CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Exploitatieplan Brakel-West, bijlage 2a Handboek inrichting openbare ruimte

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Brakel-West17.301 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3.11. 

Gemeente Zaltbommel

Drainage

Drainageleidingen moeten voorzien zijn van doorspuitvoorzieningen die vanaf maaiveld bereikbaar zijn via een putdeksel. Binnendiameter doorspuitputten minimaal 30 cm. Maximale afstand tussen doorspuitputten 75 m. Drainage niet lager aanleggen dan grondwaterniveau. In principe wordt geen cunetdrainage toegepast. Als dit toch noodzakelijk is dan wordt dit uitgevoerd in polypropyleenvezel 450 mu, diameter 100 mm, sleuven aanvullen met zand tot onderzijde wegfundering.

4.4. Revisie riolering  

Voor de revisie van riolering geldt de Leidraad Riolering van Rioned als richtlijn. Afwijken hiervan kan alleen in nader overleg met de gemeente. Voor revisie van DWA- en HWA-leidingen geldt een minimale diameter van ø315 mm.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

19

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

5. Water 5.1. Algemeen De geohydrologische situatie in de gemeente Zaltbommel is zeer complex als gevolg van de zeer grillige bodemopbouw en de invloed van de grote rivieren op het grondwater. Bij alle nieuwe ontwikkelingen zoals woningbouwlocaties is het opstellen van een waterhuishoudkundig plan noodzakelijk. Bij een verandering van de bestaande situatie die invloed kan hebben op de grondwaterstanden en het kwelgedrag moeten de gevolgen berekend worden in dit plan. Verder moet een dergelijk plan zich richten op de hoeveelheden afstromend hemelwater, eventueel benodigde (tijdelijke) bronnering en (tijdelijke of permanente) drainage. Gezien de waterhuishoudkundige situatie in de gemeente Zaltbommel is in het algemeen drainage niet wenselijk.

5.2. Bevoegd gezag Het Waterschap Rivierenland en Rijkswaterstaat zijn verantwoordelijk voor de waterkwaliteit en de waterkwantiteit. Bij werkzaamheden aan, onder of nabij bestaande watergangen, het maken van nieuwe watergangen- of partijen, het lozen van water of het werken in of nabij dijken moet ontheffing gevraagd worden bij een van deze twee partijen.

5.3. Waterberging De benodigde waterberging wordt bij voorkeur aangelegd als open water op één locatie. De locatie moet aansluiten op het bestaande systeem van A- of B-watergangen, dit in overleg met het waterschap. Wadi’s zijn bespreekbaar mits open water niet haalbaar is. Aan wadi’s stellen we eisen ten aanzien van ontwerp en onderhoud (begaanbaar met een maaimachine, de drains moeten doorgespoten kunnen worden). Ondergrondse oplossingen voor waterberging worden in principe niet geaccepteerd tenzij open water of wadi’s technisch onmogelijk zijn.

5.4. Grondwater De gemeente Zaltbommel beschikt over een grondwatermeetnet. Actuele en historische gegevens kunnen geraadpleegd worden via https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

20

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

5.5. Ontwateringsdiepte Bestemming

Wegen, t.o.v. straatpeil Woningen met kruipruimte t.o.v. bouwpeil (bovenkant vloer BG) Woningen zonder kruipruimte t.o.v. bouwpeil Groenvoorziening en tuinen t.o.v. maaiveld Kabels en leiding t.o.v. maaiveld

Ontwateringsdiepte in meters T=1

T=10+10%

0,7

0,4

T=10 (Waal) en T=2 neerslag 0,4

1,0

0,7

0,7

0,7

0,5

0,5

0,5

0,3

0,2

0,7

0,3

0,3

T=100+10% 0,0

5.6. Kwel Vanwege de ligging tussen twee grote rivieren en de bodemopbouw is het gebied op sommige plaatsen zeer gevoelig voor kwel. Door deze kwelgevoeligheid moet het waterhuishoudingsplan overlegd worden met het Waterschap Rivierenland. Plannen dienen kwelneutraal te worden uitgevoerd.

5.7. Oppervlaktewater Voor nieuwe of te wijzigen watergangen gelden de volgende uitgangspunten:  In woonwijken of locaties waar veel spelende kinderen verblijven, taluds 1:6 toepassen. Deze taluds worden in gazon aangelegd, zodat de zichtbaarheid van spelende kinderen langs de watergang gewaarborgd is.  Talud 1:3 is toegestaan voor ruige berm/gras of beplanting langs doorgaande wegen (zonder voetpaden) of in het buitengebied.  Als talud niet mogelijk is en een keerwand wordt toegepast moet er een plasberm aangebracht worden met een breedte van 1 meter en een diepte van maximaal 30 cm onder het normale peil.  Oevers moeten bij voorkeur natuurvriendelijk aangelegd worden. Bij grote waterpartijen biedt een klein eilandje grote kansen voor flora en fauna.  Het liefst 1 centrale waterpartij in plaats van meerdere kleine.  Naast waterpartijen moeten vuiltrekplaatsen aangelegd worden, conform eisen waterschap. Dit is een verharde strook (kan met grasbetonstenen) om maaisel d.m.v. een vrachtwagen met autolaadkraan af te voeren vanuit het water. De vuiltrekplaats dient tevens als secundaire waterwinning voor de brandweer, dus locatie ook afstemmen met de brandweer.  Aan te leggen retentie krijgt in principe de status van A-watergang. Dat betekent, dat er onderhoudsstroken met een breedte van 4,00m beschikbaar moeten blijven aan weerszijden van de watergang.

Deze strook en de watergang zelf worden in eigendom overgedragen aan het waterschap.  Retentie dient af te voeren op A-watergangen. Eventueel tussenliggende watergangen dienen dus ook de A-status te krijgen.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

21

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2  

Gemeente Zaltbommel

Voor de afmetingen van watergangen met A- of B-status de minimale vereiste afmetingen van het Waterschap hanteren. Waar C-watergangen worden aangelegd, dient ook een onderhoudsstrook met een breedte van 4,00m beschikbaar te zijn. Indien deze onderhoudsstrook wordt verkocht, dient ook de watergang inclusief het beheer en onderhoud mee te worden verkocht.

5.8. Bronneringswater Bronneringswater dient geloosd te worden op oppervlaktewater of een wadi. In principe wordt lozing op het riool niet toegestaan. De wijze van lozen dient te worden afgestemd met de gemeente en het waterschap, afhankelijk van de eigenaar van het lozingspunt en de kwaliteit van het water. Of er een ontheffing van de keur of melding nodig is moet worden nagegaan bij de betreffende waterbeheerder. Bij lozing op het riool is altijd toestemming nodig van de gemeente Zaltbommel. Er dient te allen tijde een ontijzeringsinstallatie te worden toegepast.

5.9. Beschoeiingen en damwanden            

Hout met FSC-keurmerk toepassen, duurzaamheidsklasse 1. Het gebruik van verduurzaamd hout is niet toegestaan. Het gebruik van uitlogende materialen is niet toegestaan. Aan de landzijde planken toepassen in combinatie met een gronddicht, waterdoorlatend weefseldoek. Langs de opgangen van bruggen en duikers beveiliging aanbrengen in de vorm van hekwerken en eventueel uitklimvoorzieningen. Beschoeiing zonder verankering mag maximaal 20 cm hoogteverschil overbruggen. Bij meer dan 20 cm is verankering vereist. Bij hoge kades is een uitklimvoorziening nodig (>80cm). Bij een hoogteverschil van meer dan 60 cm is een leuning noodzakelijk. Geen vlechtschermen toepassen. Afdekplanken minimaal 35 mm dik in verband met kromtrekken. Geen houtdraadbouten in kops hout. Langs damwanden dubbele gordingen toepassen, schuine liplassen verspringend over halve planklengte.

5.10. Duikers   

Maatvoering volgens opgave waterschap Rivierenland. De aansluiting van een duiker op een watergang vindt plaats met een betonnen uitstroombak. In verband met onderhoud en inspectie van duikers/ op de taluds bij duikermonden aan weerszijde daarvan over een lengte van 2,50 meter geen beplanting aanbrengen.

5.11. Bruggen en kunstwerken Algemeen ontwerp  In het algemeen vandalismebestendig construeren. Onderdelen van kunstwerken zo bevestigen dat ze niet zonder gereedschap kunnen worden verwijderd. Waar mogelijk lasverbindingen toepassen in plaats van bouten en moeren. Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

22

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2   

Gemeente Zaltbommel

Bruggen van ruwe slijtlaag of anti-sliplaag voorzien, zodat geen strooizout nodig is. Bij bruggen in wegen zonder anti-sliplaag dient het brugdek dicht te zijn en voorzien van een opstaande rand, zodat strooizout niet de sloot in loopt. Kunstwerken zoals bruggen en duikers voorzien van stootplaten. Stootplaten minimaal 5m lang maken, aandacht besteden aan laagsgewijze aanvullingen en voldoende verdichting van grondwerk rond landhoofden. Voorkom dat vogels en andere dieren zich in de constructie ophouden.

Materiaalkeuze  Materiaalkeuze afstemmen op schaal kunstwerk (klein in hout of kunststof, groot in beton of staal).  Hout met FSC-keurmerk toepassen, duurzaamheidsklasse 1.  Bij het toepassen van stalen onderdelen en bevestigingsmiddelen kiezen voor RVS.  Taluds onder brugdekken bekleden met een gesloten verharding.  Waterlijn t.h.v. kunstwerken voorzien van beschoeiing. Ter plaatse geen natuurvriendelijke oever toepassen. Draagkracht  Voor kunstwerken in gebiedsontsluitingswegen en hogere orde verkeersklasse 60 aanhouden.  Voor kunstwerken in erftoegangswegen verkeersklasse 60 aanhouden.  Fiets- en voetgangersbruggen ontwerpen op onderhoudsvoertuig (verkeersklasse 30).  Landhoofden van beton op een fundering die geschikt is om voertuigen te dragen, zelfs al hoeft de brug niet geschikt te zijn voor voertuigen.  Bruggen die niet geschikt zijn voor motorvoertuigen fysiek afsluiten.  Viaducten en bruggen beschermen tegen beschadigingen ten gevolge aanrijdingen en of aanvaringen.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

23

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

6. Groen 6.1. Algemeen 

  

  

   

 

 

Het groen moet de structuur versterken. Daarnaast dient de hoofdgroenstructuur (conform Groenbeleidsplan) behouden te blijven. Eventuele wijziging in de structuur (na overleg met de gemeente) dient gecompenseerd te worden. Plantmateriaal (bomen, heesters) en graszaad moet soortecht zijn volgens de algemeen geldende kwaliteitsnormen. Alle te onderhouden voorzieningen (gras, beplantingen, sloten, etc.) dienen goed bereikbaar te zijn voor machines. Openbaar groen niet direct aan particulier groen laten grenzen Scheiding kan worden aangebracht door bijv. door het aanleggen van een pad of een duurzame erfafscheiding. I.v.m. aanzicht zo veel mogelijk gebruik maken van een ‘groene’ duurzame erfafscheiding (bv. een hekwerk met klimplanten). Erfscheidingen zijn in eigendom en beheer bij de aanwonenden. Voorkeur wordt uitgesproken voor een ‘groene’ erfscheiding met heesters/haag of hekwerk met klimplanten. Geen ‘snippergroen’ toepassen, kleine groenstroken zijn onderhoudsintensief en slijtagegevoelig. Groenstroken in woonstraten zijn minimaal 2 meter breed, groenstroken langs wijkontsluitingswegen zijn minimaal 5 meter breed. Gazonstroken met bomen zijn minimaal 3 meter breed. Een middenberm of groenstrook aan één kant van de straat verdient de voorkeur boven twee stroken van bijvoorbeeld 1 meter breed.

Groenstroken in woonstraten hebben een minimale lengte van 10 meter zonder doorsteekjes ter ontsluiting van woningen. Wanneer er geen groenstroken mogelijk zijn kan er gekozen worden voor bijvoorbeeld een boom in een goede open boomspiegel. In het openbare groen bij scholen, speelplaatsen van peuters en kleuters wordt het sortiment gecontroleerd op (extreme) giftigheid van vruchten in combinatie met bereikbaarheid en aantrekkelijkheid voor kinderen. Rondom kinderboerderijen en maneges geen taxus toepassen. Bij parkeerplaatsen geen soorten toepassen, die problemen opleveren voor bewoners, bijv. druipen van linden, fruit/besjes op de stoep en auto’s etc. Beplantingssoorten waarvan onderzoek heeft uitgewezen dat zij gevoelig zijn voor plagen, die de volksgezondheid kunnen aantasten zoals de eikenprocessierups worden niet toegepast langs doorgaande voet/fietspaden, bij horecapleinen, bij scholen en speelplekken. Rekening houden met hoge grondwaterstanden. Verschillende boomsoorten worden toegepast om monocultuur in de bebouwde kom te voorkomen. Per straat wordt één boomsoort toegepast. Bij doorgaande wegen langer dan 1 km kan desgewenst op een kruispunt of ander herkenningspunt voor een andere boomsoort worden gekozen. Een andere cultivar wordt als dezelfde soort beschouwd.

Bij reconstructie kan er in sommige gevallen gekozen worden voor een andere boomsoort dan reeds aanwezig, bijvoorbeeld als er nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd onder lindes. Het plantensortiment moet geschikt zijn voor de van nature aanwezige geomorfologie zoals grondsoort, waterpeil en hoogteverschillen. Gekozen boomsoorten moeten geschikt zijn voor hun toepassing in beplanting (geen wortelopslag), gazon of bestrating (wortelopdruk). De natuurlijke habitus van de gekozen heesters mag de maximale maat van het plantvak niet overstijgen, zodat vormsnoei in de vorm van blokhagen van ‘overkokende’ beplanting wordt voorkomen. Heesters mogen niet behoren tot de woekerende soorten. Het sortiment bestaat voor minimaal 30% uit materiaal, dat van nature in Nederland kan voorkomen.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

24

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2     

Gemeente Zaltbommel

Sortiment en inrichtingsplan dienen altijd specifiek ter goedkeuring aan de Gemeente Zaltbommel te worden voorgelegd. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat er per woning 75m2 groen wordt gerealiseerd, waarvan 30m2 als gebruikersgroen wordt ingericht Openbaar groen moet bewust worden ontworpen en ingericht. Plannen moeten ter controle langs de gemeente en worden getoetst op kwaliteit en beheerbaarheid. Tracés kabels en leidingen worden bij voorkeur onder de verharding aangebracht in plaats van in groenstroken. Biodiversiteit is net als duurzaamheid, milieu en gebruikswaarde een aandachtspunt bij de inrichting van openbaar groen. Monoculturen moeten worden voorkomen. Groenwaarde voor flora en fauna dient steeds te worden afgewogen. Biodiversiteit betekent een weloverwogen keuze maken uit groentype, bomen en heester, vaste planten en akkerkruiden. Waar mogelijk insectenvriendelijke beplanting aan te brengen zoals honing- en stuifmeel dragende bomen.

6.2. Bomen 

  

  

Tijdens de werkzaamheden dienen bestaande bomen te worden beschermd conform de poster "Boombescherming op bouwlocaties" opgesteld door Vereniging Stadswerk Nederland 2007. Geen wortelopdrukkende soorten toepassen binnen een straal van 5 meter uit verharding i.v.m. opdrukken van de verharding. Bomen bij parkeervakken voorzien van een permanente boombescherming. Het onderhoud, de inboet en het water geven in de eerste twee jaar dient in de opdracht te zitten en verzorgd te worden door de ontwikkelaar. Overdracht zal pas na twee groeiseizoenen plaatsvinden. Inboetgarantie en onderhoud is 2 jaar, na ieder jaar inboet opnemen en uitvoeren. Nieuwe periode van 2 jaar onderhoud en inboetgarantie gaat na uitvoering weer in, zo lang dat alle bomen minimaal 2 jaar na planten nog voldoende levensvatbaar zijn. Waarborgen van goede doorwortelbare ruimte voor een boom. Minimaal 5 meter rondom loswoelen tot 1 meter diep bij het planten van de boom.

6.2.1. Categorisering bomen Om de afmeting van bomen aan te geven worden deze vaak aangeduid als boom van de 1e, 2e of 3e grootte. Hoe groot is dat dan? Algemeen wordt de definitie van “Dr. B.K. Boom” aangehouden, zoals hij die opgenomen heeft in de “Nederlandse Dendrologie” en zoals die is overgenomen in het stadbomenvademecum. Boom 1e grootte: boom volgroeid hoger dan 12 meter. Boom 2e grootte: boom volgroeid tussen 6 en 12 meter. Boom 3e grootte: boom volgroeid kleiner dan 6 meter. Hierbij wordt uitgegaan van een boom in volle grond. Bomen in verharding zullen meestal kleiner blijven. Bomen 1e grootte bijvoorbeeld: eik, beuk, plataan, iep, paardenkastanje, populier, gewone linde, Noorse esdoorn en bergesdoorn, etc. Bomen 2e grootte bijvoorbeeld: els, berk, lijsterbes, zoete kers, goudiep, etc. Bomen 3e grootte bijvoorbeeld: sierappels, sierperen, meidoorn, krentenboom, etc.

In de hoofdstructuur en parken worden bomen van de eerste grootte aangeplant in een maat van 16-18 of 18-20 op een onderlinge afstand van 10 tot 15 meter;

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

25

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 

Gemeente Zaltbommel

In buurtontsluitingswegen en woonstraten worden bomen van de tweede grootte aangeplant in de maat 12-14 of 16-18 op een onderlinge afstand van 10 meter of op een solitaire plek in een woonstraat; In woonstraten worden bomen van de derde grootte aangeplant in de maat 10-12 als wegbeplanting.

Bij een grondwaterstand (GHG of GVG) hoger dan 0,60-0,70m beneden maaiveld worden in de verharding in principe geen bomen van de 1e grootte toegepast i.v.m. latere opdruk van de verharding. De capillaire werking van de bodem kan beperkt worden door op 0,10 m boven de GHG of GVG een laag drainagezand van 0,10m toe te passen. Indien voor bomen minder dan 3m3 doorwortelbare ruimte beschikbaar is, wordt geen boom aangeplant (afmeting plantvak x diepte tot GHG of GVG +0,1m).

6.2.2. Afstand tussen bomen en kolken en Kabels/Leidingen Bij het aanbrengen van een nieuwe of vervangende boombeplanting moet altijd rekening worden gehouden met de minimale afstand tussen bomen en kolken van 2 meter. Tussen bomen en kabels en leidingen dient een afstand van minimaal 2 meter aangehouden te worden en dient een wortelscherm aanwezig te zijn.

6.2.3. Afstand tussen bomen en trottoirband Indien een boom in het trottoir wordt geplant moet het hart van de boom minimaal 0,9 meter achter de trottoirband liggen. Staat de boom in gazon of in beplanting dan is de minimale afstand tot de verharding 2 m.

6.2.4. Afstand tussen bomen en verkeerslichten Bij een nieuwe of vervangende boombeplanting geldt een minimale afstand tussen boom en de verkeerslichten van 15 m.

6.2.5. Afstand tussen bomen onderling Bomen in rij dienen op een onderlinge afstand van minimaal 8 meter hart op hart aangeplant te worden Bij een laan aan weerskanten van een weg mogen de twee rijen op een kortere afstand staan. Bij bomen in open bermen/ doorgaande plantstrook wordt gestreefd naar een afstand van maximaal 12 meter hart op hart in de rij, tenzij dit door obstakels (bovengronds/ ondergronds) niet haalbaar is. Bomen worden in een rij in een logisch ritme geplant. Dit dient met de groenmedewerker te worden overlegd.

6.2.6. Boomspiegels In verband met schade door strooizout mogen boomspiegels niet op gelijk niveau komen met de rijbaan of parkeervakken, er dient een verhoogde boomspiegel te worden toegepast. Zie tekeningen. Boomvakken worden opgesloten met opsluitbanden of trottoirbanden. Gebruik wordt gemaakt van bochtbanden en hoekstukken. Er worden geen pas-/ zaagstukken toegepast.

6.2.7. Bewateringsring Toepassen bij de aanplant van nieuwe bomen. Hierbij gebruik maken van een kunststof ring van PE, dikte ten minste 3,0 mm. Rolafmeting hoogte 30 cm. Kleur zwart of groen. Onderzijde 0,15 meter in de grond werken, bevestiging aan de binnenzijde van de boompalen met schroeven (3.5 x 50 mm).

6.2.8. Boompalen en –banden Boompalen moeten van onbehandeld kastanjehout met FSC keurmerk zijn, minimaal 2,50 meter lang en 7-8 cm in doorsnede. De boompalen moeten minimaal 1,60 en maximaal 1,80 m boven maaiveld uitsteken. Per boom worden 2 boompalen toegepast. De palen zijn recht en uniform van afmeting. 26 Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

Boombanden moeten van ‘autogordel’ zijn of gelijkwaardig, de boombanden worden in de vorm van een 8 aangebracht (lus rond de stam). De boompalen staan haaks op de heersende windrichting. In laanverband dienen de boompalen evenwijdig of haaks op de rijbaan te staan.

6.2.9. Plantmateriaal Plantmateriaal moet soortecht zijn en vrij van ziekten conform het `Certificeringsreglement voor Laanen Sierbomen' van de NAK-tuinbouw. Het plantmateriaal dient minimaal van ‘EG kwaliteit’ te zijn, dit dient op de afleverbon vermeld te staan, evenals het aansluitnummer bij NAK-tuinbouw. Kwaliteitsnormering van Laan- en Parkbomen, 1989 van de Stichting Kwaliteitsnormering van Boomkwekerijgewassen (ISBN 90-322-2554-5) is van toepassing. De bomen dienen uniform te zijn qua habitus, groeiwijze en – ritme en samenstelling van de kluit. Kluiten van bomen en heesters dienen goed doorworteld te zijn, er mag geen sprake zijn van een ‘gemaakte’ kluit.

6.2.10.

Wortelbarrière

Indien aangenomen kan worden dat boomwortels door horizontale wortelgroei schades kunnen veroorzaken aan verharding of ondergrondse infrastructuur moet een wortelbarrière worden geplaatst. Het doel van een wortelbarrière is het voorkomen van horizontale wortelgroei door middel van ondergronds verticaal geplaatste fysieke (wortel)barrières. Toegepast wordt Rootcontrol (leverancier Greenmax) of gelijkwaardig. Dit is een non-woven dubbelzijdig gecoat geotextiel met een massa van 360 gram/ m2. Het wortelscherm wordt toegepast vanaf het grondwaterniveau (volcapillaire zone) tot maaiveld. Hoogte van het materiaal is dus afhankelijk van het grondwaterpeil. Afstand tussen de boom en het toe te passen wortelscherm is in principe 2 meter omdat de boom anders instabiel kan worden. Het wortelscherm wordt aan de uiterste rand van het plantvak toegepast aan de zijde van de kabels en leidingen en wordt tot minimaal 2 meter buiten het plantvak doorgetrokken. Wortelgeleidesystemen zoals Deeproot worden niet toegepast.

6.2.11.

Grond in boomvak/plantvak

Een boomvak wordt ontgraven tot 0,10m boven de grondwaterstand GHG of GVG) en niet dieper. De maximale diepte bedraagt 1,00 meter.  Bij bomen in plantsoenen, waar de bestaande bodem niet geschikt is voor aanplant, bomengrond toepassen (teelaarde specifiek voor bomen met een relatief hoog gehalte organische stof). Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

27

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 

Gemeente Zaltbommel

Waar de bovenbelasting hoog is (bijvoorbeeld bij parkeerplaatsen/winkelcentra), dient bomengranulaat te worden toegepast (een mengsel van fijn gesteente, organische groeistoffen en klei). Het granulaat moet zijn van het type BSI Bomenservice te Baarn of met een gelijkwaardige samenstelling. Waar de bovenbelasting op de verharding minder is (bijvoorbeeld op voetpaden in woongebieden), voldoet bomenzand type Helvoirt Amsterdam of met gelijkwaardige samenstelling, waarbij het percentage lutum (klei) is kleiner dan het percentage organische stof. De aanvulling in het boomvak/ plantvak minimaal 0,15m door de ondergrond werken, tenzij dan binnen 0,10m boven de grondwaterstand gewerkt wordt. Grondverbetering 3 m³ per boom. In het volledige plantvak de ondergrond goed los maken.

6.2.12.

Zaadmengsels

Gazons dienen ingezaaid te worden met een speelgazon/ recreatiemengsel R1 2,5kg/are. Bermen dienen ingezaaid te worden met bermenmengsel B3 1,5kg/are.

6.2.13.   

  

 

Monumentale bomen

Bouwplannen worden getoetst op de aanwezigheid van bomen die vermeld staan op de “Lijst monumentale en waardevolle houtopstanden” van de gemeente Zaltbommel. De aanwezige boom dient exact ingemeten te worden met daarbij 8 gemeten hoogtepeilen (resp. 3x en 6x de stamdiameter). Voor de start van werkzaamheden rond deze bomen dient een onafhankelijk en gespecialiseerd onderzoeksbureau een rapportage op te stellen naar huidige staat en toekomstverwachting van de boom. Tevens dient er een onderzoek te worden gedaan naar impact van de nieuwe ontwikkeling op de boom (plaatsen van peilbuizen voor monitoren). Tijdens de bouwactiviteiten dient er ter hoogte van de kroonprojectie een deugdelijke vaste afscheiding aangebracht te worden. Binnen de zone “kroonprojectie plus twee meter” mogen geen graafwerkzaamheden (afgraven/ophogen) gedaan worden en geen (tijdelijke) voorzieningen of bouwwerken worden aangebracht. In de omgeving van de boom mag alleen bronbemaling worden toegepast in de periode van november t/m maart. De aannemer is verantwoordelijk voor het beschermen en verzorgen van de boom en het voorkomen van schade. In geval van schade zal de waardevermindering berekend volgens de richtlijnen van de NVTB- rekenmethode.

6.3. Groenvakken  

   

Groenvakken zijn ten minste 1,50 meter breed (binnenzijde opsluitband), bij hagen mag een minimale breedte van 1,00 m voorkomen. Heesters worden in monocultuur geplant, eventueel aangevuld met solitaire heesters of in een vak met voldoende maat in groepen van minimaal 10-20 stuks. Bosplantsoen mag gemengd worden aangeplant of gemengd in groepen van 5-10 stuks. Gazonvakken zijn minimaal 1,50 meter breed. Tussen obstakels zoals speelvoorzieningen en bomen in het gazon moet een doorrijbreedte van minimaal 2,50 meter worden gegarandeerd. Bij nieuwe aanplant moet de potmaat van het aan te planten materiaal c1,5 of p11 zijn. Maatvoering van heesters 3 taks of bosplantsoen. Het onderhoud, de inboet en het water geven tot en met het tweede jaar dient in de opdracht te zitten en verzorgd te worden door de ontwikkelaar. Overdracht zal pas na twee groeiseizoenen plaatsvinden. Het groen, dat in beheer en onderhoud bij de aannemer of ontwikkelaar is, dient minimaal te zijn van CROW-kwaliteit A.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

28

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 

Gemeente Zaltbommel

erzorgd te worden door de ontwikkelaar. Overdracht zal pas na twee groeiseizoenen plaats vinden.

7. Inrichting 7.1. Standaard straatmeubilair     

Banken 01103500, “BN Artisteel”, Ral 6009, Velopa Afvalbakken HR BIN, 38 liter, Ral 6009 incl. staanders, Brimos Fietsbeugel ‘Den Haag” Brimos Diamantkoppalen hardhout “Azobé” 140x15x15 cm, Pol Diamantkoppalen kunststof 140x15x15 cm, Pol

Palen e.d. aangieten met een epoxy-mortel i.v.m. onkruidgroei. Palen alleen plaatsen in overleg met de afdeling Verkeer van de gemeente. Bij afwijking altijd in overleg met gemeente. Definitieve ontwerpen ter goedkeuring aan de gemeente voorleggen.

7.2. Speelvoorzieningen Voor speelvoorzieningen moet een oppervlak gereserveerd worden ter grootte van 3% van het uitgeefbaar oppervlak. Dit oppervlak moet bij voorkeur aaneengesloten en centraal in het plan liggen. Ligging aan de rand van een plangebied heeft niet de voorkeur, tenzij die rand grenst aan bestaand bebouwd gebied en de speelruimte bereikbaar is vanuit het bestaand gebied. Het ontwerp voor speelplaatsen wordt in overleg met de (toekomstige) bewoners, de beheerder en de wijk- en dorpscoördinator van de gemeente opgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met de toekomstige doelgroep, de ligging, veiligheid, onderhoudbaarheid etc.

7.3. Algemene veiligheidsregels        

De bodem moet voldoende schokdempend zijn, zeker onder hoge toestellen. Wat een schokdempende bodem is, leest u verderop. Bewegende toestellen moeten worden afgeschermd, zodat kinderen er niet per ongeluk tegenaan kunnen lopen. Tussen de verschillende toestellen moet genoeg ruimte zijn, zodat er royaal tussendoor gelopen kan worden. Speeltuinen en speelplaatsen moeten voortdurend goed onderhouden worden. Zodat alle toestellen en bodemmaterialen steeds in goede conditie zijn. In een speeltuin horen geen toestellen waarbij de hulp van volwassenen nodig is om er veilig mee en op te kunnen spelen. Alle toestellen moeten stabiel en onbeweeglijk zijn verankerd. De hoeken, randen en punten van toestellen mogen niet scherp zijn. En houten toestellen en onderdelen moeten splintervrij zijn. Heel belangrijk: alle speeltoestellen moeten voorzien zijn van een certificaat van goedkeuring volgens het WAS.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

29

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

7.4. Wetgeving Voor speeltoestellen is er een specifieke wet in Nederland: het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). De Voedsel- en Warenautoriteit is de handhavende organisatie van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Dit houdt in dat zij de enige organisatie is die speeltoestellen mag afkeuren of boetes mag opleggen aan beheerders. Beheerders die het niet eens zijn met de handelswijze van de VWA kunnen (als ze er onderling niet uit komen) alleen bij de rechter in beroep gaan. In het attractiebesluit wordt een speeltoestel als volgt gedefinieerd: Een inrichting bestemd voor vermaak of ontspanning waarbij uitsluitend van zwaartekracht of fysieke kracht van de mens gebruik wordt gemaakt. De volgende handelingen moeten worden gedaan om aan de eisen van het Attractiebesluit te voldoen:  Het veilig (laten) plaatsen en onderhouden, de registratie van de speeltoestellen en de registratie van relevante gegevens in een logboek. De registratie moet plaatsvinden op regelmatige basis.  De inspectie kan eens per jaar plaatsvinden door een daarin gespecialiseerd bedrijf. Europese normen Normen zijn vrijwillige documenten. In de wet (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen; WAS) wordt echter verwezen naar de normen voor speeltoestellen (NEN-EN 1176), ondergronden (NEN-EN 1177) en waterglijbanen (NEN-EN 1069).

Daarom kunnen deze normen worden gebruikt om aan de wet te voldoen. Er zijn echter ook andere manieren om aan de wet te voldoen. Om aan te tonen dat een speeltoestel veilig is, kan bijvoorbeeld een risicoanalyse gemaakt worden.

7.5. Leeftijdscategorieën De gemeentelijke normen zijn opgesteld voor drie leeftijdscategorieën:  0 tot 6 jaar;  6 tot 12 jaar;  12 tot 18 jaar. De leeftijd van 18 jaar is een flexibele grens, een uitloop naar boven is mogelijk. In de startnotitie Jeugdbeleid ligt de grens bijvoorbeeld bij 21 jaar. Voor gehandicapte kinderen is geen aparte categorie opgesteld. Het streven is om speelruimtevoorzieningen ook toegankelijk te maken voor gehandicapten.

7.6. Algemene normen Algemene factoren voor het bepalen van de speelkwaliteit zijn:  Bereik en verzorgingsgebied: de actieradius van kleine kinderen is ca. 500 meter rondom de woning, voor de oudere jeugd meestal tot 2000 meter;  Gebied en ruimte: de leeftijdsgroep tot 12 jaar speelt op straat- en buurtniveau, de oudere jeugd op wijk- en gemeenteniveau;  Ontwikkeling en speltype: bij kleine kinderen gaat het om ontwikkeling van de grove motoriek. Kinderen van 6 tot 12 ontwikkelen creativiteit en groepsbesef. De oudste jeugd wil ontmoeten, keuzes maken en krachten meten;  Verkeer: streven naar verkeersveilige spelsituaties;  Schoon: dus geen hondenpoep, afval en onkruid;  Mate van overlast: er moet een minimale afstand tot de woningen aangehouden worden.  De gewenste speelruimte is duurzaam. Ten eerste moet rekening worden gehouden met de milieuregelgeving. Ten tweede worden zoveel mogelijk slijtvaste bouwmaterialen gebruikt.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

30

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

7.7. Normen speelruimte Er zijn richtlijnen voor de indeling van formele speelruimte in:  Een kleine speelplek (straatniveau) is geschikt voor de jongsten met minimaal 4 kleine speeltoestellen en een bankje;  Een middelgrote speelplek (buurtniveau) heeft minimaal 3 kleine en 3 grote speeltoestellen waarbij het accent ligt op een doelgroep tot 12 jaar;  Een grote speelplek (wijkniveau) heeft ongeveer 8 tot 10 speeltoestellen. Ook hier ligt het accent op een doelgroep tot 12 jaar;  Met een zeer grote speelplek (gemeenteniveau) moeten alle leeftijden worden bediend. Deze speelplek omvat meer dan 10 speeltoestellen.

7.8. Honden(poep)beleid 7.8.1. Opruim/aanlijnplicht  

In principe is er binnen de bebouwde kom overal een opruim- en aanlijnplicht, behalve op een hondenuitlaatplek of losloopplaats. Buiten de bebouwde kom geldt geen opruim- en aanlijnplicht. Wel moedigen wij iedereen aan om ook hier de hondenpoep op te ruimen, ongeacht of dit op de weg, in de berm of op het gras ligt. Zo blijft het ook buiten de bebouwde komt netjes. Eigenaren van percelen en tuinen hoeven geen honden van derden op hun terrein toe te staan. Ook in natuurgebieden van bijvoorbeeld Staatsbosbeheer of het Geldersch Landschap gelden afwijkende regels, waarbij opruimplichten of zelfs hondenverboden van toepassing kunnen zijn. Honden zijn (ook aangelijnd) niet welkom op plaatsen als een speelweide, zandbak of kinderspeelplaats. Bij deze (speel)plekken hoeft geen bord te staan om aan te geven dat honden niet welkom zijn. Een bord is geen vereiste voor handhaving. Een hondenbezitter is zelf verantwoordelijk om te zorgen dat zijn/haar hond alleen daar komt waar hij welkom is.

7.8.2. Hondenuitlaatplekken Op basis van de APV zijn twee soorten hondenuitlaatplekken aangewezen: uitlaatlocaties en loslooplocaties. Op uitlaatlocaties en loslooplocaties is geen opruimplicht. Dat betekent dat de hondenpoep mag blijven liggen, behalve op wegen en paden. De hondenuitlaatplekken in Zaltbommel en in de dorpen zijn te vinden in bijlage 1 “Overzicht hondenuitlaatplekken”. Daarnaast staan op de website van de gemeente de kaarten van Zaltbommel en alle dorpen met de hondenuitlaatplekken. Alleen in Zaltbommel liggen loslooplocaties. Binnen de dorpen zijn geen loslooplocaties, alleen uitlaatlocaties. Wie in een dorp woont en zijn hond los wil laten lopen, kan redelijk snel buiten de bebouwde kom zijn. Buiten de bebouwde kom geldt geen aanlijnplicht en mag de hond loslopen. Als een hondenbezitter een uitlaat- of loslooplocatie te ver weg vindt, kan hij altijd besluiten om de hond de behoefte te laten doen buiten een voorziening en de hondenpoep vervolgens op te ruimen. De hondenuitlaatplekken zijn ten tijde van vaststelling van dit beleidsdocument deels aangegeven met een bord of paaltje. Het doel is om in 2021 iedere hondenuitlaatplek te voorzien van een paaltje of bord met de verwijzing naar een uitlaatlocatie of loslooplocatie. Bij een aantal hondenuitlaatplekken staat daarnaast een afvalbak ter tegemoetkoming aan de hondenbezitter.

Een afvalbak is echter geen vereiste bij een hondenuitlaatplek. De gemeente Zaltbommel heeft verspreid door de gemeente op een aantal plekken afvalbakken met dispensers voor hondenpoepzakjes staan. Daarnaast zijn bij een aantal ondernemers hondenpoepzakjes gratis te verkrijgen. Ondernemers die hier aan mee doen zijn: Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

31

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 -

Gemeente Zaltbommel

De Albert Heijn in Zaltbommel; De Jumbo supermarkt in Zaltbommel; De HEMA in Zaltbommel; De Jumbo supermarkt in Gameren; De Plus supermarkt in Brakel; Bakkerij van Genderen/Attent supermarkt in Zuilichem

7.8.3. Poepzuiger Op de uitlaatlocaties en loslooplocaties zet de gemeente de (zogenaamde) poepzuiger in. Deze volgt een vaste route, afhankelijk van het seizoen met een passende frequentie. De inzet van de poepzuiger is vrij kostbaar. Dit betekent dat de poepzuiger niet overal komt. De inzet van de poepzuiger bij de verschillende hondenuitlaatplekken is opgenomen in bijlage 1 “Overzicht hondenuitlaatplekken” van het Honden(poep)beleid 2021-2024. Behalve de poepzuiger wordt hondenpoep ook verwijderd tijdens het maaien. Daarom is tijdens het zomerseizoen, wanneer gemaaid wordt, de poepzuiger minder nodig (één keer in de twee weken per aangegeven locatie). Daarmee worden kosten bespaard, terwijl de gebieden toch regelmatig schoongemaakt worden. Gedurende de winter wordt de poepzuiger vaker ingezet (één keer in de week per aangegeven locatie). Met betrekking tot de kosten van de poepzuigerinzet is rekening gehouden met de wisselende frequentie, zowel in Zaltbommel als in de dorpen. De poepzuiger wordt over het algemeen niet ingezet buiten de hondenuitlaatplekken. Buiten de hondenuitlaatplekken geldt namelijk een opruimplicht voor de hondenbezitter. Als er echter meerdere meldingen binnen komen van hondenpoep overlast op één bepaalde plek, een zogenaamde hotspot, kan de gemeente ervoor kiezen om de poepzuiger (incidenteel) in te zetten buiten de hondenuitlaatplekken.

Verder wordt verwezen naar het honden(poep)beleid 2021-2024.

7.9. Bebording   

Verkeersborden zoveel mogelijk combineren met lichtmasten. Bebording conform CROW-richtlijnen. Bebording alleen in overleg met de afdeling Verkeer van de gemeente plaatsen.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

32

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

8. Kabels en leidingen In het definitief ontwerp van de openbare ruimte moeten Nutstracés vastgelegd worden in overleg met de gemeente en de combi van Nutsbedrijven. Ook locaties voor transformatoren, schakelkasten en andere bovengrondse voorzieningen moeten vastgelegd worden. Het tracé van kabels en leidingen mag niet door groenstroken lopen. Overleg met de combi dient te worden ingepland met de toezichthouder Nutsbedrijven van de gemeente. Verder wordt verwezen naar het handboek kabels en leidingen 2021 en de schaderegeling ingravingen kabels en leidingen 2021.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

33

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

9. Revisie Van alle aangelegde onderdelen wordt een revisie aangeleverd met maten, peilen, afmetingen, soort of type etc. Zie bijlage Rioolrevisie.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

34

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

10. Bijlage Rioolrevisie Eisen gesteld aan inspectie en rapportage In deze bijlage zijn de eisen van gemeente Zaltbommel beschreven ten aanzien van de aanlevering en inhoud van inspectiegegevens en opleverings-/beoordelingsrapportage ’s.

Eisen gesteld aan een video inspectie van riolen De visuele inspectie met behulp van de videocamera dient plaats te vinden conform de EN135082+A1:2011 en NEN3399:2015 met eventuele aanvullingen en/of uitbreidingen hierop zoals omschreven in deze bijlage. Alle toestandsaspecten worden vastgelegd overeenkomstig de EN13508-2+A1:2011 en NEN3399:2015. Van alle toestandsaspecten met een klasse 4 en 5 (hoogste klasse) dient een digitale kleurenfoto gemaakt te worden. Voor beoordeling en rapportage is de BRL K10014 en K10015 van toepassing. Met betrekking tot de wijze van inspecteren gelden de volgende uitgangspunten:  Alle voegen dienen 360˚ te worden geïnspecteerd;  Alle inlaten dienen duidelijk in beeld te worden gebracht en ingemeten;  Alle gebreken met betrekking tot de inlaten dienen vermeld te worden bij de opmerkingen;  Bij lekkage klasse 3 en hoger, van de inlaat, dient de locatie van de lekkage bepaald te en gerapporteerd te worden (standpijp, afdekkapje, stootring enz.);  Alle controleputten dienen goed in beeld te worden gebracht (voegen!);  Van alle strengen dient de verticale ligging ten opzichte van het horizontale vlak te worden bepaald door middel van een hellingshoekmeting, daarbij uitgaande van de ingemeten bob maten.  Een visuele inspectie vanuit de buis dient te worden uitgevoerd met een rijdende kleuren videocamera met een 360 graden draaibare lens.

 Van iedere geïnspecteerde rioolstreng dient minimaal 1 digitale foto in het inspectierapport te worden opgenomen.  De te leveren videobeelden en foto’s dienen scherp te zijn en minimaal 80% van de buisdiameter en/of het bedoelde toestandsaspect te bevatten.  Personen belast met de inspectie dienen in het bezit te zijn van het diploma “visuele inspectie van riolen conform de NEN EN 13508-2 NEN 3399“ van de stichting RIONED.  Bij het inspecteren dient ook, indien redelijkerwijs mogelijk, de eerste voeg (putbuisaansluiting) in beeld te worden gebracht. Nadat de camera in het riool is gebracht, dient zover achteruit gereden te worden opdat de cameralens bij de put-buisaansluiting staat. Bij speciale constructies zoals overstorten, terugslagkleppen uitstroompunten van persleidingen e.d. moeten ook deze constructies zo goed mogelijk in beeld gebracht worden.  De videobeelden, het hellingshoekmeting bestand, het SUF of RIB-bestand en de (digitale) inspectierapportage in (pdf-formaat) dienen op een externe harddisk met USB aansluiting aangeleverd te worden. De videobeelden en foto’s dienen dusdanig geïndexeerd te zijn dat, eventueel met behulp van een gangbaar computerprogramma, de waargenomen gebreken direct bekeken kunnen worden. De gemeente Zaltbommel maakt hiervoor gebruik van het programma Kikker van Riodesk.

De data en map structuur dienen als volgt te zijn ingedeeld SUF-RIB bestand en HEL bestand hebben dezelfde naam als de MAP waarin de MPEG2 en JPG bestanden staan, zoals hieronder als voorbeeld is aangegeven: Indien het aangeleverde rapport afwijkt van de op video en foto vastgelegde schadebeelden dan dient een nieuwe rapportage te worden gemaakt aan de hand van de opnames waarvan de kosten voor rekening van de initiatiefnemer komen. De opdrachtgever is bevoegd dezelfde strengen door een ander bedrijf te laten inspecteren. Indien deze rioolinspectie dient als controle-inspectie moet deze binnen uiterlijk drie weken na ontvangst van de eindrapportage, dan wel na ontvangst van de aanvullende rapportage, worden uitgevoerd. Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

35

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

Opdrachtgever zal opdrachtnemer van de controle-inspectie in kennis stellen en opdrachtnemer de gelegenheid bieden hierbij aanwezig te zijn. De te inspecteren riolering moet droog en schoon zijn ten tijde van de inspectie. Bij voorkeur wordt een riool direct na de reiniging geïnspecteerd. Het opnieuw reinigen van een riool doordat de tijd tussen de eerste reiniging en de inspectie te groot is wordt niet verrekend.

Rapportage Na afloop van de werkweek, doch uiterlijk vijf werkdagen na het verstrijken van de werkweek, moet de opdrachtnemer een door hem opgestelde en ondertekende overzichtslijst in tweevoud verstrekken aan de opdrachtgever. Na goedkeuring door de opdrachtgever ontvangt de opdrachtnemer een, mede door de opdrachtgever ondertekende, lijst retour. Op de lijst staan per dag van de week tenminste vermeld:  datum;  weersomstandigheden;  soort machine(s) met nummer en/of kenteken;  namen personeelsleden;  gewerkte uren, begin-eind, pauze, reistijden;  aantal tankvullingen met het aantal liters water;  aantal afvalstortingen met het aantal ton of m3 afval, eventueel met bonnummer;  straatnaam/namen waar gewerkt is;  totale dagproductie van de gereinigde en geïnspecteerde riolen in meters per diameter;  werkzaamheden die apart moeten worden verrekend Eisen gesteld aan revisiegegevens In deze bijlage zijn de eisen van gemeente Zaltbommel beschreven ten aanzien van de revisie gegevens.

Revisie ALGEMEEN - INDIENEN REVISIEGEGEVENS De initiatiefnemer maakt revisie van de onderstaande onderdelen op de hieronder beschreven wijze:  De revisie digitaal inmeten en verwerken in een digitaal bestand  De initiatiefnemer verstrekt voor (deel)oplevering revisie van de ondergrondse infrastructuur en daar waar relevant ook van de bovengrondse infrastructuur. De revisie betreft verharding, kolken, putranden, goten, etc. De revisie digitaal inmeten en verwerken in een digitaal bestand.  De aan de gemeente verstrekte revisie behelst het totaal aan uitgevoerd werk waarop de revisie betrekking heeft, inclusief al eerder verstrekte revisiegegevens. Eventuele revisie van aanpassingen van eerdere aangebrachte zaken dient hierin te zijn verwerkt.  Alle gevraagde revisiegegevens dienen digitaal te worden ingemeten in RD-stelsel (x en y) en ten opzichte van NAP (z) (Dit geldt ook voor hulpstukken, appendages, moffen, etc.) in centimeter nauwkeurig.  Voor de lagenindeling wordt gebruik gemaakt van de NLCS (http://www.nlcs-gww.nl/). De initiatiefnemer verstrekt digitale tekeningen:  DWG- en DXF-bestand  pdf-bestand van de hierboven genoemde tekeningen met daarop de gevraagde (zie deze paragraaf/dit document) gegevens aan de gemeente.  Alle revisiegegevens dienen in één bestand te staan (1 .DXF, 1 .DWG, 1 .pdf per onderdeel en eventueel 1 .XLSX/.DOCX met aanvullende gegevens).

 Indien de geleverde gegevens aantoonbaar afwijken van het gevraagde dienen deze gegevens binnen 2 werkdagen na melding door de initiatiefnemer opnieuw aangeleverd te worden.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

36

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

Nauwkeurigheid gegevens:  Afmetingen van putten, overstorten, enz. dienen te worden aangegeven in millimeters met een nauwkeurigheid +/- 50 millimeter. Lengten van buizen e.d. worden vastgelegd in meters met een nauwkeurigheid van +/- 0,5 meter.  Maatvoering ter vastlegging van de locatie van putten, buizen of speciale voorzieningen, uitgezonderd daar waar deze vastgelegd dienen te worden in het coördinatenstelsel t.o.v. het Rijksdriehoeknet dienen te worden aangegeven in meters, met in elk geval een minimale nauwkeurigheid van +/- 0,5 meter.  Alle maatvoering waar gevraagd wordt om vastlegging in coördinaat t.o.v. het Rijksdriehoeknet (x/y) dienen te worden ingemeten met GPS of tachymeter met een minimale nauwkeurigheid van +/- 20 centimeter.  Metingen van de hoogte van objecten of maaiveld in NAP dienen te worden ingemeten in millimeters met een minimale nauwkeurigheid van +/- 20 millimeter.  Drempelhoogten dienen te worden vastgelegd in millimeters t.o.v. NAP en worden ingemeten met een nauwkeurigheid van +/- 20 millimeter.

Riolering Revisie gemaal Digitaal verstrekken van tekeningen in DXF- en DWG-formaat. Tevens één analoge tekening op A1-formaat per gemaal verstrekken aan de gemeente. Tekening:  Bovenaanzicht gemaal, met daarin aangegeven:  Deksel  Luiken  Kast  Straatpotten  Locatie kabeldoorvoer  Inkomende en uitgaande leidingen  Maatvoering Dwarsdoorsnede gemaal (en eventuele afzonderlijke onderdelen), met daarin aangegeven:  Pompen  Leidingwerk  Inkomende leidingen  Uitgaande leidingen  Afsluiters  Schuiven  Stroomprofiel (vorm en afmetingen)  Deksel  Luik  Kelder  Fundering  Kast  Kabeldoorvoer  Geurvoorziening  Maatvoering (alle hoogtes t.o.v. NAP)  BOK Langsdoorsnede gemaal (Zie onderdelen bij dwarsdoorsnedes) Indien nodig uitwerking in details. Tekeninghoofd:  Plaats  Straat  Gemaalnaam en -nummer  Tekenaar Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

37

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2     

Gemeente Zaltbommel

Bedrijf Datum Eventuele opmerkingen Schaal en papierformaat “Revisie”

In bewerkbaar digitaal-bestand (Word of Excel) onderstaande gegevens aanleveren: Technische gegevens rioolgemaal: Locatie gemaal:  Straat  Putnummer Pompgegevens:  Pompopstelling  Aantal pompen  Fabricaat  Type pomp  Waaier diameter  Waaierdoorlaat  Motorvermogen  Toerental  Geïnstalleerd vermogen Niveaumeting (t.o.v. N.A.P.):  In- en uitslag peil  Hoogwater peil  Laagwater peil Overige gegevens:  Kopie eventueel gemaakte afspraken met bewoners/ bedrijven  Alle garantiebewijzen  FAT en SAT testen  Type besturing  Type modem  Simkaart gegevens  Inspectierapport NEN1010 2007 +C1:2008 hoofdstuk 61  Onderhoudsaanbevelingen van leverancier(s)  Instelling gemaalbesturing  Stroomschema  Pompkromme  Kopie zakelijkrecht (indien van toepassing)

Revisie Persleiding Digitaal verstrekken van tekeningen in DXF- en DWG-formaat (Autocad). Tevens één analoge tekening op A1-formaat per gemaal verstrekken aan de gemeente. Tekening:  Straat (straatnaam)  Locatie  Gebouwen en huisnummers  Type leiding (= Persleiding)  Afsluiters, ontluchters, appendages, etc.  Diameters leidingen (inwendig)  Materiaal leidingen (materiaal, sterkteklasse, wanddikte, etc.)  Putnummers (vanuit beheersysteem) aanwezige putten Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

38

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2      

Gemeente Zaltbommel

Bijzonderheden Gemaallocatie en gemaalnaam Maatvoering op tekening aangeven B.o.b. t.o.v. NAP Doorsnede/Profiel van hoogteligging van de leiding over de gehele lengte Details (van afsluiters, overgangen, etc.)

Tekeninghoofd:  Plaats  Straat  Stroomgebied  Tekenaar  Bedrijf  Datum  Eventuele opmerkingen  Schaal  “Revisie” In Excel-bestand onderstaande gegevens aanleveren:  Knooppunt gegevens:  Knooppuntnummer (=putnummer)  Coördinaten x, y t.o.v. RD  Maaiveldhoogte t.o.v. NAP  Hoogte van de bodem t.o.v. NAP  Vorm van de put  Binnenmaten van de put  Functie van de put  Materiaal  Bouwjaar  Type afdekking van de put  Stroomprofiel (ja/nee) Leiding gegevens:  Beginputnummer (= rioolgemaal)  Eindputnummer  Leidingtype  Systeemtype  Bouwjaar  Materiaal  Vorm  Verbindingstype  B.o.b. begin  B.o.b. eind  Straatnaam  Verhardingstype maaiveld  Breedte (= inwendig diameter)  Hoogte (= inwendig diameter)  Wanddikte  Lengte

Revisie Overige riolering Digitaal verstrekken van tekeningen in DXF- en DWG-formaat (Autocad). Tevens één analoge tekening op A1-formaat per gemaal verstrekken aan de gemeente. Onder riool wordt tevens drainage verstaan.

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

39

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

Tekening:  Straat (straatnaam)  Locatie  Gebouwen en huisnummers  Type leiding (HWA/ DWA/ gemengd/Drain/ IT riool)  Inspectieput, overstortput, uitstroombakken, kolken, afsluiters, ontluchters, appendages, etc.  Maatvoering bovenkant putdeksel t.o.v. NAP  Maatvoering B.O.B. t.o.v. NAP  Diameters leidingen  Materiaal leidingen  Hoogte overstortmuur  Breedte overstortmuur  Puttennummers  Plaats inlaten (maten ten opzichte van hart laagst gelegen inspectieput)  Aanduiding ‘SK’ bij straatkolken en ‘TK’ bij trottoirkolken  Bijzonderheden Tekeninghoofd:  Gemeente en wijk  Straat  Stroomgebied  Tekenaar  Bedrijf  Datum  Eventuele opmerkingen  Schaal Teken lagen (LET OP teken alles in lagenindeling conform NLCS):  DWA/ RWA/ Drain/ Gemengd stelsel/ IT  Hoofdriool/ put/ bob maatvoering/ putnummer/ inlaat In Excel-bestand (de gemeente levert het format aan) onderstaande gegevens aanleveren: Knooppunt gegevens:  Knooppuntnummer (=putnummer)  Coördinaten x, y t.o.v. RD  Maaiveldhoogte t.o.v. NAP  Hoogte van de bodem t.o.v. NAP  Vorm van de put  Binnenmaten van de put  Functie van de put  Materiaal  Bouwjaar  Type afdekking van de put  Stroomprofiel (ja/nee) Leiding gegevens:  Beginputnummer  Eindputnummer  Leidingtype  Systeemtype  Bouwjaar  Materiaal  Vorm  Verbindingstype  B.o.b. begin  B.o.b.

eind Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

40

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2            

Gemeente Zaltbommel

Straatnaam Verhardingstype maaiveld Breedte (indien rond profiel: inwendig diameter) Hoogte (indien rond profiel: inwendig diameter) Wanddikte Lengte Wijkcode (zie Excelbestand, tab ‘wijkindeling’) Overstort gegevens (indien van toepassing): Overstortnummer Hoogte drempel Breedte drempel Bijzonderheden

Revisie huisaansluitingen/ kolkaansluitingen: Digitaal verstrekken van tekeningen in DXF- en DWG-formaat (Autocad). Tevens per huisaansluiting/ kolkaansluiting één digitale (pdf) en analoge tekening op A4-formaat verstrekken aan de Directie. Maten ten opzichte van hart laagst gelegen controleput. Tekening:  Straatnaam  Woningen  Huisnummers  Type aansluiting (huisaansluiting/ kolkaansluiting)  Type ontstoppingsput  Diepte onder maaiveld  Ligging en materiaal aansluiting  Diameter aansluiting  Hulpstukken, type en ligging  Materiaal buis hoofdriool  Diameter buis hoofdriool  Puttennummers  Maatvoering van de uitlegger  Maatvoering locatie ontstoppingsputje gemeten vanuit gevels woningen Tekeninghoofd:  Plaats  Straat en huisnummer  Stroomgebied  Tekenaar  Bedrijf  Aansluiting op Gemengd riool, HWA, DWA of drainage  Datum  Eventuele opmerkingen  Schaal

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

41

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2

Gemeente Zaltbommel

11. Standaard Details Zaltbommel 11.1. Inritconstructies 11.1.1. 11.1.2. 11.1.3. 11.1.4. 11.1.5.

Inritconstructies wonen Inritconstructies industrie Poortconstructie 30 km zone Mindervalide-inrit Inritconstructie perronbanden

11.2. Plateaus 11.2.1.

Plateaus in elementverharding

11.2.1.1 Snelheid 30 km/h, hoogte 8 cm 11.2.1.2 Snelheid 30 km/h, hoogte 12 cm 11.2.1.3 Snelheid 50 km/h, hoogte 8 cm 11.2.1.4 Snelheid 50 km/h, hoogte 12 cm

11.2.2.

Plateau van elementenverharding in asfaltverharding

11.2.2.1 Snelheid 50 km/h, hoogte 8 cm 11.2.2.2 Snelheid 50 km/h, hoogte 12 cm

11.2.3.

Plateau in asfaltverhardingen

11.2.3.1 Snelheid 50 km/h, hoogte 8 cm 11.2.3.2 Snelheid 50 km/h, hoogte 12 cm 11.2.3.3 Snelheid 60 km/h, hoogte 8 cm 2.3.4 Snelheid 60 km/h, hoogte 12 cm

11.3. Parkeerplaatsen 11.3.1. 11.3.2. 11.3.3.

Haaksparkeren Langsparkeren Parkeernormen

11.4. Trottoir 11.4.1.

Hoekpunt trottoir

11.5. Boomvakken 11.5.1. 11.5.2. 11.5.3. 11.5.4.

Boomvak bij haaksparkeren Boomvak bij langsparkeren Boomvak in trottoir Minimale afmetingen boomvakken in trottoir

11.6. Rioolvoorzieningen 11.6.1.

Kolkaansluitingen

Handboek inrichting openbare ruimte gemeente Zaltbommel Versie 2.2 (september 2021)

42

trottoir

min. 1.00m

Tegels 300x300x60 mm in trottoir Trottoirband 180/200x250 mm stellen in specie + steunrug

Opsluitband 100x200 mm

Standaard breedte inrit 4.00m dubbele inrit 6.00m

Over deze lengte geen kolken plaatsen

Tegels 300x300x80 mm in inrit

Inritband 800x180x500 mm stellen in specie + steunrug

min. 1.00m

Gootlaag BSS of SBS KF, 2 streklagen in specie, zelfde kleur als rijbaan

Tegels 300x300x60 mm in trottoir

2x blauwe gecoate steen BSS of SBS KF in specie, indien kolk is aangesloten op HWA

trottoir standaard 1.80m

0

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 1.1 Inritconstructie woningen Schaal 1:50

0.5

1.0

1.5

2.0m

min. 1,00 m

Trottoirband RWS 110/220x250 mm

Tegels 300x300x80 mm

Rollaag BSS KF kleur grijs

Standaard 6,00 m

Breedte in veelvoud van 1,20-1,50-1,80 m

Over deze lengte geen kolken toepassen

Inritverloopband RWS 110/220x250 mm

Streklaag BSS KF in specie met betonrug

Vloerplaat 1800x1800x160 mm, VOSB-klasse 600

Gootlaag BSS of SBS KF, 2 streklagen in specie, zelfde kleur als rijbaan

Inritverloopband RWS 110/220x250 mm

min. 1,00 m

Tegels 300x300x80 mm Trottoirband RWS 110/220x250 mm

Trottoirkolk RWS 450x375 2x blauwe gecoate steen BSS of SBS KF in specie, indien kolk is aangesloten op HWA

0 trottoir standaard 1.80m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 1.2 Inritconstructie bedrijven / industrie Schaal 1:50

0.5

1.0

1.5

2.0m

min. 1,00 m

Tegels 300x300x60 mm in trottoir Trottoirband 180/200x250 mm stellen in specie + steunrug

trottoir standaard 1.80 m

Opsluitband 100x200 mm Gootlaag BSS of SBS KF, 2 streklagen in specie, zelfde kleur als rijbaan

Inritband 800x180x500 mm

R=

6.0 0

Tegels 300x300x80 mm in inrit

Tegels 300x300x60 mm in trottoir

Over deze lengte geen kolken toepassen

Gootlaag BSS of SBS KF, 2 streklagen in specie, dezelfde kleur als rijbaan

5,00-5,50m

rollaag

keperverband minimaal 4,50 m trottoirband 180/200x250 mm

Tegels 300x300x60 mm in trottoir

min. 1,00 m

trottoir standaard 1.80 m

0

6.0

R=

Tegels 300x300x60 mm in trottoir 2x blauwe gecoate steen BSS of SBS KF in specie, indien kolk is aangesloten op HWA

trottoir standaard 1.80 m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 1.3 Poortconstructie 30km/h-zone Schaal 1:100

0

1

2

3

4m

Tegels 300x300x60 mm

Inrit-verloopband 180x200x250 - 200X130 mm 0.60 Inritband 200x130 mm

1.20

Geen klik i.v.m. doorgang Noppentegel 300x300x60 mm Tegels 300x300x60 mm

Inrit-verloopband 180x200x250 - 200X130 mm

Gootlaag KF breedte 200 mm

min. 1,00 m

Over deze lengte geen kolken toepassen

min. 1,00 m

Trottoirband 180/200x250 mm

Tegels 300x300x60 mm 2x blauwe gecoate steen BSS of SBS KF in specie, indien kolk is aangesloten op HWA

Opsluitband 100x200 mm trottoir standaard 1.80 m

0

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 1.4 Inritconstructie mindervaliden Schaal 1:50

0.5

1.0

1.5

2.0m

Bocht 180/200x250 mm R=0,5m

Trottoirband 180/200x250 mm

Boomplantvak Goolaagt 2xKF breedte 210 mm 0.60

Opsluitband 100x200 mm

min. 0,90 m

Geen klik i.v.m. doorgang Noppentegel 300x300x65 mm Tegels 300x300x60 mm Inritperronband 180/200x250x800 mm

Molgoot 2xKF + 3xKF breedte 525 mm

BSS kleur zwart met basalt, elleboogverband

BSS kleur zwart met basalt, elleboogverband

Blauwe gecoate steen BSS of SBS KF breedte 200 mm in specie, indien aangesloten op HWA

0

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 1.5 Inritconstructie mindervaliden Schaal 1:50

0.5

1.0

1.5

2.0m

streklaag SBS KF BSS KF zwart met basalt BSS KF wit

H0=0

H10=80mm

streklaag SBS KF

5 cm zand/cementstabilisatie

0.21

0.21

0.21

0.21

H0=0 H1=2mm H2=8mm H3=16mm H4=28mm H5=40mm H6=52mm H7=64mm H8=72mm H9=78mm H10=80mm

0.21

SBS KF rood 5 cm brekerzand 25 cm menggranulaat

1.05m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.1 Plateaus in elementenverhardingen 2.1.1 Snelheid 30 km/h, hoogte 8 cm Schaal 1:25

min. 2.40m

streklaag SBS KF BSS KF zwart met basalt BSS KF wit

H0=0

H10=120mm

streklaag SBS KF

H10=120mm

H9=117mm

0.32

H8=108mm

H7=96mm

0.21

H6=78mm

H5=60mm

0.32

H4=42mm

H3=24mm

0.42

H2=12mm

H0=0

5 cm zand/cementstabilisatie

H1=3mm

0.21

SBS KF rood 5 cm brekerzand 25 cm menggranulaat

1.48m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.1 Plateaus in elementenverhardingen 2.1.2 Snelheid 30 km/h, hoogte 12 cm Schaal 1:25

min. 2.40m

streklaag SBS KF BSS KF zwart met basalt

H0=0

H10=80mm

BSS KF wit streklaag SBS KF

H10=80mm

H9=78mm

0.53 H8=72mm

0.21 H7=64mm

H6=52mm

H5=40mm

0.53 H4=28mm

H3=16mm

0.74

H2=8mm

H1=2mm

H0=0

0.42

SBS KF rood 5 cm brekerzand 25 cm menggranulaat

5 cm zand/cement stabilisatie

2.42m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.1 Plateaus in elementenverhardingen 2.1.3 Snelheid 50 km/h, hoogte 8 cm Schaal 1:25

min. 2.40m

BSS KF zwart met basalt BSS KF wit

H10=120mm

streklaag SBS KF

H0=0

od

e

cm

cm 25 3.46m

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.1 Plateaus in elementenverhardingen 2.1.4 Snelheid 50 km/h, hoogte 12 cm Schaal 1:25

nd

za

r ke

ng gr an ul aa t

S

SB 5

5 cm zand/cement stabilisatie

KF

ro

br

me

H10=120mm

H9=117mm

0.84 H8=108mm

H7=96mm

0.21 H6=78mm

H5=60mm

0.84 H4=42mm

H3=24mm

0.84 H2=12mm

H1=3mm

0.74

H0=0

/12cm

streklaag SBS KF

streklaag BSS KF

streklaag BSS KF

BSS KF zwart met basalt BSS KF wit

H10=120mm

H=0

H0=40mm

streklaag SBS KF

0.53

H10=120mm

H6=92mm

H5=80mm

H4=68mm

H3=56mm

H2=48mm

H1=42mm

5 cm zand/cement stabilisatie aanvulling fundering met menggranulaat betonstraatsteen KF grijs 5 cm brekerzand aanvulling fundering met menggranulaat

H0=40

H=0

asfalt inzagen en opbreken

0.21

H9=118mm

0.53

H8=112mm

0.74

H7=104mm

0.42

straatbaksteen KF roodbruin uitvullen met zand/cement stabilisatie

bestaande asfaltverharding bestaande fundering

min. 2.00m aanstraten, helling

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.2 Plateaus van elementenverhardingen in asfaltverhardingen 2.2.1 Snelheid 50 km/h, hoogte 8 cm Schaal 1:25, A3

2.42m

min. 2.40m

streklaag SBS KF

streklaag SBS KF BSS KF zwart met basalt BSS KF wit

H10=120mm

H0=0mm

H=0

streklaag SBS KF

0.74

0.84

0.84

0.21

0.84

H10=120mm

H9=117mm

H8=108mm

H7=96mm

H6=78mm

H5=60mm

H4=42mm

H3=24mm

H2=12mm

H1=3mm

5 cm zand/cement stabilisatie aanvulling fundering met menggranulaat betonstraatsteen KF grijs 5 cm brekerzand aanvulling fundering met menggranulaat

asfalt inzagen en opbreken H0=0

H=0

asfalt inzagen en opbreken

straatbaksteen KF roodbruin uitvullen met zand/cement stabilisatie

bestaande asfaltverharding bestaande fundering

min. 2.00m aanstraten, vlak

Handboek inrichting openbare ruimte versie 2.2 Gemeente Zaltbommel (augustus 2020) 2.2 Plateaus van elementenverhardingen in asfaltverhardingen 2.2.2 Snelheid 50 km/h, hoogte 12 cm Schaal 1:25, A3

3.47m

min. 2.40m

H=0

H10=80mm

drempelmarkering in thermoplast

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14272983/1