CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

GR Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR) - UBR - Definitieve jaarrekening 2025 (geanonimiseerd)

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen12.064 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR)

Jaarstukken 2025

Jaarverslag en jaarrekening van UBRivierenland over 2025

Versie voor het Dagelijks Bestuur d. d. 26 maart 2026

Gemeenschappelijke Regeling UBRivierenland Burg. van Lidth de Jeudelaan 3a Postbus 137 4000 AC Tiel ,

Email: info @UBRivierenland.nl

en

Algemeen Bestuur

Wat vindt

u

in de jaarstukken 2025

De jaarstukken 2025 samengevat

3

Besluitvorming over de jaarstukken 2025

5

Het besluitvormingsproces omtrent deze jaarstukken in beeld.

Jaarverslag: de programmaverantwoording We brengen in beeld wat de UBR bereikt heeft en welke baten en kosten dit met zich meebracht.

P

r

o

g

Programma 1 Programma 2

Beheer & Uitvoering Glasvezelnetwerk - Algemene baten en lasten

r a m m

6 10

-

a

Jaarverslag: de paragrafen In de paragrafen maken we een dwarsdoorsnede van de jaarstukken over thema’s die voor gr UBR relevant zijn.

de

Paragraaf 1 - Weerstandsvermogen en risicobeheersing Paragraaf 2 - Onderhoud kapitaalgoederen Paragraaf 3 - Bedrijfsvoering Paragraaf 4 - Financiering

12 15

16 18

Jaarrekening De jaarrekening geeft een totaaloverzicht van de gerealiseerde baten en lasten. Daarnaast brengen we onze financiële positie in beeld. 1. Overzicht van de baten en lasten en de toelichting daarop 2. De balans per 31 december 2025 en de toelichting daarop

3. Rechtmatigheidsverantwoording

22 25 30

Overige gegevens 4. Controleverklaring

Meer informatie kunt u vinden

32

op onze

website: https://ubrivierenland. nl

2 Jaarverslag

en

jaarrekenin g 2025 UBRivierenland

De jaarstukken 2025 samengevat

Terugblik op 2025 inhoudelijk Na vele jaren van voorbereiding hebben zeven gemeenten begin 2020 ingestemd met de oprichting van de Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland (UBR). Een mijlpaal na een lang traject , waarbij voor veel inwoners , bedrijven en instellingen in het buitengebied een lang gekoesterde wens voor snel internet wordt gerealiseerd. De aanleg van het nieuwe breedbandnetwerk was gepland voor 2020 en 2021. Dit is niet gehaald door verschillende oorzaken en omstandigheden. De opdrachtnemer heeft destijds schriftelijk laten weten dat het tijdstip van de aanvang van de werkzaamheden door vertragingen pas kon worden gestart in april 2020. Tevens heeft de opdrachtnemer aangegeven dat er vertragingen zijn opgetreden rondom de reguliere en dijkadressen. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere , dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere en dijkadressen is de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. Inclusief de vertraging bij de start is de vertraging voor de realisatie van de reguliere en dijkadressen 24 maanden.

Voor de laatste categorie “dijkversterkingsadressen” , die liggen in het zogenaamde TIWA (Tiel-Waardenburg) en GOWA (Gorinchem-Waardenburg) traject en de adressen die een belemmering kennen door bijvoorbeeld het ontbreken van een instemmingsverklaring van een particuliere grondeigenaar of een aanlegvergunning langs provinciale N wegen waar werkzaamheden zijn en waren gepland , is een inventarisatie gemaakt van het aantal adressen (172) per jaar ultimo. Deze 172 adressen staan gepland voor 2026. Terugblik op 2025: financieel en organisatorisch Het resultaat in 2025 is hoger dan de in de bestuursrapportage bijgestelde exploitatierekening 2025. Dit hogere resultaat kent drie hoofdoorzaken; de netto omzet was hoger dan begroot en het saldo van de afschrijvingen is lager dan begroot en de beheerkosten vielen ook lager uit. Overall is er een winst geboekt in 2025 die ruim een ton (110) hoger is dan in de bestuursrapportage van 2025 is vermeld. In het komende jaar is er naar verwachting een licht lager structureel overschot van de exploitatie. Na 2026 lopen de positieve resultaten verder op , omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan grotendeels zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken. De omzet zit inmiddels anderhalf jaar boven het beoogde en begrote niveau. De exploitatie sluit per saldo over de laatste 5 jaren met een positief resultaat.

Dit heeft onder andere te maken met de gunstige rentecondities van de kredietfaciliteit met de BNG in de eerste 2 jaar en de beter dan begrote performance actieve klanten maar ook met de opbrengsten uit schatkistbankieren over het nog niet geïnvesteerde deel van de begroting. Organisatorisch is er daarnaast alles aan gedaan om voorkomende problemen en vertragingen zoveel mogelijk te mitigeren met passende maatregelen. Zo is er bij de UBR in 2025 wederom met name focus geweest op het in beeld krijgen van de status van de nog aan te sluiten adressen en het verkrijgen van de benodigde instemmingsverklaringen van particulieren om over hun perceel te mogen gaan voor de aanleg.

3 Jaarverslag

en

jaarrekenin g 2025 UBRivierenland

Financiële kerncijfers 2025 In onderstaande tabel een totaaloverzicht ter vergelijk de realisatie in 2024. Baten

en

lasten

van

de begrote

Begroot 2025

Opbrengsten Verhuur glasvezel/vezelparen

en

gerealiseerde baten

Realisatie 2025

en

lasten in 2025

Realisatie 2024

1. 623. 654

1. 671. 281

1. 621. 112

476. 735

451. 184

466. 929

lasten

713. 174 267. 896 -20. 000 1. 437. 804 185. 850

641. 330 273. 982 -28. 190 1. 338. 306 332. 974

603. 757 264. 243 -83. 805 1. 251. 124 369. 989

Vennootschapsbelasting Resultaat na belastingen

-35. 312 150. 539

-72. 307 260. 667

-81. 857 288. 132

Beheerkosten Incidentele lasten Afschrijvingen Rentelasten Rentebaten Totaal lasten Saldo van baten

en

en

4 Jaarverslag

en

jaarrekenin g 2025 UBRivierenland

Programma Algemene en lasten 2025 Besluitvorming over 3debaten Jaarstukken Programma Algemene baten en lasten

Jan. /febr. 2026

Ambtelijke voorbereiding

26 Maart 2026

Behandeling concept jaarstukken door Dagelijks Bestuur

25 juni 2026

Vaststelling jaarstukken door Dagelijks- en Algemeen Bestuur

BEVINDING: Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grenzen. Aldus vastgesteld in de vergadering van het Dagelijks Bestuur op 25 juni 2026. De secretaris - directeur

De voorzitter

,

C. P. S. Herms

,

..

Het gerealiseerde resultaat bedraagt € 260. 667 positief. Het Algemeen Bestuur van de UBRivierenland is bevoegd een besluit te nemen over de bestemming van het rekeningoverschot na consultatie van de gemeenten via de zienswijzen. Het overschot is in de balans opgenomen onder het eigen vermogen als ‘Nog te bestemmen resultaat’. ,

Voorstel met betrekking tot de vaststelling en resultaatbestemming Het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling UBRivierenland

,

gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur tot vaststelling van de jaarstukken 2025

,

BESLUIT: 1.

De programmarekening 2025 vast te stellen conform voorliggend ontwerp.

2.

Het winstsaldo over 2025 ter grootte van € 260. 667 zoals opgenomen in deze jaarrekening toe te voegen aan de algemene reserve.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 25 juni 2026. De secretaris - directeur

,

C. P. S. Herms

De voorzitter

,

..

5 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten Glasvezelnetwerk en lasten & Uitvoering Programma 1 - B–e heer

Algemene toelichting bij het programma Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland is een samenwerkingsverband (gemeenschappelijke regeling) van 7 gemeenten , te weten Culemborg , Maasdriel , Neder-Betuwe , Tiel , West Betuwe , West Maas en Waal en Zaltbommel. Het doel is om voor de zogenaamde “witte” adressen (adressen met enkel een ouderwetse PTT koperaansluiting) de huidige breedbandaansluitingen te vervangen door een toekomstvaste glasvezelaansluiting. Er wordt in de opdracht onderscheid gemaakt in reguliere , dijkadressen en dijkversterkingsadressen. Voor de reguliere adressen wordt de initiële aanlegplanning (24 maanden) met in acht neming van de vertragingen in Q1 van 2020 niet gehaald. Er is door de opdrachtnemer een aangepaste mijlpalenplanning afgegeven voor realisatie van de reguliere en de dijkadressen in 2025. Eind 2025 is 99% van het netwerk gereed en zijn de “restadressen” met name adressen met een bijzonderheid. Deze bijzonderheid kan zijn: 1. 2. 3.

Het adres ligt in een dijkversterkingsgebied (TIWA of GOWA) Het adres wacht op een toestemmingsverklaring van een eigenaar van (privé gronden) of op de uitspraak van de ACM over de gedoogplicht. Een storing of technische belemmering.

een

omliggend perceel

Vanaf het 4e kwartaal 2020 zijn de eerste aansluitingen operationeel en genereert de UBR inkomsten uit de verhuur van vezelparen. Het aantal deelnemende adressen in het project zijn 8813 adressen homes passed (HP). In de voorgaande jaarrekeningen werden 8. 880 adressen HP gerapporteerd , dit aantal is eind 2025 aangepast na de bepaling van de definitieve adressenlijst ten behoeve van de eindfacturering. Momenteel hebben zich 7. 493 adressen ingeschreven voor een aansluiting homes connected (HC) waarvan er in 2026 nog 172 adressen worden aangesloten. Naar verwachting zal op termijn 90% een abonnement afnemen , homes activated (HA). Voorgaande resulteert in onderstaande realisatie Realisatie/planning Percentage aansluitingen HC aan aansluitingen het eind van het HC kwartaal 2020 Q4 232 3% 2021 Q1 1. 362 19% 2021 Q2 1. 881 26% 2021 Q3 2. 348 32% 2021 Q4 3. 407 47% 2022 Q1 3. 956 54% 2022 Q2 62% 4. 500 2022 Q3 4. 795 65% 2022 Q4 5. 505 74% 2023 Q1 5. 875 79% 187 84% 2023 Q2 6. 2023 Q3 6. 441 87% 2023 Q4 6. 751 91% 2024 Q1 6. 948 94% 2024 Q2 7. 080 96% 2024 Q3 7. 174 97% 2024 Q4 7. 238 98% 2025 Q1 7. 272 98% 2025 Q2 7. 292 98% 2025 Q3 7. 295 99% 2025 Q4 7. 321 99%

Realisatie aansluitingen HA aan het eind van het kwartaal 185 1. 068 1. 257 1. 850 2. 623 3. 225 3. 735 3. 969 4. 664 5. 000 5. 328 5. 546 5. 831 5. 995 6. 203 6. 323 6. 361 6. 431 6. 477 6. 532 6. 518

Percentage aansluitingen HA 80% 78% 67% 79% 77% 82% 83% 83% 85% 85% 86% 86% 86% 86% 88% 88% 88% 89% 89% 89% 89%

6 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. Voor de aanlegfase is in totaal een investeringsbedrag van € 37. 300. 000 gebudgetteerd. Daarnaast is voor de periode daarna een reservering voor de investeringskosten van na-aansluitingen , inbebouwing en degeneratie opgenomen van € 200. 000. Over de hele looptijd is gerekend met een investeringsbudget van in totaal € 37. 500. 000. Het is de verwachting dat de uitloop van de aanleg niet zal leiden tot een aanpassing van onderstaande specificatie van het investeringsbudget. De specificatie van het investeringsbudget (afgerond) is als volgt: * Voorbereidingskosten: Kosten van onderzoek en ontwikkeling die in de periode van 2016 t/m 2019 zijn voorgefinancierd door Regio Rivierenland * Kosten aanleg * Overige kosten in de investeringsfase: Bouwrente + projectkosten * Onvoorzien: Stelpost om tegenvallers/meerwerk bij de initiële realisatie van de investeringen op te kunnen vangen Budget investeringsuitgaven in de aanlegfase * Voorziening voor na-aansluitingen en dergelijke Totaal investeringsbudget

€ €

1. 000. 000 34. 200. 000

€

1. 100. 000

€ € € €

1. 000. 000 37. 300. 000 200. 000 37. 500. 000

Voor de bekostiging van de aanlegkosten van het breedbandnetwerk hebben we een langlopende financieringsovereenkomst met de BNG Bank afgesloten met een totale looptijd van 50 jaar. In 2020 en 2021 vond financiering van de investeringsuitgaven plaats via een krediet in rekeningcourant met een bouwfaciliteit van € 37. 500. 000. De rekening-courant wordt in de eerste jaren ook aangewend voor de financiering van op investeringsfacturen betaalde BTW , die de UBR achteraf (na indiening van de BTW-aangifte) uitbetaald krijgt door de belastingdienst. Op 6 januari 2022 , twee jaar na oprichting van de UBR , vond omzetting plaats naar financiering door middel van een langlopende lening. Op deze manier heeft de UBR in de aanlegfase optimaal geprofiteerd van de lage rentestand. De langlopende lening bedraagt € 35. 000. 000 vanaf 6 januari 2022 en heeft een looptijd van 48 jaar. De lening wordt lineair afgelost. De UBR loopt geen renterisico voor het langlopende deel van de financiering , omdat ze het rentepercentage van de lening voor 30 jaar heeft vastgelegd op 0835% voor de periode 2022 tot 2052. De UBR houdt een kortlopende , kredietfaciliteit ter grootte van € 2. 500. 000 aan , waarmee de totale financieringsbehoefte van € 37. 500. 000 is ingevuld. Afhankelijk van de renteontwikkelingen kan de UBR ook dit deel in de toekomst langlopend (her)financieren.

De kosten van onderzoek en ontwikkeling , die door Regio Rivierenland zijn voorgefinancierd vanaf 2016 , zijn na de oprichting van gemeenschappelijke regeling UBR overgebracht naar de nieuwe organisatie (UBR). Het betreft voorbereidingskosten die op grond van de wettelijke voorschriften (BBV) in de balans als immaterieel vast actief opgenomen moeten worden en waarvoor een afschrijvingstermijn geldt van maximaal 5 jaar. De overige investeringsuitgaven voor het breedbandnetwerk worden geactiveerd in de balans bij de materiële vaste activa en afgeschreven in 50 jaar , waarbij rekening gehouden wordt met de restwaarde van het breedbandnetwerk. Afgeschreven wordt vanaf het moment van realisatie van het breedbandnetwerk. De afschrijvingen lopen in de aanlegfase geleidelijk op en lopen daarmee in de pas met de gefaseerde oplevering en realisatie van het breedbandnetwerk. Dit is overeenkomstig de wettelijke voorschriften (BBV) en daarmee wordt ook een goede matching bereikt tussen inkomsten en afschrijvingslasten.

7 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

In onderstaand overzicht zijn de afschrijvingen in de eerste jaren gespecificeerd: Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Totaal (geraamd) investeringsbudget Afschrijvingstermijn

1. 000. 000 5 jaar

36. 500. 000 50 jaar

Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen Afschrijvingen

in 2020 in 2021 in 2022 in 2023 in 2024 in 2025 in 2026 in 2027 in 2028 in 2029 in 2030 in 2031

1. 307 70. 931 129. 588 169. 723 188. 752 193. 552 200. 000 46. 147 0 0 0 0

1. 484 115. 926 249. 118 320. 974 415. 005 447. 778 514. 880 515. 280 515. 680 516. 080 516. 480 516. 880

Totaal afschrijvingen 2020 t/m 2031

1. 000. 000

4. 645. 565

Vanaf de start is er gesproken over IMVA totaal geraamd 1. 000. 000 het feitelijke bedrag is later vastgesteld op 15350 euro lager. De 230. 797 is feitelijk juist op basis van het werkelijke investeringsbudget. De 246. 147 op basis van het geraamde investeringsbudget. In de investeringsplanning is voorzien dat in 2031 het volledige investeringsbudget van € 37. 500. 000 is besteed. De (structurele) afschrijvingslasten bedragen vanaf 2031 € 516. 880 per jaar (rekening houdend met de restwaarde van het breedbandnetwerk).

8 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Belangrijkste punten ➢ ➢ ➢ ➢

Sturen op een efficiënte bedrijfsvoering met een zo laag mogelijke operationele kosten. Sturen op het binnen het investeringsbudget afronden van de aanleg van het breedbandnetwerk. Sturen op het zo spoedig mogelijk afronden van alle breedbandnetwerk aansluitingen bij de zogenaamde “witte” aansluitingen. Structureel een sluitende (meerjaren)begroting.

De financiën van dit programma Financiële uitganspunten De gehanteerde uitgangspunten voor de begroting zijn hierna samengevat. • In programma 1 wordt geen overzicht van baten en lasten opgenomen omdat er geen baten en lasten zijn begroot op dit programma. • In totaal worden 8. 813 aansluitingen in de buitengebieden van 7 gemeenten gerealiseerd. • Inwoners betalen geen kosten voor de aanleg van hun aansluiting. • Inwoners in de buitengebieden betalen prijzen die gelijk zijn aan de tarieven die in de kernen worden gehanteerd. Er wordt geen buitengebiedstoeslag toegepast. • Het deelnamepercentage van de inwoners in de buitengebieden is op basis van de uitkomsten aanmeldcijfers voor 2025 bepaald en ingeschat op 70%. In de financiële doorrekeningen is het deelnamepercentage in meerjarig perspectief gemaximeerd op 70%. • Het totale investeringsbudget bedraagt € 37. 500. 000 en is gebaseerd op de uitkomsten van de aanbesteding. In het budget is ook een bedrag voor onvoorzien opgenomen (€ 1. 000. 000) en een voorziening voor na-aansluitingen , inbebouwing en toekomstige degeneratie (€ 200. 000). • De tariefstelling voor de eindgebruikers is overeenkomstig de landelijk gehanteerde tarieven van KPN en overige aanbieders op de KPN infrastructuur.

• De opbrengsten voor de UBR bestaan uit de verhuur van glasvezelparen en de tarieven zijn overeenkomstig de jaarlijks vastgestelde tarieven door het AB. • De opbrengsten en de operationele kosten worden in de meerjarenbegroting doorgerekend met een jaarlijks vastgestelde indexering van 15%. , In de praktijk kan voor zowel de kosten als de opbrengsten hiervan worden afgeweken. • De restwaarde van het breedbandnetwerk aan het eind van de looptijd van de lening bedraagt € 1. 200 per aansluiting , in totaal een bedrag van € 10.656.000 , waarop niet wordt afgeschreven. • De rente van de lening van € 35. 000. 000 met een looptijd van 48 jaar (looptijd van 2022 tot 2070) is in januari 2020 overeengekomen met de BNG Bank en bedraagt 0835%. , De rente staat voor 30 jaar vast vanaf 6 januari 2022. • Het overschot aan middelen na uitbetaling van de lening ad 35 mio wordt aangehouden middels schatkistbankieren. Sinds 14-09-2022 ontvangt de UBR creditrente over dit saldo. • Voor de additionele financiering van € 2. 500. 000 vanaf 2022 houden we in de begroting vast aan continuering van een faciliteit in rekening-courant • over het niet Voor de gehele faciliteit geldt een bereidstellingsprovisie van 009% , opgenomen deel van het beschikbare bedrag. • Gestreefd wordt om vermogenstekorten in de exploitatie te voorkomen.

• Realisatie van een positieve cashflow die voldoende is om de aflossingstermijnen van de lening te kunnen betalen. • De liquiditeitspositie moet de UBR in alle jaren in staat stellen om aan de betalingsverplichtingen te voldoen. In de aanlegfase van het breedbandnetwerk is via een kortlopend bankkrediet een kapitaalbuffer gecreëerd van waaruit de (investerings-) betalingen kunnen worden gedaan.

9 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma 3 Algemene en lasten 2 - Algemene baten baten en lasten Programma

Producten Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: • Exploitatie glasvezelnetwerk (inclusief overhead) • Treasury Onvoorziene uitgaven • • Vennootschapsbelasting

Exploitatie glasvezelnetwerk Programma 2 Bedragen x € 1. 000 Lasten Baten Subtotaal Gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Gerealiseerd resultaat

Begroting 2025

Rekening 2025 1438 1624 186 0 186 186

1338 1671 333 0 333 333

Afwijking 100 47 147 147 147

V V V 0 V V

Overhead De kosten van overhead moeten volgens wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk worden verantwoord. De overhead wordt niet meer toegerekend aan en opgenomen bij de verschillende programma’s in de begroting. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. UBRivierenland heeft een beperkt takenpakket en houdt zich alleen bezig met aanleg , onderhoud en beheer van een passief glasvezelnetwerk. De baten en lasten worden in de begroting binnen één programma verantwoord. Alle kosten , met inbegrip van de lasten die een algemeen karakter hebben , zijn direct dienstbaar aan de realisatie en instandhouding van een infrastructuur van het glasvezelnetwerk. Alle lasten worden daarom opgenomen binnen het programma ‘algemene baten en lasten’.

Incidentele baten en lasten In de begroting 2025 is geen budget opgenomen voor incidentele lasten. In de realisatie zijn er in 2025 geen incidentele lasten geweest. Er waren in 2025 geen incidentele baten.

Treasury In het BBV worden alle rentelasten en rentebaten begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen , dat inzicht geeft in de rentebaten , rentelasten en het begrote en gerealiseerde renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat.

10 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Begroot 2025

Realisatie 2025

Betaalde financieringsrente BNG Ontvangen rente-inkomsten Saldo rentelasten en rentebaten Geactiveerde bouwrente

267. 896 -20. 000 247. 896 0

273. 982 -28. 190 245. 792 0

Totaal van de aan de vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente De aan de vaste activa (taakvelden) toegerekende rente Resultaat uit treasury (rente kosten 2025)

247. 896 247. 896 247. 896

245. 792 245. 792 245. 792

We hebben in 2025 een treasury resultaat gerealiseerd van € 245. 792 rente kosten. Er is over 2025-Q1 t/m Q4 rente betaald over de bancaire financiering (betaalde debetrente en bereidstellingsprovisie) en creditrente ontvangen over o. a. het positieve saldo schatkistbankieren. Uit voorgaand overzicht blijkt dat het volledige bedrag van de externe financiering en de daarmee samenhangende rentelasten (saldo van de bancaire leningen) wordt aangewend voor de aanleg van het passieve breedbandnetwerk.

Onvoorziene uitgaven In het investeringsbudget van € 37. 500. 000 is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 1. 000. 000. Dit budget is deels aangewend voor de bekostiging van Leges en Degeneratiekosten die buiten de opdracht van aanbesteding vallen. Deze verrekening vindt plaats in 2021 , 2022 , 20232024 en 2025. Daarnaast is er een partij gecontracteerd voor de controle op , de oplevering van het passieve netwerk die eveneens uit het budget onvoorzien wordt bekostigd. Ook deze kosten zijn in 2025 gemaakt en eveneens ten laste van de post onvoorzien gebracht. De projectkosten vanaf medio 2022 tot eind 2024 zijn eveneens ten laste van de post onvoorzien geboekt. De totale uitnutting van de in het investeringsbudget opgenomen reservering voor onvoorziene (investerings)uitgaven bedraagt eind 2025 € 976. 251. Het restsaldo van de post onvoorzien in het investeringsbudget bedraagt derhalve begin 2026 € 23. 749.

Vennootschapsbelasting Vanaf de oprichting (6 januari 2020) is gemeenschappelijke regeling UBRivierenland (UBR) belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. In het jaar 2020 is een compensabel verlies opgebouwd van € 36. 238. Dit compensabel verlies werd in 2021 geheel gecompenseerd met de fiscale winst in 2021. Over de fiscale winst van 2025 is 19% vennootschapsbelasting verschuldigd over de eerste €200. 000 en 258% , over met meerdere , totaal € 72. 307.

11 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Pa ragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Toelichting op het begrip weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name voorzieningen kunnen worden ondervangen.

om

risico’s die niet via verzekeringen of

In onderstaand schema is dit weergegeven:

Bekende risico’s

Beschikbare middelen

Benodigde weerstandscapaciteit

Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: • • •

de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.

opgevangen;

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de UBR kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken , zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: • de vrije aanwendbare reserves; de stille reserves; • de post onvoorzien in de begroting. •

Beleid omtrent weerstandscapaciteit UBRivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van 7 gemeenten. Het weerstandsvermogen van de UBR wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de UBR financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is de UBR verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s , verplichtingen en verliezen. Weerstandsvermogen De 7 gemeenten die deelnemen in de UBR zijn voor hun aandeel aansprakelijk als vermogenstekorten zouden ontstaan of de UBR niet in staat is om aan de aflossingsverplichtingen van de lening te voldoen. Het gemeentelijk aandeel wordt berekend op basis van de stemverhouding , overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de gemeenschappelijke regeling Uitvoeringsorganisatie Breedbandnetwerk Rivierenland.

12 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement Met de ramingen zoals opgenomen in de Kadernota 2026 is zichtbaar gemaakt dat de UBR kapitaal en vermogen opbouwt en aan alle betalingsverplichtingen kan voldoen. Op de langere termijn (na 2026) groeit het eigen vermogen sneller en neemt het saldo liquide middelen verder toe als gevolg van de oplopende exploitatie-overschotten. Het is daarom niet te verwachten dat de deelnemende gemeenten vanuit hun eigenaarschap of garantiestelling voor de lening financiële nadelen zullen ondervinden.

Financiële kengetallen Op 15 mei 2015 is een besluit tot wijziging van het BBV vastgesteld. Deze wijziging heeft betrekking op het opnemen van een uniforme set financiële kengetallen in de begroting. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de (ontwikkeling van de) financiële positie. De uniforme kengetallen bieden de mogelijkheid om onderling cijfers te vergelijken. Daarmee dragen deze kengetallen bij aan de controlerende en kaderstellende rol van het bestuur. Hierna nemen wij de kengetallen op , die verplicht in de programmabegroting moeten worden opgenomen.

Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de baten. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen UBRivierenland heeft geen leningen verstrekt aan derden. De uitkomst van de gecorrigeerde netto schuldquote is daardoor gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten. In het algemeen wordt een getal tussen de 25 en 40% als een gezonde positie gezien. UBRivierenland staat de het begin van een periode van vermogensopbouw. In het tweede , derde en vierde jaar waarin de aanleg van het breedbandnetwerk is gerealiseerd , werd de vermogensbuffer elk jaar verder versterkt (het kleine verlies uit 2020 wordt volledig gecompenseerd) , waardoor de solvabiliteitsratio op een positief niveau ligt maar het percentage is nog laag.

Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen. Om de structurele lasten en baten te bepalen worden de incidentele lasten en baten van de totale lasten en baten afgetrokken. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. Een ruimte van meer dan 1% geeft voldoende ruimte om structurele tegenvallers op te vangen.

13 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Tabel met kengetallen:

Netto schuldquote (afgerond) Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Raming 2025

Realisatie 2025

1249% 20% , 52% ,

1771% 332% , 1992% ,

Toelichting bij de tabel met kengetallen: • De netto schuldquote staat op een hoog niveau , omdat de baten niet in verhouding staan tot de investeringsuitgaven voor de aanleg van het Breedbandnetwerk en de daarvoor aangetrokken financiering. Dat geldt nog meer in de eerste jaren , waarin de aanleg wordt gerealiseerd en aansluitingen nog niet allemaal operationeel zijn. Het voorgaande is inherent aan de aard van de bedrijfsactiviteiten , het noodzakelijke investeringsniveau en de gekozen financieringsopzet. • maar stijgt de komende jaren met de geplande De solvabiliteitsratio is 332% , vermogensgroei. Bovendien wordt er sinds 2022 structureel afgelost op het vreemde vermogen. •

De structurele exploitatieruimte komt in 2025 uit op 1992%. , De structurele exploitatieruimte is in 2025 positief en is als volgt opgebouwd: een structureel resultaat van € 332. 974 ten opzichte van een totaalbedrag van € 1. 671. 281 aan gerealiseerde opbrengst.

Kengetallen zijn momentopnamen en de uitkomsten moeten in het perspectief van de specifieke bedrijfsactiviteiten en de bedrijfseigen vermogens- en financieringsverhoudingen beschouwd en beoordeeld worden. UBRivierenland heeft een helder en positief financieel perspectief , waarbij de komende jaren een gezonde opbouw van vermogen plaatsvindt. Er zijn gunstige financieringsafspraken met de BNG Bank gemaakt , waardoor de focus kan komen te liggen op de realisatie van goede glasvezelverbindingen in de buitengebieden.

14 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma 3 Algemene baten en lasten Pa ragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen

Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2025 Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan Het beheer en onderhoud is in de aanbesteding uitbesteed. De kaders liggen vast in beheer en onderhoudscontracten. Uitgangspunt is dat op langere termijn het Breedbandnetwerk op een adequate wijze wordt beheerd en onderhouden. In de begroting is de gefaseerde aanleg voor 8. 813 aansluitingen meegenomen en doorgerekend.

Financiële consequenties en vertaling daarvan in de jaarrekening De kosten van het beheer en onderhoud van het glasvezelnetwerk zijn aanbesteed. In de jaarrekening 2025 is een operationele last gerealiseerd van € 136.535-. In 2025 zijn 99% van alle , adressen opgeleverd. In het zesde jaar (2025) hadden we € 164.673-, begroot. Jaarlijks wordt het budget voor onderhoud geïndexeerd met 15%. ,

15 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene

baten

en

lasten

Pa ragraaf Programma 3 – Bedrijfsvoering 3 Algemene baten

en

lasten

Belangrijke ontwikkelingen in 2025 Algemeen De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's te realiseren. Voor een goede bedrijfsvoering zijn budget , personeel met kennis en kunde , infrastructuur , leiding/ aansturing , een goede communicatie , informatie en beheersinstrumenten nodig. Ook is een efficiënte inrichting van de organisatie en een gezonde samenwerkingscultuur , samen met gemeenten en andere partners cruciaal om de doelstellingen te bereiken en onze (breedband)dienst adequaat te kunnen uitvoeren. Onze organisatie zal zich inspannen om een zo hoog mogelijk deelnamepercentage op het breedbandnetwerk te realiseren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak. Inrichting

van

de organisatie

De organisatie van UBRivierenland is gericht op de uitvoering van de breedband dienstverlening aan de inwoners van het doelgebied die nog niet beschikken over een toekomstvast breedbandnetwerk. DVO voor Concern- en bestuursondersteuning De ondersteunende middelen (P&O , Financiën & Control , Administratie , Informatievoorziening & Automatisering , Huisvesting , JZ , + Privacy Officer , Archief , Communicatie , Bestuursondersteuning/ -secretariaat) staan direct ten dienste van de bedrijfsvoering van het UBRivierenland middels een daartoe afgesloten DVO. De concernondersteuning is gericht op: De planning- en control cyclus • • Control (audit/interne controle , algemene financiële en juridische control) Organisatie-inrichting (treasury , budgetbeheer , mandatering , organisatieregelingen) • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen) • • Informatietechnologie & informatieveiligheid + de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde dataverwerking (ICT) • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving) • Concerncommunicatie (website , intranet , nieuwsuitingen , folders) Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen , UBR-middagen , agendacommissie • bijeenkomsten)

en

16 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene

baten

en

lasten

Beleidsindicatoren In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld , die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De voor UBRivierenland relevante indicatoren met betrekking tot personele aangelegenheden zijn in onderstaande tabel opgesomd. Beleidsindicator: Personele formatie

133 fte ,

Personele bezetting (Via inhuur en detachering)

133 , fte

Rechtmatigheidsverantwoording Zoals in paragraaf 3 onder bedrijfsvoering is opgenomen is na de vaststelling van het controleplanrechtmatigheid door het Algemeen Bestuur van de UBR de controle conform dit plan uitgevoerd. De interne controle , die is vastgelegd binnen de DVO met het team financiën van de Regio Rivierenland , is uitgevoerd. De bevindingen zijn gerapporteerd aan de secretaris. Er zijn geen onrechtmatige of onzekere bevindingen geconstateerd. De bevindingen zijn door de secretaris gedeeld met het Dagelijks Bestuur. Er is een interne frauderisicoanalyse opgesteld in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording conform artikel 17a van het BBV. Het doel hiervan is inzicht te geven in de risico’s op fraude binnen de uitvoeringsorganisatie UBR , die verantwoordelijk is voor de aanleg , exploitatie en beheer van een glasvezelnetwerk in de regio Rivierenland , en om de beheersmaatregelen vast te leggen die deze risico’s beperken. Ook deze bevindingen zijn door de secretaris gedeeld met het Dagelijks Bestuur op 11 december 2025.

17 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Pa ragraaf 4

–

Financiering

Beleidskader: het Treasurystatuut van de UBR In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: • Algemene ontwikkelingen Treasurybeheer • • (Krediet) Risicobeheer • Financiering

Algemene ontwikkelingen Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie , alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido) , de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) , de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden. Interne ontwikkelingen UBRivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Door gebruik te maken van schatkistbankieren verlaat publiek geld de schatkist pas op het moment dat de middelen benodigd zijn voor de uitvoering van een publieke taak. Men hanteert hierbij wel een drempelbedrag. Het drempelbedrag is een gemiddelde per kwartaal. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat een organisatie gemiddeld buiten de schatkist mag houden.

De drempel is gelijk aan 2% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een onderdrempel van € 1 miljoen. UBR confirmeert zich daarom aan de onderdrempel van € 1 miljoen. Sinds het jaar 2022 heeft UBRivierenland bancaire tegoeden op haar rekening uit hoofde van de op 6 januari 2022 uitbetaalde langlopende lening van de BNG. De tegoeden zijn bestemd voor de begrote en geplande investeringen in het glasvezelnetwerk. Deze middelen worden in ’s Rijks Schatkist aangehouden. Externe ontwikkelingen , rente-ontwikkelingen De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt , alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. UBRivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode zal stabiliseren op het huidige niveau. Mocht de huidige inflatie sneller afnemen dan nu wordt verwacht is er tegen het einde van dit jaar wellicht een kleine rentestap naar beneden mogelijk.

Treasurybeheer Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie , binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van , het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden , financiële geldstromen , de financiële posities en hieraan verbonden risico’s.

18

18 Jaarverslag

en

jaarrekening 2 0 25 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 82% , bedragen van het begrotingstotaal. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. UBRivierenland heeft een bijzondere startpositie als het gaat om de financiële verhoudingen en invulling van de financiering van de aanleg van het glasvezelnetwerk. In de eerste 4 begrotingsjaren worden de aansluitingen gefaseerd gerealiseerd en komt de generatie van opbrengsten geleidelijk (getemporiseerd) tot stand. Het totaal van de in de begroting geraamde opbrengsten zit vanaf het 4 e jaar (in 2024) op een structureel niveau van ca. € 16, miljoen. Het te financieren bedrag van de investeringen bedraagt in totaal € 37. 500. 000. We zijn een langlopende financiering overeengekomen met de BNG , waarbij de eerste 2 jaar gekozen is voor een vorm van kredietverlening in rekening-courant met bouwdepot (met een zeer gunstige rente) , waarbij op 6 januari 2022 omzetting heeft plaatsgevonden naar een lening met een looptijd van 48 jaar en een rentevast periode van 30 jaar. De rentevoet van de lening is onderdeel van de langlopende financieringsafspraken en vastgelegd op 0835%. , We lopen derhalve geen renterisico op de langlopende lening.

De rekening-courant financiering maakt onderdeel uit van de langlopende financieringsafspraken en past binnen het geheel van de meerjarige financiering. Op grond hiervan is geen sprake van een afwijking van de wettelijk vastgelegde normering van de maximale kasgeldlimiet. Renterisico De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo met een minimum van € 2. 500. 000. De vaste schuld van UBRivierenland bestaat uit een geldlening van € 35 miljoen (vanaf 2022) waarop 30 jaar lang geen renteherzieningen plaatsvinden. Derhalve is er in deze periode geen renterisico. Kredietrisicobeheer UBRivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden worden uitgezet conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.

Financiering De vaste activa worden grotendeels met lang vermogen gefinancierd via een kredietovereenkomst bij de BNG. In 2020 bestond de bijzondere situatie dat er vanuit een bouwfaciliteit geld werd geïnvesteerd in de aanleg van het netwerk. Dit netwerk zal “sleutel klaar” worden opgeleverd in de tweede helft van 2026. De aangewende middelen uit de bouwfaciliteit zijn op 6 januari 2022 omgezet in een langlopende vaste lening tegen reeds nu vastgelegde rente voor 30 jaar (tot 2052). De rente opbouw van de rekening courant in het derde jaar kent een tarief van 1 maands euribor plus een opslag over het opgenomen deel. De (variabele) rentestand in rekening courant is negatief echter wordt er per saldo nog geen gebruik van gemaakt vanwege het overschot aan middelen uit de opgenomen langlopende lening bij de BNG. Het overschot wordt aangehouden in Rijks schatkist waar momenteel de vergoeding voor creditgelden hoger ligt dan de rente die wordt betaald voor de langlopende lening. In de begroting is gerekend met 00%. , We calculeerde in het vijfde jaar ook geen rentelasten over het kortlopende deel van de bancaire totaalfinanciering. Hierbij wordt wel de opmerking gemaakt , dat het een variabele rente betreft voor het kortlopende deel van de financiering , die in kan stijgen of dalen , en waar we dus in de toekomst wel renterisico lopen.

Zodra de investeringen zijn afgerond zal worden bezien of het negatieve saldo van de rekening courant geheel of gedeeltelijk zal worden omgezet in een langlopende lening.

19 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

en

lasten

Over het ongebruikte deel van de faciliteit betaalden we een bereidstellingsprovisie van 009%. De , vergoeding werd per kwartaal betaald en de bancaire provisie nam maandelijks af als gevolg van de opnamen uit het depot. De bancaire financiering laat het volgende verloop zien. Leningenportefeuille Naam

hoofdsom

Lening BNG R/C BNG

35. 000 2. 500

Bedragen Rente

x € 1. 000

Looptijd

0835% , 48 jaar 0000% , variabel Totaal vaste schulden:

Afgelost in 2070 onbepaald

Stand 31-12-2024 32. 995 -100 32. 895

Stand 31-12-2025 32. 266 -100 32. 166

De langlopende lening van € 35 mljn wordt vanaf 2022 lineair afgelost. De lening heeft een looptijd van 48 jaar. Vanaf 6 januari 2022 worden aflossingstermijnen per kwartaal betaald , jaarlijks een bedrag van € 729. 167 tot 2070. In 2025 betroffen de aflossingen 4 volledige kwartalen ad € 729. 167 in totaal. Deze aflossingsverplichting geldt voor wederom € 729. 167 als kortlopende schuld voor 2026. EMU-saldo Het EMU-saldo is het financieringssaldo minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking. De berekening voor de Jaarrekening 2025 van de UBR is als volgt:

Berekening EMU-saldo (in €)

Realisatie 2025

Begroting 2025

Exploitatiesaldo vóór mutatie reserves (art. 17c BBV)

€ 260. 667

€

150. 539

+ Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

€ 641. 330

€

713. 174

- Investeringen

-€ 936. 086

-€ 2. 659. 348

+/- Mutaties voorzieningen en overige reserves

€ -

€ -

Berekend EMU-saldo

-€

in (im)materiële vaste activa

34. 089

-€ 1. 795. 635

Wettelijke kaders In de Notitie Rente 2017 van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend , maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 05% worden , afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente 2017 op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting.

20 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Programma

3 Algemene baten

In deze jaarrekening 2025 hebben zijn opgenomen.

we

en

lasten

de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht Rentepercentage 0090% , 0835% , 0000% , 0000% ,

Bereidstellingsprovisie bouwdepot Langlopende financiering (lening BNG – vanaf 2022) R/C-financiering BNG (gemiddeld 2025) Omslagrente 2025

Hierna is het renteschema opgenomen uit de Notitie Rente van de BBV-commissie , waarmee inzicht wordt gegeven in de rentelasten , de rentebaten , het renteresultaat en de wijze van toerekening van de rente aan investeringen. Renteschema Financiering Bedragen x € 1. 000 Rentelasten externe financiering (BNG-lening) Rentebaten Saldo baten en lasten Rente ontvangen over schatkistbankieren Totaal van de aan de overige vaste activa toe te rekenen rente De aan de overige vaste activa toegerekende rente Gerealiseerd renteresultaat (nadelig)

274 0 274 28 246 0 246

Toelichting bij het renteschema: Het omslagpercentage van 00% , is gehanteerd voor de rentetoerekening aan vaste activa is berekend op basis van de boekwaarde van de materiële vaste activa op 1 januari 2025. Aan de investeringen die in 2025 zijn gedaan is geen rente toegerekend. Het resultaat uit Treasury komt uit op € 245. 792 (nadelig) De realisatie van het resultaat uit Treasury (een nadeel begrote nadeel van € 247. 896.

van

€ 245. 792) is fractioneel lager dan het

Ontwikkeling liquiditeitspositie Op basis van de Wet Fido zijn decentrale overheden verplicht hun financiële middelen onder te brengen bij het Ministerie van Financiën (in de schatkist). Ook Regio Rivierenland heeft haar banktegoeden boven het bij de BNG-bank vastgelegde drempelbedrag van € 450. 000 ondergebracht bij 's Rijks Schatkist. Dagelijks worden overtollige geldmiddelen afgeroomd naar de schatkist. Op basis van de actuele liquiditeitsbehoefte worden naar behoefte opnames uit 's Rijks Schatkist gedaan. Het saldo in 's Rijks Schatkist op 31 december 2025 bedraagt € 705. 856 en is € 885. 548 lager dan het saldo op 31 december 2024. De belangrijkste mutaties in het liquiditeitensaldo zijn in het hierna opgenomen overzicht gespecificeerd. Ontwikkeling liquiditeitspositie Bedragen x € 1. 000 Uitzettingen in 's Rijks schatkist 31-12-2024 Toename saldo Schatkist Afname saldo schatkist Uitzettingen in 's Rijks schatkist 31-12-2025

1. 591 0 885706

Toelichting bij het overzicht ‘Ontwikkeling liquiditeitspositie’: Het saldo van de uitzettingen bij 's Rijks Schatkist is afgenomen met iets minder dan € 1 mljn is nagenoeg gelijk aan het bedrag dat in 2025 is geïnvesteerd. Deze afname heeft dan ook voornamelijk te maken met de uitbetaling van de termijnen die zijn overeengekomen in de aanbesteding voor de realisatie van het glasvezelnetwerk in de 7 gemeenten en zijn conform begroting.

en

21 Jaarverslag

en

jaarrekening 2025 UBRivierenland

Overzicht

de baten

van

en

lasten

en

de toelichting daarop

Overzicht baten en lasten programma 2 In programma 1 wordt geen overzicht van baten en lasten opgenomen omdat lasten zijn begroot op dit programma. Onderstaande raming Baten en lasten Opbrengsten Verhuur glasvezel/vezel

en

realisatie heeft dus volledig betrekking

er geen

op programma

en

2.

Primaire begroting 2025 voor wijziging

Begroting 2025

1. 548. 727

1. 569. 978

1. 623. 654

1. 671. 281

463. 601

476. 334

476. 735

451. 184

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

714. 080 271. 701 1. 449. 782 98. 944

713. 174 267. 896 1. 447. 404 112. 574

713. 174 247. 896 1. 437. 804 185. 850

641. 330 245. 792 1. 338. 306 332. 974

Nihil

Nihil

Nihil

Nihil

-18. 799

-21. 389

-35. 312

-/-72. 307

80. 145

91. 185

150. 539

260. 667

na

1 e wijziging

Begroting 2025 na 2 e wijziging

baten

Realisatie 2025

paren

Beheerkosten (overhead) Incidentele lasten (onvoorzien) Afschrijvingen Renteresultaat Totaal lasten Saldo van baten en lasten Beoogde toevoeging/ onttrekkingen aan reserves

Vennootschaps belasting Resultaat na belastingen

Toelichting De stijging van de opbrengsten in 2025 ten opzichte van de begroting is het gevolg van een afwijking op de begrote inkomsten uit het aantal actieve aansluitingen alsmede een iets hoger resultaat uit de eenmalige aansluitbijdrage. Het resultaat in 2025 is hoger dan in de bestuursrapportage bijgestelde exploitatierekening 2025 doordat , zoals vermeld , de netto omzet hoger was dan begroot en het saldo van de afschrijvingen lager was dan begroot en daarnaast vielen de beheerkosten ook lager uit. Overall is er een winst geboekt in 2025 ruim een ton hoger is dan begroot. Deze winst zorgt voor een hoger eigen vermogen aan het einde van 2025 echter met een solvabiliteit van 33% , is het eigen vermogen nog relatief laag te noemen. Na 2026 lopen de positieve resultaten verder op , omdat de geactiveerde voorbereidingskosten dan (nagenoeg) volledig zijn afgeschreven en niet meer op de exploitatie drukken.

22 Jaarverslag en jaarrekening 2025 UBRivierenland

WNT-verantwoording 2025 UBR De WNT is van toepassing 2025 € 246. 000

op

de UBR. Het

voor

de UBR toepasselijke bezoldigingsmaximum is in

1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13 e maand van de functievervulling

bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2025 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

C. P. S Herms Secretaris-directeur 01. 01 t/m 31. 12 10,

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

246. 000

-/- Onverschuldigd betaald terugontvangen bedrag 11

N. v. t. ]

en nog

nee

188. 701 -

188. 701

niet

Bezoldiging Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Gegevens 2024 bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvangen einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking? Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

188. 701 N. v. t.

N. v. t. N. v. t.

C. P. S Herms Secretaris-directeur 01. 01 t/m 31. 12 10, nee

179. 950 -

179. 950

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

233. 000

Bezoldiging

179. 950

23 Jaarverslag en jaarrekening 2025 UBRivierenland

Tabel 1d. Topfunctionarissen met

een

totale bezoldiging

van

€ 2. 100 of minder

Overzicht samenstelling bestuur UBR 2025 Gemeente

Functie

Periode

Bezoldiging

AB-lid AB-lid

01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025

Onbezoldigd Onbezoldigd

AB-lid + DB-lid

01-01-2025 t/m 31-12-2025

Onbezoldigd

AB-lid AB-lid + DB-lid

01-01-2025 t/m 31-12-2025 01-01-2025 t/m 31-12-2025

Onbezoldigd Onbezoldigd

Stappershoef M. van den

AB-lid

01-01-2025 t/m 31-12-2025

Onbezoldigd

Boom W. de Graaff

AB-lid + DB-lid

01-11-2025 t/m 31-12-2025

Onbezoldigd

Naam

bestuurder Culemborg Maasdriel NederBetuwe

Tiel West Betuwe West Maas en Waal

Zaltbommel

M. Wichgers T.

Nettenbreijers S. H. R. van Someren F. Groen R. T. van

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen. Er zijn in 2025 geen uitkeringen verstrekt wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking inclusief degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. 3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

24 Jaarverslag en jaarrekening 2025 UBRivierenland

De balans

per

31 december 2025

en

de toelichting daarop

Balans UBR Balans UBR 31-12-2024

31-12-2025

Activa Vaste activa Materiele vaste activa Immateriele vaste activa Totaal vaste activa

€ € €

3 1. 768. 807 4 24. 349 3 2. 193. 157

Vaste activa Materiele vaste activa Immateriele vaste activa Totaal vaste activa

€ € €

3 2. 257. 115 2 30. 797 3 2. 487. 913

Vlottende activa Schatkistbankieren Debiteuren Belastingen Liquide middelen Overige vorderingen Totaal vlottende activa

€ € € € € €

1. 591. 404 1 61. 827 11. 069 1 00. 114 2. 840 1. 867. 255

Vlottende activa Schatkistbankieren Debiteuren Overlopende activa Liquide middelen Overige vorderingen Totaal vlottende activa

€ € € € € €

7 05. 856 1 69. 537 8. 372 99. 846 43. 562 1. 027. 173

Totaal activa

€

3 4. 060. 411

Totaal activa

€

3 3. 515. 086

€ € €

5 63. 832 2 88. 132 8 51. 963

€ € €

8 51. 965 2 60. 667 1. 112. 632

€

3 2. 265. 625

€

3 1. 536. 458

Kortlopende schulden Aflossingsverplichting 2025 € Belastingen btw € Belastingen Vpb € Crediteuren € Overlopende passiva € Totaal kortlopende schulden€

7 29. 167 55. 935 60. 492 14. 853 82. 377 9 42. 823

Passiva Eigen vermogen Algemene reserve winstsaldo 2024

Langlopende schulden Onderhandse lening o/g

Totaal passiva

€

3 4. 060. 411

Eigen vermogen Algemene reserve winstsaldo 2025

Langlopende schulden Onderhandse lening o/g

Kortlopende schulden Aflossingsverplichting 2026 € Belastingen btw € Belastingen Vpb € Crediteuren € Overlopende passiva € Totaal kortlopende schulden€ Totaal passiva

€

7 29. 167 -

36. 997 22. 096 77. 736 8 65. 996 3 3. 515. 086

Algemene toelichting op de balans Activabeleid Het beleid ten aanzien van investeringen en afschrijvingen is vastgelegd in de nota activeren en afschrijven. De nota is primair bedoeld als instrument voor de kader stellende rol van het Algemeen Bestuur en sluit aan bij het bepaalde in de gemeentewet (artikelen 211 en 212) en het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). In de nota activabeleid zijn algemene regels vastgelegd o. a. met betrekking tot het afschrijven in het jaar van aanschaf en de systematiek van lineair afschrijven. Waarderingsgrondslagen Onder investeringen worden verstaan uitgaven ter verwerving van een goed of ter bereiking een doel waaraan een nuttigheid kan worden toegekend die langer duurt dan een jaar. Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa.

van

25 Jaarverslag en jaarrekening 2025 UBRivierenland

Onder de vaste activa worden conform het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: • • •

materiële vaste activa; Immateriële activa financiële vaste activa.

Activa wordt gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Materiële vaste activa Met als uitgangspunt het BBV worden twee soorten materiële vaste activa onderscheiden (artikel 35) , te weten: • investeringen met een economisch nut (vergelijkbaar met het bedrijfsleven , waarbij het meerjarig economisch nut meeweegt in de activeringsgronden); • investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijke nut. Investeringen met een economisch nut zijn alle investeringen die bijdragen aan de mogelijkheid middelen te verwerven en/of die verhandelbaar zijn. In het BBV is opgenomen dat activa met een meerjarig economisch nut geactiveerd moeten worden. Daarnaast mag er op deze investeringen niet resultaatafhankelijk (extra) worden afgeschreven. Met andere woorden , activa met een meerjarig economisch nut moeten eenduidig worden geactiveerd en vervolgens dient er op consistente wijze te worden afgeschreven. In de jaarrekening van de UBR worden alleen investeringen geactiveerd met een economisch nut. Afschrijvingstermijnen Afschrijvingen vinden lineair plaats Breedbandnetwerk Immateriële vaste activa

op

basis van de volgende afschrijvingstermijnen: 50 jaar 5 jaar

Van de opgenomen activasoort “breedbandnetwerk” wordt de technische levensduur gesteld op langer dan 50 jaar. Deze levensduur is bepaald aan de hand van ervaringsgegevens en algemeen gebruikelijke normen. De economische gebruiksduur en daarmee ook de afschrijvingstermijn is beperkt tot 50 jaar. Vlottende activa Onder vlottende activa zijn opgenomen: • Vorderingen • Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan één jaar. • Overlopende activa • Liquide middelen Vorderingen en overlopende activa De vorderingen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. In de gevallen waarin de invordering niet mogelijk blijkt te zijn , wordt tot afboeking wegens oninbaarheid overgegaan. De voorziening dubieuze debiteuren is ter dekking van het risico dat openstaande vorderingen op de balansdatum oninbaar blijken te zijn. Liquide middelen De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waard Passiva De voorzieningen , de vaste schulden , de vlottende schulden en de overlopende passiva zijn eveneens opgenomen tegen nominale waarde.

26 Jaarverslag en jaarrekening 2025 UBRivierenland

Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening In deze jaarrekening wordt verslag uitgebracht over de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. De richtlijnen volgens het BBV worden gevolgd. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld , worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Algemene grondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: -

-

De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten , lasten , balansmutaties; De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium , het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op de door het algemeen bestuur d. d. 11 december 2025 is vastgesteld; Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn , waarbij voor een aantal scenario's in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderschrijdingen van baten , onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien deze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.

Ten aanzien van het M&O criterium is het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025 alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: -

Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 28. 000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringtolerantie van € 10.000-, is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16760598/1