Link naar raadsonderzoek 'Storten en tekorten'
Tekst van het document
3.1 / Tijdlijn Onderstaande tijdlijn geeft een relatief eenvoudig overzicht van belangrijke momenten in de casus van de Avri-stortplaats en het tekort in het Nazorgfonds Stortplaatsen Gelderland (c.q. de verlaging van de rekenrente). De tijdlijn behelst de onderzoeksperiode 1 januari 2019 tot 1 november 2020. Daarmee geeft de tijdlijn op hoofdlijnen inzicht in de besluitvorming en de informatiepositie van betrokkenen. Voor het overzicht maken we onderscheid in 1) de lijn Avri-intern en Avri – provincie en 2) de informatievoorziening richting gemeenteraden. Daarnaast beperken we ons in de tijdlijn omwille van de leesbaarheid tot de sleutelmomenten. In de paragrafen 2 en 3 van dit hoofdstuk reconstrueren we, aan de hand van de sleutelmomenten, wat er in casu feitelijk is gebeurd tussen Avri en de provincie Gelderland, evenals de communicatie hierover richting gemeenteraden.
20
21
3.2 / Avri intern & Avri - provincie In deze paragraaf wordt gereconstrueerd op welke momenten Avri op de hoogte was of werd gesteld van de verlaging van de rekenrente en hoe Avri intern met die informatie is omgegaan. Tevens brengt de reconstructie in beeld op welke momenten en wijze er contact is geweest tussen Avri en de provincie Gelderland over verlaging van de rekenrente. In dit deel van de reconstructie zijn de volgende spelers betrokken: - Directeur Avri. - Een Projectmanager Avri: belangrijkste adviseur van de directeur Avri rondom de verlaging van de rekenrente. Eveneens ambtelijk contactpersoon voor de provincie op dit thema. - Extern financieel adviseur: financieel adviseur die op enkele momenten door een projectmanager Avri benaderd wordt voor het maken van doorrekeningen. Deze financieel adviseur is niet werkzaam bij Avri. - Dagelijks bestuur (DB) Avri waarin de wethouders van de gemeenten Culemborg (voorzitter), Zaltbommel en Neder-Betuwe zitting hebben. - Algemeen bestuur (AB) Avri waarin wethouders van alle acht gemeenten zitting hebben (wethouder Culemborg als voorzitter). - Voorzitter van DB en AB Avri. - Stichting Milieubedrijven Gelderland (MBG): een stichting waarin de stortplaatsexploitanten van de provincie Gelderland zijn vertegenwoordigd. Avri wordt in de stichting vertegenwoordigd door een projectmanager Avri.
De MBG onderhoudt zelfstandig contacten met de provincie om de belangen van stortplaatsexploitanten te behartigen, zoals ook zal blijken uit de reconstructie. Vanuit de provincie wordt de MBG gezien als primaire gesprekspartners als het gaat om communicatie over de stortplaatsen. - Gedeputeerden Kerris en Markink: vanuit GS vormen zij het dagelijks bestuur van het Nazorgfonds Stortplaatsen Gelderland. De reconstructie is chronologisch vormgegeven en behelst de periode vanaf begin 2019 (het moment waarop bij Avri de Begroting 2020 tot stand komt) tot 1 november 2020 (enkele dagen na het besluit van PS om de rekenrente te verlagen en tevens het einde van de onderzoeksperiode voor deze reconstructie). 14 februari 2019 en 4 juli 2019: Kadernota 2020 en Begroting 2020 in AB – geen duidelijke signalen rondom verlaging rekenrente Op 14 februari krijgt het AB Avri ter informatie de Kadernota 2020 onder ogen, die na vaststelling door het DB uitmondt in de Begroting 2020. Deze begroting wordt door het AB vastgesteld op 4 juli 2019. In de Kadernota en Begroting 2020 komt naar voren dat het doelvermogen, als gevolg van bijstelling van de rekenrente in 2015, nog niet is bereikt (zie ook paragraaf 3.3 onder ‘Kadernota 2019’). Eveneens wordt verslag gedaan van de ontwikkeling van de voorziening stortplaats en het risicoprofiel van Avri (mede ten aanzien van de stortplaats).
Specifiek met betrekking tot de Stortplaats Geldermalsen wordt aangegeven dat de provincie een ALM-studie uit laat voeren die mogelijk leidt tot een “herziening van de rekenrente”.36 Dit is de eerste keer dat de ALM-studie en mogelijke aanpassing van de rekenrente worden genoemd; in de stukken van een jaar eerder (Kadernota 2019 en Begroting 2019) wordt nog aangegeven dat er geen signalen zijn dat de rekenrente zal worden herzien. De verwachting is dat de resultaten van de ALMstudie niet eerder dan in het voorjaar van 2019 bekend zullen worden en dat daarom het 36 Avri (2019). Begroting Avri 2020, p. 26.
22
doelvermogen voor dat moment nog ongewijzigd blijft ten opzichte van 2019. Genoemd wordt dat het doelvermogen tot het moment van overdracht (dan nog gepland op 1 januari 2021) onzeker blijft. Deze onzekerheid is verwerkt in het risicoprofiel van Avri onder de post ‘onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats’ en geraamd voor € 560.000.37 17 oktober 2019 bestuursrapportage: AB besluit tot uitstel van overdracht stortplaats naar 1 januari 2024 Het AB stelt op 17 oktober 2019 de bestuursrapportage 2019 vast. In de bestuursrapportage wordt het moment van overdracht van de stortplaats naar de provincie uitgesteld van 1 januari 2021 naar 1 januari 2024. Als reden wordt hierbij vermeld dat de ALM-studie nog niet afgerond zal zijn eind 2020 en dat de ontwikkeling van het zonnepark bovenop de stortplaats ervoor zorgt dat het oorspronkelijke overdrachtsmoment operationeel niet haalbaar is.38 De provincie geeft hierover aan positief te staan tegenover het uitstellen van het moment van overdracht, waarbij financiële risico’s ook voor rekening van Avri zijn.
In de rapportage wordt ook benoemd dat door uitstel van de overdracht en de ‘huidige economische situatie’ er een grotere kans is op daling van de gehanteerde rekenrente waardoor ‘een aanvullende bijdrage nodig is om het doelvermogen te bereiken’.39 De bestuursrapportage meldt dat een eventuele aanvulling ten behoeve van het doelvermogen zal worden verwerkt in de afvalstoffenheffing.40 Een mogelijke daling van de rekenrente wordt niet verder geëxpliciteerd in een concreet risico of een bedrag in euro’s. Tot slot wordt gemeld dat Avri in overleg is met de provincie over de ontwikkelingen en de gevolgen voor Avri als stortplaatsexploitant. Over de aard van dit overleg en wie daarbij betrokken zijn is geen nadere documentatie bekend. Uit de interviews in het kader van dit onderzoek maken we op dat in deze fase het overleg met de provincie via de Stichting MBG (verenigde MilieuBedrijven Gelderland) verliep. Van rechtstreeks contact tussen Avri en provincie over het nazorgfonds was in deze periode geen sprake. 3 december 2019: Eerste ambtelijk inzicht bij Avri in verlaging rekenrente en mogelijke financiële gevolgen Op 2 december 2019 vindt er een vergadering plaats van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de provincie Gelderland (BAC).
Bij de vergadering is een vertegenwoordiger (de heer Versluis) van de Stichting MBG als lid van deze commissie aanwezig; in deze stichting is ook Avri vertegenwoordigd. Op de agenda staat onder meer de conceptrapportage van de uitgevoerde ALMstudie. In de conceptrapportage van de ALM-studie wordt voor het eerst expliciet gesproken over een verlaging van de rekenrente naar 3,1%.41 In de vergadering ligt de vraag voor of de MBG in kan stemmen met de ALM-rapportage. De MBG wil dit om meerdere redenen niet; de MBG was in de veronderstelling nog input te kunnen leveren op de conceptrapportage en de MBG geeft aan “dat er nog allerlei onzekerheden zijn in met name alternatieven en effecten daarvan op het doelvermogen”. De MBG wil dit eerst verder uitwerken om een beter beeld te krijgen van de risico’s voor de provincie Gelderland.42 De provincie wil echter 37 Avri (2019). Begroting Avri 2020, p. 56. 38
Avri (2019). Bestuursrapportage 2019, p. 5. Avri (2019). Bestuursrapportage 2019, p. 5 en p. 37. 40 Avri (2019). Bestuursrapportage 2019, p. 5 en p. 37. 41 PowerPoint presentatie 'ALM-studie Fonds Nazorg Stortplaatsen' van de heer Antoon Pelsser, d.d. 2 december 2019 tijdens vergadering BAC. 42 Edwin Versluis (3 december 2019). Vergadering 2019 van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de Provincie Gelderland [e-mail]. 39
23
eerst de ALM-studie afronden en pas daarna kijken naar alternatieven in onder andere de nazorgverplichtingen. Daarom wordt afgesproken dat de MBG tot half december vragen kan stellen over de ALM-studie en dat op basis van de antwoorden hierop van de onderzoeker, de exploitanten een advies kunnen uitbrengen op de ALM-studie. Eveneens wordt er een provinciaal ambtelijk advies geschreven. Op basis van deze adviezen zal worden nagegaan of er tot een eensluidend advies aan het DB van het Nazorgfonds gekomen kan worden. Naar aanleiding van de vergadering wordt door de heer Versluis aan de andere leden van MBG (waaronder een projectmanager van Avri) een dag daarna, op 3 december 2019, via e-mail het signaal afgegeven dat “er weinig oog is voor de belangen van de exploitanten en dat er met de inbreng die we (MBG) hebben geleverd weinig tot niets is gedaan. De uitkomsten van de studie van Pelsser past wel in het beeld van de risicomijdende houding van de provincie”.43, 44 Dezelfde dag stuurt een projectmanager Avri de mails van de heer Versluis met bovenstaande informatie door naar de financieel adviseurs van Avri met de mededeling: “duidelijk is de route dat Provincie naar rekenrente wil van 4,6 > 3,1%.
Ik wil mijn [externe, red.] adviseur uit laten rekenen wat voor effect dit geeft op het doelvermogen met als uitgangspunt overdracht per 1/1/2023.”45 Op basis van de beschikbare informatie lijkt deze mail het eerste moment te zijn dat Avri ambtelijk op de hoogte wordt gesteld van een mogelijke verlaging van de rekenrente naar 3,1% door de provincie. De doorrekening van het effect op hoofdlijnen van een verlaging van de rekenrente naar 3,1% door de externe financieel adviseur is in december 2019 gereed en gedeeld met de financieel adviseurs van Avri.46 Volgens de berekening zou het gaan om een verhoging van het benodigde doelvermogen naar € 14,6 miljoen.47 Dit levert dus ambtelijk een eerste inzicht op wat de verlaging van de rekenrente zou kunnen betekenen. Bovenstaande inzicht is op dat moment niet met het DB of AB van Avri gedeeld. Op 4 december 2019 staat weliswaar de Kadernota 2021 op de agenda in de DB-vergadering en op 13 februari 2020 in het AB (zie hieronder), maar er zijn geen indicaties in de beschikbare documenten dat gesproken is over de mogelijke verlaging van rekenrente naar 3,1% en de financiële consequenties ervan. 31 januari 2020: MBG brengt advies uit bij ALM-studie gericht aan Nazorgfonds provincie Gelderland Het advies van de MBG op het ALM-rapport wordt op 31 januari 2020 gedeeld met het Nazorgfonds provincie Gelderland.
Strekking van het advies is om niet akkoord te gaan met de ALM-studie, maar de rekenrente op 4,6% te handhaven. Dit advies wordt onderbouwd met enkele (financiële) aanmerkingen op (de totstandkoming van) het ALM-rapport. Graag willen de stortplaatsexploitanten met GS in overleg over wat een verlaging van de rekenrente voor hen kan betekenen. In het advies van MBG wordt nog niet over de situatie van Avri gesproken noch over het extra nadeel dat stortplaatsen die gesloten worden of zijn ondervinden van de verlaging. 4 & 20 februari 2020: BAC brengt advies uit aan GS – bestuur Nazorgfonds m.b.t. ALM-studie Op 4 februari 2020 wordt het eindrapport van de ALM-studie besproken en vastgesteld door de BAC. Dit leidt tot een advies per brief op 20 februari 2020 aan GS – zij vormt het bestuur van het 43 Dhr. Versluis (3 december 2019). Vergadering 2019 van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de Provincie Gelderland
[e-mail]. 44 De heer Pelsser is de onderzoeker die de ALM-studie heeft uitgevoerd. 45 Projectmanager Avri (3 december 2019). FW: Vergadering 2019 van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de Provincie Gelderland [e-mail]. 46 Projectmanager Avri (29 oktober 2020). FW: vergadering 2019 van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de provincie Gelderland [e-mail]. 47 Projectmanager Avri (29 oktober 2020). FW: vergadering 2019 van de Beleggingsadviescommissie van het Nazorgfonds van de provincie Gelderland [e-mail].
24
Nazorgfonds.48 De BAC adviseert: 1) het verschuiven van de beleggingsmix naar 50% zakelijke waarden en 50% vastrentende waarden, 2) het aanpassen van de rekenrente naar 3,1% en 3) het laten vervallen van de rendementsgarantie. Bij de adviezen 2 en 3 wordt opgemerkt dat het een meerderheidsstandpunt betreft en het geen eensluidend advies is: commissielid Versluis, vertegenwoordiger namens de stichting MBG, neemt een minderheidsstandpunt in. Het minderheidsstandpunt wordt in de brief aan GS – bestuur Nazorgfonds - kort toegelicht met als strekking dat de MBG geen reden ziet voor een verlaging van de rekenrente aangezien het gemiddeld gerealiseerd rendement van het Nazorgfonds Gelderland over de afgelopen 20 jaar ongeveer 5,5% is.
Eveneens plaatst de MBG vraagtekens bij het rekenmodel dat in de ALM-studie is toegepast en stelt voor dat in ruil voor het niet verlagen van de rekenrente, de provincie de rendementsgarantie die zij heeft verstrekt aan exploitanten gedurende vijf jaar tijdelijk intrekt.49,50 De genoemde vijf jaar kan wat de MBG betreft benut worden “voor aanvullende studies, onderzoeken en overleg om de toekomstige nazorgverplichtingen en risico’s te verlagen, alvorens tot een mogelijke aanpassing van de rekenrente over te gaan”.51 13 februari 2020: Kadernota 2021 in AB – signalen rondom verlaging rekenrente worden niet geconcretiseerd Ongeveer een week nadat er in het BAC wordt gesproken over de ALM-studie en een week voordat het advies aan GS (en dus het bestuur Nazorgfonds) wordt gestuurd, stelt het AB Avri de Kadernota 2021 vast. In de Kadernota 2021 wordt gesteld dat “de Provincie Gelderland bezig is met een ALMstudie vanuit het Nazorgfonds, waarbij tevens een herziening op de rekenrente wordt meegenomen. De verwachting is dat de studie begin 2020 meer duidelijkheid gaat geven en dat de rekenrente naar beneden bijgesteld zal worden”.52 Dit is in navolging van de bestuursrapportage 2019 een eerste signaal dat de rente mogelijk zal worden verlaagd, maar de toon is niet alarmerend en het risico wordt verder niet geconcretiseerd.
Uit de besluitenlijst van het AB blijkt niet dat dit signaal leidt tot vragen of opmerkingen. Uit de stukken voor de AB-vergadering en het verslag ervan volgt niet dat het AB op dit moment op de hoogte is gesteld van de mogelijke daling van de rekenrente naar 3,1% en de financiële consequenties ervan. Naast een update over de ALM-studie bevat de Kadernota 2021 ook een update over landelijke ontwikkelingen rondom onder meer de rekenrente. Zo wordt aangegeven dat er landelijk in een gezamenlijk overleg tussen provincies en de branchevereniging stortplaatsen gekeken wordt naar scenario’s voor het vormgeven van de nazorg van stortplaatsen in de toekomst. De wens van de branchevereniging is om te komen tot een landelijke regeling, met als onderdeel daarvan een landelijk geldende rekenrente.53 2 maart 2020: Eerste bestuurlijk overleg tussen MBG (directeuren ARN en Attero) en gedeputeerde Markink Uit verschillende correspondentie (de tijdlijn ‘Nazorgfonds Stortplaatsen Gelderland’ van Avri, die op 29 oktober 2020 door Avri aan het AB is verstrekt om inzicht te geven in de informatieverstrekking aan gemeenteraden rondom de verlaging van de rekenrente, maar ook de brief van Avri aan GS van 12 oktober 2020) blijkt dat er op 2 maart 2020 een bestuurlijk overleg heeft plaatsgevonden tussen
48 Adviescommissie Vermogensbeheer Nazorg Stortplaatsen Gelderland (20 februari 2020). Advies ALM-studie Nazorgfonds. 49 Adviescommissie Vermogensbeheer Nazorg Stortplaatsen Gelderland (20 februari 2020). Advies ALM-studie Nazorgfonds; MBG (20
oktober 2020). Brief aan de leden van Provinciale Staten Gelderland: Verlaging rekenrente Nazorgfonds stortplaatsen. 50 Deze rendementsgarantie is een toegerekend rendement op basis van de in die periode geldende rekenrente waarvoor de provincie garant staat. 51 Adviescommissie Vermogensbeheer Nazorg Stortplaatsen Gelderland (20 februari 2020). Advies ALM-studie Nazorgfonds., p. 5. 52 Avri (2020). Kadernota Avri 2021, p. 7. 53 Avri (2020). Kadernota 2021, p. 7.; Overigens is de landelijke discussie op het moment van schrijven van deze rapportage (juli 2021) nog niet afgerond.
25
de MBG (directeuren Attero en ARN) en gedeputeerde Markink.54 Er is geen verslag van deze bijeenkomst beschikbaar. Wel wordt uit andere correspondentie duidelijk dat dit een eerste bestuurlijk overleg is tussen de stortplaatsexploitanten en de gedeputeerde, waarin de stortplaatsexploitanten hebben gepleit voor begrip voor hun situatie als gevolg van de (dan nog mogelijke) verlaging van de rekenrente. Uit het position paper van Avri (zie hierna) blijkt dat in dit gesprek aandacht is geweest voor de bijzondere positie van Avri en Renewi,55 die op korte termijn tot sluiting/overdracht van een stortplaats overgaan. In het position paper staat hierover: “Markink heeft aangegeven begrip voor de problematiek te hebben en dit te willen bespreken binnen de Provincie”.56 Hier lijkt dus voor het eerst aandacht te zijn voor de bijzondere positie van Avri (en Renewi). Wat er uit het bespreken binnen de provincie zou moeten komen, of er een eventuele uitzondering gemaakt zou moeten worden en van welke aard die dan zou moeten zijn, wordt niet expliciet gemaakt.
6 april 2020: Intern memo position paper Stortplaats Avri geeft inzicht in financiële risico's bij eventuele verlaging rekenrente Op verzoek van de accountant wordt door Avri een position paper opgesteld waarin Avri inzicht geeft in de overdracht, nazorg en het bijbehorend doelvermogen ten behoeve van het beheer van de stortplaats, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke verlaging van de rekenrente. Aan het position paper ligt een berekening van het doelvermogen per 1 januari 2024 ten grondslag van 31 maart 2020, opgesteld door een externe financieel adviseur die eind 2019 al een berekening op hoofdlijnen had gemaakt. Het position paper wordt op 6 april door een projectmanager Avri (opsteller) opgeleverd aan de financiële afdeling Avri met het verzoek het te delen met het MT-Avri (o.a. de directeur van Avri) “gelet op de mogelijke impact”. Ook dit gebeurt op 6 april 2020. Het position paper geeft inzicht in zowel de beleidsmatige kant van de overdracht (bijvoorbeeld prenazorgfase, opstellen nazorgplan, relevante beleidsontwikkelingen) als de financiële consequenties van de overdracht. Daarbij gaat de paper in op zowel de in de jaarrekening Avri getroffen voorziening (bedoeld voor geraamde kosten tot aan overdracht stortplaats) als het doelvermogen (bedoeld voor beheerkosten na overdracht stortplaats).
De financiële consequenties worden uitgewerkt voor zowel de huidige rekenrente van 4,6% als een mogelijke verlaging naar 3,1%. In de paper wordt voor het eerst op schrift duidelijk dat een verlaging van de rekenrente nadeliger zal uitpakken dan voor andere stortplaatsen: de stortplaats van Avri is al gesloten en overdracht op korte termijn is voorzien, waardoor Avri het verlies als gevolg van de rekenrenteverlaging niet meer kan compenseren met inkomsten uit het gebruik van de stortplaats.
54 Directeur Avri (29 oktober 2020). Gemeenteraden - Tijdlijn Nazorgfonds stortplaatsen Gelderland [PowerPoint presentatie]. Attero en
ARN zijn twee afvalverwerkingsbedrijven die vertegenwoordigd zijn in de Stichting MBG. 55 Net als Attero en ARN is ook Renewi een afvalverwerkingsbedrijf vertegenwoordigd in de Stichting MBG. 56 Programmamanager Avri (6 april 2020). Memo Position Paper stortplaats Avri / Nazorg-doelvermogen, p. 6.
26
Afbeelding 1 ‘kostenraming verlaging rekenrente uit Position paper Avri’57 De position paper leidt tot twee conclusies: 1) bij ongewijzigde rekenrente van 4,6% is er voldoende doelvermogen gespaard en 2) bij verlaging van de rekenrente naar 3,1% per 1 januari 2021 is er sprake van een groot tekort.58 Bij de conclusies worden drie aanbevelingen gegeven door de extern financieel adviseur: I. door onzekerheden rondom bijvoorbeeld besluitvorming door de provincie, wordt geadviseerd in de Bestuursrapportage 2020 en Begroting 2021 nog te rekenen met een rekenrente van 4,6%, II. de onzekerheden leiden tot het advies het overschot op de voorziening stortplaats te behouden en te labelen als ‘reservering overdracht doelvermogen’ en III. bij nieuwe inzichten hierop te anticiperen en het position paper te actualiseren.59 Opvallend is dat in het position paper meermaals wordt aangegeven dat de provincie op de hoogte is van de grote financiële consequenties van de verlaging van de rekenrente voor Avri.
Bijvoorbeeld als gesteld wordt dat de verlaging van de rekenrente grote financiële gevolgen heeft voor stortplaatsen die op korte termijn zullen sluiten of overgedragen worden, wordt opgemerkt: “ambtelijk wordt dit bij de Provincie wel onderkend en wordt gekeken naar oplossingen”.60 Dit volgt uit overleg vanuit de gezamenlijke Gelderse stortplaatsexploitanten (Stichting MBG), zo komt in het position paper naar voren. Er is in deze fase dus geen bestuurlijk overleg direct vanuit Avri en/of de deelnemende gemeenten en de provincie hierover. Naar welke oplossingen er wordt gekeken en wat de aard daarvan is, wordt niet expliciet gemaakt. In de beschikbare documentatie zijn geen aanwijzingen te vinden voor een bespreking van het position paper in het AB of het DB. 15 april 2020: DB gaat akkoord met AB voorstel Jaarstukken 2019 en Begroting 2021 (met inbegrip van besproken wijzigingen) Met betrekking tot het in de Begroting 2021 genoemde risico onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats, wordt in de DB-vergadering expliciet benoemd dat “we van de provincie hebben gehoord dat het rentepercentage gaat dalen. (…) Hierdoor ontstaat een gat van 9 miljoen, wat wij (red. Avri 57 Programmamanager Avri (6 april 2020). Memo Position Paper stortplaats Avri / Nazorg-doelvermogen, p. 6. 58 Programmamanager Avri (6 april 2020). Memo Position Paper stortplaats Avri / Nazorg-doelvermogen, p. 7.
59 Programmamanager Avri (6 april 2020). Memo Position Paper stortplaats Avri / Nazorg-doelvermogen, p. 7. 60 Programmamanager Avri (6 april 2020). Memo Position Paper stortplaats Avri / Nazorg-doelvermogen, p. 3.
27
c.q. gemeenten) moeten storten bij de provincie”.61 Aangegeven wordt dat Avri hierover in gesprek wil met de provincie om te komen tot een overgangsregeling. Op de vraag of het rentepercentage alleen geldt voor “overdracht stortplaats”, antwoordt de directeur Avri: “Ja, we willen het eerst bestuurlijk bespreken en uitstel van overdracht achter de hand houden”.62 Ook wordt benoemd dat de accountant een correctie voorstelt met betrekking tot het vrijvallen van middelen in de voorziening stortplaats.63 Avri is verplicht de correctie over te nemen, maar: “dit komt nog terug in het DB om vast te stellen”,64 dit zal gebeuren op 3 juni 2020. Met betrekking tot de Jaarstukken 2019 wordt opgemerkt dat de accountantscontrole nog niet is afgerond en dat deze in een nazending aan raden zal worden toegestuurd.65 1 mei 2020: Vergeefse poging tot overleg met GS; uitzonderingspositie Avri lijkt niet aan de orde De directeur van Avri heeft de wens geuit samen met de voorzitter van het DB/AB een bestuurlijk overleg te plannen met de gedeputeerden Markink en Kerris.
Een projectmanager Avri heeft op ambtelijk niveau hierover medio april contact gezocht met de provincie.66 Op 1 mei 2020 meldt een projectmanager Avri in een mail hierover de directeur van Avri (cc aan financieel adviseur Avri, extern financieel adviseur en de manager Afvalbeheer Avri): dat bestuurlijk overleg voor de provincie nu niet wenselijk is aangezien “GS zich richt op prioritaire zaken als gevolg van corona, dit is niet rekenrente” en “het besluitvormingstraject ligt dan dus ook stil”. In dit contact geeft de provincie wel aan dat het de bedoeling is om vanaf augustus het traject weer op te pakken met als doel in het najaar tot een afronding te komen. Het voorstel dat dan voorligt is verlaging van de rekenrente naar 3,1%. In deze mailcorrespondentie van een projectmanager van Avri aan de directeur van Avri komt ook naar voren dat vanuit de ambtelijk contactpersoon bij de provincie is aangegeven dat Avri niet hoeft te rekenen op een uitzonderingspositie: “Verdere uitzonderingen voor stortplaatsen welke niet op al te lange termijn in fase sluiting/overdracht zitten is niet aan de orde”.67 In de feitencheck uitgevoerd door de voorzitter van het DB/AB en de directeur van Avri wordt door hen naar voren gebracht dat deze ambtelijke uitlating het voor de directeur duidelijk maakte dat bestuurlijk overleg nodig was.
13 mei en 3 juni 2020: DB neemt kennis van standpunt accountant m.b.t. deels vrijvallen voorziening stortplaats Op 13 mei neemt het DB kennis van het voorlopig standpunt van de accountant met betrekking tot het deels vrijvallen van de voorziening Stortplaats. De voorziening is bedoeld om de kosten die gemaakt worden voor beheer en onderhoud van de stortplaats tot het moment van overdracht aan de provincie te kunnen dekken. Deze kosten worden geraamd op € 310.000, terwijl de hoogte van de voorziening € 934.000 bedraagt. Het verschil hiertussen moet vrijvallen. Op 3 juni wordt dit standpunt bevestigd in het DB in aanwezigheid van de accountant. Dit standpunt leidt tot een wijziging in de Jaarstukken 2019. In het definitieve accountantsverslag wordt aangegeven dat bovenstaande wijziging “opmerkelijk lijkt aangezien binnen de Provincie een discussie loopt over het verlagen van de rekenrente wat een risico in zich heeft dat de toekomstige overdracht € 10 miljoen meer kan gaan kosten bij een 61
Dagelijk Bestuur Avri (20 juni 2020). Verslag DB vergadering 15 april 2020, pp. 1 en 2.
62 Dagelijk Bestuur Avri (20 juni 2020). Verslag DB vergadering 15 april 2020, p. 2. 63 Het gaat hierbij om de voorziening Stortplaats die is bedoeld voor de geraamde kosten voor beheer en onderhoud tot aan het moment
van overdracht van de stortplaats naar de provincie. De accountant oordeelt dat de geraamde kosten tot het voorgenomen moment van overdracht fors lager zijn dan de hoogte van de voorziening. 64 Dagelijk Bestuur Avri (20 juni 2020). Verslag DB vergadering 15 april 2020, p. 2. 65 Dagelijk Bestuur Avri (20 juni 2020). Verslag DB vergadering 15 april 2020, p. 3. 66 Zo volgt onder meer uit de tijdlijn ‘Nazorgfonds Stortplaatsen Gelderland’ van Avri, die op 29 oktober 2020 door Avri aan het AB is verstrekt om inzicht te geven in de informatieverstrekking aan gemeenteraden rondom de verlaging van de rekenrente en het verslag van de DB-vergadering van 15 april 2020. 67 Projectmanager Avri (1 mei 2020). Situatie besluitvoming Nazorgfonds binnen Provincie, timing bestuurlijk overleg [e-mail].
28
renteaanpassing naar 3,1%”. Maar omdat het om een onzeker risico gaat, mag hier in de bepaling van de hoogte van de voorziening voor 2019 geen rekening mee worden gehouden.68 3 juli 2020: Bestuurlijk overleg Avri en gedeputeerden Kerris en Markink Grofweg een maand later, op 3 juli 2020, heeft de directeur van Avri samen met de voorzitter van het DB/AB alsnog een gesprek met gedeputeerden Kerris en Markink (GS, gezamenlijk vormen zij het dagelijks bestuur van het Nazorgfonds). Uit gesprekken met de provincie blijkt dat dit wat haar betreft een uitzondering is; in principe communiceert de provincie met de MBG. De reden voor deze uitzondering was dat de provincie op uitnodiging van het AB/DB zich wilde informeren over de zorgen van Avri over de financiële consequenties van een verlaagde rekenrente. Op 26 juni 2020 stuurt een projectmanager van Avri een gespreksmemo aan de adviseur Nazorg bij de provincie ter voorbereiding op het bestuurlijk overleg.69 Het doel van het gesprek is het bij de provincie onder de aandacht brengen van de gevolgen van de verlaging van de rekenrente voor Avri en de afvalstoffenheffing. De positie van Avri en de consequenties van de verlaging voor Avri worden uitgebreid uiteengezet. In het gespreksmemo is niet opgenomen wat Avri concreet wil van de provincie.
Uit de reactie op de feiten door de voorzitter van het DB/AB en de directeur van Avri volgt dat het in hun beleving voor alle gesprekspartners duidelijk was dat het ging om het verkennen van de bestuurlijke ruimte om te zoeken naar een oplossing voor Avri. Uit een brief van de directeur van Avri aan Gedeputeerde Staten van 12 oktober 2020 blijkt dat de uitkomst van het gesprek op 3 juli was dat in een ambtelijk vervolgtraject de mogelijkheden verkend worden hoe rekening gehouden kan worden met de unieke situatie van Avri als gevolg van een verlaging van de rekenrente. Afgesproken werd dat tegelijkertijd, conform de wens van GS, wel tot een generiek besluit gekomen kan worden.70 In het DB van 8 juli 2020 geeft de directeur Avri een terugkoppeling van dit gesprek.71 Uit interviews in het kader van dit onderzoek komt naar voren dat de provincie ziet dat Avri een ander type bedrijf is dan de overige stortplaatsen, maar er wordt nadrukkelijk niet gesproken van een ‘uitzonderingspositie’. Ook blijkt dat voor de provincie het uitgangspunt altijd is geweest om het juridisch en financieel voor de provincie netjes te regelen, gezien de risico’s die de provincie loopt na overdracht van de stortplaats.
8 juli 2020: ambtelijk overleg provincie en Avri Volgens de afspraken uit het bestuurlijk overleg van 3 juli, vindt op 8 juli het eerste ambtelijke overleg plaats dat is bedoeld om te komen tot afspraken die recht doen aan de bijzondere positie van Avri, aldus de verwachtingen van Avri. Uit interviews in het kader van dit onderzoek komt naar voren dat volgens de provincie de gesprekken verkennend van aard zijn, bedoeld om te kijken of de zorgen van Avri een plek kunnen krijgen. Belangrijke uitgangspunten voor de provincie waren haar eigen financiële verantwoordelijkheid en verantwoordelijkheid richting het eeuwigdurend beheer van de stortplaats. Er is geen verslag van dit overleg bij ons bekend, maar later zal GS over dit gesprek aan PS laten weten: “op 8 juli vond een eerste overleg plaats waarbij enkele opties op tafel zijn gelegd
68
BakerTilly (2020), Accountantsverslag Gemeenschappelijke Regeling Avri, boekjaar 2019, pp. 5 en 9.
69 Projectmanager Avri (24 juni 2020). Bestuurlijk overleg met gedeputeerden Gelderland over nazorg stortplaats Avri - voorbereiding [e-
mail]. 70 Directeur Avri en voorzitter DB/AB Avri (12 oktober 2020). Uw besluit d.d. 01/09/20 t.a.v. Nazorgfonds Stortplaatsen (nr. 2018-012418) Besluit nazorg stortplaatsen, p. 1. 71 Overigens is dit opgenomen in het verslag van de DB-vergadering van 1 juli 2020, die op 8 juli 2020 is vastgesteld.
29
(mogelijk kansrijke, maar ook ingewikkelde of onmogelijke varianten)”.72 Afgesproken wordt dat het overleg na de zomer een vervolg krijgt.73 9 juli 2020: AB stelt Jaarstukken 2019 en Begroting 2021 vast In de eerste helft van 2020 behandelen het DB en AB de Jaarstukken 2019 en de Begroting 2021. Op 15 april worden de conceptstukken aan de raden aangeboden voor een zienswijze. De Jaarstukken 2019 en de Begroting 2021 worden door het AB op 9 juli 2020 vastgesteld. De conceptstukken zijn niet eerder door het AB besproken dan in de vergadering van juli, waarin ze ook zijn vastgesteld. De begroting wordt voorafgegaan door een kadernota. Deze is op 4 december 2019 in het DB behandeld en op 19 december aan de gemeenteraden verzonden voor een zienswijze. Het AB heeft de Kadernota 2021 op 13 februari vastgesteld. De kadernota geeft het signaal af dat de provincie de rekenrente mogelijk naar beneden zal bijstellen, maar dit risico wordt verder niet geconcretiseerd.74 De Begroting 2021 en de Jaarstukken 2019 zijn juist heel specifiek over de verlaging van de rekenrente en de financiële consequenties daarvan.75 In beide komt een verlaging van de rekenrente naar 3,1% aan bod, maar ze benoemen – als gevolg van het feit dat de stukken op andere jaren zien - een verschillend bedrag voor de stijging van het doelvermogen en de toename van het risicovermogen.
In de Begroting 2021 wordt gesproken over een stijging van het doelvermogen met € 9 miljoen en een aanvulling van het risicovermogen naar € 2,7 miljoen.76 In de Jaarstukken 2019 zijn de cijfers net wat anders; hier wordt gesproken over een stijging van het doelvermogen met € 10 miljoen en een toename van het risicovermogen naar € 3,1 miljoen. 77 In de vastgestelde Jaarstukken 2019 is, naast een verlaging van de rekenrente, met betrekking tot de overdracht van de stortplaats nog het volgende genoemd (beide punten zijn op 3 juni 2020 door het DB met de accountant besproken): Vrijvallen deel voorziening stortplaats: Voorziening stortplaats bedroeg € 934.000. De voorziening is bedoeld te voorzien in toekomstige uitgaven zoals operationele kosten en voorbereidende (advies)kosten voor nazorg en overdracht. De voorziening dient bij overdracht nagenoeg nihil te zijn en mag dus alleen toekomstige kosten dekken. De kosten worden geschat op € 310.000, daarmee is de voorziening per ultimo 2019 € 624.000 te hoog. Op laste van de accountant dient dit deel van de voorziening vrij te vallen.78 Overschot doelvermogen leidt tot een vordering op provincie: op laste van de accountant komt er een vordering op de provincie van € 664.000. Het gaat hierbij om een overschot op de contante waarde van de inleg van Avri die bij de overdrachtsdatum beschikbaar moet zijn.
De contante waarde van de inleg bedraagt op dat moment € 5.723.000 terwijl er volgens berekeningen met de van toepassing zijnde rekenrente, € 5.059.000 beschikbaar moet zijn op het moment van overdracht. Hierdoor ontstaat een vordering op de provincie van
72
Gedeputeerde Staten Gelderland (26 oktober 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds, p. 2. 73 Directeur Avri en voorzitter DB/AB Avri (12 oktober 2020). Uw besluit d.d. 01/09/20 t.a.v. Nazorgfonds Stortplaatsen (nr. 2018-012418) Besluit nazorg stortplaatsen, pp. 1 en 2. 74 Avri (2020). Kadernota 2021, p. 7. 75 Voor de Jaarstukken 2019 gaat het wel om de aangepaste versie ervan, die op 4 juni 2020 aan de gemeenteraden is verstuurd. In de versie van de Jaarstukken 2019 die op 15 april 2020 naar de raden is gegaan, wordt niet in het bijzonder ingegaan op de stortplaats en het doelvermogen. 76 Avri (2020). Begroting 2021 inclusief meerjarenraming t/m 2024, p. 33. 77 Avri (2020). Jaarstukken 2019, p. 29. 78 Avri (2020). Jaarstukken 2019, p. 17 en BakerTilly (2020), Accountantsverslag Gemeenschappelijke Regeling Avri, Boekjaar 2019, p. 9.
30
€ 664.000.79 Dat wil zeggen: dat is een bedrag dat Avri terug zou moeten krijgen van de provincie, omdat zij meer geld heeft ingelegd dan nodig zou zijn bij de overdracht, uitgaande van de rekenrente van 4,6%. 12 augustus 2020: Ambtelijk overleg provincie - Avri Er vindt een vervolggesprek plaats na het eerste ambtelijk overleg op 8 juli. Er is geen verslag van of correspondentie over dit overleg bij ons bekend, maar later zal GS over dit gesprek aan PS laten weten: “op 12 augustus vond een vervolggesprek plaats waar de opties van uitstel van overdracht/sluiting en gespreide betaling nogmaals zijn benoemd”.80 In de tijdlijn van Avri wordt hierover opgenomen: “nog geen oplossing”.81 In de feitencheck van de voorzitter van het DB/AB en de directeur van Avri brengen zij naar voren dat was afgesproken om dit ambtelijk overleg na de zomervakantie te vervolgen voor een nadere verkenning. In de ons beschikbare documenten en in de gevoerde gesprekken zijn er geen indicaties van een dergelijke afspraak terug te vinden. 1 september 2020: Gedeputeerde Staten stemmen in met het voorstel om Provinciale Staten voor te stellen om de rekenrente te verlagen Een voorstel tot het wijzigen van de Verordening Nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999 en het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds staat op 1 september 2020 op de agenda van Gedeputeerde Staten.
Gedeputeerde Staten stemmen in met voorleggen aan Provinciale Staten van het voorstel om deze te wijzigen en de rekenrente te verlagen naar 3,1%.82 De directeur Avri wordt 11 dagen na het besluit in GS telefonisch door de gedeputeerde op de hoogte gesteld van het GS-besluit (zie onder 11 september 2020).83 Dit is enkele dagen voor de algemene bekendmaking (17 september). De gemeenten worden op dit moment niet actief op de hoogte gesteld van het besluit van Gedeputeerde Staten. 3 september 2020: Financieel ambtelijk overleg tussen Avri - gemeenten. Omstreeks dit overleg voor ambtenaren van gemeenten de risico's van rekenrenteverlaging en financiële gevolgen ervan voor het eerst duidelijk Rondom het opleveren van P&C-documenten vindt ambtelijk overleg plaats tussen Avri en de financieel adviseurs van de deelnemende gemeenten (zes keer in 2020). In het overleg op 3 september 2020 wordt gesproken over de bestuursrapportage 2020. In de gesprekken komt naar voren omstreeks dit overleg het de eerste keer is dat het risico van verlaging van de rekenrente en de gevolgen ervan duidelijk wordt. In de bestuursrapportage 2020 die op de agenda van dit ambtelijk overleg staat is de verlaging van de rekenrente overigens niet opgenomen.
Wel wordt het risico samen met andere risico's benoemd om aan te geven dat gemeenten er verstandig aan doen weerstand te reserveren om de risico’s in de toekomst op te vangen.84 Er worden tijdens het overleg enkele vragen over gesteld op basis waarvan duidelijk wordt dat het risico niet is vermeld in de bestuursrapportage 2020, omdat niet zeker is of het risico zich daadwerkelijk voordoet en dat Avri
79 Avri (2020). Jaarstukken 2019, p. 17. 80 Gedeputeerde Staten Gelderland (26 oktober 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds, p. 2. 81 Directeur Avri (29 oktober 2020). Gemeenteraden - Tijdlijn Nazorgfonds stortplaatsen Gelderland [powerpoint presentatie]. 82 Gedeputeerde Staten Gelderland (1 september 2020). Besluitenlijst GS-vergadering van 01 sep 2020: A6. Geraadpleegd op 23 juni 2021 via: https://www.gelderland.nl/Agenda-en-besluiten/Besluiten-van-Gedeputeerde-Staten.html?guid=2438b8d6-500a-47a6-a7636d2ababfd1f6#nr4 83 Directeur Avri. (12 september 2020). RE: Bestuurlijk contact met Provincie inzake Nazorg/rekenrente [e-mail]. 84 Avri (3 september 2020). Verslag Financieel overleg GR Avri d.d. 3 september 2020, p. 1.
31
met de provincie in overleg is over mogelijke alternatieven. Duidelijk wordt ook dat het eventuele tekort niet over toekomstige begrotingsjaren mag worden gespreid.85 11 september 2020: Telefonisch contact directeur Avri en gedeputeerde Kerris Op 11 september belt gedeputeerde Kerris met de directeur van Avri. Uit een mailconversatie tussen een projectmanager van Avri en de directeur van Avri blijkt gedeputeerde Kerris hiermee gevolg te geven aan een wens van de MBG (met name Attero, ARN en Avri) om het bestuurlijk contact van eerder het jaar over de verlaging van de rekenrente voort te zetten. Eveneens lijkt het telefoongesprek een vervolg te zijn op de afspraak “dat Avri met de gedeputeerden een vervolg zou hebben in augustus/september voordat de provincie hun besluitvormingsproces in gang zetten (GS>PS)”.86 Een projectmanager van Avri geeft aan dat de provincie aan de MBG had laten weten dat de gedeputeerde geen aparte overleggen meer aangaat met de partijen Avri, ARN en Attero, maar dat er dus wel een telefoongesprek plaats zal vinden. Met de directeur van Avri is dat gesprek op 11 september. Op 12 september koppelt de directeur van Avri de uitkomsten van het telefoongesprek met gedeputeerde Kerris terug aan een projectmanager van Avri, evenals aan een externe financieel adviseur en de voorzitter van het DB/AB.
De directeur van Avri meldt dat gedeputeerde Kerris een “dubbele boodschap” had: enerzijds dat de GS heeft besloten de verlaging van de rekenrente door te voeren, conform advies van de BAC. Anderzijds dat Avri, als een van de partijen waarmee GS bestuurlijk in overleg is, voor de helft wordt gecompenseerd voor de lastenstijging: “Avri hoeft niet het gehele verschil tussen beide doelsaldi te betalen, maar ‘slechts’ 50%.”87 De directeur Avri vat het samen als: “onze lobby en bestuurlijk overleg heeft een besluit tot renteverlaging niet kunnen afwenden, maar heeft wel gezorgd voor een halvering van de extra overdrachtskosten”.88 Gedeputeerde Kerris zegt eveneens toe dat Avri in de loop van de volgende week het GS-besluit toegezonden krijgt, waarin nadere details zijn uitgewerkt. Avri geeft aan verrast te zijn door de snelle besluitvorming van Gedeputeerde Staten, aangezien zij veronderstellen dat er nog een ambtelijk traject loopt om tot afspraken te komen met de provincie. In het interview geeft de provincie echter aan dat zij altijd helder heeft gemaakt dat er een besluit zou komen rondom de rekenrente. Uit de mail van een projectmanager van Avri maken we op dat er hierna verdere ambtelijke overleggen zijn tussen Avri en de provincie (bijvoorbeeld op 23 september). De inhoud en frequentie van deze gesprekken zijn niet gedocumenteerd.
17 september 2020: PS worden door GS per brief geïnformeerd over voorgenomen verlaging rekenrente PS worden per Statenbrief geïnformeerd over de voorgenomen aanpassing van de rekenrente naar 3,1%.89 GS erkennen dat de impact op de exploitanten “fors” is, maar dat ontstane tekorten mogelijk nog tijdens de resterende exploitatietijd met bedrijfsinkomsten kunnen worden aangevuld. Gezien de impact op exploitanten, stellen GS voor om de verhoging geleidelijk in te voeren: “Om de financiële impact (van alleen verlaging rekenrente) voor de exploitanten te reduceren, zal gedurende 2 jaar (2021 en 2022) bij de berekening van voorlopige aanslagen nazorgheffing uitgaan van slechts
85
Avri (3 september 2020). Verslag Financieel overleg GR Avri d.d. 3 september 2020, pp. 1 en 2.
86 Projectmanager Avri (11 september 2020). Bestuurlijk contact met Provincie inzake Nazorg/rekenrente [e-mail]. 87 Directeur Avri (12 september 2020). Re: Bestuurlijk contact met Provincie inzake Nazorg/rekenrente [e-mail]. 88 Directeur Avri (12 september 2020). Re: Bestuurlijk contact met Provincie inzake Nazorg/rekenrente [e-mail]. 89 Gedeputeerde Staten Gelderland (17 september 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds.
32
50% van de berekende verhoging als gevolg van de renteaanpassing.”90 Opvallend is dat zowel in de brief als de bijlage wel wordt gesproken over het advies van de BAC, maar dat het minderheidsstandpunt van de stortplaatsexploitanten niet wordt benoemd. 23 september 2020: Ambtelijk overleg provincie - Avri Er is geen verslag van of correspondentie over dit overleg bij ons bekend. GS zeggen hierover: "Op 23 september was er een vervolggesprek waar een toelichting op ons besluit van 1 september jl. werd gegeven. Er volgt nog een MBG overleg in november/december ten behoeve van een overleg over het stortbeleid in onze provincie".91 29 september tot 5 oktober 2020: Attero zoekt, mede namens Avri, contact met Statenlid SGP Gelderland over voorgenomen besluit verlaging rekenrente Op 29 september 2020 zoekt een manager van Attero, mede namens Avri en ARN, contact met een Statenlid van provincie Gelderland. In de mail vraagt Attero om begrip voor de consequenties die de verlaging van de rekenrente voor de stortplaatsexploitanten zouden hebben.
De manager van Attero geeft in verschillende punten aan wat betreft Attero, Avri en ARN gewenste afspraken zouden kunnen zijn, in plaats van de ophanden zijnde verlaging van de rekenrente (bijvoorbeeld de provincie laat de rendementsgarantie vallen, PS en GS gaan met exploitanten in overleg over het actualiseren van de nazorg en afspraken over mogelijke sluiting van stortplaatsen). Onbekend is of en hoe het Statenlid hierop heeft gereageerd. Een projectmanager van Avri deelt de mailwisseling op 5 oktober ter informatie met de directeur Avri. 6 oktober 2020: Extra DB met accountant en voorbereiding op raadsinformatiebijeenkomst Het DB van Avri komt op 6 oktober extra bij elkaar om te praten over de aangekondigde rekenrenteverlaging door de provincie. Tijdens de vergadering wordt eveneens de extra ingelaste raadsinformatiebijeenkomst van 7 oktober voorbesproken. De accountant en een financieel adviseur van Avri zijn beschikbaar voor vragen. In de vergadering wordt bevestigd dat Avri onvoldoende reserves heeft en dat de kosten daarom door de gemeenten moeten worden opgevangen.
In reactie op vragen van het DB geeft de directeur aan dat zodra de verlaging van de rekenrente bij Avri bekend werd, Avri zowel ambtelijk als bestuurlijk in gesprek is gegaan.92 Naar aanleiding van vragen aan de accountant wordt duidelijk dat een eventuele bijdrage van gemeenten vanwege BBV-regels nog dit boekjaar (2020) in de begroting moet worden verwerkt en dat juridisch uitgezocht moet worden of het tekort op het doelvermogen via de afvalstoffenheffing verrekend kan worden in mogelijk meerdere jaren. Daar is op dit moment geen uitsluitsel over. 6 oktober 2020: Directeur Avri informeert AB per mail over mogelijke gevolgen aankomend PSbesluit tot verlaging rekenrente De directeur Avri informeert het AB per mail over de aankomende raadsinformatiebijeenkomst op 7 oktober. Uit de toon en inhoud van de mail leiden we af dat dit het eerste moment is waarop voor het AB de mogelijkheid dat PS besluit de rekenrente te verlagen voor het eerst reëel wordt en urgentie krijgt. Bij de mail worden de brief van GS aan PS en het ontwerpbesluit meegestuurd.
De directeur Avri nodigt de AB-leden uit aanwezig te zijn bij de raadsinformatiebijeenkomst van 7 oktober die tot doel heeft om AB- en raadsleden nader te informeren over de specifieke gevolgen van verlaging van de rekenrente voor Avri: “aanstaande woensdag willen we onze argumenten nader toelichten en onderbouwen aan de (AB- en) raadsleden, om u in staat te stellen om langs politieke
90 Gedeputeerde Staten Gelderland (17 september 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds. Bijlage 1, p. 5. 85 Gedeputeerde Staten Gelderland (26 oktober 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds, p. 2. 92 Avri (6 oktober 2020). Verslag DB-vergadering 6 oktober 2020, vastgesteld op 11 november 2020.
33
weg aan de provincie kenbaar te maken dat het voorstel tot wijziging van de rente van tafel moet.”93 Op dit moment lijkt Avri nog steeds de boodschap af te geven dat het mogelijk is dat PS afzien van het besluit: “Laten we hopen op een grote opkomst woensdagavond, zodat we zoveel mogelijk raadsleden in stelling kunnen brengen om in gezamenlijkheid Provinciale Staten te overtuigen om van dit besluit af te zien.”94 12 en 15 oktober 2020: Avri stuurt brief aan respectievelijk GS en PS met verzoek tot afzien van verlaging rekenrente Twee weken voor de verlaging van de rekenrente is geagendeerd in PS, kiest Avri ervoor om haar standpunten rondom de verlaging per brief van het DB kenbaar te maken aan GS en kort daaropvolgend ook via het AB aan PS. Op 12 oktober sturen de voorzitter van het DB/AB en de directeur Avri een brief aan de GS waarin zij kenbaar maken “ontstemd te zijn over de wijze waarop de inbreng van de stortplaatsexploitanten, waaronder Avri, is meegenomen bij de totstandkoming van het wijzigingsvoorstel”.95 Het verzoek aan GS is om in het voorstel aan PS de argumenten van de stortplaatsexploitanten expliciet te benoemen. Ook spreekt Avri in de brief zijn ongenoegen uit “over de wijze waarop bestuurlijk overleg wordt gevoerd met Avri”.
Avri geeft met duidelijke bewoordingen aan onaangenaam verrast te zijn door het in september gestarte besluitvormingstraject, aangezien de ambtelijke verkenning nog niet is afgerond en zij verzoekt GS: “met klem om in (een addendum op) het voorstel van PS gewag te maken van de door u bestuurlijk erkende uitzonderingspositie van Avri”.96 Dat er sprake is van een door GS ‘bestuurlijke erkende uitzonderingspositie’ lijkt te zijn gebaseerd op de beloften van gedeputeerden Kerris en Markink op 6 juli 2020 (zie hiervoor) dat in ambtelijk overleg de mogelijkheden verkend worden hoe rekening gehouden kan worden met de unieke situatie van Avri. Op 15 oktober stuurt het gehele AB een brief van gelijke strekking aan PS met het verzoek de renteverlaging te schrappen, of op zijn minst de Avri-gemeenten op andere wijze te compenseren. 16 oktober 2020: Vijf opties om te komen tot afspraken op maat met Avri Bij het bestuurlijk overleg zijn gedeputeerden Kerris en Markink aanwezig en vanuit Avri de directeur en de voorzitter DB/AB, eveneens worden beide partijen ambtelijk ondersteund. In het bestuurlijk overleg worden de uitgangspunten van de besluitvorming van de provincie direct duidelijk: er zal generieke besluitvorming in PS plaatsvinden, zonder uitzondering voor Avri.
Het voorstel van Avri om de rekenrente niet te verlagen of minder sterk te verlagen, vindt evenmin gehoor.97 PS zijn voornemens om op 28 oktober te besluiten tot een verlaging van de rekenrente naar 3,1%. In reactie daarop worden vijf scenario’s met de provincie besproken, aldus een terugkoppeling van een projectmanager van Avri. Kortweg zijn de scenario’s: 1. Het uitstellen van de overdracht van de stortplaats; 2. Overdracht per 1 januari 2024, maar een afbetaling van het tekort aan doelvermogen over 10 jaar; 3. De afspraak dat Avri gezien wordt als definitief afgedichte en overgedragen stortplaats met daarbij de vraag aan PS om de verlaging van de rekenrente niet van toepassing te laten zijn op reeds afgedichte en overgedragen stortplaatsen;
93
Directeur Avri (6 oktober 2020). Overdracht van de Avri-stortplaats aan de provincie: woensdag raadsinformatie-avond [e-mail]. Directeur Avri (6 oktober 2020). Overdracht van de Avri-stortplaats aan de provincie: woensdag raadsinformatie-avond [e-mail]. 95 Directeur Avri en voorzitter DB/AB Avri (12 oktober 2020). Uw besluit d.d. 01/09/20 t.a.v. Nazorgfonds Stortplaatsen (nr. 2018-012418) Besluit nazorg stortplaatsen, p. 1. 96 Directeur Avri en voorzitter DB/AB Avri (12 oktober 2020). Uw besluit d.d. 01/09/20 t.a.v. Nazorgfonds Stortplaatsen (nr. 2018-012418) Besluit nazorg stortplaatsen, p. 2. 97 Projectmanager Avri (18 oktober 2020). Avri nazorg stortplaats: nav bestuurlijk overleg op vrijdag 16/10 jl. [e-mail]. 94
34
4. (Voorstel Markink): De provincie rekent met lagere of geen risico’s bij bepaling van het doelvermogen, onder voorwaarde dat Avri alle risico’s op zich neemt voor de nazorgperiode en voor de eeuwigdurende nazorg een (bank)garantie afgeeft; 5. Overdracht per 1 januari 2024, maar de provincie (niet zijnde Nazorgfonds) neemt het aanvullend benodigde doelvermogen voor haar rekening en treft met Avri een afbetalingsregeling van meerdere (10) jaren. Dit om te voorkomen dat de gemeenten het tekort per direct (2020) in hun begroting moeten verwerken. Uit een verslag van de nabespreking tussen de directeur Avri, een projectmanager van Avri en de voorzitter DB/AB komt naar voren dat optie 4 het ‘minst logisch’ is en direct afvalt. Ook optie 1 heeft niet de voorkeur, mede op basis van een doorrekening van de gevolgen van uitstel van overdracht met 20 jaar, door de externe financieel adviseur.98 Optie 2 wordt alleen mogelijk geacht als volgens de BBV-regels de vordering niet direct in boekjaar 2020 hoeft te vallen. Later zal blijken dat het volgens BBV-regels niet mogelijk is om de vordering later in te calculeren.99 Optie 3 is wenselijk, maar wordt gezien als een actie die ingezet moet worden vanuit het dagelijks bestuur van het Nazorgfonds (dus GS) richting PS.
Daarmee zou optie 5 ook in beeld komen, waarbij GS PS oproepen om tot aparte financieringsafspraken te komen met Avri, buiten het Nazorgfonds om. Deze optie is wel afhankelijk van de goedkeuring van de accountant en de provincie.100 In het bestuurlijk overleg wordt afgesproken dat de directeur Avri en gedeputeerde Kerris op 21 oktober contact zullen hebben over de besproken opties en voorkeuren. Uit correspondentie blijkt dat dit gesprek niet zal leiden tot een oplossing.101 18 oktober 2020: Directeur Avri informeert DB met tijdlijn, Q&A en inzicht in rendement Nazorgfonds Twee dagen na het bestuurlijk overleg tussen Avri en GS stuurt de directeur Avri aan het DB een drietal stukken toe: -
Een overzicht van het rendement van het Nazorgfonds Gelderland in de periode 2001-2019; Een eerste aanzet van een overzicht met vragen en antwoorden over (het proces van) de verlaging van de rekenrente; Een tijdlijn over het proces rondom de verlaging van de rekenrente op drie niveaus: 1) de hoofdlijn, 2) een inzicht in belangrijke bestuurlijke momenten het afgelopen jaar en 3) inzicht in de informatiestroom richting gemeenteraden.
De directeur Avri geeft hiermee invulling aan de afspraken die in de extra DB-vergadering van 6 oktober 2020 zijn gemaakt om deze stukken voor te bereiden. 25 oktober 2020: Voorzitter DB/AB vraagt alle PS-fracties het aanstaande PS-besluit te amenderen Drie dagen voor de besluitvorming in PS zal plaatsvinden benadert de voorzitter DB/AB alle PSfracties met de vraag het voorstel in PS te amenderen. Het lijkt de laatste mogelijkheid de besluitvorming nog te beïnvloeden. Duidelijk is geworden dat alle in het bestuurlijk overleg van 16 oktober gedeelde opties leiden tot ambtelijke bezwaren, waardoor er nog slechts één mogelijkheid open staat: “het in de verordening opnemen van een overgangsbepaling die bepaalt dat alle reeds fysiek afgedichte stortplaatsen die geen verdiencapaciteit meer hebben én binnen drie jaar worden
98 Extern financieel adviseur Avri (18 oktober 2020). Berekening doelvermogen Meersteeg Geldermalsen inclusief aanvang 1-1-2044. 99 Voorzitter DB/AB Avri (26 oktober 2020). RE: VERVOLG Bericht van Avri nav PS-vergadering 28 oktober [e-mail]. 100 Projectmanager Avri (18 oktober 2020). Avri nazorg stortplaats: nav bestuurlijk overleg op vrijdag 16/10 jl. [e-mail]. 101 Voorzitter DB/AB Avri (25 oktober 2020). VERVOLG Bericht van Avri nav PS-vergadering 28 oktober [e-mail].
35
overgedragen (lees: de stortplaats Avri) worden uitgezonderd van renteverlaging”.102 Het tekstvoorstel voor het amendement is in de bijlage van deze mail toegevoegd. 26 oktober 2020: GS informeren PS per brief over het ambtelijk en bestuurlijk proces dat is doorlopen met Avri Op 26 oktober geven GS in een brief aan PS toelichting op het ambtelijk en bestuurlijk proces dat zij hebben doorlopen met Avri om te komen tot een oplossing voor de gevolgen van het verlagen van de rekenrente. Gesproken wordt over drie kansrijke opties: 1) een betalingsregeling van 10 jaar, 2) een uitstel van sluiting met 10 of 20 jaar en 3) een aanpassing van de verordening met een uitzonderingsartikel voor stortplaatsen die al zijn afgedicht en kort voor sluiting staan. In de brief wordt elke optie verder toegelicht evenals de financiële consequenties, waarbij GS tot de conclusie komen dat variant 1 de voorkeur heeft.103 Naar aanleiding van deze Statenbrief van 26 oktober stuurt de voorzitter DB/AB een reactie aan de PS-fracties. De strekking is dat Avri tot andere conclusies komt met betrekking tot de drie genoemde varianten, dan GS. In de ogen van Avri is alleen optie 3 een realistische variant, aangezien opties 1 en 2 door geldende BBV-regels niet opportuun zijn. Nogmaals brengt de voorzitter DB/AB het door Avri voorbereide amendement onder de aandacht van de Statenfracties.
28 oktober 2020: PS besluiten tot verlaging rekenrente Op 28 oktober 2020 nemen PS het besluit tot verlaging van de rekenrente naar 3,1%.104 Bij het agendapunt zijn enkele brieven en amendementen toegevoegd: -
-
102
De Statenbrief van 26 oktober 2020 waarin GS ingaan op het ambtelijk en bestuurlijk proces dat is doorlopen met Avri om te komen tot een oplossing en de drie mogelijke opties; Mails van de voorzitter DB/AB Avri aan Statenfracties d.d. 21, 25 en 26 oktober 2020 met verzoek tot amenderen van voorstel; Brief van AB Avri d.d. 15 oktober 2020; Brief van MBG d.d. 20 oktober 2020 over verlaging rekenrente Nazorgfonds stortplaatsen waarin zij nogmaals haar standpunt over de verlaging van de rekenrente uiteenzet. Eveneens worden de gevolgen voor Avri en andere bijna gesloten stortplaatsen nadrukkelijk benoemd. MBG benoemt nogmaals dat de verlaging van de rekenrente naar haar inzicht niet noodzakelijk is en verzoekt PS om “vooralsnog af te zien van de verlaging van de rekenrente met de toezegging van de Gelderse stortplaatsexploitanten akkoord te gaan met het vervallen van de rendementsgarantie”.105 Amendement namens SGP, ChristenUnie, VVD, GroenLinks, PvdA en CDA op voorstel PS 2020-620 Voorstel tot wijziging Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999 en wijziging Beleggingsstatuut Nazorgfonds (PS 2020-620): “Gedeputeerde Staten te verzoeken met de deelnemende gemeenten van de AVRI het gesprek aan te gaan om tot afspraken te komen om de financiële gevolgen van de aanpassing van de rekenrente te verzachten”.
Voorzitter DB/AB Avri (26 oktober 2020). RE: VERVOLG Bericht van Avri nav PS-vergadering 28 oktober [e-mail].
103 Gedeputeerde Staten Gelderland (26 oktober 2020). Voorstel tot wijziging van de Verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland
1999 en wijziging van het beleggingsstatuut van het Nazorgfonds. 104 Provinciale Staten Gelderland (28 oktober 2020). Wijziging verordening nazorgheffing stortplaatsen Gelderland 1999 en wijziging Beleggingsstatuut Nazorgfonds. 105 Stichting MBG (20 oktober 2020). Verlaging rekenrente Nazorgfonds stortplaatsen, p. 3.
36
-
Twee amendementen aangedragen door Avri. De eerste heeft als strekking om aan het voorliggende besluit toe te voegen dat feitelijk afgesloten stortplaatsen die binnen drie jaar ook formeel aan de provincie zijn overgedragen, worden beschouwd als waren ze al overgedragen. De tweede houdt in dat voor reeds fysiek afgedichte stortplaatsen die geen verdiencapaciteit meer hebben en binnen drie jaar aan de provincie worden overgedragen een overgangsregeling geldt, waardoor ze worden uitgezonderd van de renteverlaging. Dit tweede amendement wordt ook nog een keer onder de aandacht gebracht door Dorpsbelangen West Betuwe.
Het besluit zoals door GS aan PS voorgelegd wordt aangenomen, met toevoeging van het amendement van SGP, ChristenUnie, VVD, GroenLinks, PvdA en CDA om GS te verzoeken het gesprek met deelnemende gemeenten binnen Avri aan te gaan. Gedurende de bespreking in de Provinciale Staten op 28 oktober 2020 wordt zowel aan Avri als aan de gemeenten een verwijt gemaakt. Avri zou al eerder op de hoogte zijn geweest van de financiële gevolgen van een verlaagde rekenrente en zou de overdracht van de stortplaats aan de provincie vertraagd hebben. Ook werd Avri financieel wanbeleid verweten. Daarnaast kregen de gemeenten kritiek te verduren: zij zouden het toezicht op Avri niet goed hebben ingericht. 29 oktober 2020: Ambtelijk contact Avri n.a.v. bespreking in PS op 28 oktober De dag na de bespreking en besluitvorming in PS deelt een projectmanager van Avri in een mail aan de directeur Avri een korte tijdlijn van wanneer ambtelijk voor het eerst zicht was op verlaging van de rekenrente: “begin december 2019 de eerste mail over de verlaging naar wellicht 3,1%. Dat is intern richting financiën gecommuniceerd”.106 Deze projectmanager van Avri meldt dat toen eveneens een doorrekening is gemaakt van het effect van de verlaging door de extern financieel adviseur. Tot slot merkt deze projectmanager richting de directeur op dat: “de strikte bbv-rgels begin dit jaar (2020) onbekend waren c.q.
er niet over is nagedacht. Pas de laatste maanden is dit naar voren gekomen en heeft het geleid tot onrust”. November-december 2020 – Contact tussen deelnemende gemeenten, Avri en de provincie om tot een oplossing te komen. Naar aanleiding van het amendement (zie PS besluit 28 oktober) dat GS verzoekt contact op te nemen met de Avri-gemeenten, is er in november en december 2020 ambtelijk en bestuurlijk contact. Deze contacten leiden ertoe dat op 3 december 2020 een akkoord wordt gesloten met de provincie, dat Gedeputeerde Staten op 8 december per brief aan het dagelijks bestuur van Avri bevestigen. 107 Dat akkoord houdt in dat over 10 jaar wordt bepaald wanneer de stortplaats zal worden overgedragen aan de provincie. In de tussentijd blijft Avri verantwoordelijk voor het beheer van de stortplaats, maar dit geeft Avri de tijd om het benodigde aanvullende doelvermogen bij elkaar te sparen. Hoeveel doelvermogen exact nodig zal zijn is nu nog niet te zeggen. De € 10 miljoen waar het nu om gaat kan wijzigen. Het kan minder worden, zoals de voorzitter van het DB/AB via de griffies mailt aan alle gemeenteraden,108 maar het kan ook meer worden, afhankelijk van ontwikkelingen in de toekomst.