CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2027 - Regionaal Archief Rivierenland

Raadsvergadering 29 januari 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Kaderbrief RAR 20271.528 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Telefoon E-mail Website

J.S. de Jongplein 3 4001 WG Tiel (0344) 612 230 info@regionaalarchiefrivierenland.nl www.regionaalarchiefrivierenland.nl

Aan de Griffies van de gemeenten Buren, Culemborg, West Betuwe, Maasdriel, Neder-Betuwe, Zaltbommel, Tiel.

Datum 19 november 2025 Uw kenmerk Ons kenmerk 1628-31307 Onderwerp Kaderbrief Programmabegroting 2027 van het Regionaal Archief Rivierenland

Geachte raadsleden, geachte collegeleden, Bijgaand ontvangt u de Kaderbrief Programmabegroting 2027 van het Regionaal Archief Rivierenland. Deze kaderbrief is op 30 oktober 2025 door het Dagelijks Bestuur vastgesteld en geeft inzicht in de beleidsmatige en financiële uitgangspunten/kaders voor de Programmabegroting van het Regionaal Archief Rivierenland. Met deze kaderbrief geven wij u als raad vroegtijdig inzicht in de kaders en uitgangspunten voor onze Programmabegroting 2027. Hoewel de Kaderbrief formeel niet zienswijzeplichtig is, kunt u ons uiteraard desgewenst een reactie sturen op de in de bijlage opgenomen kaders en uitgangspunten. Als u er voor kiest om ons een reactie toe te sturen, ontvangen wij die graag vóór 1 maart 2026, zodat we de mogelijkheid hebben om de informatie te gebruiken bij het opstellen van de begroting. U ontvangt onze Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030, zoals gebruikelijk, voor 1 april 2026 zodat u de gelegenheid krijgt de gemeentelijke zienswijze bij de begroting kenbaar te maken. Wij nemen aan u met dit schrijven voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groeten, Namens het Dagelijks Bestuur van Regionaal Archief Rivierenland

Ella Kok-Majewska MBA Directeur/Streekarchivaris Bijlage: - Kaderbrief Programmabegroting 2027 Regionaal Archief Rivierenland

IBAN NL 83ABNA0612578801 BTW NL8089.06.823.B01 BIC ABNANL2A KvK 50372378

Betrouwbaar. Betrokken. Bekwaam

Kaderbrief 2027 Deze kaderbrief beschrijft de uitgangspunten voor de nog op te stellen begroting van 2027. Voor de programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028–2030 worden beleidsmatige, financiële en overige kaders gehanteerd die richtinggevend zijn voor de verdere uitwerking. Met deze kaderbrief ontvangt u – voorafgaand aan het opstellen van de begroting – het concept van de te hanteren kaders. Hiermee bieden wij het bestuur inzicht en sturingsmogelijkheden in de beleidsmatige en financiële uitgangspunten voor de programmabegroting 2027.

1 Beleidskader De begroting wordt opgesteld op basis van: - De Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Archief Rivierenland 2024; - Het Beleidsplan Regionaal Archief Rivierenland 2026-2029; - De wet- en regelgeving waaronder: ▪ Gemeentewet (GW); ▪ Archiefwet; ▪ Besluit Begroting en Verantwoording (BBV); ▪ Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).

1.1

Het nieuwe beleidsplan

Het nieuwe beleidsplan 2026–2029 is in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 18 november 2025 vastgesteld. Het plan vormt een voortzetting van het huidige beleid, met enkele accentverschuivingen. Deze verschuivingen hebben geen financiële impact op de komende begrotingsjaren. Voor de duidelijkheid: het betreft geen nieuw beleid, maar een nieuwe beleidsperiode met een bijbehorend geactualiseerd plan.

1.2

Archiefwet

De inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet is (vooralsnog) voorzien op 1 juli 2026. Deze geactualiseerde wet stelt hogere eisen aan een duurzame informatiehuishouding bij gemeenten. De aanpassingen kunnen gevolgen hebben voor gemeentelijke organisaties, aangezien zij hun archieven eerder dan voorheen in een staat van overbrenging moeten brengen. Omdat de situatie per gemeente verschilt, heeft het RAR dit onderwerp vanaf 2025 als vast agendapunt opgenomen in de Strategische Informatie-overleggen. Hierdoor worden gemeenten tijdig geïnformeerd en ondersteund bij het in kaart brengen van de consequenties voor hun eigen organisatie.

2 Financieel kader programmabegroting en meerjarenraming Hieronder de financiële kaders en richtlijnen die toegepast worden op de programmabegroting en meerjarenraming.

2.1

Indexering

Net al de afgelopen jaren hebben de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in de regio Rivierenland in overleg met de controllers van de gemeentes met elkaar afspraken gemaakt over de systematiek van indexatie van lonen en prijzen. Uitgangspunt hierbij zijn de CPB indexcijfers, zoals opgenomen in de septembercirculaire van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). 2.1.1 Indexering salarissen Algemeen uitgangspunt is dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2027 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari/maart 2026. Cao-afspraken en raming salariskostenstijging Voor de lonen wordt als basis de laatst bekende CAO gehanteerd. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027. Vanaf 1 april 2027 wordt daarom aansluiting gezocht bij de door het CPB geraamde stijging van de lonen (loonvoet sector overheid), die in de door BZK uitgebrachte septembercirculaire is gepubliceerd. De loonkostenindexering wordt dan: Loon indexatie 2027 (totaal) Correctie loonindexatie 2026 Loonindexering 2026 (conform geldende cao sgo) Aangehouden loonindexering in begroting 2026 (conform kaderbrief 2026) Loonindexatie 2027 Loonvoetsector overheid (septembercirculaire 2025)

4,20% -0,90% 2,90% 3,80% +5,10% 5,10%

Ten tijde van de afronding van de begroting 2027, zullen de laatste inzichten worden meegenomen inzake een nieuwe CAO vanaf april 2027. Mocht de CAO langer op zich laten wachten dan zal deze correctie, indien significant, worden verwerkt in de volgende begrotingscyclus. Sociale lasten Uitgangspunt in de kadernota is dat de sociale lasten en pensioenpremies in 2025 en 2026 per saldo niet stijgen. Samengevat gaan we voor loonkosten nu uit van de volgende indexering* Jaar 2027 2028 2029 Loonkostenindex 4,2% 4,2% 4,5% * gebaseerd op de door het CBP uitgebrachte septembercirculaire 2025

2030 4,5%

Prijsindexering kostenbudgetten Bij inkoop- en aanbesteding wordt ingezet op een juiste prijs-/kwaliteitverhouding. Indien mogelijk worden afspraken gemaakt voor de te hanteren inflatie.

De prijsindexering wordt toegepast conform de door het CPB opgestelde cijfers (prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC)) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2025. Om de kostenbudgetten op het niveau van 2027 te brengen conform het CPB moeten we daarvoor ook het jaar 2026 corrigeren. De prijsindexering wordt dan: Prijs indexatie 2027 (totaal) Correctie prijsindexatie 2026 Overheidsconsumptie netto materieel 2026 (conform septembercirculaire 2025) Aangehouden prijsindexering in begroting 2026 (conform kaderbrief 2026) Prijsindexatie 2027 Overheidsconsumptie netto materieel 2027 (conform septembercirculaire 2025)

2,40% +0,20% 2,40% 2,20% +2,20% 2,20%

Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt. Samengevat gaan we voor de prijzen nu uit van de volgende indexering* Jaar 2027 2028 2029 Prijsindex 2,4% 2,2% 2,3% * gebaseerd op de door het CBP uitgebrachte septembercirculaire 2025

2.2

2030 2,3%

Structurele besparing op gemeentelijke bijdrage

Voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 zal het RAR opnieuw zorgvuldig de lasten en baten tegen elkaar afwegen. Waar kostenbesparingen mogelijk zijn, zullen wij die onverkort doorvoeren, zoals wij ook in eerdere jaren hebben laten zien. Tegelijkertijd blijven wij actief zoeken naar creatieve manieren om de inkomsten te vergroten, bijvoorbeeld door het aanboren van andere geldstromen. Extra opbrengsten leveren immers een structurele bijdrage aan het verlagen van de gemeentelijke lasten. Dat dit een reëel aanpak is, blijkt uit de vorige meerjarenraming (2027-2029), waarin al een verlaging van de gemeentelijke bijdrage kon worden gerealiseerd door hogere inkomsten. Op basis daarvan hanteren wij als uitgangspunt dat de totale gemeentelijke bijdrage, na reguliere indexatie en exclusief eventuele wijzigingen door het aantal inwoners per gemeente, het volgende zal zijn: • In 2027 daalt de totale bijdrage met 1,5% ten opzichte van 2025. • In 2028 en 2029 daalt de totale bijdrage met 3,0% ten opzichte van 2025.

2.3

Rentepercentage financiële middelen

Het RAR hanteert op basis van de in 2009 aangetrokken financieringsmiddelen voor investeringen een (gemiddeld) rentepercentage van 4,75%. Dit betreffen annuïtaire leningen welke zijn afgesloten voor de financiering van de bouw met een vaste rente gedurende de gehele looptijd. In de afgelopen periode is reeds onderzocht of eerdere aflossing en afsluiting van een nieuwe financiering met een lagere rente financieel aantrekkelijk was. Hieruit is gebleken dat eerdere aflossing alleen mogelijk is met volledige uitbetaling van de vooraf vastgestelde en berekende rente over de totale looptijd. Dit maakt dat oversluiten/vervroegde aflossing van deze lening niet tot financiële voordelen zal leiden.

2.4

Weerstandsvermogen

Het uitgangspunt van het algemeen bestuur is een structurele en reëel sluitende begroting en incidentele tekorten te dekken vanuit de algemene reserve. De geldende ratio van het weerstandsvermogen is door het algemeen bestuur vastgesteld op minimaal 1,0. De hoogte van het weerstandsvermogen is bepaald aan de hand van de risicoanalyse uit 2023, welke is vastgesteld in het algemeen bestuur. Dit betekent voor het RAR een minimaal niveau van weerstandscapaciteit van € 200.000, -.

2.5

BTW

Het Regionaal Archief Rivierenland is btw-plichtig. Het bedrag per inwoner wordt als gevolg hiervan met 21% btw belast. De betaalde btw kan door de deelnemende gemeenten en het waterschap via de zogenaamde compensabele btw worden verhaald.

2.6

Bijdrage per gemeente

Voor het bepalen van de bijdrage per gemeente wordt gebruik gemaakt van de inwonersaantallen per gemeente. Zo wordt er gerekend met het aantal inwoners per gemeente met de peildatum van 1 januari het jaar ervoor. Voor de begroting van 2027 wordt gerekend met de inwonersaantallen van het CBS per 1 januari 2026. Voor de meerjarenramingen rekenen we met dezelfde inwonersaantallen als voor de begroting van 2027, omdat hiervoor geen betere data beschikbaar is.

Samenvatting financiële uitgangspunten ▪

▪ ▪

Samengevat gaan we voor de kosten uit van de volgende indexering en prijsstijging: Jaar 2027 2028 2029 Loonkostenindex 4,2% 4,2% 4,5% Prijsindexatie 2,4% 2,2% 2,3% Rente percentage financiële middelen 4,75% De inwonersaantallen van het CBS per 1 januari 2026.

2030 4,5% 2,3%

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414039/1