Dorp en Wijk van de Toekomst
Tekst van het document
Dorp en Wijk van de Toekomst Rapportage ambitieniveau en randvoorwaarden voor stedenbouwkundige uitwerking 22 juni 2023
Reith Advies Drs A.J. (Sander) Reith 22 juni 2023 Projectnummer: PLAV-23008
1
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 3
1.2
Opgave de Ham IV ...................................................................................................... 3
1.3
De vervolgstap ............................................................................................................ 3
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................... 4
2
De gedroomde toekomst ........................................................................................................... 5
3
Kansen en bedreigingen ............................................................................................................. 6
4
5
3.1
Bedreigingen ............................................................................................................... 6
3.2
Kansen......................................................................................................................... 7
De ambities voor duurzaamheid ................................................................................................ 9
4.1
Focus op Klimaatadaptatie & Biodiversiteit ............................................................. 10
4.2
Focus op circulariteit................................................................................................. 11
4.3
Aanvullend: focus op leefbaarheid ........................................................................... 11
Speerpunten en randvoorwaarden .......................................................................................... 12
5.1
Speerpunten voor uitwerking stedenbouwkundig concept ..................................... 12
5.2
Randvoorwaarden .................................................................................................... 13
2
1
Inleiding
De kern Aalst is een dorp in de gemeente Zaltbommel met circa 2.440 inwoners. Het is gelegen aan de afgedamde Maas tegenover het dorp Veen, ten zuidwesten van de stad Zaltbommel. In de afgelopen jaren is het dorp uitgebreid via planontwikkeling in de Ham I, de Ham II en de Ham III. Die laatste wijk is afgerond en nu is de ontwikkeling van de Ham IV aan de orde.
1.2
Opgave de Ham IV
Voor de Ham IV ligt er een opgave om op 2,5 hectare circa 60 woningen te realiseren als vervolgstap op eerdere uitbreidingen van Aalst, door een extra ‘plakje’ tegen de dorpsrand aan te ‘plakken’. Maar niet zomaar als voortzetting van wat er al is. Het is uitdrukkelijk de bedoeling van de gemeente Zaltbommel en woningstichting De Kernen om de opgave te zien in de context van huidige en toekomstige veranderingen, soms zelfs bedreigingen. Zoals bijvoorbeeld klimaatverandering, de noodzakelijke transitie van de landbouw en het landelijk gebied, nieuwe wensen ten aanzien van wonen en werken, demografische ontwikkelingen. Maar ook worden steeds vaker stappen gezet op het gebied van positieve gezondheid, bewegen, ontmoeten, innovatie in mobiliteit, natuurinclusiviteit en circulariteit. Al met al ligt er een opgave om verder vooruit te kijken, te bedenken hoe een gewenste toekomst eruit zou kunnen zien: het ontwerp van een Wijk van de toekomst. Op 14 juli 2022 zijn ca. 16 betrokken deelnemers met elkaar aan de slag gegaan in een ontwerpworkshop. Deze had als doel toekomstbeelden op te roepen voor de Ham IV. Het perspectief werd gericht op 2050, er is breder gekeken dan de locatie sec, en het denken in belemmeringen en onmogelijkheden is zoveel mogelijk achterwege gebleven.
Zo ontstonden kaartbeelden en visies, verhalen en ambities die de basis kunnen vormen voor het ontwikkelen van een gebiedsvisie die ook op lange termijn zijn waarde kan bewijzen.
1.3
De vervolgstap
Nu willen partijen de vervolgstap zetten. Deze bestaat uit een praktische slag naar het bepalen van het ambitieniveau op de verschillende onderdelen en het formuleren van speerpunten die voor de verdere ontwerp- en planontwikkeling leidend zijn. Daarover hebben vertegenwoordigers van verschillende vakdisciplines van gemeente Zaltbommel en woningstichting De Kernen van gedachten gewisseld tijdens een werksessie op 18 april jl.. Deze was met name gericht op een gezamenlijke verkenning van kansen en bedreigingen en een verkenning van de ambitiesniveaus. Vervolgens hebben vertegenwoordigers van de gemeente en De Kernen op 22 juni jl. gesproken over die ambities. Tevens is aan de hand van eerste ruwe schetsen verkend op welke wijze de ambities en randvoorwaarden ruimtelijk vertaald zouden kunnen worden. Op basis van de resultaten van de sessies op 18 april en 22 juni is voorliggende rapportage opgesteld.
3
1.4
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk grijpen we terug op de eerder in 2022 geformuleerde droombeelden. Die zijn vertrekpunt voor de focus op kansen en bedreigingen in hoofdstuk 3 (op basis van de sessie van 18 april jl.). In voorbereiding op en tijdens de sessie op 18 april is de focus gelegd op de ambities met betrekking tot duurzaamheid. Op basis van de Zaltbommelse aanpak van Integrale Duurzame Gebiedsontwikkeling en de visie van De Kernen op de ontwikkeling van het gebied, komen we tot een steviger ambitieniveau voor Klimaatadapatie & Biodiversiteit en circulariteit. Ook hebben we een steviger verbinding gelegd tussen ambities op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid (waaronder koppelkansen). In hoofdstuk 5 formuleren we de speerpunten die we meegeven ten behoeve van de stedenbouwkundige uitwerking. Ook formuleren we een aantal belangrijke randvoorwaarden die tijdens het proces zijn opgehaald.
4
2
De gedroomde toekomst
De opgave om op 2,5 hectare ca. 60 woningen te realiseren kan gezien worden als een vervolgstap op eerdere uitbreidingen van Aalst. Daarmee wordt het als het ware een omgekeerde salami, door een extra plakje aan de dorpsrand aan te ‘plakken’. De opgave kan (en moet) echter ook gezien worden in de context van huidige en toekomstige veranderingen, soms zelfs bedreigingen. Klimaatverandering, aanpassingen in de landbouw, nieuwe woon-werkwensen, demografische ontwikkelingen zullen mede bepalen of de nieuwe buurt als succesvol wordt gezien, of eerder als een voortzetting wat er toch al was (als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg). Om daaraan te ontsnappen is het nodig om iets langer vooruit te kijken. Te bedenken hoe een wenselijke toekomst er uit zou kunnen zien. Een ontwerp te maken voor het dorp van de toekomst. Wat zijn dan de droombeelden die we hebben opgehaald? Werken en mobiliteit
Klimaat, water en natuur
•
•
• • • • • • • •
Creëren van mobiliteitshubs waar mensen kunnen op en afstappen, en waar je elkaar tegen komt, zodat verbinding ontstaat Minder auto’s voor de deur, flexibiliteit gebruik van de auto/vervoer Meer gebruik van elektrische fietsen, golfkarretjes, e.a. Werken: meer ruimte voor zzp-ers, inclusief een plek waar ze collectief kunnen werken Collectief werken voor lokaal voedsel produceren, zoals voedselbossen, bv ter plaatse van de camping Mengen van functies, lokaal en mengen met wonen Lokaal voedsel produceren, voor lokale bevolking/recreanten, integreren met opvang, zorg etc. Drones voor transport van goederen Denken in grotere geheel, niet meer in stapje voor stapje ontwikkelen
• • • •
• • •
Wonen en leefbaarheid •
•
•
•
• •
• •
Verschillende wijken en eenheden, zoals binnen- en buitendijks, de dorpskern, met voorzieningen en andere wijken De Ham is aan het dorp vastgegroeid, erbij geplakt. Is dat wenselijk, nog een plakje eraan vast te maken? Of liever een eigen identiteit, met nieuwe inzichten voor toekomstbestendigheid? Nieuwe Ham anders: een nieuw focuspunt (een ‘brink’), voor gezamenlijke activiteiten, zoals bv. moestuin/ pluktuin, visvijver, aantrekkelijke plek voor mensen uit de bestaande kern om heen te gaan Buurtconcentratiefunctie bijvoorbeeld bso, moestuin, met kleinere buurtjes er bij rond hofjes met elk eigen nut/functie/modulair Eenduidige stedenbouwkundige structuur op dorpsniveau, gebruik maken van het landschap Verdunning van de bevolking (minder mensen per woning), is ook minder tuin nodig, en een kleinere woning (gemiddeld), schakelbaar Flexibele grootte van de woningen, veel verschillende woningtypen Minder autodominantie, lagere parkeernorm
• • • • • • •
5
Landschap brengt structuur, oeverwal, komgronden, scherpe grenzen verminderen. Kijken in de ontstaansgeschiedenis, de bodem (bv de zandbanendikte) Overstromingskwetsbaarheid (regen en uit de rivier) Groenstructuur leidend maken en structuur laten brengen, linken aan de oeverwal Grond vanuit de onlanden voor ophogen woongebieden (zoals vroeger normaal was) Bodem laat zien waar de oude hoogtes zijn, die leidend maken. Daar woningen langs, aan elkaar rijgen, met weilandjes/moestuinen ertussen, gemeenschappelijke schuren In de onlanden water opvangen/bergen/vasthouden Boeren een nieuwe rol: waterboeren, serie stadsboerderijen direct aan de dorpsrand Stadsboerderijen naar binnen halen, principes ook toepassen in bestaande dorp Bouwmaterialen lokaal produceren, boeren als materialenleveranciers, riet, hout, stro, hennep Meer natuur, koppelen aan de groenstructuur, moerasbosjes, verbondenheid met de natuur versterken Aquathermie Kleinere woningen, gemeenschappelijke tuinen Grotere structuur/ruimtelijk raamwerk, leidend voor volgende uitbreidingen Gebruik maken van slimheid van voorouders Wonen gast in natuur. Natuur bepaalt wat kan/wenselijk is
3
Kansen en bedreigingen
3.1
Bedreigingen
Tijdens de sessie op 18 april hebben we vervolgens met elkaar de bedreigingen in beeld gebracht. Kort samengevat komen deze op het volgende neer. Deze bedreigingen vertalen we in een aantal inhoudelijke en procesmatige randvoorwaarden die in het vervolgproces een plek moeten krijgen. Tijd Het moet snel, terwijl de ambities die we voor ogen hebben hoog zijn. Snelheid kan ook botsen met het belang om betrokkenen en omwonenden op een goede manier in het proces mee te nemen en draagvlak te creëren (zie hieronder). Daarbij speelt dat de provincie medewerking moet verlenen in het kader van Waardevol open gebied. Mogelijk dat dat ook een belemmerende factor vormt voor de voortgang. Bemensing Een andere bedreiging is de beschikbare capaciteit zowel in aantal als kwaliteit. De ambities zijn op voorhand hoog, hebben we daar voldoende en goed gekwalificeerde mensen voor in huis? Locatie Met betrekking tot de locatie is genoemd dat de afstand tot het dorp en de stad relatief groot is: er is sprake van een geïsoleerde ligging. Een goede verbinding is dan cruciaal, ook met het oog op een toekomstige ontwikkeling van de Ham V. Kosten Met de hoge ambities bestaat het gevaar dat de kosten te hoog worden. Zeker gelet op het voornemen om een qua typologie en woonprogramma goed gedifferentieerd programma te realiseren, met bijvoorbeeld 30% sociale huur, vrije sector huur en koop.
Uitvoerbaarheid voor commerciële ontwikkelaar Mede met het oog op de diverse hiervoor genoemde bedreigingen maakt het de uitvoerbaarheid voor een commerciële ontwikkelaar mogelijk lastig. Draagvlak We moeten betrokkenen en omwonenden goed meenemen tijdens het proces. Concreet is als bedreiging genoemd het niet centraal stellen van de bewoners. We moeten de koers en ambities goed uitleggen, want de hoge ambities en het anders denken en ontwikkelen kan leiden tot weerstand. Daarvoor moet goed de tijd genomen worden, wat op zich mogelijk weer strijdig is met de gewenste snelheid van planvoorbereiding en ontwikkeling. Het beheer Aandachtspunt is verder de kosten van onderhoud en beheer, zeker als door de nieuwe ideeën met betrekking tot verhouding openbaar/prive de openbare ruimte relatief groot wordt.
6
3.2
Kansen
Tijdens de sessie op 18 april hebben we ook gekeken naar de kansen voor de wijkontwikkeling, in het verlengde van de dromen die eerder zijn geformuleerd. In grote lijnen kwamen we op het volgende, gerubriceerd in een aantal thema’s. Water en groen als sturend principe Het betreft een landschappelijk mooi gelegen gebied. De groen-blauwe structuur kan als basis dienen en versterkt worden. De wateropgave (met oog op droogte, waterbeschikbaarheid en waterberging bij overvloedige regenval) kan hierbij worden meegenomen. Hier ligt een duidelijk link met klimaatadaptatie, maar ook met een gezonde leefomgeving. Sociale opgave van De Kernen realiseren Een goede invulling van de Ham IV biedt een kans om de sociale huisvestingsopgave van De Kernen te realiseren, in combinatie met aanpalende ambities op het gebied van duurzaamheid en leefbaarheid. Natuurinclusief, biodivers en klimaatadaptief (natuurlijke koeling) Door goed op deze thema’s in te spelen kan een goede bijdrage geleverd worden aan duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen (waaronder ook bevorderen biodiversiteit in de openbare ruimte). En het draagt bij aan een gezonde leefomgeving en sociale verbinding tussen inwoners (zie hieronder). In relatie hiermee is genoemd de optie van het realiseren van een voedselbos.
Circulariteit (biobased) is genoemd als mogelijke pilot, waarbij ook samenwerking gezocht kan worden met de agrarische sector. Ook is aandacht besteed aan de kans om de Ham IV als aanjager van gemeentelijke duurzaamheidsambities te beschouwen (daar waar nog weinig invulling aan is gegeven, zie het volgende hoofdstuk). Het gezonde dorp Samen kunnen we nieuwe concepten ontdekken: bijvoorbeeld het gezonde dorp dat uitnodigt tot bewegen. In relatie daarmee is genoemd dat alternatieve duurzame mobiliteit gestimuleerd moet worden. Vermindering van auto’s in het straatbeeld is ook een kans. Gecombineerd levert dat een beeld op van een ontwerpopgave gericht op het stimuleren van fietsen/lopen, alternatieve mobiliteit, goede routing van lopen/fietsen (ook in ‘uitloopgebied’ van het dorp), maar ook een andere verhouding van openbaar/prive en het mogelijk maken van spontane ontmoeting in de buitenruimte. Op termijn is mogelijk denkbaar het realiseren van een multifunctionele accommodatie (MFA) als optie om het voorzieningenniveau in wijk en dorp Aalst een boost te geven.
7
Het zorgzame dorp, met-voor-door inwoners Een gevarieerde opbouw qua bevolking in dorp en wijk kan bijdragen aan samenredzaamheid (zorg voor elkaar) levensloopbestendigheid. Zo kan ook bekeken worden of zorgdoelgroepen een plek kunnen krijgen. Bij een zorgzaam dorp hoort ook elkaar (spontaan) kunnen ontmoeten in de buitenruimte, en leren kennen. Goede participatie vanaf het begin van het ontwikkelproces is cruciaal, zie hiervoor ook de eerder genoemde bedreiging. Niet alleen om draagvlak te creëren en eventuele bezwaren te voorkomen, maar juist ook om met elkaar een proces van placemaking aan te gaan. Intermezzo: de kracht van placemaking “Effectieve betrokkenheid van de community staat bovenaan de lijst van cruciale kenmerken van succesvolle placemaking.” (MIT Departement van Stedelijke Studies en Planning)
Placemaking is het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte en het leven van de mensen die er gebruik van maken. Zoals het MIT-rapport ‘Places in the Making‘ stelt: “In de praktijk streeft placemaking naar het bouwen of verbeteren van de openbare ruimte, het bevorderen van het publieke debat, het creëren van schoonheid, het aanmoedigen van burgertrots, het verbinden van buurten, het ondersteunen van de gezondheid en veiligheid van de gemeenschap, het bevorderen van sociale rechtvaardigheid, het stimuleren van economische ontwikkeling en duurzaamheid, en natuurlijk het koesteren van een authentiek gevoel van plaats.” Combineer duurzaamheidsmaatregelen met leefbaarheidscomponent Het voorgaande levert ook een beeld op van de meerwaarde van een combinatie duurzaamheidsmaatregelen en leefbaarheid: groen en blauw draagt bij aan klimaatadaptatie en biodiversiteit, en kan bij een goede inrichting (en routing) zorgen voor een prettige woonomgeving, beweging, ontmoeting, gezond wonen en leven (leefstijlbevordering). Durf: wil en energie bij gemeente en corporatie Genoemd is dat de mooie dromen en ambities ook vragen om durf bij gemeente en corporatie. Dit wordt een vernieuwend proces, anders dan de standaard planontwikkeling, waarbij doel, droom en filosofie samen vastgehouden moeten worden.
8
4
De ambities voor duurzaamheid
De Zaltbommelse aanpak voor duurzame gebiedsontwikkeling biedt mooie haakjes voor de definiëring en formulering van de ambities voor de Ham IV. In onderstaand schema is duurzaamheid en wat daaronder precies verstaan moet worden verder geduid.
9
Als basis voor het bepalen van ambities per thema gaat de Zaltbommelse aanpak uit van de volgende ambitieniveaus.
4. Onderscheidend 3. Ambitieus Prioriteit, ambitieuze invulling, we gaan nieuwe dingen proberen
2. Basis 1. Minimum Wat minimaal (wettelijk) noodzakelijk is, volstaat
We zetten het volgende stapje, net iets meer dan wettelijk noodzakelijk
We gaan iets doen dat in Nederland nog amper vertoond is
Vanuit De Kernen is aangegeven dat van de vier thema’s Klimaatadaptatie & Biodiversiteit en Circulariteit het beste passen bij de Ham IV. Vervolgens is door De Kernen bepaald welk ambitieniveau gehanteerd moet worden voor deze thema’s. Daarbij stelt De Kernen, dat ambitieniveaus 1 en 2 als standaard uitgangspunt zijn bij De Kernen. Dat betekent het volgende.
4.1
Focus op Klimaatadaptatie & Biodiversiteit
De ambities op het gebied van Klimaatadaptatie en Biodiversiteit zijn gericht op: • Droogtebestendig: Beperk vochtverlies bodem. Een gezonde bodem neemt vocht op en houdt dat tijdelijk vast. Tijdens langere, droge periodes kan er vochtverlies optreden. Door het afdekken van de bodem met planten, mulch, takken of bodembedekkers kan het vochtverlies beperkt worden (ambitieniveau 3); Seizoensberging. Door in de winter het wateroverschot op te slaan kan een buffer van schoon water gecreëerd worden voor de drogere zomerperiode. Deze buffers bieden ook extra berging tijdens extreme buien (ambitieniveau 3). • Groen/blauwe netwerken: Ecologische verbindingszones. Deze verbinden twee losse natuurgebieden/groengebieden met elkaar (ambitieniveau 3). • Rijk aan soorten: Groene gevels. Verticaal groen, vergroot het totaal oppervlak van groen en draagt ook bij aan beperking hittestress (ambitieniveau 4); Extra boomaanplant op straatniveau. Draagt bij aan meer biodiversiteit en meer schaduwrijke plekken (ambitieniveau 3); Stapelmuren. Een stapelmuur is opgebouwd uit 'droog' gestapelde stenen en geeft ruimte aan biodiversiteit (ambitieniveau 3). • Hitteproof: Koele gevels (lichte kleur). Lichte kleuren of biobased materialen nemen minder warmte op en stralen minder hitte uit (ambitieniveau 3);
10
-
•
4.2
Mediterrane bouwstijl. Verkoeling is een centraal ontwerpprincipe, denk aan kleurgebruik, kleinere ramen/luiken, een overdekte veranda, oriëntatie (ambitieniveau 4). Waterrobuust: Regenton. Vaste regentonnen bij woningen, deze vormen een buffer voor regenwaterafvoer en bij droogte (ambitieniveau 3); Volledige afkoppeling hemelwaterafvoeren. Bij nieuwe ontwikkelingen of grote verbouwingen het hemelwater volledig afkoppelen van de riolering (ambitieniveau 3).
Focus op circulariteit
De ambities op het gebied van Circulariteit zijn gericht op: • Circulair ontwerpen: Standaardiseren van maten en generieke elementen: om onderhoud en herbruikbaarheid mogelijk te maken. Gebruik standaard oplossingen (ambitieniveau 3); Conceptuele woningbouw. Gestandaardiseerd product (ambitieniveau 3); De- en remontabel bouwen: zowel constructie, casco, schil en installaties. Door circulair ontwerp en droge slimme verbindingen kunnen bouwdelen in de toekomst eenvoudig worden hergebruikt (ambitieniveau 3). • Materialen met lage milieudruk: Houtskeletbouw of CLT (cross laminated timber). Een houten / CLT casco draagt in grote mate bij aan vermindering van CO2-uitstoot op de korte termijn (ambitieniveau 3). • Businessmodel: Onderhoud en restwaarde meenemen in de businesscase. Lagere onderhoudskosten en restwaarde worden meegerekend in de businesscase (total cost of ownership-benadering). Hierbij wordt integraal gekeken naar zowel het financieel rendement als het lange termijn milieueffect (ambitieniveau 3).
4.3
Aanvullend: focus op leefbaarheid
Tijdens een sessie op 22 juni 2023 hebben de gemeente en De Kernen verder van gedachte gewisseld over de ambities voor de Ham IV. Daarin zijn koppelkansen met betrekking tot ambities op het gebied van Klimaatadaptatie en Biodiversiteit en het thema Leefbaarheid benoemd. Er liggen directe verbindingen tussen de ambities op het gebied van droogtebestendigheid, waterrobuustheid, hitteproof, soortenrijkheid en groen/blauwe netwerken en leefbaarheid en gezondheid. Een goede ruimtelijke inrichting kan een directe bijdrage leveren aan positieve gezondheid en bewegen (maak ‘ommetjes’, die mogelijk ook organisch kunnen ontstaan als ‘olifantenpaadjes’). Die inrichting kan tevens spontane ontmoeting in de buitenruimte bevorderen. Van belang is ook dat de woningen in een hofjesachtige opzet gericht zijn op elkaar, zodat de spontane ontmoeting ook weer mogelijk wordt gemaakt. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met gemakkelijke, meest voor de hand liggende loopjes van parkeerplaats naar woning die het ook weer mogelijk maken elkaar informeel te ontmoeten.
11
5
Speerpunten en randvoorwaarden
5.1
Speerpunten voor uitwerking stedenbouwkundig concept
Op basis van het voorgaande kunnen we de volgende speerpunten voor de uitwerking van het stedenbouwkundige ontwerp formuleren. Hanteer basisniveaus 1 en 2 op het gebied van duurzaamheid Op alle vier thema’s van de Zaltbommelse aanpak worden basisniveaus 1 en 2 gehanteerd. Hoger ambitieniveau voor Klimaatadaptatie & Biodiversiteit en circulariteit Ga voor Klimaatadaptatie & Biodiversiteit en circulariteit uit van hogere ambitieniveaus conform de speerpunten van De Kernen (zie hoofdstuk 4). Die sporen voor een groot deel met de ambities van de gemeente. Wel is samen geconstateerd dat het thema circulariteit bij de gemeente nog in de kinderschoenen staat. Wat dat betreft kunnen stappen die De Kernen in kennis en ervaring zetten een goede leerschool en pilot zijn voor de uitwerking van het thema circulariteit door de gemeente. Het hogere ambitieniveau van De Kernen met betrekking tot Klimaatadaptatie & Biodiversiteit en circulariteit lijkt met name gericht te zijn op het woningniveau. Die ambities zullen doorgetrokken moeten worden naar de inrichting van de wijk en de leefomgeving. Zo zal de overstromingskwetsbaarheid (regen en de rivier) voldoende aandacht moeten hebben: b.v. waterberging in de onlanden. Aanvullend kan gedacht worden aan het volgende: • Dit kan een extra impuls krijgen door samenwerking met de agrarische sector te zoeken (pilot).
Denk aan het lokaal produceren van bouwmaterialen (riet, stro, hout, hennep), met lokale boeren als leveranciers; • Overweeg het aanleggen van een voedselbos. Het gezonde dorp (leefbaarheid) Werk een stedenbouwkundig ontwerp uit dat uitdaagt tot bewegen. Bijvoorbeeld: • Goede langzaam verkeersroutes, ook richting de rest van het dorp; • Goede ‘ommetjes’, die uitnodigen tot bewegen/wandelen en elkaar spontaan ontmoeten in de buitenruimte. Zorg daarnaast voor vermindering van auto’s in het straatbeeld. Op het gebied van mobiliteit is een focus op automobiliteit onontkoombaar vanwege het dorps karakter en beperkte ov-verbindingen, maar alternatieven zijn het onderzoeken waard. Borg een goede aansluiting op (bestaande) fietsroutes. Verder is de focus op leefbaarheid een belangrijk speerpunt, zoals verwoord in §4.3. Verhouding openbaar/prive Het beeld dat op basis van de dromen opkomt, is een geheel andere dan de Vinex-achtige opzet met relatief veel privégebied (tuinen met schuttingen). De verhouding openbaar/privé moet verschuiven naar relatief meer (semi)openbaar gebied: kleinere woningen, gemeenschappelijke tuinen, waarbij harde scheidingen tussen openbaar en privé (schuttingen) en aanleggen van verharding (terrassen) zoveel mogelijk moeten worden voorkomen (zie de beelden). Dit nodigt nog meer uit tot (informele)
12
ontmoeting en zorgt tevens voor betere afwatering, voorkomen van hittestress en een fraaiere groene, beleefbare omgeving. Denkbaar is het creëren van een nieuw focuspunt (bijvoorbeeld een brink) voor gezamenlijke activiteiten (moestuin, pluktuin, ook voor de aangrenzende wijk en het oude dorp). Maak daarnaast kleinere buurtjes rond hofjes. Verbinding oude dorp, Ham V en omgeving Het verdient aanbeveling om in de stedenbouwkundige opzet goed rekening te houden met een verbinding met de oude dorp, de aangrenzende wijk Ham III en te anticiperen op de realisatie van Ham V op langere termijn (werk aan een ruimtelijk raamwerk dat leidend is en plek biedt voor goede inpassing van volgende uitbreidingen). Ook een goede verbinding met groen en water in de directe omgeving verdient aanbeveling. Leg verbinding met de natuur (“wonen te gast in de natuur”), koppelen aan de groenstructuur, moerasbosjes. Maak gebruik van het landschap, bodem (oude hoogtes leidend laten zijn) en groenstructuur. Het woonprogramma Realiseer een wijk met verschillende woningtypen, variërend in grootte. Zorg voor een gemengde wijk qua typologie en doelgroepen. De wijk leent zich verder voor een invulling met sociale huurwoningen en mogelijk huurwoningen in het middensegment. Daarmee kan de ontwikkeling geheel door De Kernen worden opgepakt.
5.2
Randvoorwaarden
Beheer en onderhoud Realisatie is één, goed en betaalbaar onderhoud en beheer is een andere kwestie. Zeker als – zoals het er nu naar uitziet – de verhouding tussen privéruimte en openbare ruimte anders wordt dan tot nu toe gebruikelijk (minder prive, meer openbare ruimte, met zachte overgangen). Dat kan consequenties hebben voor de beheerscyclus, die mogelijk anders wordt dan tot nu toe standaard is. In het proces is het van belang dit tijdig vanaf het begin mee te nemen in de uitwerking. De beheerder Openbare Ruimte van de gemeente Zaltbommel wordt bij het proces betrokken en uitgedaagd mee te denken vanuit de nieuwe filosofie. Financiële haalbaarheid Met het oog op de genoemde bedreiging van de financiële haalbaarheid is het zaak samen werk te maken van het aanboren van aanvullende financiering vanuit subsidies en dergelijke. Hierbij moet niet alleen gekeken worden naar gebruikelijke financieringsmogelijkheden vanuit ministerie en provincie, maar wellicht ook vanuit Europa, de bankwereld en de agrarische sector.
13
Inspiratie: lokaal Coöperatiefonds Rabobank Via het Fonds ondersteunt de Rabobank maatschappelijke initiatieven die aansluiten bij de maatschappelijke thema’s en onze leefomgeving beter maken: • Financieel Gezond Leven: voorkomen schuldenproble-matiek, stimuleren vermogensopbouw • Duurzaam Wonen: verduurzamen van woningen • Duurzaam Ondernemen: stimuleren van groei door circulaire economie, sociale en technische innovatie • Banking4Food: versterken verbinding tussen maatschap-pij en platteland (bijv. korte keten projecten), gezonde voeding, tegengaan van verspilling (incl. verwaarden reststromen) en lokale initiatieven op het gebied van de ruimtetransitie (gebiedsgerichte aanpak) • Energietransitie: hernieuwbare energiebronnen, energiereductie, energiezuinig ondernemen en het verduurzamen van zakelijk vastgoed
Participatie Cruciaal voor een wijk van de toekomst met een hoog ambitieniveau is het goed meenemen van omwonenden, dorpsbewoners en mogelijk toekomstige bewoners. Er is een wereld te winnen, omdat we een nieuwe manier van samen leven en wonen voorstaan. Dat zal mogelijk niet iedereen aanspreken, maar het begint met goed uitleggen en meenemen in de filosofie. Planning Als één van de aandachtspunten (c.q. bedreiging) is de voortgang van de ontwikkeling genoemd. Vanaf het begin zal gewerkt moeten worden met een strakke maar realistische planning, waarbij ook voldoende tijd is ingeruimd voor goede participatie.
14