Procesnota zienswijzes Akkerstraat 5
Tekst van het document
Procesnota omgevingsvergunning artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder te noemen projectomgevingsvergunning)
Projectomgevingsvergunning: Bruchem, Akkerstraat 5 Hoort bij collegebesluit : 7 februari 2023 In de procesnota gaan wij in op de ingediende zienswijzen. U kunt lezen of deze zienswijzen zorgen voor aanpassingen in de vastgestelde projectomgevingsvergunning. I. Procedure ontwerp-projectomgevingsvergunning Bruchem, Akkerstraat 5 Het plangebied ligt op de locatie Bruchem, Akkerstraat 5. De ontwerp-projectomgevingsvergunning voorziet in het legaliseren van een in strijd met het bestemmingsplan uitgevoerde verbouwing van de woning aan de Akkerstraat 5, Bruchem De ontwerp-projectomgevingsvergunning heeft van donderdag 31 maart t/m woensdag 11 mei 2022 ter inzage gelegen. In deze periode bestond de mogelijkheid om zowel mondeling als schriftelijk zienswijzen naar de gemeente Zaltbommel te sturen.
II. Ingediende zienswijzen/ op tijd ingediend? De volgende zienswijzen zijn ingediend: 1. Indiener zienswijze 1, schriftelijke zienswijze van 9 mei 2022, ontvangen op 10 mei 2022 2. Indiener zienswijze 2, schriftelijke zienswijze van 9 mei 2022, ontvangen op 10 mei 2022 De zienswijzen zijn voor het einde van die termijn verzonden c.q. ontvangen (deze termijn liep tot en met woensdag 11 mei 2022). Wij concluderen dat alle zienswijzen op tijd zijn ingediend.
III. Samenvatting ingekomen zienswijzen en beoordeling zienswijzen Wij hebben de ingediende zienswijzen hieronder samengevat. Ook zijn de zienswijzen van een beoordeling voorzien. De ontvangen zienswijzen zijn gelijkluidend. Wel hebben we de volledige zienswijzen bij het bepalen van ons besluit meegenomen. Ook is per zienswijze aangegeven of deze leidt tot het aanpassen van de projectomgevingsvergunning. De kopieën van de zienswijzen liggen ter inzage.
Ingekomen zienswijzen Zienswijze 1/2 1.1
Opmerking Reclamant maakt bezwaar tegen het volume van het hoofdgebouw. Deze wordt te groot. Het volume is veel groter dan de toegestane 750 m3
1
Reactie In het verleden is voor de bouw van de woning aan de Akkerstraat 5 met bijbehorend bouwwerk vergunning afgegeven. Tussen de woning en het bij behorend bouwwerk is een zogenaamd ‘tussenlid’ gebouwd. De maatvoering van dit bouwwerk past niet binnen de maatvoering voor vergunningsvrije bouwwerken, de goothoogte wordt met 18 cm overschreden en de nokhoogte met 77 cm. Hiervoor is de
1.2
Er wordt teveel aaneen gebouwd.
1.3
Door de gerealiseerde ontstaat er muurwerking.
1.4
De vergrootte maten worden als buiten proportioneel geacht. Zo wordt er meer dan 15 meter naar achteren gebouwd, de breedte wordt meer dan 3 keer overschreden. Het hoofdgebouw wordt van 154 m2 naar meer dan 400 m 2 uitgebreid.
bebouwing
2
bouwaanvraag ingediend. Bij de beoordeling van de aanvraag en de hiervoor opgestelde onderbouwing is aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing aan de Akkerstraat. Gezien de samenhang is dit ruimtelijk te verantwoorden. Voor het bouwplan is een positief welstandsavies afgegeven Gezien de mogelijkheden voor vergunningvrij bouwen is muurwerking niet altijd tegen te gaan. Het staat bewoners vrij achter de voorgevel zonder vergunning bebouwing op te richten. Gebleken is dat de bebouwing hoger is dat de maximale maten vanuit het vergunningsvrij bouwen. De goothoogte is 18 cm hoger en de nokhoogte 77 cm. De veronderstelde ‘muurwerking’ volgt daarmee niet direct uit de toegestane verruiming van de goot- en nokhoogte maar is in zekere zin een gevolg van de wettelijke mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen. De afstand van het bouwplan tot de perceelsgrens is circa 40 meter. Het bouwplan kent een breedte van 26,2 meter. Een dergelijke breedte op een afstand van circa 40 meter is ruimtelijk acceptabel. Voorbij wordt gegaan aan het onderscheid hoofdgebouw en bijbehorend bouwwerk. Door de oppervlakten bij elkaar op te tellen wordt een onwerkelijk beeld gecreëerd. Het geldende bestemmingsplan laat een woning toe van 750 m 3. Daarnaast is een bijbehorend bouwwerk toegestaan van maximaal 250 m2, na afwijking.
Het vergunnen van het tussenlid heeft tot gevolg dat het bestaande vrijstaande bijbehorend bouwwerk ‘transformeert’ naar aangebouwd. Dit leidt tot de overschrijding van de diepte van de aangebouwde bouwmassa in relatie tot het bouwvlak van de “hoofdmasssa”, Indien het tussenlid wel vergunningsvrij is blijft er ruimtelijk eenzelfde beeld. Vanuit dit oogpunt is het vergunnen van het tussenlid ruimtelijk te verantwoorden. Ditzelfde geldt eveneens voor de breedte van het aangebouwde bijbehorende bouwwerk.
1.5
Stedenbouwkundig is doorzicht gewenst om een zachte overgang te krijgen van stedelijk gebied aan het buitengebied. Een eerder verzoek is om die reden afgewezen. Het nu voorliggende plan maakt een nog hardere overgang.
1.6
Het plan in niet in overeenstemming met de Welstandsnota
1.7
Een motivering van de meerwaarde ontbreekt. De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid tot 250 m2 vraag om een motivering van de stedenbouwkundige meerwaarde.
1.8
Door de afgeven vergunning ontstaat een gevaarlijk precedent.
1.9
Slecht gedrag wordt beloond. Al vier keer eerder is vergunning afgegeven voor iets van reeds gerealiseerd is.
1.10
In de ruimtelijke onderbouwing staan diverse onjuistheden, omissies en tegenstrijdigheden. Er wordt een
3
Het vrijstaande bijbehorende bouwwerk van 224,79 m2 was reeds vergund, zo ook de woning. Tussen de woning en het bijbehorend bouwwerk is, te hoog, een vergunningsvrij bouwwerk geplaatst. Met deze vergunning wordt de overschrijding met 77 cm vergund. Dit plan onderdeel draagt in beperkte mate bij aan de ‘harde overgang’ en geeft daarmee geen aanleiding om af te zien van vergunningverlening. Voor het bouwplan is een positief welstandsadvies afgegeven. In het advies zit geen kennelijke onjuistheid. Het college kan daarmee dit advies opvolgen. in het kader van de vergunningverlening wordt een uitgebreide procedure doorlopen en wordt de vergunning niet afgegeven op grond van de binnenplanse afwijking. Dit neemt niet weg dat de meerwaarde in ieder geval wordt gerelateerd aan de reeds bestaande bebouwing. Vanuit gebruiksoogpunt heeft het tussenlid een meerwaarde voor wat betreft de bruikbaarheid van losstaande bijgebouw.
Van precedentwerking is geen sprake. Het realiseren van het “tussenlid” veroorzaakt dat het reeds vergunde en gebouwde losstaande bijgebouw gezien moet worden als aanbouw. Met toepassing van bijlage 2, artikel 4 BOR kan deze ontwikkeling niet worden vergund. In onderhavig geval moet een afweging gemaakt worden tussen het belang van aanvrager en het algemeen belang. Hierbij dient meegewogen te worden dat de bebouwing al aanwezig is. Daarmee kan er geen generiekprecedent ontstaan. In casu moet besloten worden op de onderhavige aanvraag. In het kader van deze besluitvorming kunnen eerdere vergunningstrajecten geen onderdeel uitmaken van de beoordeling en toetsing. Niet inzichtelijk is gemaakt op welke onjuistheden, omissies en tegenstrijdigheden gedoeld wordt.
verkeerde voorstelling van zaken gegeven. Daarnaast kan reclamant zich niet voorstellen dat medewerking was verleend indien de bebouwing nog niet gerealiseerd zou zijn. Verwezen wordt naar een uitspraak van de Raad van State. Hieruit zou blijken dat illegaal gebouwde bebouwing niet meegewogen dient te worden.
1.11
Voor de vergunningverlening is een verklaring van geen bedenkingen nodig. Deze is niet afgegeven.
Daarmee kan hierop inhoudelijk niet gereageerd worden. In de betreffende uitspraak van de Raad van State is er op gewezen dat de kosten van sloop en de kapitaalvernietiging aspecten zijn die het gevolg zijn van bouwen zonder de benodigde vergunning. Deze aspecten zijn meegenomen in de onderhavige besluitvorming. Los daarvan is het juist dat bij de beoordeling niet uitgegaan mag worden van de illegale realiteit maar het plan beoordeeld moet worden op zijn ruimtelijke effecten. Beoordeeld is of de overschrijding van de goot- en nokhoogte onevenredig is. In de onderbouwing is gemotiveerd dat hiervan geen sprake is en daarmee de aanwezige bebouwing vergund kan worden. Een verklaring van geen bedenkingen Is gevraagd bij de gemeenteraad
Conclusie De zienswijzen nemen wij gedeeltelijk over, in die zin dat de gemeenteraad alsnog wordt gevraagd een Verklaring Van Geen Bedenkingen af te geven
Behoort bij besluit van het college van de gemeente Zaltbommel in zijn vergadering van 7 februari 2023.
Bijlagen bij nota: Zienswijzen (kopieën) Overzicht NAW-gegevens indieners zienswijzen (vertrouwelijk)
4