CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo toelichting rechtspositiebesluit Zaltbommel

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Verordening rechtspositie raads- en burgerleden1.270 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting op rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers In hoofdstuk 3 van het Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers (hierna: het besluit) staan de verschillende bepalingen die van toepassing zijn in de gemeente. Hieronder volgt geen volledige uitwerking van het besluit, maar zal worden volstaan met de bepalingen die het meest relevant zijn voor uw raad. Hoogte vergoeding raadslid De hoogte van de vergoeding die raadsleden ontvangen wordt bepaald door het aantal inwoners dat een gemeente heeft. In artikel 3.2 lid 1 en artikel 3.1.1. van het besluit staat weergegeven welke raadsvergoeding van toepassing is bij een bepaalde categorie inwoners. Zaltbommel valt qua inwonersaantal in categorie 4 en de daarbij behorende raadsvergoeding is € 1.240,07 per maand. Uit artikel 3.3 lid 1 volgt dat leidend is hoeveel inwoners een gemeente heeft op 1 januari van een jaar. Wanneer het aantal inwoners is gestegen en de gemeente in een hogere categorie valt, dan wordt de bijbehorende verhoging van de raadsvergoeding met terugwerkende kracht doorgevoerd op het moment dat het inwoneraantal op 1 januari voor de tweede keer boven de grens uitkomt. De raadsvergoeding wordt ieder jaar op 1 januari geïndexeerd op basis van de cijfers van het CBS. Dit blijkt uit artikel 3.1.1 lid 5 van het besluit.

Op basis van artikelen 3.1.2, 3.1.3 en 3.1.4 van het besluit krijgt een raadslid een aanvullende vergoeding wanneer hij of zij onderdeel uitmaakt van de vertrouwenscommissie of een onderzoekscommissie. Hier kan ook voor worden gekozen bij een bijzondere commissie. Voor de vertrouwenscommissie bedraagt de aanvullende toelage € 139,90 per maand. Voor een bijzondere commissie kan het bedrag van de toelage bij verordening worden bepaald met een maximum van € 139,90 per maand. Voor de onderzoekscommissie geldt dat de hoogte in een verordening kan worden bepaald, maar dat deze per jaar maximaal driemaal de standaard maandelijkse vergoeding mag bedragen. De fractievoorzitter ontvangt een aanvullende toelage. Dit staat bepaald in artikel 3.1.5 van het besluit. Deze vergoeding bedraagt € 89,46 per maand en wordt met € 12,77 verhoogd voor elk raadslid dat de fractie heeft, met uitzondering van de fractievoorzitter zelf. Het bedrag van de toelage is gemaximeerd op € 191,67 per maand. Indien een raadslid gedurende een periode van meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt hij of zij een toeslag van 8% bovenop de standaard raadsvergoeding en de onkostenvergoeding voor zolang de waarneming duurt. Dit volgt uit artikel 3.1.12 van het besluit.

Aanvullende vergoedingen en voorzieningen raadslid Artikelen 3.1.6 en 3.1.7 van het besluit voorzien in een onkostenvergoeding en een reiskostenvergoeding. De onkostenvergoeding kent een vast bedrag van € 215,94 per maand en kan jaarlijks worden geïndexeerd. De reiskostenvergoeding is van toepassing bij reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeente raad en commissies en bij reiskosten voor reizen binnen en buiten de gemeente voor de uitoefening van de functie van raadslid. De reiskostenvergoeding staat verder uitgewerkt in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers (hierna: de regeling). Artikel 3.1.10 van het besluit gaat over de ziektekostenverzekering. In dit artikel wordt aangegeven dat ieder raadslid van de gemeente jaarlijks een vergoeding in de kosten van de ziektekostenverzekering ontvangt van € 136,85. Indien een raadslid een uitkering ontvangt vanwege volledige of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, dan kan het raadslid verzoeken de standaard raadsvergoeding te

verlagen. Op deze manier kan worden voorkomen dat de uitkering in verband met arbeidsongeschiktheid naar beneden wordt bijgesteld. Deze mogelijkheid staat omschreven in artikel 3.1.11 van het besluit en is van gelijke toepassing voor commissieleden (artikel 3.4.4 van het besluit). Een raadslid dat tijdelijk ontslag is verleend in verband met zwangerschap, bevalling of ziekte ontvangt gedurende deze periode de eerder genoemde standaard raadsvergoeding. De onkostenvergoeding wordt in deze periode gehalveerd. Dit volgt uit artikel 3.1.13 van het besluit. Gemeenschappelijke bepalingen (voor raadsleden, wethouders en burgemeester) Artikel 3.3.2 schrijft voor dat een raadslid voor de uitoefening van zijn of haar functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking dient te krijgen. Dit is verder uitgewerkt in de verordening. Ook is artikel 3.3.3 in de verordening uitgewerkt. Dat ziet toe op kosten voor niet-partij politieke scholing waarvoor een raadslid een vergoeding van de gemeente kan ontvangen. Wanneer een raadslid lid is van een landelijk georganiseerde beroepsvereniging die staat voor belangenbehartiging van raadsleden, dan wordt de contributie van de beroepsvereniging door de gemeente vergoed.

Het college kan oordelen dat de vereniging onvoldoende invulling geeft aan de belangenbehartiging van raadsleden en in die situatie zal de contributie niet door de gemeente vergoed worden. Dit staat bepaald in artikel 3.3.4 van het besluit. Artikel 3.3.6 van het besluit schrijft voor dat raadsleden onder voorwaarden recht hebben op vergoeding van noodzakelijk gemaakte kosten die zijn ontstaan door beroepsziekte of een dienstongeval. Onder beroepsziekte wordt verstaan dat het moet gaat om een ziekte die in overwegende mate veroorzaakt is door de uitoefening van aan het raadslidmaatschap verbonden werkzaamheden. Een dienstongeval is een ongeval dat plaatsvindt tijdens het verrichten van werkzaamheden als raadslid. Indien een arts oordeelt dat sprake is van een structurele functionele beperking bij een raadslid, dan kan het college voorzieningen treffen om het raadslid te helpen de werkzaamheden te blijven vervullen. Dit kan gaan om een financiële vergoeding, maar ook om bijvoorbeeld vervoersvoorzieningen, voorzieningen om de werkplek beter op het raadslid af te stemmen of personele ondersteuning. De kosten voor het treffen van deze voorzieningen komen ten laste van de gemeentelijke voorzieningen. Dit volgt uit artikel 3.3.7 van het besluit en artikel 35 lid 2 en 3 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA).

De (onkosten-)vergoedingen en toelages zoals hiervoor omschreven zijn in artikel 3.3.8 van het besluit aangemerkt als eindheffingsbestanddeel. Dit houdt in dat de gemeente de loonbelasting (zogenaamde eindheffing) betaalt over de vergoedingen en toelagen en deze voor het raadslid onbelast blijven. Over de standaard raadsvergoeding zal door het raadslid wel loonbelasting moeten worden betaald via de aangifte Inkomstenbelasting. Een raadslid kan er ook voor kiezen om de loonbelasting direct te laten inhouden door de gemeente. Bovenstaande gemeenschappelijke bepalingen zijn ook van toepassing voor burgerleden op basis van artikel 3.4.4 van het besluit. Burgerleden Burgerleden ontvangen per bijgewoonde Carrouselvergadering een vaste vergoeding. Deze vergoeding is net als bij raadsleden afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. Voor burgerleden in Zaltbommel bedraagt de vergoeding € 103,23 per bijgewoonde

carrouselvergadering. Hierbij is leidend hoeveel inwoners de gemeente heeft op 1 januari van een jaar en net als de raadsvergoeding, wordt de vergoeding voor commissieleden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd. Dit volgt uit artikel 3.4.1 van het besluit. Artikel 3.4.2 van het besluit bepaalt dat de gemeenteraad kan besluiten een burgerlid een hogere vergoeding toe te kennen voor het bijwonen van een carrousel- of commissievergadering indien het burgerlid is aangetrokken vanwege bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie of wanneer de gemeenteraad van mening is dat de standaard vergoeding niet in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de taak en omvang van de werkzaamheden als burgerlid. Van deze mogelijkheid wordt geen gebruik gemaakt. Net als raadsleden hebben ook burgerleden recht op een vergoeding van de reiskosten. Dit staat omschreven in artikel 3.4.3 van het besluit en is verder uitgewerkt in de regeling in artikel 3.1. De in deze toelichting genoemde bedragen zijn van toepassing in 2025 en kunnen worden geïndexeerd of bij wet worden herzien. In de wetsartikelen waarnaar verwezen wordt, kunt u altijd de meest actuele informatie terugvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15552497/2