CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst ingekomen stukken

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen34.701 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

[...] Gemeenten kunnen regels stellen die het Bbl aanvullen in het omgevingsplan als het oogmerk van deze regel verschilt van het oogmerk van het Bbl. Bij regels voor houtstook is dit mogelijk omdat de regels in het omgevingsplan gericht zijn op de fysieke leefomgeving en de luchtkwaliteit terwijl het Bbl zich in de eerste plaats richt op de gezondheid van de gebruiker van de betreffende woning. Voor het onderwerp houtstook zijn artikel 22.18 en 22.20 (bruidsschat) van het tijdelijk deel van het omgevingsplan relevant. Deze artikelen regelen namelijk dat houtstook niet mag leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk (22.18), open erf of terrein (22.20) dienen alle redelijke maatregelen te nemen om overlast of hinder van onder andere rook, walm, roet en stof te voorkomen. Beide artikelen vervangen artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 zoals onderzocht in paragraaf 2.2. Zoals hierboven al vermeld heeft de gemeente de bevoegdheid deze artikelen aan te passen. Hiermee kan de gemeente de zorgplicht verduidelijken. Ook kan de gemeente de zorgplicht verder aanvullen met toetsings- en handhavingscriteria voor overlast. In de gemeentelijke omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. De gemeente kan zich bijvoorbeeld voornemen om overlast van houtstook te beperken of om houtkachels bij nieuwbouwwoningen te ontmoedigen.

Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma (paragraaf 4.6) of bindende regels in een omgevingsplan (paragraaf 4.7). De gemeente kan ervoor kiezen een programma te maken voor houtstook. Voorbeelden voor onderwerpen in een programma zijn: • een laagdrempelig loket voor het melden van overlastsituaties openen; • het inzetten van bemiddeling bij overlast; • een actie met schoorsteenvegen; • het financieel stimuleren van de uitfasering van de meest vervuilende type kachels; • bewoners voorlichten over de nadelige gevolgen van houtstook. Het omgevingsplan bevat de regels voor de fysieke leefomgeving. De gemeente kan per gebied aangeven welke activiteiten er wel en niet toegestaan zijn (bijvoorbeeld wonen, recreatie en verkoop). Ook worden er regels gesteld voor activiteiten, houtstook kan zo’n activiteit zijn.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

23/34

De gemeente kan middels omgevingswaarden vastleggen welke kwaliteit een grondgebied moet hebben. Een omgevingswaarde is een instrument dat de gemeente in het omgevingsplan zet waarmee de gemeente het beleid van de omgevingsvisie kan uitvoeren. Hiermee kan de gemeente de kwaliteit vastleggen die zij voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is de luchtkwaliteit. De gemeente mag alleen omgevingswaarden vaststellen op terreinen waar het rijk of de provincie nog niks hebben vastgesteld. Een uitzondering hierop is de luchtkwaliteit. Daarin mag de gemeente aanvullende (zoals roet) en afwijkende (strengere) omgevingswaarden stellen. De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor houtstook, als milieubelastende activiteit. Het doel hiervan is het beperken van negatieve effecten in de leefomgeving. De gemeente kan dit doen voor een kachel of open haard, maar ook voor vuurkorven en buitenhaarden die in de tuin worden gebruikt.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft de volgende voorbeeldregels voor in het omgevingsplan aangedragen: • Bij mist of windstil weer een stookverbod wat gekoppeld kan worden aan de Stookwijzer of het Stookalert; • De schoorsteen wordt minimaal jaarlijks geveegd; • Alleen droog, schoon en ongeverfd hout mag als brandstof worden gebruikt; • De uitlaat van de schoorsteen bevindt zich minimaal 0,5m boven de nok; • Een houtkachel die wordt geïnstalleerd dient aan de toepasselijke EN-norm te voldoen. Hiermee wordt installatie van tweedehands kachels die hier niet aan voldoen voorkomen. De gemeente kan regels stellen voor de frequentie, tijdstip en duur van houtstook. Dit is alleen succesvol bij gebruikers die naast een houtkachel nog een andere bron van verwarming hebben. De gemeente kan ook immissie eisen voor geur of stoffen opnemen in het omgevingsplan. Immissie betekent de belasting. Dit is bij houtstook de belasting van geur of stoffen op de gevels andere woningen in de buurt. Hiermee wordt er een harde grens gesteld en ligt de verantwoordelijkheid bij de gebruiker om deze eis te halen. Zo zou het materieel of het stookgedrag mogelijk aangepast dienen te worden. Dit kan worden gemeten met de methoden genoemd in paragraaf 2.5.

4.8 De omgevingsvergunning Artikel 4.4 van de Omgevingswet biedt de gemeente de mogelijkheid om activiteiten vergunning of melding plichtig te maken. Deze melding of vergunningplicht kan de gemeente opnemen in haar omgevingsplan. Dit blijkt uit artikel 4.1, lid 1 en artikel 4.4, lid 2 van de Omgevingswet. Als de gemeente besluit om houtstook als activiteit vergunning plichtig te maken dan is er sprake van een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Een vergunningsaanvraag die voldoet aan de gestelde eisen is een binnenplanse omgevingsactiviteit en een vergunningsaanvraag die hier niet aan voldoet is een buitenplanse omgevingsactiviteit. Voor de vergunningplicht neemt de gemeente beoordelingsregels op in haar omgevingsplan om de vergunningaanvraag aan te toetsen. Deze beoordelingsregels kunnen bijvoorbeeld eisen stellen aan de hoogte van de kachelpijp (zie paragraaf 4.7) of de technische eisen van het Bbl (zie paragraaf 4.3). Verder kan de gemeente opnemen dat de vergunning wordt ingetrokken als de bepalingen omtrent houtstook (zie paragraaf 4.7) of de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd. Deze vergunningvoorschriften kan de gemeente opnemen bij het verlenen van de omgevingsvergunning. Dit is weer onder te verdelen in doelvoorschriften en middelvoorschriften. Doelvoorschriften drukken het te bereiken doel uit in objectieve termen.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

24/34

Voor houtstook kan dit een maximale geurimmissiewaarde zijn (zie paragraaf 4.7 en 2.5). De stoker bepaalt dan zelf hoe aan dit voorschrift wordt voldaan. Als er niet aan het doelvoorschrift wordt voldaan is het aan de gemeente om dit aan te tonen. Een middelvoorschrift geeft vooraf een middel hoe de stoker aan het voorschrift moet voldoen. Dit kan bijvoorbeeld het maximaal toegestane stookuren per dag begrenzen of voorschriften voor de brandstof (zie paragraaf 4.7).50 Een minder vergaande mogelijkheid is het instellen van een meldingsplicht. De gemeente kan dit doen op grond van artikel 4.4, lid 1 van de Omgevingswet. Het moet hierbij wel gaan om een milieubelastende activiteit. Bij houtstook komt er co2 en fijnstof vrij, dus dat kan als zodanig worden aangemerkt. Het doel van de meldingsplicht is om voor de gemeente in kaart te brengen waar er hout wordt gestookt. Het is voor de gemeente niet mogelijk om de activiteit naar aanleiding van de melding te verbieden. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om op basis van de melding een controle uit te voeren. In hoofdstuk 5 ("Regelgeving en werkwijze van de gemeente Zutphen") van zijn afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet geeft N.J. Aalberts een inschatting van hoe effectief en handhaafbaar de verschillende mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, in Zutphen zouden zijn.

Dit hoofdstuk omvat 8 pagina's, dus is hier kortheidshalve weggelaten. Wie het wil ontvangen, kan Martin van Raay een mailtje sturen (mhvanraay@live.nl), dan wordt het volledige onderzoek aan u opgestuurd. Op de webpagina Drieslag houtstook: Sarina, Marjolein en Marloes (over het Schone Lucht Akkoord) legt Marloes Jongeneel (Rijkswaterstaat) uit:

Met de Omgevingswet krijgen decentrale overheden meer regie over de leefomgeving. Ook voor houtstook kunnen gemeenten dan eenvoudiger zelf beleid en regels maken. Zo kunnen ze in het omgevingsplan lokale regels vastleggen voor het gebruik van bijvoorbeeld open haarden, houtkachels en vuurkorven. We leggen dit verder uit op de website van het Informatiepunt Leefomgeving. Decentrale overheden kunnen hun vragen hierover ook stellen via de helpdesk van het InformatiePunt; grote kans dat ik degene ben die de vraag dan zal (proberen te) beantwoorden. Het Informatiepunt Leefomgeving legt op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen uit welke mogelijkheden gemeenten hebben om het houtstookprobleem aan te pakken:

Gemeenten kunnen beleid maken en regels opstellen voor het gebruik van houtkachels en open haarden. Ook zijn lokale regels mogelijk voor houtstook buitenshuis, zoals vuurkorven en buitenhaarden. Daarnaast gelden landelijke regels. In het omgevingsplan van gemeenten kunnen lokale regels voor houtstook staan. Gemeenten kunnen de aanwezigheid van houtkachels niet verbieden. [...] Ook is er nauwelijks ruimte voor gemeenten om lokale regels te stellen voor het rookgaskanaal (schoorsteen), omdat het Bbl daarover al regels stelt. Wél kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels opnemen over het gebruik van houtkachels. Zodat er minder schadelijke rook in de omgeving terechtkomt. Het oogmerk is dan het beschermen van de gezondheid van omwonenden (en van het milieu).

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

25/34

Daarnaast kunnen gemeenten in de omgevingsvisie beleid voor houtstook opstellen en in een programma maatregelen vastleggen. Ook kunnen gemeenten lokale omgevingswaarden voor luchtkwaliteit opstellen. Houtstook en de omgevingsvisie De gemeente is verplicht om een omgevingsvisie te maken. In de gemeentelijke omgevingsvisie kan de gemeente ambities rondom houtstook opnemen. Deze ambities kan de gemeente vervolgens uitwerken in een programma en/of bindende regels in het omgevingsplan. Uitgangspunten in de omgevingsvisie kunnen bijvoorbeeld zijn: • overlast houtstook beperken • ontmoedigen van houtkachels in nieuwe woningen Ook als de omgevingsvisie geen specifieke ambitie voor houtstook bevat, kan de gemeente maatregelen in een programma of het omgevingsplan opnemen. Houtstook in een programma De gemeente of provincie kan er voor kiezen om een programma te maken voor houtstook. In een programma staan maatregelen om het gewenste doel te bereiken. Overheden kunnen daarbij beleidsregels en financiële instrumenten gebruiken. Maar ook communicatieve maatregelen, afspraken met organisaties en uitvoering van projecten kunnen onderdeel zijn van een programma. Voor houtstook zijn bijvoorbeeld de volgende maatregelen denkbaar: • Bewoners bewustmaken van luchtvervuiling en mogelijke overlast (voorlichting).

• Een laagdrempelig loket voor het melden van overlastsituaties openen en een passende (re)actie op klachten voorbereiden. • Professionele bemiddeling inzetten bij overlastsituaties. • Schonere alternatieven stimuleren (voorlichting, financiële regeling). • Uitfasering van de meest vervuilende (oude) kachels stimuleren (financiële regeling). • Wijkgericht schoorsteenvegen. Regels voor houtstook in het omgevingsplan De gemeente kan in het omgevingsplan regels stellen voor het stoken van hout aan huis, als milieubelastende activiteit. Met als doel om negatieve effecten op de leefomgeving te beperken. Het kan daarbij gaan om het gebruik van een kachel of open haard binnenshuis. Maar gemeenten kunnen ook regels stellen voor bijvoorbeeld vuurkorven en buitenhaarden in de tuin of op het terras. Als de gemeente geen regels stelt in het omgevingsplan, dan geldt ook voor burgers de zorgplicht uit artikel 1.6 en 1.7 van de Omgevingswet. Een particulier die hout stookt, moet ervoor zorgen dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen of beperkt. Een gemeente kan voor houtstook ook de specifieke zorgplicht uit de bruidsschat overnemen en verder invullen in het omgevingsplan. Voorbeelden van regels in het omgevingsplan De regels moeten gaan over de fysieke leefomgeving.

Ze kunnen zich richten op het beperken van de luchtvervuiling en het voorkómen of verminderen van overlast voor omwonenden. Gemeenten kunnen regels opstellen voor specifieke gebieden of gebiedstypen, als ze daarvoor een goede onderbouwing hebben. De handhaafbaarheid van de regels is een belangrijk aandachtspunt. Ook moet er capaciteit zijn voor het toezicht op de regels. Voorbeeldregels van de VNG Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

26/34

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft voor houtstook aan huis 5 voorbeeldregels opgenomen in de staalkaart Bestaande woonwijk. Deze voorbeeldregels zijn vooral bedoeld voor gedachtevorming. Ze zijn verder niet uitgewerkt. 1. Als brandstof wordt alleen droog, schoon en ongeverfd hout gebruikt (overigens is het stoken van geverfd hout al verboden via de Wet milieubeheer). 2. De uitlaat van de schoorsteen bevindt zich minimaal 0,5 m boven de nok (zie voor toelichting de pagina Technische bouwregels voor houtkachels). 3. De schoorsteen wordt minimaal eenmaal per jaar geveegd. 4. Bij mist of windstil weer wordt niet gestookt (mogelijk te koppelen aan de stookwijzer of het stookalert). 5. Een houtkachel die wordt geïnstalleerd voldoet aan de toepasselijke EN-norm (doel: geen installatie van tweedehandskachels, die nog niet voldoen aan de toepasselijke EN-norm). Naast de VNG-voorbeeldregels, zijn meer lokale houtstookregels denkbaar. Hierna volgen nog enkele voorbeelden. Frequentie, tijdstip en duur van houtstook Hoe vaak, wanneer en hoe lang mogen mensen hun open haard, houtkachel, vuurkorf of buitenhaard gebruiken? Regels daarvoor zijn vooral geschikt voor sfeerverwarming (open haarden, buitenvuren). Gebruikers van moderne (pellet)kachels of pelletketels voor hoofdverwarming hebben vaak geen alternatieve verwarmingsbron.

Immissie-eisen voor het gebruik van houtkachels Gemeenten kunnen voor bepaalde wijken immissie-eisen voor houtrookgerelateerde geur of stoffen opnemen in het omgevingsplan. Zodat de omgeving beter beschermd kan worden tegen houtrook. Dat kan betekenen dat gebruikers hun stookgedrag en zo nodig hun materieel (zoals type kachel, filter of schoorsteenkap) moeten aanpassen, om aan deze eisen te kunnen voldoen. De rijksoverheid onderzoekt mogelijkheden voor een meet- of beoordelingsmethode. Want de uitvoering en handhaafbaarheid van een immissie-eis kan complex zijn. Zo’n beoordelingsmethode kunnen gemeenten ook gebruiken bij overlastsituaties. Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Specifieke zorgplicht in de bruidsschat: geen overlast Houtstook mag niet leiden tot overlast bij buurtbewoners. Gebruikers van een bouwwerk, open erf of terrein moeten alle redelijke maatregelen nemen om overlast of hinder van onder andere rook, roet, walm en stof te voorkomen of te stoppen.

Deze specifieke zorgplicht staat in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, in de bruidsschat. Het gaat om artikel 22.18 (bouwwerken) en 22.20 (open erven en terreinen) van deze bruidsschat. Beide artikelen vervangen het overlastartikel 7.22 uit het Bouwbesluit. Gemeenten kunnen deze specifieke zorgplicht verduidelijken of verder invullen in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld door toetsings- en handhavingscriteria op te stellen voor het Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

27/34

beoordelen van overlast. Zo kan de gemeente overlast op een zelfde manier beoordelen en eventuele handhaving onderbouwen. Zoals hierboven beschreven, kan de gemeente ook specifieke stookregels opnemen in het omgevingsplan, waarop ze direct kan handhaven. Beoordelen houtrookoverlast De rijksoverheid werkt aan een uniforme meet- of beoordelingsmethode. Op dit moment kunnen gemeenten gebruikmaken van het kennisdocument Gezondheids- en hindereffecten door houtkachels van particulieren van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB) uit 2019. Dit uitgebreide kennisdocument geeft handvatten voor de beoordeling van houtrookoverlast. De rechtbank gaat in uitspraak SHE 18/596, 12 juli 2019 (Helmond) uitgebreid in op deze handvatten en noemt ook eerdere jurisprudentie over het beoordelen van houtrookoverlast. Omgevingswaarden luchtkwaliteit Omgevingswaarden leggen de kwaliteit vast die het Rijk, de provincie of de gemeente wil bereiken. Houtstook zorgt onder andere voor uitstoot van fijnstof. De gemeente zorgt ervoor dat de rijksomgevingswaarden voor fijnstof niet worden overschreden. Lokale omgevingswaarden Gemeenten en provincies mogen ook aanvullende en afwijkende (strengere) omgevingswaarden stellen voor luchtkwaliteit. Ze leggen deze vast in het omgevingsplan of de omgevingsverordening.

De gemeente kan bijvoorbeeld een omgevingswaarde vastleggen voor roet of een omgevingswaarde voor piekconcentraties fijnstof. Maatregelen nemen Zo’n lokale omgevingswaarde heeft alleen zin als de gemeente zelf maatregelen kan nemen om de norm te halen. Bijvoorbeeld via specifieke regels in het omgevingsplan en handhaving daarvan. Zo kan de gemeente in het omgevingsplan een regel opnemen, dat nieuwe milieubelastende activiteiten worden getoetst aan deze omgevingswaarden. Ook via voorlichting aan bewoners of subsidies kunnen gemeenten het stookgedrag beïnvloeden, waardoor de luchtkwaliteit verbetert. Stelt de gemeente een lokale omgevingswaarde vast? Dan moet ze deze zelf monitoren. En een programma opstellen als de omgevingswaarde wordt overschreden. Of als een overschrijding dreigt in de toekomst. En op zijn webpagina Lucht en omgevingswaarde zegt het Informatiepunt Leefomgeving duidelijk:

Lokale omgevingswaarden De provincie en de gemeente kunnen lokale omgevingswaarden [*] voor de buitenlucht in de omgevingsverordening en het omgevingsplan [*] opnemen. Dit kan een strengere omgevingswaarde zijn dan de rijksomgevingswaarde. Hiervan zijn drie varianten: • een scherpere norm, bijvoorbeeld voor fijnstof • een resultaatsverplichting voor een rijksomgevingswaarde waar in het Bkl een inspanningsplicht voor geldt • voor de lokale omgevingswaarde geldt dezelfde getalswaarde op locaties waar de rijksomgevingswaarde niet geldt Ook aanvullende omgevingswaarde mogelijk

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

28/34

Behalve een strengere omgevingswaarde is ook een aanvullende omgevingswaarde mogelijk. Bijvoorbeeld een omgevingswaarde voor roet. Gemeenten en provincies krijgen daarmee extra ruimte om vorm te geven aan lokaal of regionaal beleid voor een gezonde leefomgeving. Voorbeeld: omgevingswaarde roet in omgevingsplan Voor roet staat in het Bkl geen omgevingswaarde. Een gemeente kan bijvoorbeeld vanuit gezondheidsperspectief een bepaald niveau stellen aan de roetconcentratie. Dit kan een gemeente doen door een lokale omgevingswaarde voor roet in het omgevingsplan op te nemen. Kortom: gemeenten krijgen met de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening krachtige instrumenten in handen om houtrookoverlast te beëindigen. Maak hier gebruik van en uw gemeente zal een prettiger gemeente worden om in te leven.

Stel een registratie- en vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens In het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken"(2022) noemt Royal HaskoningDHV als mogelijke uitbreidingen van de bestaande weten regelgeving:

• een registratieplicht voor alle bestaande en nieuwe toestellen; • een verplichte periodieke keuring van alle toestellen; In hun rapport Handreiking Gezonde leefomgeving in het omgevingsplan schrijft de GGD GHOR Nederland:

4.2.9 Houtstook: omgevingsvergunning Volgens het Ministere van I en W (2020) kan de gemeente een vergunningplicht instellen voor de activiteit ‘het stoken van hout door huishoudens’ of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente beoordelingsregels opstellen. Het document waarnaar verwezen wordt, is de brief Antwoorden op vragen over tiende rapportage Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, waarin, op 2020-02-26, minister Stientje van Veldhoven - Van der Meer antwoordt op vragen van het CDA:

Vraag 3 De PvdA-fractieleden gaan ervan uit dat de in het Akkoord opgenomen normen minimumnormen betreffen waarvan door gemeenten, provincies en Rijk naar boven kan worden afgeweken. Kunt u dit (nogmaals) bevestigen? Antwoord 3 en 4 [...] Het stelsel Omgevingswet biedt een aantal mogelijkheden voor decentrale overheden om een afwijkende of een aanvullende omgevingswaarde voor het eigen grondgebied vast te stellen. [...] Lokale overheden kunnen onder de Omgevingswet alleen verdergaande gezondheidsambities vastleggen voor het lokaal realiseren van schonere lucht. Lokaal toestaan van vuilere lucht mag niet. Vraag 5 Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

29/34

Is het mogelijk om in de nabije toekomst bijvoorbeeld een wettelijke landelijke norm voor de uitstoot door houtstook van particulieren op te leggen naast, of aanvullend op, het Akkoord? Antwoord 5 [...] [Het is], in principe, mogelijk om lokaal eisen te stellen aan de uitstoot van houtrook (zie ook antwoord op vraag 6). Vraag 6 Kan een gemeente dergelijke dwingende normen opleggen als voorwaarde voor het afgeven van een vergunning voor de aanleg van houtgestookte kachels en haarden? Vraag 7 Geeft de nieuwe Omgevingswet gemeenten de ruimte om de aanleg van houtgestookte kachels en haarden vergunningplichtig te maken? Antwoord 6 en 7 [...] Om regels te stellen aan de uitstoot van houtrook kunnen gemeenten in een Algemene plaatselijke verordening, en straks ook onder de Omgevingswet (in het Omgevingsplan), wel immissie-eisen stellen aan het gebruik van kachels en haarden. Dit betreft eisen aan de buitenlucht, niet aan de kachel zelf. Hier dient dan een zorgvuldige afweging van belangen aan ten grondslag te liggen. Het kunnen hier regels betreffen voor een specifieke locatie, weersomstandigheden of voor een specifieke periode om overlast van houtrook tegen te gaan. De gemeente kan voor dit gebruik desgewenst ook een algemeen verbod of een verbod behoudens vergunning instellen.

Dit betekent dat een gemeente lokaal strengere regels kan vaststellen voor de luchtkwaliteit dan de landelijke wetgeving, dat een gemeente een stookverbod onder bepaalde voorwaarden kan afkondigen én dat een gemeente het stoken van hout vergunningplichtig kan maken. Of "een specifieke locatie" kan betekenen "binnen de bebouwde kom" is momenteel nog niet duidelijk, maar de brief van de minister zegt in ieder geval niet expliciet dat dit niét kan. Dit komt overeen met wat het Informatiepunt Leefomgeving schrijft op zijn webpagina Regels voor houtstook vanuit woningen:

Vergunningplicht, meldingsplicht of informatieplicht Gemeenten kunnen eventueel een vergunningplicht instellen voor de activiteit het stoken van hout door huishoudens of een specifieke deelactiviteit. Dit is dan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Daarbij moet de gemeente dan beoordelingsregels opstellen. Een meldingsplicht of een informatieplicht is een minder vergaande mogelijkheid. Via de beoordelingsregels kan een gemeente de vuilste apparaten uitbannen of, als de regels streng genoeg zijn, houtstook onmogelijk maken.

Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op Wie elektriciteit en aardgas verbruikt, ziet op de factuur ook • REB (Regulerende Energie Belasting) en • ODE (Opslag Duurzame Energie) staan. De REB is (als prijsverhoging) bedoeld om het verbruik van fossiele brandstoffen minder aantrekkelijk te maken. Het geld van de ODE wordt gebruikt om de productie van duurzame energie te stimuleren (bron: Essent). Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

30/34

Op hout zit geen REB en ook geen ODE. Om een eind te maken aan deze vorm van belastingontduiking kunt u in de gemeenteraad een motie indienen om een houtstookbelasting in te voeren, analoog aan de hondenbelasting: de vervuiler betaalt. Met de inkomsten uit die belasting zou u een slooppremie voor houtkachels kunnen financieren. De bevoegdheid tot het opleggen van gemeentelijke belastingen is vastgelegd in de Gemeentewet:

Hoofdstuk XV. De gemeentelijke belastingen § 1. Algemene bepalingen Artikel 216 De raad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. Artikel 217 Een belastingverordening vermeldt, in de daartoe leidende gevallen, de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is.

Pas de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) toe In 2006 trad de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) in werking. De Wbmgp biedt gemeenten de mogelijkheid om in kwetsbare gebieden, waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staan, bijzondere maatregelen in te zetten, zoals het selectief toewijzen van huurwoningen. In de praktijk betekent dit dat gemeenten de leefbaarheid en veiligheid kunnen verbeteren door de instroom van huurders met een geschiedenis van overlastgevende (en/of criminele) gedragingen te beperken. In het rapport Selectieve woningtoewijzing; Landelijke evaluatie van artikel 8, 9 en 10 van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, in 2021 geschreven in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, leest u alles over de Wbmgp en de ervaring van diverse gemeenten met deze wet.

Voer de Urgenda-uitspraak uit Op 24 juni 2015 oordeelde de rechtbank Den Haag in de door de stichting Urgenda tegen de Staat aangespannen bodemprocedure dat

de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. De Staat moet ervoor zorgen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. Tevens oordeelde de rechtbank:

De Staat moet meer doen om het dreigende gevaar veroorzaakt door de klimaatverandering te keren, gegeven ook zijn zorgplicht voor de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

31/34

Omdat de Staat zich niet aan deze uitspraak stoorde, spande Urgenda in 2018 opnieuw een rechtszaak aan en in deze zaak bekrachtigde de rechtbank Den Haag (in zijn uitspraak van 9 oktober 2018) de uitspraak van 24 juni 2015. Dit betekent dat de Staat er echt niet onderuit kan om de uitstoot van broeikasgassen sterk te verminderen. “De Staat”, dat is niet alleen de regering in Den Haag, dat is ook elke provincie en dat is ook elke gemeente. Dus ook voor elke gemeente geldt dat die meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen en ervoor zorg moet dragen dat de uitstoot in Nederland in 2020 ten minste 25% lager is dan in 1990. En ook voor elke gemeente geldt dat hij een zorgplicht heeft tegenover zijn inwoners en dat hij het leefmilieu moet beschermen en verbeteren. Een heel gemakkelijke manier om aan deze verplichtingen te voldoen, is: een einde maken aan houtstook: • leg inwoners die door het verbranden van hout overlast/hinder veroorzaken een stookverbod op; • voer een slooppremie in voor houtkachels; • maak uw gemeente houtstookvrij. Hierdoor valt de door houtverbranding veroorzaakte CO2-uitstoot weg. Alternatieve verwarmingsvormen stoten voor dezelfde hoeveelheid warmte minder CO2 uit dan houtstook.

Zonne- en windenergie en aardwarmte stoten geen CO2 uit (alleen bij de bouw van de installaties komt CO2 vrij), maar zelfs elektriciteit die opgewekt is in een kolencentrale stoot voor 1 kWh 15% minder CO2 uit dan een houtcentrale (bron: Trouw: Waarom biomassa een grotere klimaatkiller is dan steenkool). U kunt dus een motie indienen dat uw gemeente de Urgenda-uitspraak uitvoert en actief de CO2uitstoot verlaagt door een eind te maken aan houtstook.

Profiteer van het werk van uw partijgenoten - en andersom Bent u een lokale afdeling van een landelijke partij? Profiteer dan van het werk van uw partijgenoten! Vraag aan het hoofdkantoor of ergens anders al eens een fractie raadsvragen over houtstook gesteld heeft of een motie ingediend heeft. Als dat zo is: neem die vragen/motie over. En neem contact op met die afdeling om samen na te denken over volgende stappen. Dit geldt ook voor de twee andere bestuurslagen die we in Nederland hebben: ga na of er door uw partij in Provinciale Staten of in de Tweede Kamer al eens aandacht besteed is aan het probleem. En dit werkt ook andersom: als u met raadsvragen of een motie succes boekt, laat uw partijgenoten elders daar dan van profiteren: geef de vragen en de motie via het landelijk hoofdkantoor door aan al uw plaatselijke collega's.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

32/34

Overzicht van de belangrijkste updates van dit document: 2024-02-12 2024-02-10 2024-01-20 2023-10-04 2023-07-25 2023-05-12 2023-05-08

2023-03-28 2023-03-16 2022-07-26 2022-07-21 2022-07-14

2022-05-25 2022-05-24 2022-04-03

2022-03-28

2022-02-25 2022-02-23 2022-02-21

Aan “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd: “Breng de stoker in contact met het Tijdelijk Noodfonds Energie” en “Breng de stoker in contact met Geldfit”. Aan “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd: “Breng de stoker in contact met Schuldhulpverlening”. Onder “Neem in de APV een criterium (norm) op voor hinder/overlast” drie suggesties voor criteria/normen toegevoegd. “Verbiedt open vuur (o.a. vuurkorven) in de tuin” toegevoegd. “Het effect van voorliching aan stokers is beperkt” toegevoegd, inclusief de tip om voorafgaand aan een voorlichtingscampagne een nulmeting uit te voeren. “Subsidieer de aanschaf van LED-haarden” toegevoegd. “Ga via het Interventiekompas in gesprek met stokers” toegevoegd. Onder “De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op” de definitieve datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet toegevoegd. Onder “Sluit uw gemeente aan bij het Schone Lucht Akkoord” de projecten toegevoegd die in 2021 en 2022 subsidie ontvingen. Onder “Slooppremie voor houtkachels” toegevoegd dat er een landelijke subsidie komt op het verwijderen van het rookkanaal. Onder “Handhaaf de bestaande wetgeving” toegevoegd dat de gemeente de stoker een waarschuwende brief kan sturen. Op diverse plaatsen citaten uit het rapport "Beleidsverkenning aanvullende maatregelen om de emissies van particuliere houtstook te beperken" (Royal HaskoningDHV) toegevoegd.

Onder "Stel raadsvragen" voorbeeldvragen toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Utrecht toegevoegd die voorkomt dat de ene houtkachel vervangen wordt door de andere. Onder "Slooppremie voor houtkachels" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van filters en katalysatoren (uit het rapport van Buro Blauw). Onder "Geef voorlichting aan gedupeerden" informatie toegevoegd over de tegenvallende effectiviteit van voorlichting aan stokers (uit het rapport van Buro Blauw en uit een Australisch onderzoek). Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Noordwijk toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" de motie uit Almelo toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Utrecht toegevoegd. Onder "Slooppremie voor houtkachels" het voorbeeld uit Nijmegen toegevoegd. Onder "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd. "Wet Ruimtelijke Ordening (WRO)" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" informatie uit het afstudeeronderzoek Houtstook in de omgevingswet; biedt de Omgevingswet nieuwe mogelijkheden in de aanpak van houtstook overlast? (2022) van N.J. Aalberts toegevoegd.

Aan "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" citaten uit de ministeriële brief van 2020-02-26 toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" toegevoegd dat in Amersfoort de Stookwijzer de status van tijdelijk stookverbod gekregen heeft. "Stel een vergunningplicht in voor het stoken van hout door huishoudens" toegevoegd. Onder "Stookalert = stookverbod" naast het RIVM twee andere stookalerts toegevoegd.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

33/34

2022-01-03 2021-12-31 2021-12-29 2021-12-28 2021-12-17 2021-10-23 2021-10-22 2021-10-14 2021-10-08 2021-08-25 2021-07-15: 2021-07-01: 2021-05-25:

In "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" de aktuele geplande invoerdatum van de Omgevingswet toegevoegd. Aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" een citaat over lokale en aanvullende omgevingswaarden toegevoegd. "Stel geurregels op" toegevoegd. Aan “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Koggenland toegevoegd. "Aansluiting bij het Schone Lucht Akkoord" toegevoegd. Informatie over het automatisch doorsturen van meldingen op Stookwijzer toegevoegd. Van "Slooppremie voor houtkachels" een apart hoofdstuk gemaakt. Informatie van Marloes Jongeneel (Rijkswaterstaat) over de Omgevingswet toegevoegd aan "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op". Citaten uit de Gemeentewet toegevoegd aan diverse hoofdstukken. Datum waarop de Omgevingswet in werking moet treden toegevoegd. "De Omgevingsvisie: maak beleid, stel regels op" toegevoegd. “Voer de Urgenda-uitspraak uit” toegevoegd. “Neem in de APV een milieubelasting voor houtstokers op” toegevoegd. In “Roep houtrookvrije wijken uit of maak de hele gemeente houtrookvrij” een verwijzing naar de APV van Venray opgenomen. “Neem in de APV een criterium op voor hinder/overlast” toegevoegd.

Wat kan een gemeenteraadsfractie doen aan het houtrookprobleem? © M.H. van Raay (Kenniscentrum Houtrookoverlast)

34/34

I-lt -TI

r

UBì

1" reg ionate gtasveze[netwerk

van Nederland Bezoekadres; Burg. van Lidth de Jeudelaan 3, Tiel

Aan

. het College van Burgemeester en Wethouders van de lidgemeenten van de U¡tvoeringsorganisatie Breedba ndnetwerk Rivierenland (UBR) t.a.v. de secretaris

Postadres Postbus 137, 4000 AC Tiel Telefoon: 08il000814 E-mail: ¡nfo@ubrivierenland.nl

Website: www.ubriv¡erenland.nl

o de raden van de lidgemeenten van de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

BNG IBAN: NL79 BNGH 0285180290

KvK: 76907694 BTW: N186O8355468O1

t.a.v. de griffier

Tiel, l juli 2024 Onderwerp: aanbieding door bestuur UBR vastgestelde documenten Rivierenland (UBR) Geachte heer, mevrouw, Bijgevoegd treft u de door het Algemeen Bestuur van de UBR in de vergadering van 27 juni jl. vastgestelde begroting 2025 en jaa rrekenin g 2023 aan.

Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te z¡jn geweest. Hoogachte het Dagelijks de secretaris,

nisatie Breedba ndnetwerk

C.P.S. Herms

S.H.R. van Someren

nd

de voorzitter,

Bijlagen:

Begroting 2025 jaarrekening 2023

Rivierenland is een samenwerkingsverband van de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal en Zaltbommel

De Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk

OGO Gemeenteraden

Gelderland

Zuid

Directie

Prof. Bellefroidstraat 11

(geanonimiseerd) Nijmegen Postbus

1120

(geanonimiseerd) Nijmegen

Bijlage(n):

juni 2024 dagelijks bestuur VRGZ op zienswijzen jaarrekening en begroting Beknopt overzicht van zienswijzen

Briefnummer:

VRGZ/DIR/7172/24/MvD/ss

Datum:

24

Betreft:

Reactie

Geachte leden

de

van

Contactpersoon

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) evroz.n! nm

raad,

ontving u de concept-jaarrekening 2023 en de ontwerpbegroting voor het jaar van Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. In de verstuurde aanbiedingsbrief lichtten wij de hoofdlijnen uit de conceptjaarrekening 2023 en de ontwerpbegroting 2025 toe. Het dagelijks bestuur nodigde de gemeenteraden vervolgens uit om een zienswijze bij het Dagelijks Bestuur in te dienen voor 10 juni 2024. Met deze brief ontvangt u, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen, de reactie van het dagelijks bestuur van de VRGZ op de ingediende zienswijzen. Op

27

maart

2025

2024

de

Allereerst danken

wij

u voor

het in het in ons

gestelde

vertrouwen.

De VRGZ

werkt

in nauwe

regio Gelderland-Zuid en vindt het van belang een zijn en daarbij te werken aan kwalitatief hoogwaardige het van dienstverlening op gebied brandweerzorg, ambulancezorg, rampenbestrijding en We nemen u daarbij graag mee in de diverse ontwikkelingen en stellen hierbij uw crisisbeheersing. zienswijzen erg op prijs. Op de ontwerpbegroting 2025 en jaarstukken 2023 hebben alle raden in de regio Gelderland-Zuid gereageerd, op verschillende onderdelen zijn inhoudelijke zienswijzen ingediend. In onderstaande paragrafen leest u de reactie van het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op de ingediende zienswijzen en de conclusies die het dagelijks verbinding

met

betrouwbare

en

bestuur hieraan

gemeenten

onze

in de

transparante partner

te

verbindt.

voorstel resultaat Jaarrekening 2023 In de jaarstukken is voorgesteld: —

1.

2.

Om

het

positieve

aan

de reserve

Om

het

resultaat van

aanvaardbare

positieve

resultaat van

het onderdeel kosten

en

deze

het onderdeel

bedrage van € 314.000 toe te voegen niet terug te storten naar de zorgverzekeraars.

RAV

ten

crisis- en

rampenbestrijding

ten

bedrage

van

€ 2.762.000: a.

€ 207.000 toe te voegen

aan

de

algemene

reserve

C&R tot 5%

van

de

baten;

Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

b.

€ 2. 555. 000 toe te voegen aan de bestemde reserve herziening meerjarenonderhoudsplan.

Zienswijze raden op bestemmingsvoorstellen Alle raden zijn akkoord met de bestemmingsvoorstellen reserve aanvaarbare kosten RAV en toevoeging aan de algemene reserve. Met uitzondering van de gemeenteraad van Tiel en Druten, zijn de raden in Gelderland-Zuid akkoord met het bestemmingsvoorstel ‘herziening meerjarenonderhoudsplan’. Een meerderheid van de raden vraagt wel extra aandacht voor dit voorstel. Zij vragen de VRGZ om, wanneer de onderzoeken naar de kostenverdeelsystematiek en de toekomstverkenning vastgoed zijn afgerond, de definitieve middelen die hiervoor nodig zijn inzichtelijk te maken. De gemeenteraad van Tiel geeft aan dat de VRGZ met het nu al opnemen van deze reserve onterecht vooruitloopt op de uitkomsten van het onderzoek naar de kostenverdeelsystematiek en de toekomstverkenning vastgoed.

Oordeel en conclusie dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur heeft kennisgenomen van deze zienswijzen en zal de bestemmingsvoorstellen opnemen in de Jaarrekening en de Begroting 2025 zoals deze aan het algemeen bestuur zullen worden aangeboden. Daarbij lichten wij nogmaals toe dat de hogere kosten voor onderhoud op basis van het herijkte MJOP reeds inzichtelijk zijn (stijging van € 619. 000 per jaar vanaf 2024). Met het oprichten van de reserve kunnen deze kosten van regulier onderhoud aan de bestaande

vastgoedportefeuille in de periode 2024 tot en met 2027 gedekt worden. Het onderzoek naar vastgoed dat in opdracht van het algemeen bestuur VRGZ uitgevoerd wordt, kan effect hebben op de vastgoedportefeuille op de langere termijn. Op deze langere termijn zullen de kosten voor regulier onderhoud als gevolg van bestuurlijke keuzen dan ook mogelijk wijzigen. De in de toekomst benodigde middelen zullen dan ook na het onderzoek door de VRGZ inzichtelijk gemaakt kunnen worden.

Conceptbegroting 2025 De leidraad voor de begroting is het regionaal beleidsplan voor de periode 2024-2027. In de begroting worden de financiële spelregels en grondslagen gehanteerd zoals vastgesteld in 2018 door het algemeen bestuur. Hierin is afgesproken welke soorten ontwikkelingen leiden tot een uitzetting en daarmee een hogere bijdrage door gemeenten; namelijk: Reguliere indexering: indexering van loonkosten en materiële kosten op basis van een • vooraf vastgestelde methodiek; ▪ Buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar de VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering; ▪ Autonome ontwikkelingen: niet door de VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid; In de ontwerpbegroting zijn verschillende onderdelen als uitzetting opgenomen. Het gaat hierbij, naast de reguliere indexering, om: 1. Prijsstijgingen energielasten 2. Uitbreiding formatie Veilig bouwen 3. Overschrijding vrije ruimte werkkostenregeling (WKR) 4. Arbeidsmarktproblematiek 5. Innovatie Brandweer 6. Uitbreiding juridische ondersteuning 7. Informatieveiligheid

Pagina 2 van 7

8.

Natuurbrandbeheersing

De verschillende gemeenten hebben hier in hun zienswijzen op gereageerd. Hieronder treft u achtereenvolgens een weergave aan van de zienswijzen van de raden op de voorstellen uit de begroting die extra bijdrage van de gemeenten vragen, gevolgd door de reactie en conclusies van het dagelijks bestuur met betrekking tot de ingediende zienswijzen op die voorstellen. Op het onderwerp natuurbrandbeheersing zijn geen inhoudelijke zienswijzen ingediend, deze is om die reden niet in onderstaande opsomming opgenomen. 1. Prijsstijging energielasten Zienswijzen In de ontwerpbegroting heeft de VRGZ €165. 000 opgenomen voor de prijsstijging van de energielasten. Met uitzondering van de gemeenteraden van Tiel en West Betuwe geven de raden aan niet akkoord te gaan met de extra bijdrage door gemeenten voor dekking van deze kosten. De raden geven aan dat deze prijsstijgingen in de reguliere indexering moeten worden opgevangen.

Oordeel en conclusie DB VRGZ Conform de bestuurlijk vastgestelde spelregels kunnen buitengewone prijsstijgingen opgenomen worden als uitzetting. Het DB concludeert dat deze stijging als buitengewone prijsstijging kwalificeert. Deze stijging is van structurele aard en kan niet opgevangen worden binnen de eigen begroting. Omdat het DB VRGZ eraan hecht vast te houden aan de principes voor uitzettingen zoals eerder door het AB VRGZ vastgesteld, is de conclusie van het DB deze prijsstijgingen ondanks de zienswijzen van de gemeenten op te nemen in de begroting 2025. Bij afloop van het contract met Vattenfall zal opnieuw bezien worden welke consequenties een nieuw contract zal hebben voor de

VRGZ. Toelichting De VRGZ heeft de voorgaande jaren vanwege vaste tarieven bij onze leveranciers voor gas en energie relatief lage lasten gehad met een beperkte stijging. Deze beperkte kostenuitzetting op de energielasten kon conform afspraak gedekt worden uit de indexatie. De hoge inflatie op energieprijzen waar heel Nederland mee te maken had, werkte door de vaste tarieven beperkt door op de totale energielasten van de VRGZ. De energieleverancier (De Vrije Energie Producent) is echter failliet gegaan. Hierdoor heeft de VRGZ in 2023 een nieuwe energieleverancier moeten zoeken via een landelijke aanbesteding, in een markt waar gas- en energieprijzen sterk gestegen/hoog gebleven zijn. De enige beschikbare partij was Vattenfall. Deze aanbieder hanteert aanzienlijk hogere tarieven dan opgenomen in het contract van onze vorige leverancier. De VRGZ wordt daarmee, later dan veel andere afnemers zoals onze gemeenten, alsnog geconfronteerd met de buitengewone prijsstijging van onze energielasten, van in totaal 20%. Deze prijsstijging kan niet opgevangen worden binnen de reguliere indexering. Het contract met Vattenfall loopt tot eind 2025. 2. Uitbreiding formatie Veilig Bouwen Zienswijzen De gemeenteraden van Nijmegen, Tiel, Druten en Wijchen gaan (nog) niet akkoord met de uitbreiding van het team Veilig bouwen.

Deze raden geven aan dat zij nog geen afweging kunnen maken en zien hierbij graag een betere onderbouwing. De overige gemeenteraden gaan akkoord met de uitbreiding van de formatie omdat zij deze noodzakelijk achten voor het waarborgen van de noodzakelijke dienstverlening.

Pagina 3 van 7

Oordeel en conclusie DB VRGZ Het DB heeft kennisgenomen van de zienswijzen en de vraag om nadere toelichting. Daarnaast heeft het DB VRGZ gezien de zienswijzen geconcludeerd deze uitzetting op te nemen in de begroting 2025 om de continuïteit van dienstverlening aan de partners en daarmee aan de inwoners van onze gemeenten te garanderen.

Toelichting Het team Veilig Bouwen heeft, zoals in de begroting beschreven, de afgelopen jaren een grote groei gezien zowel in het volume als in de complexiteit van aanvragen. De complexiteit nam toe doordat er onder andere hogere gebouwen komen, ombouw plaatsvindt van kantoorlocaties naar woongebouwen, en omdat er vanwege de wooncrisis veel alternatieve (tijdelijke) woonvormen komen. De Brandweer is een schakel binnen een keten die de beoordeling van vergunningsaanvragen beoordeelt. Zij werkt daarbij vraag gestuurd; de adviesverzoeken die komen vanuit omgevingsdiensten en gemeenten bepalen het werkaanbod. De Brandweer moet binnen twee weken haar advies geven. Dit is de afspraak met de gemeenten en omgevingsdiensten in Gelderland-Zuid zodat besluiten binnen de wettelijke termijn genomen kunnen worden. Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is de behandeltermijn van vergunningsaanvragen bij de afdelingen Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH) van rijkspartijen in veel gevallen ook nog eens verkort: van 26 weken naar 8 weken voor gewone vergunningen en naar 12 weken voor een advies met instemming. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn 1 maal met maximaal 6 weken verlengen. Het niet halen van termijnen leidt niet tot automatische goedkeuring, een aanvrager kan wel juridisch een besluit afdwingen.

De brandweer heeft eerder berekend 3,5 fte extra nodig te hebben om deze termijnen te halen met het huidige volume aanvragen. Omdat de brandweer eerst wilde beoordelen of de geobserveerde stijging structureel was en omdat tegelijk procesoptimalisatie plaatsvond, is in een eerdere fase enkel 1 fte uitbreiding gevraagd. Deze 1 fte uitbreiding heeft ook plaatsgevonden. Procesoptimalisatie heeft maar heel beperkt iets opgeleverd en de stroom aanvragen is constant op hoog niveau gebleven. Met de eerdere uitbreiding met 1fte ontbreekt volgens de meting nog 2,5 fte. Dit merkt men in de praktijk; de uitbreiding met slechts 1 fte is niet voldoende gebleken om de aanvragen conform afspraken binnen de termijn af te handelen en om in alle gevallen mee te gaan met tussentijdse bouwcontroles wanneer het bevoegd gezag dit verzoekt. De brandweer blijft in gesprek met omgevingsdiensten en gemeenten om te kijken hoe de processen aan alle kanten verfijnd/geperfectioneerd kunnen worden. Maar omdat de vraag en daarmee de druk hoog blijft, is de afgelopen periode continu 1 fte ingehuurd. Deze inhuur wil de VRGZ nu omzetten in een vaste medewerker. Inhuur is immers veel kostbaarder dan een vaste medewerker en krijgt met deze structurele vraag gaandeweg een structureel karakter. 3.

Werkkostenregeling (WKR) Zienswijzen Met uitzondering van de raden in de gemeenten Heumen en Nijmegen gaan de gemeenteraden akkoord met deze uitzetting. De gemeenteraad van Nijmegen vraagt daarbij om een uiteenzetting van alternatieven voor het overschrijden van deze regeling en om een voorstel waarbij geen eindheffing hoeft te worden afgedragen.

Oordeel en conclusie DB VRGZ Het DB oordeelt dat het, gezien de relatief kleine vrije ruimte voor het gehele personeelsbestand, het blijvend motiveren van vrijwilligers en medewerkers en gezien de arbeidsmarktproblematiek, op dit

Pagina 4 van 7

moment niet opportuun is vergoedingen en verstrekkingen te beperken tot een maximum van de vrije ruimte. Het DB verbindt daaraan de conclusie de overschrijding van de vrije ruimte, leidend tot een naheffing, toe te staan en op te nemen als uitzetting in de begroting 2025. Toelichting De vrije ruimte van de werkkostenregeling bij de VRGZ is, doordat een groot deel van de brandweermensen uit vrijwilligers bestaat, in verhouding klein. Dit betekent dat voor het gehele personeelsbestand van de VRGZ, niet alleen de brandweer, in verhouding met andere werkgevers minder mogelijkheden bestaan voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Voor de brandweer geldt dat verschillende gemeenteraden in hun zienswijzen omtrent het Dekkingsplan 2024-2027, hebben aangegeven zorg te hebben over het gemotiveerd houden van zowel beroepskrachten als vrijwilligers. 4. Arbeidsmarktproblematiek Zienswijzen Met uitzondering van de raden in de gemeenten Tiel en Nijmegen gaan de gemeenteraden akkoord met deze uitzetting. De raad van Nijmegen vraagt in hoeverre een van de twee voorgestelde maatregelen afdoende zou zijn en vraagt om een voorstel waarbij de aanpak gefaseerd wordt ingevoerd en het effect gemonitord. De raad van Tiel stelt voor de dekking van deze kosten te vinden door het initieel verlagen van inhuur- en interim budget en niet in een vraag om extra structurele middelen.

Oordeel en conclusie DB VRGZ Het DB heeft geconstateerd dat meerdere gemeenten de problematiek rondom de krapte op de arbeidsmarkt herkennen. Gezien de problematiek en het belang om de operationele dienstverlening te kunnen blijven garanderen met voldoende personeel, concludeert het DB VRGZ dat het noodzakelijk is deze uitzetting op te nemen in de begroting 2025. Toelichting Bij de VRGZ is het, net als bij gemeenten, lastig om de diversiteit aan vacatures in te vullen. Dit geldt niet steeds voor dezelfde functies maar speelt wisselend op diverse afdelingen en functies. Het blijkt met name lastig om opengevallen formatie tijdig weer in te vullen. Momenteel worden personeelstekorten via inhuurconstructies opgelost. Daarmee krijgt inhuur een structureel karakter wat niet wenselijk is. Daarnaast is inhuur altijd duurder waarmee er minder capaciteit beschikbaar is dan met het structureel invullen van formatie. Door het omlaag brengen van het inhuurbudget zoals de raad van Tiel voorstelt, loopt de VRGZ het risico formatie ook op tijdelijke basis niet ingevuld te krijgen waarmee de werkdruk bij werknemers oploopt en de continuïteit van de dienstverlening in gevaar kan komen. Met betrekking tot de vraag van de raad van Nijmegen lichten wij toe dat de uitzetting deels gaat om een maatregel en deels om gestegen kosten.

De maatregel betreft het aantrekken van een medewerker om in de krappe arbeidsmarkt de werving en selectie te intensiveren. Daarmee moet het aannemen van personeel een impuls krijgen waarmee de VRGZ de formatie op orde wil brengen en ook het bedrag aan inhuur- en interim inzet omlaag wil brengen. Voor het overige richt de uitzetting zich niet op een te treffen maatregel maar op de constatering van de VRGZ dat de kosten van het aantrekken van personeel zijn gestegen. Waar voor het werven van een medewerker eerder het eenmalig plaatsen van een advertentie voldoende was, heeft de VRGZ inmiddels te maken met functies die meerdere malen uitgezet moeten worden, dit brengt o. a. hogere advertentiekosten met

Pagina 5 van 7

zich mee. De voorgestelde uitzetting dient er dan ook voor om, naast het aantrekken van een medewerker, de gestegen kosten van werving te dekken. 5. Innovatie Brandweer Zienswijzen De raden van Nijmegen, Tiel en West Betuwe geven aan niet akkoord te zijn met dit voorstel omdat zij o. a. de onderbouwing hiervan onvoldoende helder/concreet achten. De gemeenteraad van Nijmegen merkt op de relatie met de initiatieven reeds genoemd in het Dekkingsplan 2024-2027 te missen. Verschillende raden noemen dit onderwerp in relatie tot de financiële situatie van gemeenten; zij vragen de VRGZ kritisch te zijn op nieuw beleid en nut en de noodzaak hiervan goed tegen het licht te houden.

Oordeel en conclusie DB VRGZ Het DB heeft kennisgenomen van de zienswijzen. Het DB VRGZ oordeelt dat het noodzakelijk is dat de Brandweer blijft innoveren gezien de veranderende risico’s en diverse uitdagingen die op de brandweer afkomen. De innovatie die nu gedaan wordt op basis van de middelen die vrijkomen met het dekkingsplan 2024-2027 betreft met name het slimmer en veiliger uitvoeren van de taken – denk aan de inzet van onderwaterdrones. De in de ontwerpbegroting eerder gevraagde extra innovatie ziet met name op preparatie met betrekking tot nieuwe risico’s die zich voordoen in het kader van

klimaat, verduurzaming en energietransitie. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om speciale blussingen en verduurzaming van het wagenpark. Het DB erkent de noodzaak om op deze nieuwe risico’s voorbereid te zijn. Tegelijk oordeelt het DB VRGZ dat het signaal van de raden vraagt om een heroverweging van deze uitzetting. Het DB VRGZ concludeert dat de financiële situatie van de gemeenten vraagt om een kritische overweging en daarmee om een mogelijke fasering van deze innovatie. Het DB verbindt hieraan de conclusie deze innovatie niet mee te nemen in de uitzettingen bij de begroting 2025. Het DB zal het onderdeel Brandweer vragen om de voorgenomen business cases op te nemen in een innovatieplan met heldere onderbouwing en dit plan voor te leggen aan het algemeen bestuur VRGZ. Hiermee kan stapsgewijs beoordeeld worden welke innovatie noodzakelijk is om de operationele dienstverlening nu en in de toekomst op niveau te houden en de werkzaamheden van de medewerkers daarbij zo veilig mogelijk. 6. Juridische ondersteuning Zienswijzen: Met uitzondering van de raden in de gemeenten Tiel en West Betuwe gaan de gemeenteraden akkoord met deze uitzetting. Hierbij vraagt West Betuwe om nadere onderbouwing terwijl gemeenteraad van Tiel vraagt naar mogelijkheden om bovenregionaal of landelijk samen te werken voor juridische ondersteuning.

Oordeel en conclusie DB VRGZ Het oordeel van het DB is dat op basis van de zienswijzen de meerderheid van de raden akkoord is met uitbreiding van de juridische capaciteit. De noodzaak wordt gezien in de toename van zaken waarbij juridisch advies nodig is. Hierbij gaat het om handhavingszaken, maatwerkadviezen maar ook juridische kwesties rondom overeenkomsten en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals bezwaren vanuit belangengroeperingen, de implementatie van de Omgevingswet, controle op inspectierapporten, WOO-verzoeken etc. Landelijk wordt samengewerkt op juridische vraagstukken, deze uitbreiding ziet echter op advisering op regionale ontwikkelingen en vraagstukken in zaken die

Pagina 6 van 7

specifiek in de regio Gelderland-Zuid spelen. Het DB concludeert hieruit dat de uitbreiding juridische kennis bij de VRGZ opgenomen wordt in de begroting 2025 als uitzetting.

7.

van

de

Informatieveiligheid

Zienswijzen Behoudens

de raad

gemeenteraad

van

implementatie

na

van

West

West

Betuwe

Betuwe

gaan de

vraagt of deze

gemeenteraden akkoord met dit voorstel. De voorziene kostenstijging volledig ziet op de

aanbesteding.

Oordeel

en

Het DB

concludeert op

conclusie

informatieveiligheid

DB

VRGZ

basis van de

op de nemen

zienswijzen deze uitzetting met betrekking tot begroting 2025 welke aan het AB VRGZ wordt voorgelegd.

in de

Toelichting De ontwikkelingen op gebied van informatieveiligheid gaan snel. De Veiligheidsregio moet weerbaar zijn tegen aanvallen. Dat betekent niet alleen beleid maken en bijwerken, maar ook uitvoeren. Dat betekent onder andere de bewustwording bij medewerkers blijvend op peil houden. De aanvraag bestaat uit formatie voor een medewerker informatie veiligheid (ISO) én software om dit te ondersteunen en mogelijk te maken. Dit gebeurt voor de VRGZ en de GGD en deze laatste betaalt dan ook mee aan deze medewerker. De aanvraag betreft het gedeelte voor de VRGZ. zienswijzen zienswijzen en het oordeel

Conclusie De

dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio aanpassing van de Jaarrekening. De zienswijzen leiden wel tot aanpassing van de begroting. De eerder opgenomen uitzetting ten behoeve van de innovatie bij de Brandweer zal komen te vervallen. De aangepaste begroting zal worden aangeboden aan het algemeen bestuur VRGZ met het voorstel deze op 4 juli 2024 vast te stellen. Gelderland-Zuid

Financiële

hieraan

en

de conclusies

verbindt,

leiden niet tot

die

het

krapte

gemeenteraden refereren in de zienswijze aan de moeilijke financiële situatie van veel gemeenten de komende periode. Het dagelijks bestuur is zich hiervan bewust. De Veiligheidsregio is van de gemeenten en daarmee neemt de VRGZ ook haar verantwoordelijkheid door alleen die uitzettingen voor te leggen in de die zij noodzakelijk acht. Het dagelijks bestuur is zich ervan bewust dat de onderzoeken naar de kostenverdeelsystematiek en het vastgoed van de VRGZ ook een behoorlijk financieel effect kunnen hebben voor diverse gemeenten in onze regio. De komende periode zal de VRGZ dan ook scherp blijven op nut en noodzaak van ontwikkelingen en zich rekenschap geven van de beperkte financiële ruimte bij gemeenten en deze wetenschap Veel

meenemen

Het

2026.

Dagelijks Bestuur,

namens

de

in de Kaderbrief

deze,

voorzitter,

nen!

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

de

(geanonimiseerd)

se (geanonimiseerd) TN

Pagina

7 van

7

Amendement gemeenteraad West Betuwe Agendapunt Onderwerp

Naam amendement Datum raadsvergadering Ingediend door de partij(en)

6 Voorstel tot het indienen van een zienswijze op de Jaarrekening 2023 en de Programmabegroting 2025 Regionaal Archief Rivierenland Amendement Zienswijze Regionaal Archief Rivierenland 18 juni 2024 D66, VVD

Dit amendement stelt een aanpassing voor in het voorstel tot het indienen van een zienswijze op de Jaarrekening 2023 en de Programmabegroting 2025 Regionaal Archief Rivierenland. We stellen voor aan de raad om de tekst in de zienswijze te vervangen op de volgende manier: De zinssnede: Aan de hand van deze en wellicht andere opties en uw resultaten willen we samen met u het gesprek voeren. Te vervangen door We waarderen de reeds gedane ombuigingen. Het laat zien dat het Regionaal Archief Rivierenland actief kijkt naar reductie van kosten voor de gemeenten. Desondanks zouden we ook met u het gesprek willen voeren over bovengenoemde en wellicht nog andere opties en uw resultaten. Dit besloten we in de openbare raadsvergadering van 18 juni 2024. Getekend, Rita Boer Rookhuiszen - de Joode D66

Gert-Jan van Ochten VVD

Amendement van de gemeenteraad West Betuwe

Toelichting Uit de oplegnotitie en begroting blijkt dat het Regionaal Archief Rivierenland wel gehoor heeft gegeven aan de eerdere vraag vanuit de gemeenten in het kader van het ravijnjaar. Er is met een kritische blik gekeken naar de lasten gezien de vraag van de deelnemende gemeenten betreffende de moeilijke situatie in het zogenaamde ‘ravijnjaar’ 2026. Het Regionaal Archief Rivierenland heeft op een aantal onderdelen een reductie op de lasten weten door te voeren, zonder dat dit een onevenredige afbreuk doet aan de dienstverlening. Hierdoor is er een beperkte stijging van de bijdrage per inwoner van € 0,33 ten opzichte van 2024. Waardering hiervoor in de zienswijze is daarom passend.

Datum: Onderwerp:

18 juni 2024 Gewijzigde plannen Prezzent en Bazalt Wonen

Geachte raadsleden, Graag wil ik u op de hoogte stellen van de voorgenomen plannen voor het realiseren van een nieuwe woonlocatie in samenwerking met Bazalt Wonen. In goed overleg met de gemeente Zaltbommel en Bazalt Wonen schrijf ik u daarom deze brief. Prezzent en Bazalt Wonen hebben plannen ontwikkeld voor het realiseren van een woonlocatie voor inwoners met een licht verstandelijke beperking. Op deze beoogde nieuwe locatie zullen de inwoners zelfstandig wonen en persoonlijke ondersteuning en verzorging ontvangen die aansluit bij hun individuele behoeften. Deze plannen zijn onderdeel van een bredere visie op eigentijds en zelfstandig wonen midden in de Bommelse samenleving. Tijdens de beeldvormende bijeenkomst van 22 juni 2023, waar ook toekomstige bewoners aanwezig waren om vragen van de gemeenteraad te beantwoorden, werd de nieuwbouw aan de Bossche Poort als potentiële locatie besproken. Uit de nadere onderzoeken en gesprekken is echter gebleken dat de Bossche Poort niet voldoet aan de wensen en eisen die nodig zijn voor de toekomstige bewoners. Prezzent en Bazalt Wonen zijn daarom op zoek gegaan naar een andere locatie die passend is voor de doelgroep. We zijn daarover in goed overleg met de gemeente Zaltbommel. Het is van groot belang dat deze inwoners een passende plek vinden midden in de Bommelse samenleving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14357847/1