CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijst ingekomen stukken 25 mei 2023 (april)

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen22.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een overheid die serieus werk maakt van leren, zorgt er voor dat kritische feedback wordt ont­ vangen, dat die informatie ook daadwerkelijk wordt begrepen en besproken, dat verbetermaatregelen werkelijk worden uitgevoerd en dat geleerde lessen niet worden vergeten. Een lerende overheid zorgt dus voor de noodzakelijke feedbackloops. Het heeft ook betrekking op de eigen organisatie met terug­ koppelingsmechanismen: het is nodig de kennisinfrastructuur op de juiste plekken in te richten met kennismakelaars op de goede plek. Eigenlijk is het heel simpel: van leren word je beter.

49

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Voorbeeld: small wins Diepgaande verandering komt vaak juist niet groots en meeslepend tot stand, maar eerder door een accumulatie van kleine betekenisvolle stap­ jes – zogenoemde small wins. Rond dit uitgangspunt is de ‘small wins’ aanpak ontwikkeld, die concrete handelingsperspectieven biedt voor actoren met een transitie ambitie. Deze aanpak kijkt naar wat er al goed gaat, met welke interventies je dat kunt versterken, versnellen en ver­ diepen, en hoe je hardnekkige taboes kunt doorbreken. Deze benadering vergt een bijzondere governance structuur met een accent op gevari­ eerde netwerken en bescheiden, maar gepassioneerd leiderschap.52

Voorbeeld: actieonderzoek Actieonderzoek, ook wel handelingsonderzoek genoemd, is een vorm van onderzoek doen waarin betrokkenen in een organisatie of netwerk samen bepaalde complexe vraagstukken in hun organisatie onderzoe­ ken en proberen te begrijpen, maar daarin ook verandering proberen te realiseren. Actieonderzoek heet weliswaar onderzoek, maar verschilt van meer traditionele vormen van onderzoek doen doordat het doel ervan is om verandering te realiseren: de bruikbaarheid en toepasbaarheid van resultaten in de praktijk staat dus voorop.

Complexe en onzekere processen waarmee transities gepaard gaan, zijn gebaat bij een omgeving die openstaat voor lerend evalueren.53 De methode van lerend evalueren draait om de samenwerking tussen onderzoekers en partijen die betrokken zijn bij het beleid. De evaluatie wordt al tijdens de ont­ wikkeling en de uitvoering van beleid uitgevoerd in plaats van achteraf. De betrokkenen kunnen zo de opgedane kennis en inzichten direct gebruiken om het beleid bij te sturen. Deze methode is vooral relevant om de effectivi­ teit en werking van het beleid rondom complexe opgaven, zoals transities, te evalueren.

52 Denkbaar is overigens de stelling dat juist sterk leiderschap nodig is om deze ruimte om te leren (kleine stapjes, meer tijd, vallen en opstaan) te bepleiten en te verdedigen. 53 Zie ook Lerend evalueren | PBL Planbureau voor de Leefomgeving, geraadpleegd 21 septem­ ber 2022.

50

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Voorbeeld: lerend evalueren Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het VU Athena Instituut voeren een lerende evaluatie uit van het Interbestuurlijk Programma Vitaal Platteland (IBP VP). Het doel is om samen met betrokken partijen uit regio’s en het programma te leren over de wijze waarop de ambitie van het IBP VP in de praktijk vorm krijgt. Het onderzoeksspoor lerend evalueren is ingericht om kennis en ervaring op te halen, over zowel de inhoudelijke opgaven als over anders werken. In een lerende evaluatie komen ‘evalueren’ en ‘leren’ samen. Het gaat om het in beeld brengen van de bijdrage van beleidsinterventies aan de doelen én om het stimu­ leren van beleidsgericht leren daarover. ‘Leren’ in dit verband betekent reflectie op de eigen werkwijze, op de aannames en ideeën over pro­ blemen, oplossingen en de eigen rol bij het adresseren daarvan. Lerend evalueren vraagt om een andere werkwijze van alle betrokkenen: meer afstemming, gezamenlijke betrokkenheid en eigenaarschap en een dui­ delijke rolverdeling.54

Aanbeveling: richt verbeterprocessen in volgens principes van ­feedbackloops en lerend evalueren.

advi e s – samenwerking over muren heen: door silo’s heen breken en leren van een ander Lerende overheid: over muren heen De overheid is veelal georganiseerd in subsystemen met eigen taken en bevoegdheden, waarin iedereen vaak doet wat nodig is. Een lerende overheid echter kijkt over de muren van subsystemen heen. Zij is gericht op het geza­ menlijk opdoen van ervaring, kennis en normatief inzicht die licht kunnen werpen op de ‘ongetemde’ problematiek en om het kritisch beoordelen daar­ van. Onderzoek, veldexperimenten, systematische vergelijking van wat elders al bedacht, ontwikkeld of mislukt is, kunnen in leerprocessen een belangrijke rol spelen. Leerprocessen kunnen positief worden beïnvloed door integraal en met meerdere partijen samen te werken, het aanpassingsvermogen te vergro­ ten en goede besluitvorming onder onzekere omstandigheden te ontwikkelen.

54 Vergelijk Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en Planbureau voor de Leefomgeving (2020).

51

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Voorbeeld: DuurzaamDoor Het programma DuurzaamDoor is ondergebracht bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. DuurzaamDoor brengt overheden en maat­ schappelijke initiatieven samen. Leren en samenwerken staan hierin centraal: het bouwen van netwerken, het verbinden en delen van leer­ ervaringen met als doel het versnellen van duurzame ontwikkelingen.

In sommige gevallen bieden bestaande institutionele contexten voldoende ruimte om te leren. Maar ook instituties zelf moeten zich aanpassen en mee­ bewegen, juist ook in transities. Wat tot voor kort, bijvoorbeeld bij landbouw, werd gezien als legitieme denkbeelden (schaalvergroting) en instituties die daarachter zitten (landbouwsubsidies, bankleningen, sectorbelangen), zijn nu onderdeel van het probleem. Ook de overheid is daar onderdeel van: beleid­ smakers die bezig zijn met transities moeten ook naar zich zichzelf kijken. Dat vraagt om zelfreflexief leren, niet om nieuwe kennis op te doen, maar om te reflecteren op het waarom van je handelen.

Aanbeveling: organiseer leerprocessen en leernetwerken waarin meerdere partijen integraal samenwerken en op het eigen handelen reflecteren.

advi e s – kritische en nieuwsgierige houding en gedrag bij medewerkers Lerende overheid: houding en gedrag55 Echt leren in transities vraagt meer dan jezelf een ‘lerende organisatie’ te noemen. Het gaat ook om houding en gedrag van de medewerkers. Alleen een organisatie met kritische en nieuwsgierige medewerkers zal een lerende organisatie zijn. Leren stelt in staat tot beter handelen, ander gedrag of ander beleid. Het leren van medewerkers moet in het teken staan van de doelen en de taken van de overheid. Leren is het vergroten van het vermogen om bete­ kenis te geven aan feiten. Medewerkers leren als ze kennis verwerven over een probleem waar ze op dit moment mee bezig zijn. Wie kritisch is op zijn eigen werk, wie nieuwsgierig is, wie zich steeds de vraag stelt waarop al die gedachten zijn gebaseerd, wie om die reden op zoek gaat naar nieuwe kennis, die vergroot zijn begrip van de context, die leert. Leren is dus een manier van werken, van houding en gedrag. 55 Vergelijk Wim Derksen, Leren is vooral een houding | Wim Derksen, geraadpleegd 3 novem­ ber 2022.

52

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Andere factoren die overheidsleren stimuleren zijn het bevorderen van morele reflectie, het trainen van systeemdenken, het verbeteren van de wisselwer­ king tussen wetenschap en beleid, het trainen van besluitvorming onder onzekerheid, het faciliteren van groepsoverleg en het bevorderen van een just culture.56

Voorbeeld: just culture Just culture is een begrip uit de luchtvaart. Dat is een cultuur waarin geleerd wordt van fouten doordat mensen veilig incidenten kunnen ­melden. In de luchtvaart is het voorkomen van ongevallen cruciaal, dus kun je er maar beter van leren voordat dezelfde fout weer wordt gemaakt. Want mensen maken fouten. Niet omdat ze dat willen, maar omdat het mensen zijn en geen machines die je kunt beveiligen. Bij just culture draait het dan ook nooit om de vraag wie er een fout heeft gemaakt. Het gaat om drie andere vragen: 1. Wat ging er fout? 2. Waarom ging het fout? 3. Hoe zorgen we dat het niet nog een keer gebeurt? De vraag wie iets fout deed is niet relevant. Het gaat erom dat iedereen durft te melden dat er iets fout ging of dat er een onveilige situatie is waar het fout kan gaan. En dat de organisatie die melding gebruikt om er iets van te leren en er iets mee te doen om de veiligheid te verbeteren. Leren van ongevallen is goed, tijdig leren van gedrag dat leidt tot onge­ vallen is nog beter.

Aanbeveling: stimuleer houding en gedrag die kritisch en nieuwsgierig zijn en zorg voor aanbod van leerbevorderende activiteiten.

56 Zie ook Raad voor het Openbaar Bestuur (2022b).

53

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

4.4 Aandachtspunten voorbij het leren In deze paragraaf stipt de Raad aandachtpunten aan die verder gaan dan de hoofdvraag over leren in transitie. De valkuil van de vicieuze cirkel Bij transities en het veranderen van systemen zijn noodzakelijke innovaties van lange duur. Het vergt het vermogen te anticiperen op het onbekende op lange termijn en op onbedoelde neveneffecten. Dat betekent dat je wordt gedwongen om te leren van fouten. Maar er is sprake van een potentiële ­vicieuze cirkel: transitie vraagt om innovatie, bij innovatie hoort falen en fouten, om falen en fouten tegen te gaan bestaat de neiging tot het stellen van regels (de risico-regelreflex), meer regels moet zorgen voor minder fou­ ten, minder fouten zorgt voor minder innovatie, minder innovatie vertraagt transitie. Grote impact op de schaarse ruimte Bij de energietransitie hebben we het in grote mate over fysieke infrastruc­ tuur: Nederland gaat op de schop. En het speelt op lange termijn. Het gaat om beslissingen met een grote impact op de inrichting van de schaarse ruimte en dan is de tolerantiegrens voor fouten laag: eenmaal gemaakte strategische keuzes voor grote projecten en vergaande inrichting van de fysieke structuur van Nederland mogen niet misgaan. Niet in infrastructurele zin, niet in finan­ ciële zin, niet in maatschappelijke zin.

Want dergelijke systeemveranderingen zijn voor de lange duur en laten zich niet zomaar repareren. De vraag is of er iets of iemand is die het totale overzicht heeft, de pauzeknop kan indrukken als er systemisch iets misgaat? Dat doordenken, bijvoorbeeld door een perio­ dieke review van essentiële mechanismes, maar ook het functioneren van het openbaar bestuur, dat moet worden georganiseerd. Systemische gevolgen Veranderprocessen hebben grote gevolgen. Je moet daar systemisch naar kijken en denken in systemen: een besluit hier in het energiesysteem, heeft gevolgen elders. En het is niet één systeem, meerdere systemen zijn gekop­ peld: het energiesysteem is van grote invloed op het economische systeem, het infrastructurele en vervoerssysteem, het woonsysteem, het klimaatsys­ teem enz. Nadelen Aan transities, ook de energietransitie, zijn onvermijdelijk nadelen verbonden. De donkere kanten vragen om een politiek en maatschappelijk debat: wat is aanvaardbaar? Hoeveel nadeel, risico of verlies is de maatschappij bereid te dragen? En het sociale vraagstuk, hoe zijn de lusten en de lasten van transities verdeeld?57 Het afdekken van de last heeft ook een prijs. 57 Vergelijk Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2023).

54

Literatuur

Andersson Elffers Felix (2020). Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 – 2030. Utrecht: Andersson Elffers Felix. Bekke, Hans, en Jouke de Vries (2001). De ontpoldering van de Nederlandse landbouw: het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1994-2000: Leuven. Boogers, Marcel, Sabine van Zuydam en Julien van Ostaaijen (2021). Regionale verschillen? Verkennend onderzoek naar kenmerken van lokale bestuurscultuur en regionale ­bestuursculturen. Necker van Naem en Tilburg University in opdracht van de Neder­ landse Vereniging voor Raadsleden. Bruijn, Hans de (2007). Een gemakkelijke waarheid. Waarom we niet leren van onderzoekscommissies. Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. Dieperink, Marjolein (2022a). Wordt wetgeving de bottleneck van ons klimaat- en energiebeleid?. in: Ars Aequi juli/augustus 2022. Dieperink, Marjolein (2022b), Zonder visie geen transitie. Het recht als accelerator van de ­klimaat- en energietransitie. Rede uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Klimaatverandering en Energietransitie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, 28 september 2022. Dutch Research Institute For Transitions en Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (2020). Sturing in transities. Een raamwerk voor strategiebepaling.

Den Haag: ­Nederlandse School voor Openbaar Bestuur Minister voor Klimaat en Energie (2022, 25 oktober). Uitvoeringsmiddelen klimaat- en ­energiebeleid. Kenmerk: DGKE-K/22510197. Minister voor Klimaat en Energie (2022, 4 november). Verantwoord omgaan met veiligheid en gezondheid in de energietransitie. Kenmerk: DGKE-DSE/22517363. Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2021). Publicatie-nr. 0621-009. Mintzberg, Henry (1979). The structuring of organizations; A Synthesis of the Research; Prentice Hall, INC. Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en Planbureau voor de Leefomgeving (2020). Leren institutionaliseren. Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en Planbureau voor de Leefomgeving. Ommeren, F.J. van (2004). Schaarse vergunningen. De verdeling van schaarse vergunningen als onderdeel van het algemene bestuursrecht, rede VU. Deventer: Kluwer. Paredis, Erik (2018). Governance van Transities, in: Handboek overheidsmanagement: ­samen werken aan een overheid in beweging. Brugge. Raad van State (2020). Ministeriële verantwoordelijkheid – Een ongevraagd advies van de Afdeling advisering. Den Haag: Raad van State. Raad voor het Openbaar Bestuur (2012), Belichaming kundige overheid. Over openbaar ­bestuur, incidentreflexen en risicoaanvaarding. Den Haag: Raad voor het Openbaar ­Bestuur. Raad voor het Openbaar Bestuur (2020).

Briefadvies Herziening uitkeringsstelsel. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur.

55

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur Raad voor het Openbaar Bestuur (2021). Van Parijs naar praktijk: bekostiging en besturing van de decentrale uitvoering van het Klimaatakkoord. Den Haag: Raad voor het ­Openbaar Bestuur. Raad voor het Openbaar Bestuur (2022a). Van crisis naar opgave. Over de blijvende ­gevolgen van de coronapandemie voor gemeenten en openbare lichamen in Caribisch Nederland. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. Raad voor het Openbaar Bestuur (2022b). Wetenschap en overheidsbeleid. Een spanningsvolle relatie. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur en Boom bestuurskunde. Raad voor het Openbaar Bestuur (2022c). Gezag herwinnen. Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur. Den Haag: Raad voor het Openbaar Bestuur. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2015). SPR-speerpunt Risicocommunicatie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Tweede Kamer, vergaderjaar 1992-1993, 21 427, nr. 41. Tweede Kamer, vergaderjaar 2020-2021, 32 813, nr. 813. Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, 32 813, nr. 974. VVD, D66, CDA en ChristenUnie. Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst, ­Coalitieakkoord 2021-2025, 15 december 2021. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2006). Lerende overheid. Een pleidooi voor probleemgerichte politiek.

Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het ­Regeringsbeleid. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2023). Rechtvaardigheid in klimaat­ beleid. Over de verdeling van klimaatkosten. Den Haag: Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

56

Bijlage I

Adviesaanvraag

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Raad voor het Openbaar Bestuur T.a.v. dhr. drs. J.M.M. Polman Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Behandeld door

Datum Betreft

Adviesverzoek Leren van incidenten in de energietransitie

Geachte heer Polman, Bij de productie en toepassing van energie uit fossiele bronnen bestaan risico’s voor veiligheid en gezondheid, die aan de hand van regulering worden gereduceerd tot aanvaardbare niveaus. Hetzelfde geldt voor risico’s bij de productie en toepassing van duurzame energie. Samen met de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heb ik de Tweede Kamer in augustus van dit jaar geïnformeerd over de verwachte verkleining van veiligheids- en gezondheidsrisico’s als gevolg van het overschakelen naar duurzame energie, en wat dat betekent voor de beleidsvorming. 1

Ons kenmerk DGKE-WO / 21304792 Uw kenmerk Bijlage(n)

Duurzame energie is minder ingeburgerd en heeft dus een grotere nieuwswaarde. Daardoor kan een incident of ongeval met bijvoorbeeld waterstof of geothermie naar verhouding grote aandacht trekken. Dat is enerzijds goed omdat het belangrijk is om te leren en te verbeteren. Maar de keerzijde is dat er druk kan ontstaan om zo snel mogelijk beleidsmatige ingrepen te doen, zelfs voordat bekend is wat er precies is voorgevallen, wat de oorzaken waren en of de ingrepen wel effectief en proportioneel zijn. Dit laatste verschijnsel staat bekend als de risico-regelreflex. Deze valkuil van bestuurlijke overreactie na een incident, waarbij disproportionele beleidsinterventies optreden op basis van voorbarige of te generaliserende conclusies, is door de ROB in 2012 behandeld in zijn advies Belichaming van de kundige overheid. Dat advies was een van de bouwstenen voor de kabinetsbrief uit 2015 over bestuurlijk balanceren met risico’s en verantwoordelijkheden.2 Eerder dit jaar verwees de Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties in een andere context naar dit verschijnsel als “incidentregelreflex”. 3 Ongeacht hoe we deze reflex noemen, hij kan vrij makkelijk opkomen bij duurzame energie. Dat kan leiden tot disproportionele regelgeving waardoor het uitvoeringstempo een vertragende factor wordt in de realisering van de nationale klimaatdoelen.

Voor die doelen is inbreng nodig van alle overheden, dus het is

1 2 3

Kamerstuk 32 813, nr. 813. Brief minister van BZK (Kamerstukken 34 300-VII, nr. 15. Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties (2021), Klem tussen balie en beleid. Pagina 1 van 4

57

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

belangrijk om bestuurders en beleidsadviseurs bij alle overheidslagen te helpen omgaan met deze reflex.

Ons kenmerk DGKE-WO / 21304792

In de periode 2010-2014 zijn veel analyses en handreikingen gemaakt met betrekking tot dit verschijnsel. Daarbij is het perspectief van bestuurders aan bod gekomen, terwijl ook de rol van Kamerleden en van de media is geanalyseerd. 4 Recentere analyses en handreikingen zijn verschenen in bestuurlijke en in industriële kring. 5 Het kabinet heeft in de loop der jaren meermaals aangeduid alert te willen zijn op de risico-regelreflex, zoals in mei van dit jaar.6 De aanleidingen voor dit adviesverzoek zijn als volgt. De indruk bestaat dat de vele bestaande analyses, aanbevelingen en voornemens met betrekking tot deze reflex nog maar beperkt effect hebben gehad. Daar komt bij dat geen van die analyses toegespitst was op de specifieke context van de energietransitie. Bovendien is de maatschappelijke context van beeldvorming en debat de laatste jaren steeds sterker gepolariseerd, onder meer door de opkomst van sociale media. Daarnaast is het bij de energietransitie niet alleen van belang om voorbarige beleidsinterventies te vermijden, maar ook om goed te kunnen leren van incidenten en dat vraagt iets van de manier waarop ongevalsonderzoek wordt opgezet.

7 Mijn adviesvraag is: Wat is een robuuste en bestuurlijk hanteerbare manier om goed te leren van veiligheids- en gezondheidsincidenten bij de energietransitie en tegelijkertijd de risico-regelreflex te vermijden? Wat voor afspraken zouden er gemaakt kunnen worden rond pilotprojecten en eerste implementaties van duurzame energietechnologie (van productie tot gebruik), en tussen welke partijen? Ik zou u erkentelijk zijn als uw advies ook zou kunnen ingaan op deze deelvragen: Deelt de ROB de indruk dat er ondanks alle analyses en handreikingen nog onvoldoende progressie is geboekt met het vermijden van de risicoregelreflex? Zo ja, kan dat samenhangen met een gebrek aan verinnerlijking, onderbelichte aspecten of actoren, tekortkomingen in de aanbevelingen of met de politieke onvermijdelijkheid dat er na een groot ongeval altijd onmiddellijk een grote daad moet worden gesteld? Hoe kunnen bestuurders via afspraken of procedures ruimte scheppen voor een open en lerende houding? Met daarbij ruimte om goed uit te zoeken wat er gebeurd is, en ruimte voor bijvoorbeeld de mogelijkheid dat er geen Zie bijlage achteraan deze brief. Bv. Werkgroep BOVEN (2021), Vragen en antwoorden over de bestuurlijke omgang met veiligheidsrisico’s van de energietransitie. Een handreiking voor bestuurders en raadsleden door bestuurders.

Veiligheid Voorop (2020), Handreiking Beter leren van incidenten in de (petro)chemische industrie. 6 In mei verscheen de kabinetsreactie op het RLI-advies over waterstof (Kamerstuk 32 813, nr. 711). Zie ook kabinetsreactie op ROB-advies Belichaming van de kundige overheid (Kamerstuk 29 362, nr. 218), kabinetsreactie op WRR-advies Evenwichtskunst (Kamerstuk 29 956, nr. 127), brief minister van BZK over bestuurlijk balanceren met risico’s en verantwoordelijkheden (Kamerstukken 34 300-VII, nr. 15) en Ministerie van EZK, Energierapport: transitie naar duurzaam. 7 Vgl. Hans de Bruijn (2007), Een gemakkelijke waarheid. Waarom we niet leren van onderzoekscommissies. 4 5

Pagina 2 van 4

58

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

-

-

-

-

noemenswaardige maatregelen nodig zijn als iets een menselijke fout blijkt te zijn geweest. Kan taalgebruik helpen om de reflex te verminderen? Kunnen actoren buiten de overheid, ondanks hun eigenstandige verantwoordelijkheid, een positieve rol vervullen bij het tegengaan van deze reflex die immers het algemeen belang schaadt? Kan de vraagstelling voor een commissie die ongevalsonderzoek gaat uitvoeren worden toegespitst zonder afbreuk te doen aan de onafhankelijke oordeelsvorming door zo’n commissie? In welke situaties kan het zinvol zijn om het zoeken naar verbetermogelijkheden en aanbevelingen niet op te dragen aan de commissie die de toedracht van het ongeval onderzoekt, maar aan een aparte commissie van deskundigen en praktijkkenners? Is het zinvol om onderscheid te maken tussen kleinere incidenten waarvan makkelijk geleerd kan worden doordat de risico-regelreflex zich niet zo gauw voordoet, en (potentieel) ernstige incidenten waar dat wel het geval is?

Ons kenmerk DGKE-WO / 21304792

Hoewel de adviesvraag is gericht op de energietransitie, zou u kunnen overwegen om ook analogieën vanuit andere domeinen te gebruiken. En wellicht leent deze adviesvraag zich ervoor om een brede basis van expertise bijeen te brengen, net als gebeurde toen in de periode 2010-2014 meerdere adviesraden en tijdelijk toegevoegde raadsleden zich in dit onderwerp verdiepten. Met de ministeries van IenW, BZK, VWS en JenV werken we momenteel aan uitgangspunten voor beleidsmatig omgaan met risico’s van de energietransitie, op initiatief van het ministerie van EZK. Een van die uitgangspunten betreft het reageren op en leren van veiligheids- en gezondheidsincidenten. Daarbij kan alleen gebruik gemaakt worden van de tot nu toe bestaande analyses, die zoals gezegd onvoldoende lijken om de energietransitie een effectieve bestendigheid te geven tegen de risico-regelreflex. Zodoende zouden meerdere ministeries uw advies verwelkomen, dat ik graag rond de zomer tegemoet zou zien. Hoogachtend,

D. Yeşilgöz-Zegerius Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat – Klimaat en Energie

Pagina 3 van 4

59

vallen, opstaan en weer doorgaan – advies van de raad voor het openbaar bestuur

Directoraat-generaal Klimaat en Energie Directie Warmte en Ondergrond

Bijlage. Analyses en beleidsstukken over de risico-regelreflex, voor zover ons bekend (aanvullend op de voetnoten hierboven)

Ons kenmerk DGKE-WO / 21304792

Rapporten van adviesraden: WRR (2011), Evenwichtskunst. Over de verdeling van verantwoordelijkheid voor fysieke veiligheid ROB/RMO (2014), Veiligheid en verantwoordelijkheid in het sociale domein RLI (2014), Risico’s gewaardeerd Wetenschappelijk onderzoek: I. Helsloot en A. Scholtens (red.) (2015), Krachten rond de risico-regelreflex beschreven en geïllustreerd in 27 voorbeelden, Boom Lemma uitgevers Special in Journal of Risk Research (2014): drie artikelen door Macrae, Hesselbein en Van Tol M. Trappenburg, M.J. Schiffelers, G. Pikker en L. van de Camp (2012), De risico-regelreflex vanuit politiek perspectief: Verkennend onderzoek naar de meningen van Kamerleden over risico’s en verantwoordelijkheden, USBO Advies, Universiteit Utrecht ‘Symposium on the Risk Regulation Reflex’, acht artikelen in: European Journal of Risk Regulation (2012) Overige publicaties en films: F. Blanc, D. Macrae en G. Ottimofiore (2015), Understanding and addressing the Risk Regulation Reflex. Lessons from international experience in dealing with risk, responsibility and regulation SDU (2015), Special slotconferentie Besturen met risico’s Ministerie van BZK (2014), Bestuurlijke toolbox Balanceren met risico's en verantwoordelijkheden Vereniging van gemeentesecretarissen (2014), Tien gouden tips voor gemeentesecretarissen K. de Ridder en S. Reinders (2014) Regulering, toezicht en de risicoregelreflex.

Een bestuurskundig essay in het kader van het programma Risico’s en verantwoordelijkheden, Rijksuniversiteit Groningen Ministerie van BZK, Dialogen risico’s en verantwoordelijkheden. Zestien bijeenkomsten met actoren in het risicolandschap, juni 2011 – oktober 2012 (2012) I. Helsloot en J. van Tol (red.), Nieuwe perspectieven bij het omgaan met risico’s en verantwoordelijkheden, Ministerie van BZK 2012 M. Februari (2014), Veiligheid leeft niet bij veiligheid alleen I. Smeets (2014), Onzichtbare gevaren en grote rampen M. Februari (2014), Een oneindig zware kerntaak J. van Tol (2014), ’Omgaan met de risico-regelreflex’ in: P.B. Boorsma en A.E. Ronner (red.), Jaarboek 2013, Nationaal Netwerk Risicomanagement Voor andere documenten en films zie www.risicoregelreflex.nl

Pagina 4 van 4

60

Bijlage II

Geraadpleegde personen

Lies van Aelst, Wethoudersvereniging/Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies Pieter Jelle Beers, Dutch Research Institute For Transitions/HAS green academy Hans de Bruijn, Technische Universiteit Delft Marjolein Dieperink, Vrije Universiteit Amsterdam/AKD Paul ‘t Hart, Universiteit Utrecht Ira Helsloot, Radboud Universiteit Kristel Lammers, Nationaal Programma Regionale Energiestrategie/ Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Anne Loeber, Vrije Universiteit Amsterdam/Athena Institute Rob Smal, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat Jan van Tol, Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

61

Bijlage III

Samenstelling Raad voor het Openbaar Bestuur

Drs. Han Polman, voorzitter Commissaris van de Koning, Provincie Zeeland Prof. dr. ir. Katrien Termeer, vicevoorzitter Hoogleraar Bestuurskunde, Wageningen Universiteit Drs. Angelique Berg Tijdelijk raadslid, directeur-Generaal Centraal Bureau voor de Statistiek Dr. Martiene Branderhorst Algemeen directeur, Gemeente Den Haag Prof. dr. Frank Hendriks Hoogleraar vergelijkende bestuurskunde, Tilburg University Prof. mr. dr. Frank van Ommeren Hoogleraar Staats- en bestuursrecht, Vrije Universiteit Amsterdam Drs. Daan Roovers Docent en filosoof, Universiteit van Amsterdam en Erasmus Universiteit Rotterdam Huri Sahin Burgemeester, Gemeente Rijswijk Drs. Peter Verheij Zelfstandig adviseur en interim-professional publieke sector Drs. Kees Jan de Vet Dijkgraaf, Waterschap Brabantse Delta Drs. Peter Wilms Tijdelijk raadslid, economisch consultant publieke sector

62

Geachte leden van de gemeenteraad, Bijgaande brief hebben wij eind maart aan het college van burgemeester en wethouders gestuurd. Tot op heden hebben wij, buiten een ontvangstbevestiging, nog geen enkele reactie gehad en/of uitnodiging voor een gesprek. De reden waarom we ons nu richten aan u is dat wij urgentie hebben bij het vinden van een oplossing. Voor de zomer is het noodzakelijk om duidelijkheid te hebben over een locatie. Waarom voor de zomer?; Gezien de ervaringen en geleerde lessen bij de organisatie van het carnaval dit jaar op het Schootsveld willen wij ruimschoots de tijd nemen om in gesprek te gaan met omwonenden. Daarnaast moeten wij al snel tenten vastleggen en artiesten boeken om weer een aansprekend programma te kunnen neerzetten. En vanzelfsprekend tijdig de benodigde vergunningen te kunnen aanvragen. Wij vragen aan de leden van de gemeenteraad om het college op te roepen snel actie te ondernemen en met ons samen te zoeken naar een oplossing. In februari dit jaar hebben wij tevens een verzoek om subsidie ingediend bij de gemeente, helaas hebben wij ook op deze brief nog geen reactie gehad. Ter informatie is ook deze brief bij dit email bericht gevoegd. Mocht u nog vragen of opmerkingen hebben, dan horen we dat graag. met vriendelijke groet, Martijn Merks cv De Wallepikkers (voorzitter) 06-51232998

Powered by TCPDF (www.tcpdf.org)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12783021/1