CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Overzicht Technische vragen Raadsvergadering 9 juli - Jaarstukken

Raadsvergadering 9 juli 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Jaarstukken 20254.091 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie Toelichting VVD ad 1 — In het raadsvoorstel (kanttekening 1.1) staat dat de accountant bij het opstellen alleen mondeling een goedkeurende verklaring in het vooruitzicht stelde; de definitieve verklaring en het rapport van bevindingen moesten nog komen. Omdat de raad de jaarstukken pas vaststelt nadat de accountant ze heeft gecontroleerd, wil de fractie vooraf zekerheid hebben dat die verklaring en het rapport er zijn, en weten of er aandachtspunten in staan.

Vraag 1. Kan worden bevestigd of de definitieve controleverklaring en het rapport van bevindingen op 9 juli beschikbaar zijn voor de raad, en indien aandachtspunten worden gerapporteerd, kunnen deze kort voorafgaand aan de behandeling worden toegelicht?

Antwoord Door Baker Tilly was toegezegd dat de definitieve controleverklaring afgelopen vrijdag in ons bezit zou zijn. Door de aanpassing in de jaarrekening (onderdeel rechtmatigheidsverantwoording), heeft dit een kleine vertraging opgelopen. Wij verwachten de definitieve controleverklaring voorafgaand aan de raadsvergadering.

VVD

2. Kan worden toegelicht uit welk type uitgaven de € 1.182.000 aan acceptabele begrotingsonrechtmatigheid is opgebouwd, en op welk vooraf door de raad vastgesteld beleidskader die kwalificatie is gebaseerd?

Als de werkelijke lasten hoger zijn dan de begroting, dan is dit onrechtmatig. Toch kan het zijn dat tegenover deze lasten ook extra baten zijn ontvangen. Als dit van toepassing, zien wij dit als acceptabel. De € 1.182.000 bestaat voornamelijk uit hogere lasten op Grondexploitaties, hier staan ook meer opbrengsten tegenover.

3. In de rechtmatigheidsverantwoording (4.5.6) staat dat een inkoopadviseur bij de BVEB is gestart en dat de onrechtmatigheid is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Kan worden aangegeven welk concreet en meetbaar doel het college voor 2026 hanteert om de inkooprechtmatigheid verder te verbeteren (bijvoorbeeld een streefwaarde voor het bedrag aan niet-Europees aanbestede inkopen), en kan de raad hierover bij de Programmabegroting 2027 een tussenstand ontvangen?

Het streven is om alle inkopen rechtmatig aan te besteden. Het kan echter zijn dat er nog contracten doorlopen uit het verleden die onrechtmatig zijn aanbesteed. We willen voorstellen om hier bij de Slotwijziging 2026 op terug te komen in plaats van bij de Programmabegroting 2027, omdat dit over 2026 gaat.

VVD

ad 2 — In hoofdstuk 5.11 is de totale begrotingsonrechtmatigheid van € 2.850.000 opgesplitst in een acceptabel deel van € 1.182.000 en een niet-acceptabel deel van € 1.668.000. De drie posten van het niet-acceptabele deel zijn toegelicht in paragraaf 4.5.6, maar het acceptabele deel niet. Een korte uitleg waar dat acceptabele deel uit bestaat, maakt het onderscheid tussen binnen de kaders en buiten de kaders duidelijk. ad 3 — Paragraaf 4.5.6 noemt € 2.367.000 aan inkopen die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed, verdeeld over negen gevallen. Het college geeft daar al aan dat er een inkoopadviseur bij de BVEB is gestart en dat de onrechtmatigheid is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Wat nog ontbreekt, is een concreet en meetbaar doel voor 2026, zoals een streefwaarde voor het bedrag aan niet-Europees aanbestede inkopen. Inzicht daarin, met een tussenstand bij de Programmabegroting 2027, stelt de raad in staat de voortgang te volgen.

Hier komen we bij de Slotwijziging 2026 op terug.

VVD

ad 4 — In de rechtmatigheidsverantwoording (paragraaf 4.5.6, spend-analyse) is vastgesteld dat 4. Kan worden aangegeven hoeveel van de in 2025 onrechtmatig gebleken inkoopcontracten negen aanbestedingen ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed, samen € 2.367.000. De per 1 januari 2026 nog doorloopt, welk financieel belang in 2026 hiermee is gemoeid en op jaarstukken benoemen niet welke leveranciers of contracten dit betreft. Paragraaf 5.2.5 (niet uit welke termijn deze alsnog correct (Europees) worden aanbesteed? de balans blijkende verplichtingen) bevat los daarvan een overzicht van 27 lopende inkoopcontracten met looptijden, maar koppelt die niet aan de geconstateerde onrechtmatigheid. Omdat inkoopcontracten vaak meerdere jaren lopen, kan een deel van die negen gevallen ook in 2026 nog doorlopen. Een beeld op hoofdlijnen van hoeveel daarvan in 2026 doorloopt, welk bedrag ermee is gemoeid en wanneer deze alsnog correct (Europees) worden aanbesteed, geeft de raad een realistisch beeld van het traject.

VVD

ad 5 — In paragraaf 5.4.1 is in 2025 € 777.000 gestort in de voorziening wethouders Pensioenen, op basis van een actuariële berekening van ProAmbt (rente 2,954%, dekkingsgraad 122,2%). Paragraaf 4.2.1 vermeldt dat pas medio 2027 bekend is hoeveel er werkelijk nodig is en dat er dan mogelijk geld bij moet. Omdat er geen Perspectiefnota 2027 komt en de Programmabegroting 2027 het eerstvolgende kaderstellende moment is, helpt een indicatie van de bandbreedte de fractie om dit mee te wegen.

5. Kan voor het meerjarig beeld worden toegelicht binnen welke bandbreedte een eventuele aanvullende dotatie aan de voorziening wethouders pensioenen bij waardeoverdracht aan het ABP medio 2027 zou kunnen vallen, zodat dit kan worden meegewogen bij de Programmabegroting 2027?

Een eventueel aanvullende dotatie aan de voorziening wethouderspensioenen is sterk afhankelijk van het rentepercentage en de dekkingsgraad van het pensioenfonds ABP. Zodra we hier inzicht / duidelijkheid in hebben nemen we dit op in de P&C-cyclus.

VVD

ad 6 — Paragraaf 5.4.7 (taakveld 6.75) licht het tekort van € 1.000.000 op ambulante jeugdhulp toe, vooral in de Jeugd-GGZ. Het college geeft aan dat de gemeente weinig invloed heeft op het verwijsgedrag van huisartsen en artsen, en in de Berap 2026 loopt dit effect structureel door (- € 1.275.000). Inzicht in de knoppen waar de gemeente wel aan kan draaien en in de eerste signalen uit de monitoring (het dashboard) helpt om bij de Programmabegroting 2027 een goed kader te hebben.

6. Kan voor goede begripsvorming worden toegelicht welke instrumenten de gemeente lokaal en regionaal inzet om grip te krijgen op het verwijsgedrag richting Jeugd-GGZ, en welke effecten daarvan zichtbaar zijn in de monitoring van het sociaal domein (waaronder het in 2025 ontwikkelde dashboard)?

De gemeente Zaltbommel werkt intensief samen met de belangrijkste verwijzer voor de Jeugdwet: Buurtzorg Jong. De jeugd- en gezinswerkers van Buurtzorg Jong zijn zich terdege bewust van het inzetten van zo licht mogelijke hulp. De gemeente Zaltbommel voert structureel overleg met huisartsen gericht op samenwerking en passende verwijzing. Inmiddels hebben alle huisartsenpraktijken in de gemeente een vast contactpersoon bij Buurtzorg Jong. Bij de meerderheid van de huisartsenpraktijken is een jeugd- en gezinswerker van Buurtzorg Jong een dagdeel in de week in de praktijk aanwezig. Deze samenwerking bewerkstelligt dat huisartsen eerder naar Buurtzorg Jong verwijzen of op advies van Buurtzorg Jong naar een meer passende, lichtere vorm van Jeugdhulp dan JGGZ. De effecten hiervan zijn vooralsnog beperkt terug te zien in de Dashboards. Het doorwerken van ingezette interventies heeft tijd nodig. De Reikwijdte Jeugdzorg die nog in ontwikkeling en die naar verwachting in 2027 in werking treedt, biedt gemeenten meer mogelijkheden om het verwijsgedrag van huisartsen, specialisten en Gecertificeerde Instellingen (jeugdbeschermers) te beïnvloeden. Naar verwachting levert deze wet de gemeente Zaltbommel meer mogelijkheden om huisartsen te stimuleren niet naar dure jeugdhulp te verwijzen, maar naar Buurtzorg Jong.

CDA

Onrechtmatigheden De jaarrekening sluit met een voordeel van €628.000. Na het reserveren van €847.000 voor betaalbaar wonen resteert echter een nadeel van €219.000, dat uit de algemene reserve wordt gehaald. Belangrijker is dat het college €5,217 miljoen aan onrechtmatigheden rapporteert, waarvan €4,035 miljoen als niet-acceptabel wordt aangemerkt. Daarvan betreft €2,367 miljoen inkopen die ten onrechte niet Europees zijn aanbesteed.

Onrechtmatigheden Gaat het om incidentele fouten of structurele tekortkomingen in processen en kennis? Wordt er een verbeterplan gemaakt?

Het jaarrekeningresultaat staat los van een onrechtmatige aanbesteding. Het betreft incidentele fouten. Om dit te voorkomen is er een inkoopadviseur bij de BVEB gestart.

CDA

Jeugdzorg In 2025 ontstond opnieuw een tekort binnen de jeugdzorg, onder meer door zeer dure hulptrajecten en een groeiende vraag naar specialistische GGZ. Voor 2026 wordt een tekort van €1,275 miljoen voorzien. Een stelpost van €415.000 biedt slechts gedeeltelijke dekking. De grootste druk zit bij jeugdhulp met verblijf, specialistische GGZ en maatwerkvoorzieningen. Kinderen die zorg nodig hebben, moeten die tijdig ontvangen. Tegelijk is het onze verantwoordelijkheid om problemen zo vroeg mogelijk te herkennen en gezinnen, scholen en lokale netwerken te versterken en daardoor mogelijk duurdere zorg kan worden voorkomen.

Jeugdzorg welke preventieve interventies leveren aantoonbaar resultaat op en worden zo mogelijk uitgebreid? Welke eisen worden bij de nieuwe inkoop gesteld aan betere inhoudelijke en financiële sturing, samenwerking en tijdige afschaling? Is de stijging het gevolg van meer jeugdigen, duurdere trajecten of langere behandelduur? Worden er ook naar alternatieven gekeken, bijvoorbeeld groepstherapie i.p.v. individuele begeleiding?

De gemeente Zaltbommel zet al vanaf de aanloop naar de Jeugdwet in 2015 volop in op preventie. De landelijk unieke samenwerking met Buurtzorg, waar preventieve activiteiten nadrukkelijk onderdeel van zijn, lieten in vergelijking met benchmark-gemeenten de eerste jaren na 2015 hogere kosten op Jeugdhulp zien. Na enkele jaren, rond 2020, kantelde dit beeld en daalden de kosten voor Jeugdhulp van de gemeente Zaltbommel onder die van vergelijkbare gemeenten. Ook voor 2025 was dat het geval. De totale preventieve aanpak van Buurtzorg Jong, bestaande uit onder andere vroegtijdige, laagdrempelige hulp, trainingen en voorlichtingsbijeenkomsten voor ouders en jeugdigen en samenwerking met huisartsen en scholen draagt bij aan de lokale preventieve aanpak. De gemeente Zaltbommel en Buurtzorg Jong werken voortdurend aan het uitbreiden en finetunen van deze werkwijze. Het doorontwikkelen van collectief aanbod, waaronder groepsbegeleiding en -behandeling gaat binnen de nieuwe inkoop onderwerp zijn van de zogeheten ‘ontwikkeltafels’ die we samen met zorgaanbieders vormgeven. Voor jeugdhulpaanbieders ligt onder de inkoop 2027 en verder de nadrukkelijke opdracht meer groepsaanbod te ontwikkelen. Daarnaast verplichten we aanbieders in de nieuwe inkoop meer aandacht te besteden aan tijdig afschalen naar lichtere hulp en samenwerking met Buurtzorg Jong en het voorliggend veld.

Ook zijn er duidelijkere beschrijvingen van zorgproducten opgesteld, die discussie over het inzetten van een intensief in plaats van een regulier product verminderen (intensieve producten zijn duurder dan reguliere producten). De kostenstijging is het gevolg van een combinatie van factoren. Een belangrijke oorzaak is een stijging van de kosten van jeugdhulp, met name door salarisstijgingen die in alle sectoren zijn doorgevoerd. Daarnaast is er in mindere mate sprake van een toename van het aantal jeugdigen met een complexere hulpvraag, waardoor hulptrajecten langer duren.

SGP

1. Op pagina 50 lezen we dat de retentievijver nog steeds een risico heeft van 50%.

a.

Wat zijn de ontwikkelingen geweest het afgelopen jaar?

De jaarrekening beschrijft de situatie per 31 december 2025, toen was dit inderdaad een risico van 50%. Er zijn in 2025 verschillende gesprekken gevoerd met de CDBZ, BNG en Gemeente.

b.

Wat is het toekomstperspectief?

a.

Hoe valt dit te rijmen?

b.

Hoe kan dit verbruik weer omlaag worden gebracht?

De gemeente stond garant voor de lening van de BNG aan CDBZ. Er is aanspraak gemaakt op de garantstelling en de gemeente heeft de lening volledig afgelost en tegelijkertijd heeft de gemeente een vaststellingsovereenkomst gesloten met de CDBZ. De gemeente heeft nu voor hetzelfde bedrag een vordering op de CDBZ. De cijfers in de Tabel waar naar wordt verwezen betreffen de totale kosten, de afname betreft het verbruik per armatuur (kWh). De toename van de kosten is - voornamelijk te verklaren door de stijging door de vaste kosten van de netbeheerder Liander. Deze zijn aanzienlijk. Zo is er sprake van een toename van het vastrecht per lichtmast en per verdeelkast. Verder is het areaal uitgebreid met meer lichtmasten en meer verdeelkasten waardoor het verbruik, maar ook de vaste kosten zijn toegenomen. De stijging komt voornamelijk door de stijging van de vaste kosten en uitbreiding van het areaal.

a.

Aan wie zijn deze leningen verstrekt?

SGP

b.

Staan er voldoende zekerheidsstellingen tegenover deze leningen?

SGP SGP

c. En zo niet, op welke manier zijn deze leningen verwerkt in de tabel op pagina 50? 4. Op pagina 116 lezen we over een tekort bij de Avri aan de lastenkant van €143.000 door PDB uitgaven. De lasten van PDB worden toch voor 100% gedekt door de afvalstoffenheffing. Hoe kan er dan toch een (negatief) resultaat ontstaan voor de gemeente?

Niet van toepassing De lasten voor PMD worden in principe volledig betrokken bij de berekening van de afvalstoffenheffing. Daarmee horen deze kosten uiteindelijk te worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Het nadeel van €143.000 ontstaat doordat deze lasten in onze gemeentelijke begroting niet volledig waren geraamd en is ook een saldo van diverse afrekeningen van vorige jaren vanuit Avri voor het basispakket en de afvalstoffenheffing. Daardoor ontstaat er nu een negatief resultaat ten opzichte van de begroting.

De jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 628.000, maar dat is € 245.000 slechter dan bij de slotwijziging werd verwacht. Opvallende zit in de onderliggende beweging: veel afwijkingen komen door doorschuiven van projecten, budgetoverhevelingen en reservebewegingen. Er is per saldo € 2,6 miljoen meer in reserves gestort dan begroot, vooral vanwege budgetoverhevelingen. Er staan 58 acties in de begroting 2025. Daarvan lopen 43 acties conform planning, maar bij 15 acties, 26%, is de planning onzeker of is sprake van knelpunten.

1. Welk deel van het positieve resultaat is structureel en welk deel is incidenteel of timing?

Het positieve resultaat van € 628.000 is grotendeels incidenteel.

Het programma Sociaal domein sluit € 411.000 nadeliger. De toelichting noemt vooral Jeugdzorg: in 2025 is voor bovengemiddeld veel jeugdigen extreem dure hulp ingezet en de vraag naar specialistische GGZ-behandeling is toegenomen.

3. Hoeveel jeugdigen veroorzaken de grootste kostenstijging en om welke type zorg gaat het?

Het is niet mogelijk om de kostenstijgingen aan specifieke jeugdigen toe te wijzen. Wat over specifieke jeugdigen in 2025 wel te zeggen is: toevalligerwijs was de gemeente Zaltbommel in 2025 verantwoordelijk voor vier jeugdigen met een zeer intensieve hulpvraag (meer dan €400.000,00 per jeugdige per jaar). Bij deze casussen gaat het qua type zorg om een combinatie van dure verblijfsplekken, een-op-een begeleiding en behandeling. Op alle vier de jeugdigen is procesregie vanuit de gemeente ingezet gericht op het normaliseren van hun situatie en daarmee het terugbrengen van de kosten. Om verschillende redenen vallen nu drie van de vier jeugdigen niet meer onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Zaltbommel.

4. Is de stijging incidenteel of ziet het college een structurele trend?

Een deel van de hoge kosten over 2025 waren gebonden aan toeval, gerelateerd aan bovengenoemde vier cliënten. Of we te maken hebben met cliënten met extreem complexe problematiek is onvoorspelbaar, maar incidenteel. Een deel van de stijgende kosten van de Jeugdhulp komen daarnaast voort uit kostenstijgingen met name veroorzaakt door salarisstijgingen. De personeelslasten die gepresenteerd worden in de jaarrekening is inclusief inhuurlasten.

SGP

SGP

2.Op pagina 56 lezen we dat het energieverbruik per armatuur is afgenomen door het gebruik van ledverlichting. Als we echter naar de cijfers kijken blijkt er een toename van bijna 30%, waardoor het verbruik praktisch hetzelfde is dan in 2023.

SGP SGP

D66

D66

D66

3.

Op pagina 88 lezen we over nieuwe verstrekte geldleningen voor in totaal €1.616.000.

D66

D66

Het programma Overhead heeft een nadeel van € 1,184 miljoen, vooral door een tekort op personeelslasten. Tegelijk noemt het jaarverslag een externe inhuur van 27,3% van de totale loonsom inclusief inhuur en apparaatskosten van € 835 per inwoner.

2. Welke 15 acties vormen bestuurlijk de grootste risico’s?

5. Waarom ontstaat er een tekort op personeelslasten terwijl ook sprake is van forse externe inhuur?

Deze leningen zijn verstrekt aan aanvragers via het SVN-leningen portaal. SVN beheert deze leningen voor onze gemeente. Deze verstrekte leningen betreffen vooral aangevraagde Startersleningen voor de aankoop van een huis. Ja, behoudens een financiële toets bij aanvraag, is er bij de Startersleningen sprake van een lening die valt onder de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Mocht de lening niet terugbetaald kunnen worden na overleg tussen leningnemer en SVN, dan dekt de NHG dit risico af.

Er is dus geen sprake van € 628.000 structurele ruimte. Eventuele structurele effecten zijn apart verwerkt in de Bestuursrapportage 2026, waarbij een structureel sluitend meerjarenperspectief wordt gepresenteerd. De 15 acties die niet conform planning lopen staan opgenomen onder 2.2 stand van zaken acties. Daarnaast zijn deze apart toegelicht per programma in de Jaarstukken.

D66

6. Welk deel van de externe inhuur is tijdelijk/projectmatig en welk deel vervult structurele functies?

D66

D66

Bij Volkshuisvesting is er een groot voordeel, mede doordat in 2025 meer omgevingsvergunningen zijn verleend en daardoor de legesopbrengsten hoger zijn. Bouwleges komen uit op € 2,679 miljoen, fors hoger dan begroot.

D66

D66

Het weerstandsvermogen is met 2,44 “uitstekend”. Tegelijk zitten er grote risico’s in garantstellingen, vooral de Coöperatie Duurzame Bedrijventerreinen Zaltbommel, met een impact van € 2,6 miljoen en gewogen risico van € 1,3 miljoen. Ook worden risico’s genoemd rond wethouderspensioenen, sociaal domein, netcongestie en prijsstijgingen.

Het deel van de externe inhuur wat structurele formatie plekken bezet fluctueert en is sterk afhankelijk van de arbeidsmarkt, langdurige ziekte en zwangerschapsverlof. Daarnaast wordt er ingehuurd voor projecten die specifieke expertise vragen. Dit is afhankelijk van het aantal lopende projecten en de complexiteit hiervan. 7. Op welke domeinen is de organisatie het meest kwetsbaar? De arbeidsmarkt is op dit moment het krapste op het fysieke domein. Dat is ook de reden dat met name binnen dit domein extra is ingehuurd om de werkzaamheden en projecten door te kunnen laten lopen. 8. Zijn de hogere bouwleges incidenteel of verwacht het college structureel hogere In de bestuursrapportage 2026 ramen we structureel € 150.000 aan extra baten voor de leges vergunningopbrengsten? omgevingsvergunningen. Echter is er soms sprake van incidentele vergunning voor de bouw van scholen, het realiseren van huisvesting voor arbeidsmigranten en grote (woningbouw)projecten, wat in 2025 het geval was. Dit wordt jaarlijks beoordeeld en verwerkt in de begroting wanneer verwacht wordt dat er vergunning plaats zal vinden. 9. Worden incidentele legesmeevallers gebruikt voor structurele lasten? Nee, er worden geen incidentele 'meevallers' gebruikt voor structurele lasten. Dit is in strijd met de geldende "Nota Incidentele baten en lasten", waaraan wij moeten voldoen voor een juiste en reëele begroting 10.

Waarom wordt bij CDBZ gerekend met een kans van 50% dat zij niet aan verplichtingen kan De jaarrekening beschrijft de situatie per 31 december 2025, toen was dit inderdaad een risico voldoen? van 50%. Er zijn in 2025 verschillende gesprekken gevoerd met de CDBZ, BNG en Gemeente.

D66

11. Welke zekerheden heeft de gemeente bij deze garantstelling?

D66

12. Hoe vaak wordt de raad geïnformeerd over de financiële positie van CDBZ?

D66

13. Hoe groot kan de extra dotatie voor wethouderspensioenen in 2027 nog worden?

D66

14. Is het risicoprofiel van jeugdzorg voldoende verwerkt in het weerstandsvermogen?

D66

Inwoners voelen zich veiliger, zijn weerbaarder en leefklimaat verbetert. 15 Vraag: Hebben de acties geleid tot het behalen van de doelen? Waaruit blijkt dat? Hoe wordt dit gemonitord? (m.a.w. Wat is de impact van de acties op de doelen van programma Veiligheid?)

Zoals in de jaarstukken aangegeven zetten we diverse maatregelen in, zowel proactief, preventief en repressief. Hoewel het lastig is om concrete acties één op één te relateren aan een verbeterd leefklimaat, gevoel van veiligheid en weerbaarheid, volgt uit de twee-jaarlijkse Lemonmeting dat het veiligheidsgevoel tussen 2020 en 2025 is gestegen van een 7,5 naar een 7,8. Ook zien we de afgelopen jaren een toename in het aantal MMA meldingen waarmee we zien dat de bewustwordingscampagnes en het bieden van handelingsperspectief effect hebben. We gebruiken verschillende interne en externe dashboards om de veiligheid in onze gemeente te meten. We leggen dit ook naast andere objectieve informatie vanuit de Lemon-meting zoals het aantal voorzieningen in een kern. Daarnaast zijn de politiecijfers te raadplegen via data.politie.nl. Dit monitoren we en we bespreken trends en ontwikkelingen iedere vier weken met de politie. Waar nodig spelen we in op actuele ontwikkelingen om de veiligheid in onze gemeente te waarborgen.

D66

16. Vraag: Is de sportdeelname gegroeid? Waaruit blijkt dat?

D66

17. Uit de jaarrekening 2025 blijkt dat met name bij Cultuurparticipatie/presentatie en productie eenzelfde bedrag (inclusief indexatie) is besteed als in 2024. Dit ondanks een verhoging op begroting 2025 van €72.000. Betekent dit dat er geen 'winst' is geboekt m.b.t. deelname van inwoners aan cultuur en het vergroten van de leefbaarheid door kunst en cultuur? Konden de culturele voorzieningen in 2025 hetzelfde presteren als in 2024? (ondanks kostenstijging?)

Uit de Gezondheidsmonitors van de GGD Gelderland-Zuid blijkt dat het percentage volwassenen (18+) dat minimaal één keer per week sport is gestegen van 44% in 2020 naar 51% in 2024. Het percentage kinderen (4-12) dat minimaal 5 dagen per week 1 uur beweegt is gestegen van 68% in 2021 naar 70% in 2025. Onder jongeren (13-16) is dat percentage gestegen van 41% in 2019 naar 46% in 2023. In de Bestuursrapportage 2025 is € 50.000 opgenomen voor de subsidie Slot Loevestein. Daarnaast is er € 22.000 opgenomen voor een aantal kleinere projecten (€ 22.000), zoals 80 jaar vrijheid en overige culturele activiteiten. De culturele voorzieningen konden hetzelfde presteren als in 2024. Eventuele kostenstijgingen (zoals loonkosten door CAO bij stichting Cultuurcluster) zijn budget neutraal opgelost.

BVNL

Pagina 44: Bij de toeristenbelasting valt ons op dat de opbrengst significant is gedaald.

1. Waarom is de opbrengst toeristenbelasting, ondanks een tariefstijging van €439.000 in 2024, naar €267.000 gedaald in 2025?

We hebben Hypotheek- en pandrecht gevestigd en als zekerheden opgenomen in de vaststellingsovereenkomst tussen de CDBZ en de gemeente. Zo lang CDBZ zich aan de afspraken houdt die in de vaststellingsovereenkomst zijn opgenomen is er geen aanleiding om de raad verder te informeren. Mocht hier toch van afgeweken worden dan wordt u als raad geïnformeerd. Een eventueel aanvullende dotatie aan de voorziening wethouderspensioenen is sterk afhankelijk van het rentepercentage en de dekkingsgraad van het pensioenfonds ABP. Zodra we hier inzicht / duidelijkheid in hebben nemen we dit op in de P&C-cyclus. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing wordt het Sociaal domein benoemd. Echter is dit niet becijferd. In de begroting van de gemeente Zaltbommel wordt het Sociaal domein realistisch begroot.

De toeristenbelasting laat tussen de jaren een wisselend beeld zien. Dit komt vooral doordat aanslagen pas in het daaropvolgende jaar worden opgelegd. Daardoor werken correcties op eerdere inschattingen door in de jaarlijkse opbrengst. In 2024 viel de opbrengst hierdoor hoger uit. De post voor nog op te leggen toeristenbelasting uit eerdere jaren bleek achteraf te laag geraamd, waardoor in 2024 een extra opbrengst ontstond. Daarbij is de nog te ontvangen post over 2024 na realisatie in 2025 tegengevallen en zorgde dat in 2025 voor een nadeel. De realisatie van € 439.000 over 2024 geeft daardoor geen structureel beeld. De opbrengst ligt onderliggend dichter bij € 300.000 per jaar. Ook speelt mee dat arbeidsmigranten vaker bij bedrijven zelf worden gehuisvest en worden ingeschreven in de BRP. In die gevallen is geen toeristenbelasting meer verschuldigd.

BVNL

Pagina 50: De kans dat de Coöperatie Duurzame Bedrijventerreinen Zaltbommel (CDBZ) niet meer aan de betalingsverplichtingen kan voldoen wordt ook dit jaar weer ingeschat op 50%.

2.Wat wordt er aan gedaan om deze kans te verlagen?

BVNL

Pagina 54: De risico’s voor bodemverontreiniging en archeologisch onderzoek lijken ons wel erg laag ingeschat met €50.000.

3. Waarop is dit gebaseerd?

BVNL

Pagina 65: Er zijn in 2025 16 beveiligingsincidenten geweest met betrekking tot Zaltbommel. Er wordt geschreven dat deze door adequaat handelen geen hoge impact hebben gehad.

4. Hoe weten we zeker dat deze incidenten geen hoge impact hebben of nog gaan hebben?

De jaarrekening beschrijft de situatie per 31 december 2025, toen was dit inderdaad een risico van 50%. Er zijn in 2025 verschillende gesprekken gevoerd met de CDBZ, BNG en Gemeente. We hebben Hypotheek- en pandrecht gevestigd en als zekerheden opgenomen in de vaststellingsovereenkomst tussen de CDBZ en de gemeente. Dit risico en de inschatting wordt al een aantal jaren meegenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Op basis van de afgelopen jaren is er geen aanleiding om de impact te wijzigen. Het zekerstellen dat een incident volledig is opgelost en niet voor latere problemen gaat zorgen, is een belangrijk onderdeel van het afhandelingsproces. Bij informatiebeveiligingsincidenten wordt eerst triage toegepast: als het na eerste beoordeling en afhandeling nodig is, vindt er onderzoek plaats naar het incident. Dit om vast te stellen dat het is opgelost en vooral ook wat de aanleiding was en welke acties ondernomen moeten worden om herhaling van dit type incident in de toekomst te voorkomen. Waar nodig wordt gebruikgemaakt van een externe partij met verdere expertise op het gebied van digitaal (forensisch) onderzoek. Welk incident zich als volgende voordoet en mogelijk hoge impact gaat hebben, is niet met zekerheid te voorspellen. Daarom is blijvende aandacht voor verbetering van de informatiebeveiliging nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17192447/1