Overzicht Technische vragen Raadsvergadering 9 juli - Bestuursrapportage
Tekst van het document
Fractie
Toelichting
Vraag
Antwoord
CDA
Het CDA ziet dat de begroting vanaf 2027 formeel sluitend is. Maar met marges van 53.000 tot 234.000 euro is er nauwelijks ruimte om tegenvallers op te vangen. De structurele druk bij jeugdzorg, gemeenschappelijke regelingen en de organisatie is aanzienlijk.
Vragen: Wat te doen bij een nieuwe tegenvaller in de jeugdzorg? Welke risico's staan ons mogelijk nog te wachten?
De gemeente Zaltbommel werkt met de grootste verwijzer Buurtzorg Jong aan maatregelen om efficiënter te verwijzen zonder in te boeten op kwaliteit van zorg. Daarnaast hebben we onze nieuwe inkoop qua vormgeving en ontwikkelopgaven daar waar mogelijk ingericht om de kosten voor de jeugdzorg onder controle in te houden. Het grootste risico voor begrotingsoverschrijdingen bij Jeugd hebben te maken met de meest dure, complexe casuïstiek. Eén of twee 'dure' cliënten (€400.000,- per jaar of meer) extra kunnen de begroting negatief beïnvloeden. Procesregie vanuit de gemeente om escalatie naar een dergelijke dure situatie te voorkomen is een effectief middel. Garanties over het voorkomen van 'dure' cliënten zijn echter niet te geven.
CDA
Dorpenfonds Sterke dorpen ontstaan door inwoners, verenigingen en vrijwilligers die verantwoordelijkheid nemen voor hun leefomgeving zij weten vaak beter wat hun dorp nodig heeft. De maatschappelijke waarde staat wat ons betreft centraal en moeten bijdrage aan gemeenschapsvorming. Eigen inzet en samenwerking worden gestimuleerd.
Wanneer legt het college het bestedingskader met daarin de duidelijke eerlijke en transparante spelregels aan de raad voor?
Het is op dit moment nog te vroeg om vooruit te lopen op de vorm waarin het Dorpenfonds wordt uitgewerkt. Het bestuursakkoord is onlangs vastgesteld en het college werkt nu eerst aan het uitvoeringsprogramma voor het totale bestuursakkoord. Na afronding daarvan wordt de verdere uitwerking van het Dorpenfonds opgepakt. Dan wordt ook bezien welke spelregels nodig zijn en op welke manier de raad daarbij wordt betrokken.
CDA
Hoe zorgen wij dat niet alleen goed georganiseerde of grotere dorpen profiteren?
CDA
Gaat de gemeente kleine initiatiefgroepen zo nodig helpen bij het opstellen van aanvragen?
CDA
Hoe wordt bij dit alles de Kernen CV’s betrokken?
Bij de verdere uitwerking van het Dorpenfonds heeft het college aandacht voor een regeling die voor alle dorpen toegankelijk is. Op welke wijze hier invulling aan wordt gegeven, maakt onderdeel uit van de verdere uitwerking van het Dorpenfonds. Ook de wijze waarop initiatiefnemers worden ondersteund, wordt betrokken bij de verdere uitwerking van het Dorpenfonds. Het is op dit moment nog te vroeg om vooruit te lopen op de wijze waarop dit wordt vormgegeven. Zoals ook bij de beantwoording van de eerdere schriftelijke vragen is aangegeven, vormen de KernenCV's een belangrijk uitgangspunt bij de verdere uitwerking van het Dorpenfonds. Op welke wijze de KernenCV's hierbij worden betrokken, wordt uitgewerkt bij de verdere vormgeving van het fonds. Het college hanteert geen streefpercentage over 2027 en 2028. Wel streven we naar het zoveel mogelijk terugbrengen en beperken van externe inhuur.
CDA
Goede dienstverlening vraagt om voldoende deskundige medewerkers. Daarom zal soms tijdelijke inhuur noodzakelijk zijn. Overdracht van kennis en organisatieontwikkeling is daarbij van groot belang. Naar kennis en uitvoeringkracht moeten onze financiële middelen gaan en niet naar langdurige of dure tijdelijke constucties. Een externe inhuur van 27,3 procent vraagt denken wij om een concreet afbouwplan. Voor de overgang van de BVEB wordt ook nog eens 200,000 uitgetrokken. De personeelslasten vielen ruim €750.000 nadeliger uit. In de bestuursrapportage wordt vanaf 2027 structureel €567.000 extra aan overhead verwerkt. Welk deel van de externe inhuur betreft langdurige vervanging van structurele functies?
Vragen: Welk streefpecentage hanteert het college over 2027 en 2028? Hoe wordt kennis van externen overgedragen aan eigen medewerkers? Wanneer ontvangt de raad de volledige businesscase voor de centrumgemeenteconstructie, met daarin opgenomen de financiële gevolgen, de kwaliteit en dienstverlenings eigen en de personele consequenties? Welke financiële en organisatorische voordelen de nieuwe centrumgemeenteconstructie daadwerkelijk oplevert?
Kennis van externen wordt overgedragen aan eigen medewerkers via een warme overdracht en door het archiveren van belangrijke documenten. Dit najaar zenden wij u de stukken toe, over het opheffen van de BVEB en het oprichten van de centrumcentrumconstructie. De centrumconstructie zorgt voor een eenvoudiger en transparanter sturingsmodel, waarin helder is wie opdrachtgever is, wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en hoe verantwoording wordt afgelegd. Dit biedt zowel Maasdriel als Zaltbommel mogelijkheid tot meer directe regie op lokale onderwerpen. Tegelijkertijd blijven voordelen van gezamenlijke uitvoering behouden voor bedrijfsvoeringstaken, waarvoor schaalgrote, specialisatie en vermindering van kwetsbaarheid van grote waarde zijn.
VVD
VVD
VVD
VVD
VVD
ad 1 — De colleges van Zaltbommel en Maasdriel hebben op 10 maart 2026 besloten de gezamenlijke ambtelijke dienst (GR BVEB) op te heffen; Zaltbommel neemt de taken over als centrumgemeente (programma Overhead, Berap p. 23). Een extern bureau begeleidt die overgang, waarvoor eenmalig € 200.000 is geraamd; de structurele kosten of besparingen zijn nog niet in beeld. Uit de beantwoording van de technische vragen op 11 juni 2026 blijkt dat het onderzoek is afgerond en beide gemeenten akkoord zijn (raadsinformatiebrief 12 maart 2026): de richting ligt dus vast, maar wat het bureau precies gaat doen, wanneer het besluit naar de raad komt en wat het structureel kost, nog niet. Een indicatie daarvan helpt de fractie te zien welke besluitvorming eraan komt.
1. Kan worden geschetst welke scope en planning het externe adviesbureau heeft dat de uitwerking van de centrumgemeenteconstructie (overdracht van de taken van de GR BVEB) begeleidt, wanneer het uitwerkingsbesluit naar de raad komt en welke indicatieve structurele financiële effecten op dit moment in beeld zijn?
De scope van het externe adviesbureau is de transitie van de gemeenschappelijke regeling BVEB naar een toekomstbestendige centrumconstructie, waarbij de gemeente Zaltbommel als centrumgemeente bedrijfsvoeringstaken voor de gemeente Maasdriel uitvoert. Dit omvat vijf onderdelen, zijnde: bestuurlijk, organisatorisch & personeel, financieel, ontwikkeling en juridisch. Dit najaar zenden wij u de stukken toe, over het opheffen van de BVEB en het oprichten van de centrumconstructie.
2 — Vanaf 2030 staat er een stelpost van € 1.500.000 per jaar in de begroting voor toekomstige 2. Kan worden toegelicht op welk investeringsvolume en welke aanvullende schoollocaties de schoolgebouwen (kapitaallasten uit het nieuwe IHP, programma Onderwijs, Berap p. 14). Het stelpost van € 1.500.000 structurele kapitaallasten vanaf 2030 is gebaseerd, zodat het meerjarig college noemt dit het minimaal benodigde bedrag op basis van de huidige inzichten, terwijl het beeld in afwachting van het nieuwe IHP goed kan worden geplaatst? IHP zelf nog niet is vastgesteld. Een beeld van het onderliggende investeringsvolume en van de betrokken schoollocaties helpt de fractie om dit bedrag te kunnen plaatsen bij de behandeling van het nieuwe IHP.
Op dit moment wordt het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) geactualiseerd. Besluitvorming door de raad staat gepland in het najaar van 2026. Vooruitlopend hierop wordt de stelpost voor de kapitaallasten vanaf 2030 verhoogd met € 1,5 miljoen.
ad 3 — In de Jaarstukken 2025 staat de externe inhuur als kengetal op 27,3% van de totale loonsom (kosten van externe inhuur exclusief inhuur vanuit vacatureruimte, als percentage van de totale loonsom inclusief inhuur). Een hoog en aanhoudend inhuurpercentage kan duiden op structurele inzet die feitelijk in de vaste formatie thuishoort. Inzicht in de meerjarige ontwikkeling van dit percentage, in een eventuele streefnorm en in het structurele deel van de inhuur helpt de fractie om de beheersing van de personeelslasten te beoordelen richting de Programmabegroting 2027. ad 4 — In het hoofdstuk Gemeentefonds (Berap p. 8-9) is per 1 januari 2029 een korting (uitname) van € 1.750.000 op het gemeentefonds verwerkt, met een vangnet van € 521.000 in 2029 en 534.000 in 2030. Bij programma Sociaal domein (p. 17) bevestigt het college dat de wet hiervoor nog niet bestaat, maar dat de effecten al wel zijn ingeboekt. Het verschil tussen die Rijkskorting en het huidige gemeentelijke budget levert het ingerekende structurele voordeel van € 700.000 (2029) tot € 1.000.000 (2030) op. Een korte schets van het scenario als de wet anders uitpakt, en van het veronderstelde uitgavenniveau, helpt de frcatie om dit voordeel en het bijbehorende risico goed in te schatten.
3. In de Jaarstukken 2025 staat externe inhuur op 27,3% van de totale loonsom. Kan worden aangegeven hoe dit percentage zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, of de gemeente een streefnorm voor externe inhuur hanteert, en welk deel van de inhuur structureel van aard is en daarmee eigenlijk in de vaste formatie thuishoort?
De arbeidsmarkt is op dit moment het krapste op het fysieke domein. Dat is ook de reden dat met name binnen dit domein extra is ingehuurd om de werkzaamheden en projecten door te kunnen laten lopen. Het percentage heeft zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld. 2025: 27,3% - 2024: 29,7% - 2023: 24,4%
4. Kan worden geschetst hoe het college het scenario duidt waarin het Rijkswetsvoorstel rond huishoudelijke hulp anders uitpakt dan in de Meicirculaire 2026 is verondersteld, en op welk uitgavenniveau de verwachte structurele voordelen van circa € 700.000 (2029) tot € 1.000.000 (2030) zijn gebaseerd?
Als het wetsvoorstel gewijzigd wordt en de huishoudelijke hulp toch bij de gemeente blijft dan wordt het gemeentefonds weer op aangepast. Dat betekent dat we als Zaltbommel weer extra middelen ontvangen voor de uitvoering hiervan. Daarnaast hebben we ook een deel van het beschikbaar gestelde budget voor huishoudelijke hulp (eigen middelen, niet zijnde gemeentefonds) vrij laten vallen. We hebben voorzichtigheidshalve een deel van het budget gehandhaafd voor transitie. Daarnaast wordt het abonnementstarief al eerder afgeschaft (1 januari 2028), dit heeft een dempende werking op de aanvragen huishoudelijke hulp.
ad 5 — Bij Algemene dekkingsmiddelen (Berap p. 21) staat dat de OZB-opbrengst met € 768.000 stijgt, deels door de tariefindexatie van 4,2% en deels doordat er meer woningen en bedrijfspanden zijn (areaaluitbreiding). Een uitsplitsing tussen die twee maakt duidelijk of de gemiddelde inwoner echt meer betaalt, en helpt de fractie om de ontwikkeling van de lastendruk zuiver te beoordelen.
5. Kan worden toegelicht welk deel van de geraamde stijging van de OZB-opbrengst van € De geraamde stijging van de OZB-opbrengst bedraagt in totaal € 768.000. Hiervan wordt circa € 768.000 voortkomt uit areaaluitbreiding (nieuwe woningen en bedrijfspanden) en welk deel uit de 416.000 verklaard door het effect op het bestaande areaal, na verwerking van de WOZtariefindexatie van 4,2%, zodat de ontwikkeling van de lastendruk per huishouden goed kan waardeontwikkeling en indexatie. Het resterende bedrag van circa € 352.000 betreft het saldo worden geduid? van areaalontwikkeling en overige volumemutaties, zoals nieuwe objecten, sloop, splitsingen en samenvoegingen, aanpassingen in de WOZ-categorisering en correcties in de WOZadministratie. Dit saldo is niet één-op-één toe te rekenen aan uitsluitend nieuwe woningen en bedrijfspanden. Een directe vertaling van de totale stijging van de OZB-opbrengst naar de lastendruk per huishouden is daarom niet goed mogelijk.
Tijdens de actualisatie worden de locaties De Zandkampen (Zaltbommel), Juliana van Stolbergschool (Poederoijen) en Franciscusschool (Zaltbommel) geprioriteerd voor de komende jaren. Daarnaast is een uitbreiding bij Praktijkonderwijs De Brug en Kentalis Compas College nodig. De investeringsvolumes zijn nog niet definitief, maar geven al wel een goede indicatie voor het verhogen van de stelpost voor de kapitaallasten.
Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) vat jaarlijks alle gemeentelijke lasten samen in de COELO atlas met daarin het gemiddelde per eigenaar/bewoner. De COELO atlas voor 2026 is beschikbaar, hierin kunt u ook de ontwikkeling voor de gemeente Zaltbommel zien. De gemiddelde OZB stijgt van € 416 voor 2025 naar € 431 voor 2026, wat neerkomt op een stijging van 3,61% . Wij nemen deze informatie jaarlijks op in de paragraaf lokale heffingen in de begroting om u te voorzien van informatie over de gemeentelijke lasten ontwikkeling. VVD
ad 6 — In de financiële samenvatting (Berap p. 6) staat het begrotingssaldo 2026 op € 1.462.000 negatief, terwijl het vanaf 2027 weer positief is (+ € 929.000 in 2027). Die eenmalige min ontstaat doordat de structurele tegenvallers, vooral in het Sociaal domein, al in 2026 vallen, terwijl het compenserende geld uit de Meicirculaire 2026 pas vanaf 2027 volledig binnenkomt (het gemeentefonds is op prijspeil 2027 gebracht). Het raadsbesluit bevat geen apart dekkingsbesluit voor dit saldo. Voor een goed beeld van de financiële positie helpt het te weten hoe dit saldo wordt verrekend en wat dit betekent voor de stand van de algemene reserve en de weerstandsratio.
6. Het begrotingssaldo 2026 is na deze bestuursrapportage € 1.462.000 negatief, terwijl het meerjarenbeeld vanaf 2027 weer positief is. Dit eenmalige tekort ontstaat doordat structurele tegenvallers al in 2026 vallen, terwijl de Meicirculaire-compensatie pas vanaf 2027 volledig binnenkomt. Kan worden aangegeven wat de verwachte stand van de algemene reserve en de weerstandsratio is nadat dit saldo regulier via de algemene reserve is verrekend?
De Algemene reserve zal daarna € 8,2 miljoen bedragen en het weerstandsratio 2,2 en is daarmee nog steeds uitstekend.
SGP
1. Op pagina 15 lezen we dat er een financieel nadeel is van €206.000. Een gedeelte van dit bedrag kan worden verklaard omdat er een stelpost voor besparing was opgenomen.
a.
Het nadeel op de binnensportaccommodaties bedraagt € 206.000, waarvan € 200.000 het gevolg is van het vervallen van de stelpost voor de besparing op de exploitatielasten. Nee, die zijn er niet.
SGP SGP SGP SGP
PRO
2.
Op pagina 18 staat een nadelig verschil voor GR Avri van €149.000.
Hoe groot is het bedrag van deze stelpost?
b. Zijn er in de meerjarenraming vanuit het verleden meer ‘besparingen als stelpost’ opgenomen? c. Zo ja, graag een overzicht hiervan. a. Voor welke dienstverlening is dit verschil? b. Waarom zijn deze kosten niet verwerkt in de afvalstoffenheffing?
pag 6 Waarom wordt gesteld dat de uitgangspositie gezond is? Een algemeen aanvaarde “snelle controlevraag” op de gezondheid van de financiën is dat het totaal van de gepresenteerde saldi van de begrotingsjaren positief is. Dat was ook in Zaltbommel altijd het geval, nu duidelijk niet. (Saldo is -877)
Niet van toepassing Dit betreft de bijdrage voor het verwerken van PMD afval. De lasten voor PMD worden in principe volledig betrokken bij de berekening van de afvalstoffenheffing. Daarmee horen deze kosten uiteindelijk te worden gedekt uit de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Het nadeel van €149.000 ontstaat doordat deze lasten in onze gemeentelijke begroting niet volledig waren opgenomen. De kwalificatie “financieel gezonde uitgangspositie” ziet vooral op het meerjarenbeeld vanaf 2027. Na verwerking van de Bestuursrapportage en het bestuursakkoord zijn de saldi vanaf 2027 positief. Het nadelig saldo in 2026 is incidenteel en wordt vanaf 2027 en verder weer positief. Financieel technisch is het niet juist om de saldi van alle jaren te salderen. De toezichthouder toetst dan ook op een sluitend meerjarenpersectief en dat is het geval. Vandaar dat gesproken wordt over een "financieel gezonde uitgangspositie".
PRO
Pag 7: De financiële effecten van de Burap hebben bijna allemaal een structureel karakter. Gekoppeld aan het kleine begrotingsoverschot vanaf 2027, vrezen wij dat grote structurele aanpassingen noodzakelijk zijn zonder nieuwe initiatieven vanuit het bestuursakkoord te kunnen honoreren.
Wat is de financieel-technische onderbouwing van de mogelijkheden van de gemeente, gelet op de structurele effecten van de Burap?
De Bestuursrapportage laat inderdaad zien dat de structurele lasten toenemen. Toch blijft het meerjarenbeeld na verwerking van de Bestuursrapportage en het bestuursakkoord vanaf 2027 positief: € 74.000 in 2027, € 53.000 in 2028, € 224.000 in 2029 en € 234.000 in 2030. Financieel-technisch is de begroting daarmee sluitend, maar de ruimte is beperkt. Nieuwe initiatieven kunnen daarom alleen worden opgepakt als daar structurele dekking tegenover staat. Dat kan door te prioriteren, ambities te faseren of binnen bestaande budgetten ruimte vrij te maken.
PRO
Mogelijkheden nieuw dorpenfonds In het bestuursakkoord wordt voor het dorpenfonds gesteld dat het gebruikt kan worden voor, o.a., “voorzieningen”. Budgettair is er bijna geen ruimte voor de financiering van investeringen.
Wat is de financieel-technische benadering van dit probleem, gekoppeld aan de noodzakelijke verdere bestuurlijke uitwerking van dit fonds (bestemmingsreserve)?
Het dorpenfonds kan financieel-technisch worden uitgewerkt als bestemmingsreserve. Voor incidentele initiatieven kan rechtstreeks een bijdrage uit deze reserve worden verstrekt. Voor investeringen kan worden gewerkt met een dekkingsreserve afschrijvingslasten: de investering wordt geactiveerd en de jaarlijkse afschrijvingslasten worden gedekt door jaarlijkse onttrekkingen aan de reserve. Daarmee kan het fonds ook bijdragen aan voorzieningen met een investeringskarakter. Wel moeten bij de verdere uitwerking duidelijke spelregels worden vastgesteld. Vooral beheer, onderhoud en exploitatiekosten vragen aparte aandacht, omdat deze lasten structureel kunnen zijn en niet automatisch uit een eenmalige reserve kunnen worden gedekt. Daarnaast is er nog een structureel budget van €150.000 in het bestuursakkoord opgenomen voor overige ambities.
PRO
Pag 18/pag 23 Het Gebouwenbeheerplan wordt tweemaal genoemd met exact dezelfde tekst: bij prog. 8 voor een voordelige afwijking en bij Overhead voor een negatieve afwijking.
Hoe kan dit? Moeten de twee afwijkingen gesaldeerd worden?
Het Gebouwenbeheerplan betreft een strategisch document waarin het beheer, de exploitatie en het onderhoud van de gemeentelijke vastgoedportefeuille voor de lange termijn zijn vastgelegd. De financiële uitwerking hiervan is verdeeld over meerdere programma's, omdat een gebouw functioneel gekoppeld is aan de maatschappelijke taak die erin plaatsvindt. Voor het totaalbeeld moeten deze twee afwijkingen worden gesaldeerd.
PRO
Pag 23
Wat zijn de financiële effecten van het besluit tot opheffing van de BVEB?
De transitie van de gemeenschappelijke regeling naar centrumconstructie is primair een organisatorische en bestuurlijke wijziging. Uitgangspunt hierbij is dat taken, werkzaamheden en medewerkers zoveel mogelijk as-is overgaan naar de nieuwe situatie. De financiële en organisatorische consequenties ervan worden dit najaar aan uw raad worden voorgelegd.
Wat zijn de motieven om dit te besluiten en over te gaan tot een centrumgemeente-regeling?
De centrumconstructie zorgt voor een eenvoudiger en transparanter sturingsmodel, waarin helder wie opdracht is, wie verantwoordelijk is voor de uitvoering en hoe verantwoording wordt afgelegd. Dit biedt zowel Maasdriel als Zaltbommel mogelijkheid tot meer directe regie op lokale onderwerpen. Tegelijkertijd blijven voordelen van gezamenlijke uitvoering behouden voor bedrijfsvoeringstaken, waarvoor schaalgrote, specialisatie en vermindering van kwetsbaarheid van grote waarde zijn. De € 100K als gevolg van de verdeelsleutel BVEB betreft geen bezuiniging op de BVEB maar een andere verdeling van de totale kosten van de BVEB tussen Zaltbommel en Maasdriel. Daarnaast is de stijging voor de bijdrage aan de BVEB opgenomen in de Berap, een gevolg van CAO/Loonontwikkeling en prijsindexaties. Het Bestuursakkoord is een reeds genomen besluit en daarmee geen nieuw beleid. Deze is nog verwerkt in de bestuursrapportage zodat de raad een actueel meerjarenperspectief heeft bij de bestuursrapportage.
PRO
PRO
Op pag. 23 van het bestuursakkoord wordt € 100k ingeboekt als bezuiniging op de verdeelsleutel Wat zijn de voorzienbare financiële effecten van deze besluiten in meerjarig perspectief en hoe BVEB. We zien in de burap de kosten BVEB alleen maar stijgen. verhouden die zich tot de nu voorgestelde meerjarige effecten van de begroting BVEB zoals opgenomen in de Burap?
PRO
Waar komt de bewering dat de bestuursrapportage geen nieuw beleid bevat vandaan? Wij ontvingen op 3 juli een stuk van de wethouder dat de verdere gang van zaken rond de begroting en uitvoeringsprogramma’s moet verduidelijken. Daarin wordt gesteld dat de behandeling van jaarstukken en de bestuursrapportage niet het moment is om te praten over prioriteiten. Want: de bestuursrapportage is niet meer dan “een beeld van de voortgang van vastgesteld beleid en financiële ontwikkelingen”. En “bevat geen nieuw beleid”. Hoe moeten we laatstgenoemde zinsnede opvatten? Het bestuursakkoord: nieuw beleid, is in de bestuursrapportage verwerkt. Het gestelde lijkt dus onjuist. Terwijl meteen duidelijk wordt dat opname van dit akkoord leidt tot forse tekorten. Hoog tijd voor een discussie over prioriteiten, lijkt ons.