TECHNISCHE VRAGEN VERVOLG beeindigingsregeling geitenhouderij kooiweg Brakel
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN
Datum: 29-09-2021 Onderwerp: VERVOLG technische vragen over de Actualisatie subsidiebeleid
1) In het taxatierapport is de restwaarde van het bedrijf bepaald met de activiteit ‘stroen hooiopslag voor fouragehandel’. Welke activiteiten (opsomming) zijn allemaal mogelijk na de beëindigingsregeling? Op basis waarvan is dit specifieke scenario gekozen voor de bepaling van de restwaarde? In de beëindigingsovereenkomst is opgenomen dat ombestemmen naar agrarisch verwante activiteiten en/of aan het buitengebied gebonden niet-agrarische activiteiten mogelijk is, mits dit conform bestemmingsplan Buitengebied (artikel 4.7.5 bestemmingsplan Buitengebied) mogelijk is. Specifiek ‘stro- en hooiopslag voor fouragehandel’ is op verzoek van de betreffende ondernemer opgenomen. Binnen de bepalingen van het bestemmingsplan Buitengebied valt dit onder agrarisch verwante activiteiten. 2) Welke waardebepaling wordt in de restwaarde (activiteit ‘stro- en hooiopslag voor fouragehandel’) toegekend aan de stikstof en ammoniak die daarbij vrijvalt t.o.v. het houden van dieren? Op dit moment biedt de provincie Gelderland geen mogelijkheid tot extern salderen met betrekking tot stikstof. Daardoor is het niet mogelijk om de stikstofrechten op dit moment over te nemen. Daarom hebben we dit niet in de waardebepaling niet opgenomen. 3) Is de verwachting dat voor activiteiten (bijv.
nieuwe woningen en andere functies) in en rondom Brakel de komende jaren een bepaalde stikstofreductie/-compensatie nodig is? Zo ja, welke mogelijkheden zijn er onderzocht om dit te koppelen aan de voorliggende beëindigingsregeling? Zoals bij 2 aangegeven is het op dit moment niet mogelijk om de stikstofrechten over te nemen. 4) Bij de eerder gestelde vragen (nr. 5 en 6) wordt in de beantwoording bij beide vragen verwezen naar het taxatierapport van De Lorijn. In de beëindigingsoveréénkomst staat: ‘Partijen hebben overeenstemming bereikt over de hoogte van de totale schadeloosstelling maar niet over de volledige onderverdeling c.q. uitsplitsing daarvan.’
Vraag 5 richt zich op deze onderverdeling / uitsplitsing. Graag inzage in deze onderverdeling / uitsplitsing waaruit de opbouw van het bedrag in de
beëindigingsregeling is opgenomen. Het taxatierapport geeft dat inzicht niet. De taxatieberekening is in detail uitgewerkt, deze is niet verder onderverdeeld / uitgesplitst. De bepaling met betrekking tot onderverdeling/uitsplitsing in de beëindigingsovereenkomst heeft slechts tot doel om de wederpartij maximale mogelijkheden te geven de belastingschade te beperken. 5) Welke (alternatieve) mogelijkheden zijn er de afgelopen periode zelf actief door de gemeente in beeld gebracht voor een vorm van een beëindigingsregeling? Of is enkel re-actief geacteerd op het voorstel van de betreffende ondernemer? Naast voorliggende beëindigingsregeling hebben we onderzocht of het mogelijk was ook het eigendom van het bedrijf over te nemen. Dit was voor de ondernemer onbespreekbaar, omdat hij in Brakel wil blijven wonen. Daarnaast zou dit financieel niet gunstiger zijn voor ons, vanwege lang vastliggende verplichtingen rondom de financiering van de bouw van de stal.
Eventuele toelichting: Namens de fractie CDA Zaltbommel, Hein de Kort