CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport clientervaringsonderzoek BW MO 2024

Raadsvergadering 23 oktober 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Toestemming tot wijziging Centrumregeling Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en aanverwante taken regio Meierij en Bommelerwaard 2026-20304.991 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Cliëntervaringsonderzoek Beschermd wonen en Maatschappelijke opvang 2024

Gemeente ’s-Hertogenbosch Onderzoek & Statistiek Oktober 2024

Samenvatting De samenwerkende gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, ’s-Hertogenbosch, SintMichielsgestel, Vught en Zaltbommel vinden het belangrijk om de ervaringen van cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang te monitoren. In dit rapport staan de resultaten van een eerste kwantitatieve meting. Daarvoor zijn vragenlijsten uitgezet onder drie cliëntgroepen: 1.) beschermd wonen ambulant 2.) beschermd wonen intramuraal/kleinschalig 3.) maatschappelijke opvang intramuraal/kleinschalig. Cliënten konden de vragenlijst digitaal of schriftelijk invullen. 332 cliënten zijn aangeschreven. Daarvan hebben 80 de vragenlijst ingevuld, een respons van 24%. Begeleiding krijgt gemiddeld een 7,8; woon/opvangvoorziening een 6,9 Respondenten geven de begeleiding die zij krijgen gemiddeld een 7,8. Zij vinden o.a. dat de begeleiding hen serieus neemt, meedenkt, goed bereikbaar is en behulpzaam en begripvol. De woon/ opvangvoorziening (zoals gebouw, sanitair, eten) krijgt gemiddeld een 6,9. 1 op de 5 geeft hiervoor een onvoldoende. Zij geven o.a. aan dat er geluidsoverlast is en dat het onhygiënisch is. Cliënten veelal tevreden over contact bij toegang; snelheid kan nog verbeteren De meeste respondenten zijn tevreden over het contact met de gemeente over de toegang tot hulp. Driekwart voelt zich serieus genomen. De snelheid waarmee cliënten worden geholpen kan nog verbeteren.

1 op de 7 vindt dat zij niet snel werden geholpen. De meeste respondenten weten niet dat zij gebruik kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Ruim een kwart is hier wel bekend mee. Kwaliteit van de begeleiding wordt veelal positief beoordeeld De meeste respondenten zijn tevreden over de begeleiding die zij krijgen. Zij voelen zich veelal serieus genomen (78%), vinden dat begeleiders voldoende rekening houden met hun wensen (77%) en dat ze doen wat ze hebben afgesproken (75%). Zo’n 4% tot 5% is het niet eens met deze stellingen. Driekwart van de respondenten vindt dat de begeleiding past bij hun hulpvraag. 8% vindt dat niet. De meeste respondenten zijn tevreden over de beschikbaarheid van de begeleiding, ook in de nacht en in het weekend. Aandachtspunten wonen: veiligheid en begeleiding naar zelfstandig wonen Wat betreft de woonsituatie is bij beschermd wonen intramuraal de veiligheid nog een aandachtspunt. 15% voelt zich niet veilig in de woonvoorziening, hetgeen verband kan houden met de verblijfsvoorziening maar ook met het ziektebeeld van cliënten. Voor cliënten in een intramurale setting kan de ondersteuning richting zelfstandig wonen nog verbeteren. De helft van de respondenten vindt dat de begeleiders hen hier goed bij helpen. 1 op de 10 vindt dat niet.

Twee derde is tevreden over het resultaat van de begeleiding; samenwerking kan beter Over het algemeen zijn de respondenten tevreden over het resultaat van de begeleiding. Twee derde heeft door de begeleiding meer vertrouwen in de toekomst en vindt dat de begeleiders hen helpen zelfstandiger te worden. 6 op de 10 vinden de samenwerking van verschillende begeleiders en behandelaren goed. 1 op de 10 vindt dat niet. Op dit punt is nog enige verbetering mogelijk. Merendeel heeft een daginvulling of wordt hiertoe gemotiveerd 7 op de 10 respondenten hebben een daginvulling, vooral in de vorm van betaald werk of dagbesteding/dagprogramma bij een zorgaanbieder. Ongeveer een derde wil graag dat de daginvulling blijft zoals het nu is. Onder de rest zijn er diverse wensen, zoals betaald gaan werken, meer uren werken of starten met een hobby/lid worden van een vereniging. Van de respondenten zonder daginvulling geven ruim 8 op de 10 aan dat zij door hun begeleiders worden gemotiveerd om iets te gaan doen aan daginvulling. Zij geven vooral aan dat zij vanwege hun gezondheid of verslaving nu geen daginvulling hebben.

2

Inhoudsopgave Samenvatting.................................................................................................................................... 2 1.

2.

3.

4.

5.

6.

Inleiding .................................................................................................................................... 4 1.1

Aanleiding ........................................................................................................................ 4

1.2

Doel en onderzoeksvragen .............................................................................................. 4

1.3

Onderzoeksaanpak en respons....................................................................................... 4

Toegang tot hulp ...................................................................................................................... 7 2.1

Contact met de gemeente ............................................................................................... 7

2.2

Cliëntondersteuning ......................................................................................................... 7

Kwaliteit van de hulp ................................................................................................................ 8 3.1

Begeleiding ...................................................................................................................... 8

3.2

Woonsituatie .................................................................................................................... 8

3.3

Beschikbaarheid begeleiding........................................................................................... 9

Resultaat ................................................................................................................................ 11 4.1

Zelfstandigheid en vertrouwen in de toekomst .............................................................. 11

4.2

Zich beter voelen ........................................................................................................... 12

4.3

Andere hulp.................................................................................................................... 12

Algemene beoordeling ........................................................................................................... 13 5.1

Rapportcijfers ................................................................................................................. 13

5.2

Algemene opmerkingen ................................................................................................. 14

Daginvulling ............................................................................................................................ 15

3

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

Gemeenten zijn wettelijk verplicht om jaarlijks cliëntervaringen te monitoren van Wmo-cliënten. Veel gemeenten gebruiken daarvoor een algemene vragenlijst die naar een steekproef van alle Wmo-cliënten wordt gestuurd. Dit soort onderzoeken geven vaak alleen een algemeen beeld, terwijl de meningen van cliënten per soort voorziening sterk kunnen verschillen. Bovendien blijkt uit ervaring dat cliënten beschermd wonen op deze algemene onderzoeken beperkt responderen. De samenwerkende gemeenten Boxtel, Maasdriel, Meierijstad, ’s-Hertogenbosch, SintMichielsgestel, Vught en Zaltbommel vinden het daarom belangrijk om voor de cliëntgroep beschermd wonen en maatschappelijke opvang een specifiek onderzoek uit te voeren. En de ervaringen van deze cliënten regelmatig te monitoren. Van 2018 tot 2023 is er jaarlijks een kwalitatieve meting gehouden door onderzoekers van de UvA. Hierbij zijn gesprekken gevoerd met cliënten over hun ervaringen met de hulp en hun woonsituatie. Dezelfde cliënten zijn zoveel mogelijk meerdere jaren gevolgd. De laatste meting van de UvA was in 2023. De samenwerkende gemeenten uit de regio willen ook de komende jaren cliëntervaringen blijven monitoren, bij voorkeur met een combinatie van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. In 2024 is de eerste kwantitatieve meting uitgevoerd. De resultaten staan in dit rapport.

1.2

Doel en onderzoeksvragen

Het doel van deze meting is om inzicht te krijgen in hoe de ondersteuning door de cliënten wordt ervaren en wat mogelijke verbeterpunten zijn. Door dit kwantitatief te meten, kunnen de resultaten van volgende soortgelijke metingen gemakkelijk met elkaar worden vergeleken. De resultaten van deze meting geven inzicht in de algemene tevredenheid van cliënten en bieden inzicht in mogelijke verbeterpunten. Hoofdvragen van dit onderzoek zijn: • Hoe ervaren cliënten de toegang tot beschermd wonen en maatschappelijke opvang? • Hoe tevreden zijn cliënten over de kwaliteit van de begeleiding die zij krijgen? • Hoe tevreden zijn cliënten over hun woonsituatie? • Wat vinden cliënten van het resultaat van de begeleiding die zij krijgen? • Wat voor daginvulling hebben cliënten nu en wat zouden zij graag willen voor de toekomst?

1.3

Onderzoeksaanpak en respons

Vragenlijst per doelgroep Voor het onderzoek zijn door onderzoeksbureau ZorgfocuZ vragenlijsten uitgezet onder de volgende doelgroepen: • Cliënten beschermd wonen ambulant • Cliënten beschermd wonen intramuraal / kleinschalig • Cliënten maatschappelijke opvang intramuraal / kleinschalig Daarnaast is er nog de cliëntgroep maatschappelijke opvang ambulant (nazorg). Omdat dit een relatief kleine groep is, is deze niet meegenomen als aparte doelgroep voor dit onderzoek. De vragenlijst was voor de drie doelgroepen grotendeels gelijk, met vragen over de toegang tot hulp, de kwaliteit van de hulp en het resultaat van de hulp. Ook zijn er enkele vragen opgenomen over daginvulling.

4

Brieven en locatiebezoeken Voor het onderzoek zijn cliënten vanaf 16 jaar aangeschreven die op het moment van het onderzoek in zorg waren. Zij ontvingen een uitnodigingsbrief met daarbij een papieren vragenlijst. Daarnaast werd in de brief de mogelijkheid geboden om de vragenlijst online in te vullen. Enkele weken na ontvangst van de uitnodigingsbrief is een herinneringsbrief verstuurd naar degenen die de vragenlijst nog niet hadden ingevuld. De zorgaanbieders zijn tijdens een regulier overleg vooraf geïnformeerd over het onderzoek. Op locaties voor intramurale voorzieningen waar minstens 10 cliënten verblijven, is een onderzoeker van ZorgfocuZ langs gegaan. De onderzoeker heeft cliënten op locatie gemotiveerd om de vragenlijst in te vullen en waar nodig geholpen met invullen. Ook had de onderzoeker enkele pakketjes met vragenlijsten bij, zodat deze uitgedeeld konden worden aan degenen die de vragenlijst niet meer in bezit hadden. In totaal zijn negen locaties bezocht. ZorgfocuZ heeft de locatiebezoeken over het algemeen als positief ervaren en denkt dat dit heeft bijgedragen aan de respons. Wel constateerden de onderzoekers enkele verbeterpunten: • Het gevoel van eigenaarschap verschilde sterk per zorgaanbieder. De ene zorgaanbieder was erg gemotiveerd en goed voorbereid en de andere een stuk minder. • Het bleek soms lastig om de doelgroep ter plekke te motiveren.

Wat wel hielp was om vragenlijstpakketjes achter te laten die de cliënten later konden invullen. • Het invullen van de vragenlijst bracht in sommige gevallen lichte weerstand met zich mee. Cliënten hebben het gevoel dat ze ergens op afgerekend kunnen worden of begrijpen niet goed waarom hun antwoorden een verschil kunnen maken. Ze zien niet echt een voordeel voor henzelf. Bij een volgende meting zou het goed zijn om nog meer aandacht te besteden aan het motiveren van de zorgaanbieders zodat bij hen meer eigenaarschap ontstaat. De zorgaanbieders zijn een belangrijke schakel om cliënten te motiveren om deel te nemen. En wat kan helpen is om op locaties te zorgen dat het invullen van de vragenlijst gebeurt op een bepaald vast moment, zoals een gebruikelijk koffiemoment. Uit de locatiebezoeken bleek dat de vragenlijsten niet te lang of te ingewikkeld waren. Cliënten konden de vragenlijst veelal gemakkelijk en binnen vijf minuten invullen. Respons In totaal zijn 332 cliënten aangeschreven. Waarvan het overgrote deel in ’s-Hertogenbosch verblijft. Zie tabel 1. In totaal hebben 80 cliënten de vragenlijst ingevuld. Dat is een respons van 24%. De respons verschilt per vragenlijst. Deze is het hoogst voor de doelgroep beschermd wonen intramuraal (29%) en het laagst voor de maatschappelijke opvang (11%).

Van de 80 respondenten zijn er 29 respondenten 27 jaar of jonger (36%), 19 zijn 28-45 jaar (24%), 30 zijn 46-66 jaar (38%) en 2 zijn 67 jaar of ouder (3%). Tabel 1 Aantal aangeschreven cliënten per gemeente Gemeente Aangeschreven cliënten Boxtel 8 Maasdriel 6 Meierijstad 31 ’s-Hertogenbosch 266 Sint-Michielsgestel 7 Vught 9 Zaltbommel 5 Totaal 332

5

Tabel 2 Respons per vragenlijst Doelgroep Aangeschreven cliënten Beschermd wonen 80 ambulant Beschermd wonen 205 intramuraal/kleinschalig Maatschappelijke opvang 47 Totaal 332

Respons N

Respons %

15

19%

60

29%

5 80

11% 24%

Vanwege het lage aantal respondenten zijn de resultaten voor de cliëntgroepen beschermd wonen ambulant en maatschappelijke opvang eerder indicatief dan representatief. In het rapport zijn de resultaten daarom veelal voor de totale groep beschermd wonen/maatschappelijke opvang uitgewerkt.

6

Toegang tot hulp

2.

De meeste respondenten zijn tevreden over het contact met de gemeente over de toegang tot hulp. Driekwart voelde zich serieus genomen. De snelheid waarmee ze worden geholpen kan nog verbeteren. 1 op de 7 vindt dat zij niet snel werden geholpen. De meeste respondenten weten niet dat zij gebruik kunnen maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Ruim een kwart is hier wel bekend mee.

2.1

Contact met de gemeente

1 op de 7 ontevreden over snelheid waarmee zij zijn geholpen Ongeveer driekwart van de respondenten geeft aan dat zij in de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek contact hebben gehad met een medewerker van de gemeente over het aanvragen van beschermd wonen of maatschappelijke opvang via de Wmo. Van hen is driekwart het eens met de stelling ‘de medewerker nam mij serieus’. 8% is het daar niet mee eens. Over de snelheid waarmee ze werden geholpen zijn respondenten minder tevreden. Ruim 1 op de 7 vindt dat zij niet snel werden geholpen. 58% vindt dat ze wel snel zijn geholpen. De rest heeft een neutrale of geen mening. Figuur 1 Stellingen over contact met de gemeente over het regelen van de hulp N=53

De medewerker nam mij serieus

74%

Ik werd snel geholpen

58% 0%

mee eens

19%

20% neutraal

25% 40%

niet mee eens

60%

8%

15% 80%

100%

weet niet/geen mening

Er kunnen geen resultaten worden getoond per gemeente, omdat de aantallen daarvoor te laag zijn.

2.2

Cliëntondersteuning

Ruim een kwart is bekend met onafhankelijke cliëntondersteuning Cliënten kunnen voor het regelen van de hulp gebruik maken van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Het merendeel is niet bekend met deze mogelijkheid. 27% van de respondenten is er wel bekend mee. Een onafhankelijke cliëntondersteuner gaat bijvoorbeeld mee naar gesprekken met de gemeente of ondersteunt de cliënt in het behartigen van zijn/haar belangen. De bekendheid met onafhankelijke cliëntondersteuning onder cliënten beschermd wonen en maatschappelijke opvang is vergelijkbaar met andere cliëntgroepen van de Wmo.

7

Kwaliteit van de hulp

3.

De meeste respondenten zijn tevreden over de begeleiding die zij krijgen. Zij voelen zich veelal serieus genomen (78%), vinden dat begeleiders voldoende rekening houden met hun wensen (77%) en dat ze doen wat ze hebben afgesproken (75%). Zo’n 4% tot 5% is het niet eens met deze stellingen. Driekwart van de respondenten vindt dat de begeleiding past bij hun hulpvraag. 8% vindt dat niet. Wat betreft de woonsituatie is bij beschermd wonen intramuraal vooral de veiligheid nog een aandachtspunt. 15% voelt zich niet veilig in de woonvoorziening, hetgeen verband kan houden met de verblijfsvoorziening maar ook met het ziektebeeld van cliënten. De meeste respondenten zijn tevreden over de beschikbaarheid van de begeleiding, ook in de nacht en in het weekend.

3.1

Begeleiding

Meeste respondenten tevreden over de begeleiding Ongeveer driekwart van de respondenten is positief over de begeleiding die zij krijgen. Het meest positief zijn ze over de stelling ‘de begeleiders nemen mij serieus’. 78% is het met deze stelling eens. 4% is het er niet mee eens. Met de stellingen ‘de begeleiders houden voldoende rekening met mijn wensen’ en ‘de begeleiders doen wat we hebben afgesproken’ is respectievelijk 77% en 75% het eens. 5% is het niet met deze stellingen eens. Hoewel de meeste respondenten vinden dat de begeleiding die zij krijgen past bij hun hulpvraag (76%), vindt 8% dat dit niet het geval is. Hier is nog enige verbetering mogelijk. Figuur 2 Stellingen over de begeleiding N=79 De begeleiders nemen mij serieus

78%

14%

De begeleiders houden voldoende rekening met mijn wensen

77%

18%

5%

De begeleiders doen wat we hebben afgesproken

75%

19%

5%

De begeleiding die ik krijg past bij mijn hulpvraag

76%

11% 8%5%

0% mee eens

neutraal

20%

niet mee eens

40%

60%

80%

100%

weet niet/geen mening

➢ Respondenten met beschermd wonen thuis zijn iets positiever over de stellingen dan respondenten die gebruik maken van een intramurale voorziening voor beschermd wonen. ➢ Respondenten in de leeftijd 46-66 jaar zijn over het algemeen iets positiever over de stellingen dan respondenten van de jongere leeftijdsgroepen.

3.2

Woonsituatie

Beschermd wonen intramuraal Aan de respondenten zijn enkele stellingen voorgelegd over hun woonsituatie. Voor degenen die gebruik maken van een intramurale voorziening voor beschermd wonen ging dit over hun woonvoorziening. Uit de resultaten blijkt dat met name op het gebied van veiligheid nog verbetering mogelijk is. 15% is het niet eens met de stelling ‘ik voel me veilig in deze woonvoorziening’. De stelling ‘ik woon prettig in deze woonvoorziening’ wordt iets positiever beantwoord. Hier is 1 op de 10 het niet mee eens. Met beide stellingen is 59% het eens.

8

Figuur 3 Stellingen woonsituatie – respondenten beschermd wonen intramuraal N=59 Ik woon prettig in deze woonvoorziening

59%

27%

10%

Ik voel me veilig in deze woonvoorziening

59%

25%

15%

0% mee eens

neutraal

20%

40%

niet mee eens

60%

80%

100%

weet niet/geen mening

Zo’n 7 op de 10 respondenten van beschermd wonen intramuraal geven aan dat als er vervelende situaties zijn in of rondom de woonvoorziening de begeleiding hier altijd / vaak iets aan doet. Volgens ongeveer een kwart doet de begeleiding daar ‘soms’ wat aan en volgens 5% gebeurt dat ‘nooit’. Figuur 4 Stelling over vervelende situaties in of rondom de woonvoorziening – respondenten beschermd wonen intramuraal N=60 Als er vervelende situaties zijn in of rondom de woonvoorziening, dan doet de begeleiding daar wat aan

32%

0%

altijd

vaak

40%

20%

soms

40%

60%

23%

80%

5%

100%

nooit

Beschermd wonen thuis Aan respondenten met beschermd wonen thuis is gevraagd hoe prettig zij wonen in hun eigen woning en hoe veilig zij zich voelen in hun woning. Alle respondenten antwoorden positief of neutraal op deze stellingen. De meeste respondenten geven aan dat de begeleiding of woningcorporatie er wat aan doet als er vervelende situaties zijn in of rondom de woning. Deze resultaten zijn eerder indicatief dan representatief, aangezien het over 13 respondenten gaat.

3.3

Beschikbaarheid begeleiding

Respondenten veelal tevreden over beschikbaarheid van begeleiding Er zijn enkele vragen gesteld over de beschikbaarheid van de begeleiding. Aan respondenten die gebruik maken van maatschappelijke opvang of beschermd wonen thuis is gevraagd of zij overdag een begeleider te spreken krijgen als ze deze nodig hebben. Volgens 95% lukt dit altijd of vaak. Geen enkele respondent geeft aan dat dit nooit lukt. Voor respondenten met beschermd wonen (intramuraal of thuis) is gevraagd of zij in de nacht of in het weekend indien nodig een begeleider te spreken krijgen. Ongeveer de helft geeft aan dat dit ‘altijd’ lukt en nog eens 28% antwoordt ‘vaak’. 3% geeft aan dat het ‘nooit’ lukt om in de nacht of het weekend een begeleider te spreken te krijgen.

9

Figuur 5 Stellingen over beschikbaarheid begeleiders Als ik overdag een begeleider nodig heb, krijg ik deze ook te spreken (N_MO en BW thuis=20)

70%

Als ik 's nachts of in het weekend een begeleider nodig heb, krijg ik deze ook te spreken (N_BW=67)

52% 0%

altijd

vaak

soms

nooit

20%

28% 40%

60%

25%

5%

9%

7%

80%

100%

weet niet/geen mening

➢ Respondenten beschermd wonen thuis geven iets vaker aan dat zij ’s nachts of in het weekend indien nodig een begeleider kunnen spreken dan respondenten beschermd wonen intramuraal.

10

4.

Resultaat

Over het algemeen zijn de respondenten tevreden over het resultaat van de begeleiding. Twee derde heeft door de begeleiding meer vertrouwen in de toekomst en vindt dat de begeleiders hen helpen zelfstandiger te worden. De ondersteuning richting zelfstandig wonen kan nog beter. De helft van de respondenten vindt dat de begeleiders hen hier goed bij helpen. 1 op de 10 vindt dat niet. 6 op de 10 vinden de samenwerking van verschillende begeleiders en behandelaren goed. 1 op de 10 vindt dat niet. Ook op dit punt is nog enige verbetering mogelijk.

4.1

Zelfstandigheid en vertrouwen in de toekomst

Door begeleiding veelal meer vertrouwen in toekomst; voor 1 op de 10 geldt dat niet Twee derde van de respondenten geeft aan dat de begeleiders hen helpen om zelfstandiger te worden en dat zij door de begeleiding meer vertrouwen hebben in de toekomst. Echter, 1 op de 10 vindt niet dat zij door de begeleiding meer vertrouwen hebben in de toekomst. De rest heeft een neutrale of geen mening hierover. 6% is het niet eens met de stelling ‘mijn begeleiders helpen me om zelfstandiger te worden’. Figuur 6 Stellingen resultaat van de begeleiding N=79; 80

Mijn begeleiders helpen me om zelfstandiger te worden

68%

Door de begeleiding heb ik meer vertrouwen in de toekomst

68% 0%

mee eens

neutraal

20%

niet mee eens

40%

20%

15% 60%

6% 5%

10% 8%

80%

100%

weet niet/geen mening

➢ Respondenten met beschermd wonen thuis zijn iets positiever over deze stellingen dan respondenten die verblijven in een intramurale voorziening voor beschermd wonen. Ondersteuning richting zelfstandig wonen kan beter Aan respondenten beschermd wonen intramuraal en maatschappelijke opvang is de stelling voorgelegd: ‘mijn begeleiders helpen me zodat ik later zelfstandig kan wonen’. Ongeveer de helft is het met deze stelling eens. 1 op de 10 vindt echter dat de begeleiders hen daar niet of onvoldoende in helpen. Figuur 7 Stelling over hulp om zelfstandig te kunnen gaan wonen – respondenten met beschermd wonen intramuraal of maatschappelijke opvang N=63

Mijn begeleiders helpen me zodat ik later zelfstandig kan wonen

49%

0% mee eens

neutraal

20% niet mee eens

11

33%

40%

60%

weet niet/geen mening

10% 8%

80%

100%

4.2

Zich beter voelen

Ruim driekwart voelt zich beter door de begeleiding 77% van de respondenten geeft aan dat zij zich door de begeleiding die ze krijgen beter zijn gaan voelen. Volgens 15% is er niets veranderd. 5% geeft aan dat zij zich slechter voelen door de begeleiding. Figuur 8 Stelling ‘Door de begeleiding voel ik me beter’ N=78

Door de begeleiding voel ik me beter

77%

0% ja, het gaat beter

20%

het is gelijk gebleven

15%

40%

60%

nee, het gaat slechter

80%

5%

100%

weet niet / geen mening

➢ Respondenten met beschermd wonen thuis antwoorden iets positiever op deze stelling dan respondenten die in een intramurale voorziening verblijven. ➢ Respondenten van 27 jaar of jonger zijn iets minder positief over deze stelling dan respondenten vanaf 28 jaar.

4.3

Andere hulp

1 op de 10 is niet tevreden over de samenwerking tussen begeleiders/behandelaren De meerderheid van de respondenten kan voor hulp terecht bij familie, buurtgenoten of vrienden (62%). Voor 1 op de 10 geldt dat niet. Over de samenwerking van verschillende begeleiders en behandelaren waar ze mee te maken hebben zijn zo’n 6 op de 10 respondenten positief. 1 op de 10 vindt dat de begeleiders en behandelaren niet goed samenwerken. Op dit punt is nog enige verbetering mogelijk. Figuur 9 Stellingen over andere hulp en samenwerking tussen begeleiders/behandelaren N=79; 77 Ik kan terecht bij familie, buurtgenoten of vrienden voor hulp

62%

De verschillende begeleiders en behandelaren waar ik mee te maken heb werken goed samen

57% 0%

mee eens

neutraal

20%

niet mee eens

27%

25% 40%

60%

10%

9% 9% 80%

100%

weet niet/geen mening

➢ Respondenten met beschermd wonen thuis geven minder dan respondenten in een intramurale voorziening aan dat zij voor hulp terecht kunnen bij hun sociaal netwerk. Zij zijn daarentegen wel positiever dan respondenten van een intramurale voorziening over de samenwerking tussen de verschillende begeleiders en behandelaren. ➢ Respondenten van 46-66 jaar geven minder vaak aan dat zij terecht kunnen bij hun sociaal netwerk dan de jongere leeftijdsgroepen.

12

5.

Algemene beoordeling

Respondenten beoordelen de begeleiding gemiddeld met een 7,8. Zij vinden o.a. dat de begeleiding hen serieus neemt, meedenkt, goed bereikbaar is en behulpzaam en begripvol is. De woon/opvangvoorziening (zoals gebouw, sanitair, eten) krijgt gemiddeld een 6,9. 1 op de 5 respondenten geeft hiervoor een onvoldoende. Zij geven o.a. aan dat er geluidsoverlast is en dat het onhygiënisch is.

5.1

Rapportcijfers

Gemiddeld rapportcijfer begeleiding: 7,8 Respondenten geven de begeleiding die zij krijgen gemiddeld een 7,8. Van alle respondenten geeft 8% een onvoldoende voor de begeleiding. Over het algemeen zijn respondenten met beschermd wonen thuis iets positiever over de begeleiding dan respondenten die gebruik maken van een intramurale voorziening. 1 op de 5 geeft een onvoldoende voor de woon/opvangvoorziening Aan degenen die in een intramurale voorziening verblijven is ook gevraagd naar een rapportcijfer voor de woon/opvangvoorziening (zoals gebouw, sanitair, eten). Gemiddeld geven respondenten hier een 6,9 voor. 1 op de 5 geeft een onvoldoende. Figuur 10 Rapportcijfers begeleiding en woon/opvangvoorziening

10 8

7,8 6,9

6 4 2 0 begeleiding (N=77)

woon/opvangvoorziening (N= 62)

Toelichtingen Respondenten konden een toelichting geven op de rapportcijfers. 56 respondenten hebben dat gedaan. De toelichtingen gaan o.a. over: de begeleiding neemt me serieus, de begeleiding denkt mee, is behulpzaam en begripvol, de begeleiding is goed bereikbaar, het is een oud pand. Negen respondenten die een onvoldoende gaven voor de woon/opvangvoorziening hebben een toelichting gegeven. Zij geven o.a. aan dat ze een kleine studio hebben, dat het onhygiënisch is, dat er geluidsoverlast is, er niet wordt voldaan aan hun dieetwensen en ze een eigen internetprovider missen. Vier respondenten hebben een toelichting gegeven bij de onvoldoende die zij gaven voor de begeleiding. Zij geven o.a. aan dat er alleen wordt gewerkt volgens regels en dat ze zich niet genoeg serieus genomen voelen.

13

Enkele voorbeelden van toelichtingen die zijn gegeven, zijn: • ‘Ze zijn er altijd en helpen me. Ze hebben hier de tijd voor je en om met je te praten.’ • ‘Ik vind dat ik een goede band heb met mijn begeleiders.’ • ‘Toplocatie, de begeleiding is goed en helpen je echt met je problemen.’ • ‘Ze zijn begripvol en waar ik moeite mee heb word ik ondersteund en vriendelijk in contact.’ • ‘Oud pand waar niet veel aan gedaan wordt.’ • ‘Het gebouw is best oud en gehorig. Dit brengt wel eens spanning mee. Er wordt na afloop wel goed gehandeld.’ • ‘De woning is oud en kan op sommige punten wel veranderd worden, zoals de keukens, badkamer en wc. Er wordt vrij weinig mee gedaan. Begeleiding is erg fijn.’ • ‘Gezamenlijke ruimtes soms niet schoon/fris. Jullie helpen mij altijd, helemaal tevreden.’ • ‘Er zijn minder opties voor vegetarisch. Het eten kan gezonder.’

5.2

Algemene opmerkingen

Op het einde van de vragenlijst konden respondenten nog opmerkingen meegeven over de begeleiding. 37 respondenten hebben dit gedaan. Zij geven met name aan dat ze tevreden zijn over de begeleiders en de hulp die ze krijgen. Daarnaast worden enkele verbeterpunten genoemd, zoals beter met elkaar afstemmen, bereikbaarheid buiten werktijden kan beter, meer duidelijkheid over tijd en afspraken en meer kennis van complexe casussen. Enkele voorbeelden van antwoorden die zijn gegeven: • ‘Ik ben tevreden over de begeleiding. Ik word goed ondersteund naar mijn zelfstandigheid en zaken oplossen.’ • ‘Wat misschien beter kan is de kennis van complexe casussen. Ik ben intelligent en merk regelmatig dat bepaalde begeleiders bepaalde kennis voor sommige problematiek niet hebben.’ • ‘Als we iets aangeven mag het wat beter worden opgepakt. Telefonisch contact wordt niet serieus genomen.’ • ‘Ik ben blij met de hulp die ik krijg en ik kan mijn eigen dingen doen.’ • ‘Ze helpen mij enorm in mijn proces en ben ze daar erg dankbaar.’ • ‘De hulp is passend voor mij.’ • ‘Als je ze te pakken krijgt is de hulp matig. Begeleiding op werktijden is top, daarbuiten kan beter.’ • ‘Begeleiding doet op dit moment hun best om alle bewoners de hulp te bieden die ze nodig hebben.’ • ‘Ik ben dankbaar dat ik begeleiding heb en ook met mijn begeleidster die mij begrijpt.’

14

6.

Daginvulling

7 op de 10 respondenten hebben een daginvulling, vooral in de vorm van betaald werk of dagbesteding/dagprogramma bij een zorgaanbieder. Ongeveer een derde wil graag dat de daginvulling blijft zoals het nu is. Onder de rest zijn er diverse wensen, zoals betaald gaan werken, meer uren werken of starten met een hobby/lid worden van een vereniging. Van de respondenten zonder daginvulling geven ruim 8 op de 10 aan dat zij door hun begeleiders worden gemotiveerd om iets te gaan doen aan daginvulling. Zij geven vooral aan dat zij vanwege hun gezondheid of verslaving nu geen daginvulling hebben. 7 op de 10 hebben een daginvulling (werk, opleiding, dagbesteding) Zo’n 7 op de 10 respondenten hebben een (gedeeltelijke) daginvulling in de vorm van (vrijwilligers)werk, een opleiding of dagbesteding. 28% heeft betaald werk. Een even grote groep heeft dagbesteding/een dagprogramma bij een zorgaanbieder. 1 op de 5 doet vrijwilligerswerk. Het aandeel dat bezig is met een studie/opleiding is het kleinst, namelijk 10%. Dit zijn allemaal respondenten van 27 jaar of jonger. Van de 80 respondenten die deze vraag invulden, hebben 12 respondenten meerdere vormen van daginvulling. De combinatie vrijwilligerswerk en dagbesteding/dagprogramma bij een zorgaanbieder komt het meest voor, gevolgd door de combinatie betaald werk en opleiding.

Figuur 11 Wat voor daginvulling heeft u? meerdere antwoorden mogelijk N=80 betaald werk

28%

dagbesteding / een dagprogramma bij een zorgaanbieder

28%

vrijwilligerswerk

20%

studie en/of opleiding

10%

geen van bovenstaande

30% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

➢ 27-minners hebben vaker een vorm van daginvulling dan respondenten vanaf 28 jaar. ➢ Het aandeel respondenten met betaald werk neemt af met de leeftijd. ➢ Dagbesteding / dagprogramma bij een zorgaanbieder komt minder voor bij 27-minners dan bij de andere leeftijden. ➢ Vrijwilligerswerk als daginvulling komt vaker voor onder 46-66 jarigen dan onder de jongere leeftijdsgroepen. Helft heeft daginvulling voor 16 uur of meer per week Van de respondenten die een vorm van daginvulling hebben, besteedt de helft hier 16 uur of meer per week aan. Een relatief kleine groep (8%) heeft maximaal 8 uur per week een daginvulling.

15

Figuur 12 Hoeveel uur per week besteedt u in totaal aan dagbesteding, werk, studie en/of vrijwilligerswerk? N=52

8%

0%

42%

50%

20%

40%

tot 8 uur per week

60%

8 tot 16 uur per week

80%

100%

16 uur per week of meer

Wensen voor daginvulling zijn wisselend Aan de respondenten die een vorm van daginvulling hebben is gevraagd wat hun wensen zijn voor dagbesteding, werk, studie en / of vrijwilligerswerk. Ruim een derde wil graag dat het blijft zoals het nu is. Verder zijn de wensen divers. Zo’n 3 op de 10 willen graag betaald gaan werken en 2 op de 10 willen meer uren gaan werken. Ook 2 op de 10 willen een hobby of lid worden van een club/vereniging. 1 op de 10 wil graag een andere dagbesteding in de vorm van meer uren of een ander aanbod. Bij ‘anders, namelijk’ geven de respondenten bijvoorbeeld aan dat zij in een moestuin willen werken, hun vrijwilligerswerk willen uitbreiden of werk dichter bij hun woning zouden willen. Figuur 13 Wat zijn uw wensen voor dagbesteding, werk, studie en/of vrijwilligerswerk? N=53 – gevraagd aan respondenten die hebben aangegeven dat zij een daginvulling hebben. Meerdere antwoorden mogelijk Het mag blijven zoals het nu is

36%

Ik wil betaald gaan werken

28%

Ik wil meer uren gaan werken

19%

Ik wil een leuke hobby of lid worden van een…

19%

Ik wil een studie of opleiding gaan volgen

17%

Ik wil een andere dagbesteding (meer uren, een… Weet ik niet

11% 2%

Anders, namelijk:…

13% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Behoeften van respondenten zonder daginvulling Aan de respondenten zonder daginvulling is gevraagd of de begeleiders hen aanmoedigen om iets te gaan doen, zoals dagbesteding, studie en/of (vrijwilligers)werk. Volgens ruim 8 op de 10 respondenten doen de begeleiders dat. Redenen geen daginvulling Respondenten die geen daginvulling hebben geven daarvoor diverse redenen. Zij geven vooral aan dat hun gezondheid of verslaving het niet toelaat. Verder geven ze bijvoorbeeld aan dat er geen goed is aanbod, ze geen vervoer hebben of eerst bezig zijn met huisvesting of schulden. De wensen die respondenten hebben voor hun daginvulling zijn verschillend. Zij willen vooral betaald gaan werken, een studie / opleiding gaan volgen of willen een leuke hobby of lid worden van een club/vereniging.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086135/1