Nieuw Bijlage 4 - Beeldkwaliteitsplan HAM IV te Aalst
Tekst van het document
BEELDKWALITEITSPLAN
HAM 4 TE AALST
WERKNUMMER 19978 DATUM 22-05-2026
INHOUD 1. INLEIDING EN DOEL
4
RUG-AAN-RUGWONINGEN
24
1.1
DOEL VAN HET BEELDKWALITEITSPLAN
4
4.4.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
24
1.2
RELATIE MET BELEIDSKADERS
5
4.4.2 REFERENTIES
26
4.4.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
27
4.4
2. GEBIEDSCONTEXT
6
VRIJSTAANDE WONINGEN
28
2.1
PLANGEBIED
6
4.5.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
28
2.2
LANDSCHAP EN HISTORIE
7
4.5.2 REFERENTIES
30
2.3
OMGEVING
8
4.5.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
31
2.4
GROEN- EN WATERSTRUCTUREN
9
SENIOREN RIJWONINGEN
32
2.5
VERKAVELING EN ARCHITECTUUR
10
4.6.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
32
4.6.2 REFERENTIES
34
4.6.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
35
3. STEDENBOUWKUNDIGE OPZET
12
3.1
TERPENSTRUCTUUR ALS DRAGER
12
3.2
HOOGTEOPBOUW EN BOUWMASSA’S
13
4. ARCHITECTONISCHE UITGANGSPUNTEN 14
4.5
4.6
5. OPENBARE RUIMTE EN GROEN
36
5.1
LANDSCHAPPELIJK ONTWERP
36
5.2
BOMEN
38
4.1
TYPOLOGIËN
15
5.3
BEPLANTING, IN TE ZAAIEN & ERFAFSCHEIDING
40
4.2
BENEDEN-BOVEN WONINGEN
16
5.4
VERHARDING, PARKEREN & SPELEN
42
4.2.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
16
4.2.2 REFERENTIES
18
4.2.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
19
4.3
RIJWONINGEN
20
4.3.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERIAALGEBRUIK
20
4.3.2 REFERENTIES
22
4.3.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
23
HAM 4 TE A ALST
6. DUURZAAMHEID EN TOEKOMSTBESTENDIGHEID
44
3
1. INLEIDING EN DOEL 1.1 DOEL VAN HET BEELDKWALITEITSPLAN Met de ontwikkeling van Ham 4 te Aalst krijgt de oostzijde van het dorp een nieuwe, toekomstgerichte woonbuurt die zorgvuldig aansluit op de bestaande dorpsstructuur. Het plan vormt de volgende stap in de reeks dorpsuitbreidingen langs de Hamweg en bouwt voort op de karakteristieken van het Bommelerwaardse landschap. Het doel van dit beeldkwaliteitsplan (BKP)
een klimaatbestendige, gezonde en biodiverse
is om richting te geven aan de ruimtelijke,
woonomgeving.
• Het bieden van variatie in woningtypologieën
van deze nieuwe woonomgeving. Het plan dient
Het beeldkwaliteitsplan biedt kaders voor:
• Het waarborgen van een duurzame,
als toetsingskader voor de omgevingsvergunning
• De stedenbouwkundige opzet en verkaveling
architectonische en landschappelijke kwaliteit
en zorgt voor een samenhangend en herkenbaar geheel dat past bij de dorpse schaal van Aalst. De ontwikkeling van Ham 4 past binnen de ambitie van de gemeente Zaltbommel om duurzame dorpsuitbreidingen te realiseren die recht doen aan de identiteit van het landschap en het dorpse karakter versterken.
die inspelen op de lokale woningbehoefte;
van de woonbuurt;
Op deze manier vormt dit beeldkwaliteitsplan het
• De inrichting van het openbaar gebied,
toetsingskader voor ontwerpers, ontwikkelaars
groenstructuren en erfafscheidingen;
en vergunningverleners, en geeft het richting aan
• De duurzame, toekomstbestendige inpassing van het geheel binnen het dorps- en
afronding van de bestaande woonwijk Ham 3 en
Belangrijke ambities bij de ontwikkeling zijn:
markeert de overgang tussen het dorp en het
• Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met een sterke landschappelijke inpassing;
groene wadi’s en griendzones. Hierdoor ontstaat
• Het creëren van een samenhangende en
een landschappelijke structuur die bijdraagt aan
herkenbare identiteit in bebouwing,
4
bijdraagt aan de kwaliteit van het dorp.
en kleurstelling van de bebouwing;
De nieuwe woonbuurt vormt een logische
plan bestaat uit twee terpen die zijn ingebed in
toekomstbestendige woonomgeving die
• De architectonische uitstraling, materialisering
landschapsbeeld.
open agrarische landschap aan de oostzijde. Het
buitenruimte en erfafscheidingen;
de realisatie van een hoogwaardige en passende uitbreiding van Aalst.
1.2 RELATIE MET BELEIDSKADERS De ontwikkeling van Ham 4 sluit aan op de Omgevingsvisie Zaltbommel, waarin wordt ingezet op zorgvuldig dorpsgroei, leefbaarheid en een versterking van het landschap van de
HEUKELUM
Bommelerwaard. Daarnaast is het plan in lijn met de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en de uitgangspunten van de Welstandsnota Zaltbommel.
HERWIJNEN
VUREN
OPIJNEN
TUIL HAAFTEN
BRAKEL Op regionaal niveau past het plan binnen de Structuurvisie Bommelerwaard en sluit het
GAMEREN
aan bij de provinciale doelen op het gebied van klimaatadaptatie, biodiversiteit en woningbouw.
BRUCHEM
Het project draagt bij aan de woningbouwopgave
LOCATIE
in de regio door een mix van gezinswoningen,
KERKWIJK DELWIJNEN
starterswoningen en levensloopbestendige woningen aan te bieden.
WIJK EN BERN
De landschappelijke opzet met terpen, wadi’s en griendzones volgt de visie van een ‘dorp in het landschap’ en versterkt de relatie tussen de
VELDDRIEL
GENDEREN EETHEN
HEDEL
HEUSDEN
bebouwde kern en het omliggende agrarische gebied.
DEN BOSCH WAALWIJK
HAM 4 TE A ALST
5
2. GEBIEDSCONTEXT 2.1 PLANGEBIED Aalst is een dorp in de gemeente Zaltbommel, gelegen in het westen van de Bommelerwaard
N322
tussen de Maas en de Waal. Het dorp heeft een kenmerkende lintstructuur en wordt omringd door open agrarisch landschap met karakteristieke sloten en grienden. Het plangebied Ham 4 ligt aan de oostzijde van de dorpskern, direct aansluitend op de bestaande
DE NESTWAARDEN
woonwijk Ham 3. De locatie wordt begrensd door de Maas-Waalweg aan de noordzijde en agrarische gronden aan de oostzijde. Aan de westzijde sluit het gebied aan op de bestaande woonbebouwing van Ham 3. Het terrein kent een open en licht glooiend karakter, typerend voor het rivierenlandschap
AALST
van de Bommelerwaard. De overgang tussen de
MA
AS
WA
bebouwde kom en het omliggende landschap vormt een belangrijke inspiratie voor de ruimtelijke opzet
ALW
EG
LOCATIE
van de nieuwe wijk. De ontwikkeling van Ham 4 maakt deel uit van een
VEEN
reeks dorpsuitbreidingen die het dorp de afgelopen
Loonse Waard
decennia hebben versterkt. Waar eerdere Maas
uitbreidingen een meer traditionele verkaveling kenden, onderscheidt Ham 4 zich door een landschappelijke opzet met terpen, griendzones en wadi’s als dragers van het ontwerp.
6
GEBIED RONDOM AALST
2.2 LANDSCHAP EN HISTORIE Het dorp Aalst ligt op een historische stroomrug
1850
1900
1950
2020
tussen de Maas en de Waal. Deze ligging zorgde voor vroege bewoning, agrarische bedrijvigheid en de vorming van de karakteristieke verkaveling met sloten en greppels. De kern van Aalst is ontstaan als lintbebouwing langs de Hamweg en de Maasdijk. In de loop van de 19e en 20e eeuw breidde het dorp geleidelijk uit richting het achterliggende poldergebied, waarbij een mix ontstond van agrarische erven, dorpswoningen en kleinschalige voorzieningen. Het plangebied Ham 4 maakt deel uit van de historische overgangszone tussen de dorpsrand en het open land. Oude verkavelingslijnen en slotenstructuren zijn nog herkenbaar in het landschap en vormen een belangrijke basis voor de ruimtelijke structuur van het plan. De nieuwe wijk borduurt voort op deze
Het behoud van deze landschappelijke identiteit
karakteristieken door het landschap opnieuw
vormt een belangrijk uitgangspunt bij de verdere
leesbaar te maken: de terpstructuur verwijst
uitwerking van het beeldkwaliteitsplan.
naar de verhoogde erven uit het verleden en de griendzones herinneren aan de waterbergende laagten en houtteelt die van oudsher voorkwamen in dit gebied.
HAM 4 TE A ALST
7
2.3 OMGEVING De locatie wordt aan drie zijden omsloten door bestaande dorpsfuncties en aan één zijde door
BELANGRIJKE KENMERKEN OMGEVING
open agrarisch gebied. Aan de westzijde grenst het plan aan de woonwijk Ham 3, waarmee de
AALST
nieuwe ontwikkeling een logische voortzetting
Agrarisch gebied
vormt van de bestaande bebouwingsstructuur. Aan de noordzijde ligt de Maas-Waalweg, een belangrijke verkeersader die Aalst verbindt
MA
met Zaltbommel en Kerkdriel. Aan de oostzijde
AS
strekt het open polderlandschap zich uit, met agrarisch gebruik en enkele houtopstanden. Aan de zuidzijde bevinden zich enkele sport- en recreatieve voorzieningen, waaronder sportpark De Eik.
HAM 3
De nabijheid van bestaande voorzieningen,
LOCATIE
openbaar vervoer en scholen maakt Ham 4 tot een goed ontsloten en levendig woongebied. Tegelijkertijd biedt de ligging aan de dorpsrand ruimte voor een groene, landschappelijke overgang naar het buitengebied. Deze dubbele context — dorp én landschap — vormt de essentie van het plan en bepaalt de beeldkwaliteit: het woonmilieu voelt dorps aan, maar heeft de ruimte, rust en natuur van het omliggende rivierenlandschap.
8
HERSTELD HERVORMDE GEMEENTE
WA
ALW
EG
2.4 GROEN- EN WATERSTRUCTUREN Het landschap van Ham 4 wordt gekenmerkt door een sterke verweving van groen en
2.4 groen- en waterstructuren
GROEN- EN WATERSTRUCTUREN
water. De opzet van het plan is gebaseerd op het terpenprincipe, waarbij de woningen op verhoogde wooneilanden liggen, omringd door
Agrarisch gebied
groene griendzones die functioneren als wadi’s. Deze zones zorgen voor de opvang en infiltratie
MA
van regenwater, maar vormen ook ecologische en recreatieve dragers binnen de wijk. Het groene
AS
WA
ALW
EG
netwerk is opgebouwd uit: • Wadi’s en grienden – natte laagtes met wilgen, riet en kruidenrijk grasland, die water bergen
woon terp
en de biodiversiteit versterken;
griend
• Groene entrees – beplante toegangen die de wijk verbinden met de bestaande straten van Ham 3; • Centrale groenzones – open plekken op de terpen
woon terp
ter on
en straatprofielen markeren in aansluiting op
wo
• Boomstructuren en hagen – die de erfgrenzen
p
die ruimte bieden voor spel en ontmoeting;
het dorpse beeld. De groenstructuur draagt bij aan de klimaatbestendigheid van de wijk, bevordert infiltratie, verkoeling en biodiversiteit, en versterkt de landschappelijke identiteit van Aalst als dorp in het rivierenlandschap. HAM 4 TE A ALST
9
2.5 VERKAVELING EN ARCHITECTUUR VERKAVELINGSPATRONEN
ARCHITECTUURKENMERKEN
CONCLUSIE
De verkaveling van Ham 4 te Aalst sluit aan op
De architectuur in Ham 4 kent een rustige, dorpse
Ham 4 vormt een zorgvuldig ontworpen
de dorpse en landschappelijke structuur van de
schaal met één of twee lagen en een herkenbare
dorpsuitbreiding waarin de verkaveling,
Bommelerwaard. Waar Aalst historisch is ontstaan
kap. De volumes zijn eenvoudig en helder,
architectuur en landschappelijke structuren
langs de Hamweg en de Maasdijk, kenmerken latere
geïnspireerd op de landelijke bebouwing van
nauw met elkaar verweven zijn.
uitbreidingen zoals Ham 3 zich door korte straten,
de Bommelerwaard.
hoven en een kleinschalige korrel. Ham 4 bouwt
De terpstructuur, de veelheid aan zichtlijnen en
hierop voort, maar voegt een landschappelijke laag
Materialen en kleuren zijn zorgvuldig gekozen:
de warme, dorpse architectuur maken het gebied
toe door de woningen op twee terpen te organiseren.
genuanceerd metselwerk in rode en bruine
tot een logische en kwalitatieve afronding van
tinten, houten accenten, keramische dakpannen
de bestaande woonwijk van Aalst.
De terpen zijn ingericht als compacte woongebieden
in donkere kleuren en lichte kozijnen. Deze
met korte zichtlijnen, groene hoven en kleine
combinatie zorgt voor een samenhangend en warm
straatprofielen. Tussen deze wooneilanden liggen
straatbeeld.
wadi’s en griendzones, die dienen als groene buffers en waterbergende structuren. Hierdoor wisselen
Rijwoningen en beneden-bovenwoningen vormen
bebouwing en landschap elkaar op natuurlijke wijze af.
de meer stedelijke kern van de terpen, terwijl vrijstaande woningen en seniorenwoningen
De kavels zijn gevarieerd in breedte en oriëntatie,
een lichtere, landschappelijke uitstraling hebben.
waardoor een informeel dorpsbeeld ontstaat.
Rug-aan-rugwoningen sluiten qua schaal aan op
Rijwoningen liggen vooral aan de woonstraten,
traditionele schuren en kleinere dorpswoningen.
terwijl vrijstaande woningen en seniorenwoningen juist aan de randen staan, waar de wijk overgaat
Kleine variaties in kaprichting, gevelindeling,
in het open landschap. De structuur zorgt voor
materialisatie en kleur zorgen voor afwisseling
afwisseling in zichtlijnen: naar de wadi’s, de groene
binnen een rustige, herkenbare basiskwaliteit.
hoven en het omliggende agrarische gebied.
10
BESTAANDE BEBOUWING TE AALST
WATERLELIE 2
WATERMUNT 40
WATERLELIE 8
WATERMUNT 19
HAM 4 TE A ALST
11
3. STEDENBOUWKUNDIGE OPZET 3.1 TERPENSTRUCTUUR ALS DRAGER De stedenbouwkundige opzet van Ham 4 is gebaseerd op het terpenprincipe. Twee verhoogde wooneilanden – de zogenaamde terpen – vormen de dragers van het plan. Deze liggen als natuurlijke verhogingen in het landschap en worden omringd door lager gelegen wadi’s en groenzones. De terpen zijn landschappelijk ingebed in een netwerk van paden, grienden en waterstructuren. Hierdoor ontstaat een karakteristiek beeld waarin wonen, groen en water elkaar afwisselen. De hoogteverschillen in het terrein geven de wijk een eigen identiteit en versterken de relatie tussen de bebouwing en het omliggende rivierenlandschap. Binnen de terpstructuur ligt de bebouwing in kleine clusters rond groene binnenhoven. Deze opzet sluit aan bij de dorpse schaal van Aalst en zorgt voor beschutte woonmilieus met doorzichten naar de open omgeving. De openbare ruimte volgt het natuurlijke reliëf: wegen en paden kronkelen licht mee met de terpen, terwijl de wadi’s water opvangen en afvoeren. Zo ontstaat een klimaatadaptieve en toekomstbestendige woonwijk, waarin landschap en bebouwing op een vanzelfsprekende manier samenkomen.
12
3.2 HOOGTEOPBOUW EN BOUWMASSA’S BEBOUWING AAN DE WOONSTRATEN
2 lagen met kap
De rijwoningen en beneden-bovenwoningen
1,5 tot 2 lagen met kap
vormen de kern van de terpen. Deze woningen
1 tot 1,5 laag met kap
hebben twee lagen met kap en bepalen het straatprofiel. De volumes zijn eenvoudig van vorm met langskappen onder een hoek van circa 45°. Kleine variaties in kaprichting, goothoogte en gevelindeling geven de straat een levendig maar rustig ritme. Deze massaopbouw sluit goed aan bij de schaal van Ham 3. KLEINSCHALIGE BEBOUWING AAN BINNENHOVEN De rug-aan-rugwoningen en enkele seniorenwoningen liggen aan de meer besloten
2 lagen met kap
hofjes op de terp. Deze woningen zijn één tot
2 lagen met kap
anderhalve laag met kap, waardoor een lagere,
1,5 tot 2 lagen met kap
vriendelijke schaal ontstaat. De compacte
1,5 tot 2 lagen met kap 1 tot 1,5 lagen met kap 1 tot 1,5 lagen met kap
volumes verwijzen naar agrarische bijgebouwen. Bij de rug-aan-rugwoningen vormen bergingen en hoofdgebouw één samenhangend volume, wat zorgt voor een rustig beeld. RANDBEBOUWING AAN HET LANDSCHAP
seniorenwoningen. Deze woningen zijn één
De lagere schaal en royale dakvolumes zorgen
Aan de randen van de terpen, richting het open
tot anderhalve laag hoog, met langskappen of
voor een zachte overgang tussen dorp en polder.
landschap, staan vrijstaande woningen en lage
dwarskappen afhankelijk van hun situering.
HAM 4 TE A ALST
13
4. ARCHITECTONISCHE UITGANGSPUNTEN De architectuur van Ham 4 te Aalst vormt een eigentijdse vertaling van het dorpse en landelijke karakter dat kenmerkend is voor de Bommelerwaard. De woningen sluiten in schaal, materiaal en vormgeving aan bij de bestaande bebouwing van Aalst en dragen bij aan een samenhangend en herkenbaar dorpsbeeld. De architectuur is ingetogen, maar rijk in detail
Eenheid in architectuur wordt bereikt door
De gemeente Aalst stimuleert het toepassen van
en materiaalgebruik. De kracht ligt in eenvoud:
samenhang in kapvorm, materialisatie en
biobased en toekomstgerichte bouwmethoden,
goed geproportioneerde volumes met duidelijke
kleurgebruik. Variatie ontstaat door verschillen
waarbij hout een belangrijke rol speelt. Hout past
kappen, rustige gevels en natuurlijke kleuren.
in gevelindeling, kozijnkleur, metselwerkverband
goed bij het dorpse en landschappelijke karakter
Het doel is een woonomgeving te creëren die
en kaprichting. Zo ontstaat een ‘familie van
van Ham 4 en draagt bij aan CO₂-reductie,
vertrouwd aanvoelt, past bij de identiteit van
gebouwen’: herkenbaar als één geheel, maar met
circulariteit en een gezond woonklimaat.
Aalst en duurzaam is in uitstraling en materiaal.
een levendige afwisseling tussen de verschillende
Deze technieken verkorten de bouwtijd en
woningtypen.
leveren een hoog wooncomfort op.
Binnen het plan vormt de kap het belangrijkste
Hout kan volledig constructief worden
beeldbepalende element. De kappen zorgen voor
In kleur en materiaal gebruik vormen de
toegepast, maar ook als deeltoepassing,
ritme, herkenning en menselijke maat. De gevels
bouwblokken aan de rand van het bouwplan lichte
bijvoorbeeld voor gevelaccenten, luifels,
zijn zorgvuldig opgebouwd, met evenwichtige
metselwerk volumes met donkere hout accenten.
veranda’s of verduurzaamde houten
raamverdelingen en accenten bij entrees.
De bouwblokken die aansluiting vinden met de
gevelbekleding. De toepassing blijft ingetogen,
Natuurlijke materialen zoals metselwerk, hout en
Ham 3 worden in donkere tinten metselwerk
zorgvuldig gedetailleerd. De natuurlijke
keramische pannen vormen de basis; moderne
uitgevoerd met lichte hout accenten. Hierdoor
veroudering van het materiaal wordt
details en verfijnde overgangen zorgen voor een
ontstaat er een rustig en evenwichtige overgang
meegenomen in de ontwerpkeuzes, zodat het
hedendaagse uitstraling zonder de dorpse sfeer te
van de dorpsuitbreiding naar de landelijke
beeld kwalitatief en tijdloos blijft.
verliezen.
omgeving,
14
4.1 TYPOLOGIE De verkaveling van Ham 4 kent een gevarieerde
Vrijstaande woning
mix aan woningtypen, passend bij de gewenste
Levensloopbestendige woning
dorpse diversiteit. De bebouwing is compact
Rijwoning
georganiseerd, met een kleinschalige
Rug-aan-rug-woning (sociaal)
korrelgrootte en een natuurlijke aansluiting
Beneden-boven woning
op de bestaande wijk Ham 3. DE BELANGRIJKSTE WONINGTYPEN ZIJN: Rijwoningen – twee lagen met kap, gegroepeerd in blokken van vier tot zes woningen. Deze vormen de ruggengraat van de terpstructuur en
levensloopbestendige rijwoning
sluiten in schaal en maat aan op de bestaande
rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning
bebouwing van Ham 3.
bebo woning rijwoning
Rug-aan-rugwoningen (sociaal) – één tot anderhalve laag met kap. Compacte, betaalbare woningen die bijdragen aan de sociale diversiteit van het plan. Beneden-boven woningen – met een herkenbare
Entrees liggen aan de straat of aan kleine hofjes,
Levensloopbestendige woningen – gelijkvloerse
dorpse architectuur. Deze staan tussen de
en tuinen grenzen aan het groen of aan de wadi’s.
woningen of woningen met een slaapkamer en
grienden en de ingerichte openbareruimte in.
De architectuur is eigentijds maar ingetogen, met
badkamer op de begane grond, georiënteerd op de groene zones en wadi’s.
herkenbare hoofdvormen, natuurlijke materialen en De mix van woningtypen zorgt voor variatie
een rustig ritme in de gevels. De samenhang tussen
in beeld, leefvormen en prijsklassen, en biedt
de woningtypen wordt versterkt door een consistent
Vrijstaande woningen – één tot anderhalve laag
ruimte aan uiteenlopende doelgroepen, van
gebruik van materialen, kapvormen en kleurtonen,
met kap, geplaatst op ruimere kavels. De losse
starters tot gezinnen en senioren. De oriëntatie
zodat het geheel een herkenbare dorpsfamilie vormt
situering en groene erfafscheidingen versterken
van de woningen is zorgvuldig afgestemd op de
met subtiele variatie in details en geleding.
de overgang tussen dorp en landschap.
openbare ruimte en de landschappelijke structuur.
HAM 4 TE A ALST
15
4.2 BENEDEN-BOVEN WONINGEN 4.2.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
16
KAPVORM
MATERIALISATIE
DETAILLERING
De beneden-boven woningen krijgen een
Gevels worden uitgevoerd in genuanceerd licht
Metselwerkverbanden zoals halfsteens of
herkenbare dorpse kapopbouw. De hoofdvorm
bruin metselwerk, aangevuld met donkere
kruisverband zorgen voor nuance. Kleine rollagen
is een zadeldak met een helling van circa
houten accenten. Daken worden voorzien
en accenten bij entrees versterken de dorpse
45°. Ter plaatse van hoekwoningen kan een
van grijze of roestbruine keramische pannen.
uitstraling. Dakkapellen en dakramen blijven
dwarskap worden toegepast voor een duidelijke
Kozijnen en deuren worden uitgevoerd in hout of
bescheiden. Installaties worden geïntegreerd in
oriëntatie op twee zijden. Variaties in kaprichting
onderhoudsarm materiaal in grijs of grijsgroen.
het dakvlak of achter gevelvlakken weggewerkt.
zijn mogelijk op zichtpunten, mits subtiel en
Hemelwaterafvoeren zijn bij voorkeur uitgevoerd
ondergeschikt aan het volume. De kappen hebben
in zink of gecoat aluminium.
een bescheiden overstek, wat zorgt voor schaduw en een verfijnde detaillering. Dakkapellen zijn
KLEURGEBRUIK
toegestaan, maar blijven klein en passend binnen
Het kleurpalet is warm en ingetogen, passend
het dakvlak.
bij de referentiebeelden. Gevelkleuren variëren in roodbruin en zandtinten. Kleuraccenten zijn
GEVELINDELING EN RITMIEK
mogelijk bij entrees, mits sober en binnen het
De gevels hebben een rustige, verticale ritmiek
natuurlijke palet.
die past bij de dorpse straatprofielen. Entrees zijn duidelijk herkenbaar door een luifel,
PLASTICITEIT
portiek of terugliggend vlak. Hoekwoningen
De architectuur is eenvoudig van opzet, met
krijgen een dubbele oriëntatie op straat en zijhof.
subtiele dieptewerking door verspringingen in het
Grote glasvlakken komen uitsluitend voor aan de
metselwerk, luifels en rollagen. De hoofdvolumes
tuin- of hofzijde; de straatzijde blijft evenwichtig
blijven helder leesbaar: kap, gevel en plint vormen
en rustig. Kozijnen volgen het principe “hoogte
een rustige compositie.
boven breedte”, waardoor een slank, kleinschalig beeld ontstaat.
HAM 4 TE A ALST
17
4.2 BENEDEN-BOVENWONINGEN 4.2.2 REFERENTIES
18
4.2.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
ASPECT
Hoofdopzet
• Compact woonblok met twee lagen en kap,
Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren;
vormgegeven als één samenhangend geheel.
houtaccenten toegestaan.
• Beneden- en boven woningen zijn duidelijk
• Dakpannen donkergrijs, antraciet of donkerbruin, mat.
herkenbaar onderdeel van één volume.
Kapvorm
• Heldere oriëntatie op de woonstraat; entrees
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen.
goed zichtbaar en logisch gepositioneerd.
• HWA’s in zink, aluminium of gecoat staal.
• Zadeldak met helling 40–45°, doorlopend
Detaillering
over het hele blok. voor extra adreswerking.
• Goten en dakranden zorgvuldig slank profiel. Dakkapellen
• Plaatsing per blok consistent.
• Overstek klein maar herkenbaar.
• Geen brede, gekoppelde dakkapellen.
• Eenvoudige hoofdvorm met subtiele
Uitbreidingen en bijgebouwen
materiaal-/kleurpalet als hoofdvolume.
• Verspringingen blijven beperkt en
• Bergingen verwerkt in blokcompositie of in
versterken blokritme. • Gevels aan de straat zijn representatief.
• Alleen aan de achterzijde toegestaan. • Vormgeving ondergeschikt en in zelfde
• Verticale geleding ondersteunt karakter.
Gevelindeling en ritmiek
• Compact, ondergeschikt aan de kap.
• Wolfseinden mogelijk op zichtpunten.
dieptewerking in entrees en raamopeningen.
Oriëntatie
• Bescheiden steenaccenten: strekken, rollagen, neggeverbredingen.
• Kopwoningen kunnen een dwarskap krijgen
Plasticiteit
CRITERIA
rustige losse volumes. Techniek
• PV-panelen in rechthoekige grid op dakvlak,
• Hoekwoning: dubbele oriëntatie.
kleur passend bij dakpannen.
• Tuin-/hofzijde mag opener zijn.
• Ventilatie- en warmtepompunits
• Regelmatig, verticaal raamritme. • Entrees gemarkeerd met luifel, portiek of terugliggend vlak.
onzichtbaar vanaf openbare ruimte. • Leidingen geïntegreerd binnen gevel of onderdakrand.
• Grote glasvlakken alleen aan hof/tuinzijde. HAM 4 TE A ALST
19
4.3 RIJWONINGEN 4.3.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
20
KAPVORM
de straatzijde blijft het ritme gesloten en krachtig.
PLASTICITEIT
De rijwoningen vormen de ruggengraat van de
Kozijnen blijven slank en verticaal geproportioneerd,
De architectuur ontleent haar karakter aan
woonstraten op de terpen en krijgen daarom
wat bijdraagt aan het dorpse karakter.
eenvoudige volumes, aangevuld met verfijnde
een herkenbare en rustgevende kapopbouw.
dieptewerking. Verspringingen in de gevel,
De basisvorm is een zadeldak met een helling
MATERIALISATIE
terugliggende entrees, rollagen, verticale
van circa 45°, afgestemd op de dorpse schaal
De gevels worden uitgevoerd in traditioneel,
metselwerkstrekken en subtiel geprofileerde
van Aalst. Bij eindwoningen kan een dwarskap
genuanceerd metselwerk in roodbruine en
kozijnen versterken de plasticiteit. De massaopbouw
worden toegepast om de hoekpositie te markeren
donkere zandtinten. Accenten in hout of lichte
blijft helder en leesbaar: een duidelijke kap, een
en de oriëntatie op de zijtuin te versterken.
gevelbekleding zijn mogelijk bij entrees of
rustige gevel en een herkenbare plint.
Wolfseinden of lichte variaties in de kaprichting
bijzondere posities. Daken worden voorzien
zijn toegestaan op plekken waar de bebouwing
van matte keramische pannen in donkergrijs of
DETAILLERING
een accent vormt, bijvoorbeeld aan straatbochten
roestbruin. Kozijnen en deuren worden uitgevoerd
Metselwerkdetails zoals rollagen, hanenkammen
of zichtlijnen. De daken hebben een bescheiden
in hout of onderhoudsarm materiaal in grijs of
en strekken worden toegepast rondom ramen en
overstek, wat een verfijnde schaduwwerking
grijsgroen. Dakgoten en hemelwaterafvoeren zijn
deuren. Dakkapellen, dakramen en luifels worden
oplevert langs de gevel. Dakkapellen zijn
van zink, aluminium of gecoat staal.
ingetogen vormgegeven zodat ze bijdragen aan een
toegestaan onder de voorwaarde dat zij klein en ondergeschikt aan het hoofdvolume blijven.
consistent straatbeeld. Technische installaties en KLEURGEBRUIK
PV-panelen worden netjes geïntegreerd binnen het
Het kleurenpalet is warm en ingetogen.
dakvlak.
GEVELINDELING EN RITMIEK
Gevelkleuren variëren tussen roodbruin,
De gevelcomposities zijn gebaseerd op een rustig,
zandkleur en donkergrijs, met subtiele
verticaal ritme dat past bij de schaal van het dorp.
nuanceverschillen tussen blokken. Accenten
Het straatbeeld is evenwichtig, met herhaling van
in kleur blijven beperkt tot entrees of luifels.
raamposities en een duidelijke opbouw tussen plint, gevel en kap. Entrees worden benadrukt door een luifel, portiek of terugliggend gevelvlak. De eindwoningen krijgen een dubbele oriëntatie: aan de straatzijde én aan de zijtuin. Aan de tuinzijde zijn grotere glasvlakken toegestaan; aan HAM 4 TE A ALST
21
4.3 RIJWONINGEN 4.3.2 REFERENTIES
22
4.3.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
Hoofdopzet
• Langgerekt volume van 6 woningen met
ASPECT
• Entrees licht geaccentueerd met luifel of
twee lagen en kap.
materiaalverschil.
• Ritmische herhaling van wooneenheden vormt basis van het straatbeeld.
• Voorkeur voor een rustige straatgevel. Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren;
• Kopwoningen geven richting aan de straat
houtaccenten toegestaan.
door extra oriëntatie.
• Dakpannen donkergrijs, antraciet of
• Ensemble vormt een rustige, dorpse
donkerbruin, mat.
straatwand. Kapvorm
• Zadeldak met 45° helling; rustige daklijn
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen. Detaillering
over het hele blok.
• Gootconstructies in slanke detaillering. Dakkapellen
• Overstekken klein maar expressief. Plasticiteit
• Alleen bij behoefte aan extra functionele
beperkt toegepast.
ruimte; niet beeldbepalend. Uitbreidingen en bijgebouwen
entrees creëren diepte. Oriëntatie
• Bijgebouwen in hout of metselwerk,
• Kopwoningen oriënteren zich op zowel
ingetogen kleuren.
straat als zijtuin. raamopeningen bevatten. Gevelindeling en ritmiek
• Verticaal georiënteerde raamverdeling; regelmatig herhaalpatroon binnen blok.
HAM 4 TE A ALST
• Achterzijde: aanbouwen toegestaan mits ondergeschikt.
• Entrees direct herkenbaar aan woonstraat.
• Tuin-/groenzijde kan grotere
• Kleine, bescheiden dakkapellen toegestaan; uniform in maat en type.
• Hoofdvorm blijft leidend; gevelsprongen • Verticale raamritmiek en terugliggende
• Rollagen bij bovenramen, strekken boven entrees.
• Dwarskap mogelijk bij kopwoningen. • Wolfseinden toegestaan.
CRITERIA
• Geen bijgebouwen aan straatzijde. Techniek
• PV-panelen in één vlak, in lijn met dakhelling. • Warmtepompen in achtertuin of berging, uit zicht. • Afvoeren geïntegreerd in gevel of goot. 23
4.4 RUG-AAN-RUG WONINGEN 4.4.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
24
KAPVORM
worden gedekt met donkere, matte keramische
De rug-aan-rugwoningen vormen een kleinschalig
pannen. Kozijnen en deuren worden uitgevoerd
ensemble binnen de binnenhoven. De volumes
in hout of onderhoudsarm materiaal in grijs of
hebben één tot anderhalve laag met een zadeldak
grijsgroen.
met een helling van circa 45°, maar met een bewust lage gootlijn zodat de woningen zich
KLEURGEBRUIK
bescheiden opstellen. Kapvariaties zijn beperkt —
Het kleurbeeld is sober en natuurlijk, met aardse
de eenvoud van de hoofdvorm is essentieel.
metselwerktinten, donkere houtdelen en lichte
Overstekken zijn klein en ondersteunen het
accenten. Deze balans zorgt voor een rustige,
rustige, schuurachtige karakter. Dakkapellen
bijna erfachtige sfeer binnen de hoven.
worden alleen toegestaan indien ondergeschikt en functioneel.
PLASTICITEIT De volumes zijn eenvoudig, maar subtiele
GEVELINDELING EN RITMIEK
dieptewerking ontstaat door terugliggende
De gevels hebben een sobere en functionele
vlakken, raamnissen, houten accenten en
geleding, passend bij het karakter van compacte
pergola’s. De massaopbouw blijft helder:
dorpswoningen en schuurtypologieën. Verticale
compacte plint, eenvoudig gevelvlak, rustige kap.
ritmiek is leidend, met smalle raamopeningen en rustige composities. Glasvlakken zijn groter
DETAILLERING
aan de tuin- of hofzijde, terwijl de voorgevel meer
Metselwerkdetails worden spaarzaam toegepast,
gesloten blijft voor privacy en rust. Kozijnen zijn
voornamelijk rond entrees en raamopeningen.
slank en verticaal georiënteerd.
De bergingen worden architectonisch geïntegreerd in het hoofdvolume. Dakdetails zijn
MATERIALISATIE
ingetogen; installaties worden zorgvuldig uit het
In deze typologie krijgt het gebruik van aardse
zicht geplaatst.
materialen extra nadruk. Gevels worden uitgevoerd in genuanceerd licht bruin metselwerk, aangevuld met donkere houten accenten. Daken HAM 4 TE A ALST
25
4.4 RUG-AAN-RUG WONINGEN 4.4.2 REFERENTIES
26
4.4.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
ASPECT
CRITERIA
Hoofdopzet
• Compacte blokjes van één massa, één tot
Detaillering
• Sober en doelmatig; rollagen alleen bij
anderhalve laag met kap.
entrees of onder ramen.
• Sterke eenvoud, refererend aan kleine
• Eventuele pergola’s of luifels aansluiten op agrarische referenties.
schuren in het buitengebied. • Bergingen en hoofdvolume als één geheel
Dakkapellen
ontworpen. Kapvorm
• Eenvoudige langskap met 40–45° helling.
smal, ondergeschikt en achterzijde. Uitbreidingen en bijgebouwen
• Lage gootlijn voor kleinschalige uitstraling.
• Bijgebouwen in hout of donker metselwerk,
• Geen grote variaties in kapvorm. • Strakke hoofdvorm; subtiele diepte door raamnis, houten stijlen of terugligging. • Geen grote erkers of uitbouwen aan straatof hofzijde. Oriëntatie
• Aanbouw alleen aan achterzijde; beperkt in hoogte.
• Overstek minimaal; dakvlak rustig houden. Plasticiteit
• Bij voorkeur geen; als ze nodig zijn: klein,
passend bij schuurkarakter. Techniek
• PV-panelen in strak grid in achterdakvlak. • Techniekunits gebundeld in berging of achtergevel uit het zicht. • HWA’s sober en afgestemd op gevelkleur.
• Entrees aan erf of binnenhof; gevels naar openbaar gebied verzorgd maar bescheiden. • Achterzijde (tuin/hof) mag open en licht zijn.
Gevelindeling en ritmiek
• Eenvoudig ritme, passend bij compacte schaal. • Verticale kozijnen, rustige raamverdeling. • Houtaccenten versterken agrarisch karakter.
Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren; houtaccenten toegestaan. • Dakpannen donkergrijs, antraciet mat. • Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen. HAM 4 TE A ALST
27
4.5 VRIJSTAANDE WONINGEN 4.5.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
28
KAPVORM
De kleuren zijn ingetogen en natuurlijk, passend
Vrijstaande woningen vormen de overgang
bij de dorpsrand. Subtiele kleuraccenten bij
tussen terp en landschap en hebben daarom een
entrees zijn toegestaan.
uitgesproken maar ingetogen kapvorm. De basis is een zadeldak of dwarskap met een helling van circa
PLASTICITEIT
45°. Afhankelijk van de positie aan het landschap kan
Vrijstaande woningen hebben een iets vrije
een dwarskap de oriëntatie versterken. Wolfseinden
massaopbouw, maar blijven rustig in hoofdvorm.
of subtiele variaties in kaprichting zijn toegestaan
Dieptewerking ontstaat door veranda’s,
om zichtpunten te markeren. Overstekken blijven
uitbouwen, overstekken en raamomkaderingen.
verfijnd en dragen bij aan de landelijke uitstraling.
De leesbaarheid van de massa blijft helder.
GEVELINDELING EN RITMIEK
DETAILLERING
De gevels kennen een rustige opbouw met een
Metselwerkdetails zoals strekken, rollagen en
duidelijke verticale oriëntatie, maar met meer
verspringingen worden zorgvuldig toegepast.
vrijheid dan bij rijwoningen. Ramen zijn verticaal
Dakdetails zijn fijn uitgewerkt; installaties
en slank; grotere glasvlakken zijn toegestaan aan
worden geïntegreerd of uit het zicht geplaatst.
de tuinzijde. Entrees worden gemarkeerd met
Erfafscheidingen sluiten direct aan op de kleur en
luifels, veranda’s of terugliggende gevelvlakken.
materialisatie van de woning.
De compositie kan asymmetrisch zijn, mits evenwichtig en passend in het dorpsbeeld. MATERIALISATIE Gevels worden uitgevoerd in genuanceerd licht bruin metselwerk, aangevuld met donkere houten accenten. Daken krijgen matte keramische pannen in donkere kleuren.Kozijnen en deuren worden uitgevoerd in hout of onderhoudsarm materiaal in grijs of grijsgroen. KLEURGEBRUIK HAM 4 TE A ALST
29
4.5 VRIJSTAANDE WONINGEN 4.5.2 REFERENTIES
30
4.5.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
Hoofdopzet
• Vrijstaande massa van 1–1,5 laag met kap;
ASPECT
• Minder gevelopeningen aan straatzijde voor
duidelijke landelijke hoofdvorm. • Architectuur sluit aan op overgang
landelijk beeld. Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren; houtaccenten toegestaan.
naar landschap; rustige, ingetogen verschijningsvorm.
• Dakpannen donkergrijs, antraciet mat.
• Mogelijkheid tot asymmetrische opzet, mits evenwichtig. Kapvorm
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen. Detaillering
• Zadeldak of dwarskap, 40–45° helling.
• Goten en HWA’s in natuurlijke tinten. Dakkapellen
• Dakvlak zo rustig mogelijk; beperkte
• Eén type per woning; geen gekoppelde
• Bescheiden overstek versterkt landelijke Plasticiteit
volumes. Uitbreidingen en bijgebouwen
• Subtiele diepte door veranda’s, terugliggende entree, raamnis, kapoverstek.
• Bijgebouwen als kleine schuurvolumes in hout of metselwerk.
zijn ondergeschikt. landschap zorgvuldig vormgegeven. Gevelindeling en ritmiek
• Bijgebouwen maximaal éénlaagse
• Entree aan straat of erf; gevel naar • Hoekpercelen: dubbele oriëntatie. • Rustige, verticale geleding; raamverdeling evenwichtig.
• Aan achterzijde: uitbreidingen toegestaan mits ondergeschikt.
• Hoofdvorm altijd dominant; toevoegingen Oriëntatie
• Toegestaan mits compact, traditioneel gedetailleerd en passend binnen dakvlak.
onderbrekingen. karakter.
• Verfijnde dorpse details: rollagen, hanenkammen, houten dakranden.
• Wolfseinden toegestaan aan landschappelijke zijde.
CRITERIA
uitstraling. Techniek
• PV-panelen zichtbaar toegestaan maar uniform geplaatst. • Installaties geïntegreerd in erf of berging, niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.
• Grote glasopeningen aan tuinzijde toegestaan. HAM 4 TE A ALST
31
4.6 SENIOREN RIJWONINGEN 4.6.1 SITUATIE, KLEUR- EN MATERAALGEBRUIK
levensloopbestendige rijwoning rug-aan-rug-woning - sociaal vrijstaande woning bebo woning rijwoning
32
KAPVORM
bijzondere posities. Daken worden voorzien van
De senioren rijwoningen krijgen een lage,
donkergrijze of roestbruine keramische pannen.
vriendelijke kapvorm die aansluit op hun
Kozijnen en deuren worden uitgevoerd in hout of
kleinschalige en toegankelijke karakter.
onderhoudsarm materiaal in grijs of grijsgroen.
De hoofdvorm is een zadeldak met een helling van
Dakgoten en hwa’s zijn van zink of gecoat staal.
35–45°, met bescheiden overstekken die zorgen voor schaduw en een zachte overgang naar de
KLEURGEBRUIK
gevel. Kapvariaties worden beperkt gehouden;
Het kleurgebruik is licht en warm, passend bij een
rust en herkenbaarheid zijn leidend. Dakkapellen
rustige woonomgeving. Accenten zijn mogelijk
zijn mogelijk, mits compact en ondergeschikt aan
bij entrees, mits subtiel en binnen het natuurlijke
het hoofdvolume.
palet. Binnen het blok wordt een consistente kleurcombinatie toegepast voor eenheid.
GEVELINDELING EN RITMIEK De gevelindeling is eenvoudig, rustig en verticaal
PLASTICITEIT
georiënteerd. Grote ramen aan de tuin- of hofzijde
De hoofdvolumes zijn eenvoudig, met subtiele
zorgen voor veel daglicht, terwijl de straatzijde
dieptewerking door terugliggende entrees,
een meer ingetogen ritmiek heeft. Entrees
raamnissen en lichte verspringingen in het
worden herkenbaar vormgegeven met een luifel
metselwerk. Overstekken, luifels en houten
of terugliggend gevelvlak en zijn laagdrempelig
accenten zorgen voor een vriendelijke schaal.
gesitueerd. Kozijnverhoudingen blijven slank en verticaal, waardoor de woningen een dorps
DETAILLERING
karakter behouden.
De detaillering is ingetogen en verzorgd. Metselwerkaccenten zoals rollagen en strekken
MATERIALISATIE
worden spaarzaam toegepast. Dakramen en
De gevels worden uitgevoerd in traditioneel,
eventuele dakkapellen worden zorgvuldig
genuanceerd metselwerk in roodbruine en
ingepast. Installaties en PV-panelen worden
donkere zandtinten. Accenten in hout of lichte
zoveel mogelijk geïntegreerd in het dakvlak of
gevelbekleding zijn mogelijk bij entrees of
achter gevelvlakken geplaatst.
HAM 4 TE A ALST
33
4.6 SENIOREN RIJWONINGEN 4.6.2 REFERENTIES
34
4.6.3 CRITERIA BEELDKWALITEIT
ASPECT
CRITERIA
ASPECT
Hoofdopzet
• Gelijkvloerse woonvolume één laag en kap.
Materialisatie en kleurgebruik • Metselwerk in warme aardkleuren;
• Compacte massa’s met rustige schaal en
houtaccenten toegestaan.
beperkte hoogte.
• Dakpannen donkergrijs, antraciet of donkerbruin, mat.
• Toegankelijke en duidelijk herkenbare entreezone. Kapvorm
• Lage zadeldaken (35–45°); benadrukt
• Kozijnen in lichte grijs tinten of zachtgroen. Detaillering
vriendelijke schaal. • Dakvlak rustig; wolfseind optioneel.
• Goten en dakranden slank en verzorgd. Dakkapellen
• Hoofdvorm eenvoudig; subtiele articulatie via luifel, veranda of entreeportiek. verspringingen zorgen voor diepte.
• Voorkeur voor plaatsing aan achterzijde of hofzijde. Uitbreidingen en bijgebouwen
• Entree gericht op erf of rustige straat;
• Bijgebouwen beperkt in omvang en
• Woonkamers en grote ramen georiënteerd
afgestemd op hoofdvolume.
op tuin of groenstrook. • Rustige herhaling; verticale kozijnverhoudingen. • Grotere ramen aan tuinzijde; straatzijde evenwichtig en ingetogen. • Accenten via materiaal of kleur beperkt toepassen.
HAM 4 TE A ALST
• Achterzijde: kleine uitbreidingen toegestaan voor toegankelijkheid.
gevels representatief.
Gevelindeling en ritmiek
• Uitsluitend kleine, ingetogen dakkapellen; nadruk op éénlaagse uitstraling.
• Raamnissen en lichte metselwerk Oriëntatie
• Bescheiden metselwerkdetails: strekken, rollagen, subtiele plint.
• Overstekken t.b.v. verblijfskwaliteit. Plasticiteit
CRITERIA
• Voorkeur voor hout of licht metselwerk. Techniek
• PV-panelen in vloeiend vlak op dak; uniforme kleurstelling. • Installaties in berging of achter de woning; niet zichtbaar vanaf openbaar gebied. • Ventilatie en afvoeren netjes verwerkt binnen gevelvlak.
35
5. OPENBARE RUIMTE EN GROEN 5.1 LANDSCHAPPELIJK ONTWERP
A
B
36
PROFIELEN
A
A”
Locatie profielen
A”
Locatie profielen
Profiel A-A”
PROFIEL A A Profiel A-A”
B
B” Profiel B-B”
B
B” Profiel B-B”
PROFIEL B
HAM 4 TE A ALST
37
Project: Opdrachtgev Projectnumm Formaat: Datum:
Project: Opdrachtgev Projectnumm Formaat: Datum:
5.2 BOMEN
FSA BP
AR
SAU
NS
AG
PAP
AG
AG
SAU
AG
BP
AH
SAC
BP
UN
AG
TC
SAC
AR PAP
TC
UN
CB
PAP
CB
SAC SA
CB
CB
QRP
CB CC
UN
JR
CB
SA
CB
TC
CB
PAP TC
TC
QR
CB PC
PC
PC
SAC QR
PAP
QR SAC
Ai Ai
CB
SAC
38
UN
PC
REFERENTIEBEELDEN BOMEN ACER RUBRUM
AR
AESCULUS HIPPOCASTANUM AH
ALNUS GLUTINOSA
FSA
FAGUS SYLVATICA CC ATROPUNICEA
ULMUS NEW HORIZON
QUERCUS ROBUR
QUERCUS ROBUR
CORYLUS COLURNA
TILIA CORDATA
HAM 4 TE A ALST
TC
QR
AG
UN
QRP
ALNUS INCANA
JUGLANS REGIA
QUERCUS ROBUR
Ai
JR
QR
BETULA PENDULA
NYSSA SYLVATICA
SALIX ALBA
BP
CARPINUS BETULUS DET
CB
NS
POPULUS CANESCENS DEMOFFART
PC
SA
SORBUS AUCUPARIA
SAU
CARPINUS BETULUS
PRUNUS AVIUM
SALIX ALBA
CB
PAP
SAC
39
5.3 BEPLANTING, IN TE ZAAIEN & ERFAFSCHEIDING
WIL
CM
H2
H4
AL WIL
H1
ST
ST
H4
PR H3
WIL
H3
H1 ST
MG PR
H1
MG
AL PR
PR H4
H4
WIL
H4 H4
CM H1
WIL
WIL
WIL WIL
40
WIL
REFERENTIEBEELDEN FRUITBOMEN APPELBOMEN
HAGEN PR
MALUS ELSTAR
PYRUS COMMUNIS
LOSSE LANDSCHAPPELIJKE H1 HAGEN
STRAKKE GEMENGDE HAAG HOOG
CORYLUS MAXIMA PUREA
PHILADELPHUS
H2
BEUKENHAAG
H3
LIGUSTER
H4
STRUWEEL AMELANCHIER LAMARCKII
ST
CORNUS MAS
ST
CORYLUS AVELLANA
ST
MEERSTAMMIGE SOLITAIRE HEESTERS AMELANCHIER LAMARCKII
HAM 4 TE A ALST
AL
CORNUS MAS SOL
ST
ST
WILGENSTRUWEEL
WIL
IN TE ZAAIEN CM
MESPILUS GERMANICA
MG
GRASSEN KRUIDENMENGSEL
WILGENSTRUWEEL
WIL
HEESTERS GRASSEN
BLOEMRIJK GRASLAND
41
5.4 VERHARDING, PARKEREN & SPELEN
1 3
3
2
5
7 6
6
3
42
REFERENTIEBEELDEN VERHARDINGEN STRAATKLINKERS
PARKEREN 1
VOETPADEN
2
OPEN BESTRATING
3
SPELEN & ONTMOETEN LUIFELKAS
HAM 4 TE A ALST
5
PICKNICKBANK
6
BOOMSTAMBRUG
7
SPELEN
SPELEN
43
6. DUURZAAMHEID Groene platte daken bieden extra groen en helpen water vasthouden, terwijl nestplekken voor insecten, vogels en vleermuizen het leven in de omgeving versterken. Duurzame verlichting zorgt voor een energiezuinige inrichting zonder de dieren te verstoren.
NESTGELEGENHEID INSECTEN
VLEERMUISKASTEN
DUURZAME VERLICHTING
HUISMUSKAST
SEDUM DAK
SEDUM DAK
44
Markt 24, 4761 CE Zevenbergen +31 (0)168 32 82 55 mail@qarch.nl
46