CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Jaarstukken 2025 GR Avri

Raadsvergadering 21 mei 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Regionale samenwerking / Gemeenschappelijke Regelingen26.208 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarnaast is een voordeel van € 75.000 gerealiseerd door lagere voorbereidingskosten voor fase 2 van het kantoorgebouw. 8.3. Verantwoording baten en lasten In figuur 23 zijn de gerealiseerde baten en lasten over 2025 vergeleken met de slotwijziging 2025. Deze vergelijking geeft inzicht in de belangrijkste afwijkingen en vormt de basis voor de financiële verantwoording binnen dit programma.

Programma Overhead

Begroting 2025 primitief

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Voordeel/ Jaarrekening nadeel 2024

LASTEN Overhead

8.895

9.627

9.290

337

Doorbelasting overhead

-8.895

-8.895

-8.454

-441

0

732

836

-104

Overhead

0

0

0

-

Totaal baten

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

0

-732

-836

-104

Totaal lasten

N

8.901 -8.669

N

232

BATEN

Mutatie reserves

0 0 N

-232

-732

-836

-104

-232

Totaal vermogensmutaties

0

-732

-836

-104

-232

Totaal

0

0

0

0

0

Figuur 23: Baten en lasten programma Overhead (x €1.000)

Pagina 27 van 79

9. PROGRAMMA ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN 9.1. Inleiding Dit hoofdstuk geeft informatie over de algemene dekkingsmiddelen. Hieronder vallen de taakvelden 0.5 Treasury en 0.9 Vennootschapsbelasting. Om weerstand te bieden tegen de toenemende grilligheid op de grondstoffenmarkten (en het tarief van de afvalstoffenheffing te stabiliseren) is het nodig te beschikken over voldoende financiële middelen. Hoewel de deelnemende gemeenten garant staan voor Avri, willen wij de continuïteit van onze bedrijfsvoering zoveel mogelijk zelfstandig borgen. Een solide inzet van de algemene dekkingsmiddelen draagt hier direct aan bij. 9.2. Taakveld 0.5 Treasury en Taakveld 0.9 Vennootschapsbelasting In het BBV is voorgeschreven dat de rentekosten aan de taakvelden moeten worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. Deze rentesystematiek werd ook in eerdere begrotingen toegepast en de rentekosten maken (op basis van de BBV-notitie rente) integraal onderdeel uit van de kosten van het taakveld. Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt plaats via het taakveld Treasury. Het saldo van de langlopende leningen van Avri bedraagt € 38,593 miljoen. De bijbehorende rentelast bedraagt € 846.370. Het renteomslag percentage is gebaseerd op de boekwaarde van de activa (€ 42,247 miljoen) en bedraagt 2,29%. Nadere toelichting staat in paragraaf 13: Financiering.

Het voordeel op Treasury bedraagt € 144.000. Dat wordt voornamelijk verklaard door hogere rentebaten uit het schatkistbankieren in het derde en vierde kwartaal van 2025. Daarnaast is in 2025 geen dividend uitgekeerd door de Realisatie BV. Conform de financiële kaders wordt het resultaat toegevoegd aan de Algemene Bedrijfsreserve. Sinds 1 januari 2016 moeten overheidsbedrijven vennootschapsbelasting (Vpb) afdragen over winstgevende activiteiten. Met deze wet wil de regering mogelijke concurrentieverstoringen tussen private en publieke ondernemingen uit de weg ruimen. De activiteiten die betrekking hebben op de inzameling en verwerking van bedrijfsafval zijn onderhevig aan deze wetgeving en leiden dus tot betaling van vennootschapsbelasting. Ook de activiteiten in het Pluspakket, waarbij geen verrekening met de gemeente is overeengekomen, vallen onder de Vpbplicht. Avri treedt hier op als marktpartij. In de begroting van het Pluspakket wordt tegen kostprijs gewerkt, waardoor er geen resultaat wordt verwacht (en er geen Vpb wordt afgedragen). Het programma Bedrijfsafval sluit 2025 af met een positief resultaat. Door hogere opbrengsten uit de verwerking van bedrijfsafval bedraagt het jaarrekeningresultaat € 98.000 vóór vennootschapsbelasting. Na aftrek van vennootschapsbelasting resteert een nettoresultaat van € 79.000, dat is toegevoegd aan de reserve Bedrijfsafval. 9.3.

Verantwoording baten en lasten In figuur 24 zijn de gerealiseerde baten en lasten over 2025 vergeleken met de slotwijziging 2025. Programma Algemene Dekkingsmiddelen

Begroting 2025 primitief

Begroting 2025 na wijziging

Rekening 2025

Verschil

Voordeel/ Jaarrekening nadeel 2024

LASTEN Treasury

469

968

846

122

Doorbelaste rentekosten naar programma's

-469

-968

-868

-100

V

826 -807

Vennootschapsbelasting (Vpb)

16

17

19

-2

N

-

Doorbelaste Vpb naar programma bedrijfsafval

-16

-17

-19

2

V

-

Totaal lasten

0

0

-22

22

V

19

BATEN Treasury

0

0

122

122

V

19

Totaal baten

0

0

122

122

Saldo baten en lasten

0

0

144

144

144

144

Mutatie reserves

19 V

0

Totaal vermogensmutaties

0

0

144

144

0

Totaal

0

0

0

0

0

Figuur 24: Baten en lasten programma Algemene dekkingsmiddelen (x €1.000)

Pagina 28 van 79

JAARVERSLAG PARAGRAFEN

Pagina 29 van 79

10. LOKALE HEFFINGEN 10.1. Inleiding Avri is verantwoordelijk voor de afvalstoffenheffing van de deelnemende gemeenten. De gemeenschappelijke regeling Belasting Samenwerking Rivierenland (BSR) verzorgt voor Avri de belastingaanslagen en de inning daarvan. Het uitgangspunt is dat de tarieven afvalstoffenheffing kostendekkend zijn. Dit komt overeen met het wettelijk uitgangspunt dat de gemiddelde tarieven voor de dienstverlening op begrotingsbasis niet meer dan 100% kostendekkend mogen zijn. Sinds 2014 is de afvalstoffenheffing verdeeld in een basisdeel en een variabel deel. Het basisdeel is voor alle huishoudens van de Avri-gemeenten hetzelfde bedrag. Het variabel deel is afhankelijk van het aantal en de soort aanbiedingen restafval. De baten afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op de opgave van de BSR. Die verzorgt het opleggen en innen van de aanslagen en doorbetaling van de afvalstoffenheffing aan Avri. 10.2. Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing In figuur 25 zijn voor 2025 het aantal huishoudens, de tarieven en de berekening van de opbrengsten afvalstoffenheffing uiteengezet. Ook het totaal aan kwijtschelding wordt zichtbaar. Deze wordt als last verantwoord in het programma Afval.

Baten afvalstoffenheffing 2025

begroting 2025

Aantal huishoudens Geregistreerde huishoudens Niet betalende huishoudens basisdeel Betalende huishoudens basisdeel % b etalende huishoudens

gewijzigde begroting 2025

jaarrekening

verschil

2025

jaarrekening 2024

105.750 -7.508 98.242 92,9%

105.750 -7.508 98.242 92,9%

105.680 -7.189 98.491 93,2%

-70 319 249 0,3%

104.723 -7.854 96.869 92,5%

Gemiddeld aantal aanbiedingen restafval 30 ltr. (brengvoorziening) hoogbouw en stadscentra 30 ltr. (brengvoorziening) 140 ltr. (mini container) 240 ltr. (mini container)

33 15 5,3 7,2

33 15 5,3 7,2

35 15 5,5 7,3

2 0 0,2 0,1

34 16 5,4 6,7

Tarieven Basistarief Toeslag basistarief per extra mini container restafval

€ 341 € 50

€ 341 € 50

€ 341 € 50

€ 318 € 50

Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (brengvoorziening - hoogbouw) Variabel tarief: aanbieding 30 ltr. (brengvoorziening) Variabel tarief: aanbieding 60 ltr. (brengvoorziening) Variabel tarief: aanbieding 140 ltr. (mini container)

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 0,80 € 1,00

€ 4,67

€ 4,67

€ 4,67

€ 4,67

Variabel tarief: aanbieding 240 ltr. (mini container)

€ 8,00

€ 8,00

€ 8,00

€ 8,00

€ 37.329

€ 37.329

€ 37.624

Baten afvalstoffenheffing programma basispakket (x €1.000) Bruto baten afvalstoffenheffing

€ 295

€ 34.710

Kwijtschelding

-€ 1.372

-€ 1.372

-€ 1.255

€ 117

-€ 1.226

Netto baten afvalstoffenheffing

€ 35.957

€ 35.957

€ 36.370

€ 413

€ 33.483

Figuur 25: Ontwikkeling baten afvalstoffenheffing

Pagina 30 van 79

11. WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING 11.1. Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing biedt inzicht in het risicomanagement binnen Avri. Het beschrijft hoe risicomanagement als vast proces binnen de bedrijfsvoering wordt toegepast en verankerd. Ook geeft deze paragraaf inzicht in het risicoprofiel van Avri en de bijbehorende weerstandscapaciteit en -ratio. Het uitgangspunt vormt de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017, die in februari 2017 door het Algemeen Bestuur werd vastgesteld. De weerstandscapaciteit is verder uitgewerkt in de Nota Reserves en Voorzieningen 2017 van Avri. 11.2. Ontwikkeling risico's Voor ieder programma is de ontwikkeling van het risicoprofiel weergegeven. Het actualiseren van het risicoprofiel is van belang, gezien de grilligheid van de begroting en het geringe weerstandsvermogen de afgelopen jaren. In figuur 26 zijn de risico’s per programma weergegeven. Het risicoprofiel uit de jaarrekening 2024 is in de tabel afgezet tegen de geactualiseerde stand in deze jaarstukken.

ONTWIKKELING FINANCIELE RISICO'S ( * €1.000) Basispakket 2 Prijsontwikkeling papier 6 Doelvermogen voor nazorg stortplaats 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 14 Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens 17 Vervuiling van aangeboden grondstoffen 19 Vergoeding kunststof verpakkingen 23 Geschil met verwerker PMD's 24 Brandstofprijzen 26 Verwerkingskosten 27 Niet volledige kilometerregistratie 28 Cirtex 29 Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) Totaal Basispakket

Jaarrekening 2024

Jaarrekening 2025

Verschil

242 1.647 315 225 330 0 0 218 313 250 250 0 3.790

301 0 304 203 440 243 0 0 313 250 250 540 2.844

59 -1.647 -11 -23 110 243 0 -218 0 0 0 540 -946

Pluspakket 1. nvt Totaal Pluspakket

0

0

0

Bedrijfsafval 2 Prijsontwikkeling papier 12 Inzet medewerkers Afvalbeheer 19 Vergoeding kunststof verpakkingen Totaal Bedrijfsafval

60 0 0 60

26 22 21 69

-34 22 21 9

Bedrijfsvoering 1 Gekwantificeerde risico's

1.090

929

-161

Vermogensbuffer (1% leningportefeuille) Totaal Bedrijfsvoering

424 1.514

386 1.315

-38 -199

Totaal alle programma's Figuur 26: Ontwikkeling financiële risico’s Avri (x €1.000)

5.364

4.228

-1.136

2

11.3. Toelichting op de grootste of gewijzigde risico’s Onderstaand geven wij een toelichting op de grootste risico’s. Daarnaast behandelen wij de risico’s die afwijken van de jaarrekening 2024.

Pagina 31 van 79

Programma Afval, Pluspakket, Bedrijfsafval 2- Prijsontwikkeling papier. De papiermarkt is grillig, vergoedingen staan onder druk. Contractueel is een ondergrens aan de vergoeding vastgelegd. Het verschil tussen de huidige vergoeding en de ondergrens beschouwen we als risico. 6 - Onzeker doelvermogen voor nazorg stortplaats; risico nihil & kans monitoringsplan 2025 De provincie en Avri hebben in december 2020 een bestuurlijk akkoord gesloten over het uitstellen van de overdracht van de stortplaats van Avri. Dit akkoord had als doel de korte‑termijneffecten voor de gemeenten te verzachten. Die waren ontstaan door het besluit van Provinciale Staten in oktober 2020 om de rekenrente te verlagen. Kern van het akkoord was dat het overdrachtsmoment voor onbepaalde tijd werd uitgesteld. Tot 2031 zou de provincie, na overleg met de Avri‑gemeenten, bepalen wanneer de overdracht zou plaatsvinden. Tot dat moment lagen alle technische en financiële risico’s volledig bij Avri. Daarnaast is afgesproken dat jaarlijks overleg plaatsvindt over de technische, juridische en financiële aspecten van de nazorg. Dit geeft alle betrokken partijen de ruimte om maatregelen te treffen die een efficiënte nazorg waarborgen en om de benodigde financiële middelen op te bouwen. Gemeenten kunnen hierdoor tijdig anticiperen op ontwikkelingen en invloed uitoefenen op de besluitvorming.

Eind 2024 is met Gedeputeerde Staten overeengekomen om te onderzoeken of een overdracht op korte termijn mogelijk is. Dit biedt duidelijkheid aan alle partijen en sluit aan bij de wens van het algemeen bestuur van Avri om de nazorgtoeslag (€ 12) in de afvalstoffenheffing te laten vervallen. Uit dit onderzoek blijkt dat overdracht eind 2026 of begin 2027 haalbaar is. Voor de overdracht moeten voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Hoewel op langere termijn onzekerheden bestaan in de uitgangspunten en parameters voor het doelvermogen, kan dit zowel negatieve als positieve effecten hebben. Denk aan meer of minder peilbuizen periodiek bemonsteren en analyseren, of hogere beleggingsrendementen van het nazorgfonds. De stortplaats wordt al jarenlang intensief gemonitord en onderhouden. Hierdoor worden de technische risico’s, zoals ongelijke zetting en percolaatvorming, als beheersbaar beschouwd. Bij de opbouw van het toekomstige doelvermogen liep Avri in eerdere jaren verschillende financiële risico’s. Deze waren niet te beïnvloeden, omdat de provincie zelfstandig de uitgangspunten vaststelt. Avri bouwt al geruime tijd vermogen op binnen het nazorgfonds, dat bij overdracht per 1 januari 2027 moet aansluiten op het door de provincie vast te stellen doelvermogen. Op basis van de huidige berekeningen van Rinas wordt dit doelvermogen geraamd op € 13,900 miljoen.

De provincie stelt het definitieve bedrag vast op het moment van overdracht. Op basis van de huidige inzichten komt het door Avri opgebouwde vermogen per 1 januari 2027 naar verwachting uit op € 13,464 miljoen. Dit betekent een voorlopig verschil van € 436.000 ten opzichte van het benodigde doelvermogen. In paragraaf 11.5 Nazorgfonds stortplaats zijn twee aanvullende scenario’s opgenomen: één op basis van het Nazorgplan 2025 en één op basis van het Monitoringsplan 2025. Een mogelijke verlaging van het aantal benodigde peilbuizen kan het doelvermogen gunstig beïnvloeden en daarmee de financiële positie van Avri bij overdracht verbeteren. Omdat er een kans bestaat dat de provincie het Monitoringsplan 2025 hanteert, waarin minder peilbuizen zijn opgenomen, is een kans op een financieel voordeel van €1,667 miljoen mogelijk aanwezig. De risico’s die in eerdere jaren in de jaarrekening zijn opgenomen, vallen hiermee vrijwel volledig weg. Dit komt doordat: 1. De provincie de rekenrente voor 2026 heeft vastgesteld op 3,3%. 2. Avri volledig aansluit bij de provinciale uitgangspunten voor de bepaling van het doelvermogen. Wanneer we rekening houden met de eerdere risicoscenario’s en de actuele inschatting van de kans dat deze zich voordoen, komt het gekwantificeerde risico in de jaarrekening (maart 2026) uit op nihil.

Daarmee is de risicopositie, mede door de opname van de kans op een financieel voordeel, aanzienlijk verbeterd ten opzichte van 2024. 12 - Inzet medewerkers uitvoering; risico is toegenomen De arbeidsmarkt blijft onverminderd krap. Het is tot op heden gelukt om de basis bezet te houden. Het vervullen van specialistische functies wordt steeds lastiger, vacatures staan langere tijd open. Ook voor uitzendbureaus is het steeds moeilijker om gekwalificeerd personeel te vinden. We zien dat de krapte op de arbeidsmarkt voor uitdagingen in de dienstverlening zorgt, met name in vakantieperiodes en rond de feestdagen. Door het bieden van goede (secundaire) arbeidsvoorwaarden proberen we (potentiële) medewerkers te interesseren en te binden.

Pagina 32 van 79

14 - Onzekerheid scheidingsgedrag huishoudens; risico is afgenomen In 2025 is ingezet op communicatie en voorlichting. Ook zijn de afvalcoaches het gehele jaar ingezet. De komende jaren blijven we de inwoners actief benaderen. Zo is het project Schone Grondstoffenaanpak afgerond. Zij richten zich op het tegengaan van de vervuiling van grondstoffen. 17 - Vervuiling van aangeboden grondstoffen; risico is gestegen De vervuiling van de aangeboden grondstoffen was in 2025 zorgelijk. Uit sorteerproeven blijkt dat de vervuiling hoog blijft of zelfs toeneemt bij bepaalde grondstoffen. Overigens is ook landelijk een forse stijging in de vervuiling te zien. We blijven inzetten op aanwezigheid in de wijk, met afvalcoaches en voorlopers. We zetten gericht in op communicatie en voorlichting. Minder vervuiling is het doel om afkeur te voorkomen en niet meer extra te hoeven te sorteren in de overslaghal. 19. Vergoeding kunststof verpakkingen De vergoeding voor pmd hangt af van de mate van vervuiling. Als de vervuiling groter is dan 25% dan daalt de vergoeding per ton. Avri zit om en nabij de grens van 25%. Het verschil tussen het hogere en lagere tarief beschouwen we daarom als risico. 24 - Risico brandstofkosten; risico vervalt De huidige budgetten voor brandstofprijzen zijn op niveau.

De onvoorspelbaarheid van de brandstofprijzen blijft, maar is geen aanleiding om het risico in stand te houden. 29. Meerjarenonderhoudsplan (MJOP); nieuw risico Het MJOP vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. Het BBV schrijft voor dat onderhoudsplannen eens in de vijf jaar worden geactualiseerd. In 2020 is het MJOP van Avri locatie Geldermalsen voor het laatst geactualiseerd. Dit heeft een looptijd tot en met 2039. In 2025 is het concept MJOP ontvangen. Dit wordt in 2026 definitief gemaakt. Bedrijfsvoering 1 - Gekwantificeerde risico's (10% taakveld 0.4) De jaarrekening 2025 geeft een overhead van € 9,290 miljoen. De Algemene Bedrijfsreserve Avri heeft op basis van 10% van de overhead een drempelwaarde van € 929.000. Het huidige en meerjarig voorziene saldo van deze reserve biedt voldoende weerstand om de risico's te dekken. 2 - Vermogensbuffer Bij het aantrekken van leningen is de rente afhankelijk van het vermogen.

Een lager eigen vermogen leidt tot een hogere rente. We houden rekening met 1% van de leningenportefeuille. 11.4. Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de reserves van Avri. Doordat de jaarstukken (voor reservemutaties) sluiten met een positief resultaat, verbetert de weerstandscapaciteit. In figuur 26 is de beschikbare weerstandscapaciteit per programma weergegeven. Een nadere toelichting op de mutaties van de reserves en voorzieningen is uitgewerkt in paragraaf 18.4. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de gekwantificeerde risico's (paragraaf 11.3) af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. In de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2017 van Avri wordt de uitkomst gewaardeerd volgens onderstaande tabel:

Pagina 33 van 79

RATIO WEERSTANDSVERMOGEN Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6

BETEKENIS Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Figuur 27: Waarderingstabel weerstandsvermogen

In figuur 28 is het weerstandsvermogen uiteengezet. De uitkomsten zijn afgezet tegen de begroting 2025. Dankzij positieve resultaten van Avri is het totaal van het weerstandsvermogen voldoende. Hierbij merken we op dat het programma Afval (waarin de grootste risico's worden gelopen) een weerstandsratio van factor van ruim 2 heeft en daarmee uitstekend is. Het weerstandsvermogen voor Bedrijfsvoering staat echter onder druk vanwege een onttrekking aan de Algemene Bedrijfsreserve. Deze hangt samen met het negatieve resultaat op overhead in 2025 van ca € 836.000.

ONTWIKKELING WEERSTANDSVERMOGEN

Rekening 2025

Begroting 2025

Verschil

Afval

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

2.844 5.399 1,90 Ruim voldoende

6.410 7.376 1,15 Voldoende

3.566 -1.977 0,75

Pluspakket

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

0 15

0 16

0 -1

Uitstekend

Uitstekend

Gekwantificeerde risico's Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Betekenis

(A) (B) (B/A)

69 417 6,02 Uitstekend

60 321 5,35 Uitstekend

-9 96 0,67

Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit (B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis TOTAAL Gekwantificeerde risico's (A) Beschikbare weerstandscapaciteit (B) Ratio weerstandsvermogen (B/A) Betekenis Figuur 28: Ontwikkeling weerstandsvermogen Avri (x €1.000)

1.315 859 0,65 Onvoldoende 4.228 6.691 1,58 Ruim voldoende

1.240 1.784 1,44 Voldoende 7.710 9.497 1,23 Voldoende

-75 -925 0,79

Bedrijfsafval

Bedrijfsvoering

4.337 2.806 0,35

Programma Afval Het weerstandsvermogen is gestegen naar 1,90. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een stijging van de weerstandscapaciteit. Het resultaat van het programma afval van € 874.000 is toegevoegd aan de voorziening basispakket en het positieve risico rondom de stortplaats. Programma Pluspakket De reserve Pluspakket is in 2024 al teruggebracht naar € 14.000. Aangezien er geen risico’s zijn benoemd, is het weerstandsvermogen uitstekend. Programma Bedrijfsafval Door het positieve resultaat op het programma Bedrijfsafval is het weerstandsvermogen voor dit programma uitstekend.

Pagina 34 van 79

Programma Bedrijfsvoering Risico’s voor de bedrijfsvoering worden opgevangen in de Algemene Bedrijfsreserve. De weerstandscapaciteit is fors afgenomen door het negatieve resultaat op overhead in 2025. Dat is onttrokken aan deze reserve. 11.5. Nazorgfonds stortplaats Voor het bepalen van de omvang van het nazorgfonds hebben we de effecten van de huidige uitgangspunten van de provincie (rekenrente 3,3%) afgezet tegen het opgebouwde vermogen van AVRI bij het nazorgfonds. Op basis van de berekeningen in Rinas wordt het doelvermogen momenteel geraamd op € 13,900 miljoen. De provincie bepaalt het definitieve doelvermogen op het moment van overdracht. Op basis van de huidige inzichten verwachten wij dat het door Avri opgebouwde vermogen per 1 januari 2027 uitkomt op € 13,356 miljoen. Dit betekent een voorlopig verschil van € 544.000 ten opzichte van het benodigde doelvermogen. In de tabel hieronder zijn twee aanvullende scenario’s uitgewerkt: één op basis van het Nazorgplan 2025 (gereed in 2026) en één op basis van het Monitoringsplan 2025. Een mogelijke verlaging van het aantal benodigde peilbuizen kan het doelvermogen gunstig beïnvloeden en daarmee de financiële positie van Avri bij overdracht verbeteren. Omdat er een reële kans bestaat dat de provincie het Monitoringsplan 2025 volgt, waarin minder peilbuizen zijn opgenomen, is dit als kans opgenomen in paragraaf 11.2.

Figuur 29: Varianten overdracht stortplaats * De variant die als uitgangspunt dient voor de Provinciale Staten

Het vermogen per 1 januari 2027 is in figuur 30 schematisch weergegeven. Het vermogen van Avri in het nazorgfonds bedraagt per 1 januari 2025 (gepresenteerd met jaarrekening 2024) €9,571 miljoen. Jaarlijks wordt hier een miljoen aan toegevoegd, inclusief de heffingsrente die Avri afdraagt aan de provincie. Daarnaast wordt jaarlijks het rendement toegevoegd; dit wordt met de jaarrekening van 2025 gepresenteerd. In de jaarrekening wordt het vermogen van Avri in het nazorgfonds per eind 2025 vastgesteld op € 11,822 miljoen. Dit bedrag is definitief, omdat het gerealiseerde rendement over 2025 inmiddels bekend is. Voor 2026 geldt opnieuw een jaarlijkse storting en een rendement. Op basis van de huidige inzichten wordt verwacht dat het vermogen van Avri in het nazorgfonds per 1 januari 2027 uitkomt op €13,356 miljoen. Dit betreft een schatting, omdat het daadwerkelijke rendement over 2026 onzeker is. Voor deze raming heeft Avri het tienjarig gemiddelde rendement gehanteerd dat ook door Provinciale Staten wordt gebruikt in de jaarrekening 2024.

Pagina 35 van 79

Figuur 30: Vermogen nazorgfonds Meersteeg (stortplaats) per 1 januari 2027 * Prognose rendement 2026 gebaseerd op gemiddelde rendement 4,28% Provinciale Staten

11.6. Kengetallen financiële positie

Kengetallen financiële positie

Jaarrekening

Jaarrekening

2025

2024

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

50,49% 50,08%

Solvabiliteitsratio

2,20%

Structurele exploitatieruimte

0,00%

49,2% 48,7% 3,3% 0,0%

Figuur 31: Kengetallen financiële positie

Netto schuldquote Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van Avri ten opzichte van de omzet. Het laat zien in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is ten opzichte van 2024 iets verbeterd. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Vanwege de waarde van de verstrekte lening aan Cirtex van € 280.000 (waarvan in 2024 en 2025 in totaal € 70.000 is afgelost), is dit kengetal iets lager dan de hierboven genoemde netto schuldquote. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin Avri in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. Het geeft de mate aan, waarin de bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen in het totaal vermogen. Hoe hoger de ratio, hoe gezonder de gemeenschappelijke regeling. De solvabiliteit is verslechterd als gevolg van de negatieve resultaten van 2025 op de overhead, waardoor de Algemene Bedrijfsreserve fors is afgenomen. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte Avri heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.

Pagina 36 van 79

12. ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN 12.1. Onderhoud gebouwen Het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vormt de basis voor de jaarlijkse dotatie in de voorziening groot onderhoud gebouwen. Met deze voorziening worden de kosten van het groot onderhoud van de Avri-gebouwen geëgaliseerd. Alleen in het plan opgenomen kosten voor groot onderhoud mogen ten laste komen van de voorziening. Een actuele onderhoudsplanning is op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) noodzakelijk, om de hoogte van de voorziening te onderbouwen. De kosten voor vervangingsinvesteringen en groot onderhoud laten de gebruikelijke forse fluctuaties zien. Om deze fluctuaties te egaliseren is de voorziening groot onderhoud ingesteld. Daarmee worden de jaarlijkse kosten gelijkmatig verdeeld. Het huidige MJOP heeft een looptijd van 2020 tot en met 2039. Om de voorziening groot onderhoud op het gewenste niveau te houden wordt jaarlijks € 207.000 aan deze voorziening gedoteerd. Eens per vijf jaar wordt het MJOP geactualiseerd. In 2025 is het concept MJOP ontvangen. Deze wordt in 2026 definitief gemaakt. Omdat we het effect van deze actualisatie nog niet kunnen kwantificeren, is dit onderdeel ook opgenomen in de risicoparagraaf. De revitalisering van ons kantoor en de bijbehorende ruimtes is in 2025 afgerond.

We hebben hiermee gezorgd voor flexibele en eigentijdse werkplekken, met extra mogelijkheden om te overleggen. In 2025 zijn we ook gestart met de voorbereidingen voor de revitalisering van fase 2: herziening inrichting kleedruimtes, kantine en de keuken. De verdere uitwerking en aanbesteding vinden in 2026 plaats. Het streven is om begin 2027 te starten met de werkzaamheden. Verder wordt het gebruik van de verschillende terreinen herzien en zoveel mogelijk aan de huidige veiligheidseisen aangepast. Het saldo van de voorziening groot onderhoud gebouwen bedroeg per 1 januari 2025 € 769.000. In 2025 is een dotatie aan de voorziening opgenomen van € 207.000 en is € 60.000 onttrokken. Het saldo per 31 december 2025 komt daarmee uit op € 916.000.

Figuur 32: Verloopoverzicht voorziening onderhoud gebouwen

12.2. Bedrijfsmiddelen We gingen in 2025 verder met het vervangen van de inzamelvoertuigen. We gaan van CNG naar HVO-diesel aangedreven voertuigen. Door stagnatie in de uitlevering zijn de laatste zes zijladers, van de twaalf die besteld waren, in 2026 pas in gebruik genomen. Verder zijn één wiellader en twee overslagkranen in de overslaghal vervangen door HVO-aangedreven machines. Voor de afdeling Inzameling zijn vier HVO-aangedreven achterladers in gebruik genomen, die onder meer gebruikt worden voor de inzameling van bedrijfsafval. In het vierde kwartaal is gestart met het vervangen van dienstvoertuigen. We gaan over naar elektrisch aangedreven voertuigen. Er zijn zes personenwagens en negen bestelwagens in gebruik genomen. In samenhang hiermee zijn er ook meer parkeerplaatsen en laadpalen gekomen.

Pagina 37 van 79

Eind 2025 waren de volgende bedrijfsmiddelen (voertuigen) aanwezig: Tractie

2024

2025

Bedrijfsauto

69

73

Fiets/scooter

4

2

Onkruidbestrijdingsmaterieel

5

5

Overige

11

12

Vrachtwagen

60

59

Winterdienst materieel

38

38

Veegmachine

3

3

Figuur 33:Overzicht bedrijfsmiddelen (voertuigen)

In Rivierenland staan ongeveer 1.500 verzamelcontainers voor de inzameling van restafval, glas, papier, textiel en verpakkings- en incontinentiematerialen. In 2025 deden zich weinig wijzigingen voor. De aantallen zijn nauwelijks gewijzigd. Dit hangt ook samen met diverse aanbestedingen in 2024, om nieuwe overeenkomsten af te sluiten voor de levering en plaatsing van ondergrondse containers. De doorlooptijd van deze aanbestedingen was aanzienlijk, waardoor afronding in 2025 niet haalbaar bleek. De aanbestedingen zijn pas in 2026 afgerond. De geplaatste ondergrondse containers hadden voornamelijk betrekking op nieuwbouwwijken, waar tijdelijke voorzieningen zijn vervangen door definitieve ondergrondse containers. Het verschil, dat in onderstaande figuur zichtbaar is, komt met name doordat bij de telling in 2025 de containers op de verschillende milieustraten niet zijn meegenomen. Eind 2025 waren de volgende containers in Rivierenland aanwezig: Containers

2024

2025

Glas

306

290

Incontinentie

103

105

Papier

149

154

Restafval

826

827

Textiel

104

88

Verpakkingsafval

20

21

Figuur 34: Overzicht bedrijfsmiddelen (verzamelcontainers)

Pagina 38 van 79

13. FINANCIERING 13.1. Inleiding Het treasurybeheer is de (beleids-)uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige Treasurystatuut 2023 van GR Avri. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die gericht zijn op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. 13.2. Risicobeheer Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet. Deze bepaalt de maximale omvang van de externe kort geld-positie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag voor gemeenschappelijke regelingen maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal (€ 5,801 miljoen). Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. In 2025 is de kasgeldlimiet niet overschreden, zoals te zien in figuur 35. Ten opzichte van 2024 is een verhoging van de ruimte te zien: kasgeldlimiet ruimte 2025 bedraagt € 11,816 miljoen (2024: € 9,211 miljoen).

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2025 in procenten van de grondslag

70.742 8.2%

in bedrag

5.801

2. Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden < 1 jaar

-

Schuld in rekening-courant

-

Gestorte gelden door derden < 1 jaar Totale omvang van de vlottende schuld

-

3. Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant

243

Overige uitstaande gelden < 1 jaar

5.772

Totale omvang van de vlottende middelen

6.015

Totaal netto vlottende schuld (2.) (3.)

-6.015

Toets kasgeldlimiet

Toegestane kasgeldlimiet (1.) Ruimte (+) / Overschrijding (-) = (1.) - (4.) Figuur 35: Kasgeldlimiet

Pagina 39 van 79

5.801 11.816

Renterisico De renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks 20% van het begrotingstotaal (2025: € 14,148 miljoen, 2024: € 12,2 miljoen) onderhevig mag zijn aan renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximumgrens gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenkomst is bepaald dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar wordt aangepast. De vaste schulden bestaan uit geldleningen waarop geen renteherzieningen plaatsvinden. Er is dus geen renterisico voor wat betreft herziening van de rente op de bestaande leningen. De ruimte onder de renterisiconorm is in 2025 verhoogd naar € 10,534 miljoen (2024: € 9,3 miljoen).

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2025

1

Renteherzieningen

2

Betaalde aflossingen vaste schuld

3.614

3

Renterisico op vaste schuld (1+2)

3.614

4a

Begrotingstotaal

70.742

4b

Bij ministeriele regeling vastgesteld percentage

4

Renterisiconorm

14.148

5a

Ruimte onder renterisiconorm (4-3)

10.534

20%

Figuur 36: Renterisiconorm

Kredietrisicobeheer Kredietrisico's zijn risico's op het niet-terugontvangen van uitgezette middelen. Avri heeft enkel een lening van € 280.000 (oorspronkelijk € 350.000) uitstaan bij Cirtex. Cirtex is een verbonden partij van Avri. Daarmee is het kredietrisico beperkt. De aflossingen van deze tienjarige lening u/g zijn conform aflossingsschema ontvangen. 13.3. Financiering De waarde van de vaste activa van Avri bedraagt ultimo 2025 € 58,614 miljoen. Avri heeft per 31 december 2025 voor € 38,593 miljoen aan leningen uitstaan (2024: € 42,207 miljoen). Na een toenemende vraag naar externe financiering in 2024, door aflossingsverplichtingen en de aankoop van nieuwe voertuigen, heeft Avri in 2025 geen nieuwe financiering aangetrokken. Door het voldoen aan de aflossingsverplichtingen op de langlopende leningen, is de leningenportefeuille gedaald met € 3,614 miljoen. In figuur 37 zijn de langlopende geldleningen uiteengezet. Schulden langer dan 1 jaar (bedragen * € 1.000)

Stand 31-12-2024

Opname

Aflossingen

Stand 31-12-2025

Schulden aan openbare lichamen Onderhandse leningen van: - Binnenlandse banken en overige financiële instellingen

38.607

0

3.214

35.393

- Openbare lichamen

3.600

0

400

3.200

Totaal Figuur 37: Overzicht langlopende geldleningen

42.207

0

3.614

38.593

De langlopende schulden zijn afgelost op basis van de met de bank overeengekomen aflossingsverplichtingen. De totale rentelast bij bovengenoemde langlopende geldleningen over 2025 bedraagt € 846.370. Deze rentelasten zijn verwerkt in het programma Algemene dekkingsmiddelen en naar de overige programma’s doorbelast.

Pagina 40 van 79

Renteschema Renteschema voor jaar:

2025

a.

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

846.370

b.

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

122.340

Saldo rentelasten en rentebaten

724.030

c1.

De rente die aan grondexploitatie moet worden doorberekend

0

c2.

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

c3.

De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

0

d1.

Rente over eigen vermogen

d2.

Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

724.030

e.

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

968.240

f.

Renteresultaat op het taakveld 0.5 Treasury

-244.210

Figuur 38: Renteschema

Figuur 38 toont het renteschema volgens de notitie rente 2017 van de commissie BBV. Het renteresultaat laat een voordeel zien van € 244.210. Het voordeel van €144.210 is ontstaan door de ontvangen rente uit het schatkistbankieren, de rentelasten op de financiering en de rente op de uitstaande lening aan Cirtex. Dit voordeel is toegevoegd aan de Algemene Bedrijfsreserve. Het resterende voordeel van € 100.000 betreft de doorbelasting naar de verschillende programma’s. Deze doorbelasting is ten gunste gekomen van alle programma’s, waardoor de storting in de Algemene Bedrijfsreserve uitkomt op €144.210. Figuur 39 laat een negatief verschil van 34,4% zien in het saldo van rentelasten en rentebaten, vergeleken met 2024. Saldo renteverschil bedragen x € 1.000 Saldo rentelasten en rentebaten Verschil in % Totaal Figuur 39: Saldo renteverschil

31-12-2025

31-12-2024

724.030

538.662

34,4% 724.030

538.662

In figuur 40 wordt het verschil in renteomslag tussen 2025 en 2024 weergegeven. Deze tabel laat zien dat de renteomslag in 2025 is toegenomen met 20%. Deze stijging geeft aan dat er in 2025 meer middelen worden toegewezen aan rentelasten dan in 2024. Toegerekende rente (Renteomslag) bedragen x € 1.000 Saldo rentelasten en rentebaten Verschil in % Totaal Figuur 40: Renteomslag

Pagina 41 van 79

31-12-2025

31-12-2024

968.240

806.891

20,0% 968.240

806.891

14. BEDRIJFSVOERING 14.1. Inleiding Zoals in het Koersplan is opgenomen bouwen we aan een duurzame en transparante organisatie die klaar is voor de toekomst. In 2025 hebben we hard gewerkt om dit strategische doel dichterbij te brengen. In deze paragraaf lichten we toe wat we hebben bereikt. 14.2. Veiligheid In 2025 was er verhoogde aandacht voor veiligheid op het terrein in Geldermalsen en de milieustraten. Zo zijn er drempels aangebracht en striping op het wegdek. Er is valbeveiliging besteld, cameratoezicht en bewaking met honden toegevoegd en een slagboom op de milieustraat in Tiel aangebracht. 14.3. Verduurzaming Materieel In 2025 is verdere voortgang geboekt in de verduurzaming van het materieel. De meeste zijladers zijn omgezet naar HVO100‑brandstof, waardoor het aantal gasvoertuigen sterk is afgenomen. Nieuwe kranen draaien eveneens op HVO100. Daarnaast is in de overslaghal een proef gestart met elektrische kranen, die een goed evenwicht bieden tussen duurzaamheid en bedrijfszekerheid. Met de ingebruikname van het eigen HVO100‑tankstation is bovendien de afhankelijkheid van externe tanklocaties verminderd en zijn rijafstanden teruggebracht. 14.4. Communicatie In 2025 rondde de afdeling Communicatie diverse in 2024 gestarte projecten succesvol af.

Een belangrijk resultaat was de lancering van de nieuwe website: een transparant, toegankelijk en gebruiksvriendelijk portaal voor inwoners van de acht Avri-gemeenten. De Geef het Door-campagne kreeg verdere verdieping, met als doel het vergroten van bewustwording rond duurzaam handelen en afvalscheiding. Communicatie ondersteunde daarnaast de introductie van de textielpas en de flexpas, beide bedoeld om de kwaliteit van inzameling te verhogen en het gemak voor inwoners te vergroten. Er werden succesvolle pilots uitgerold en geëvalueerd, waaronder de uitbreiding naar drie extra milieustraten van de proef met het inzamelen van muurverf. In samenwerking met afvalcoaches en partners zijn vervolgactiviteiten opgezet vanuit projecten zoals de Door Geeftas en Spelenderwijs = Lerende wijs. Intern groeide het nieuwe intranet uit tot een centrale informatiebron voor medewerkers en werd het personeelsblad Boemerang verder versterkt. Het Klant Contact Centrum leverde een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van onze dienstverlening door inwonervragen snel, vriendelijk en consistent te beantwoorden. Voor 2026 richt Communicatie zich op verdere versterking van het contact met inwoners en het beter aansluiten op hun informatiebehoefte. 14.5.

Inclusiviteit en Social Return On Investment (SROI) Voor Avri is het doel van inclusiviteit en SROI tweeledig: ten eerste doen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring op, zodat ze kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Ten tweede vervult Avri zijn rol als maatschappelijk verantwoord ondernemer, door inclusiviteit te bevorderen. Dit doen we in nauwe samenwerking met Werkzaak Rivierenland. Wel zien we, als gevolg van de veranderende regelgeving, een terugloop in met name het aantal SW’ers. 14.6. Personeel In 2025 hebben wij gewerkt aan de duurzame inzetbaarheid en werving van medewerkers. Hieronder een greep wat we in 2025 hebben opgepakt:  De opvolging van de uitkomsten van het MTO (Medewerkers Tevredenheids Onderzoek);  Het bevorderen van integriteitsbewustzijn en het voorkomen van misbruik van bevoegdheden, belangenverstrengeling en discriminatie;

Pagina 42 van 79

     

Inclusiviteit; het aanbieden van werkervaringsplaatsen en leerwerkroutes en het laten uitvoeren van laagdrempelige werkzaamheden door mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; De actualisatie en implementatie van het handboek veiligheid; Verzuimbegeleiding; Versterken HR-functie; Doorontwikkeling financiële functie richting businesspartner van de organisatie; Het op peil brengen en houden van de vakkennis en de ontwikkeling van medewerkers.

14.7. ICT In 2025 hebben we ons financieel pakket overgezet naar AFAS. Daarnaast hebben we voorbereidingen getroffen voor de implementatie van o.a. CRM, de Inkoop module en de inrichting van een projectenadministratie. 14.8. Facilitair De verbouwing van het kantoorgedeelte is in 2025 afgerond en de voorbereidingen zijn gestart voor vervanging en uitbreiding van de kantine en kleedruimten. 14.9. Beveiliging/AVG In 2025 is de bewustwording rondom informatiebeveiliging en AVG binnen Avri verder vergroot. Nieuwe medewerkers hebben de e-learning gevolgd. Ook is een verbeterslag gemaakt in de bewustwording en borging van beveiligingsmaatregelen. Er blijft continu aandacht voor het naleven van de AVG en het verbeteren van processen rondom gegevensbescherming 14.10. Beleidsindicatoren De wet Gemeenschappelijke regelingen schrijft inzicht in de beleidsindicatoren voor. De cijfers in figuur 41 geven inzicht in formatie, bezetting, externe inhuur, overhead en ziekteverzuim en dragen bij aan de vergelijkbaarheid van gemeenten.

Formatie en bezetting Formatie (fte) Bezetting - man - vrouw

Externe inhuur % t.o.v. salariskosten Overhead % Ziekteverzuim %

31-12-2025 293,1 315 231 84 29 % 14 % 11,2 %

Figuur 41: Beleidsindicatoren

Het percentage externe inhuur t.o.v. salariskosten is in 2025 gestegen met 5%, vergeleken met 2024. Dit is inclusief kosten inhuur Werkzaak. Het percentage inhuur Werkzaak t.o.v. salariskosten bedraagt 4%. 14.11. Rechtmatigheid Vanaf verslagjaar 2023 dient het Dagelijks Bestuur van Avri een rechtmatigheidsverantwoording op te nemen in de jaarrekening. Hiermee legt het DB verantwoording af over de naleving van de regels voor het financiële reilen en zeilen in de organisatie. Om met een bepaalde mate van zekerheid vast te stellen dat de financiële handelingen hebben plaatsgevonden binnen de kaders van wet- en regelgeving, is Avri getoetst op drie criteria: Voorwaardencriterium Begrotingscriterium Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Vanwege deze toetsing zijn de geldende financiële verordening en controleverordening van Avri, als onderdeel van het normenkader, aangevuld met onder andere de (tolerantie)kaders voor deze criteria. In het Algemeen Bestuur van 18 december 2025 zijn de mutaties op de geldende verordeningen van Avri vastgesteld. De totale lasten van Avri over het boekjaar zijn € 68.645.000. De door het Algemeen Bestuur vastgestelde verantwoordingsgrens van 2,0% over deze totale lasten komt neer op een drempelbedrag van € 1.372.900 voor der

Pagina 43 van 79

rechtmatigheid. De rapporteringsgrens voor afwijkingen is vastgesteld op 0,05% van de totale lasten en is daarmee € 34.323. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft voor Avri vooral betrekking op de aanbestedingsrechtmatigheid. De controlewerkzaamheden op inkopen en aanbestedingen zijn gericht op het voldoen aan de Europese aanbestedingswetgeving. Dit betekent dat intern primair is gecontroleerd op inkopen boven de Europese aanbestedingsdrempel (€ 221.000 bij diensten en leveringen). Alleen constateringen op het gebied van Europese aanbestedingswetgeving hebben een effect op het rechtmatigheidsoordeel. Tijdens de interne controle is een interne inkoopanalyse opgesteld voor de jaren 2022 t/m 2025. Over het boekjaar 2025 zijn controlewerkzaamheden verricht. De focus ligt hierbij op crediteuren met lasten groter dan € 200.000 in de periode 2022 t/m 2025 en op nieuwe crediteuren met lasten groter dan € 50.000 in 2025. In steekproeven zijn ook crediteuren onder deze drempel geanalyseerd en beoordeeld. Op basis van de controle van in totaal 131 aanbestedingsdossiers zijn vijf inkooptrajecten geconstateerd die niet voldoen aan de Europese aanbestedingswetgeving en die boven de rapporteringsgrens uitkomen. De onrechtmatigheid op basis van het voorwaardencriterium bedraagt in het boekjaar € 408.766.

branche

€ onrechtmatig

Verwerker Transport A Materieel Transport B ICT

180.480 30.555 107.401 50.376 39.954

TOTAAL

408.766

Figuur 42: Onrechtmatige aanbestedingen

Deze onrechtmatige trajecten en de corrigerende maatregelen worden hier nader toegelicht: Verwerker: Met de verwerker van een bepaalde materialenstroom is in 2021 een contract gesloten, omdat deze verwerker op dat moment de enige partij was die deze afvalstroom kon verwerken en nog maar beperkte capaciteit voor Avri beschikbaar had. Een ‘vrijwillige transparantie vooraf’ had ervoor kunnen zorgen dat het contract ook zonder Europese aanbesteding rechtmatig is. Het contract loopt nog tot 2026, een vervolg zal Europees aanbesteed worden. Transport A: Dit contract is via een meervoudig onderhandse aanbesteding aanbesteed. In de loop van 2025 is door een hogere afname van deze dienst de aanbestedingsdrempel voor een Europese aanbesteding overschreden. Zo is deze onrechtmatigheid ontstaan. Het contract is inmiddels beëindigd waardoor geen onrechtmatigheid meer ontstaat. Materieel: De aanschaf van materieel was via een Europese aanbesteding correct aanbesteed. Onderhoud- en reparatiewerkzaamheden waren in deze aanbesteding echter niet meegenomen waardoor de onrechtmatigheid is ontstaan. Inmiddels is de aanbesteding van deze onderhoud- en reparatiewerkzaamheden opgestart. Transport B: Door een vertraging bij de aanbesteding is in de fase tussen het einde van een aflopend contract en het begin van een nieuw contract een onrechtmatigheid ontstaan.

Inmiddels is een nieuw contract met deze dienstverlener getekend en wordt er rechtmatig gehandeld. ICT: Het contract is als enkelvoudige onderhandse aanbesteding in de markt gezet. In de loop van 2025 werd echter de Europese aanbestedingsdrempel overschreden waardoor deze onrechtmatigheid is ontstaan. Het contract loopt nog tot medio 2026, waarna ook de onrechtmatigheid eindigt. Binnen Avri wordt het proces rondom aanbestedingsrechtmatigheid steeds verder aangescherpt. Vanuit het team inkoop en vanuit contractmanagement is continue aandacht geborgd. De spendanalyse wordt ieder kwartaal uitgevoerd en de resultaten met de desbetreffende verantwoordelijke besproken. Bij het kiezen van de juiste aanbestedingsstrategie blijft bewustwording binnen de gehele organisatie van essentieel belang. Team inkoop heeft

Pagina 44 van 79

hierbij aan de voorkant van aanbestedingstrajecten een belangrijke adviserende en richtinggevende rol en vult deze ook in. Begrotingscriterium Avri heeft intern controle verricht op overschrijdingen van de lasten, baten en investeringen ten opzichte van de bedragen die het Algemeen Bestuur in de slotwijziging 2025 heeft vastgesteld. Vastgesteld is dat bij de overheadkosten de gerealiseerde lasten 2025 hoger zijn dan in de slotwijziging gemeld. Daardoor is een begrotingsonrechtmatigheid door lastenoverschrijding van € 104.000 ontstaan in het boekjaar 2025 zoals hieronder te zien. Een toelichting op de afwijkingen wordt in de desbetreffende hoofdstukken van het jaarverslag gegeven. Baten / Lasten / Mutaties (* € 1.000)

Slotwijziging 2025

Jaarrekening 2025

Lasten Programma Afval (Basispakket) Programma IBOR (Pluspakket) Programma Handhaving (Pluspakket) Programma Bedrijfsafval Algemene Dekkingsmiddelen Overhead Totaal lasten

42.812 22.759 1.767 2.672 0 732 70.742

41.989 21.657 1.561 2.624 -22 836 68.645

823 V 1.102 V 206 V 48 V 22 V -104 N 2.097 V

Baten Programma Afval (Basispakket) Programma IBOR (Pluspakket) Programma Handhaving (Pluspakket) Programma Bedrijfsafval Algemene Dekkingsmiddelen Overhead Totaal baten

42.433 22.699 1.767 2.755 0 0 69.654

42.863 21.606 1.561 2.703 122 0 68.855

430 V -1.093 N -206 N -52 N 122 V 0 -799 N

Saldo baten en lasten

-1.088

210

1.298 V

Vermogernsutaties Voorziening Stortplaats Voorziening Basispakket Voorziening Incontinentiemateriaal Algemene Bedrijfsreserve Reserve Bedrijfsafval Reserve Pluspakket Totaal vermogensmutaties

0 -313 -60 -732 17 0 -1.088

0 874 -51 -692 79 0 210

0 1.187 9 40 62 0 1.298

0

0

0

Slotwijziging 2025 -379 -60 0 83 0 -732

Jaarrekening 2025 874 -51 0 79 144 -836

TOTAAL verschil per programma (* € 1.000) Programma Afval (Basispakket) Programma IBOR (Pluspakket) Programma Handhaving (Pluspakket) Programma Bedrijfsafval Algemene Dekkingsmiddelen Overhead TOTAAL

Verschil

Verschil 1253 V 9V 0 -4 N 144 V -104 N 1.298 V

Figuur 43: Begrotingsafwijkingen

Daarnaast is gekeken naar de vastgestelde investeringskredieten en naar eventuele overschrijdingen ervan. Vastgesteld wordt dat er in 2025 sprake is van een niet geautoriseerde overschrijding van investeringskredieten ter hoogte van € 53.000 bij Overhead (huisvesting, terreininrichting), zie figuur hieronder. Een toelichting op deze onrechtmatigheid wordt in het hoofdstuk Investeringen van het jaarverslag gegeven.

Pagina 45 van 79

Investeringskredieten (* € 1.000) Afval Datagestuurd werken IBOR ICT Medel Milieustraten Overhead (huisvesting, terreininrichting)

Kredieten 2024/2025 13.566 3.265 2.116 495 1.000 675 1.780 22.897

Realisatie 2024/2025 9.145 410 85 419 614 446 1.833 12.952

Restant per 31-12-2025 4.421 2.855 2.031 76 386 229 -53 9.945

Figuur 44: Afwijkingen investeringskredieten

Om onrechtmatigheden binnen het begrotingscriterium te voorkomen heeft Avri binnen haar eigen planning- en controlecyclus meetmomenten voor de begroting gecreëerd. Door middel van voortgangsrapportages (begrotingswijziging, bestuursrapportage en slotwijziging) wordt een prognose afgegeven tot en met het einde van het desbetreffende boekjaar. Deze momenten geven Avri de mogelijkheid om begrotingswijzigingen in te dienen en door het Algemeen Bestuur vast te laten stellen. Begrotingsafwijkingen die na de slotwijziging optreden, worden in de jaarstukken vermeld en toegelicht. Daarmee wordt voldaan aan het criterium van het ‘tijdig melden’ van begrotingsafwijkingen zoals bedoeld in de Kadernota Rechtmatigheid van de Commissie BBV. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium (M&O) In het boekjaar 2025 heeft Avri geen overheidssubsidies ontvangen, er is dan ook geen sprake van mogelijk oneigenlijk gebruik van overheidssubsidies. In het M&O-beleid van Avri zijn de risicovolle processen benoemd en zijn per proces beheersmaatregelen vastgelegd. Deze zijn in de processen geïntegreerd. De werking ervan wordt in het kader van de VIC gecontroleerd en gerapporteerd. Op basis hiervan constateren wij dat er in de hele breedte van de organisatie voldoende aandacht is voor dit rechtmatigheidscriterium. Opzet en werking van de beschreven maatregelen zijn passend en toereikend.

Uit de controles en bevindingen van interne controle zijn verder geen signalen van misbruik en oneigenlijk gebruik gebleken. Conclusie rechtmatigheid Op basis van bovenstaande kan vastgesteld worden dat in het boekjaar 2025 binnen de drie rechtmatigheidscriteria een onrechtmatigheid is ontstaan van in totaal € 565.766. Deze onrechtmatigheid komt neer op 0,82% van de totale lasten in de jaarrekening 2025. Daarmee wordt de vastgestelde verantwoordingsgrens van 2% niet overschreden. Het oordeel is dan ook dat door Avri in het boekjaar 2025 financieel rechtmatig is gehandeld binnen de door het Algemeen Bestuur gestelde kaders. Een overzicht van de totale onrechtmatigheid 2025 binnen de drie criteria is hieronder samengevat.

Figuur 45: Totale onrechtmatigheid 2025

Pagina 46 van 79

15. VERBONDEN PARTIJEN 15.1. Inleiding Verbonden partijen zijn rechtspersonen waar Avri een bestuurlijke en een financiële band mee heeft. Dit zijn onder andere vennootschappen (waarvan de aandelen geheel of gedeeltelijk in het bezit zijn van Avri), verenigingen of stichtingen die een publiek belang behartigen. Het kan ook gaan om andere gemeenschappelijke regelingen. Met de bestuurlijke band wordt bedoeld dat Avri één of meer zetels heeft binnen de betreffende partij, of stemrecht. Van een financiële band is sprake als middelen ter beschikking zijn gesteld aan deze partij. 15.2. Verbonden partijen Avri Avri Realisatie B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri

Taak / doelstelling

Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak / doelstelling Aandeelhouder Avri beschikt over 100% van de aandelen met een nominale waarde van € 74.874. Avri Realisatie B.V. is in 1999 opgericht (destijds Avri Ontwikkeling B.V.). Het doel van deze B.V. is om de middelen van Avri maatschappelijk nuttig aan te wenden. Maatschappelijk nuttig betekent onder meer dat overcapaciteit aan aanwezige middelen en ruimte wordt verhuurd aan derden die afval recyclen en duurzame energie produceren. De opbrengsten kunnen ten goede komen van de afvalstoffenheffing. Geen. Programma Afval Niet van toepassing

Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2023 € 3.077.000 € 6.497.000 € 292.000

31 december 2024 € 3.590.000 € 5.778.000 € 513.000

Risico's Het financiële risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal (€ 75.000). Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, volgend uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid van Avri als enig aandeelhouder van deze B.V.. Toelichting In 2025 is groot asfaltonderhoud uitgevoerd op een deel van de vloeistofdichte asfaltvloer. Dit oppervlak is verhuurd aan de Grondbank Combinatie (verwerking grond en puin) en aan Reterra (groenafval- en houtopslag) Er zijn verschillende ideeën voor het nog in te richten braakliggende terrein van 2 hectare. Bij het opstellen van deze jaarrekening zijn er nog geen concrete ontwikkelingen te melden. Enkele initiatieven die met derden worden verkend zijn gft-vergisting/compostering en het plaatsen van batterijen voor stroomopslag. De uitkomst van het flora en fauna-onderzoek is dat een vergunning bij de provincie moet worden aangevraagd, om de locatie te blijven gebruiken als industriegrond. In 2025 is geen dividend uitgekeerd. Naast het incidenteel dividend betaalt Realisatie B.V. samen met Solar B.V. elk jaar ongeveer € 400.000 aan Avri GR, voor onder meer vergoeding personeelskosten en gebruik van grondoppervlak. Avri Realisatie B.V. verzorgt dus verhuur van het grondstoffenpark en zorgt voor risicospreiding van initiatieven. In 2026 wordt besloten of Realisatie B.V.

ook aandeelhouder wordt in de B.V. die het nieuwe Arriva laadplein gaat bouwen, en 17 jaar lang gaat exploiteren. Het plein bevindt zich in het verlengde van de bestaande WattHublocatie.

Pagina 47 van 79

Avri Solar B.V. Soort verbintenis Gevestigd Openbaar belang Bestuurlijk belang Omvang belang Avri Taak / doelstelling Veranderingen in belang gedurende het begrotingsjaar Relatie met programma Deelnemende partijen Financiën Financiële consequenties begrotingsjaar Vermogen en resultaat verbonden partij

Deelneming Geldermalsen Zie taak/doelstelling Aandeelhouder. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van Avri Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V. Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en de exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Geen. Programma Afval Niet van toepassing Avri Solar B.V. heeft geen personeelsleden in dienst. Eigen vermogen Vreemd vermogen Exploitatieresultaat

31 december 2023 € 1.910.000 € 6.462.000 € 239.000

31 december 2024 € 2.353.000 € 5.748.000 € 443.000

Risico's Het risico betreft de deelname in het aandelenkapitaal van Avri Realisatie B.V. Daarnaast is in de Nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen van GR Avri het maatschappelijke risico beschreven, dat volgt uit de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Toelichting Avri Solar B.V. is in 2014 opgericht ten behoeve van de realisatie en exploitatie van een solarpark op de afgewerkte stortplaats van Avri. Dit zonnepark is begin 2018 in gebruik genomen. Avri Realisatie B.V. is de oprichtster van de Solar B.V. en enig aandeelhouder van deze vennootschap. Avri Realisatie B.V. fungeert ook als bestuur en AvA voor Avri Solar B.V.. Avri Solar B.V. kent een zelfstandige jaarrekening die geconsolideerd wordt met de jaarrekening van Avri Realisatie B.V.. De SDE+ is een tijdelijke (15 jaar, tot 2033) subsidie en nodig om groene energieprojecten kostendekkend te exploiteren. Sinds de start is alle jaren de SDE+ subsidie voor een deel of geheel uitgekeerd, met uitzondering van 2022. We verwachten dat voor 2025 weer 100% subsidie wordt toegekend. Begin 2023 is op verzoek van Liander met hen een congestiemanagement contract afgesloten. Bij congestiemanagement wordt Avri Solar B.V. gevraagd om bij dreigende overbelasting van het stroomnet de transportvraag tijdelijk aan te passen, tegen een financiële vergoeding. Hierdoor blijft het elektriciteitsnet betrouwbaar en veilig.

In 2024 werd ons zo’n honderd maal door Liander gevraagd om ons park geheel of gedeeltelijk uit te zetten. In 2025 werd dat zes maal gevraagd. Hierdoor missen we in 2025 de bonus van € 100.000 die aan deze regeling gekoppeld is. Eind 2025 is onze PPA (Power Purchase Agreement = stroomafnameovereenkomst) met Essent met een (laatste) jaar verlengd tegen lagere prijzen. Nieuwe, concurrerende aanbieders hebben vaak een groter park. Ons park levert minder vermogen en wordt daarom minder interessant voor de markt. Mede hierom blijven we overleggen met Betuwewind over de kansen en bedreigingen om van onze aparte aansluitingen en kabels één gezamenlijke netaansluiting te maken. Een Groeps Transport Overeenkomst (GTO) is binnen de nieuwe Energiewet 2026 mogelijk als samenwerkingsvorm. Daarnaast is het een optie om met een goede businesscase een grote stationaire batterij te kopen en exploiteren.

Pagina 48 van 79

Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) Soort verbintenis Gemeenschappelijke regeling Gevestigd Tiel Deze gemeenschappelijke regeling verzorgt de heffing en invordering van waterschapsbelastingen, afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen. Openbaar belang BSR verzorgt ook de uitvoering van de Wet onroerende zaken en het beheer en de uitvoering van vastgoedinformatie. Deelnemer in de gemeenschappelijke regeling, vertegenwoordiging met één lid in het Bestuurlijk belang AB BSR. Het totaal aantal stemmen van de deelnemers betreft 13. Avri heeft één stem in het Omvang belang Avri Algemeen Bestuur. Voor burgers, bedrijven en instanties heeft de samenwerking als voordeel dat ze één aanslagbiljet ontvangen en één organisatie als aanspreekpunt hebben. Door Taak / doelstelling schaalvergroting en samenwerking kan BSR de belastingtaak effectiever en efficiënter uitvoeren. Veranderingen in belang gedurende het Niet van toepassing. begrotingsjaar Relatie met programma Programma Afval BSR is een samenwerkingsverband op het gebied van belastingen van Waterschap Deelnemende partijen Rivierenland, Avri en de gemeenten Culemborg, Maasdriel, Montfoort, West Betuwe, Tiel, West Maas en Waal, Wijk bij Duurstede, IJsselstein en Gorinchem. Financiën Financiële consequenties De financiële bijdrage aan BSR bedraagt volgens de 3e begrotingswijziging 2025 van begrotingsjaar BSR € 647.000.

31 december 2023 31 december 2024 Eigen vermogen € 325.000 € 363.000 Vermogen en resultaat Voorzieningen € 474.000 € 474.000 verbonden partij Overige passiva € 9.343.000 € 10.719.000 Exploitatieresultaat € -72.000 € -38.000 Risico's Niet van toepassing Toelichting Sinds 2008 worden de aanslagen afvalstoffenheffing voor Avri opgelegd en geïnd door de BSR. Wettelijke- en marktontwikkelingen zorgen voor kostenstijgingen binnen de bedrijfsvoering. De stijging is met name het gevolg van hogere personeelskosten door cao-indexeringen, functiewaardering en uitbreiding van de formatie in de bedrijfsvoering van BSR. Daarnaast stijgen de onderhouds- en licentiekosten van de software vanwege wettelijke ontwikkelingen (o.a. landelijke voorziening WOZ, BAG) en prijsindexeringen.

Pagina 49 van 79

Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex) Soort verbintenis Deelneming Gevestigd Tiel Openbaar belang Zie taak / doelstelling Bestuurlijk belang Deelnemer Avri is, samen met stichting 2Switch en Werkzaak Rivierenland deelnemer in de Omvang belang Avri Coöperatie Circulair Textiel Rivierenland U.A. (Cirtex). Het voor en met haar leden opzetten en exploiteren van een (circulair) textielsorteercentrum, waarbij het ingezamelde textiel wordt gesorteerd, bewerkt en Taak / doelstelling verkocht in hoofdzakelijk de regio Rivierenland. Daarnaast levert Cirtex een bijdrage aan de maatschappelijke ondersteuning van onder meer mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Veranderingen in belang gedurende het Geen begrotingsjaar Relatie met programma Programma Afval Deelnemende partijen 2Switch, Werkzaak Financiën Financiële consequenties Avri heeft in 2023 een lening verstrekt van € 350.000 voor de financiering van de begrotingsjaar inrichting van het sorteercentrum. Hiervan is in 2025 € 70.000 terugbetaald. 31 december 2023 31 december 2024 Eigen vermogen € 54.601 € - 82.331 Vermogen en resultaat verbonden partij Vreemd vermogen € 595.615 € 637.477 Exploitatieresultaat € 54.601 € -136.932 Risico's Het financiële risico betreft de verstrekte lening (€ 350.000) waarvan € 70.000 is terugbetaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16802735/1