richten zich op het tegengaan van de vervuiling van grondstoffen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico gelijk gebleven Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling toeneemt. Overigens is er ook landelijk een forse stijging vervuiling te zien.
We blijven inzetten op communicatie en voorlichting, mede door de afvalcoaches. Minder vervuiling is het doel. De effecten hiervan worden pas vanaf 2024 zichtbaar. 24 - Risico brandstofkosten; risico gelijk gebleven De grillige energiemarkt blijft een risico voor de bedrijfsvoering van Avri. Uiteraard worden hogere brandstofprijzen verwerkt in de begroting. De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen maakt echter dat we hier een risico voor hebben opgenomen. Bedrijfsvoering 1 - Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) De jaarrekening 2024 geeft een overhead van € 8,840 miljoen. De Algemene Bedrijfsreserve Avri heeft op basis van 10% van de overhead een drempelwaarde van € 884.000. Daarnaast is hier het risico opgenomen voor Arbo technische maatregelen. Het huidige en meerjarig voorziene saldo van deze reserve biedt voldoende weerstand om de risico's te dekken. 2 - Vermogensbuffer Bij het aantrekken van leningen is de rente afhankelijk van het vermogen. Een lager eigen vermogen leidt tot een hogere rente. We houden rekening met 1% van de leningportefeuille. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico’s af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande waarderingstabel:
RATIO WEERSTANDSVERMOGEN BETEKENIS Groter dan 2,0 Uitstekend Tussen 1,4 en 2,0 Ruim voldoende Tussen 1,0 en 1,4 Voldoende Tussen 0,8 en 1,0 Matig Tussen 0,6 en 0,8 Onvoldoende Kleiner dan 0,6 Ruim onvoldoende Tabel 16: Waarderingstabel weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen op de gekwantificeerde en geactualiseerde risico's. Het Algemeen Bestuur heeft de gewenste weerstandsnorm vastgesteld op ‘voldoende’. Dit betekent dat de beschikbare weerstandscapaciteit factor 1,0 van de gekwantificeerde risico’s moet zijn.
29
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A)
Rekening 2024 3.790 4.355 1,15
Betekenis
Voldoende
Begroting 2026 3.790 5.355 1,41 Ruim voldoende
ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN Basispakket
Pluspakket
Bedrijfsafval
Bedrijfsvoering
TOTAAL
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
0 15
0 15
Uitstekend
Uitstekend
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
60 338 5,63 Uitstekend
60 338 5,63 Uitstekend
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis
1.514 1.551 1,02 Voldoende
1.514 1551 1,02 Voldoende
Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen (B/A)
5.364 6.259 1,17
5.364 7.259 1,35 Ruim voldoende
Betekenis
Voldoende
Verschil 0 1.000 0,26
0 0
0 0 -
0 0 -
0 1.000 -0,19
Tabel 17: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri Weerstandsvermogen Basispakket Omdat de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor het Basispakket een directe relatie heeft met de afvalstoffenheffing, is een meerjarige risico-inschatting gemaakt. De uitkomst is zichtbaar in tabel 18. Daaruit blijkt dat het weerstandsvermogen weer naar het gewenste niveau is gegroeid. In de meerjarige ontwikkeling is nog geen rekening gehouden met de eventuele nadelige invloed van de CO2-heffing, vanwege de vele onzekerheden rond die heffing. Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen basispakket (* € 1 mln) Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit(B) Ratio weerstandsvermogen Betekenis
B/A)
€ €
2024
2025
2026
2027
2028
2029
3,8 € 4,4 €
6,4 € 7,3 €
3,8 € 5,3 €
3,4 € 6,3 €
3,2 € 7,3 €
3,2 8,3
1,2
1,1
voldoende
1,4 1,9 2,3 2,6 ruim ruim voldoende uitstekend uitstekend voldoende voldoende
Tabel 18: Meerjarige ontwikkeling weerstandsvermogen
30
Nazorgfonds stortplaats Voor het bepalen van de omvang van het nazorgfonds hebben we de effecten van de huidige uitgangspunten van de provincie (rekenrente 3,1%) afgezet tegen dezelfde uitgangspunten bij een gestegen rekenrente van 3,45%. Hierin is ook een risico meegenomen van de aangepaste uitgangspunten.
(BEDRAGEN * 1.000)
1-1-2024
Vermogen (provincie)
Provincie nieuw (rekenrente 3,30%
1-1-2025
8.534
Vermogen (AVRI)
Provincie oud (rekenrente 3,1%)
9.866
9.866
9.866
1.138
1.138
1.138
Beschikbaar vermogen
8.534
11.004
11.004
11.004
Benodigd Saldo
7.725 809
11.004 0
13.103 -2.099
18.008 -7.004
Risico’s Saldo Tabel 19: Effecten overdracht stortplaats
-3.919 -3.110
-1.647 -1.647
-585 -2.684
0 -7.004
Impact
Kans
Risico
De risico’s zijn als volgt bepaald: (BEDRAGEN * 1.000) Rekenrente (3,1%)
2.338
25%
585
Monitoring
2.124
50%
1.062
Totaal Tabel 20: Risico’s overdracht stortplaats
1.647
Kengetallen financiële positie Het BBV schrijft voor dat decentrale overheden door middel van kengetallen inzicht geven in hun financiële positie. Voor Avri zijn de kengetallen netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte van belang. KENGETALLEN Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
2024 49,2% 48,7% 3,3% 0,1%
2025 65,3% 65,0% 3,0% 2,5%
2026 57,5% 57,3% 3,0% 3,1%
2027 55,7% 55,5% 3,1% 3,4%
2028 54,6% 54,4% 3,3% 3,3%
2029 52,7% 52,6% 3,4% 3,2%
Tabel 21: Kengetallen financiële positie Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Avri heeft geen leningen verstrekt, waardoor de kengetallen gelijk zijn aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan: het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Daarmee wordt inzicht gegeven in de mate waarin Avri in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Omdat het eigen vermogen beperkt is, is ook de solvabiliteit van Avri laag. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte in de begroting aanwezig is om de huidige kosten te kunnen dragen.
31
12
FINANCIERING
Inleiding Het BBV schrijft een financieringsparagraaf voor, waarin de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille staan. Het Treasurystatuut 2023 bevat nadere regels voor de uitoefening van de financieringsfunctie. Externe ontwikkelingen De huidige rentetarieven van de BNG Bank bedragen op moment van samenstelling van deze begroting (maart 2025) rond de 3,25% voor een 10-jaars lineair af te lossen lening. De nieuw aan te trekken leningen zijn tegen dit percentage in deze begroting verwerkt. Financieringsportefeuille Avri De leningen- en financieringsportefeuille van Avri is als volgt opgebouwd:
Bedragen x € 1.000 2026 Activa 51.207 Gemiddelde leningportefeuille 36.861 Financieringsbehoefte 14.346 Tabel 22: Financieringsportefeuille en rentelasten
2027 49.645 33.391 16.254
2028 46.139 30.046 16.093
2029 43.640 26.732 16.908
In de begroting is rekening gehouden met een gemiddelde aanvullende rentelast van afgerond € 515.000, ten behoeve van de financieringsbehoefte voor investeringen. De vraag op welke manier (duur, vorm en hoogte van betreffende lening) in de uiteindelijk benodigde financiering wordt voorzien, wordt beantwoord op het moment dat daadwerkelijk tot de investeringen wordt overgegaan. Dit is mede afhankelijk van de liquiditeitspositie en -prognose op dat moment. Rentetoerekening In onderstaande tabel is het renteschema uit de ‘notitie rente 2017’ van de commissie BBV opgenomen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten van externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening.
RENTETOEREKENING Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
2026 1.225.000 1.225.000
Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-170.000 1.055.000
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente
1.055.000
Aan taakvelden toe te rekenen rente (via rente-omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury Tabel 23: Schema rentetoerekening
-1.055.000 -
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt dat de gemiddelde netto vlottende schuld van een gemeenschappelijke regeling in een bepaald kwartaal niet hoger mag zijn dan 8,2% van het begrotingstotaal (ca. € 66,9 miljoen). Dit betekent dat Avri op grond van de kasgeldlimiet ca. € 5,5 miljoen aan kort geld mag aantrekken. Rente risiconorm
32
De rente risiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Het totaal van de aflossingen bedraagt jaarlijks ca. € 3,5 miljoen. Dit bedrag blijft ruimschoots onder de risiconorm, die voor Avri ca. € 12,8 miljoen bedraagt. Schatkistbankieren Schatkistbankieren houdt in dat (lokale) overheden de financiële middelen die zij (tijdelijk) niet nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en verantwoordelijkheden afromen naar de schatkist van het Rijk. Overschotten boven de € 275.000 worden automatisch overgeboekt naar de rekening van de schatkist.
33
13
BEDRIJFSVOERING
Inleiding In de paragraaf bedrijfsvoering beschrijven wij de processen die het mogelijk maken onze taken efficiënt, betrouwbaar en wendbaar uit te voeren. Dit doen wij met onze medewerkers en de ons ter beschikking staande middelen. De wereld om ons heen verandert in rap tempo en het is zaak dat onze bedrijfsvoering daarin mee ontwikkelt. Voor 2026 zien we daarin de volgende aandachtsgebieden. Organisatieontwikkeling In het Strategisch Koersplan staat hoe wij de komende jaren invulling geven aan onze uitdagende ambities en opgaven. Dat doen we in het belang van onze partnergemeenten. Onder de noemer ‘Hart voor Rivierenland’ zet Avri zich in voor een schone, duurzame en veilige leefomgeving, waarin generaties van nu en de toekomst prettig kunnen leven en meedoen. Dit vraagt om een langetermijnperspectief tot 2030, in lijn met de landelijke klimaatdoelen. Het Algemeen Bestuur van Avri heeft op 15 februari 2024 ingestemd met het Strategisch Koersplan. De overgang naar een circulaire economie is een opgave voor gemeenten en daarmee ook voor Avri. In aansluiting op EU-doelen en Rijksdoelen wil Rivierenland in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent dat we de ketens van grondstoffen moeten sluiten, door grondstoffen als plastic, gft, papier en textiel in te zamelen en opnieuw te gebruiken.
Avri speelt hierin een belangrijke rol door als regisseur op te treden tussen inwoners, bedrijven en gemeenten. Zo kunnen we grondstoffen nog beter inzamelen, sorteren en terug in de markt brengen. Avri ontwikkelt zich van afvalinzamelaar tot leverancier van hoogwaardige grondstoffen. Het Strategisch Koersplan bevat naast onze ambitie, die beschrijft wat we tot stand willen brengen, vijf strategieën. Deze geven aan hoe we de ambitie gaan realiseren, inclusief de doelen en acties om dit te kunnen bereiken. Het onderliggend manifest beschrijft onze idealen en intenties. Onze kernwaarden vormen daarbij de basis van waaruit we handelen. De vijf strategieën: 1. De transitie van afval naar grondstof aanjagen 2. Circulair ondernemerschap stimuleren en maatschappelijke waarde creëren 3. Meewerken aan biodiversiteit en klimaatadaptatie 4. Samen een schone en veilige leefomgeving realiseren 5. De bedrijfsvoering versterken. De volledige tekst van het Strategisch Koersplan, inclusief een opsomming van de acties die bij de strategieën horen, is te vinden op de Avri.nl. Personeel Ons personeel is van het grootste belang om onze taken goed uit te voeren en onze doelstellingen te halen. Het vinden van goed personeel is in het huidige tijdsgewricht niet eenvoudig. Datzelfde geldt voor het vasthouden van goed personeel. We zetten diverse instrumenten in om een aantrekkelijke werkgever te zijn.
Hierbij moeten we blijven investeren in de vakkennis en de ontwikkeling van medewerkers. Alleen dan kunnen wij blijven bijdragen aan een schoon en veilig Rivierenland. Personeelskosten Voor de personeelskosten houden we rekening met de cao-stijging, aangevuld met de indexatie van 2,7%, die opgenomen is in de kadernota. Inclusiviteit en Social Return On Investment (SROI) Voor Avri is het doel van inclusiviteit en SROI tweeledig: ten eerste doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op, zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Ten tweede vervult Avri zijn rol als maatschappelijk verantwoord ondernemer, door inclusiviteit te bevorderen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Werkzaak Rivierenland. Wel zien we, als gevolg van de veranderende regelgeving, een terugloop in met name het aantal SW’ers. Inmiddels werken zo’n 43 medewerkers met een achterstand tot de arbeidsmarkt bij ons. Integriteit De medewerkers van Avri vallen onder de Ambtenarenwet. Dat betekent dat we als werkgever aandacht besteden aan het bevorderen van integriteitsbewustzijn en aan het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie. Dit onderwerp verdient continu aandacht en zal de komende jaren nog verder geborgd worden. Niet alleen bij indiensttreding van nieuwe medewerkers, maar ook bij medewerkers die al langer in dienst zijn.
34
Doorontwikkeling financiële functie Binnen de financiële functie is in 2025 gewerkt aan de transitie van administrateur naar financieel adviseur. Het uiteindelijke doel is om door te groeien naar businesspartner van de organisatie. Hiermee komen we meer aan de voorkant van het financieel proces. Deze transitie zal ook in 2026 verder worden ontwikkeld. Datagestuurd werken We beschikken over een enorme hoeveelheid data. We gaan ons nog meer richten op het ontsluiten hiervan, om de gegevens te vertalen naar informatie. Zo kunnen beslissingen beter onderbouwd worden, kan beter sturing gegeven worden aan de operatie en wordt de efficiency van de operatie verder verhoogd. Privacy (WPG/AVG) Bewustwording rondom informatiebeveiliging en AVG binnen Avri wordt verder vergroot. Nieuwe medewerkers volgen de e-learning en we investeren continu in de bewustwording en borging van beveiligingsmaatregelen. Er blijft continu aandacht voor het naleven van de AVG en het verbeteren van processen rondom gegevensbescherming
Communicatie Om de doelen van Avri te bereiken, is een nog intensievere samenwerking tussen de verschillende disciplines een voorwaarde. Het team wordt nu meer aan de voorkant betrokken bij nieuwe ontwikkelingen, beleidsvoornemens en uitvoeringszaken. Het doel blijft: draagvlak bij inwoners creëren voor onze opgave, om onze doelstellingen voor Rivierenland succesvol te realiseren. Het Strategisch Koersplan is onze leidraad voor zowel de in- als externe communicatiestrategie. Nog meer zoeken wij de samenwerking met de inwoners in de versterking van de circulaire economie en richting duurzaamheid. Samen staan we voor de opdracht tot een klimaatneutrale leefomgeving. Onze ‘schone grondstoffen’-campagne vervult daarbij een centrale rol. Leidend zijn de principes: afval verminderen, goed scheiden en circulariteit vanuit de R-ladder. Rechtmatigheidsverklaring In 2024 is voor het eerst, over het boekjaar 2023, door het Dagelijks Bestuur zelf een rechtmatigheidsverklaring afgegeven. In de afgelopen jaren hebben we de basis gelegd om de rechtmatigheidsverklaring af te kunnen geven en komende jaren gaan we dit verder uitbouwen.
35
14
OPENBAARHEIDSPARAGRAAF WET OPEN OVERHEID (WOO)
De Woo bepaalt in artikel 3.5 dat bestuursorganen jaarlijks in de begroting aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. In de verantwoording moeten zij verslag doen van de uitvoering van de wet, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Bestuursorganen gaan in de openbaarheidsparagraaf in op de beleidsvoornemens (en behaalde resultaten), waar het gaat om de actieve en passieve openbaarmaking en de verbetering van de informatiehuishouding. Openbaarheidsparagraaf Het doel van de Woo is een open overheid, die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening. De Woo legt bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen betreft het geven van een impuls aan openbaarheid door in de begroting en het verantwoordingsverslag in de jaarstukken aan te geven hoe rekening wordt gehouden met de bepalingen uit de Woo. Dit onderdeel is de invulling van deze verplichting in de begroting. Woo-contactfunctionaris Avri heeft een Woo-contactfunctionaris. Die zorgt voor laagdrempelige en betere dienstverlening. De Woofunctionaris heeft een actieve voorlichtingsfunctie. Inwoners en andere belangstellenden hoeven niet direct en Woo-verzoek in te dienen, maar kunnen eerst bij de Woo-functionaris op een laagdrempelige manier informatie vragen.
Passieve openbaarmaking Ten behoeve van het recht van de burger om een Woo-verzoek (naast schriftelijk) ook elektronisch in te kunnen dienen is op de website van Avri een mogelijkheid gecreëerd om eenvoudig een Woo verzoek in te dienen. Actieve openbaarmaking Belangrijk is dat medewerkers zich bewust zijn van de impact van de Woo op hun werk en nog meer het belang inzien van een transparante overheid. Aan de diverse verplichtingen tot publicatie wordt voldaan. Per 1 november 2024 geldt een verplichting tot het openbaar maken van informatie in vijf categorieën. Voor Avri is daar een aantal relevant. Besluiten van algemene strekking, zoals verordeningen en besluiten, worden al gepubliceerd. Tot slot wordt een klantenportaal ingericht.
36
15
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN
Meerjarenonderhoudsplan gebouwen (MJOP) Het MJOP vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen geactualiseerd. Dit heeft een looptijd tot en met 2039. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. In 2025 wordt de revitalisering van ons kantoor en de bijbehorende ruimten afgerond. Zo zorgen we dat de kantoren weer passen bij de huidige bezetting en behoefte van onze medewerkers. Het gebruik van de verschillende terreinen wordt herzien en aan de moderne veiligheidseisen aangepast.
De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud uit het MJOP worden voldaan uit de daarvoor gevormde voorziening groot onderhoud gebouwen. Het saldo van de voorziening bedroeg per 1 januari 2025 € 769.000. In de begroting 2026 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207.000 op basis van het in 2020 vastgestelde MJOP. In 2025 zal het MJOP worden geactualiseerd. Voorziening onderhoud gebouwen (x € 1.000) 2024 2025 Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01) 1.009 769 Dotatie vanuit exploitatie 207 207 Onderhoudskosten -447 -113 Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12) 769 863 Tabel 24: Verloopoverzicht voorziening groot onderhoud gebouwen
2026 863 207 -212 858
2027 858 207 -441 624
2028 624 207 -8 823
2029 823 207 -56 974
Bedrijfsmiddelen Avri kijkt bij het vervangen van voertuigen en machines en bij het gebruik van materialen of er duurzame alternatieven zijn, zoals elektrisch gereedschap/voertuigen en bio-zout. Bij elk nieuw aan te kopen voertuig of machine wordt een afweging gemaakt tussen duurzaamheid en economische aspecten. Op dit moment maakt Avri al gebruik van elektrische onkruidmachines en een elektrische straatstofzuiger. Nieuwe voertuigen rijden op de milieuvriendelijke brandstof Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Daarbij gebruiken de wijkploegen steeds vaker elektrisch handgereedschap. Daarnaast worden strooiers voor de gladheidsbestrijding volledig gereviseerd. Dit wil zeggen dat de gebruikte materialen worden hergebruikt en dat de strooiers na revisie weer als nieuw zijn. Bij het bestrijden van de gladheid wordt voor een deel bio-zout gebruikt. Door gebruik van dit restproduct uit de voedingsindustrie wordt het milieu minder belast. Voor onze lichte bedrijfsauto’s (personen- en bestelvoertuigen) is in 2024 een overeenkomst gesloten met een leasemaatschappij. In Rivierenland staan ruim 1.500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel, verpakkings- en incontinentiematerialen. In 2024 is, ondanks daling van het totaal aantal inzamelmiddelen, een toename van het aantal inzamellocaties geweest.
Dit zien we terug in het aantal restafvalcontainers als gevolg van nieuwbouwwijken. Verder is een daling te zien van het totaal aantal containers. Dit is het gevolg van de doorgezette trend om bovengrondse containers te vervangen voor de grotere volumineuze ondergrondse containers. Dit is met name het geval bij glas, papier en textiel.
37
16 1.1.
VERBONDEN PARTIJEN Inleiding
Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. 1.2.
Verbonden partijen Avri Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri
Taak / doelstelling
Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren. De opbrengsten kunnen ten goede komen van de afvalstoffenheffing. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2022 € 3.535.000 € 7.698.104 € 913.000
31 december 2023 € 3.077.000 € 6.497.000 € 292.000
Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V. Toelichting De huurovereenkomst met de Grondbankcombinatie (GBC) is in 2024 verlengd tot eind 2028. Mede hierom wordt in 2025 groot asfaltonderhoud uitgevoerd van de verhuurde vloeistofdichte asfaltvloer. De overeenkomst met Reterra (groenafval compostering) is ook verlengd tot eind 2028. Beide contracten kunnen voor die tijd over en weer worden opgezegd. Voorafgaand aan het ondertekenen van deze huurovereenkomsten is in beide gevallen een Didam arrest – procedure gevolgd. Geen andere potentiële huurders hebben zich gemeld Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten 2 ha braakliggende terrein, maar bij het opstellen van deze jaarrekening zijn er geen concrete ontwikkelingen te melden. Enkele initiatieven die met derden worden verkend zijn gft-vergisting/compostering, plasticfabriek (deelstroom pdb), een kleinschalige waterstoffabriek en het plaatsen van batterijen voor stroomopslag. In geheel 2025 wordt wel het verplichte flora en fauna onderzoek uitgevoerd. In 2024 is er geen dividend uitgekeerd.
Naast het incidenteel dividend betaalt Realisatie BV samen met Solar BV elk jaar ongeveer 4 ton aan Avri GR betreffende onder andere vergoeding personeelskosten en gebruik van grondoppervlak.
38
Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij
Deelneming Geldermalsen Zie taak/doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en mogelijk de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen. Programma Basispakket Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst.
Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat
31 december 2022 € 1.946.000 € 8.035.000 € 871.000
31 december 2023 € 1.910.000 € 6.462.000 € 239.000
Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 in gebruik. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert ook als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. In 2023 waren de prijzen (opbrengst) weer op gelijk niveau als in 2021, de periode voor de energiecrisis. Maar in 2024 daalden de prijzen sterk, mede door veel meer tijdsblokken met een negatieve prijs. De SDE+ is een tijdelijke (15 jaar) subsidie en nodig om groene energieprojecten kostendekkend te exploiteren. Sinds de start is alle jaren de SDE+ subsidie voor een deel of geheel uitgekeerd, met uitzondering van het bijzondere jaar 2022. We verwachten dat voor 2024 weer 100% subsidie wordt toegekend. Begin 2023 is op verzoek van Liander met hen een congestiemanagement contract afgesloten.
Bij congestiemanagement worden grootzakelijke klanten gevraagd om bij dreigende overbelasting de transportvraag tijdelijk aan te passen, tegen een financiële vergoeding. Hierdoor blijft het elektriciteitsnet betrouwbaar en veilig. In 2024 is 100 x door Liander gevraagd om ons park geheel of gedeeltelijk uit te zetten. Hierdoor is 20 % van onze jaarproductie niet aan de markt geleverd. Liander heeft ons hiervoor 100% gecompenseerd Eind 2024 is onze PPA (Power Purchase Agreement = stroomafnameovereenkomst) met Essent met een jaar verlengd. Ook in 2024 (en nog steeds) is intensief overlegd met Betuwewind over de kansen en bedreigingen om van onze aparte aansluitingen en kabels één gezamenlijke netaansluiting te maken. Mede door Liander en Tennet vraagt dit meer tijd.
39
Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Openbaar belang Tevens verzorgt BSR de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak / doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Geen. begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Deelnemende partijen Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en per 1-1-2025 Gorinchem. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage aan BSR bedraagt volgens de 1e begrotingswijziging 2024 van begrotingsjaar BSR € 690.000.
31 december 2022 31 december 2023 Eigen vermogen € 397.000 € 325.000 Vermogen en resultaat Voorzieningen € 629.000 € 474.000 verbonden partij Overige passiva € 8.495.000 € 9.431.000 Exploitatieresultaat € 12.000 € -72.000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van stijgende personeelskosten door cao-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen. Ook wordt er geïnvesteerd in standaardisatie.
40
Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex) Soort verbintenis Deelneming Gevestigd Tiel Openbaar belang Zie taak / doelstelling Bestuurlijk belang Deelnemer Avri is, samen met stichting 2Switch en Werkzaak Rivierenland deelnemer in de Omvang belang Avri Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex). Het voor en met haar leden opzetten en exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum, waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd, bewerkt en Taak / doelstelling verkocht in hoofdzakelijk de regio Rivierenland. Daarnaast levert Cirtex een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Basispakket Deelnemende partijen 2Switch, Werkzaak Financiën Financiële consequenties Avri heeft in 2023 een lening verstrekt van € 350.000 voor de financiering van de begrotingsjaar inrichting van het sorteercentrum. Hiervan is in 2024 €35.000 terugbetaald. 31 december 2022 31 december 2023 Eigen vermogen €0 € -36.600 Vermogen en resultaat verbonden partij Vreemd vermogen €0 € 583.000 Exploitatieresultaat €0 € -37.390 Risico's Het financiële risico betreft de verstrekte lening (€ 350.000) waarvan € 35.000 is terugbetaald.
Werkzaak borgt tot de dekking/garantstelling tot maximaal € 240.000 van het eventuele exploitatietekort, gedurende de 4-jarige pilotperiode (2023-2026). Toelichting De in januari 2022 gestarte pilot met als streven het sluiten van de regionale textielketen wordt voortgezet in de vorm van een coöperatie. Het circulair textielcentrum Cirtex draagt op verschillende manieren bij aan duurzaamheid en aan een regio waar iedereen telt en mee kan doen. Cirtex geeft oud textiel een tweede leven, zorgt voor het hergebruik van kostbare grondstoffen binnen de regio en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt krijgen een kans om mee te doen in de maatschappij met een leuke en nuttige baan. Op 9 december 2022 is de akte van oprichting formeel ondertekend. Daarmee is Cirtex per 1 januari 2023 officieel opgericht. In oktober 2023 zijn we gestart in een groot pand en zijn we gaan opschalen. In 2024 zijn er 72 werk- en ontwikkelplekken gerealiseerd en 16 medewerkers uitgestroomd naar een reguliere baan. De crisis in de textiel wereldmarkt liet ook zijn sporen na bij Cirtex omdat de vergoeding voor textiel meer dan halveerde. Het exploitatie tekort wat daarmee ontstond is afgedekt door de garantstelling van Werkzaak.
41
FINANCIËLE BEGROTING
42
17
TOTAALOVERZICHT BATEN EN LASTEN
In dit hoofdstuk zijn de totale baten en lasten van Avri uiteengezet. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiën van de exploitatie van de diverse programma's. De totale baten en lasten per programma zijn in onderstaande tabel weergegeven. Hierin zijn ook de reservemutaties gepresenteerd. Dit betreffen de mutaties van de reserves van Avri: algemene bedrijfsreserve, reserve Bedrijfsafval of reserve Beheer Openbare Ruimte. TOTAAL BATEN EN LASTEN (x €1.000) 2025 Lasten Programma Afval 41.396 k osten 35.564 overhead 5.832 Programma Beheer Openbare Ruimte 19.821 k osten 17.117 overhead 2.704 Programma bedrijfsafval 2.757 k osten 2.398 overhead 359 Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen k osten overhead Totaal lasten programma's 63.974
2026
2027
2028
2029
43.641 37.250 6.391 21.417 18.455 2.962 2.849 2.459 390 67.907
45.215 38.824 6.391 21.417 18.455 2.962 2.849 2.459 390 69.481
45.148 38.757 6.391 21.417 18.455 2.962 2.849 2.459 390 69.414
44.965 38.574 6.391 21.417 18.455 2.962 2.849 2.459 390 69.231
Baten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten programma's
42.254 19.821 2.820 64.895
44.841 21.417 2.908 69.166
46.415 21.417 2.908 70.740
46.348 21.417 2.908 70.673
46.165 21.417 2.908 70.490
Saldo van baten en lasten Programma Afval Programma Beheer Openbare Ruimte Programma bedrijfsafval Programma Overhead en Algemene dekkingsmiddelen Totaal saldo van baten en lasten
858 63 921
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
Mutatie reserves Voorziening Afval Reserve Bedrijfsafval Reserve Beheer Openbare Ruimte Algemene Bedrijfsreserve totaal mutatie reserves
908 13 921
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
1.200 59 1.259
-
-
-
-
-
Saldo baten en lasten na reserve mutaties Tabel 25: Totaal baten en lasten per programma 2025-2029
43
18
UITEENZETTING FINANCIËLE POSITIE
Inleiding De financiële positie bevat een raming voor het begrotingsjaar 2026 en de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. Voor die drie volgende jaren is het uitgangspunt van dat de opbrengsten en kosten gelijk blijven en er is geen indexering toegepast. In dit hoofdstuk komen de volgende onderwerpen aan bod: De jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; Post onvoorziene uitgaven; De investeringen; De financiering; De stand en het gespecificeerde verloop van de reserves; De stand en het gespecificeerde verloop van de voorzieningen. De uitgangspunten voor indexering zijn verwerkt conform de kadernota 2026. Exploitatie evenwicht baten en lasten De exploitatie van de diverse programma's van Avri is meerjarig structureel in evenwicht. Dit houdt in dat de structurele lasten zijn gedekt met structurele baten. In het programma Basispakket wordt het lastenniveau gedekt door de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen en baten afvalstoffenheffing. Hierbij geldt dat de vergoeding voor ingezamelde grondstoffen jaarlijks fluctueert en dat de afvalstoffenheffing voor dekking van de lasten zorgt (als sluitpost). De inwoners van de Avri-gemeenten zijn wettelijk verplicht tot betaling van de afvalstoffenheffing. Een eventueel saldo tussen baten en lasten wordt verrekend met de voorziening Basispakket.
In het programma Pluspakket zijn de diensten opgenomen die Avri tegen kostprijs aanbiedt aan de regiogemeenten. Het programma Bedrijfsafval betreft een commerciële activiteit. In voorliggende begroting zijn ook voor deze activiteit de lasten meerjarig afgedekt. Het exploitatieresultaat wordt afgestort naar de reserve Bedrijfsafval. Jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume Lokale overheden moeten in de begroting ingaan op de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Arbeidsrechtelijke verplichtingen zijn de aanspraken op toekomstige uitkeringen door huidig en voormalig personeel. Ook de betalingen voor ww-uitkeringen vallen binnen de categorie van de jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen, aangezien Avri hiervoor eigen risicodrager is. Post onvoorziene uitgaven De artikelen 8 en 17 van het BBV schrijven voor dat de begroting inzicht verschaft in het opgenomen budget voor onvoorziene uitgaven. De post onvoorzien kan aangewend worden ter dekking van onverwachte uitgaven in het begrotingsjaar die geen uitstel dulden. Avri heeft op begrotingsbasis een post onvoorziene uitgaven opgenomen van € 100.000.
Incidentele baten en lasten In lijn met de BBV-notitie 'incidentele en structurele baten en lasten' worden in de begroting de grootste incidentele baten en lasten per programma uitgewerkt. Incidentele baten en lasten bedragen x € 1.000 Programma basispakket Programma pluspakket Programma bedrijfsafval Programma algemene baten en lasten Totaal
2024 Baten Lasten 607 160 3 132 607
295
2025 Baten Lasten 1.050
2026 Baten Lasten 1.200
2027 Baten Lasten 1.200
2028 Baten Lasten 1.200
2029 Baten Lasten 1.200
63
59
59
59
59
1.113
1.259
1.259
1.259
1.259
Tabel 26: Incidentele baten en lasten Programma Basispakket: Dit betreft de aanvulling van de weerstandscapaciteit voor de risico’s van GR Avri, middels een opslag op de tarieven en de onttrekking voor de dekking van de extra kosten door het stoppen van papier inzamelen via verenigingen.
44
Programma Bedrijfsafval: Het resultaat van het programma Bedrijfsafval is toegevoegd aan de reserve Bedrijfsafval. Investeringen Om de activiteiten te kunnen uitvoeren en diensten te verlenen zijn investeringen in duurzame kapitaalgoederen nodig. Voor de investeringen voor 2026 wordt investeringskrediet aangevraagd. Die investeringen worden nader toegelicht. De investeringen vanaf 2027 zijn ter informatie opgenomen. Investeringskredieten Avri ( x € 1)
Tractie/materieel basispakket Tractie/materieel Ibor Bedrijfs- & Minicontainers Brengvoorzieningen basispakket Informatievoorziening
2026
2027
2028
2029
525.000 413.000 540.000 450.000 100.000
320.000 366.000 545.000 450.000
890.000 370.000 550.000 450.000
1.700.000 650.000 555.000 450.000
2.028.000
1.681.000
2.260.000
3.355.000
Tabel 27: Investeringen 2026-2029 Toelichting op de aangevraagde investeringskredieten 2026: Tractie/materieel Basispakket Er wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van een kraanwagen, bedrijfswagens en materieel voor handhaving. Tractie/materieel Programma IBOR Er wordt krediet aangevraagd voor de jaarlijkse vervanging van tractie/ materieel voor het beheer van de openbare ruimte. Bedrijfs- & Minicontainers Jaarlijks wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van minicontainers, om de dienstverlening aan inwoners voor de inzameling aan huis (programma Basispakket) te kunnen continueren. Verder wordt er jaarlijks krediet aangevraagd voor de vervanging van bedrijfscontainers, om de dienstverlening aan bedrijven (programma Bedrijfsafval) te kunnen continueren. Brengvoorzieningen Basispakket Jaarlijks wordt krediet aangevraagd voor de vervanging van bovengrondse en ondergrondse brengvoorzieningen, om de dienstverlening aan inwoners (programma Basispakket) te kunnen continueren. Informatievoorziening Er wordt jaarlijks krediet aangevraagd om de bedrijfsvoering verder te kunnen ontwikkelen. Het krediet wordt gebruikt om de informatievoorziening verder te professionaliseren. Processen worden verbeterd door het (optimaliseren van het) gebruik van systemen.
Dekking van kapitaallasten De kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor afval, komen ten laste van het programma Basispakket (afvalstoffenheffing), dan wel het programma Bedrijfsafval. Kapitaallasten die voortkomen uit de investeringen voor IBOR, komen ten laste van de betreffende IBOR-gemeente(n) in het programma Integraal Beheer Openbare Ruimte. Kapitaallasten van investeringen die niet afval- of IBOR-specifiek zijn, worden als overhead verantwoord in het programma Algemene baten en lasten en volgens de van toepassing zijnde verdeelsleutel aan de diverse programma’s doorbelast.
45
Geprognosticeerde balans, EMU-saldo en financiering In onderstaande tabel is de geprognosticeerde balans van Avri weergegeven. Volgens de voorschriften voor de verslaglegging worden de cijfers meerjarig gepresenteerd. GEPROGNOSTISEERDE BALANS (* €1,000) Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vaste activa
2024 2025 2026 2027 2028 2029 39.560 42.640 51.207 49.645 46.139 43.640 390 425 425 425 425 425 39.950 43.065 51.632 50.070 46.564 44.065
Voorraden Vorderingen < 1 jaar Liquide middelen Totaal vlottende activa
72 78 78 78 78 78 16.968 11.000 11.000 11.000 11.000 11.000 1.153 1.000 5.147 6.119 7.577 8.987 18.193 12.078 16.225 17.197 18.655 20.065
Totaal activa
58.143 55.143 67.857 67.267 65.219 64.130
Reserves resultaat boekjaar Voorzieningen Langlopende leningen (huidige portefeuille) Langlopende leningen (financieringsbehoefte) Totaal vaste passiva
1.904 1.967 2.025 2.084 5.939 6.583 7.725 8.638 42.207 39.534 36.861 33.391 - 10.150 14.346 16.254 50.050 58.234 60.957 60.367
2.143 10.037 30.046 16.093 58.319
2.202 11.388 26.732 16.908 57.230
Netto vlottende schuld < 1 jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
6.177 1.916 8.093
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
Totaal passiva
58.143 65.134 67.857 67.267 65.219 64.130
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
6.500 400 6.900
Tabel 28: Geprognosticeerde balans Avri EMU-saldo Het EMU-saldo is een variant van de begroting op kasbasis. Bij een negatief EMU-saldo draagt Avri bij aan het overheidstekort. 2024 x € 1000,Jaarrekening 2024
2025 x € 1000,Volgens begroting 2025
1.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-442
63
2026 x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2026 58
2.
Mutatie (im)materiële vaste activa
1.678
3.080
8.567
-1.562
-3.506
-2.499
3.
Mutatie voorzieningen
3.593
644
1.142
913
1.399
1.351
4.
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
5.
Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa 1.473
-2.373
-7.367
2.534
4.964
3.909
Omschrijving
Berekend EMU-saldo
2027 x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2027 59
2028 x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2028 59
2029 x € 1000,Volgens meerjarenraming in begroting 2029 59
Tabel 29: EMU-saldo Avri
Financiering Een overzicht van de vaste geldleningen van Avri is opgenomen in paragraaf 12: Financiering. In de geprognosticeerde balans is de (aanvullende) financieringsbehoefte van Avri inzichtelijk gemaakt. Deze financieringsbehoefte vloeit enerzijds voort uit de ontwikkeling van de activa (nieuwe investeringen en afschrijvingen) en anderzijds uit het feit dat de hoogte van de voorzieningen afneemt (deze worden ingezet ter dekking van voorziene lasten). De rentelasten volgend uit de aanvullende financieringsbehoefte zijn verwerkt in de meerjarenramingen.
46
Reserves en voorzieningen In februari 2017 heeft het Algemeen Bestuur de Nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin zijn de beleidsuitgangspunten en handelswijze rondom de diverse reserves en voorzieningen uiteengezet. De meerjarenontwikkeling van de saldi van de reserves en voorzieningen is uiteengezet in onderstaande tabel. In bijlage 4 zijn de uitgangspunten van de reserves en voorzieningen opgenomen. RESERVES (* €1.000) Algemene Bedrijfsreserve (01-01)
2024 1.784
2025 1.551
2026 1.551
2027 1.551
2028 1.551
2029 1.551
Resultaat/dotatie programma Algemene Baten en Lasten Inzet programma Algemene Baten en Lasten Algemene Bedrijfsreserve (31-12)
218 -451 1.551
1.551
1.551
1.551
1.551
1.551
Reserve Bedrijfsafval (saldo 01-01) Resultaat programma Bedrijfsafval Inzet programma Basispakket Reserve Bedrijfsafval (31-12)
545 132 -339 338
338 63
401 59
460 59
519 59
578 59
401
460
519
578
637
16
14
14
14
14
14
-2 14
14
14
14
14
14
1.903
1.966
2.025
2.084
2.143
2.202
2024 5.155
2025 4.525
2026 5.575
2027 6.775
2028 7.975
2029 9.175
1.179
50 1.000
1.200
1.200
1.200
1.200
4.525
5.575
6.775
7.975
9.175 10.375
251
198
145
92
-53
-53
-53
-53
198
145
92
1.009 207 -447 769
769 207 -113 863
Voorziening spaarverlof (01-01) Toevoeging op basis van gekochte uren Onttrekkingen Voorziening spaarverlof (31-12)
121 265
Voorziening incontinentie (01-01) Overheveling vanuit het pluspakket Ontrokken Voorziening incontinentie (31-12)
Reserve Pluspakket (01-01) Resultaat programma Pluspakket Inzet programma Pluspakket Reserve Pluspakket (31-12) Totaal reserves
Tabel 30: Overzicht reserves
VOORZIENINGEN (* €1.000) Voorziening Basispakket (01-01) voorziening ORT Inzet in Basispakket Dotatie vanuit programma Bedrijfsafval Dotatie vanuit programma Basispakket Resultaat programma Basispakket Voorziening Basispakket (31-12) Voorziening Stortplaats (01-01) Dotatie vanuit programma Basispakket Kosten nazorgplan, eindafwerking en overige kosten Inzet programma Basispakket Voorziening Stortplaats (31-12) Voorziening Onderhoud gebouwen (01-01) Dotatie vanuit exploitatie Onderhoudskosten Voorziening Onderhoud gebouwen (31-12)
Totaal voorzieningen
-1.809
39
39
39
39
39
863 207 -212 858
858 207 -441 624
624 207 -8 823
823 207 -56 974
386
386
386
386
386
386
386
386
386
386
386
59 3
62
62
62
62
62
62
62
62
62
62
62
5.939
6.583
7.725
8.638 10.037 11.388
Tabel 31: Overzicht voorzieningen
47
19
VASTSTELLINGSBESLUIT
Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Avri, bijeen in haar vergadering van 11 september 2025: BESLUIT: De begroting 2026 GR Avri inclusief meerjarenbegroting 2027-2029 van Avri vast te stellen conform voorliggend ontwerp;
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 11 september 2025.
De secretaris,
De voorzitter,
W. Brouwer
J. P. Neven
48
BIJLAGE 1: OMBUIGINGSVOORSTELLEN
€
Effect op BP 49.500 € 0,50
Fasering investeringen (= incidentele lagere kapitaallasten) Extra onttrekking uit reserve bedrijfsafval Nadeel textiel uit voorziening dekken (incidenteel 2025 en 2026) Pdb vervuiling naar risicoparagraaf
€ € € €
100.000 50.000 250.000 250.000
Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer Milieustraten: afsluiten met slagboom (alleen bezoekers Avri gemeenten) Milieustraten: Tarief voor brengen afval. Optie: 3x gratis Frictiekosten RegioRivierenland Opruimen oud en nieuw afval (nu kosteloos voor gemeenten) Bijplaatsingen (per gemeente afrekenen) Voordeel compensabele btw verlagen (€100.000 = €1 ash) Kwijtschelding
pm pm pm € 132.000 € 1,30 pm pm pm € 1.300.000 € 13,00
1 2 3 4 5
Personeel en organisatie (overhead, aandeel BP 66%)
6 7 8 9 10 11 12 13
€ 75.000
€ € € €
1,00 0,50 2,50 2,50
In de zienswijzen van de gemeenteraden op de kadernota kwam de wens naar voren om te bezien waar we financiële ombuigingen kunnen realiseren om de afvalstoffenheffing zo min mogelijk te laten stijgen. Door een aantal voorgestelde ombuigingen kunnen we de heffing temperen met € 7. Deze maatregelen betreffen met name het niet invullen van formatie en het schrappen van budgetten voor diversiteit en aantrekkelijk werkgeverschap. Het faseren van investeringen en een extra onttrekking aan de reserve bedrijfsafval levert een incidenteel voordeel op. Op de grondstoffen kan een ombuiging worden gerealiseerd door het nadeel uit textiel incidenteel te dekken uit de voorziening basispakket. In de begroting wordt rekening gehouden met een landelijk percentage vervuiling. Verpact heeft tot heden geen gebruik gemaakt om deze korting door te voeren. In plaats van deze vervuiling op te nemen als kosten wordt dit opgenomen in de risicoparagraaf. Daarnaast zijn er aan aantal voorstellen die, indien daartoe wordt besloten, nader uitgewerkt dienen te worden. Deze worden hieronder per onderwerp toegelicht: 6.
Voordelen als gevolg van optimalisatie containerbeheer De komende jaren worden alle minicontainers voorzien van chips en optimaliseren we het beheer van de minicontainers. Dit is nodig om datagestuurd werken mogelijk te maken door (goede) data te gaan generen vanuit de chipregistratie. Daarna kunnen we datagericht werken. Het project datagestuurd werken draagt bij aan verdere optimalisering van routes en krijgen we meer grip en zicht op ons grondstoffenbeleid. In de komende jaren worden de voordelen hiervan zichtbaar. De kosten hiervoor gaan echter voor de baten. Het voordeel hiervan is momenteel lastig te kwantificeren.