Lijst ingekomen stukken
Tekst van het document
Ingekomen stukken Nummer
22 - 229
Hoofddocument
Geachte raadsleden
Afzender
MrGert
Onderwerp
Wetgeving inzake rechten arbeidsmigranten
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
494867
Datum publicatie
28-11-2022
Datum vergadering
15-12-2022
Nummer
22 - 230
Hoofddocument
AANBIE~1
Afzender
Werkzaak Rivierenland
Onderwerp
Brief aan raden met reactie op zienswijzen bestuursrapportage 2022 Werkzaak
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
397637
Datum publicatie
28-11-2022
Datum vergadering
15-12-2022
Gekoppeld evenement
Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen (Raadsvergadering 15-12-2022 20:00)
Nummer
22 - 228
Hoofddocument
Aan de gemeenteraad van Zaltbommel
Afzender
Landelijke werkgroep behoud Apotheekhoudende Huisartsen
Onderwerp
Voortbestaan apotheekhoudende huisarts in uw gemeente
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
493575
Datum publicatie
24-11-2022
Datum vergadering
15-12-2022
Nummer
22 - 227
Hoofddocument
Brief onafhankelijke beroepsvereniging VPPG
Afzender
VPPG
Onderwerp
brief onafhankelijke beroepsvereniging VPPG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
491399
Datum publicatie
22-11-2022
Datum vergadering
15-12-2022
Nummer
22 - 226
Hoofddocument
Jaaverslag Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Zaltbommel Gelders genootschap
Afzender
Gelders genootschap
Onderwerp
Jaarverslag Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Zaltbommel
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Zaakcode
490010
Datum publicatie
21-11-2022
Datum vergadering
15-12-2022
Ter attentie van de gemeenteraad Well, 24 november 2022 Geachte raadsleden, N.a.v. contact met ministerie BZK als adviesorganisatie MrGert klacht ingediend bij Nationale Ombudsman. Het ministerie houdt zich naar mijn overtuiging niet aan de Europese wetgeving met als gevolg dat de Nederlandse gemeenten in het beleid m.b.t. rechten van EU-werkers die via het uitzendbureau huisvesting vinden niet voldoen aan wat de Nederlandse wet en de EU-wetgeving van u vraagt; kent voor deze specifieke groep van inwoners van uw gemeente aanzienlijke consequenties. De attractie van de arbeidsmigrant om in Nederland te werken is geld, en meer specifiek, het netto te besteden inkomen. Met 40 uur per week en tegen minimumloon krijgt zij rond de € 350,00 per week betaald. Daar gaat ongeveer € 120,00 per week van af voor huisvesting, zorgverzekering, woon-werkverkeer en overige faciliteiten. Dat houdt in dat zij netto besteedbaar inkomen hebben van ongeveer € 220,00 per week, rond € 1.000,00 per maand. Dit is voor een Nederlandse werknemer niet weggelegd in vergelijkbare ongeschoolde arbeid. De vrees van gemeenten is dat in geval van onvrijwillige werkeloosheid deze arbeidsmigranten beroep gaan doen op sociale faciliteiten. De gemeente geldt als het voorportaal van de sociale zekerheid in Nederland, mits geregistreerd BRP met een verblijfadres.
Het overwegende argument om als gemeente de informatie rond recht van verblijf en daarmee recht op sociale zekerheid niet te communiceren met deze specifieke groep van inwoners. Tegelijkertijd geldt voor vluchtelingen uit Oekraïne een andere realiteit, zij worden bij aankomst per direct opgenomen in de BRP en voorzien van alle relevante informatie rond het (tijdelijk) verblijf. Die angst voor toename van aanvragen rond aanvragen van sociale voorzieningen bij het gemeenteloket is ongegrond. Arbeidsmigrant zal niet snel besluiten gebruik te maken van haar rechten om als werkzoekende te verblijven met inbegrip van een sociale uitkering. De werkgever betaalt het verblijf niet meer en zegt de zorgverzekering op. Dat betekent dat de arbeidsmigrant op datzelfde adres in het kader van het recht op verblijf een zelfstandige overeenkomst voor verblijf aan zal moeten gaan. Dat gaat dan over huur, energie, eventuele gemeentelijke lasten plus dat men zelf een verplichte zorgverzekering dient af te sluiten. Waarmee het netto te besteden inkomen van ongeveer € 220,00 per week terugvalt naar bijstandsniveau van rond de € 70,00 per week. Als dit als keuze wordt voorgehouden dan zal de arbeidsmigrant hier niet voor kiezen, want dat kan hij in eigen land ook verdienen. Zijn streven zal er op zijn gericht dat hij een andere werkgever zal vinden.
Arbeidsmigranten mijden liever contact met overheden dan zich daar te melden. Als de gemeente in overleg en afspraak met het uitzendbureau tot overeenstemming komt dat zij haar arbeidsmigranten eveneens zal informeren over haar rechten en zich in zal spannen om in geval van onvrijwillige werkeloosheid elders te werk worden gesteld dan mag een arbeidsmigrant dit uiteraard weigeren maar hij is dan vrijwillig werkeloos, dat heeft aanmerkelijke consequenties voor de sociale zekerheid. Vanaf 2010 betrokken bij huisvesting en verblijf van vele duizenden arbeidsmigranten, te vaak getuige geweest van de radeloosheid van jonge mensen uit Oost-Europese EU-landen die van het ene moment op het andere geen verblijf meer hadden en geen enkel idee wat te doen. Gevolg tenten in het bos, human interest verhalen in de media over de kwetsbaarheid, misbruik et cetera van deze groep. Het is eveneens mijn ervaring dat arbeidsmigranten graag klagen en dan flink overdrijven omdat zij denken dat er iets te halen zou zijn. Redelijk vaak contact gehad met crisisopvang omdat er een verwarde jonge man of vrouw was binnen gebracht door politie en men geen idee had waar hij of zij vandaan kwam.
Gezorgd voor iemand die kon tolken maar als bekend was dat er geen zorgverzekering meer was dan met wat pillen weer op straat. Dat moeten we als samenleving niet willen. Als onafhankelijke adviesorganisatie college en de gemeenteraad op de hoogte stellen van de realiteit van de problematiek. Om inzicht te geven. Mijn streven is om u te informeren over de Nederlandse- en Europese wetgeving als voldoende argument om vervolgens gebruik te maken van de oplossing die ik u hierbij presenteer. Naar mijn mening moet de gemeente overtuigd zijn van haar vooraanstaande rol bij de huisvesting van deze aanzienlijke groep van tijdelijke bewoners. Dat houdt wat mij betreft in dat u de verhuurders dan pas toestemming geeft voor de verhuur aan de arbeidsmigranten mits de werkgevers zich verplichten om, zoals het EU-directoraat generaal voor de werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie duidelijk stelt, al haar EUwerknemers in de eigen taal te wijzen op haar rechten en de procedure over hoe die rechten te verkrijgen. Daarbij informeert de gemeente de arbeidsmigranten die huisvesting vinden door het uitzendbureau deze inwoners eveneens over haar rechten en procedure volgens een Inclusie Verklaring in de eigen taal.
Zonder nadelige gevolgen voor de gemeente neemt u verantwoordelijkheid en spreekt in eerste instantie de werkgevers/huisvestingsorganisatie aan op hun verantwoordelijkheid en voldoet u aan de NL- en EUwetgeving waar het gaat om de inclusie van deze EU-werkers/burgers. Als onafhankelijke adviesorganisatie heb ik het op mij genomen om zowel de Nederlandse wetgeving als de Europese wetgeving te consulteren op basis waarvan ik kom tot het advies. Gemeente die gebruik wil maken van het advies, i.c. de Inclusie Verklaring kan dat doen, tegen betaling van € 1.750,00 ex BTW per gemeente. Uiteraard bereid om met uw gemeente afspraak te maken om te komen tot beleid, informatie, dit op basis van afspraak die ik graag met u maak. U bent van harte uitgenodigd op mijn adres, inclusief koffie, koekje, gratis. Of bij u, kan ook, tegen betaling van € 200,00 voor reis- en verblijfkosten. Hierna treft u aan de verwijzingen en bronnen met betrekking tot de relevante wetgeving. Mocht het zo zijn dat de gemeente alsnog geen aanleiding ziet voor aanpassing van beleid dan behoud ik mij alle rechten voor, inclusief verzoek aan voorzieningenrechtbank om zich uit te spreken in kort geding.
De EU-arbeidsmigrant/werker/burger heeft met arbeidsovereenkomst en verblijfadres recht op verblijf, zoals omschreven in Europese wetgeving: Artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) omschrijft het recht op verblijf. Voorts Artikel 3, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU); artikel 4, lid 2, punt a), en de artikelen 20, 26 en 45 tot en met 48 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Hiermee kan zij aanspraak maken op de socialezekerheidswetgeving van ons land: De EU-verordeningen betreffende de coördinatie van de sociale zekerheid nr. 883/2004 en nr. 987/2009 gaan uit van het fysieke begrip "werk", d.w.z. dat de lidstaat waar het werk fysiek wordt verricht, verantwoordelijk is voor de sociale zekerheid van de werknemers. EU-Directoraat Generaal voor werkgelegenheid, sociale zaken en inclusie: The residence and social rights of involuntarily unemployed EU workers in the host Member State, including the retention of the status of ‘worker’, were interpreted and explained by the Court of Justice of the EU in the “Alimanovic case”.
Dismissed workers retain the residence right and the status of worker – with the entitlement of being provided national minimum subsistence income if they do not have another sufficient income or savings – for at least six months after their last employment had ended in the host Member State if they are registered as job seekers and actively cooperate with national employment office.
Niet naleven van de EU-wetgeving is een zaak die voorgelegd moet worden aan de nationale rechtbanken, zie daartoe quote van Directoraat-Generaal voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Inclusie: Dear Mr Meijboom, the European Commission is aware that the above described rights of mobile EU workers are sometimes not respected by certain employers or user undertakings. The enforcement of the rights at national, local and individual level in concrete employment relationships remains an issue. However, the application and the enforcement of EU and national law (possibly implementing EU legislation) is primarily the competence of national competent institutions and courts. In order to increase the cooperation among Member States, the enforcement of mobile EU workers’ rights and promote fair labour mobility in the EU, the European Commission proposed and EU legislator adopted in 2019 the establishment of European Labour Authority (ELA). Nederlandse wetgeving. Ministerie SZW: Arjan de Klerk Deputy Head Terms of Employment and Labour Migration Division at Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Onjuistheden in de informatievoorziening Een EU-burger die in Nederland komt werken is verplicht zich in te schrijven bij de bevoegde autoriteit binnen vier maanden na aankomst. Dat is niet correct. Zie voor verdere informatie 5. onder c.
De plicht om aangifte te doen van verblijf in Nederland geldt vanaf dag 1 van vestiging in Nederland, als diegene verwacht langer dan vier maanden in Nederland te verblijven. Binnen vijf dagen na vestiging dient de persoon zich in dat geval bij zijn gemeente te melden voor de inschrijving. Dan toetst gemeente of er sprake is van rechtmatig verblijf en of de persoon zich kan identificeren. Voorts: Binnen 12 maanden werkeloos geraakt en werkzoekend Diezelfde verlengtermijn van een extra zes maanden rechtmatig verblijf onder de hierboven genoemde voorwaarden geldt ook voor EU-burgers die tijdens de eerste 12 maanden onvrijwillig werkloos raakten, mits zij zich na ontslag inschrijven bij het UWV. De werkloos geraakte EU-burger behoudt in de tijd dat hij als werkzoekende staat ingeschreven zelfs de status van “werknemer” voor tenminste zes maanden als gevolg van de EU Richtlijn. Door deze verlengde status als werknemer kan een werkzoekende EU-burger die al in Nederland gewerkt heeft, aanspraak maken op meer voorzieningen dan een werkzoekende EU-burger die nog geen werk heeft gehad in NL. Een EU-burger die als gevolg van werk sociale premies heeft betaald, kan in deze zes maanden aanspraak maken op een WW-uitkering. Rechtsgronden: Artikel 8.12, eerste lid, sub c.
van het Vreemdelingen besluit Artikel 7.3.c van de EU Richtlijn 2004/38 EU-burgers die (meestal via hun werkgever) sociaal verzekerd zijn en voor hun ontslag minimaal 26 van de 36 weken hebben gewerkt, hebben recht op 3 maanden WW-uitkering. De WW-uitkering kan alleen langer dan 3 maanden verstrekt worden, als er in de laatste 5 jaar 4 jaar is gewerkt. HvJ EG 26 april 1991, C-292/89, ECLI:EU:C:1991:80 (Antonissen), punt 21. HvJ EU 15 september 2015, C-67/14, ECLI:EU:C:2015:597 (Alimanovic), punt 58. Ingevolge art. 11 lid 2 Pw wordt met een Nederlander, bedoeld in het eerste lid [zijnde een Nederlander die niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien en derhalve recht heeft op bijstand van overheidswege] gelijkgesteld: de in Nederland wonende vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft in de zin van art. 8 onder a tot en met e en l Vw, met uitzondering van de gevallen bedoeld in art. 24 lid 2 Richtlijn 2004/38/EG. Een van de in art. 24 lid 2 Richtlijn 2004/38/EG genoemde gevallen is de werkzoekende (in de zin van art. 14 lid 4 onder b Richtlijn 2004/38/EG) die kan bewijzen dat hij nog immer werk zoekt en een reële kans maakt werk te vinden. Zie verder Stb. 2006, 215, p. 19, 20 en 51.
Nederlandse gemeenten weten waar deze EU-arbeidsmigranten in hun gemeente verblijven. Sinds januari 2022 geldt voor alle gemeenten het volgende besluit, genomen door ministerie BZK. In mijn opdracht uitgezocht door het Amsterdamse advocatenkantoor Prakken d’Oliveira: Waar de gemeente voorheen over de ambtshalve bevoegdheid beschikte om iemand zo nodig in te schrijven op een briefadres, is dat met ingang van 1 januari 2022 omgezet in een wettelijke verplichting daartoe. In de Memorie van Toelichting op het voorstel van wijziging van de BRP staat daarover: “Dit betekent dat zodra het college op de hoogte wordt gesteld van de aanwezigheid van een persoon in de gemeente die niet als ingezetene met een woonadres in de BRP is ingeschreven (maar gezien zijn feitelijk en rechtmatig verblijf wel als ingezetene in de basisregistratie zou moeten worden opgenomen) en zelf niet in staat of bereid is tot aangifte van een briefadres, het college ambtshalve dient over te gaan tot opneming van een briefadres van deze persoon. De verwachte duur van het verblijf van de betrokken persoon in de gemeente is daarbij per definitie niet relevant [een voorwaarde als het hebben van regiobinding met de gemeente is hier niet van toepassing, advocate].
Het gaat er immers uitsluitend om dat deze als ingezetene (met een briefadres) in de basisregistratie wordt ingeschreven.” De intentie van deze Europese wetgeving wordt duidelijk gemaakt door het advocatenkantoor Prakken d’Oliveira, en wel als volgt: U constateert dat EU-arbeidsmigranten die onvrijwillig werkeloos geraken doorgaans direct met lege handen op straat belanden. Feit is echter dat het Europeesrechtelijk systeem juist zo is ingericht om dat te voorkomen. Het Europees recht bepaalt dat een EU-arbeidsmigrant die onvrijwillig werkeloos geraakt, de status van “werknemer” nog enige tijd behoudt mét recht op (bepaalde) sociale voorzieningen. Mits de betrokkene voldoet aan bepaalde voorwaarden, loopt dit door tot ten minste zes maanden nadat de laatste baan in de gastlidstaat is geëindigd.
Die voorwaarden staan in artikel 7 lid 3 van Richtlijn 2004/38/EG: Voor de toepassing van lid 1, onder (a), behoudt een burger van de Unie die niet langer werknemer of zelfstandige is, in de volgende gevallen zijn status van werknemer of zelfstandige: (a) hij is als gevolg van ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt; (b) hij bevindt zich, na ten minste één jaar te hebben gewerkt, in naar behoren vastgestelde onvrijwillige werkloosheid en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven; (c) hij bevindt zich in een toestand van naar behoren vastgestelde onvrijwillige werkloosheid na afloop van een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor minder dan één jaar of hij is in de eerste twaalf maanden onvrijwillig werkloos geworden en heeft zich als werkzoekende bij de bevoegde dienst voor arbeidsvoorziening ingeschreven. In dit geval blijft de status van werknemer ten minste zes maanden behouden; (d) hij start met een beroepsopleiding. Behalve in geval van onvrijwillige werkloosheid is voor het behoud van de status van werknemer in dit geval een verband vereist tussen de voorafgaande beroepsactiviteit en deze opleiding. (Relevant voor het onderhavige advies zijn dan sub (b) voor EUarbeidsmigranten die langer dan één jaar in Nederland werken, en sub (c) voor EU-arbeidsmigranten die minder dan een jaar in Nederland werken.) 17.
Zoals u in uw Analyse terecht schrijft, komt het er dus op neer dat als een EU-arbeidsmigrant onvrijwillig werkeloos geraakt, zich als werkzoekende inschrijft en zich ervoor inspant vervangend werk te vinden, die persoon ten minste zes maanden aanspraak behoudt op sociale werkzoekende inschrijft en zich ervoor inspant vervangend werk te vinden, die persoon ten minste zes maanden aanspraak behoudt op sociale voorzieningen. Dit bevestigde ook de heer Genton van de Europese Commissie aan u. Volledigheidshalve merk ik hier op dat voor zover gesteld zou worden dat een beroep op sociale voorzieningen reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht, dat niet klopt. Artikel 14 lid 1, Richtlijn 2004/38/EG schrijft weliswaar voor dat EU-burgers hun verblijfsrecht in een gastlidstaat behouden zo lang zij geen “onredelijke belasting vormen voor het socialebijstandsstelsel van het gastland”. Een beroep op sociale voorzieningen levert op zichzelf echter geen ‘onredelijke belasting’ op van dat het socialebijstandsstelsel die reden kan zijn voor beëindiging van het verblijfsrecht.14 Een EU-burger die in een gastland verblijft en aldaar (nog) de status van “werknemer” heeft zoals hier aan de orde, is op grond van artikel 14 lid 3 juist uitgezonderd van de regel in artikellid 1.
Werkeloosheid van een EU-arbeidsmigrant levert dus geen reden op om diens verblijfsrecht zonder meer te beëindigen. 19.
Het systeem is zo ingericht dat het de mogelijkheden voor EU-burgers om in andere lidstaten werk te zoeken bevordert. Het voorziet er in dat verband in dat EU-arbeidsmigranten in geval van onvrijwillige werkloosheid niet meteen met lege handen staan in hun gastlidstaat. Integendeel, de gastlidstaat is verplicht om binnen bepaalde (wettelijke) grenzen te voorzien in een sociaal vangnet voor deze personen zodat zij ook de ruimte hebben om vervangend werk te zoeken. Resumerend is het zo dat voor zover de gemeente inschrijving in de BRP weigert tenzij de betrokkene een huurof koopovereenkomst kan tonen, dit getuigt van een onjuiste toepassing van de Wet BRP en taakopvatting. Specifiek ten aanzien van EU-arbeidsmigranten levert het ook de onfortuinlijke situatie op dat het er in de praktijk toe leidt dat hen de toegang tot de sociale voorzieningen waar zij recht op hebben (en voor betalen) wordt geblokkeerd. Van bovenstaande heb ik juridische analyse gemaakt, verzonden naar ministerie. Zie hier de reactie van de toenmalige bijzonder adviseur van het ministerie van Binnenlandse Zeken, de professor doctor Jaap Uilenbroek. De reden dat men niet handhaaft is de complexiteit en de kwetsbare positie van deze EU-arbeidsmigranten. Naar mijn overtuiging komt de kwetsbaarheid voort uit het niet informeren van de EU-burgers: REACTIE MINISTERIE VIA DE MAIL Van:
Verzonden: dinsdag 2 november 2021 13:43 Aan: Gert Meijboom Onderwerp: RE: arbeidsmigranten Geachte heer Meijboom, Ik heb uw email via-via ontvangen en doorgestuurd naar de heer Roemer. Hij heeft kennis genomen van uw email en mij gevraagd namens hem contact met u op te nemen. We delen uw juridische analyse, constateren ook dat een groot verschil bestaat tussen het hebben van rechten en het effectief kunnen uitoefenen van deze rechten. Juist doordat arbeidsmigranten een relatief kwetsbare groep zijn en een afhankelijke positie hebben op de arbeidsmarkt, is het voor hun moeilijk om hun rechten te effectueren. Het brede advies uitgebracht door de heer Roemer schenkt hier ook expliciet aandacht aan, naast vele andere aspecten. Het advies is door het kabinet overgenomen, maar op enkele onderdelen laat het demissionaire kabinet verdere besluitvorming aan het nieuwe kabinet, waarbij nieuwe wetgeving nu al wel wordt voorbereidt. Met vriendelijke groet, Bijzonder adviseur Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties professor doctor Jaap Uijlenbroek.
Ergo: Als verantwoordelijk bestuur en orgaan van uw gemeente ben ik er van overtuigd dat gezien uw vooraanstaande positie t.a.v. deze specifieke groep van EU-burgers er een redelijke noodzaak is om hen evenzo humaan en maatschappelijk verantwoord te behandelen als bijvoorbeeld dat ook wordt gedaan met mensen die uit de Oekraïne hier een veilig onderkomen zoeken. Tot slot van dit schrijven hoop ik dat u in wilt zien dat ik uit ben op een gezonde relatie en toekomst voor de vele EU-werkers die in Nederland cruciaal werk verrichten en dat ik de door mij opgedane expertise graag in wil zetten ten behoeve van een gezonde samenleving op basis van de vigerende wet- en regelgeving. MrGert G.J.H. Meijboom
Aan: De gemeenteraad en college van Zaltbommel Per email: info@zaltbommel.nl
Gorssel, 23 november 2022 Betreft: Behoud Apotheekhoudende Huisarts om landelijk gebied leefbaar te houden Bijlage: Manifest Behoud de Apotheekhoudende Huisarts
Geachte leden van de Gemeenteraad, In uw gemeente zijn 2 apotheekhoudende huisartspraktijken gevestigd. Het voortbestaan van de apotheekhoudende huisarts staat onder grote druk. De Tasforce Oost (apotheekhoudende huisartsen), LHV, V&VN, ActiZ, de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, Nederland Zorgt Voor Elkaar, KBO-PCOB en ANBO benadrukken in een Manifest hoe cruciaal de apotheekhoudende huisarts is om het landelijk gebied leefbaar te houden. Wij richten ons met deze brief en bijgaand Manifest tot de gemeenteraden waar een apotheekhoudende huisarts gevestigd is, met de oproep om het voortbestaan van die huisartsenpraktijk(en) veilig te stellen. Onmisbaar Meer dan 1 miljoen Nederlanders zijn voor hun huisartsenzorg afhankelijk van één van de 320 apotheekhoudende huisartspraktijken in ons land. In één op de drie gemeenten, vooral in de landelijke gebieden, zijn apotheekhoudende huisartsen gevestigd. Zo ook in uw gemeente. Vooral voor oudere en minder mobiele mensen is de combinatie van een huisarts die direct de medicatie met deskundige zorg levert, essentieel. Deze huisarts is immers laagdrempelig en dicht bij de patiënt, kent diens achtergrond en houdt daar rekening mee middels persoonlijke zorg en fungeert als gids in het wijde zorglandschap. Onder grote druk De apotheekhoudende huisartsen staan onder grote druk: Veel huisartsen gaan de komende jaren met pensioen.
Het is nu al heel moeilijk om opvolgers te vinden die in de meer dunbevolkte delen van ons land een praktijk willen overnemen. Apotheekhoudende huisartsen hebben te maken met een wirwar aan farmaceutische afspraken met alle afzonderlijke zorgverzekeraars, die voor de medewerkers van deze praktijken gepaard gaan met een forse toename van bureaucratie Veel apotheekhoudende praktijken zijn te klein om alleen met het inkomen uit de huisartsfunctie het hoofd boven water te houden. Als de apotheek verdwijnt, dreigt dat meteen ook voor de huisartspraktijk. Bij het wegvallen van de apotheekfunctie wordt dit ook voor opvolgers minder aantrekkelijk. Zorgverzekeraars verkennen de mogelijkheden om distributie van medicijnen onder te brengen bij landelijke apotheekketens en grote logistieke bedrijven om kosten te besparen. Ook dat heeft nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering van apotheekhoudende huisartsenpraktijken. Kettingreactie Het verdwijnen van apotheekhoudende huisartspraktijken veroorzaakt vaak een kettingreactie waardoor ook andere zorgverleners in het dorp het onderspit delven. Een fysiotherapeut bijvoorbeeld huisvest graag dicht bij een huisartspraktijk. Ook zijn er voorbeelden van dorpshuizen die in financiële problemen geraken omdat de apotheekhoudende huisartspraktijk dreigt te verdwijnen .
Het Manifest In het bijgevoegde Manifest vragen wij dringend aan de verantwoordelijke partijen om maatregelen te nemen, gericht op een toekomstbestendige apotheekhoudende huisartsenzorg in de dorpen. Door het Manifest hebben we als werkgroep een eerste gesprek gevoerd met het ministerie van VWS en met de Nederlandse
Zorgautoriteit. Daarmee is het vraagstuk op de agenda gezet, maar dat alleen helpt ons niet verder. Er is werkelijke verandering nodig. Bijvoorbeeld om het sterk economisch dwingende karakter van contracten voor apotheekhoudend huisartsen aan te passen. De zorgverzekeraars spelen daarin een belangrijke rol. Zij zouden een aangepast inkoopbeleid van farmaceutische zorg voor apotheekhoudende huisartsen moeten gaan hanteren met minder regeldruk. Wat vragen we van u? De gemeente heeft een brede verantwoordelijkheid voor de leefbaarheid en vitaliteit van haar dorpen en buurten. Wij vragen u als gemeenteraad om uw invloed aan te wenden zodat de verantwoordelijke partijen nu echt komen tot een bekostigingssysteem, waarmee de apotheekhoudende huisartsenpraktijk ook in uw gemeente kan voort bestaan. Daarnaast kunt u als gemeente zelf een bijdrage leveren door de vestigingsvoorwaarden voor (apotheekhoudende) huisartspraktijken in uw gemeente zo gunstig mogelijk te maken. Wanneer u vragen heeft over het Manifest of met ons in gesprek wilt, kunt u contact opnemen met dhr. Leon Salimans (l.salimans@kpnmail.nl ) of dhr. Rutger Frankhuisen (rutgerfrankhuisen@gmail.com).
Namens de landelijke werkgroep behoud Apotheekhoudende Huisartsen,
Ben van Essen
Utrecht, 21 november 2022
Geachte griffier, Het bestuur van de VPPG heeft in de brief van 14 oktober jl. aandacht gevraagd voor de uitvoering van het Besluit van 20 juni 2014 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers geldend van 01-01-2019 t/m heden. Op 20 oktober 2022 heeft de Rechtbank Limburg uitspraak gedaan in de zaak tussen raadslid Har Peters van de gemeente Echt-Susteren en de raad van deze gemeente (bijlage) De rechter boog zich over de volgende vraag: “Is de gemeenteraad bevoegd om op het verzoek om vergoeding van de contributie aan de VPPG te beslissen?” Gemeenteraad Echt-Susteren De raad had al in november 2016 besloten dat het Rechtspositiebesluit 2014 in strijd is met artikel 95 lid 2 Gemeentewet. Op basis van dit artikel zou de raad uitsluitend bevoegd zijn regels te stellen waar het gaat om de financiële voorzieningen aan raadsleden. De raad had toen al geen boodschap aan het advies van de bezwarencommissie die aangaf dat de raad onbevoegd is. Overigens voldeed het raadsvoorstel ook niet aan de artikelen 169 lid 1, 170 lid 1d en 180 lid 2 van de Gemeentewet. Landelijk een veel gehoorde klacht dat de raad onvoldoende wordt geïnformeerd bij de besluitvorming. De VPPG is in 2016 tegen dat raadsbesluit in beroep en hoger beroep gegaan.
Zowel de Rechtbank Limburg als de Raad van State hebben toen besloten de zaak van de VPPG niet in behandeling te nemen. Zij kozen voor machtsbescherming in plaats van rechtsbescherming vergelijkbaar met de toeslagenaffaire. Blunder Nederlandse Vereniging voor Raadsleden (NVvR) Op 16 december 2019 verzocht raadslid Peters het college van B&W om op basis van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers de contributie rechtstreeks over te maken naar de onafhankelijke beroepsvereniging VPPG. Het college verwees het verzoek naar de raad en die weigerde opnieuw de contributie aan de VPPG te betalen. Daarbij wees de raad naar het herziene Rechtspositiebesluit van januari 2019. Ook baseerde de grootste fractie zich op het advies van de aan de VNG gelieerde NVvR: “Het raadsvoorstel klopt”. Het verzoek van de VPPG om deze blunder te herstellen werd door de NVvR geweigerd. Kwalijke rol minister en VNG De uitspraak van de Rechtbank Limburg laat zien dat heel veel gemeenteraden al sedert 2014 in strijd hebben gehandeld met het Rechtspositiebesluit. Ook is hiermee pijnlijk blootgelegd de kwalijke rol van de minister van BZK en het bestuur van de VNG. Zij weigerden immers de beslissing van de Rechtbank Noord-Nederland in de twee zaken tegen het College van B&W Weststellingwerf te erkennen. Zij maakten
bekend dat er een nieuw besluit zal volgen waarbij de eisen aan een beroepsvereniging stringenter worden geformuleerd om de VPPG te ontmantelen. Dat nieuwe Rechtspositiebesluit van januari 2019 is in strijd met het gelijkheidsbeginsel en de vrijheid van vereniging zoals in de brief van 14 okt. jl. is verwoord. Het maakt de bedoeling van de minister en de VNG overduidelijk namelijk de lokale partijen ontmoedigen en afdelingen van de landelijke partijen versterken. Een ernstig politiek feit dat helaas door veel griffies niet onderkend werd. Raadsleden hebben geen enkele bemoeienis met de vrijheid van de collega’s om zelf een keuze te maken voor een beroepsvereniging. De onafhankelijke VPPG is een beroepsvereniging Allereerst is naar het oordeel van de Rechtbank Nederland Noord van belang dat de VPPG voldoet aan de in het normale taalgebruik gebruikte betekenis van de term 'beroepsvereniging'. In het woordenboek Van Dale wordt 'beroepsvereniging' omschreven als een vereniging van personen die eenzelfde beroep uitoefenen. De vereniging bestaat blijkens haar statuten uit leden die allen het beroep van raadslid uitoefenen. Dat de VPPG zich met name richt op raadsleden die lid zijn van een lokale politieke partij maakt dit niet anders. Daarbij is relevant dat de politieke kleur van de lokale politieke partij voor het lidmaatschap niet van belang is.
Er is geen gemeenschappelijk programma en er zijn geen gemeenschappelijke standpunten. Anders dan verweerder (College B&W Weststellingwerf) meent is daarom naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een politieke organisatie. Met andere woorden, de VPPG is een beroepsvereniging. Dus niet wat de minister en de VNG beweerden een politieke partij. Advies Nu het nieuwe verenigingsjaar 2023 nadert raden wij u aan om zorgvuldig om te gaan met de wensen van ieder raadslid over hun persoonlijke keuze voor belangenbehartiging en ondersteuning via een beroepsvereniging. Op 31 december 2020 waren 4181 raadsleden collectief en 270 individueel aangemeld bij de NVvR. Hier is niet alleen sprake van strijd met het Rechtspositiebesluit maar vooral een ongelijke behandeling met flinke financiële gevolgen voor de VPPG. Met vriendelijke groet, Namens het bestuur, Fons Zinken, wetenschappelijk bureau VPPG info@vppg.nl PS: Het bestuur gaat ervan uit dat deze brief en de uitspraak op de lijst van ingekomen stukken wordt geplaatst en liefst ook besproken wordt in het presidium.
Jaarverslag 2020–2021
Zaltbommel Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
Wilt u meer weten? Contactpersoon Ir. Mirjam Steins Functie adviseur ruimtelijke kwaliteit Telefoon 026 442 17 42 Email m.steins@geldersgenootschap.nl Website www.geldersgenootschap.nl
Dit is een uitgave van het Gelders Genootschap ©
Sjef van Elk
Voorwoord
Bij het schrijven van dit voorwoord realiseer ik mij, onder wat voor een bizar gesternte dat plaatsvindt. Het jaar 2021 stond voornamelijk in het teken van een pandemie. Waar het kabinet besloot om beperkende maatregelen op te heffen, verkeert de wereld in schok en in grote onzekerheid en zorg over de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Ik nam de moeite om alle vergaderingen van uw Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK)
inwerkingtreding. Bijvoorbeeld omdat de Omgevingswet de urgentie van klimaatadaptatie erkent. Ook om het omgevingsloket te introduceren als centraal punt waar digitale informatie over de leefomgeving samenkomt. Mijn advies is verder om niet alleen naar binnen gericht te kijken. Ik nodig gemeenten uit om waar mogelijk onderwerpen ook gezamenlijk binnen de Regio Rivierenland op te pakken. Tot 2030 worden er 100.000 woningen per jaar gebouwd. Ook ligt er een ambitie van het kabinet om kantoren en winkelpanden te transformeren naar woningen. Verder denkt het kabinet na over het neerzetten van tijdelijke woningen voor de huisvesting van jongeren, daklozen en vluchtelingen. Een geweldige kwantitatieve maar ook kwalitatieve uitdaging, waarin de CRK graag een rol speelt. Ik wens u veel plezier bij het lezen van het jaarverslag 2021. Graag ben ik bereid om met de leden van de commissie een wandeling met de verantwoordelijk wethouder en raads- en burgerleden te maken.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
Sjef van Elk, voorzitter Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Rivierengebied
over 2021 nog eens de revue te laten passeren. Trots ben ik op het werk van deze commissie dankzij de ambitie van de Colleges van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraden van gemeenten in de Regio Rivierenland. Want wat kreeg de commissie een hoeveelheid plannen voor advisering voorgelegd. Er werd voornamelijk digitaal vergaderd. Waar thuiswerken het advies was vond de commissie dat zij daar ook een voorbeeldfunctie in had. De CRK waardeert het als mensen of organisaties de moeite nemen om de vergaderingen van de commissie te bezoeken. Ook vindt de commissie dat die moeite moet worden beloond. Daartoe bied ik die mensen of een woordvoerder van een organisatie enkele minuten spreektijd. Vervolgens nodig ik de leden van de CRK uit om bij hun advisering rekening te houden met hetgeen door insprekers is ingebracht. Daarmee anticipeert de commissie in feite op de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet, die grote waarde hecht aan participatie. Over de Omgevingswet gesproken, die is opnieuw uitgesteld tot 1 januari 2023. De vraag dringt zich langzamerhand op of de wet nog wel in werking treedt. Ik pleit voor
Voorzieningenstrook Waluwe III Zaltbommel
Praktijkschool De Brug 1 | Structuurkaart stedenbouwkundig plan Waluwe III
2 |Stedenbouwkundige situatie met groen-blauwe as
3 | Voorlopig ontwerp praktijkschool
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 De afgelopen jaren zijn er twee prominente gebouwen gerealiseerd op de voorzieningenstrook aan de rand van het deelgebied Waluwe III in Zaltbommel. Waluwe III vormt de laatste fase in de ontwikkeling van het gehele woongebied de Waluwe. De voorzieningenstrook vormt de beëindiging van dit gebied aan de noordoostzijde. In deze strook zijn al een tweetal schoolgebouwen gerealiseerd. Met de ontwikkeling van de praktijkschool en het zwembad wordt de voorzieningenstrook verder ingevuld. Qua architectuurbeeld wordt er aangesloten op de bestaande schoolgebouwen. Beide plannen zijn opgebouwd als een eenduidig volume, waarbinnen met materialisering, kleurstelling en vormgeving een eigen identiteit aan het gebouw is toegevoegd.
Zo is de praktijkschool georiënteerd aan de nieuwe ontsluitingsweg van Waluwe III. Het gebouw bestaat aan de voorzijde uit een plint van metselwerk, met daarboven een houten gevel, welke een golvende beweging maakt in de dakrand. In het structuurplan van Waluwe III is er een sterke blauw-groene as in het plangebied opgenomen. De praktijkschool ligt samen met het waterplein aan het einde van deze as. Hier is op ingespeeld door de dakrand ter plaatse van deze zichtas een accent te geven in de golfbeweging. Daarnaast is er op deze plek in de gevel na advies van de commissie een duidelijke verbijzondering in de raampartijen gemaakt met een gekleurde omkadering. De ruimte rondom de school is als integraal onderdeel van het onderwijsontwerp meegenomen. Hierin bevinden zich allerlei
Voorzieningenstrook Waluwe III Zaltbommel
4 | Ligging aan groen-blauwe as met op de voorgrond het waterplein
5+6 | Rood omrand raamaccent op de zichtas linkerzijde, rechterzijde de hoofdentree
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 elementen die het praktijkonderwijs ondersteunen zoals moestuinen en werkplaatsen. Verderop in het jaarverslag wordt de uitwerking van het sportcomplex met zwembad nader toegelicht.
Ontwerp Schaap en Sturm Architecten
Mirjam Steins
Terugblik
Mirjam Steins
Hoewel het fysiek vergaderen de afgelopen jaren teruggebracht is tot minimale contactmomenten heb ik het samenwerken met de gemeente Zaltbommel als intensief en betrokken ervaren. Ondanks het feit dat onze dagelijkse werkwijze door Covid19 radicaal overhoop is gehaald, is het onderlinge contact zeker niet uit het oog verloren. Sterker nog, de mogelijkheid om digitaal plannen (voor) te bespreken met initiatiefnemers en ambtenaren, buiten het reguliere mandaatoverleg om, heeft een extra dienstverlening aan ons werkpalet toegevoegd.
Ook zien we dat er bij nieuwe initiatieven al in een vroeg stadium door de gemeentelijke projectleiders afstemming gezocht wordt met de commissie, waardoor er bij de start van de planvorming al over ruimtelijke kwaliteit wordt nagedacht. Dit is een positieve ontwikkeling die ook goed aansluit bij de transitie naar het nieuwe werken met de aanstaande Omgevingswet. Zo is er met de gemeente regelmatig overleg over nieuwe initiatieven die ruimtelijke consequenties met zich meebrengen, zoals de beeldkwaliteit voor nieuw te ontwikkelen woonwijken als De Meander in Nederhemert. De advisering verandert hiermee van een beoordeling achteraf naar een meer begeleidende en sturende rol tijdens het ontwerp- en ontwikkelproces.
Een andere ontwikkeling die wij in de gemeente zien zijn de duurzaamheidsmaatregelen die bewoners treffen aan hun woning. Dit gaat van het na-isoleren van buitengevels en daken, tot het plaatsen van zonnepanelen. De antwoorden op deze opgave vragen vanuit ruimtelijk perspectief om maatwerk. Hiervoor is het directe contact met de gemeente en de initiatiefnemer van groot belang. Graag denken wij mee over de mogelijkheden die deze ontwikkelingen bieden voor het in stand houden en verbeteren van de omgevingskwaliteit in Zaltbommel.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
Al in 2019 merkten we op dat de bouwwereld op volle kracht aan het draaien was. Het aantal aanvragen is de afgelopen jaren sterk toegenomen en hoewel vooraf niet verwacht, heeft de Covid19 crisis hieraan geen halt toegeroepen. Ook het afgelopen jaar is te zien dat veel initiatieven aan de gemeente voorgelegd zijn en het aantal bouwaanvragen onverminderd door blijft lopen.
Voorzieningenstrook Waluwe III Zaltbommel
Sportcomplex met zwembad De Sportwaard 2 | Visualisatie ontwerp
Ten zuiden van de praktijkschool is het zwembad met sportzalen gerealiseerd. Het uitgangspunt voor het sportcomplex is om een zachte, groene inbedding in de omgeving te maken, zodat er een natuurlijke overgang ontstaat tussen het gebouw met de naastgelegen parkeerterreinen en het aan de zuidzijde van het plangebied geprojecteerde park. Het grote, langgerekte volume dat het sportcomplex op deze plek nodig heeft is als een sculptuur ontworpen. De entree van het gebouw is in het midden geplaatst en loopt van oost naar west. De sportfuncties zijn als volumes aan de entree gekoppeld en verspringen ten opzichte van elkaar. Hierdoor ontstaat er een samenspel van verschillende vormen in de gevels. Ten zuiden van de entreezone zijn de zwembadfuncties georganiseerd en ten noorden
de sporthalfuncties. De materialisatie van de gevels is ingezet om de sculpturale opzet van het gebouw visueel te versterken door keramische tegels te combineren met een bronskleurige, gladde metaalbeplating. Het contrast tussen de matte keramische steen en de metaalbeplating benadrukt het sculpturale ontwerp.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
1 | Structuurkaart stedenbouwkundig plan Waluwe III, met locatie sportcomplex
De ontwikkeling van Waluwe III is in volle gang. Door in de structuurfase integraal de positie, vormgeving, materialisering en kleurstelling van nieuw te ontwikkelen bebouwing nauwkeurig af te stemmen op de toekomstige gebiedsontwikkeling is er een kwalitatieve beëindiging aan de noord-oostzijde van het plangebied ontstaan, waar de toekomstige ontwikkeling naadloos op aan kan sluiten. De integrale
Voorzieningenstrook Waluwe III Zaltbommel
3 | Inbedding van het gebouw in groen park met waterbuffer
4 | Gevel als sculptuur
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 bewaking van dit overzicht tijdens de planvorming is voor de eindkwaliteit van het totale gebied van groot belang en de commissie zet zich hier dan ook vol overtuiging voor in.
Ontwerp Slangen+Koenis Architecten Visuals DMOO 5 | I Hoofdentree
Werkwijze
Uiteraard heeft het online vergaderen evidente beperkingen en was de communicatie op die manier niet altijd optimaal. Toch hebben we de indruk dat we de meeste aanvragers naar tevredenheid hebben kunnen helpen. Het online werken geeft extra mogelijkheden om op verzoek buiten de reguliere overleggen om initiatieven te bespreken. Ruimtelijke kwaliteit: zoeken naar balans De commissie adviseert het college van B&W over ruimtelijke kwaliteit in brede zin. Dat zijn niet alleen wettelijke adviestaken zoals welstand en monumenten. Die thema’s zijn immers nauw verweven met thema’s als cultuurhistorie, landschap, stedenbouw, openbare ruimte en duurzaamheid. Tezamen
geeft dit inhoud aan kwaliteit en dat bepaalt ook de ruimtelijke identiteit van een kern, wijk of gebied. De gemeente heeft dit vertaald in ambities en beleid, zoals de Welstandsnota (2017) en de Aanvullende welstandscriteria zonnepanelen en -collectoren bij monumenten en in het Rijksbeschermde stads- en dorpsgezicht (2020). Per gebied is vastgesteld wat hiervoor de gewenste kwaliteit is. Dat verschilt van wijk tot wijk: in een woonomgeving kan meer dan in een cultuurhistorisch waardevol gebied. Voor de commissie vormen deze kaders altijd het vertrekpunt bij advisering. Praktijk De meeste plannen worden onder mandaat van de commissie door de adviseur ruimtelijke kwaliteit– secretaris-deskundige –afgehandeld. Complexe, grootschalige plannen schuiven door naar de ‘grote’ commissie die multi-disciplinair is samengesteld: architectuur, landschap, stedenbouw en (op afroep) duurzaamheid. Het afgelopen jaar zagen we meerdere plannen met een duurzaamheidsaspect of in de sfeer van de energietransitie. En die trend
zet ongetwijfeld door! Als commissie zijn we daarbij goed geëquipeerd om telkens af te wegen hoe duurzaamheidsingrepen kunnen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit en tegelijk tegemoet komen aan de gemeentelijke doelstellingen inzake duurzaamheid. Vooroverleg Het mandaatoverleg met de adviseur ruimtelijke Kwaliteit vindt wekelijks plaats in afwisselend het gemeentekantoor van Zaltbommel en het gemeentekantoor van Maasdriel of online. Dat is ook het moment om plannen in vooroverleg met initiatiefnemers te bespreken. Dit in aanwezigheid van de behandelend ambtenaar van de omgevingsdienst. Bij plannen met een monumentenaspect of in cultuurhistorisch waardevolle gebieden, wordt het plan behandeld in de Monumentencommissie. Na goedkeuring in deze commissie, wordt het advies verder in het welstandsmandaat afgerond.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
2020/2021 waren bijzondere jaren voor de CRK, die door corona bijna helemaal in het teken stonden van online vergaderen via Teams of Zoom. Gelukkig was de omschakeling van fysiek naar digitaal snel gemaakt en werd er in korte tijd een werkbare structuur gevonden. Dit met dank aan de welwillende houding en flexibiliteit bij de gemeente, omgevingsdienst en aanvragers.
Werkwijze Zicht op de voormalige scheepswerf
alles binnen de kaders van het gemeentelijk welstandsbeleid en de specifieke toetsingskaders die voor ontwikkellocaties zijn vastgesteld.
stedenbouwkundige opzet van een nieuwe woonwijk. Dialoog en begeleiding De werkwijze van de adviseur ruimtelijke Kwaliteit en van de commissie is altijd gebaseerd op dialoog met en begeleiding van initiatiefnemers en opdrachtgevers. Dit
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 Advisering over RO / beleid Naast advisering over plannen wordt de commissie bij gelegenheid door de gemeente gevraagd om te adviseren over beleidsmatige, stedenbouwkundige en RO-vraagstukken. Dit gaat bijvoorbeeld om aanpassingen in het bestemmingsplan ten behoeve van een particulier initiatief of om de
Doel van dit oplossingsgericht en transparant adviesproces is dat initiatiefnemers maximaal worden gestimuleerd om met hun plan bij te dragen aan ruimtelijke Kwaliteit. Bij voorkeur wordt het overleg over nieuwe ontwikkelingen of particuliere aanvragen fysiek met de initiatiefnemer op locatie of in het gemeentekantoor besproken. Tijdens het werken op afstand is het afgelopen jaar echter ook gebleken dat digitale (tussen-)overleggen met medewerkers van de gemeente en initiatiefnemers een plan op kortere termijn snel verder kan brengen. In de toekomst is het aanbieden van zowel fysieke als digitale project-overleggen wenselijk, zodat er sneller geschakeld kan worden, daar waar dat mogelijk is.
Herbouw van 16 sociale huur woningen
Schoolstraat, Zuilichem 1 | Situatietekening herstructurering
2 | Bestaand straatbeeld
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 Het bestaande plangebied aan de Schoolstraat in Zuilichem bevat 16 twee-onder-een kapwoningen welke als een naoorlogse planmatige ontwikkeling zijn gerealiseerd. De bestaande woonblokken zijn parallel aan de straat gelegen en zijn opgebouwd uit één bouwlaag met een zadeldak, waarbij de nokhoogte varieert tussen de blokken. De architectuur is kenmerkend voor de wederopbouwperiode door de repeterende sobere vormgeving en detaillering. Aan de overzijde van de straat ligt een meer gevarieerd bebouwingsbeeld. Met de herstructurering van deze 16 woningen streeft woningcorporatie De Kernen ernaar om een brede doelgroep van senioren, 1-2 persoons huishoudens en kleine gezinnen te huisvesten, waardoor er een
Herbouw van 16 sociale huur woningen
4 | Gevelaanzicht woningen
mix in bewonersgroepen ontstaat die de woonstraat toekomstbestendig maken. De bestaande woningen zijn in deze herstructureringsopgave vervangen door 4 nieuwe bouwblokken, waarin per blok een tweetal verschillende plattegronden met een eigen beukmaat en woningdiepte zijn ondergebracht. Door het clusteren van de woningen in 4 bouwblokken ontstaat er ruimte om tussen deze blokken in een parkeerkoffer aan te leggen met een ruime groenstrook. Hierdoor wordt het parkeren in de straat ontlast. De woningen bestaan uit één bouwlaag met mansardekap, waarbij er per bouwblok één woning met dwarskap wordt gerealiseerd. Bij de architectuur van de woningen staan traditionele materialen als baksteen en gebakken pannen centraal, met aandacht voor een kwalitatieve detaillering en materialisering, zoals de overstekken van de
daken en de gevelopeningen. Daarnaast worden de kopgevels in de blokken verbijzonderd door deze ook in de gevel te laten verspringen en de bakstenen gevel hier wit te schilderen. In overleg met de commissie is deze oplossing tot stand gekomen. De kopgevels onderbreken hierdoor de lengte van het bouwblok en geven de woonblokken een eigen karakter in de woonstraat. Met de herontwikkeling van deze woningen krijgt het wonen aan de Schoolstraat een nieuwe impuls met versterking van een gevarieerd sociaal woonprogramma.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
3 | Nieuw straatbeeld
Ontwerp Tankens Projectonwikkeling B.V. Opdrachtgever Woningcorporatie De Kernen
Uitbreiding en vernieuwing
Kerkelijk centrum Kerkpad 4, Aalst 2 | Visual ontwerp kerkelijk centrum
Het bestaande gebouw aan het Kerkpad in Aalst ligt op loopafstand van de dorpskerk, ingebed tussen verschillende woonpercelen. In het plan wordt het bestaande gebouw uitgebreid met een nieuw tweelaags bouwvolume in de bestaande verspringing van het gebouw aan de voorzijde van het pand. Doordat het bestaande gebouw ver van de doorgaande weg ligt wordt de zichtbaarheid van het kerkelijk centrum met deze uitbreiding sterk verbeterd en daarmee ook de ruimtelijke relatie die het centrum heeft met de dorpskerk. In het plan wordt het gehele bestaande gebouw meegenomen in de nieuwe, frisse uitstraling van de uitbreiding. De architect heeft hierbij gekozen voor een moderne, eenduidige vormentaal, die ingetogen is zowel qua vormgeving als in kleurgebruik. Door deze uitbreiding en renovatie
verbetert de functionaliteit van het gebouw wat ruimte geeft aan de gebruiksmogelijkheden van de kerkgemeenschap.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
1 | Bestaand gebouw
Het transformeren van bestaand vastgoed met een relatief eenvoudige uitbreiding en een onderhoudsinvestering maakt van dit project een goed voorbeeld van de kwaliteitsimpuls die bestaande panden kunnen genereren in omgevingen waar nieuwbouwlocaties niet of sporadisch voorhanden zijn.
Ontwerp Ermstrang bouwkundig ingenieursbureau
Samenstelling
Commissie Vlnr | Hanny Heetman, John van Dijk, Sjef van Elk
De samenstelling van de commissie in 2020 en 2021 was als volgt:
Ambtelijke ondersteuning / Omgevingsdienst Ing. E.F. (Emo) van Halsema
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
Voorzitter S. (Sjef) van Elk Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit ir. M. (Mirjam) Steins Architect ir. J. (John) van Dijk Landschapsarchitect ir. J.N. (Hanny) Heetman Adviseur duurzaamheid (op afroep) A. (Amar) Sjauw En Wa – Windhorst MSc.
Renovatie en uitbreiding voormalig bankgebouw
Tolstraat Zaltbommel 2 | Nieuwe situatie 2022
Binnen het Rijksbeschermd stadsgezicht van Zaltbommel is de voormalige SNS-bank herbestemd tot woongebouw, met daarin verschillende appartementen. Het hoofdgebouw van de voormalige bank kon hierbij als bouwvolume gehandhaafd blijven. In de gevels zijn wijzigingen aangebracht voor de nieuwe woonfunctie. Het aan de linkerzijde gelegen eenlaagse bouwdeel is in het bouwplan vervangen door een nieuw pand dat visueel opgeknipt is in twee asymmetrische puntgevels. Met de inbreiding van de nieuwe woonfunctie op deze locatie wordt voorzien in de grote behoefte aan woningen in de binnenstad van Zaltbommel. De nieuwbouw naast het voormalige bankgebouw voorziet hier in belangrijke mate in. Om de nieuwbouw aan te laten sluiten bij de kleinschalige, pandsgewijze opbouw van de binnenstad
is er gekozen om het bouwvolume uit te voeren als twee volumes met topgevel. Tussen de topgevels is er een schuin aflopend dakvlak opgenomen, zodat er voldoende woonoppervlakte gerealiseerd kan worden. Na intensief overleg met de commissie is er in de uitwerking van het plan veel aandacht besteed aan de parcellering binnen het bouwblok door een zorgvuldige uitwerking van de zijaansluiting op de bestaande bebouwing en de beëindiging aan de achterzijde. Zo verspringen de twee topgevels aan de achterzijde en zijn de balkons en de dakkapel duidelijk als onderdeel van het pand uitgewerkt, conform het advies van de commissie. De nieuwbouw is hiermee een succesvolle inbreiding binnen de historische context van het bouwblok aan de Tolstraat.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
1 | Bestaande situatie 2018
Renovatie en uitbreiding voormalig bankgebouw
Ontwerp Bouwkundig Adviesbureau Verwijst 4 | Nieuw straatbeeld 2022
5| Asymmetrische topgevels
6 | Ontwerpimpressies achterzijde
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
3 | Bestaand straatbeeld 2018
2020
2021
In cijfers
In cijfers
Onder mandaat van de commissie zijn door de adviseur ruimtelijke kwaliteit
Onder mandaat van de commissie zijn door de adviseur ruimtelijke kwaliteit
151 252
plannen als vooroverleg en plannen als definitieve
54%
Van deze plannen werd van de 1e aanvragen ter plekke van een positief advies voorzien.
Voor
46%
was een wijziging nodig.
De voltallige commissie behandelde in totaal plan.
1
plannen als vooroverleg en plannen als definitieve
aanvragen behandeld, deels in aanwezigheid van de aanvrager of ontwerper.
52%
Van deze plannen werd van de 1e aanvragen ter plekke van een positief advies voorzien.
Voor
48%
was een wijziging nodig.
De voltallige commissie behandelde in totaal plan.
1
Bedrijfsgebouw op De Wildeman
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021
aanvragen behandeld, deels in aanwezigheid van de aanvrager of ontwerper.
136 267
Buitendijks wonen
Ontwikkeling Buitenstad, Zaltbommel 1 | Overzicht definitief ontwerp Buitenstad
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 De afgelopen jaren hebben de ontwikkelingen rondom Buitenstad, de nieuw te ontwikkelen woonwijk op de voormalige scheepswerf aan de rand van het rijksbeschermde stadsgezicht van Zaltbommel, niet stilgestaan. In 2019 is het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp vastgesteld in de gemeenteraad, waarna de voorbereidingen voor de bestemmingsplanprocedure in gang zijn gezet. In de zomer van 2020 is het voorontwerp bestemmingsplan aan de inwoners van de gemeente gepresenteerd tijdens een inloopavond. Rekening houdend met de reacties die hierop ontvangen zijn is het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan verder uitgewerkt tot een definitief ontwerp. Bij de totstandkoming van dit plan is de door de gemeente samengestelde klankbordgroep, welke sinds 2018 actief is en waarin
verschillende bewoners en afgevaardigden van belangengroeperingen uit de binnenstad zitting hebben genomen, in 2020 en 2021 meerdere malen geïnformeerd. Daarnaast is er een Werkgroep Ruimtelijke Kwaliteit door de gemeente in het leven geroepen, waarin het stedenbouwkundige plan en het beeldkwaliteitsplan gedurende de uitwerking van het definitief ontwerp uitgebreid besproken en beoordeeld is. In deze werkgroep hebben de stedenbouwkundige van de gemeente en twee adviseurs van het Gelders Genootschap zitting genomen. Per themasessie is afhankelijk van het onderwerp een deskundig ambtenaar uit het projectteam bij de werkgroep aangesloten. Zo is er een integraal adviesproces ontstaan, waarbinnen ruimte is voor een brede en tegelijkertijd gedetailleerde inhoudelijke beoorde-
Buitendijks wonen
2 | Maquette inloopavond voorontwerp bestemmingsplan
3+4 | Impressie binnengebied en plein aan haven richting de landtong
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 ling van het plan, dat door zijn omvang en (buitendijkse) locatie een grote complexiteit heeft. Het definitief ontwerp heeft een hoog ambitieniveau, wat de komende jaren omgezet zal gaan worden in concrete bouwprojecten. Ook de aansluiting van de Buitenstadontwikkeling op de stadswal en historische binnenstad, welke gezien wordt als een cruciale schakel, wordt in opdracht van de gemeente verder uitgewerkt. Een nog op te richten kwaliteitsteam zal zich gaan richten op de beoordeling van de nog uit te werken deelplannen, zodat de hoge ambitie ook gerealiseerd kan worden. Ontwerp wUrck architectuur stedenbouw landschap
Aanbevelingen Nieuwe invulling gevel in historisch karakter
Regionaal spelen er grote opgaven in het rivierengebied. De dijkverzwaringen zijn daar een voorbeeld van, maar ook de woning- en verduurzamingsopgave zijn onderwerpen met een grote impact op de regionale agenda. Graag ondersteunen wij de gemeente ook bij vraagstukken op regionale schaal met onze lokale en inhoudelijke expertise.
Zaltbommel
Jaarverslag 2020–2021 Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)
De gemeente Zaltbommel heeft veel planaanvragen binnen een groot werkgebied. Online werken geeft veel voordelen, maar complexe situaties zijn toch het beste fysiek te bekijken. Zeker ook bij verkennende projecten, omdat er dan een ander gesprek met de initiatiefnemers ontstaat. Daarnaast is fysiek overleg op locatie goed om het contact met de verschillende kernen en deelgebieden te behouden.