Programmabegroting 2025 ODR
Tekst van het document
Programmabegroting 2025
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Programma’s
20
Inleiding
4
Milieu & advies
21
AB-besluit
5
Bouw & ondersteuning
24
Paragrafen Ontwikkelingen
6
27
Weerstandsvermogen
28
Kapitaalgoederen
30
Financiering
31
Bedrijfsvoering
32
Bestuur
7
Besturingscyclus
8
Missie, visie & koers
9
Uitvoering koers – kwaliteit & ontwikkeling
10
Ontwikkelingen en projecten
11
Opbouw uurtarief
35
14
Overzicht baten en lasten
36
Geprognotiseerde balans
37
Financiën Begrotingsrichtlijnen
15
Financiële mutaties
16
Toelichting indexaties
18
Bijdrage per deelnemer
19
Programmabegroting 2025 ODR
Bijlagen
34
2
Voorwoord De begroting 2025 van Omgevingsdienst Rivierenland is opgesteld met de wetenschap dat er financieel onzekere jaren aanbreken voor gemeenten. Dit raakt ons natuurlijk ook, als advies- en uitvoeringsorganisatie van en voor de gemeenten in de regio Rivierenland. Daarom hebben we in de Berap 2023 en de Jaarrekening 2023 gezocht naar mogelijkheden om incidentele en structurele kortingen in de begroting 2024 en 2025 door te voeren. Dit is gelukt. Dit vertaalt zich in een structurele korting op ons uurtarief voor 2025. Wij voeren voor een groot deel wettelijke taken uit voor de gemeenten in de regio Rivierenland en de Provincie. Dit houdt in dat we geen “nee” kunnen zeggen als er een bouw- of milieuvergunning wordt aangevraagd, als er een handhavingsverzoek wordt ingediend of als er bezwaar of beroep wordt aangetekend. Bij het behandelen ervan moeten we ook kwaliteit leveren, mede omdat hiermee kostbare vervolgprocedures worden beperkt. Daar zit dus weinig ruimte om te bezuinigen. Daarom hebben we gezocht naar mogelijkheden om onze kosten overhead te beperken en zo ons uurtarief te verminderen, zoals we in de voorliggende begroting hebben gedaan. In 2025 hebben we al een jaar lang ervaring met de Omgevingswet en de, gefaseerd ingevoerde, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
Tot nu toe lijken alle inspanningen, die ODR samen met de regiogemeenten heeft gedaan om de invoering van deze wetten soepel te laten verlopen, hun vruchten af te werpen. We hebben in de begroting zo goed mogelijk rekening gehouden met een deels veranderd takenpakket voor ODR als gevolg van deze wetten. Wat de gevolgen echt zijn, wordt pas echt duidelijk bij de werkplannen voor 2025 die wij eind 2024 ter vaststelling in de colleges aanbieden. Ook toekomstige beleidskeuzes van de gemeenten in de Omgevingsvisie en de Omgevingsplannen kunnen invloed hebben op de inzet van ODR. We hebben inmiddels wat stappen gezet om te voldoen aan de robuustheidseisen die aan alle omgevingsdiensten in Nederland worden gesteld vanuit het Interbestuurlijk Programma (IBP). We hebben een zelftoets uitgevoerd en een plan van aanpak gemaakt dat is vastgesteld door het AB. 2025 staat in het teken van de uitvoering van dit plan van aanpak. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan het toevoegen van bestaande en toekomstige milieutaken van provincie, regio en gemeenten aan het werkpakket van ODR. Hierbij zal ODR ook onderzoeken of er efficiencyvoordelen te behalen zijn bij bundeling van taken. Uiteraard blijft de gemeente altijd verantwoordelijk voor het beleid. Door deze uitbreiding van onze dienstverlening, kunnen we aan alle robuustheidseisen voldoen.
Dit gebeurt natuurlijk ook in nauwe samenwerking met de gemeenten. In onze Koers 2020-2025 staat dat wij samen met u werken aan een veilige en duurzame leefomgeving. De inwoners van Rivierenland moeten er fijn kunnen wonen, ondernemen en leven. Omdat deze koersperiode afloopt, gaan we werken aan een nieuwe visie voor de periode 2025-2030. Dit doet ook recht aan alle ontwikkelingen zoals deze in de begroting staan beschreven. Uiteraard doen we dat met u en voor u! Gerard Vlekke,
directeur Programmabegroting 2025 ODR
3
Inleiding Voor u ligt de programmabegroting 2025 van Omgevingsdienst Rivierenland (ODR). Hierin leest u hoe wij, samen met u, ook in 2024 een bijdrage leveren aan een prettige, veilige en duurzame leefomgeving in Rivierenland. Uitgangspunten De begroting 2025 is gebaseerd op de werkprogramma’s 2024 van alle deelnemers. In 2024 werken we voor het eerst onder de Omgevingswet (Ow) en Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Gedurende 2024 wordt gemonitord of de door ons gehanteerde uitgangspunten qua tijdsbesteding kloppen in de praktijk. Eventuele aanpassingen zullen worden verwerkt in de werkprogramma’s 2025. Momenteel is de verwachting dat deze aanpassingen beperkt zullen zijn.
Financieel resultaat De programmabegroting laat een ontwikkeling van € 2.343.355 zien. Dit komt door de indexatie van prijzen & lonen, de verwerking van de actuele werkprogramma’s en meerwerk opbrengsten, structurele rentebaten en structurele besparingen. De financiële mutaties worden toegelicht op pagina’s 16 en 17.
Leeswijzer − Eerst lichten we toe hoe de besturingscyclus van de ODR werkt en hoe de deelnemers daar invloed op hebben. Ook worden de laatste ontwikkelingen en projecten van ODR benoemd. − Daarna leest u meer over de financiële begrotingsmutaties en de bijdrage per deelnemer. − Verder zijn de verplichte programma’s en paragrafen vanuit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) opgenomen. Per programma leest u wat wij willen bereiken, wat we gaan doen en wat het kost. − We gaan in op de risico’s, onderhoudsbudgetten, investeringen, financiering en bedrijfsvoering.
− Tenslotte staan in de bijlagen enkele financiële onderbouwingen, zoals het uurtarief.
Programmabegroting 2025 ODR
4
AB-besluit Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Rivierenland, gezien het voorstel van het dagelijks bestuur tot vaststelling van de programmabegroting 2025, Besluit: 1. De gewijzigde begroting 2024 op basis van de aangeboden werkplannen 2024 vast te stellen; 2. De begroting van lasten en baten op de programma’s voor het jaar 2025 vast te stellen;
3. De meerjarenbegroting 2026-2028 voor kennisgeving aan te nemen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur van 1 juli 2024.
de voorzitter,
de secretaris,
--------------------
-----------------
C.A.H. Zondag
G.J.F.M. Vlekke
Programmabegroting 2025 ODR
5
Ontwikkelingen
Programmabegroting 2025 ODR
6
Bestuur De samenstelling van het bestuur was per 1 januari 2024:
Programmabegroting 2025 ODR
Deelnemer
Bestuurslid
AB-lid
DB-lid
Functie
Gemeente Buren
Dhr. J.P. (Pieter) Neven
X
Gemeente Culemborg
Mw. M. (Monica) Wichgers
X
Gemeente Maasdriel
Dhr. T. (Toine ) Nettenbreijers
X
Gemeente Neder-Betuwe
Dhr. N. (Nees) van Wolfswinkel
X
X
Lid
Gemeente Tiel
Dhr. F. (Frank) Groen
X
X
Lid
Gemeente West Betuwe
Mw. J. (Jacoline) Hartman
X
Lid
Gemeente West Maas en Waal
Dhr. E.J. (Evert Jan) Slootweg
X
Lid
Gemeente Zaltbommel
Dhr. C.A.H. (Kees) Zondag
X
Provincie Gelderland
Dhr. H (Harold) Zoet
X
Lid X
Plaatsvervangend voorzitter Lid
X
Voorzitter Lid
7
Besturingscyclus Het schema aan de rechterkant laat zien hoe de deelnemers afspraken maken met ODR. En hoe zij de (financiële) voortgang kunnen bewaken van de afgesproken taken. Hieronder wordt dit verder toegelicht. VTH-beleidscyclus (BIG-8)
Strategisch beleidskader
De VTH-beleidscyclus bestaat uit een beleidsvormende (strategische) en uitvoerende (operationele) cyclus met op het snijvlak van beide cycli het regionaal uitvoeringsprogramma (RUP). De VTH-beleidscyclus (BIG-8) omschrijft een proces van plannen, uitvoeren, evalueren en bijsturen.
Strategische cyclus
Rapportage en evaluatie
Het VTH-beleid Rivierenland 2022-2025 is het strategische beleidskader. Op basis daarvan worden jaarlijks werk- en uitvoeringsprogramma’s opgesteld waarin per deelnemer de producten en diensten staan beschreven die men afneemt. Ook komt hierin steeds meer aandacht voor de te bereiken (milieu)effecten. Elk jaar wordt er gerapporteerd over de bereikte resultaten in het VTH-jaarverslag. Zowel de uitvoeringsprogramma’s als het VTH-jaarverslag zijn in ontwikkeling en worden ieder jaar completer.
Strategisch
Operationeel beleidskader
Uitvoeringsprogramma
Operationele cyclus De werk- en uitvoeringsprogramma’s vormen de basis van de programmabegroting. Elk trimester ontvangen de deelnemers een managementrapportage, waarin de voortgang van de werk- en uitvoeringsprogramma’s wordt gerapporteerd. Levert ODR conform de afspraken of zijn er afwijkingen? De afwijkingen worden toegelicht in de rapportage, en ieder kwartaal worden de werkelijke kosten afgerekend met deelnemers. Jaarlijks wordt bekeken of er aanpassingen nodig zijn in de producten en diensten die de ODR levert. Deze worden verwerkt in het productenboek. Dat vormt vervolgens weer de basis voor het opstellen van de werk- en uitvoeringsprogramma’s.
Monitoren
Operationeel Voorbereiden
Uitvoeren
Koers – programma kwaliteit en ontwikkeling Naast de werk- en uitvoeringsprogramma’s beschrijft ODR per planperiode (3-5 jaar) hoe zij de koers en doorontwikkeling van de organisatie wil realiseren. De uitvoering daarvan vindt voor een groot deel plaats binnen het programma kwaliteit en ontwikkeling.
Programmabegroting 2025 ODR
8
Strategische koers van meerwaarde voor u
Bron: Strategische koers van meerwaarde voor u 2020-2025
9
Organisatieontwikkeling Management en medewerkers hebben in 2023 een intensief traject doorlopen om te komen tot een nieuwe organisatieconcept. Veel van de ontwikkeldoelen zullen de komende jaren steeds meer hun beslag krijgen. Dit moet resulteren in een organisatie waarin; •
De basis op kwaliteit, procesondersteuning en systemen op orde is.
•
Meer procesgericht over de keten bouwen en milieu wordt samengewerkt.
•
Het partnerschap met onze opdrachtgevers is versterkt.
•
Bestuurlijke sensitiviteit is vergroot. De ODR werkt/handelt onafhankelijk, maar passend in de bestuurlijke context.
Nieuwe koers na 2025 Wij werken aan een nieuwe visie voor de volgende koersperiode 2025-2030. Dit betekent dat we met elkaar, ODR, opdrachtgevers en bestuur vooruit kijken naar de periode 2026 en verder. Hoe zien wij die toekomst, wat is onze missie, onze visie en welke strategie past daarbij. Wat zijn onze strategische doelen en hoe vertaalt zich dit in de uitvoering. Wat is hiervoor nodig en hoe gaan we dat doen. Hierbij wordt ook teruggekeken naar de learnings uit koersperiode 2021-2025. De koers wordt vervolgens uitgewerkt in een concreet ontwikkelprogramma (programma Kwaliteit & Ontwikkeling).
Programma Kwaliteit & Ontwikkeling Binnen dit programma wordt een link gemaakt tussen de visie, meetbare doelen en uitvoerbare ontwikkel inspanningen.
Door deze programmatische uitwerking van de doelen zorgen we ervoor dat we efficiënte en professionele dienstverlenging verzorgen naar de gemeenten toe, maar ook dat we als organisatie flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen uit de omgeving. Zoals implementatie van nieuwe wetgevingen of impactvolle gebeurtenissen. Het programma kwaliteit en ontwikkeling sluit aan bij de bedoeling van het Interbestuurlijk Programma ter versterking van het VTH stelsel.
Programmabegroting 2025 ODR
10
Ontwikkelingen
Omgevingswet en Wkb
Bodemtaken
Energietransitie
In 2025 hebben we een jaar ervaring met de Omgevingswet. We hebben dan inzicht in hoe het loopt. We weten dan wat de gevolgen van de invoering van de Omgevingswet zijn voor de initiatiefnemers, gemeenten en ODR. Hierdoor kunnen we bijsturen waar dat mogelijk of wenselijk is.
Onder de Omgevingswet is er veel veranderd voor het aspect bodem. Zoals de introductie van nieuwe taken, bijvoorbeeld rondom de meldingsplicht bij graafwerkzaamheden, maar ook de overheveling van bodemtaken van de provincie naar de gemeenten. De afgelopen decennia stond het bodembeleid met name in het teken van preventie van bodemverontreiniging, bodemsanering en het verbeteren van de bodemkwaliteit. En hoewel dit nog steeds een belangrijk onderdeel is van de bodemtaken, worden het bodembeleid nu weer meer leidend in de ruimtelijke inrichting. De bodem is een belangrijk onderdeel van de onze leefomgeving. We hebben de bodem ook hard nodig om op te bouwen en te leven, voor het telen van landbouwgewassen, voor bodemenergie, verkoeling in de stad en het afvoeren van (regen)water. Dat betekent dat we breder moeten kijken naar wat invloed heeft op de kwaliteit van de bodem.
Energietransitie is wereldwijd één van de grote speerpunten, maar ook in Gelderland. De provincie heeft als doel gesteld dat we in 2030 minimaal 55% minder CO2-uitstoot produceren en in 2050 geheel klimaatneutraal zijn.
Dat geldt ook voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Door de invoering van de wet verdwijnen er taken bij ODR en komen er nieuwe taken voor terug. De kosten voor deze nieuwe taken, kunnen we niet allemaal via leges verhalen. In 2025 hebben we zicht op de gevolgen van de wet op de veranderende taken van ODR, op de legesinkomsten van de gemeenten en de gevolgen voor initiatiefnemers, aannemers en architecten en waar het nodig en mogelijk is om bij te sturen.
Programmabegroting 2025 ODR
Dat lukt alleen door samen te werken. We worden steeds vaker door ondernemers, inwoners en gemeenten om hulp gevraagd. Het gaat hierbij om meer dan energiecontroles bij bedrijven en het toetsen van duurzaamheidsdoelstellingen. We zijn in 2022 gestart met een pilot zonnepanelen bedrijfsdaken in de gemeente Buren en wij leveren een energiecoach MKB voor de gemeenten Zaltbommel en Maasdriel. Ook draagt ODR bij aan de uitvoering van de regionale energiestrategie (RES). Onder andere door deel te nemen aan een expertisecentrum voor ondernemers en activiteiten voor energiebesparing in woningen. Om goed aan de vraag te kunnen blijven voldoen gaan we in 2024 met voorstellen komen om deze transitie in 2024 en 2025 11 programmatisch op te pakken.
Ontwikkelingen
Datagedreven werken
Gezondheid
Plan van aanpak robuustheid ODR
Een van de aanbevelingen uit het rapport van de Commissie van Aartsen was de noodzaak om meer data gedreven te werken. In het IBP komt dit ook terug. Er is veel informatie beschikbaar over bedrijven en goederen-, of afvalketens. Dit is informatie over vergunningen, naleefgedrag, handhaving of milieueffecten. Door beschikbare informatie uit meerdere bronnen te ontsluiten, te bundelen en in onderlinge samenhang te analyseren wordt het handhavingsinstrument effectiever. ODR ontwikkelt in samenwerking met andere OD’s een gezamenlijke datavoorziening en ontwikkelt data-, informatie- en analyseproducten voor zijn medewerkers. Deels wordt die informatie ook via kaarten beschikbaar gesteld zodat een beter gebiedsbeeld ontstaat.
Een gezonde fysieke leefomgeving is van groot belang voor de inwoners in onze regio. Wij dragen daar aan bij door o.a. aandacht te hebben voor een gezonde bodem die vrij is van schadelijke stoffen, een goede luchtkwaliteit en wij streven ernaar dat bewoners en ondernemers geen overlast hebben van geluid of geur. In de Omgevingswet is opgenomen dat de effecten voor gezondheid van ruimtelijke ontwikkelingen meegewogen moet worden bij het verlenen van vergunningen en het opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen.
Er zijn 6 robuustheidscriteria opgesteld in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) ter versterking van het VTH-stelsel. Uit toetsing blijkt dat de ODR vergaand voldoet aan de criteria. Het belangrijkste criterium waar we niet aan voldoen is de omzet op milieu gerelateerde taken. Deze omzet moet €16,5 miljoen bedragen, bij de ODR bedraagt dit echter ca. €15,1 miljoen (prijspeil 2023).
Daarnaast zijn in de meeste Omgevingsvisies ambities geformuleerd om de leefomgeving zo in te richten dat dit een positief effect heeft op de volksgezondheid.
Het AB heeft ingestemd met het opstellen van dit plan van aanpak met als doel ODR als zelfstandige dienst te behouden. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan het toevoegen van bestaande en toekomstige milieutaken van provincie, regio en gemeenten aan het werkpakket van ODR. Hierbij zal ODR ook onderzoeken of er efficiencyvoordelen te behalen zijn bij bundeling van taken.
Daarnaast kan een actiever rol van ODR in dit kader bijdragen aan voldoen aan de criteria voor robuustheid. Programmabegroting 2025 ODR
Door gezondheid te betrekken in de integrale afweging bij planvorming en vergunningverlening, kunnen gezondheidsambities bereikt worden. Als eerste aanzet zijn vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet werkafspraken gemaakt om de GGD te betrekken.
Er is voorgeschreven dat in deze situatie voor 1 april 2024 een plan van aanpak moet worden opgesteld hoe binnen 2 jaar aan alle criteria kan worden voldaan.
12
Ontwikkelingen
Inflatie (loon- en prijsindexatie)
Kosteneffectiviteit
Wijziging begrotingsprogramma's
In de begroting 2025 wordt een loon- en prijsindexatie doorgevoerd. Deze worden gebaseerd op de septembercirculaire 2023 en de Cao 2024-2025. Zie voor meer informatie pagina 18 (Toelichting indexaties).
ODR beseft dat veel gemeenten financiële uitdagingen hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarom wordt continu bekeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparingen. Zo zijn in de bestuursrapportage 2023 incidentele voordelen ingeboekt in 2023 en 2024, waardoor het uurtarief in die jaren kon worden verlaagd met zo’n € 2,50.
Met ingang van deze begroting 2025 (inclusief jaarschijf 2024) worden de volgende twee begrotingsprogramma’s gehanteerd: - ‘Milieu & advies’ - ‘Bouw & ondersteuning’
Hierbij is ook sprake van een noodzakelijke correctie op de jaarschijf 2024, aangezien de kosten hoger uitvallen dan de eerder opgenomen indexatie 2024. Deze correctie in 2024 wordt opgevangen binnen de begroting 2024 en heeft dus geen gevolgen voor het uurtarief 2024. Voor de jaarschijf 2025 wordt deze correctie meegenomen in de indexatie 2025.
Programmabegroting 2025 ODR
Bij het opstellen van de begroting 2025 is bekeken welke mogelijkheden er zijn om ook structurele voordelen in te boeken. Dat bleek mogelijk op de inhuurtarieven, reiskosten, personele regelingen en rentebaten. Dit heeft ertoe geleid dat het uurtarief met ingang van 2025 structureel met € 2,50 ( = ca. 2,5%) verlaagd kan worden.
Dit sluit aan bij de nieuwe structuur die vanuit de organisatie ontwikkeling is ontstaan. Deze is gebaseerd op de inhoudelijke ketens van bouw- en milieutaken in plaats van vakafdelingen. Deze nieuwe begrotingsprogramma’s komen in de plek van de oude begrotingsprogramma’s ‘Vergunningverlening’, ‘Toezicht’ en ‘Advisering’ en ‘Ketentoezicht’.
13
Financiën
Programmabegroting 2025 ODR
14
Begrotingsrichtlijnen Dit betreffen de jaarlijks terugkerende algemene financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Hierin heeft dit jaar een verschuiving plaatsgevonden tussen het budget voor reiskosten (van 3% naar 2%) en opleidingen (van 2% naar 3%). Dit in verband de robuustheidseisen vanuit het IBP. 1. De begroting 2025 heeft als vertrekpunt het bestaande structurele beleid 2024. 2. Geautoriseerde beleidswijzigingen die consequenties hebben voor de begroting 2025 (en volgende jaren) worden in de begroting 2025 verwerkt. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van de meest actuele werkprogramma’s. 3. De meerjarenraming wordt op basis van constante prijzen geraamd. 4. De raming van het percentage voor de lonen en prijzen voor het jaar 2025 worden gebaseerd op de percentages van het CPB genoemd in de septembercirculaire 2023: a. Voor de prijzen wordt het percentage voor de netto materiële overheidsconsumptie gehanteerd b. Voor de lonen wordt de laatst bekende Cao gehanteerd en voor de eventueel resterende tijd naar rato de loonvoet voor de sector overheid toegepast. Daarnaast worden, indien nodig, ook oude jaren gecorrigeerd en daarmee op het juiste prijsniveau gebracht. Hierbij vindt afstemming plaats met de andere regionale gemeenschappelijke regelingen. 5. Onvoorzien wordt geraamd op € 45.000,-.
6. De deelnemersbijdrage wordt uitgesplist per programma. 7. Er wordt een budget begroot van 2% van de loonsom voor reiskosten, abonnementen en verzekeringen. 8. Er wordt een budget begroot van 3% van de loonsom voor opleidingen. 9. Voor de overhead taken wordt uitgegaan van een minimaal benodigde overhead waarmee de organisatie op een kwalitatief goede manier wordt ondersteund. 10. Voor kwaliteit en ontwikkeling wordt een percentage van 5% van de formatie gehanteerd.
Programmabegroting 2025 ODR
15
Financiële mutaties Dit betreffen de financiële mutaties voor het specifieke begrotingsjaar. Hiermee wordt invulling gegeven aan de algemene begrotingsrichtlijnen. In onderstaand overzicht worden de mutaties op de inkomstenkant van de ODR-begroting getoond. Positieve bedragen betreffen hogere inkomsten en negatieve bedragen betreffen lagere inkomsten.
Omschrijving
Bedrag (€)
A.
Loonindexaties
1.353.158
B.
Prijsindexaties
70.178
C.
Mutatie werkplannen
840.524
D.
Meerwerk opbrengsten
703.209
E.
Rentebaten
100.000
F
Besparingen (verlaging uurtarief)
- 579.585
G.
Mutatie reserves
- 144.129
Totaal mutaties begroting 2025
2.343.355
Op de volgende pagina wordt een toelichting gegeven op deze financiële mutaties.
Programmabegroting 2025 ODR
16
Financiële mutaties A. Conform de septembercirculaire 2023 gaan we voor 2025 uit van een loonstijging van 5,8%. Daarnaast is er sprake van een correctie op de indexatie 2024 van 0,66% op basis van de Cao 2024-2025. Dat betekent dat de totale indexatie 2025 uitkomt op 6,46%. Dit percentage is afgestemd met de andere gemeenschappelijke regelingen in Rivierenland. Zie voor meer toelichting pagina 18 (Toelichting indexaties). B. De prijsindexering van de goederen en diensten is ook gebaseerd op de septembercirculaire 2023. Voor 2025 wordt een prijsontwikkeling van 1,6% gehanteerd. Daarnaast is er sprake van een correctie op de indexatie 2024 van 1,1% om de prijsstijgingen te kunnen compenseren. Dat betekent dat de totale indexatie 2025 uitkomt op 2,7%. Dit percentage is afgestemd met de andere gemeenschappelijke regelingen in Rivierenland. Zie voor meer toelichting pagina 18 (Toelichting indexaties). C. Conform de kaderbrief 2025 zijn in deze begroting de aangeboden werkprogramma’s 2024 verwerkt. D. Aangezien er jaarlijks sprake is van een stabiel volume aan meerwerkopbrengsten, worden deze voortaan ook opgenomen in de begroting. E. Vanwege de gestegen rentes is er met ingang 2023 sprake van ontvangen rentebaten op ons banktegoed dat is ondergebracht bij schatkistbankieren.
Daarom worden deze rentebaten nu ook meegenomen in de meerjarenbegroting, waarbij wel het voorzichtigheidbeginsel wordt toegepast. Dat betekent dat slechts € 100.000 van de in 2023 ontvangen € 183.000 structureel wordt ingeboekt in de begroting, omdat de rente ook weer kan gaan dalen. F. ODR beseft dat veel gemeenten financiële uitdagingen hebben om de begroting sluitend te krijgen. Daarom wordt continu bekeken of er mogelijkheden zijn voor kostenbesparingen. Zo zijn in de bestuursrapportage 2023 incidentele voordelen ingeboekt in 2023 en 2024, waardoor het uurtarief in die jaren kon worden verlaagd met zo’n € 2,50. Bij het opstellen van de begroting 2025 is bekeken welke mogelijkheden er zijn om ook structurele voordelen in te boeken. Dat bleek mogelijk op de inhuurtarieven, reiskosten, personele regelingen en rentebaten. Dit heeft ertoe geleid dat het uurtarief met ingang van 2025 structureel met € 2,50 (= ca 2,5%) verlaagd kan worden. Hiermee is de organisatie ontwikkeling ook financieel afgerond. G. In overleg met de accountant is besloten om de stortingen en onttrekkingen aan de reserve personele regelingen te verwijderen uit de begroting. Daardoor geeft de begroting een beter beeld van de daadwerkelijk te verwachten reservemutaties. Deze stortingen en onttrekkingen waren per saldo nul, dus dit heeft geen effect op de deelnemersbijdragen.
Programmabegroting 2025 ODR
17
Toelichting indexaties Loonindexatie Gehanteerde loonindexatie in begroting 2024 Prognose stijging sociale premies in begroting 2024 Werkelijke loonindexatie 2024 Index septembercirculaire gemeentefonds 2023 Verschil Prijsindexatie Gehanteerde prijsindexatie in begroting 2024 Index septembercirculaire gemeentefonds 2023 Verschil
2025
met correctie vorige jaren 2025
0,66%
5,80% 5,80%
6,46%
2,40% 3,50% 1,10%
1,60% 1,60%
2,70%
2024 4,20% 0,20% 5,06%
Hieronder staan de indexaties toegelicht: Loonindexatie Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende Cao gehanteerd. De huidige Cao leidt tot hogere kosten dan was meegenomen in de begroting 2024. Er is hiervoor in 2024 een correctie van 0,66% nodig, die ook structureel doorwerkt naar 2025 en verder. De huidige Cao heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. Voor de indexatie 2025 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid), die in de door BZK uitgebrachte septembercirculaire 2023 is gepubliceerd. Prijsindexatie De prijsindexering wordt toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers (‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)’) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2023. Om de budgetten op peil te houden is hiervoor in 2024 een correctie van 1,1% nodig, die ook structureel doorwerkt naar 2025 en verder. De ODR hanteert altijd de indexaties uit de septembercirculaires, en maakt geen gebruik van afwijkende percentages. Dat is bijvoorbeeld ook niet gebeurd bij de fors gestegen gasprijzen van afgelopen jaren. Daarom is het van belang dat de actuele prijsindexaties allemaal worden meegenomen, inclusief de bijgestelde indexaties van lopende jaren.
Programmabegroting 2025 ODR
18
Bijdrage per deelnemer Ontwerp jaarrekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
DVO bijdrage Gemeente Buren
3.058.349
3.113.711
3.323.413
3.323.413
3.323.413
3.323.413
DVO bijdrage Gemeente Culemborg
1.621.633
1.771.843
1.889.057
1.889.057
1.889.057
1.889.057
DVO bijdrage Gemeente Maasdriel
2.433.497
2.729.921
2.904.643
2.904.643
2.904.643
2.904.643
DVO bijdrage Gemeente Neder-Betuwe
1.974.155
2.338.032
2.495.136
2.495.136
2.495.136
2.495.136
979.809
1.156.423
1.257.771
1.257.771
1.257.771
1.257.771
DVO bijdrage Gemeente West Betuwe
5.330.833
5.384.876
5.730.674
5.730.674
5.730.674
5.730.674
DVO bijdrage Gemeente West Maas en Waal
2.329.044
2.531.314
2.702.390
2.702.390
2.702.390
2.702.390
DVO bijdrage Gemeente Zaltbommel
2.882.543
3.171.083
3.390.415
3.390.415
3.390.415
3.390.415
268.583
-
-
-
-
-
Bijdragen Omgevingsdiensten
545.686
607.770
642.902
642.902
642.902
642.902
Ontvangen subsidies
578.866
230.680
179.019
179.019
20.000
20.000
Ontvangen rentebaten
182.403
150.000
100.000
100.000
100.000
100.000
Overige inkomsten/meerwerk
799.248
686.163
728.073
728.073
728.073
728.073
Onttrekking reserves
28.625
28.625
28.625
28.625
28.625
28.625
23.013.274
23.900.441
25.372.118
25.372.118
25.213.099
25.213.099
DVO bijdrage Gemeente Tiel
DVO bijdrage Provincie Gelderland (via ODRA) Overige baten:
Totaal baten
De meerjarenraming is opgesteld op basis van constante prijzen. Hierin zit dus nog geen kostenindexatie opgenomen voor de periode na het begrotingsjaar. Programmabegroting 2025 ODR
19
Programma’s
Programmabegroting 2025 ODR
20
Milieu & advies Wat willen we bereiken? Een prettige, veilige en duurzame leefomgeving. Dit doen we door het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van regels. Dit wordt verder uitgewerkt in het regionaal uitvoeringsprogramma 2025.
Wat gaan we daarvoor doen? Vergunningen De ODR heeft namens haar gemeenten de taak een bijdrage te leveren aan het behoud van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet de ODR onder andere door vooraf te toetsen of bepaalde milieubelastende activiteiten mogen worden uitgevoerd en zo ja onder welke voorwaarden. Soms is hiervoor een vergunning vereist. Maar meestal kan dat door vooraf een milieumelding in te dienen. Dit gebeurt op een juiste, tijdige en kwalitatief goede manier. De ODR ondersteunt de Omgevingsdienst Nijmegen en Omgevingsdienst Veluwe op het gebied van de agrarische vergunningverlening. Daarnaast wordt informatie verstrekt waarmee bedrijven hun plannen verder kunnen uitwerken. Toezicht De ODR heeft namens haar gemeenten de taak een bijdrage te leveren aan het behoud van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit doet de ODR onder andere door toezicht te houden op de milieubelastende activiteiten. Te denken valt aan: toezicht risicovolle bedrijven, branchegericht toezicht, energie, groen & ecologie en indirecte lozingen. In het geval van zware overtredingen, bijvoorbeeld bij onomkeerbare milieuschade wordt er strafrechtelijk gehandhaafd. Hiervoor beschikt de ODR over eigen Boa’s voor zowel milieuovertredingen als overtredingen op het gebied van slopen (asbest) of bouwen.
Om ook niet gemelde milieubelastende activiteiten in beeld te houden wordt er ruimtelijk toezicht uitgevoerd. Ook worden ondermijnende activiteiten aangepakt samen met de collega’s van bouwen. Daarnaast worden klachten en meldingen binnen en buiten kantooruren (milieu-incidentendienst) afgehandeld. Advisering
De adviseurs zorgen er voor dat in plannen voor de fysieke leefomgeving op een verantwoorde en integrale wijze rekening wordt gehouden met milieuaspecten. Er wordt geadviseerd op het gebied van milieu, cultuurhistorie (archeologie en monumenten), externe veiligheid, geluid en trillingen, geurhinder, lichthinder, luchtkwaliteit, milieueffectrapportages, milieuzonering, natuur en landschap, spuitzones en water. Het adviseren gebeurt aan zowel de opdrachtgevers (ruimtelijke ontwikkelingen) als voor de eigen ODR-processen (VTH). Programmabegroting 2025 ODR
21
Milieu & advies Bodem De adviseurs van het team bodem waken er voor dat kwaliteit van de bodem in Rivierenland, tenminste hetzelfde blijft als de achtergrondwaarde aangeeft. Dat doen de adviseurs door scherp te zijn op initiatieven die ontplooid worden in de regio te toetsen tegen vigerende wet- en regelgeving en indien nodig, maatregelen af te dwingen om de bodem en grondwater te beschermen tegen verontreinigingen als gevolg van de activiteit die ontplooid wordt. Ook wordt hier toezicht op gehouden. Ketentoezicht Het integraal in beeld brengen, voorkomen, terugdringen en aanpakken van risico’s op grote milieuschade en ondermijning in de (afval)stoffenketens. De ODR voert namens alle zes Gelderse omgevingsdiensten (GO) het ketentoezicht in Gelderland uit. Dit doet ze ook voor de Overijsselse omgevingsdiensten. De aanpak van de risicoketens gebeurt planmatig en gefaseerd. Dit doen we middels risico- en informatie gestuurde (keten) analyses en Diepgaand Administratief Toezicht (DAT). De Omgevingsdiensten bepalen vervolgens op welke wijze ze opvolging geven van de adviezen, rapporten van team Ketentoezicht. Focus in 2025: Programma IBP binnen ODR Doel van het landelijke programma is een impuls te geven aan kwaliteit van de uitvoering van de (milieu) taken door de omgevingsdiensten.
Werkwijzen, instrumenten, datagericht werken, de rol van besturen, positionering van de organisatie en de robuustheid van de diensten zijn daarbij thema’s. Zoals in het plan van aanpak is aangegeven dient de ODR haar milieuomzet te vergroten om op alle vlakken voldoende robuust te zijn. In 2024 is begonnen met de gemeenten en provincie hoe de ODR haar dienstverlening kan uitbreiden om dit te bereiken. Ook in 2025 wordt verder ingezet op data gedreven werken en door ontwikkelen van outcome gerichte doelen. Daarnaast wordt er in 2024-2025 meer duidelijkheid verwacht over een nieuwe financieringssystematiek voor milieutaken, waarover binnen het IBP momenteel op landelijk niveau wordt nagedacht. Programma energie, duurzaamheid en circulaire economie In 2024 hebben we een start gemaakt met het programma. Het programma bevat een verzameling van projecten, activiteiten en producten die er op gericht zijn om gemeenten en de provincie te ondersteunen bij het realiseren van hun duurzaamheidsambities. Hierin is onder meer opgenomen activiteiten in verband met energietransitie, netcongestie het verder verduurzamen en circulaire economie. In het programma wordt nauw en integraal samengewerkt zowel intern (bouw en milieu) als extern (RES, VNO/NCW) teneinde de ambities te kunnen behalen.
Programmabegroting 2025 ODR
22
Milieu & advies Advisering/Bodem Ook in het nieuwe jaar is ODR actief betrokken bij de totstandkoming van het provinciale programma Vitaal Landelijk gebied Gelderland en de regio opgave behorend bij de Gelderse Puzzel. Het uitgangspunt hierbij is water en bodem sturend. Met name de teams bodem en advisering zijn hierbij betrokken. Zowel de integrale afstemming als uitvoerbaarheid zijn hierin leidend. Toezicht en vergunningen Naast de eerder genoemde activiteiten in het programma energie, duurzaamheid en circulaire economie zal verder worden gegaan met het project om de Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in beeld te hebben en in gesprekken met ondernemers deze te laten vervangen door een stuk minder schadelijke stoffen.
Euro
Wat mag het kosten? In Euro
Begroting 2025
Lasten (structureel)*
7.925.330
Lasten (incidenteel)**
81.050
Baten (structureel)
10.280.210
Baten (incidenteel)**
159.019
Saldo voor mutatie reserves Mutatie reserves Saldo na mutatie reserves
2.432.849 15.925 2.448.774
* exclusief overhead
Buren
1.195.840
Culemborg
600.285
Maasdriel
1.189.100
Neder-Betuwe
874.447
Tiel
894.561
West Betuwe
2.169.263
West Maas en Waal 1.013.160 Zaltbommel
1.242.497
Omgevingsdiensten
642.902
Subsidies
179.019
Meerwerk
438.155
** incidentele lasten en baten betreffen ontvangen subsidiegelden (SPUK) Energiebesparingsplicht
Programmabegroting 2025 ODR
23
Bouw & ondersteuning Wat willen we bereiken? Het inrichten en beheren van een fijne, veilige en duurzame leefomgeving.
Wat gaan we daarvoor doen? Wij verlenen diensten aan burgers en bedrijven op het vlak van de gebouwde omgeving. Dit vanaf het eerste contact voor het onderzoeken van mogelijkheden van een initiatief via vergunningverlening, toezicht en handhaving tot en met het afhandelen van bezwaar en beroep tegen een vergunning. Ook verlenen wij diensten aan burgers en bedrijven die zich geconfronteerd zien met een ontwikkeling of activiteit in de gebouwde omgeving waar ze het niet mee eens zijn. Dit onder andere door voorlichting, mediation en het afhandelen van klachten, van WOO verzoeken en handhavingsverzoeken. Dit doen we vanuit goede dienstverlening en heldere en duidelijke communicatie, waarbij we oog houden voor efficiëntie. Waar nodig zoeken we hierbij een integrale aanpak met partners binnen en buiten de ODR. Prioritering van de inhoudelijke onderwerpen bij het verlenen van deze diensten volgt uit het VTH beleid wat gemeenten hebben vastgesteld. De opgedane kennis en ervaring bij het verlenen van deze diensten delen wij met gemeenten om samen onze dienstverlening te verbeteren richting burgers en bedrijven en om gemeenten in staat te stellen haar beleid op het vlak van de gebouwde omgeving waar nodig bij te stellen om de doelen van gemeenten te behalen.
Meer in detail uitgewerkt: Eerste contact Het eerste contact met burgers en bedrijven verloopt conform wensen van burgers en bedrijven veelal via het landelijke digitale loket (DSO), websites, telefoon en mail. En indien noodzakelijk of gewenst via persoonlijk contact.
Programmabegroting 2025 ODR
24
Bouw & ondersteuning Vergunningverlening Wij handelen namens de gemeenten aanvragen van omgevingsvergunningen voor bouwactiviteiten af en beoordelen meldingen op juistheid en volledigheid. Dit doen wij op een juiste wijze en op tijd. Wij verstrekken informatie waarmee burgers en bedrijven hun plannen verder kunnen uitwerken. Toezicht Wij houden namens de gemeenten toezicht op het gebied van de gebouwde omgeving. Onder toezicht wordt verstaan het controleren van de naleving van wet- en regelgeving bij particulieren en bedrijven. Te denken valt aan: toezicht op sloopactiviteiten (al dan niet met asbest), nieuw- en verbouw, ruimtelijk toezicht, toezicht huisvesting arbeidsmigranten en vluchtelingen en afhandelen van klachten. Daarnaast bijdragen aan het voorkomen en aanpakken van ondermijning.
Juridische zaken Zowel bezwaar en beroep, WOO verzoeken en handhavingsverzoeken worden afgehandeld. Focus in 2025: Eerste contact De focus in 2025 ligt hierbij op een goede bereikbaarheid en het goed informeren en voorlichten van burgers en bedrijven over het gebruik van het DSO en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) die per 1 januari 2025 ook voor verbouwingsactiviteiten geldt. Ook zal nog meer aandacht besteed worden aan het voorlichten en adviseren over energiebesparingsmogelijkheden. Zeker in deze fase kunnen burgers en bedrijven nog hun bouwplannen bijstellen om meer energiebesparingsmaatregelen te nemen. Vergunningverlening Hierbij ligt in 2025 de focus op de implementatie van wijzigingen die gemeenten invoeren op basis van de Omgevingswet, het implementeren van de volgende fase van de Wkb: verbouwingsactiviteiten en het bijdragen aan de energietransitie.
Programmabegroting 2025 ODR
25
Bouw & ondersteuning Toezicht In 2025 richten we ons met name op de energietransitie, asbest, de Wkb en ruimtelijk toezicht, het laatste onder meer ter ondersteuning van het bestrijden van ondermijning. Vooral bij asbest, de energietransitie, ruimtelijk toezicht en bij activiteiten ter bestrijding van ondermijning, wordt ingezet op nog meer integraal werken met partners en collega’s bij gemeenten, andere externe partijen en met collega’s binnen de keten milieu binnen de ODR. Juridische zaken Prioriteit in 2025 is het omgaan, samen met gemeenten, met de verharding, juridificering en individualisering in de maatschappij, wat de afgelopen jaren heeft geleid tot een toename in handhavingszaken, bezwaar en beroepzaken, enz. De centrale vraag is hierbij: hoe kunnen we samen met gemeenten ervoor zorgen dat burgers en bedrijven meer samen tot voorkomen of oplossing van conflicten komen in plaats van deze conflicten via de overheid te willen beslechten? De Omgevingswet biedt hier handvaten voor, onder andere doordat gemeenten participatiemogelijkheden kunnen verplichten bij nieuwe (bouw)initiatieven.
Wat mag het kosten?
Euro
In Euro
Begroting 2025
Lasten (structureel)*
11.080.675
Baten (structureel)
14.804.264
Saldo voor mutatie reserves
3.723.589
Mutatie reserves Saldo na mutatie reserves * exclusief overhead
Programmabegroting 2025 ODR
3.723.589
Buren
2.127.573
Culemborg
1.288.772
Maasdriel
1.715.543
Neder-Betuwe
1.620.689
Tiel West Betuwe
363.210 3.561.411
West Maas en Waal 1.689.230 Zaltbommel
2.147.918
Meerwerk
289.918
26
Paragrafen
Programmabegroting 2025 ODR
27
Weerstandsvermogen Deze paragraaf geeft inzicht in het risicoprofiel, de risico's en het beschikbare weerstandsvermogen van ODR. Risico’s
Kansklasse
Bedrag
Kans
Risico
Openstaande verlofsaldi
3
930.000
50%
465.000
Beschikbaarheid (vast) personeel
3
340.000
50%
170.000
Omgevingswet / Wkb
PM
Ontwikkelingen IBP
PM
Beleidsontwikkelingen nieuwe kabinet
PM
Totaal geïdentificeerde risico’s Ongeïdentificeerde en kleine risico’s
1
635.000*
10%
Benodigd weerstandsvermogen (excl. PM-posten)
De krappe arbeidsmarkt leidt tot een groot tekort aan gekwalificeerd vast personeel. Wanneer hierdoor meer inhuurkrachten nodig zijn dan zullen de kosten stijgen. Te weinig personeel kan ook leiden tot een lagere productie en minder inkomsten.
63.500
De financiële effecten van deze wetten voor ODR op de lange termijn zijn moeilijk te bepalen. Deze zijn voor de omgevingswet mede afhankelijk van beleidskeuzes die gemeenten gaan maken in de omgevingsplannen. Voor de Wkb zijn deze effecten afhankelijk van hoe de gefaseerde invoering verder gaat plaatsvinden.
698.500
31-12-2023 557.550
Reserve personele regelingen
125.000
Onvoorzien
45.000
Beschikbaar weerstandsvermogen
727.550
Programmabegroting 2025 ODR
Beschikbaarheid (vast) personeel
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Algemene reserve
Conclusie: het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s op te vangen.
De laatste jaren is er sprake van oplopende openstaande verlofsaldi van medewerkers. Wanneer deze verlofuren opgenomen gaan worden, leidt dit tot een lagere productiviteit (= minder omzet). De huidige voorziening verlofsparen is al verwerkt in dit risico.
635.000
* betreft bedrag totaal geïdentificeerde risico’s
Weerstandsvermogen
Openstaande verlofsaldi
Ontwikkelingen Interbestuurlijk programma (IBP) Ondanks dat de ODR een plan van aanpak heeft opgesteld om te kunnen voldoen aan de Robuustheidseisen van het IBP, bestaat er het risico dat er wordt ingegrepen in het VTH stelsel door de landelijke overheid, wat financiële consequenties kan hebben voor de ODR.
Beleidsontwikkelingen nieuwe kabinet Er is onzekerheid over de keuzes die het nieuwe kabinet zal maken op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, bouwen en wonen. Het kan zijn dat voor bepaalde taken van de ODR minder middelen beschikbaar komen en tegelijkertijd meer van de ODR zal worden verwacht.
28
Weerstandsvermogen Sinds de begroting 2018 worden een aantal financiële kengetallen gepresenteerd. Het doel hiervan is om de financiële positie in kaart te brengen en het verloop hiervan te kunnen volgen. Kentallen
JR 2023
BGR 2024
BGR 2025
BGR 2026
BGR 2027
BGR 2028
Netto schuldquote
4,3%
9,2%
8,1%
7,6%
7,0%
6,4%
Solvabiliteitsratio
25,9%
14,8%
14,9%
14,9%
14,9%
14,9%
Structurele exploitatieruimte
4,7%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
0,2%
De kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing voor omgevingsdiensten.
Netto schuldquote Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. ODR voldoet hier ruimschoots aan. De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen is gelijk aan de netto schuldquote. ODR heeft namelijk geen leningen verstrekt.
Solvabiliteitsratio Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is op de lange termijn aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van ODR. De VNG adviseert om 20% als minimumgrens te hanteren. Bij de ODR is dit kengetal lager vanwege het beperkte eigen vermogen. Op basis van de risicoinschatting is dit echter wel voldoende om de risico’s te kunnen opvangen.
Structurele exploitatieruimte Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Bij de ODR wordt alleen de post onvoorzien (€ 45.000) als structurele exploitatieruimte gezien. Algemeen: de positieve waarden in de 1e kolom (jaarrekening 2023) worden verklaard door het positieve jaarrekening resultaat 2023.
Programmabegroting 2025 ODR
29
Kapitaalgoederen Deze paragraaf laat zien hoe ODR omgaat met, het onderhoud van, haar kapitaalgoederen en investeringen. Algemeen ODR is sinds december 2018 eigenaar van een eigen pand, wat in 2019 verbouwd en in gebruik genomen is. Daarnaast zijn er ICT-eigendommen, zoals telefoons en software. Hierop is het volgende beleid van toepassing: − Nota activabeleid 2020 − Meerjaren onderhoudsplan 2023-2032
Onderhoudsbudgetten
JR 2023
BGR 2024
BGR 2025
BGR 2026
BGR 2027
BGR 2028
Klein onderhoud
63.511
52.321
53.149
53.149
53.149
53.149
Groot onderhoud
45.155
46.747
47.487
47.487
47.487
47.487
Totaal
108.666
99.068
100.636
100.636
100.636
100.636
Het budget voor groot onderhoud is gebaseerd op het meerjaren onderhoudsplan.
Investeringskredieten In 2025 staan geen vervangingsinvesteringen gepland.
Programmabegroting 2025 ODR
30
Financiering Deze paragraaf biedt inzicht in de financieringsactiviteiten van ODR. Algemeen De leningen zijn bij ODR vooral gerelateerd aan de aanschaf (2018) en verbouwing (2019) van het eigen pand. Hierop is het volgende beleid van toepassing: − Treasurystatuut 2012
Leningen Het Algemeen Bestuur heeft op 8 oktober 2018 het besluit genomen om maximaal € 4,05 mln externe financiering aan te trekken voor het huisvestingsplan. Tot op heden was het niet nodig om dit volledige bedrag aan leningen aan te trekken. Dat zal pas gebeuren als de liquiditeit van ODR niet meer toereikend is. Bank
Start
Eind
Oorspr. bedrag
Rente
Jaarlijkse aflossing
NWB bank
2018
2038
2,5 mln
1,325%
125.000
BNG bank
2019
2039
1,0 mln
1,200%
50.000
Totaal
3,5 mln
175.000
De rentekosten van deze leningen worden als projectfinanciering toegerekend aan de huisvesting.
Programmabegroting 2025 ODR
31
Bedrijfsvoering Deze paragraaf beschrijft de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Personeel en Organisatie
Informatie en ICT
Uitvoering Wet Open Overheid
In 2024 zijn zowel binnen ODR zelf, het Gelders Stelsel als vanuit de landelijke koepel ODNL arbeidsmarkcampagnes gevoerd. De krapte op de arbeidsmarkt blijft een aandachtspunt. Het aantrekken van (gekwalificeerde) nieuwe medewerkers is niet makkelijk, het aanbod is gering. Het percentage inhuur hoog. We zullen met elkaar moeten blijven zoeken naar manieren om nieuwe medewerkers aan te trekken. We zetten daarbij ook in op medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt. Niet alleen het aantrekken van nieuwe medewerkers is een uitdaging, ook het behoud van huidige medewerkers vraagt aandacht.
Informatie neemt een steeds belangrijke rol in. Voor inwoners, bedrijven en organisaties moet informatie steeds meer toegankelijk zijn. Deze ontwikkelen vragen op gebied van digitalisering en informatieveiligheid maatregelen voor ODR, zoals bijvoorbeeld de Wet open overheid (Woo) en de verdere uitbouw van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Daarbij hecht ODR grote waarde aan informatiebeveiliging en liggen er kansen om datagestuurd te werken. ODR heeft daarom in 2024 een adviseur / informatiemanager de opdracht gegeven om onderzoek te doen naar alle opgaven die er liggen op het gebied van informatie (management) en hier advies over te geven waarmee wij als organisatie verder aan de slag kunnen. De uitvoering / opvolging hiervan zal ook in 2025 plaatsvinden.
De Wet open overheid (Woo) regelt het recht van burgers op informatie van de overheid. De wet heeft als doel overheden transparanter te maken door overheidsinformatie beter vindbaar en digitaal toegankelijker te maken. De Woo heeft de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen en is op 1 mei 2022 in werking getreden voor het onderdeel passieve openbaarmaking (openbaar maken op verzoek). De ODR heeft alle processen rondom de Wob aangepast naar de Woo.
Rechtmatigheid
•
Met ingang van de jaarrekening 2023 is het dagelijks bestuur zelf (i.p.v. de accountant) verantwoordelijk voor het opstellen van de rechtmatigheidsverantwoording. Binnen ODR vinden hiervoor gedurende het jaar interne controles plaats op basis van het Integraal Controleplan ODR 2022-2025. Hierover zal gedurende het jaar in de bestuursrapportage en jaarstukken worden gerapporteerd.
De organisatie dient de informatiecategorieën zoals opgenomen in de Woo te publiceren op een publicatieplatform. De ODR gaat aan de slag om dit publicatieplatform te realiseren.
•
Het voorbereiden van de ODR op het actief openbaar maken van de informatiecategorieën. Dit vereist het Wooproof maken van processen zodat de Woo voldoende geborgd is.
•
Het verhogen van het bewustzijn en kennis bij medewerkers. Dit betreft zowel kennis over de Woo als bewustzijn over de wijze waarop de ODR omgaat met het publiceren van informatie.
Het ziekteverzuim is nog steeds te hoog, met name door een aantal langdurig zieken ligt het percentage hoger dan 5%. We zetten in 2025 verder in op het terugdringen hiervan door onder andere intensiever samen te werken met de Arbo Unie. Daarnaast zullen we gerichter acties uit kunnen zetten als gevolg van de uitkomsten van het Preventief Medisch Onderzoek dat in 2024 is uitgevoerd. Ook zal Afas verder geoptimaliseerd worden, wat bijdraagt aan de verdere professionalisering van de (digitale) HR processen.
Programmabegroting 2025 ODR
De Woo bevat daarnaast de verplichting tot actieve openbaarmaking (openbaar maken uit eigen beweging). Deze verplichting treedt gefaseerd in werking. De datum waarop de eerste informatiecategorieën verplicht openbaar gemaakt moeten worden is nog niet bekend. De ODR geeft invulling aan het implementeren van de Woo door middel van een projectmatige aanpak:
32
Bedrijfsvoering Klanttevredenheid De klanttevredenheid wordt doorlopend gemeten. Door direct met de klant in contact te treden, merken we dat we de klachten in een vroeg stadium kunnen oppakken en beantwoorden. Hierdoor kunnen de klachten informeel worden afgedaan. De klanttevredenheid geeft ons input om onze werkprocessen continu te verbeteren en om onze opdrachtgevers te adviseren hoe zij hun werkprocessen kunnen verbeteren. Dit blijven wij ook in 2025 doen.
KPI’s (ODR breed)
Resultaat 2023
Ambitie 2025
Klanttevredenheid (tevreden en zeer tevreden)
82%
> 80%
% overhead /totale kosten
21%
< 25%
Ziekteverzuim
7,6%
< 5,0%
10
< 20
Ingekomen klachten
Programmabegroting 2025 ODR
33
Bijlagen
Programmabegroting 2025 ODR
34
Opbouw uurtarief Integraal uurtarief
Gedifferentieerd uurtarief
Voor de reguliere werkprogramma’s hanteert ODR een integraal uurtarief op basis van de kosten van overhead en primair proces:
Voor de meerwerkprojecten hanteert ODR een gedifferentieerd uurtarief op basis van een schaalindeling:
Kosten overhead
Uurtarief
Personeel
3.840.188
ICT
1.251.717
Huisvesting en facilitair
694.202
Overige kosten
386.256
Totaal overhead
6.172.363
Tariefgroep 1 (t/m schaal 7)
Tariefgroep 2 (schaal 8-9)
Tariefgroep 3 (schaal 10 en hoger)
Overhead uurtarief
26,26
26,26
26,26
Productief uurtarief
60,54
74,20
89,48
Totaal uurtarief
86,80
100,46
115,74
Kosten primair proces Personeel (176,72 fte) Overige kosten Totaal primair proces
18.784.236 133.540 18.917.776
Uurtarief Overhead uurtarief
26,26
Productief uurtarief
80,49
Totaal uurtarief
106,75
Programmabegroting 2025 ODR
35
Overzicht baten en lasten Taak -veld
Ontwerp jaarrekening 2023
Begroting 2024 na wijziging
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten
Lasten
Begroting 2027
Baten
Lasten
Begroting 2028
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
Lasten
Baten
7.4
7.178.566
9.889.524
7.433.518
9.763.978
8.006.380
10.439.229
8.020.978
10.439.229
7.914.745
10.280.210
7.916.025
10.280.210
7.4
717.668
988.693
1.968.982
3.000.352
2.083.014
3.182.319
2.083.014
3.182.319
2.083.014
3.182.319
2.083.014
3.182.319
8.3
9.365.042
11.917.086
8.506.901
10.957.486
8.997.661
11.621.945
8.996.336
11.621.945
8.996.336
11.621.945
8.996.336
11.621.945
Algem. dekkingsmiddelen
0.5
203
182.403
0
150.000
0
100.000
0
100.000
0
100.000
0
100.000
Overhead
0.4
4.667.331
6.942
5.946.040
0
6.240.063
0
6.226.790
0
6.174.004
0
6.172.724
0
Vennootschapsbelasting
0.9
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Onvoorzien
0.8
0
0
45.000
0
45.000
0
45.000
0
45.000
0
45.000
0
21.928.810
22.984.649
23.900.441
23.871.816
25.372.118
25.343.493
25.372.118
25.343.493
25.213.099
25.184.474
25.213.099
25.184.474
0
28.625
0
28.625
0
28.625
0
28.625
0
28.625
0
28.625
21.928.810
23.013.274
23.900.441
23.900.441
25.372.118
25.372.118
25.372.118
25.372.118
25.213.099
25.213.099
25.213.099
25.213.099
Programma’s Milieu & advies Bouw & ondersteuning
Overzichten
Saldo van baten en lasten
Mutaties reserves Resultaat Saldo van baten en lasten Toelichting taakvelden:
1.084.464 0.4 (Overhead)
0 0.5 (Treasury)
0 0.8 (Onvoorzien)
0
0.9 (Heffing vennootschapsbelasting)
0 7.4 (Milieubeheer)
0 8.3 (Wonen en bouwen)
Per boekjaar 2024 is er sprake van een andere programma-indeling in de begroting. Daarbij is ook de verdeling over de BBV-taakvelden opnieuw beoordeeld. In bovenstaand overzicht zijn in de kolom ‘Ontwerp jaarrekening 2023’ de lasten en baten van de oude vier programma’s herverdeeld naar de nieuwe twee programma’s. De omzet van taakveld 7.4 (Milieubeheer) is niet 1-op-1 te relateren aan de berekening van de milieuomzet in het kader van de Robuustheid IBP. Dit vanwege de andere berekeningswijze en uitgangspunten voor bijvoorbeeld de productieve uren en salariskosten per fte, milieutaken binnen bouwteams (zoals asbest) en toerekening overheadkosten. Programmabegroting 2025 ODR
36
Geprognotiseerde balans In het BBV (art. 20) is de verplichting vastgelegd dat de gemeenten het geraamde EMU-saldo moeten opnemen in de programmabegroting over het vorig begrotingsjaar, het begrotingsjaar jaar en de drie daar op volgende jaren. Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven met derden (dus geen afschrijvingen, waarde mutaties, etc.) van de overheid op transactiebasis in een bepaald jaar. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar met reële transacties meer geld uitgegeven wordt dan in een jaar binnenkomt, of dat er geld overgehouden wordt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de ODR. 2023
2024
2025
2026
2027
2028
Materiele vaste activa
3.723.990
3.689.496
3.523.602
3.357.708
3.191.814
3.025.920
Financiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
Vlottende activa
4.452.335
3.085.195
3.033.819
2.991.044
2.987.568
2.954.992
Totaal activa
8.176.325
6.774.691
6.557.422
6.348.752
6.179.382
5.980.912
2.117.841
1.004.752
976.127
947.502
918.877
890.252
612.037
498.494
484.848
479.803
514.058
519.213
Langlopende schulden
2.675.000
2.500.000
2.325.000
2.150.000
1.975.000
1.800.000
Vlottende passiva
2.771.447
2.771.447
2.771.447
2.771.447
2.771.447
2.771.447
Totaal passiva
8.176.325
6.774.691
6.557.422
6.348.752
6.179.382
5.980.912
Vaste en vlottende financiële vaste activa
8.176.325
6.774.691
6.557.422
6.348.752
6.179.382
5.980.912
Vaste en vlottende schulden
5.446.447
5.271.447
5.096.447
4.921.447
4.746.447
4.571.447
Totaal EMU-saldo
2.729.878
1.503.245
1.460.975
1.427.305
1.432.935
1.409.465
- 1.226.634
- 42.270
- 33.670
5.630
- 23.470
Activa
Passiva Eigen vermogen (*) Voorzieningen
EMU-saldo volgens balans
Mutatie EMU-saldo t.o.v. vorig jaar * inclusief saldo van de rekening 2023 en voorstel resultaatbestemming 2023 Programmabegroting 2025 ODR
37