CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsbrief zienswijze rekening en begroting

Raadsvergadering 15 juni 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Programmabegroting 2024 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)3.392 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsbrief

Geachte leden van de raad, Conform het bepaalde in de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid sturen wij u de concept-jaarstukken 2021 en de concept-begroting 2023 toe met het verzoek uw zienswijze hierover aan ons vóór 1 juni 2022 kenbaar te maken.

Jaarstukken 2021 Bijgaand treft u de jaarstukken 2021 van het Programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) en het programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV). Het jaar 2021 is opnieuw een bijzonder jaar geweest door het voortduren van de coronacrisis. Ondanks deze ervaring zijn de hoofdtaken van de VRGZ, de operationele dienstverlening op de terreinen van brandweer en ambulancezorg, de meldkamer en de voorbereiding en bestrijding van de crisis- en rampenbestrijding, adequaat uitgevoerd. De activiteiten zoals beschreven in het Regionaal Beleidsplan VRGZ 2020-2023 zijn voor een groot deel conform planning uitgevoerd of zijn opgenomen in de reguliere werkzaamheden. Slechts enkele activiteiten zijn door de inzet voor de crisisorganisatie als gevolg van de coronacrisis vertraagd. In de bijlage treft u de jaarstukken 2021 van de VRGZ dat bestaat uit het Programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) en het programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV). In de eerste hoofdstukken worden de beleidsmatige resultaten van beide programma’s uiteen gezet en daarna is de financiële jaarrekening opgenomen. Programma C&R Het resultaat van het programma C&R is positiever dan wat zowel in de begroting als in de tussentijdse rapportage t/m augustus werd aangenomen. Het positieve resultaat is grotendeels incidenteel van aard.

Vooral externe factoren waar de VRGZ geen enkele invloed op heeft hebben “bijgedragen” aan dit resultaat. Het positieve resultaat ontstaat met name door incidenteel lagere uitgaven als gevolg van de coronacrisis. Daarnaast waren er minder buitenbranden (door een milde zomer) en minder uitrukken voor loze meldingen. Ook hebben de fysieke opleidingen en oefeningen slechts een deel van het jaar in beperkte mate plaats kunnen vinden. Dit heeft lagere vrijwilligersvergoedingen tot gevolg. Doordat een aantal leveranciers problemen heeft gekend met levertijden hebben leveringen en diensten later plaatsvonden en is vertraging ontstaan in de landelijke aanbesteding voor dienstvoertuigen. In financiële zin zien we hierdoor lagere kapitaallasten. De operationele dienstverlening heeft hier geen hinder van ondervonden. Als gevolg van de coronacrisis zijn er ook extra kosten gemaakt (zie paragraaf 5.13 van bijgevoegde jaarstukken). Hiervoor is geen declaratie ingediend gezien de geringe omvang van de meerkosten (€ 83.000,-) in relatie tot het positieve resultaat. Programma RAV Het resultaat van het programma RAV is negatiever dan in de begroting werd aangenomen. Het negatieve resultaat wordt veroorzaakt door meer inhuur van uitzendkrachten doordat het ziekteverzuim hoger was, extra kosten voor de organisatietransitie en 1

instroom in de voorziening niet actieven. Zonder deze extra uitgaven zou een positief resultaat behaald zijn wat een direct gevolg is van de herijking van de financiering van de ambulancedienst. Dit vloeit voor uit een door de VRGZ geïnitieerd onderzoek.

Accountantscontrole De accountantscontrole is afgerond. Zowel voor getrouwheid als rechtmatigheid zal een goedkeurende verklaring worden afgegeven. Vanwege de recente ontwikkelingen met betrekking tot de oorlog in Oekraïne en de vluchtelingenstroom die dit tot gevolg heeft wordt een aparte paragraaf opgenomen in de accountantsverklaring. Nadat het landelijk overleg over de inhoud van deze paragraaf is afgerond zal naar verwachting medio april de verklaring separaat worden toegezonden.

Resultaten per programma Samenvatting resultaat en resultaatbestemming

In de jaarstukken wordt ten aanzien van de bestemming van bovengenoemde resultaten het volgende voorgesteld (onder de tabel worden de voorstellen nader toegelicht): Voorstel resultaatbestemming (bedragen x € 1.000,-) Programma Crisis- en Rampenbestrijding Toe te voegen aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding tot 5% van de baten

150

Uit te keren aan deelnemende gemeenten

561

Te onttrekken aan de bestemde reserve meldkamer

0

Toe te voegen aan de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden

15

Toe te voegen aan de bestemde reserve duiktaak

130

Toe te voegen aan de bestemde reserve cao-ontwikkelingen

688

Toe te voegen aan de bestemde reserve wet- regelgeving op het gebied van duurzaamheid Totaal programma Crisis- en Rampenbestrijding

450 1.994

Programma RAV Te onttrekken aan de reserve aanvaardbare kosten RAV Totaal programma RAV

205 -205

2

Algemene reserve C&R Indien positieve resultaten behaald worden, geldt als bestuurlijk onderschreven uitgangspunt dat dit resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm (5% van de omzet). De bestuurlijke norm wordt niet bereikt doordat de omzet gestegen is t.o.v. 2020. Daarom wordt voorgesteld om € 150.000,- van het positieve resultaat van 2021 toe te voegen aan de algemene reserve. Hiermee komt de algemene reserve uit op 5% van de omzet.

Bestemde reserve meldkamer Vanaf 2020 is de Rijksbijdrage (BDUR) gekort als gevolg van de samenvoeging van de meldkamers. Vanaf dat moment worden de beheerslasten (onder andere ICT en huisvesting) door de Landelijke meldkamersamenwerking (LMS) betaald. De uitname is echter hoger dan de lasten die door de LMS overgenomen worden, omdat de eigen meldkamer (weliswaar samengevoegd met VGGM) operationeel blijft en de voorziene besparingen nog niet volledig gerealiseerd kunnen worden. Uit het resultaat van 2019 is hiervoor een bestemde reserve van € 450.000,- gevormd. In de begroting 2021 was een vrijval voorzien van € 200.000,-. Dit was echter niet nodig, omdat een deel van de formatie in 2021 niet was ingevuld. De samenvoeging zal in het 2e kwartaal van 2023 een feit zijn.

Bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona In 2020 kon een aantal werkzaamheden geen doorgang vinden. Om gemeenten niet met ongewenste meerkosten in de bijdrage te confronteren heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vorming van een bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden ter hoogte van € 699.000,- uit het jaarresultaat 2020 (besteding in 2021 t/m 2023). In 2021 is een groot deel van de werkzaamheden conform planning uitgevoerd. Op twee punten (onderhoud en archiefverbetering) wordt voorgesteld om het uitgavenpatroon aan te passen waardoor het voorstel is om in 2021 € 80.000,- minder te onttrekken dan begroot. Het uitgavenpatroon zou er dan als volgt uit komen te zien:

Bestemde reserve Duiktaak In september 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten een structurele overeenkomst aan te gaan met Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor het verzorgen van de duiktaak. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied gewaarborgd. Omdat het voorzien in een duiktaak een uitbreiding is van de brandweerzorg leidt dit tot een structurele kostenuitzetting van € 130.000,-. In de concept-begroting 2023 wordt daarom voorgesteld om de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag te verhogen. Voor het jaar 2022 is de dekking nog niet geborgd. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bestemde reserve te vormen van € 130.000,-.

3

Bestemde reserve cao-ontwikkelingen Overeenkomstig wat is beschreven in de Kaderbrief 2023 wordt in de programmabegroting 2023 voor de gemeentelijke bijdrage een indexering toegepast van 0,6% (gebaseerd op de door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten). Omdat de nieuwe cao is vastgesteld in januari 2022 kon de bijbehorende loonontwikkeling niet worden meegenomen in de Kaderbrief 2023. Omdat de nacalculatie van de werkelijke index conform vastgestelde methodiek pas plaatsvindt in de eerstvolgende begroting, zijnde 2024, leidt deze loonontwikkeling in de begroting 2023 tot een tekort van € 688.000,-. Voorgesteld wordt om voor dit incidentele tekort een bestemde reserve te vormen.

Bestemde reserve wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid Daarnaast wordt voorgesteld om voor een bedrag van € 450.000,- een bestemde reserve te vormen in verband met de wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid voor een tweetal onderwerpen: Op dit moment wordt binnen de brandweer gebruik gemaakt van een fluorhoudend schuimvormende middel (SVM). In dit middel zit onder andere de stof PFAS die schadelijk is voor mens en milieu. In 2025 wordt het gebruik van fluorhoudend schuim verboden. Daarom is het noodzakelijk dat de komende jaren een overgang wordt gemaakt van fluorhoudend SVM naar fluorvrij SVM. Naast het inkopen van nieuw fluorvrij schuim zal het fluorhoudende schuim moeten worden afgevoerd, materialen worden aangepast op dit nieuwe schuim en zullen de brandweermedewerkers extra moeten worden getraind. De lasten hiervan bedragen in totaal € 300.000,-. Met betrekking tot diesel motor emissie (DME) geldt dat de wettelijke normering is gewijzigd. Hierdoor is het noodzakelijk dat aanpassingen aan panden en/of materieel de komende tijd plaatsvinden. Deze aanpassingen zijn nodig om de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen te verminderen. Gezien de omvang van de aanpassing zal dit over meerdere jaren plaatsvinden. Uit een eerste onderzoek blijkt dat ongeveer € 150.000,- nodig is om te voldoen aan de nieuwe normering.

Uitkeren aan deelnemende gemeenten Nadat de algemene reserve is opgehoogd tot de bestuurlijke gewenste norm van 5,0% en de mutaties van de bestemde reserves hebben plaatsgevonden blijft er een bedrag over van € 561.000,-. Het voorstel is om dit bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van de bijdrage in 2021. Reserve aanvaardbare kosten RAV Positieve en negatieve resultaten worden altijd verrekend met de reserve aanvaardbare kosten RAV. De RAV wordt gefinancierd door zorgverzekeraars. Gemeenten dragen hier niet aan bij.

Conceptbegroting 2023 Kaderbrief De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid heeft in november 2021 een kaderbrief naar gemeenten gestuurd met daarin onder andere de belangrijkste financiële uitgangspunten voor de begroting 2023. Op de genoemde kaderbrief hebben de meeste gemeenten conform het verzoek van het Dagelijks Bestuur gereageerd. Dertien van de veertien gemeenten zijn het eens met de structurele uitzetting van de gemeentelijk bijdrage voor de duiktaak zoals voorgesteld. De reacties en de antwoorden daarop zijn opgenomen in Bijlage 2.

4

Algemeen Bijgaand treft u aan de programmabegroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 van de Veiligheidsregio Gelderland Zuid (VRGZ). In deze begroting worden de activiteiten beschreven die de Veiligheidsregio Gelderland Zuid in 2023 wil uitvoeren. Deze activiteiten zijn hoofdzakelijk gebaseerd op het Regionaal Beleidsplan 2020-2023, dat het Algemeen Bestuur na raadpleging van de gemeenteraden op 19 december 2019 heeft vastgesteld. De beschreven activiteiten zijn niet nieuw. De hoofdtaak van de VRGZ blijft het verzorgen van de operationele dienstverlening van brandweer en ambulancezorg, de meldkamer, het voorbereiden op en bestrijden van crises en rampen en het ondersteunen daarvan door Bedrijfsvoering. De belangrijkste ontwikkelingen in 2023: ▪ Het streven is dat de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (MON) in Apeldoorn in de eerste helft van 2023 operationeel is. Deze nieuwe meldkamer zal een belangrijk hulpmiddel zijn in de totale keten van hulpverlening aan onze inwoners en bedrijven. In aanloop naar die samenvoeging wordt het bestuur periodiek geïnformeerd over de voortgang en zullen voorstellen voor besluitvorming worden aangeboden. ▪ In januari 2023 treedt de nieuwe Omgevingswet naar verwachting in werking. Een grote operatie waaraan veel partijen samenwerken. Door alle partijen wordt veel werk verzet om het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) in orde te krijgen.

De totale transitieperiode loopt tot 2030. In 2022 en 2023 zal er aandacht zijn voor onder meer de uitwisseling van omgevingsdocumenten tussen relevante partijen en het integraal en juridisch houdbaar presenteren van regels. De brandweer krijgt hier als adviseur van gemeenten mee te maken. ▪ In 2022 zal naar verwachting meer duidelijkheid komen over de inhoudelijke invulling van de taakdifferentiatie bij de brandweer en de financiële consequenties daarvan. ▪ De Wet veiligheidsregio’s (Wvr) wordt op onderdelen mogelijk gewijzigd naar aanleiding van de uitkomsten van de Evaluatiecommissie Muller. Wat de inhoudelijke, organisatorische of financiële effecten hiervan zijn is nog niet bekend. In 2022 en 2023 verwachten wij hierover meer duidelijkheid. ▪ Naast de reguliere dienstverlening is er ook aandacht voor klimaatverandering, duurzaamheid, data gedreven analyse en sturing, digitalisering van de maatschappij en bescherming van de eigen organisatie tegen cybercrime. Deze onderwerpen zullen steeds meer effect hebben op de bedrijfsvoering, de uitvoering van de dienstverlening en strategievorming van de VRGZ. Netwerksamenwerking zal steeds belangrijker worden. De samenwerking zal met wisselende partners zijn per thema. ▪ De recente ontwikkelingen in de Oekraïne hebben impact op de VRGZ en de organisatie krijgt hier op verschillende manieren mee te maken.

Het Kabinet heeft zich begin maart 2022 tot de veiligheidsregio’s gericht om de opvang van Oekraïense vluchtelingen te coördineren en samen met de gemeenten te organiseren. De exacte consequenties zijn op dit moment nog niet te voorzien. Overeenkomstig wat is beschreven in de Kaderbrief 2023 VRGZ wordt in de Programmabegroting 2023 slechts om een extra bijdrage gevraagd voor de afgesproken index van 0,60% (die is gebaseerd op door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten) en de uitvoering van de duiktaak door de brandweer. Kanttekening bij deze indexering is dat er in de begroting 2024 een dubbele loonontwikkeling zal worden opgenomen. De nieuwe cao is pas in januari 2022 vastgesteld en gaat

5

met terugwerkende kracht in per 2021. Doordat de nieuwe cao pas in 2022 is vastgesteld kon deze niet meer opgenomen worden in de Kaderbrief 2023. Conform vastgestelde methodiek wordt de werkelijke index na gecalculeerd in de eerstvolgende begroting, zijnde de begroting 2024. In 2023 ontstaat daardoor een tekort van € 688.000,- dat wordt opgevangen uit de bestemde reserve cao-ontwikkelingen (zie toelichting bij onderdeel Jaarstukken). De reden hiervoor is dat dit tekort conform met de deelnemende gemeenten afgesproken systematiek voor vergoeding door gemeenten in aanmerking komt en ter uitwerking daarvan niet op een later moment een aparte begrotingswijzigingsprocedure gevolgd hoeft te worden. In de programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 is zo veel mogelijk rekening gehouden met de nu al voorzienbare ontwikkelingen die op de VRGZ afkomen. Voor een aantal ontwikkelingen geldt dat deze reeds bekend zijn. Echter, de beleidsmatige en financiële consequenties zijn voor de VRGZ op dit moment nog onduidelijk. Deze ontwikkelingen zijn beschreven in paragraaf 2.2.4 Een toekomstbestendige veiligheidsregio. Quickscan Bedrijfsvoering Het Algemeen Bestuur heeft de directie van de VRGZ gevraagd een QuickScan uit te voeren op de bedrijfsvoeringskosten om de raden daar meer inzicht in te bieden. De resultaten van de QuickScan zijn inmiddels bekend.

Zie hiervoor de bijgevoegde infographic in bijlage 3. Hieruit zijn de volgende conclusies naar voren gekomen: 1. De totale kosten die toegedeeld zijn aan het primaire proces liggen in absolute zin in de buurt van het gemiddelde in de benchmark waarin 17 veiligheidsregio’s deelgenomen hebben. 2. Bij de VRGZ bedragen de kosten van de overhead 18% van de totale kosten. Dat is circa 20% minder dan het gemiddelde van de benchmark van 22%. 3. Voor een aantal overheadcategorieën lijken de kosten per fte voor de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid aan de krappe kant ten opzichte van de andere veiligheidsregio’s in de benchmark. Een verschil van 4% (22% vs 18%) is vergelijkbaar met circa € 1.600.000,-. Hierbij moet ook worden aangetekend dat de VRGZ vrijwel alle panden in eigendom heeft. Iets wat niet het geval is bij veel andere veiligheidsregio’s waardoor het verschil nog groter zou worden. Vastgoed legt immers een forse claim op de bedrijfsvoering (beheer, inkoop, financiën, etc.). Resumerend kan gesteld worden dat de bedrijfsvoering binnen de VRGZ met fors minder middelen georganiseerd is dan bij andere veiligheidsregio’s. Daardoor is de organisatie ook op onderdelen kwetsbaar georganiseerd, onder andere door een aantal éénmansfuncties. Zoals al eerder gemeld in bestuurlijke rapportages zit er geen “vet meer op de botten”.

Het zoeken naar bezuinigingen in de bedrijfsvoering dan wel de ‘kaasschaafmethode’ is met andere woorden niet meer aan de orde. Veel eerder is het van belang om gezien de ontwikkelingen op de terreinen van bijvoorbeeld informatieveiligheid, cybercrime, inkoop, duurzaamheid en strategisch personeelsbeleid de bedrijfsvoering robuuster te organiseren, waardoor continuïteitsrisico’s worden beperkt. Beleidskader uitzettingen Om wijzigingen die leiden tot een financiële uitzetting van de begroting te beoordelen heeft het Algemeen Bestuur op 19 april 2018 ingestemd met een kader, waarin is beschreven welk soort uitzettingen eventueel in aanmerking komen voor een verzoek aan gemeenten tot een hogere bijdrage. 6

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Reguliere indexering: indexering van loonkosten en materiële kosten op basis van een vooraf vastgestelde methodiek; Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering; Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid; Nieuw beleid: nieuwe voorstellen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur via een begroting of begrotingswijziging; Andersoortige prijsstijgingen die door de VRGZ beïnvloedbaar zijn, worden niet opgenomen in de conceptbegroting.

Aan de hand van dit kader kan de VRGZ een verzoek indienen bij gemeenten voor een extra bijdrage voor de genoemde categorieën. C&R: Verwachte financiële ontwikkeling 2023 en verder Om wijzigingen die leiden tot een financiële uitzetting van de begroting te beoordelen heeft het Algemeen Bestuur op 19 april 2018 ingestemd met een kader, waarin is beschreven welk soort uitzettingen eventueel in aanmerking komen voor een verzoek aan gemeenten tot een hogere bijdrage. Aan de hand van dit kader kan de VRGZ een verzoek indienen bij gemeenten voor een extra bijdrage voor de genoemde categorieën. In de Kaderbrief 2023 VRGZ is het voornemen geuit om voor de begroting 2023 een extra bijdrage te vragen voor de afgesproken index (die is gebaseerd op door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten) en de structurele invulling van de duiktaak. Hieronder wordt dit nader toegelicht. In de begroting zijn geen verdere mogelijkheden om dit op te lossen zonder de primaire dienstverlening aan te tasten. De hierboven beschreven autonome ontwikkelingen en wettelijke verplichtingen, die voortvloeien uit wettelijke taken van de veiligheidsregio, zijn onontkoombaar en niet beïnvloedbaar voor de VRGZ. Samenvatting begroting Er ligt een structureel sluitende begroting voor. Deze begroting moet in het perspectief geplaatst worden dat prijsstijgingen zich voor zullen doen die niet voorzien zijn.

Daarnaast zien we de kapitaallasten harder oplopen door uitgestelde investeringen hetgeen in de jaarstukken 2021 een voordeel is, maar in de nabije toekomst zorgt voor stijgende lasten. Verder is er één uitzetting in de gemeentelijke bijdrage (behoudens de reguliere indexering): ▪ Duiktaak: op 23 september 2021 heeft het Algemeen Bestuur besloten om voor het verzorgen van de duiktaak in onze regio een structurele overeenkomst aan te gaan met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord. Daarmee is de inzet van hun duikteams voor redden en bergen in ons verzorgingsgebied geborgd. Omdat het voorzien in de duiktaak door deze regio’s een uitbreiding van de brandweerzorg is, betekent dit een kostenuitzetting in de begroting van structureel € 130.000,-. Conform de door het bestuur vastgestelde financiële spelregels wordt aan de gemeenteraden voorgesteld om voor de uitvoering van deze duiktaak een extra structurele bijdrage te leveren vanaf het jaar 2023. Hierbij is het voornemen uitgesproken om de financiële uitzetting van € 130.000,- voor 2022 incidenteel te dekken uit het verwachte positieve resultaat van de jaarstukken 2021 van de VRGZ.

7

RAV: Verwachte financiële ontwikkeling 2022 en verder Het verwachte resultaat voor het programma RAV is nul, in de ramingen is uitgegaan van de afspraken die gemaakt zijn met de verzekeraars voor 2022. De onderhandelingen voor 2023 zijn nog niet opgestart. Risico’s Algemeen In de paragrafen 2.2.4 en 5.1.2 worden de ontwikkelingen geschetst die in de toekomst financiële risico’s met zich mee kunnen brengen. De omvang van deze risico’s is nu niet bekend. Indien het Algemeen Bestuur instemt met de resultaatbestemming uit de jaarstukken 2021 is de algemene reserve conform de bestuurlijke gewenste norm van 5,0%. De verwachte beschikbare weerstandscapaciteit is niet toereikend om de geïnventariseerde en gecalculeerde risico’s (zie paragraaf 5.1) te dekken. Naarmate de gecalculeerde risico’s zich daadwerkelijk voordoen zal de VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen moeten treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Prijsstijgingen Daarnaast zijn prijsstijgingen te verwachten op een breed scala aan producten zoals in gemeenten ook herkend zal worden. Op basis van aankondigingen en signalen van leveranciers zullen prijzen in 2022 en 2023 hoger uitvallen dan de standaard indexering waar de VRGZ conform afspraak mee rekent. Prijsstijgingen bij materialen tot 20% zijn momenteel al merkbaar. Bij de energieprijzen is de stijging groter.

Deze prijzen liggen vast voor 2022, maar op basis van de huidige tarieven is een stijging van 100% niet ondenkbaar (€ 750.000,-). Dit werkt door in veel andere producten en dienstverlening. De exacte consequenties zijn nog niet te becijferen en in deze begroting ook niet gekwantificeerd, maar een aantal leveranciers heeft al aangegeven forse prijsstijgingen te verwachten. We verwachten forse uitzettingen de komende jaren op alle fronten die vanaf 2022 al merkbaar zullen zijn. De VRGZ zal het bestuur tussentijds informeren over de ontwikkelingen op dit onderwerp, maar het kan structureel om meerdere miljoenen gaan die niet opgevangen kunnen worden binnen de bestaande begroting. Dit effect wordt versterkt door de recentelijke ontwikkelingen in de Oekraïne. Het Dagelijks Bestuur, namens deze, de voorzitter,

de secretaris,

drs. H.M.F. Bruls

drs. J.A.P. van Kastel

8

Bijlage 1 Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12786233/1