CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Nederhemert, Kapelstraat 26 Bijlage 5 Quickscan flora en fauna

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Nederhemert, Kapelstraat 26 & Nederhemertse Kade 24.554 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

22-9-2022

QuickScan flora en fauna Kapelstraat 26, Nederhemert

R.J.L. Bijvelds (Rik) ECOLOOG BNL ADVIES

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl –

Verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde flora en fauna, op de locatie: Kapelstraat 26, Nederhemert

BNL advies Telefoonstraat 2 5428 GJ Venhorst T: 06 18 90 46 06 E: info@bnladvies.nl W: www.bnladvies.nl

Opdrachtgever:

Kapelstraat 26 5317 JR Nederhemert

Status: Versie: Datum: Auteur:

definitief 22001.QFF 22-9-2022 Ing. R.J.L. Bijvelds (Rik)

© copyright BNL advies 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. BNL advies kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

Opgesteld door:

1

Colofon:

Inhoud Colofon: ...................................................................................................1 1.

Inleiding .............................................................................................4

2.

Toelichting onderzoekskader .....................................................................5 2.1 Wet natuurbescherming .........................................................................5 2.1.1 Bescherming van gebieden .................................................................5 2.1.2 Bescherming van soorten ...................................................................5 2.1.3 Bescherming van houtopstanden ..........................................................5 2.2 Verordening ruimte ..............................................................................5 Omschrijving plangebied ..........................................................................7 3.1

Algemeen.......................................................................................7

3.2

Voorgenomen ontwikkeling ..................................................................7

3.2.1

Te verbouwen woning ...................................................................8

3.2.2

Te slopen opstallen .....................................................................8

3.2.3

Directe omgeving en beplantingen ....................................................9

3.3

Onderzoeksresultaten beschermde soorten .................................................. 11 4.1

Algemeen..................................................................................... 11

4.2

Soorten vogelrichtlijn ...................................................................... 11

4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 11 4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 13 4.2.3 Algemene broedvogels ................................................................... 13 4.2.4 Werken binnen het broedseizoen ....................................................... 13 4.3 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 13 4.3.1 Vleermuizen ................................................................................ 13 4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten ........................................................ 15 4.4 Nationaal beschermde soorten ............................................................... 15 4.4.1 Amfibieën en reptielen .................................................................. 15 4.4.2 Libellen ..................................................................................... 15 4.4.3 Dagvlinders ................................................................................. 15 4.4.4 Vaatplanten ................................................................................ 15 4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing ........................................................... 15

Pagina

4.

Vooronderzoek ................................................................................9

2

3.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

5.

Conclusies en aanbevelingen ................................................................... 16 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 16 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 16 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) ....................... 16 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 17 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 17 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 17 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 17 5.2.3 Nationaal beschermde soorten .......................................................... 17 5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 17

3

Conclusie .......................................................................................... 19

Pagina

6.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek van de initiatiefnemer, is op dinsdag 21 december 2021, een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkelingen op de locatie: Kapelstraat 26, Nederhemert De werkzaamheden betreffen de verbouwing van een bestaande woning en het slopen van opstallen. In- en nabij de bestaande te verbouwen en slopen bebouwing en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijen bomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Verordening ruimte

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

Naast het Gelders Natuurnetwerk, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Gelderland het ‘Gelders Natuurnetwerk’ genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van het Gelders Natuurnetwerk kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied ligt in het oosten van Nederhemert-Noord, in de gemeente Zaltbommel, liggende in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1).

Afbeelding 1: De projectlocatie in het oosten van Nederhemert-Noord, is globaal weergegeven binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 07-01-2022

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen de verbouwing van een bestaande woning en het slopen van opstallen. In- en nabij de bestaande te verbouwen en slopen bebouwing en in aangrenzende beplantingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Het plangebied / de onderzochte omliggende gronden, zijn in afbeelding 2 weergegeven.

Pagina

7

Afbeelding 2: De kavels met kavelnummers: 1317 en 1935 met daarbinnen de te verbouwen woning (binnen de rode lijnen) , te slopen opstallen (binnen de paarse lijnen) en aangrenzende beplantingen welke bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten flora en fauna. Bron: Kadviewer, datum: 07-01-2022

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

3.2.1 Te verbouwen woning De bestaande woning gaat verbouwd worden (zie afbeelding 3 en 4). In de bestaande woning kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen zoals uilen, huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en zoogdiersoorten kunnen de woning gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen en zich voort te planten.

Afbeelding 3 en 4: Te verbouwen schuur tot woning. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021

3.2.2 Te slopen opstallen

Afbeelding 5 t/m 8: Te slopen opstallen. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021 BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

8

Op de kavels zijn een tweetal opstallen welke gesloopt gaan worden (zie afbeelding 5 t/m 8). In de bestaande opstallen kunnen diverse beschermde dier- en vogelsoorten voor komen zoals uilen, huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Maar ook andere vogel- en zoogdiersoorten kunnen de opstallen gebruiken binnen het broedseizoen om te nestelen en zich voort te planten.

3.2.3 Directe omgeving en beplantingen Aangrenzend aan de bebouwing zijn bomen, heesters, hagen en kruidachtige begroeiing aanwezig. Tijdens de rondgang dienen deze beplantingen nabij de te verbouwen bebouwing goed gecontroleerd te worden op bestaande nesten in bomen en beplantingen en holtes/ spleten in bomen, welke gebruikt kunnen worden door vogels en vleermuizen. Beoordeeld moet worden of de geplande werkzaamheden een negatief effect hebben op (beschermde) soorten flora en fauna op de kavels. Dit zal afhankelijk zijn van de soorten die voor komen, en op welke wijze zij het gebied gebruiken (groeiplaats, voortplantingsplaats, verblijfplaats of foerageerplaats). Elke functie kent een ander beschermingsregime.

3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 140-419. Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.

Pagina

9

Gezien de ligging van het perceel en de aanwezigheid van beplantingen in de directe omgeving, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

10

Tabel 2. Mogelijk aanwezige amfibieën en zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied. Bron: Verspreidingsatlas NDFF Datum: 20-12-2021

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavels en omliggende gronden zijn op dinsdag 21 december 2021 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten: -

Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in de te slopen en verbouwen bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen voor vogels en vleermuizen onder daken of achter gevelbekleding van de te slopen en verbouwen bebouwing Beschermde plantsoorten op- en rondom de te slopen en verbouwen bebouwing Vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde soorten amfibieën rondom de te slopen en verbouwen bebouwing Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied (de te slopen en verbouwen bebouwingen) is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Huismus. Voor de huismus zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen in de te slopen en verbouwen bebouwing aanwezig. Dit door het ontbreken van mogelijk geschikte verblijfslocaties zijn er onder de daken geen nesten van de huismus aangetroffen.

Pagina

11

Het dak van de woning bestaat uit riet, zonder openingen naar mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen (zie afbeelding 9 en 10). Ook de nokvorsten zijn gelegd in cement zonder openingen naar mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen. De daken van de te slopen opstallen hadden of geen dakbeschot, of geen geschikte openingen waar huismussen onder het dak konden komen (zie afbeelding 11 en 12). Ook waren er tijdens het veldbezoek geen huismussen hoor- en zichtbaar aanwezig op de kavels nabij bebouwingen of in hagen/ beplantingen. Nader onderzoek naar huismussen in de te verbouwen woningen en slopen opstallen wordt niet nodig geacht.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Afbeelding 9 t/m 12: Daken van de te verbouwen woning en slopen opstallen, zonder mogelijke vaste verblijfplaatsen voor huismussen. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021

Gierzwaluw. Voor gierzwaluwen is het projectgebied zelf niet direct geschikt. Gierzwaluwen komen vooral voor in dorpen en steden met (hoge) lintbebouwing. De gierzwaluw is binnen het projectgebied niet aanwezig, door het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar mogelijke voortplantings- en verblijfplaatsen. Nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt niet nodig geacht. Uilen. De aanwezigheid van steenuil en kerkuil kan redelijkerwijs worden uitgesloten wegens het ontbreken van geschikte invliegopeningen naar afgesloten donkere zolders van de te verbouwen woning en te slopen opstallen. Ook ontbreken er voor de steenuil geschikte broedholen in oude bomen in de directe omgeving.

Afbeelding 13 t/m 16: Sporen van de kerkuil in het achterhuis en de afgeplakte openingen waar de kerkuil in het verleden ooit naar binnen is kunnen gaan. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021 BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

12

In de te verbouwen woning, in het achterhuis, is in het verleden wel eens een kerkuil binnen geweest. Dit was te zien aan de sporen op een van de balken in de vorm van krijtsporen (uitwerpselen) en een oude braakbal (zie afbeelding 13 en 14). Recente sporen van de kerkuil zijn niet aangetroffen, en de opening in het kozijn is in een eerder stadium dichtgemaakt (zie afbeelding 15 en 16).

Aangezien er geen recente sporen van de kerk- en steenuil aangetroffen zijn, wordt nader onderzoek niet nodig geacht. Wel is het belangrijk om na te gaan of de kerkuil zich gevestigd heeft in de omgeving (via een lokale uilenwerkgroep). Anders zou het goed zijn om mogelijk in het achterhuis, of nieuw bedrijfsgebouw een kerkuilenkast op te hangen. Overige soorten. Binnen en rondom het projectgebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als boomvalk, buizerd, havik, sperwer, ransuil en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid.

4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 5 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in gebouwen, bomen en nestkasten, zoals spreeuw, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt, kunnen geen negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.3 Algemene broedvogels De bomen, hagen en heesters nabij het plangebied zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Dit betreft soorten als de merel, heggenmus, zanglijster, hout- en tortelduif. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze in geen enkele vorm een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt. Hiervoor geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen- én buiten het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er sloop-/ verbouwwerkzaamheden plaats gaan vinden is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op de aanwezigheid van bezette nesten noodzakelijk. Voorafgaand aan de werkzaamheden kunnen eventuele aanwezige ongebruikte nesten worden verwijderd door een ecoloog. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd of uitgesteld op aanwijzingen van de ecoloog.

4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

De te verbouwen woning. De te verbouwen woning is gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen. Aangezien de woning niet beschikt over geschikte openingen naar een open spouwmuur, achter een boeiboord, overstek (sluit goed aan), gevelbekleding (sluit goed aan op elkaar), open stootvoegen, openstaande loodslabben bij schoorstenen, sporen van

13

De bebouwing binnen het plangebied, is gezien het bureauonderzoek, potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuizen. Te denken valt dan aan de laatvlieger, de ruige dwergvleermuis, gewone dwergvleermuis en in mindere mate de gewone grootoorvleermuis. Uit de verspreidingsatlas (NDFF) kwam naar voren dat enkele van deze soorten ook eerder gezien zijn in de directe omgeving.

vleermuizen achter raamluiken, open nokvorsten of anderzijds mogelijk geschikte verblijfslocaties (zie afbeelding 17 t/m 20), is de te verbouwen woning voor de aanwezigheid van vleermuizen niet geschikt bevonden. Nader onderzoek naar vleermuizen in de te verbouwen woning wordt dan ook niet nodig geacht.

Afbeelding 17 t/m 20: Te verbouwen woning, zonder mogelijke vaste verblijfplaatsen van vleermuizen. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021

De te slopen opstallen. Aangezien de opstallen niet beschikken over geschikte openingen naar een open spouwmuur, gevelbekleding (sluit goed aan op elkaar, zie afbeelding 21), open stootvoegen of anderzijds mogelijk geschikte verblijfslocaties, zijn de te slopen opstallen voor de aanwezigheid van vleermuizen niet geschikt bevonden. Nader onderzoek naar vleermuizen in de te slopen opstallen wordt dan ook niet nodig geacht.

Pagina

14

Afbeelding 21: mogelijke vaste rust- en verblijfplaats van vleermuizen achter gevelbekleding is niet geschikt bevonden door de afwezigheid van geschikte openingen. Bron: BNL advies, datum: 21-12-2021

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Beplantingen en directe omgeving. Ook in de beplantingen en bomen direct grenzend aan het plangebied zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren aangetroffen welke de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen in de bomen wordt dan ook niet nodig geacht.

4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn, door de afwezigheid van een geschikt habitat. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat voor o.a. de kamsalamander, is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.

4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt zoals de steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen zoals een oude hooizolder en openingen naar de vlieringen en overige mogelijke verblijfplaatsen zijn voor de steenmarter afwezig. Ook zijn er geen sporen in de vorm van uitwerpselen en prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de steenmarter wordt dan ook niet nodig geacht. Het plangebied is mogelijk geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten (spits)muizen waarvoor in Gelderland een provinciale vrijstelling geldt.

4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Gelderland geen vrijstelling geldt, door de afwezigheid geschikte vaste voortplantings-, rust- en (winter)verblijfplaatsen (habitat) rondom de te verbouwen en slopen bebouwing. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.

4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen.

15

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt zoals verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De gebouwen zijn niet geschikt bevonden voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten, namelijk de huismus, gierzwaluw en steenuil. Nader onderzoek naar het voorkomen/ gebied gebruiksfuncties van deze soorten wordt niet nodig geacht. Gezien de sporen van de kerkuil in het achterhuis, dient men na te gaan bij een lokale uilenwerkgroep/ vogelwerkgroep of het zinvol is een nestkast voor deze soort te plaatsen in het achterhuis of in het nieuw te bouwen bedrijfsgebouw. Zo krijgt deze soort weer de kans terug te keren. In het achterhuis is geen nestlocatie aangetroffen dus hier betreft het een zogenoemde (voormalige) roestplaats, welke niet meer behoord tot het essentieel leefgebied aangezien de braakballen in ontbindende staat waren en de kerkuil geen toegang meer heeft tot het achterhuis sinds 2018-2019. Door de initiatiefnemer wordt in de loods achter de bestaande woning een nestkast voor de kerkuil geplaatst (zie afbeelding 22).

Afbeelding 22: locatie te plaatsen nestkast kerkuil. Bron: BNL advies, datum: 22-09-2022

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten, waaronder spreeuw, koolmees, pimpelmees in nestkasten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd.

16

5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 5)

Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.

5.1.3 Algemene broedvogels De bomen, heesters en hagen nabij het plangebied zijn geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient men voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle uit te voeren op aanwezige nesten. Wanneer bewoonde nesten aanwezig zijn, dan dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden, tot de jonge vogels uitgevlogen zijn.

5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb niet worden overtreden. Aanvullend onderzoek wordt niet nodig geacht.

5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5.2.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied zijn geen nationaal beschermde soorten aanwezig, waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt zoals (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effecten op (spits)muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

Pagina

Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de verbouw van de woning en de bouw van het bedrijfsgebouw. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen.

17

5.3 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen

Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, steenuil, vleermuizen en ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de woning of bedrijfsbebouw. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl of www.waveka.nl. Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor huismussen en vleermuizen in te metselen in een spouw in de muur. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving.

Pagina

18

Alles wat hierboven benoemd wordt is geen verplichting of iets wat opgelegd wordt, maar dit zou voor de vogels en vleermuizen in het gebied een welkome verandering zijn en voor ons als mens een kleine moeite.

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, hoeft geen aanvullend flora- of faunaonderzoek uitgevoerd te worden voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Belangrijk is om gedurende de ontwikkeling van de woning en bedrijfsgebouw de punten uit hoofdstuk 5.3 mee te nemen in het ontwerp. Dit zou voor (beschermde) soorten in de directe omgeving een welkome aanvulling zijn. In de loods achter op het terrein (zie afbeelding 22), wordt een nestkast van de kerkuil opgehangen. Zo wordt een extra verblijfplaats gecreëerd welke kan dienen als roesten/of nestplaats. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik.

Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies

Pagina

19

22-09-2022

BNL Advies - Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12890941/1