CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Kaderbrief 2026 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Raadsvergadering 23 januari 2025, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Kaderbrief VRGZ 20264.368 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kaderbrief VRGZ 2026 Inhoudsopgave 1.

Inleiding ............................................................................................................................... 1

2.

Financiële ontwikkelingen ..................................................................................................... 1

3.

Ontwikkelingen met impact op de VRGZ ................................................................................ 2 2.1 Wijziging wet Veiligheidsregio’s................................................................................................. 2 2.2 Versterking landelijke plannen en samenwerking ..................................................................... 3 2.3 Weerbare samenleving .............................................................................................................. 3 2.4 Effecten klimaatverandering en duurzaamheid ........................................................................ 4 2.5 Toekomstbestendige en adaptieve brandweer ......................................................................... 5 2.6 Effecten onderzoek duurzame inzetbaarheid medewerkers ..................................................... 5 2.7 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) ........................................................................ 5 2.8 Informatievoorziening ............................................................................................................... 6

3. Regionale ontwikkelingen ......................................................................................................... 7 3.1 Regionaal huisvestingsonderzoek vastgoed .............................................................................. 7 3.2 Bluswatervoorziening ................................................................................................................ 7 3.3 Communicatie............................................................................................................................ 7 4. Financiële ontwikkelingen en kaders ......................................................................................... 8 4.1 Omgaan met (financiële) onzekerheid ...................................................................................... 8 4.2 Onderzoek naar kostenverdeelmethodiek ................................................................................ 8 4.3 Belangrijkste risico’s .................................................................................................................. 8 4.4 Indexering .................................................................................................................................. 9 5. Zienswijze.................................................................................................................................

9 Bijlage I ...................................................................................................................................... 10

1. Inleiding De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) is verantwoordelijk voor de brandweer- en, ambulancezorg, meldkamer en rampenbestrijding en crisisbeheersing in de regio Gelderland-Zuid. De wijze waarop wij dat doen en beleidsontwikkelingen die daarbij nodig zijn, beschrijven wij in onze beleidsstukken. Deze cyclus start met het regionaal beleidsplan (RBP) dat een periode van vier jaar bestrijkt. Het RBP voor de jaren 2024-2027 schetst de doelstellingen van de VRGZ aan de hand van drie speerpunten: een sterk netwerk, een weerbare organisatie en het versterken van Informatiemanagement. Het RBP is daarmee leidend voor onze meerjarige ontwikkeling. De doelen uit het meerjarig beleidsplan met de afspraken over de operationele dienstverlening bepalen wat wij in een jaar aan activiteiten ondernemen en wat wij daar aan middelen voor nodig hebben. Daarbij moeten we meebewegen met en aanpassen aan juridische, beleidsmatige, vakinhoudelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om periodieke bijstelling van bestaande of voorgenomen plannen of om nieuw beleid of activiteiten. Met de kaderbrief informeert het bestuur onze gemeenten op hoofdlijnen over dergelijke nieuwe ontwikkelingen, over bijstelling van plannen en over de financiële uitgangspunten en risico’s voor het jaar 2026. De gemeenteraden wordt verzocht op de Kaderbrief te reageren met een zienswijze.

Deze zienswijzen worden meegewogen bij het opstellen van de begroting in het voorjaar van 2025. De begroting wordt vóór 1 april 2025 door het dagelijks bestuur van de VRGZ aangeboden aan de gemeenteraden.

2. Financiële ontwikkelingen De begroting van de VRGZ bestaat uit het programma Crisis- en Rampenbestrijding en het programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV). Het programma RAV heeft betrekking op activiteiten ten behoeve van de ambulancezorg en wordt bekostigd door de zorgverzekeraars. De kosten van de RAV die gemaakt worden door de VRGZ, o.a. communicatie, HR, IV etc., worden met de RAV verrekend en daarmee ook door de zorgverzekeraars betaald. Het programma Crisis- en Rampenbestrijding betreft alle overige activiteiten van de VRGZ. Deze activiteiten worden deels (ong. 15 %) gedekt door een rechtstreeks bijdrage van de Rijksoverheid, via de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) en deels (ong. 85%) door gemeentelijke bijdragen. Op de BDuR-uitkering is door de rijksoverheid in de miljoenennota een korting van 10% aangekondigd vanaf 2026. Dit geldt voor alle BDuR-middelen, ook de middelen bedoeld voor de versterking van crisisbeheersing en informatiemanagement. Het Veiligheidsberaad heeft zijn zorgen uitgesproken over deze voorgenomen bezuiniging en stelt dat een dergelijke bezuiniging op brandweer en crisisbeheersing niet te rijmen is met het benoemen van veiligheid als prioriteit. Of deze korting definitief is, is op dit moment nog niet duidelijk.

Bij het vaststellen van de begroting 2025 heeft het algemeen bestuur reeds besloten de VRGZ een structurele taakstelling op de leggen van € 150.000 vanaf 2025. Indien de voorgenomen korting van 10% op de BDuR wordt doorgevoerd, houdt dit, samen met de reeds door het bestuur opgelegd taakstelling (vanaf 2025), een bezuiniging in van €1,1 miljoen vanaf 2026 voor de VRGZ. Wij realiseren ons dat ook bij gemeenten financiën onder druk staan, zeker vanaf het jaar 2026. Door onze gemeenten is in de zienswijzen op de ontwerpbegroting 2025 een dringend beroep op de VRGZ 1

gedaan om terughoudend te zijn met uitzettingen en maatregelen scherp af te wegen. In het opstellen van de kaderbrief hebben we deze oproep van onze gemeenten meegenomen en scherp naar noodzakelijk ontwikkelingen en activiteiten gekeken. De VRGZ werkt met een strakke begroting, waarin per beleidsdoel staat uitgewerkt waar budget voor wordt ingezet. De begroting wordt aan de voorkant zo goed mogelijk opgesteld met de kennis die beschikbaar is. Weliswaar kende de VRGZ afgelopen jaren overschotten, deze waren incidenteel waar de tekorten structureel zijn. De VRGZ heeft geen ruimte in de huidige begroting om bezuinigingen op te vangen zonder dat er structurele keuzes gemaakt worden. De bezuiniging zal ten laste komen van het programma Crisis- en Rampenbestrijding en zal effect hebben op de taakuitvoering van de crisisbeheersing en de brandweer en daarmee op de veiligheid van de samenleving. Dit betekent dat bezuinigingen direct effect zullen hebben op de dienstverlening door de VRGZ aan de inwoners van onze regio. Dit in een tijd waarbij er meer een beroep wordt gedaan op de Veiligheidsregio’s op het gebied van weerbaarheid in relatie tot onder andere de geopolitiek driegingen. Omdat de VRGZ op korte termijn haar begroting moet opstellen, zullen wij deze bezuiniging nu moeten inboeken.

In afwachting van zekerheid over de financiën zal binnen de VRGZ de komende periode gewerkt gaan worden aan bezuinigingsvoorstellen, waarin ook rekening wordt gehouden met een eventuele verdere taakstelling vanuit de gemeenten. De voorstellen zullen neerkomen op het snijden in de dienstverlening van de VRGZ, met uitzondering van de ambulancezorg. De impact van de voorstellen zal zo concreet mogelijk worden uitgewerkt. Deze voorstellen zullen meegenomen worden in de ontwerpbegroting 2026 die voor 1 april 2025 aan de gemeenteraden wordt aangeboden.

3. Ontwikkelingen met impact op de VRGZ We zien verschillende uitdagingen op de veiligheidsregio’s afkomen. Voor een deel hiervan is op dit moment het effect nog niet of niet geheel duidelijk. Van enkele voorzien wij dat deze in de toekomst extra capaciteit en middelen zullen vragen. We spannen ons uiteraard in om aan de voorkant van uitdagingen en ontwikkelingen aan te sluiten bij landelijke gremia en de samenwerking met andere Veiligheidsregio's actief te zoeken. Dit kost inzet van mensen en middelen. Zonder voldoende middelen zullen we niet meer in staat zijn om mee te bewegen met deze ontwikkelingen, wat uiteindelijk ten koste zal gaan van dienstverlening en toekomstbestendigheid van de vrgz. We lichten de belangrijkste ontwikkelingen hieronder uit.

2.1 Wijziging wet Veiligheidsregio’s In eerdere Kaderbrieven is reeds aangegeven dat Wet Veiligheidsregio herzien wordt. Het wetgevingsproces is nog altijd lopend. Per 1 januari 2026 zal naar verwachting de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s in werking treden. De eerste tranche richt zich met name op de inrichting van het stelsel als geheel en het versterken van de verbinding tussen het lokale, regionale, bovenregionale en nationale niveau, evenals tussen de algemene en functionele ketens. Momenteel loopt een advies (preconsultatie) van deze eerste tranche. Het Algemeen Bestuur VRGZ zal in november zijn advies over deze eerste tranche aan het Veiligheidsberaad geven.

2

2.2 Versterking landelijke plannen en samenwerking Als gevolg van onder andere de evaluatie van de wet Veiligheidsregio’s wordt sterker landelijk samengewerkt onder andere met het opstellen van landelijke crisisplannen, een landelijke agenda crisisbeheersing en een landelijk brandweerzorgplan. Zoals reeds aangegeven heeft iedere vorm van bezuiniging direct gevolgen voor onder andere crisisbeheersing en de brandweer. We zien een duidelijke spanning tussen de reeds aangekondigde korting (10 % BDuR) en de mogelijkheden raken om landelijk en regionaal te werken aan de ambities van de Rijksoverheid en veiligheidsregio’s, zoals opgenomen in de Landelijke Agenda Crisisbeheersing (waaronder ‘het versterken van weerbaarheid’). De Landelijke Agenda Crisisbeheersing zet de koers uit voor crisisbeheersing voor de jaren van 20242029, met daarbij als ambities: het versterken van voorbereiding en paraatheid; versterken van een weerbare samenleving en bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. Op dit moment sluiten de ambities ‘versterken voorbereiding en paraatheid’ en ‘bevorderen van kwaliteit en professionaliteit’ al goed aan bij de speerpunten van de VRGZ zoals deze zijn opgenomen in het Regionaal Beleidsplan 2024-2027.

Zowel Rijk als veiligheidsregio’s moeten hun activiteiten richten op het realiseren van deze landelijk geformuleerde ambities door deze op te nemen in hun beleidsplannen. Bij de toekenning van de extra BDuR-middelen voor versterking crisisbeheersing en informatiemanagement is aangegeven dat deze ook zijn ter uitvoering van de ambities van de landelijke agenda. Aangezien de korting op de gelden ook de versterkingsgelden betreft, zal dit ook effect hebben op de uitvoerbaarheid van initiatieven die in gang zijn gezet om de landelijke aanpak te versterken.

2.3 Weerbare samenleving De komende jaren is de kans op een hybride1 en militair conflict dat de nationale veiligheid raakt relatief groot. Landelijk wordt daarom al intensief gewerkt aan de bescherming van de Nederlandse vitale infrastructuur, aan cyberveiligheid, economische veiligheid, crisispreparatie in het kader van militaire dreigingen en aan de uitwerking van de NAVO-doelstellingen. Alle ministeries brengen versneld in kaart wat nodig is om weerbaar te zijn in geval van een militair conflict. Hiervoor worden ook gesprekken gevoerd met bedrijven en maatschappelijke organisaties. De veiligheidsregio’s zullen gezamenlijk en met hun besturen moeten verkennen welke rol zij hierin kunnen spelen ook met het oog op de belangrijke, nog niet verder gespecificeerde, rol die door de rijksoverheid wordt toebedeeld aan veiligheidsregio’s in deze periode van geopolitieke dreigingen, cyberdreigingen en klimaatverandering. Deze militaire dreiging onderstreept ook de noodzaak voor het versterken van de weerbaarheid van de samenleving onder andere in het voorbereiden op maatschappelijke ontwrichting. Dit richt zich ook op andere ontwikkelingen zoals netcongestie en bijvoorbeeld veilige energietransitie waarbij ook een beroep op onze inwoners wordt gegaan.

Gekeken moet worden welke ontwikkelingen mogelijk zijn voor een landelijke aanpak om de weerbaarheid van de samenleving te versterken en welke rol gemeenten en veiligheidsregio’s hierin kunnen pakken gezien de beschikbare middelen. 1

Hybride oorlogsvoering wordt gezien als een nieuwe vorm van oorlogsvoering, waarbij traditionele militaire middelen worden gecombineerd met niet-militaire middelen, zoals propaganda, cyberaanvallen en desinformatie. Hierbij worden verschillende middelen ingezet om de tegenstander te verzwakken en te ontwrichten, zonder dat er direct militair geweld wordt gebruikt.

3

In november 2024 staat het onderwerp weerbaarheid van de samenleving gepland ter bespreking met het algemeen bestuur van de VRGZ. We verwachten daarnaast in het eerste kwartaal van 2025 meer helderheid over de visie van de Rijksoverheid met betrekking tot wat van zowel gemeenten als de veiligheidsregio’s gevraagd gaat worden met oog op de militaire dreiging.

2.4 Effecten klimaatverandering en duurzaamheid Klimaatverandering heeft een effect op ons werk door bijvoorbeeld extremere waterstanden en toegenomen risico’s van natuurbranden. Daarnaast jaagt klimaatverandering ontwikkelingen aan zoals verduurzaming en ander gebruik van energiebronnen die enerzijds investeringen vragen en daarnaast op hun beurt weer nieuwe risico’s met zich meebrengen. 2.4.1 Natuurbrandbeheersing en weersextremen We zien een toenemend natuurbrandrisico, mede als gevolg van verdroging van natuurgebieden, met een grotere kans op gelijktijdigheid van (grote) natuurbranden met impact op de omgeving. Gezien deze risico’s neemt de VRGZ deel aan het provinciale project voor de gebiedsgerichte aanpak van natuurbrandbeheersing. De benodigde extra capaciteit daarvoor is al geborgd in de begroting 2025. Ook inzet van de betreffende gemeenten is hiervoor noodzakelijk. Daarnaast is een landelijke Visie Natuurbrandbeheersing vastgesteld met een bijbehorend uitvoeringsprogramma. Het Rijk bekostigt het grootste deel hiervan. Of dit tot kosten voor de veiligheidsregio’s gaat leiden is nog een punt van bespreking tussen het Rijk en het Veiligheidsberaad. Het Veiligheidsberaad heeft de Rijksoverheid opgeroepen om landelijk structureel minimaal €5 miljoen bij te dragen aan de versterking van natuurbrandbestrijding.

2.4.2 Veilige energietransitie Aangedreven door klimaatverandering is de overgang naar nieuwe technieken en vormen van energiegebruik in volle gang. Enerzijds is hierbij sprake van schaalvergroting, bijvoorbeeld het toenemend vervoer van gevaarlijke stoffen (zoals waterstof en ammoniak) via weg en spoor. Anderzijds is er sprake van fragmentatie, omdat zich meer risico’s in woonwijk en woningen voordoen (buurtbatterijen, huisaccu’s, zonnepanelen) indien opwekking en opslag ook lokaal plaatsvindt. De energietransitie heeft gevolgen voor de uitvoering van meerdere sectoren. Binnen de VRGZ wordt gewerkt aan het in kaart brengen van risico’s en aan het uitdiepen van de problematiek. Voor de brandweer zien we naast effecten op incidentbestrijding ook effect op advisering en voorlichting op externe veiligheid en gevaarlijke stoffen. Ook andere disciplines raakt het, waar het gaat om vakbekwaam worden en blijven en bijvoorbeeld risicocommunicatie. In 2025 wordt een bestuurlijk gesprek over de Veilige Energietransitie binnen VRGZ gestart. Doel van dit gesprek is om met elkaar de (bestuurlijke) risico’s van de energietransitie te doorgronden en richting aan de aanpak te geven. 2.4.3 Verduurzaming Als gevolg van de Klimaatwet zal de VRGZ aanpassingen moeten doen op het gebied van onder meer mobiliteit en het vastgoed.

Dit betekent onder andere dat het wagenpark, met uitzondering van onze repressieve ambulance en brandweervoertuigen, in fasen, volledig geëlektrificeerd moet worden. De wetgeving schrijft hierin e.e.a. voor maar op verschillende vlakken zullen wij keuzes aan ons bestuur voorleggen, bijvoorbeeld over het tempo waarin het wagenpark vernieuwd moet worden. In de meerjarenbegroting is al deels rekening gehouden met de investeringen voor het wagenpark gezien 4

de hogere kosten van elektrische voertuigen. De keuzen voor tempo en richting zullen bepalend zijn of dit toereikend zal zijn of bijstelling behoeft. Beperkingen aan het landelijke elektriciteitsnetwerk kan de realiseerbaarheid van de elektrificatie van het wagenpark onder druk zetten. Verduurzaming raakt ook onze panden. Met betrekking tot het vastgoed loopt er een traject om tot bestuurlijke richting te komen, onder andere gezien de stijgende kosten die onder andere met verduurzaming van panden te maken hebben.

2.5 Toekomstbestendige en adaptieve brandweer Het organiseren van toekomstbestendige brandweerzorg is één van de vier landelijk afgesproken ‘Grote Werken.’ De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) omarmt hierbij de term ‘adaptieve brandweer’. Een adaptieve brandweer kan wendbaar inspelen op maatschappelijke behoeften en is volledig ingespeeld op aanpassing aan snel veranderende omstandigheden. In het najaar 2024 bespreekt de RCDV hoe dit vorm kan krijgen. Via de samenwerking met de 5 oostelijke veiligheidsregio’s (Oost-5), geeft ook VRGZ-input voor de verdere ontwikkeling hiervan. 2.5.1 Innovatie brandweerzorg Innovatie is een onderdeel van het komen tot een slagvaardige, snelle en wendbare brandweer die over de nodige kennis en materialen kan beschikken om goed en veilig incidenten te bestrijden. Hiertoe werkt de brandweer in opdracht van het bestuur aan een innovatieplan. Dit plan zal worden voorgelegd aan het algemeen bestuur VRGZ. Hiermee kan stapsgewijs beoordeeld worden welke innovatie noodzakelijk is om de operationele dienstverlening nu en in de toekomst op niveau te houden en de werkzaamheden van de medewerkers daarbij zo veilig mogelijk.

2.6 Effecten onderzoek duurzame inzetbaarheid medewerkers De VRGZ heeft een verantwoordelijkheid om medewerkers veilig, verstandig en gezond hun loopbaan te laten vervullen. Om een gedegen beleid voor duurzame inzetbaarheid te kunnen ontwikkelen, is het van belang een onderbouwd inzicht te hebben hoe bezwarend het werk is. Dit geldt voor alle medewerkers bij de VRGZ. Specifiek voor brandweermedewerkers onderzoekt de Universiteit van Maastricht met een landelijk, meerjarig onderzoek de duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. De resultaten daarvan zijn in 2025 bekend Op basis van de resultaten verwachten wij passende maatregelen voor te kunnen stellen.

2.7 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) Per 1 januari 2024 zijn zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging (Wkb) ingevoerd. Door de Wkb komt meer toezicht en controle op de kwaliteit van de bouw, uitgevoerd door onafhankelijke kwaliteitsborgers. De wet geldt eerst voor eenvoudige bouwwerken, zoals gezinswoningen en kleine bedrijfspanden en breidt stap voor stap uit. Met de Omgevingswet zijn ook regels veranderd voor de activiteiten van bedrijven waarbij een risico ontstaat voor de leefomgeving, zoals geluid of gevaarlijke stoffen: de milieubelastende activiteiten (MBA’s). De veiligheidsregio moet hierbij om advies gevraagd worden. Omdat de lijst van MBA’s uitgebreider is dan voorheen, kan dit het werkaanbod van de Brandweer bij onderdeel Omgevingsveiligheid beïnvloeden. In de komende maanden en in 2025 zullen eventuele effecten van de Wkb en de 5

omgevingswet beter zichtbaar zijn. Wanneer er sprake zal zijn van grote effecten op het werkaanbod zullen we hierover met onze gemeenten in gesprek gaan. Vanaf 2025 heeft de brandweer meer capaciteit (1 fte) beschikbaar om het huidige volume aan aanvragen goed en tijdig af te handelen.

2.8 Informatievoorziening Onze organisatie moet in rap tempo mee veranderen op het gebied van Informatievoorziening. Onze doelstelling, aansluitend bij de ambities binnen Oost-5 verband, is om informatiegestuurd te werken (IGW). Data moet te allen tijde actueel en beschikbaar zijn om risico's te identificeren, te beheren en te verminderen. Complexere incidenten vragen om slimmere oplossingen. Door het ontwikkelen van tools en technieken die data gedreven werken kunnen specialistische kennis en handelingsperspectieven beschikbaar gemaakt worden voor de veiligheidsprofessional op straat. Dat draagt bij aan snel en adequaat optreden om incidenten klein te houden. Daar zijn mensen en middelen voor nodig en we willen investeren in awareness op dit vlak. Ook vanuit de Rijksoverheid wordt via de Werkagenda Waardegedreven Digitaliseren stevig ingezet op het waarborgen van waarden als veiligheid, privacy en non-discriminatie. 2.8.1 Cybersecurity In 2026 zal cybersecurity een hoge prioriteit blijven, omdat de cyberdreiging blijvend is en de impact van een cyberaanval groot kan zijn. Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt gewerkt aan het versterken van de cyberweerbaarheid van de veiligheidsregio’s. Daar sluit de VRGZ bij aan. Voor onze interne organisatie betekent dit dat er extra eisen worden gesteld aan security (= extra monitoring).

Om te voldoen aan deze eisen en een kwaliteitsverbetering te realiseren, sluiten we in 2026 een nieuw contract af met een externe partij voor onze kantoorautomatisering. De kosten van dit nieuwe contract zijn naar verwachting hoger dan de huidige kosten. 2.8.2 Privacy Het blijvend voldoen aan (nieuwe/herziene) wet- en regelgeving en normenkaders, stelt de VRGZ voor uitdagingen. Ondertussen blijven de huidige verplichtingen van kracht. Het op de juiste manier voldoen aan de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming op een toegankelijke manier, zoals deze verwacht wordt van de overheid, zorgt in een dynamische organisatie voor behoorlijke dilemma's. En dit niet alleen voor ons als organisatie, maar voor alle partners, verwerkers, leveranciers e.d. die namens ons en met onze gegevens werken. 2.8.3 Vitaalverklaring Een aantal processen van de veiligheidsregio`s zullen naar verwachting vitaal verklaard worden. Dit houdt in dat bij verstoring, uitval of manipulatie van een proces of dienst dermate ernstige gevolgen kunnen optreden dat deze de nationale veiligheid kunnen schaden. De NCTV in samenwerking met het NCSC maakten een hoofdlijnenschets aanpak vitaal 2023 – 2028. Deze maakt de aanpak ‘vitaal’ meer integraal en minder vrijblijvend.

Dit zal ook voor de veiligheidsregio (die reeds gebruik maakt van enkele vitale processen in de vorm van 112 en C2000) een behoorlijke impact kennen, omdat zich dit verder vertaalt naar strakkere processen, meer controles, meer specifieke kennis en vaardigheden alsook IT-infrastructuur (hardware en software). De druk op het redundant uitvoeren van systemen en processen zal een nog grotere rol gaan spelen en ook dit zal een investering vereisen. 2.8.4 Nieuwe Archiefwet De Rijksoverheid wil de Archiefwet 1995 moderniseren, zodat deze beter aansluit bij de praktijk van 6

het digitale informatiebeheer. De verwachting is dat deze wet ingaat op 1 januari 2026. Wij verwachten hiervoor andere en mogelijkerwijs duurdere software aan te moeten schaffen. Daarnaast moet de dienstverleningsovereenkomst met archiefbeheerder Regionaal Archief Nijmegen worden aangepast. Bovenstaande ontwikkelingen laten zien dat we als organisatie op IV sterk aan het ontwikkelen zijn. We zien dat we hierop sneller moeten meebewegen om mee te kunnen in landelijke ontwikkelingen en tegelijk vraagstukken rondom data zoals privacy en datasecurity te adresseren. In de tweede helft van 2024 vindt dan ook een verkenning plaats naar de mogelijkheden om een programma IV in te richten om VRGZ-breed de onderwerpen rondom informatie, informatiemanagement en informatievoorzienig adequaat op te pakken en risico’s te mitigeren.

3. Regionale ontwikkelingen 3.1 Regionaal huisvestingsonderzoek vastgoed De komende jaren stijgen de kosten met betrekking tot ons vastgoed sterk. Oorzaken zijn: gestegen kosten van onderhoud van de panden; verplichte verduurzaming van vastgoed als gevolg van klimaatwetgeving en vernieuwing (nieuwbouw of levensverlengend onderhoud) vanwege de leeftijd van deze panden. Deze stijging van kosten wordt niet gedekt door de huidige begroting. In 2024 is, op verzoek van de gemeenteraden en het Algemeen Bestuur, een onderzoek gestart waarin wordt onderzocht hoe de stijging gedeeltelijk gedempt kan worden. De uitkomsten hiervan worden verwacht in de eerste helft van 2025 en hebben daarmee invloed op de begroting van gemeenten voor 2026.

3.2 Bluswatervoorziening Om effectieve brandbestrijding mogelijk te maken is beschikbaarheid van voldoende en bereikbaar bluswater een belangrijke voorwaarde. De gemeenten, Vitens en het waterschap zijn in de keten verantwoordelijk voor de waterhuishouding. De gemeente heeft de eindverantwoordelijkheid voor bluswater. VRGZ voorziet dat in de toekomst niet gegarandeerd kan worden dat de brandweer als vanzelfsprekendheid gebruik kan blijven maken van het drinkwaterleidingsysteem op het moment dat er schaarste aan drinkwater ontstaat. Bij een aantal regio’s speelt dit al en dit maakt het noodzakelijk om als brandweer vanuit strategisch perspectief onderzoek te doen naar risico’s en oplossingsrichtingen en hierover het gesprek aan te gaan met de gemeenten.

3.3 Communicatie In het najaar van 2024 wordt onderzoek gedaan naar het verbeteren van de communicatie van de VRGZ. Het aantal medewerkers communicatie bij VRGZ is klein, terwijl er veel uitdagingen zijn in onder meer de arbeidsmarktcommunicatie, de bewustwording van (brand)veiligheid bij inwoners en het informeren van inwoners bij rampen en crises. Ook vragen veel ontwikkelingen die genoemd zijn in deze Kaderbrief om communicatie, zoals de veilige energietransitie. Daarnaast ligt er ook op het gebied van interne communicatie steeds meer werk in veranderingen in bedrijfsvoering en het zorgen voor meer interne verbinding en betrokkenheid. Tot slot moet ook VRGZ voldoen aan de wettelijke eisen op het gebied van digitale toegankelijkheid van de externe en interne online communicatiemid7

delen, wat een nieuwe expertise vraagt. Het team communicatie bij VRGZ staat door deze ontwikkelingen al een tijd onder druk, waardoor doelen niet gehaald worden. De resultaten van het onderzoek vragen mogelijk keuzen of een andere wijze van organiseren van communicatie.

4. Financiële ontwikkelingen en kaders 4.1 Omgaan met (financiële) onzekerheid Zoals uit deze kaderbrief blijkt, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die nog omkleed zijn met (financiële) onzekerheden. Tegelijk is ook nog niet helder in hoeverre gemeentelijke en overheidsbijdragen op hetzelfde niveau zullen blijven. Duidelijk is dat bezuinigingen zoals de korting op de BDuR de dienstverlening aan de inwoners van de veiligheidsregio zullen raken. Om op verschillende scenario’s voorbereid te zijn en besluitvorming hierover te faciliteren, zullen bezuinigingsen besparingsvoorstellen worden opgesteld.

4.2 Onderzoek naar kostenverdeelmethodiek Het Algemeen Bestuur heeft in 2024 opdracht gegeven tot een onderzoek naar verdeelmethodiek van kosten van de VRGZ over de gemeenten. Dit onderzoek richt zich op een analyse van de huidige verdeelmethodiek en de mogelijke aanpassingen daarvan. De financiële consequenties van keuzen van het bestuur hierin zullen geen impact hebben voor de begroting van de VRGZ maar wel voor de begrotingen van individuele gemeenten. Gezien het tijdspad zullen de financiële consequenties in de gemeentelijke begrotingen van 2026 hun effect kunnen hebben.

4.3 Belangrijkste risico’s De financiële onzekerheid en daaruit voortvloeiende keuzen voor bezuinigingen zullen risico's met zich meebrengen, deze zijn nu nog niet concreet in beeld. Daarnaast zien we risico's op onderstaande onderwerpen. PFAS De rijksoverheid wil inzicht krijgen in hoeverre er in Nederland PFAS-vervuiling is. Daarom is aan alle provincies gevraagd om onderzoek hiernaar te doen. De provincie Gelderland laat, als bevoegd gezag, onderzoek uitvoeren naar PFAS-locaties in Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. In 2022 is de provincie Gelderland op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gestart met een inventarisatie naar plekken waar door activiteiten in het verleden PFAS in de bodem en het grondwater terecht zijn gekomen. Binnen VRGZ maken acht brandweerkazernes in vijf gemeenten onderdeel uit van het onderzoek. De bodemonderzoeken zijn in 2024 uitgevoerd, maar de resultaten zijn nog niet bekend. Wanneer een significante hoeveelheid PFAS in de bodem aangetroffen wordt, gaat de provincie met de GGD bepalen of, en zo ja, welke vervolgstappen nodig zijn. Mogelijk kunnen deze leiden tot maatregelen die kosten met zich meebrengen voor de VRGZ en/of de individuele gemeenten. PTSS Er is sprake van een toenemende assertiviteit en agressiviteit richting hulpverleners. Wij zullen ook in 2026 inzetten op ondersteuning van ons personeel.

De aanpak van PTSS staat ook hoog op de landelijke agenda. Op dit moment wordt gewerkt aan een landelijke regeling PTSS in opdracht van de 8

RCDV. De VRGZ is aangesloten bij de diverse overleggen ter ontwikkeling hiervan. Welke financiële consequenties een landelijke regeling gaat hebben voor de VRGZ is op dit moment nog onduidelijk.

4.4 Indexering Op het moment van schrijven heeft de Adviesfunctie de definitieve indexcijfers nog niet gepubliceerd. De VRGZ hanteert een door het Algemeen Bestuur vastgestelde methodiek (zie bijlage 1) die ook voor de begroting 2026 gehanteerd zal worden. Afhankelijk van de publicatie van de Adviesfunctie zal tijdens het begrotingsproces bezien worden of de diverse prijsstijgingen opgevangen kunnen worden. Mocht dit niet kunnen dan zal er een additionele uitzetting volgen conform hiervoor genoemde spelregels zoals vastgesteld door het algemeen bestuur van de VRGZ.

5. Zienswijze Het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid nodigt haar gemeenteraden uit haar zienswijzen over deze kaderbrief naar voren te brengen vóór 1 februari 2025 via bestuurvrgz@vrgz.nl. De zienswijzen van gemeenten op deze Kaderbrief worden meegewogen in het opstellen van de begroting. De ontwerpbegroting VRGZ 2026 wordt in het voorjaar 2025 opgesteld en vóór 1 april 2025 voor zienswijze aan onze gemeenteraden toegestuurd.

9

Bijlage I Methodiek indexering (let op; voorbeeld) 1. Het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2021 is gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2021 bijlage Middelen en Bestedingen 2023. 2. Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt genomen: “beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel. 3. Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiele lasten genomen. 4. Deze indexering wordt met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen 5. Er wordt nagecalculeerd. Afwijkingen worden opgenomen in de eerstvolgende begrotingscyclus (t+2). Beide indexen zijn met een weging van 70% loon/30% materieel berekend tot één index voor de gemeentelijke bijdragen.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14966847/1