Concept jaarrekening 2024 Werkzaak Rivierenland
Tekst van het document
-
-
-
222.200
833.400
700.000
1.488.000
6.230.100
187.300
198.700
102.900
-
-
32.700
-
-
-35.100
-
van afschrijvingen
-
-
-
Mutaties exploitatie en saldo 2024
-
-2.400
2.500.000
287.800
Algemene reserve
Reserve personeel
103.000
Reserve innovatiefonds
Reserve regiodeal
Reserves (bedragen in € )
2.500.000
Mutatie saldo voorgaand boekjaar
-
Toevoegingen 2024 Onttrekkingen 2024
Boekwaarde per 1 januari 2024 Toevoeging/onttrekking resultaatbestemming voorgaand boekjaar
102.900
-103.000
-2.383.600 -2.383.700 -2.383.600 -2.383.700
Verminderingen ter dekking
Boekwaarde 31 december 2024
De algemene reserve dient als buffer voor het tijdelijk opvangen van negatieve exploitatieresultaten en van onvoorziene ontwikkelingen. De ondergrens wordt bepaald door het minimaal benodigde weerstandsvermogen, dat jaarlijks wordt bepaald met een risico-inventarisatie. Het benodigde weerstandsvermogen is in 2024 gelijk gebleven. In 2017 is de reserve innovatiefonds gevormd door het Algemeen Bestuur. De reserve is bedoeld om Werkzaak de mogelijkheden te bieden om vanuit haar primaire opdracht nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Ook was de gedachte dat deze reserve revolverend zou zijn, dat baten die voortkomen uit deze innovaties zouden kunnen terugvloeien naar deze reserve waardoor er weer nieuwe innovaties uit gefinancierd zouden kunnen worden. In de praktijk blijkt het lastig om deze baten direct te kunnen toewijzen aan deze reserve en loopt de beslissing om iets toe te kunnen voegen aan deze reserve altijd via het Algemeen Bestuur. Zoals opgenomen in de resultaatbestemming 2023 is het saldo van de reserve regiodeal gestort in de reserve innovatiefonds. Verder is er 32.700 euro vanuit de verkoop van de aandelen Dariuz in deze reserve gestort. Voor innovatieprojecten ontwikkelatelier en buddyapp is 35.100 euro onttrokken aan deze reserve in 2024. De reserve personeel is bij de resultaatbestemming 2018 gevormd om WW-verplichtingen op te vangen.
In 2024 is niets onttrokken aan deze reserve.
62
De reserves afwikkeling Tozo en Noodzakelijke investeringen (beide gevormd in 2020) zijn vrijgevallen in het resultaat van de jaarrekening 2024. Bij de resultaatbestemming 2021 is de reserve projecten gevormd. In 2024 heeft er geen onttrekking plaatsgevonden. De reserve ter dekking van kapitaallasten is in 2022 gevormd voor de dekking van (een gedeelte) van de kapitaallasten van het Leerlab en het nieuwe dak. In 2023 is een bedrag van 12.300 euro onttrokken voor het dak. Vanaf volgend jaar worden ook de kapitaallasten voor het Leerlab hieraan onttrokken. In de bestuursrapportage van 2024 is een reserve gevormd uit de door het rijk beschikbaar gestelde middelen voor de financiële uitdagingen rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven (700.000 euro). Deze reserve is bedoeld voor de bestendiging van de infrastructuur. Voorzieningen De ontwikkeling en samenstelling van de voorzieningen zijn als volgt gespecificeerd:
Totaal
Voorziening onderhoud pand
Voorziening verlofsparen
Verlies Cirtex
Voorziening personeel
Voorzieningen (bedragen in € )
Boekwaarde per 1 januari 2024
9.400 200.000 172.600
93.600 475.600
Toevoegingen 2024
95.200
151.200 311.300
Ten gunste van baten en lasten vrijgevallen bedragen
-9.400
Aanwendingen 2024 Boekwaarde 31 december 2024
64.900
-9.400 -200.000
95.200
-8.100 -208.100
- 237.400 236.700 569.300
In 2024 zijn de personele verplichtingen opgenomen die bij het opstellen van de jaarrekening bekend zijn voor de komende jaren. Het bedrag wat was opgenomen voor 2024 is vrijgevallen. Het resterende bedrag vanuit de voorziening Cirtex is in 2024 volledig ingezet. Door de textielcrisis zijn de opbrengsten beduidend lager. De voorziening verlofsparen is gevormd om te voldoen aan de wettelijke verplichting. Er is in 2024 een bedrag van 64.900 euro toegevoegd aan deze voorziening. In 2024 is een bedrag van 151.200 euro toegevoegd zoals opgenomen in de meerjaren-onderhoudsbegroting gebouwen. Kosten voor planmatig onderhoud zoals opgenomen in deze begroting zijn direct op de voorziening in mindering gebracht. In 2024 betrof dit 8.100 euro. Vaste schulden met een rentetypische looptijd van een jaar of langer Per 1 september 2016 is eer een lening afgesloten van 4,2 miljoen euro bij de BNG met een rente van 1,4 procent per jaar en een looptijd van 40 jaar. Deze lening is bestemd voor de financiering van de renovatie en nieuwbouw van het pand Poppenbouwing. De betaalde rente in het jaar 2024 bedraagt 48.510 euro (2023: 49.980 euro), de aflossing 105.000 euro.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
63
Vlottende Passiva Vooruit ontvangen voorschotbedragen voor specifiek bestedingsdoel
Rekening 2023
Totaal
Sterk door werk
Vooruit ontvangen voorschotbedragen met specifiek bestedingsdoel (bedragen in € )
206.400 206.400
Ontvangen 2024
-
-
Besteed 2024
124.100 124.100
Rekening 2024
82.300
82.300
Onder de van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten in volgende begrotingsjaren, is opgenomen een bijdrage voor sterk door Werk (IPS) van 82.300 euro. Dit betreft ambulantiseringsgelden. Overlopende passiva Overlopende passiva Rekening-courant debiteuren inkomensvoorziening Verplichtingen Netto te betalen uitkeringen
Boekwaarde 31-12-2023
Boekwaarde 31-12-2024
3.341.300
3.284.400
-
1.808.300
2.565.200
2.819.300
Af te dragen loonheffing uitkeringen
920.900
997.900
Af te dragen BTW
313.500
342.400
Nog te betalen lonen
21.200
1.600
Nog af te dragen premies
126.000
125.900
Nog af te dragen loonheffing
982.600
924.800
Personele verplichtingen uit hoofde verlof/vakantietoeslag
154.800
163.300
Nog te betalen loonkostensubsidies
1.372.500
1.228.900
Verrekende voorschotten gemeenten
3.100
-
408.900
516.400
-
100
Vooruitontvangen bedragen (zie vooruitbetaald)
36.700
18.300
Overige kosten
83.600
-
10.330.300
12.231.600
Nog te betalen bedragen Kruisposten
Totaal
Onder de overlopende passiva die zijn opgebouwd in het begrotingsjaar en in een volgend jaar tot betaling komen staat op de balans een bedrag van 11.676.400 euro. En is er een vooruit ontvangen bedrag opgenomen van 18.300 euro. Dit bedrag bestaat voor 3.284.400 euro uit een niet opeisbare rekening-courant voor de debiteuren inkomensvoorziening. Onder de verplichtingen zijn opgenomen de terug te betalen bedragen aan gemeenten zoals de afrekening van de bestuursrapportage, het bedrijfsvoeringsresultaat SW en de rijksbijdragen volgens de septembercirculaire.
64
De balanspost netto te betalen uitkeringen, af te dragen loonheffing uitkeringen, af te dragen BTW, no te betalen lonen, premies, loonheffing, personele verplichtingen uit hoofde van verlof/vakantietoeslag en nog te betalen loonkostensubsidies spreken voor zich. Onder de nog te betalen bedragen staan in 2025 nog te ontvangen facturen zoals de huur van het gebouw in Tiel, energie, IPS, het centraal inkoopbureau enz. Onder vooruit ontvangen bedragen een bijdrage vanuit SBCM voor het project Ontwikkelatelier. Niet uit de balans blijkende verplichtingen Overeenkomstig de bepalingen van het BBV wordt in deze paragraaf gerapporteerd over de belangrijke financiële verplichtingen waaraan Werkzaak de komende jaren is verbonden (niet uit de balans blijkende verplichtingen). Deze verplichtingen zijn: Contracten (bedragen per € ) Totale contractwaarde
Contractwaarde
Resterende looptijd
2024
na 2024 (mnd)
Outsourcing van de ICT-omgeving en applicaties
2.420.233
100.843
2,5
ICT-Applicaties
1.585.792
495.711
24
Salarisverwerking
381.535
218.020
24
4.352.548
870.510
24
8.740.108
1.685.084
Huisvesting
Werkzaak kent naast bovenstaande contracten voor de bedrijfsvoering ook abonnementscontracten waar wordt afgerekend op basis van gebruik en contracten die jaarlijks opzegbaar zijn.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
65
6.3 Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgesteld conform het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur op 4 november 2024 de uitgangspunten voor het financiële beleid en de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. 6.3.1 Algemene grondslagen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Activa wordt gewaardeerd op basis van verkrijging- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Op de balans worden de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, al naar gelang zij zijn bestemd voor de uitoefening van de werkzaamheden van de organisatie duurzaam te dienen. Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd, als de marktwaarde lager is dan de verkrijging- of vervaardigingsprijs.
Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling, als de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, nemen wij op indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. 6.3.2 Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: • De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art.
17 Financiëleverhoudingswet; • De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: • Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 19 september 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; • Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld. • Ten aanzien van het M&O criterium is de nota M&O beleid van onze organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. • De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening.
Dit betekent dat: • Een verantwoordingsgrens van 3% (3.207.000 euro) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; • Een rapporteringstolerantie van 100.000 euro is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
66
6.3.3 Grondslagen activa en passiva Hieronder is bij de diverse onderdelen van de activa en passiva een toelichting gegeven. Vaste activa Materiële vaste activa Alle investeringen worden voor het bedrag van de investering geactiveerd verminderd met eventuele bijdragen van derden die in directe relatie staan met de investering. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. Een uitzondering wordt gemaakt voor eventuele verbeteringen aan terreinen (bijvoorbeeld: hekwerk en bestrating). Voor het overige vindt afschrijving plaats op basis van de historische aanschafprijs volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur, rekening houdend met een eventuele restwaarde. De afschrijvingstermijn gaat in op het moment van ingebruikname van het actief. De materiële vaste activa wordt lineair afgeschreven in relatie tot de economische levensduur. In de financiële verordening zijn de afschrijvingstermijnen voor deze afzonderlijke soorten activa als volgt vastgesteld. Gehanteerde afschrijvingstermijnen (in jaren) afschrijvingstermijn
Gronden en terreinen
n.v.t.
Woonruimten
40
Bedrijfsgebouwen
40
Vervoermiddelen
5
Machines, apparaten en installaties
10
Hardware (ICT)
5
Software (ICT) Overige materiële vaste activa
5 5 (inventaris)
Financiële vaste activa In de balans worden onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen; leningen aan woningbouwcorporaties, deelnemingen, overige verbonden partijen en overige langlopende leningen; overige uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de leningen verrekend. Vlottende activa Vorderingen Eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van de vorderingen verrekend. Het onderscheid tussen vorderingen en financiële vaste activa wordt gevormd door de looptijd, vorderingen hebben een rentetypische looptijd van korter dan één jaar. De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen en omvatten bank- en kassaldi. Onder de overlopende activa zijn opgenomen vooruitbetaalde bedragen voor nog te ontvangen goederen of diensten.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
67
Vaste Passiva Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd, op basis van de meest actuele berekeningen voor: • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; • Op de balansdatum bestaande risico’s van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vaste schulden De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een renteypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva Vlottende schulden De netto vlottende schulden bestaan uit kasgeldleningen, bank- en girosaldi en overige schulden met een rentetypische looptijd van korter dan een jaar.
Overlopende passiva Onder de overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Tot de overlopende passiva horen ook de van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Grondslagen voor resultaatbepaling en resultaatbestemming Bij de bepaling van het resultaat wordt het stelsel van baten en lasten gehanteerd. Verliezen worden verantwoord op het moment dat deze voorzienbaar zijn. Winsten worden verantwoord nadat deze zijn gerealiseerd. De afschrijvingen worden berekend conform de onder de vaste activa genoemde criteria. Resultaatbestemming Bij de resultaatbestemming wordt onderscheid gemaakt tussen vooraf, in de begroting, bepaalde toevoegingen aan en onttrekkingen uit reserves en de bestemming van het jaarrekeningresultaat. De vooraf bepaalde mutaties worden in de reserves verwerkt en het jaarrekeningresultaat wordt afzonderlijk op de balans gepresenteerd. Gebeurtenissen na balansdatum Er zijn geen te vermelden gebeurtenissen na balansdatum die financiële gevolgen hebben voor de jaarrekening 2024. Voor de toekomst is wel onduidelijk is wat de impact gaat zijn van de energiecrisis. De financiële impact is op dit moment niet te bepalen.
We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend.
68
6.4 Overzicht van baten en lasten Als vergelijkende cijfers zijn de Jaarrekening 2023 en de Begroting 2024, inclusief begrotingswijzigingen, opgenomen. Door afronding kunnen in de financiële tabellen geringe verschillen ontstaan. Totaal Baten en lasten (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Bestuur en beleid
89.700
110.100
-8.400
118.500
93.400
25.100
V
Participatie
13.029.000
11.978.300
2.896.600
9.081.700
9.207.400
-125.700
N
Sociale werkvoorziening
21.022.200
24.959.600
-905.000
25.864.600
25.585.000
279.600
V
Beschut werk
1.638.800
3.058.900
-426.500
3.485.400
3.084.700
400.700
V
Inkomensvoorziening
50.552.500
57.616.800
732.000
56.884.800
57.508.800
-624.000
N
57.400
47.900
-
47.900
50.900
-3.000
N
Overhead
12.876.100
10.473.600
-349.800
10.823.400
10.665.000
158.400
V
Onvoorzien
-
50.000
6.000
44.000
-
44.000
V
1.944.900 106.350.300 106.195.200
155.100
V
-
-
-
Algemene dekkingsmiddelen
Totaal lasten
99.265.700 108.295.200
Baten Bestuur en beleid
-
-
-
-
Participatie
8.040.800
7.457.900
112.000
7.345.900
7.907.700
561.800
V
Sociale werkvoorziening
26.978.000
26.091.400
-1.688.200
27.779.600
27.713.500
-66.100
N
Beschut werk
1.971.600
2.350.700
-205.800
2.556.500
2.690.100
133.600
V
Inkomensvoorziening
48.348.000
52.828.900
3.111.300
49.717.600
53.418.500
3.700.900
V
Algemene dekkingsmiddelen
409.600
77.900
-130.600
208.500
636.200
427.700
V
Overhead
15.826.400
19.288.900
146.100
19.142.800
15.952.800
-3.190.000
N
Onvoorzien
-
-
-
-
-
-
-
Totaal baten
101.574.400 108.095.700
1.344.800 106.750.900 108.318.800
1.567.900
V
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten
2.308.700
-199.500
-600.100
400.600
2.123.600
1.723.000
V
Toevoeging aan reserves
400.000
-
-700.000
700.000
732.700
-32.700
N
Onttrekking aan reserves
474.900
199.500
-99.900
299.400
97.300
-202.100
N
Saldo reservemutaties
74.900
199.500
600.100
-400.600
-635.400
-234.800
N
2.383.600
-
-
-
1.488.200
1.488.200
V
Reservemutaties
Resultaat
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
69
6.5 Toelichting op de baten en lasten Programma bestuur en beleid Bestuur en beleid (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Clientenraad
5.800
16.300
200
16.500
6.600
9.900
V
Accountantskosten
83.900
76.500
8.000
84.500
86.800
-2.300
N
-
17.300
200
17.500
17.500
V
89.700
110.100
8.400
118.500
25.100
V
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-89.700
-110.100
-8.400
-118.500
-93.400
25.100
V
Representatie en vergaderkosten Totaal lasten
93.400
Baten Totaal baten Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
-
50.000
-50.000
-
-
-
-
Saldo reservemutaties
-
50.000
-50.000
-
-
-
-
-89.700
-60.100
-58.400
-118.500
-93.400
25.100
V
Resultaat
Analyse verschillen We hebben op het Programma bestuur en beleid een voordelig resultaat van 25.100 euro. Dit wordt veroorzaakt door: • De representatie- en vergaderkosten zijn geboekt onder overhead • De kosten voor de cliëntenraad vallen lager uit • De accountantskosten vallen iets hoger uit Totaal
70
17.500 euro V 10.000 euro V 2.400 euro N 25.100 euro V
Programma Participatie Totaal Baten en lasten (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Participatiebudget
1.250.000
1.089.300
-16.200
1.073.100
1.165.300
-92.200
N
Inleenvergoeding
1.795.600
2.054.600
-230.300
1.824.300
1.808.600
15.700
V
inkoopkosten omzet
198.200
586.400
-395.800
190.600
178.900
11.700
V
Projecten
1.431.800
514.000
392.900
906.900
866.000
40.900
V
DVO KP4
144.700
152.000
6.900
158.900
156.400
2.500
V
Doelgroepprofessionals
-
14.000
-14.000
-
-
-
-
Bedrijfsvoering
8.208.700
7.568.000
-2.640.100
4.927.900
5.032.200
-104.300
N
Totaal lasten
13.029.000
11.978.300
-2.896.600
9.081.700
9.207.400
-125.700
N
5.158.200
5.446.500
-386.900
5.059.600
5.349.800
290.200
V
terugontv en ov baten
5.200
41.300
-41.300
-
24.300
24.300
V
Inleenvergoeding
87.200
77.100
2.200
79.300
85.900
6.600
V
Omzet
1.195.400
1.277.000
-25.200
1.251.800
1.263.200
11.400
V
Projecten
1.194.000
464.000
332.300
796.300
821.500
25.200
V
DVO KP4
144.700
152.000
6.900
158.900
156.400
-2.500
N
Bedrijfsvoering
256.100
-
-
-
206.600
206.600
V
Totaal baten
8.040.800
7.457.900
-112.000
7.345.900
7.907.700
561.800
V
-4.988.200
-4.520.400
2.784.600
-1.735.800
-1.299.700
436.100
V
Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
237.800
-
100.000
100.000
-64.900
N
Baten Participatiebudget rijksbijdrage Participatiebudget
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties
Saldo reservemutaties Resultaat
35.100
237.800
-
100.000
100.000
35.100
-64.900
N
-4.750.400
-4.520.400
2.884.600
-1.635.800
-1.264.600
371.200
V
Analyse verschillen Participatiebudget Het Participatiebudget is onderverdeeld in twee programma's: Beschut werk en Participatie. De verdeling van dit budget weerspiegelt onze strategische keuze om primair te investeren in eigen medewerkers die zich bezighouden met re-integratieondersteuning van werkzoekenden. Van het totale budget wordt 80% aangewend voor de salariskosten van deze medewerkers. Deze bewuste keuze stelt ons in staat om maximale regie te houden op zowel de kwaliteit van dienstverlening als de bejegening van onze inwoners. De resterende 20% van het budget wordt ingezet voor externe ondersteuning en trajecten zoals opleidingen, sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
71
Lasten: • re-integratiemiddelen
92.200 euro N
Baten: • Een hogere rijksvergoeding vanuit het rijk van • Bijdrage derden Totaal
290.200 euro V 24.300 euro V 314.500 euro V
In het afgelopen jaar zagen we op het programma Participatie een nadeel ten opzichte van de begroting voor deze externe kosten maar op het programma Beschut Werken een voordeel. Er kan niet altijd gesplitst geboekt worden naar de twee programma’s waardoor dit hier een nadeel oplevert. Wel zien we dat de vergoedingen aan de werkgever voor begeleiding op de werkvloer stijgen. Tegenover deze kostenstijging staat echter een hogere rijksvergoeding en aanvullende bijdragen van derden, waardoor de financiële impact werd gecompenseerd. Door het grootste deel van het budget te investeren in eigen medewerkers, waarborgen we niet alleen continuïteit in de dienstverlening, maar kunnen we ook snel en flexibel inspelen op de specifieke behoeften van onze werkzoekenden. Inleenvergoedingen Lasten: • Lagere salarislasten doelgroep
15.700 euro V
Baten: • een hogere rijksvergoeding vanuit het rijk van
6.600 euro V
Het programma Participatie laat een positief resultaat zien op het onderdeel Inleenvergoedingen. Dit voordelige resultaat wordt zowel aan de lasten- als aan de batenkant gerealiseerd, wat resulteert in een totaal positief resultaat. Deze uitkomst is het gevolg van verschillende ontwikkelingen in zowel het personeelsbestand als de gemiddelde kosten per aantallen. De belangrijkste factor is de verschuiving in de aantallen, waarbij we een toename zien in de aantallen van 7,58 binnen Participatie, terwijl er bij Flex en Zeker een afname is 1,77. Daarnaast zien we een kosteneffect door verschillen in de gemiddelde prijs per persoon. Bij WWA is sprake van een lagere gemiddelde prijs per persoon, wat positief bijdraagt aan het resultaat. Daarentegen zien we bij zowel Flex en Zeker als WIW een hogere gemiddelde prijs per persoon. Dit komt doordat de indexering te laag is meegenomen (is hoger geweest als WML), doordat het basisbedrag gebaseerd wordt op het gehele voorgaande jaar waardoor de verhoging van de CAO (WML) per 1 juli van dat jaar iets te laag wordt meegenomen in de basisprijs maar ook doordat soms medewerkers verschuiven in de loonschaal. Deze verschillende bewegingen in zowel het personeelsbestand als de gemiddelde kosten per persoon hebben per saldo geleid tot het gerealiseerde voordelige resultaat op de inleenvergoedingen.
72
Omzet In onderstaande tabel is overzicht gegeven van de opbouw van de omzet welke verwerkt is in de programma’s Participatie, Wet sociale werkvoorziening en Beschut werk. Bedragen (bedragen in € ) Begrotings
Berap
Jaarrekening
2024
2024
2024
Participatie
1.062.000
1.185.700
1.192.600
Verschil
Voordeel / Nadeel
6.900
V
Beschut
1.327.500
1.272.000
1.278.000
6.000
V
WSW
6.460.500
6.510.700
6.541.600
30.900
V
Bruto-omzet
8.850.000
8.968.400
9.012.200
43.800
V
Kosten omzet
868.500
942.200
812.000
130.200
V
Netto-omzet
7.981.500
8.026.200
8.200.200
174.000
V
Participatie
1.965.200
1.745.000
1.722.700
22.300
V
Beschut
1.381.300
1.761.200
1.561.300
199.900
V
Totaal inleenvergoeding
3.346.500
3.506.200
3.284.000
222.200
V
Netto-netto-omzet
4.635.000
4.520.000
4.916.200
396.200
V
Inleenvergoeding
We hebben een voordelig resultaat op de omzet van 396.200 euro op de diverse programma's. Dit wordt veroorzaakt door: Lasten: • Lagere inzet door meewerkend voormannen (vacatures) en door lagere inkoopkosten (en lagere omzet) bij Sunbeam • Lagere lasten inleenvergoedingen Totaal
130.200 euro V 222.200 euro V 352.400 euro V
Baten: • Een hogere interne omzet doelgroepprofessionals (ook hogere last) • Overig verschil omzet Totaal
38.600 euro V 5.200 euro V 43.800 euro V
Per programma: Participatie Wet sociale werkvoorziening Beschut Werk Totaal
45.400 euro V 126.300 euro V 224.500 euro V 396.200 euro V
De programma's Participatie, Wet sociale werkvoorziening en Beschut werk laten gezamenlijk een positief resultaat zien op het onderdeel omzet. Deze gunstige ontwikkeling is het resultaat van verschillende factoren die elkaar beïnvloeden.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
73
De personeelslasten voor de voormannen zijn lager uitgevallen door openstaande vacatures die niet direct konden worden ingevuld. Voor de productie voor Sunbeam gold in 2024 dat deze achterliep op basis van de begrote groei. Daarmee zijn ook benodigde materialen lager dan begroot. Tot slot hebben lagere lasten voor inleenvergoedingen een positieve bijdrage geleverd aan het resultaat. De voor- en nadelen op inleenvergoedingen zijn in de programma’s apart toegelicht. Er is een hogere interne omzet van doelgroepprofessionals. Het aantal personen is wel gedaald maar de doorbelaste omzet gebaseerd op de calculatietool kwam hoger uit. Hierbij moet worden opgemerkt dat tegenover deze hogere omzet ook hogere lasten staan. De netto impact op het resultaat is daardoor nihil. Het positieve resultaat geeft een goed beeld van zowel de operationele prestaties als de kostenbeheersing binnen de verschillende programma's. Projecten en reserves Lasten projecten 40.900 euro V Baten projecten 25.200 euro V Lagere inzet reserves voor projecten 64.900 euro N Resultaat projecten 1.200 euro V Dit voordelige verschil komt door lagere lasten op het project technologie en inclusie. De overige verschillen op baten en lasten zijn projecten waarbij een subsidie of bijdrage is ontvangen voor de uitvoering van deze projecten per saldo neutraal. Zie ook paragraaf 8.7 projecten.
Dienstverleningsovereenkomst West Maas en Waal Klantprofiel 4 De lasten waren 2.500 euro lager dan begroot. Omdat we deze kosten een op een doorbelasten aan de gemeente West Maas en Waal conform de met elkaar overeengekomen DVO, zijn de baten ook lager. Bedrijfsvoering Lasten: • Hogere salarislasten • Hogere bedrijfsvoeringslasten werkgeverservicepunt Totaal
91.800 euro N 12.500 euro N 104.300 euro N
Baten: • Hogere vergoedingen voor salarislasten • Bijdrage kosten Werkgeversservicepunt Totaal
185.000 euro V 21.600 euro V 206.600 euro V
We zien binnen dit programma een stijging in de salarislasten vooral doordat er meer is ingehuurd. Deze inhuur wordt gecompenseerd door de hogere baten op dit programma. Dit zijn vergoedingen voor detachering van personeel en bijdragen van derden zoals een bijdrage van RW-Poa voor de uren van senior werkcoaches. Daarnaast waren de lasten en baten voor het werkgeverservicepunt hoger. Het werkgeverservicepunt heeft kosten voor bijvoorbeeld PR-activiteiten en wervingsadvertenties. Tegenover deze lasten staat een hogere bijdrage van de deelnemers aan het werkgeversservicepunt.
74
Programma Wet sociale werkvoorziening Sociale Werkvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Kosten WSW Omzet
20.102.700
19.845.900
655.400
20.501.300
20.427.400
73.900
V
917.500
231.900
519.700
751.600
633.100
118.500
V
Bedrijfsvoering
2.000
4.881.800
-270.100
4.611.700
4.524.500
87.200
V
Totaal lasten
21.022.200
24.959.600
905.000
25.864.600
25.585.000
279.600
V
Bijdragen gemeenten
20.102.700
19.845.900
1.355.400
21.201.300
21.127.400
-73.900
N
Omzet
6.875.300
6.245.500
332.800
6.578.300
6.586.100
7.800
V
Totaal baten
26.978.000
26.091.400
1.688.200
27.779.600
27.713.500
-66.100
N
5.955.800
1.131.800
783.200
1.915.000
2.128.500
213.500
V
700.000
700.000
700.000
-
-
Baten
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties Toevoeging aan reserves
-
Onttrekking aan reserves
-
-
-
Saldo reservemutaties
-
-
-700.000
-700.000
-700.000
-
-
5.955.800
1.131.800
83.200
1.215.000
1.428.500
213.500
V
Resultaat
-
Analyse verschillen Kosten Wsw en Bijdragen Gemeenten Lasten: • lagere salarislasten dan begroot, door een lager werkelijk aantal, maar een hogere gemiddelde prijs per persoon, wat uiteindelijk leidt tot een voordelig resultaat • hogere lasten op verstrekte loonkostensubsidies, door een hogere gemiddelde prijs per persoon terwijl aantal gelijk bleef • lagere lasten aan verstrekkingen in de werkkostenregeling en overige kosten Totaal
178.200 euro V 146.800 euro N 42.500 euro V 73.900 euro V
Baten: • hogere gemeentelijke bijdrage door SW medewerkers die gedurende 2024 in dienst kwamen vanuit andere gemeenten 91.400 euro V • lagere benodigde bijdrage 165.300 euro N Totaal 73.900 euro N De salarislasten voor de doelgroep SW vielen lager uit dan begroot. Hoewel de gemiddelde prijs per medewerker hoger lag dan verwacht, werd dit meer dan gecompenseerd door een lager aantal medewerkers, wat per saldo resulteerde in lagere kosten.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
75
Bij de loonkostensubsidies zien we een tegengestelde beweging. Hier waren de lasten hoger dan begroot, voornamelijk door een hogere gemiddelde prijs per persoon. Het aantal personen dat gebruik maakte van deze regeling bleef wel stabiel. Er is minder uitgegeven binnen de overige kosten, dit zit vooral in de verstrekkingen die vallen binnen de werkkostenregeling. In 2024 hebben we rijksbijdragen ontvangen van ingestroomde SW-medewerkers vanuit andere gemeenten/ werkbedrijven gedurende 2024. Deze ontwikkeling was niet voorzien in de oorspronkelijke begroting. Tegenover de bovenstaande verschillen staat de rijksbijdrage SW. Deze verwachte benodigde bijdrage is daarom lager dan begroot. Bedrijfsvoering Lasten: • Lagere salarislasten
87.200 euro V
In totaal over alle programma’s heen is er een voordeel op de salarislasten van 421.900 euro. Dit komt voornamelijk door het later invullen van vacatures in verband met de krapte op de arbeidsmarkt.
Blijven inspelen op externe ontwikkelingen: met oog voor economische indicatoren en wetgeving, en een solide financiële basis na de langlopende huisvestingslening
76
Programma Wet sociale werkvoorziening De omzet is toegelicht in het programma participatie. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2024 is als volgt: Subsidieresultaat (bedragen in € )
Subsidieresultaat Wsw
Jaarrekening
Begroting
Begroting na
Jaarrekening
2023
2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel
-1.650.900
-1.559.600
-1.828.100
-1.993.400
165.300
V
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
Verschil
Voordeel
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
/ Nadeel
Programma Beschut Werk Beschut (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
/ Nadeel
Lasten Participatiebudget
162.900
204.700
193.300
398.000
147.300
250.700
V
Inleenvergoeding
1.475.900
1.381.300
379.900
1.761.200
1.636.300
124.900
V
Bedrijfsvoering
-
1.472.900
-146.700
1.326.200
1.301.100
25.100
V
Totaal lasten
1.638.800
3.058.900
426.500
3.485.400
3.084.700
400.700
V
997.200
1.023.200
395.000
1.418.200
1.418.200
-
-
terugontv baten en ov baten
22.100
-
-
-
33.900
33.900
V
Inleenvergoeding
50.200
-
-
-
75.000
75.000
V
Baten Participatiebudget Participatiebudget
Omzet
902.100
1.327.500
-189.200
1.138.300
1.163.000
24.700
V
1.971.600
2.350.700
205.800
2.556.500
2.690.100
133.600
V
332.800
-708.200
-220.700
-928.900
-394.600
534.300
V
Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
-
-
-
-
-
-
-
Totaal baten Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties
Saldo reservemutaties Resultaat
-
-
-
-
-
-
-
332.800
-708.200
-220.700
-928.900
-394.600
534.300
V
Analyse verschillen Participatiebudget Zoals al toegelicht in het programma Participatie wordt 80% van het budget aangewend voor de salariskosten van medewerkers die zich bezighouden met re-integratieondersteuning van werkzoekenden.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
77
-De resterende 20% van het budget wordt ingezet voor externe ondersteuning en trajecten zoals opleidingen, sociale activering en vergoedingen voor begeleiding op de werkvloer. Het participatiebudget is verdeeld over twee programma’s Beschut werk en Participatie.Hiervan is 80% voor de dekking van salarissen en 20% voor overige kosten. Lasten: • Een lagere doorbelasting van participatiekosten
250.700 euro V
Baten: • Verhaal en bijdragen van derden
33.900 euro V
In het afgelopen jaar zagen we op het programma Participatie een nadeel ten opzichte van de begroting voor deze externe ondersteuning maar op dit programma juist een voordeel. Er kan niet altijd gesplitst geboekt worden naar de twee programma’s Ook was de verdeling 80/20 was onjuist verwerkt in de bestuursrapportage binnen dit programma. Daarnaast zien we dat de lasten voor re-integratiemiddelen achterblijven op de bestuursrapportage. Bij deze doelgroep wordt ook vooral gebruik gemaakt van intensieve begeleiding, dit is belangrijk om deze groep te laten meedraaien in de maatschappij. Inleenvergoedingen Lasten: • Lagere aantallen (12 personen) en een hogere gemiddelde prijs per persoon
124.900 euro V
Baten: • Verhaal en bijdragen van derden
75.000 euro V
Bij de inleenvergoedingen zien we enerzijds een lagere instroom dan begroot (12 personen) en anderzijds een hogere gemiddelde prijs per persoon. Dit volgt uit lagere verstrekte loonkostensubsidies, indexering, de methodiek van berekenen van een gemiddelde prijs (zie hiervoor het programma Participatie) en soms doordat medewerkers verschuiven in de loonschaal. Omzet De omzet is toegelicht in het programma participatie. Bedrijfsvoering Lasten: • Lagere salarislasten
25.100 euro V
In totaal over alle programma’s heen is er een voordeel op de salarislasten van 421.900 euro. Dit komt voornamelijk door het later invullen van vacatures in verband met de krapte op de arbeidsmarkt.
78
Programma Inkomensvoorziening De taken die bij Werkzaak zijn belegd voor het ondersteunen in de inkomensvoorziening zijn verwerkt in het programma Inkomensvoorziening. Binnen de BUIG gelden zijn de loonkostensubsidies verwerkt en staan de directe kosten verwerkt binnen het programma. Inkomensvoorziening (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
49.675.300
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Participatie BUIG
44.707.100
47.170.600
1.699.600
48.870.200
-
4.535.300
-4.535.300
-
BBZ
60.000
300.000
-200.000
100.000
55.000
45.000
V
Bijzondere bijstand
17.100
281.000
-241.000
40.000
105.300
-65.300
N
TOZO
-28.700
-
-
-
2.600
-2.600
N
Doelgroepprofessionals
23.500
14.000
9.000
23.000
16.700
6.300
V
schuldhulpverlening
1.605.300
542.000
165.400
707.400
648.500
58.900
V
Directe kosten inkomen
599.700
606.200
-61.300
544.900
530.300
14.600
V
Bedrijfsvoering
3.568.500
4.167.700
2.431.600
6.599.300
6.475.200
124.100
V
Totaal lasten
50.552.500
57.616.800
-732.000
56.884.800
57.508.900
-624.100
N
46.697.700
51.705.900
-3.552.700
48.153.200
51.922.800
3.769.600
V
Buig stelpost
-805.100
N
-
-
DVO bijz. bijstand,
Baten Bijdrage BUIG Verhaal van bijstand en lks
-
-
-
717.000
684.300
-32.700
N
BBZ
60.000
300.000
-200.000
100.000
55.000
-45.000
N
Bijzondere bijstand
17.100
281.000
-241.000
40.000
105.300
65.300
V
TOZO
-28.800
-
-
-
2.600
2.600
V
schuldhulpverlening
1.605.300
542.000
165.400
707.400
648.500
-58.900
N
Directe kosten inkomen
-3.300
-
-
-
-
-
Bedrijfsvoering
-
-
-
-
-
-
Totaal baten
48.348.000
52.828.900
-3.828.300
49.717.600
53.418.500
3.700.900
V
-2.204.500
-4.787.900
-3.096.300
-7.167.200
-4.090.400
3.076.800
V
Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
-
-
14.900
14.900
14.900
-
-
Saldo reservemutaties
-
-
14.900
14.900
14.900
-
-
-2.204.500
-4.787.900
-3.081.400
-7.152.300
-4.075.500
3.076.800
V
DVO bijz. bijstand,
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties
Resultaat
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
79
Analyse verschillen Participatie Buig Lasten: • Hogere lasten door een hogere gemiddelde prijs en lagere aantallen
805.100 euro N
Baten verhaal van bijstand en LKS: • Verhaal van bijstand en terugvorderingen loonkostensubsidies
32.700 euro N
In het afgelopen jaar zien we in de bijstand een stijging van het gemiddeld uitkeringsbedrag. Er heeft een verschuiving plaatsgevonden in de samenstelling van ons uitkeringsbestand: het aandeel alleenstaanden is met 2% toegenomen ten opzichte van 2023, terwijl het aandeel gehuwden met 3% is afgenomen. Deze verschuiving heeft een direct effect op de totale uitkeringslasten, aangezien de uitkeringsnorm voor alleenstaanden per persoon hoger uitvalt dan het bedrag per persoon binnen een gehuwdenuitkering. Het aantal alleenstaande ouders is stabiel gebleven ten opzichte van 2023. Daarnaast is er gerekend met een te lage indexering voor de berekening van het gemiddeld uitkeringsbedrag. De hogere last wordt gecompenseerd door een hoger BUIG-budget van 950.900 euro (onder kopje bijdrage BUIG). In voorgaande jaren werden de aantallen dossiers voor studietoeslag meegenomen in de aantallen uitkeringen bijstand, IOAW en IOAZ. We zien hierdoor ook een verlaging van de aantallen bij het aantal uitkeringen. Bij elkaar opgeteld, zoals verwerkt in de bestuursrapportage, is er een verschil van 3 dossiers. Bijdrage BUIG: Het BUIG-budget is een belangrijk instrument in het gemeentelijk sociaal domein. Dit budget wordt door het Rijk aan gemeenten verstrekt voor de bekostiging van uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004).
De definitieve rijksvergoedingen voor bijstand en LKS zijn hoger door hogere indexering • Subsidieresultaat 75% blijft als bijdrage staan, gaat mee naar bedrijfsvoering volgens afspraken in de bestuurlijke agenda • Verschil subsidieresultaat berap en jaarrekening Totaal •
950.900 euro V 2.931.700 euro V 112.500 euro N 3.769.700 euro V
Bbz Kredieten Er zijn minder kredieten verstrekt en er is minder afgelost. Deze betaalde en ontvangen bedragen worden rechtstreeks doorbelast naar de gemeenten. Zie ook de bijlage 9.4. Bijzondere bijstand Bij Bijzondere bijstand is nu voor het eerst terugvordering apart weergegeven (i.p.v. gesaldeerd met de betaalde lasten). Verstrekt 105.300 euro, teruggevorderd 37.500 euro. Het verschil met de bestuursrapportage is 65.300 euro nadelig. Er is meer verstrekt. De bijdrage van de gemeenten is hierdoor ook hoger. Doelgroepprofessionals Het aantal personen binnen de doelgroepprofessionals is gedaald maar de doorbelaste omzet gebaseerd op de calculatietool kwam hoger uit. Hierbij moet worden opgemerkt dat tegenover deze hogere omzet ook hogere lasten staan. Binnen dit programma echter iets lagere lasten van 6.300 euro.
80
DVO West Maas en Waal De salarislast was volgens begroting, overhead was 16.600 euro voordeliger en de uitbetaalde bijzondere bijstand was 42.300 euro lager dan begroot. Hierdoor daalt de gemeentelijke bijdrage met 58.900 euro. Per saldo neutraal. Directe kosten Inkomen Bij de directe kosten voor inkomen blijven de kosten voor Sociale recherche en licenties gelijk aan de begroting. De kosten voor invordering waren 6.800 euro voordeliger, die voor externe adviseurs 6.300 euro voordeliger, juridisch advies 4.000 euro voordeliger. De overige kosten doelgroep vielen 3.500 euro hoger uit. Het totale resultaat op directe kosten Inkomen is 14.600 euro voordeliger. Bedrijfsvoering Lasten: • Lagere salarislasten
124.100 euro V
In totaal over alle programma’s heen is er een voordeel op de salarislasten van 421.900 euro. Dit komt voornamelijk door het later invullen van vacatures in verband met de krapte op de arbeidsmarkt. Programma resultaat De ontwikkeling van het subsidieresultaat in 2024 is als volgt: Subsidieresultaat (bedragen in € ) Jaarrekening
Begroting
Begroting na
Jaarrekening
2023
2024
wijziging
2024
3.909.100
Resultaat BUIG
3.981.100
0
3.796.600
Stelpost BUIG
-
4.535.300
-
Resultaat BBZ
233.500
50.000
62.500
Resultaat Bijzondere bijstand
-17.100
-281.000
Subsidieresultaat inkomen
4.197.500
4.304.300
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
112.500
V
-
-
67.500
5.000
V
-40.000
-67.800
-27.800
N
3.819.100
3.908.800
89.700
V
81
Programma Overhead De taken die bij Werkzaak zijn belegd voor het ondersteunen in de inkomensvoorziening zijn verwerkt in het programma Inkomensvoorziening. Binnen de BUIG gelden zijn de loonkostensubsidies verwerkt en staan de directe kosten verwerkt binnen het programma. Hier worden alle kosten beschreven die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces Het doel van dit aparte programma is om: • De overhead inzichtelijk te maken • Gemeenten onderling beter te kunnen vergelijken • Meer transparantie te creëren in de kostenopbouw • Een betere sturing op de bedrijfsvoering mogelijk te maken. Kosten die direct toe te rekenen zijn aan het primaire proces (zoals directe loonkosten van medewerkers die met werkzoekenden werken) worden niet onder overhead gerekend maar bij de betreffende taakvelden/programma's verantwoord.
82
Overhead (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Bedrijfsvoering
7.760.500
5.607.200
-502.400
5.104.800
5.059.700
45.100
V
Huisvesting Tiel
621.400
712.800
7.800
720.600
916.400
-195.800
N
Huisvesting Geldermalsen
968.200
1.051.600
35.800
1.087.400
1.111.400
-24.000
N
2.265.300
2.116.100
719.000
2.835.100
2.493.100
342.000
V
Doelgroepprofessionals
356.800
322.000
-52.000
270.000
314.900
-44.900
N
Communicatie
69.800
-
-
HRM
556.300
562.800
4.900
567.700
639.800
-72.100
N
bezwaar en beroep
99.400
176.000
-13.200
162.800
129.700
33.100
V
Administraties
62.300
-
-
-
-
-
-
Overige kosten
116.100
-
-
Facilitair/ICT
-
Advieskosten en
Projecten
-
-
-75.000
150.000
75.000
-
75.000
V
12.876.100
10.473.500
349.900
10.823.400
10.665.000
158.400
V
21.500
-
-
-
14.600
14.600
V
Huisvesting
1.200
-
-
-
2.400
2.400
V
Facilitair/ICT
16.100
-
-
-
7.700
7.700
V
HRM
15.300
-
-
-
-
-
Administraties
1.800
-
-
-
-
-
Totaal lasten Baten Bedrijfsvoering
Bijdrage bedrijfsvoering
15.770.500
19.288.900
-146.100
19.142.800
15.928.100
-3.214.700
N
Totaal baten
15.826.400
19.288.900
-146.100
19.142.800
15.952.800
-3.190.000
N
2.950.300
8.815.400
-496.000
8.319.400
5.287.800
-3.031.600
N
Toevoeging aan reserves
400.000
-
-
-
-
-
-
Onttrekking aan reserves
237.200
149.500
35.000
184.500
47.300
-137.200
N
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten Reservemutaties
Saldo reservemutaties
-162.800
149.500
35.000
184.500
47.300
-137.200
N
Resultaat
2.787.500
8.964.900
-461.000
8.503.900
5.335.100
-3.168.800
N
Analyse verschillen Bedrijfsvoering Lasten: • Lagere salarislasten • Hogere lasten voor bedrijfsvoeringskosten, zoals zakelijke reiskosten, advieskosten, PR-kosten en advertenties, vergaderkosten en representatie (budget op beheer en beleid voordeel 17.500 euro) Totaal
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
87.100 euro V
42.000 euro N 45.100 euro V
83
Baten: • Diverse bijdragen ontvangen voor de bedrijfsvoering voor gegeven cursussen, compensatie voor salarisverwerking e.d.
14.600 euro V
In totaal over alle programma’s heen is er een voordeel op de salarislasten van 421.900 euro. Dit komt voornamelijk door het later invullen van vacatures in verband met de krapte op de arbeidsmarkt. Huisvesting (Tiel en Geldermalsen) Lasten: • In de bestuursrapportage is uitgegaan van lagere servicekosten dan werkelijk is gefactureerd en het 4e kwartaal 2023 was niet meegenomen als nog te betalen in 2023 • Hogere energiekosten voor de locatie Geldermalsen • Lagere onderhoudskosten inventaris en installaties dan in de Bestuursrapportage opgenomen • Overige verschillen zoals afschrijvingskosten, schoonmaakkosten, aanschaf kantoorbenodigdheden, aanschaf laadpalen en klein inventaris Totaal Baten: • subsidie voor energie ontvangen
195.800 euro N 13.900 euro N 11.100 euro V 21.200 euro N 219.800 euro N
2.400 euro V
Eind 2024 is er een naheffing van energie ontvangen over de afgelopen drie jaren van afgerond 50.000 euro. Facilitaire kosten en ICT Lasten: • Lagere telefoniekosten, licenties, internet, privacy en onderhoud software • Hogere kosten voor het onderhoud en aanschaf van hardware • Lagere kosten op consultancy en doorbelaste salariskosten • Lagere uitgaven op kantoorbenodigdheden, abonnementen en contributie • Schoonmaakkosten (te hoog opgenomen) • Lagere kosten voor de informatievoorziening door verlaagde portokosten • Hogere verzekering- en beveiligingskosten • Lagere kosten door omschakeling van de auto’s in eigen beheer naar leaseauto’s, vanwege lagere leasekosten en brandstofkosten, vanwege de omschakeling naar elektrische auto’s Totaal Facilitaire kosten en ICT Baten: • Berkoop van een auto die al was afgeschreven
84
140.500 euro V 53.200 euro N 95.300 euro V 24.900 euro V 109.300 euro V 16.900 euro V 26.500 euro N
34.800 euro V 342.000 euro V
7.700 euro V
Doelgroepprofessionals Het aantal personen binnen de doelgroepprofessionals is gedaald maar de doorbelaste omzet gebaseerd op de calculatietool kwam hoger uit. Hierbij moet worden opgemerkt dat tegenover deze hogere omzet ook hogere lasten staan. Binnen dit programma daardoor hogere lasten van 44.900 euro. Dit betreffen kosten van medewerkers uit de doelgroep die in de interne dienstverlening werkzaam zijn, bijvoorbeeld voor administratieve taken. HRM • Hogere uitgaven voor opleidingen, werving en selectie en arbokosten en overige WKR uitgaven
72.100 euro N
De afgelopen jaren is er voor opleidingen altijd minder uitgegeven dan begroot. Dit jaar zien we meer aanvragen en is de kostprijs van opleidingen gestegen. Voor het boeien en binden van medewerkers is het belangrijk om dit te blijven aanbieden. Advieskosten en bezwaar en beroep In 2024 is een voordelig resultaat van 33.100 euro zichtbaar. Dit komt voornamelijk door lagere advieskosten en minder bezwaren die tot een betaling leiden. Projecten De gelden voor het project Wet open overheid (Woo) zijn nog niet ingezet, de verwachting is dat deze in 2025 wel nodig zijn. Hierdoor is de reserve niet ingezet (75.000 euro). Bijdrage bedrijfsvoering De bijdrage bedrijfsvoering is lager door de verwerking van de bestuursrapportage, septembercirculaire en afrekening van de SW. Reserves Naast de reserve voor de Woo, was er geen dekking nodig vanuit de reserve ter dekking van de kapitaallasten van het Leerlab. Deze onttrekking start in 2025 en levert hier een nadeel op van 12.200 euro. Uit de reserve personeel was geen onttrekking nodig, een nadeel van 50.000 euro. Omdat met deze baten uit de reserves rekening gehouden was in de begrote cijfers levert het een nadeel op ten opzichte van de begroting, hiertegenover staan lagere lasten.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
85
Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien (bedragen in € ) Jaarrekening 2023
Begroting
Begrotings-
Begroting na
Jaarrekening
2024 wijziging 2024
wijziging
2024
50.900
Verschil
Voordeel / Nadeel
Lasten Treasury Vennootschapsbelasting Onvoorzien Totaal lasten
57.400
47.900
-
47.900
-
-
-
-
-3.000
N
-
-
-
50.000
-6.000
44.000
-
44.000
V
57.400
97.900
-6.000
91.900
50.900
41.000
V
636.200
Baten Treasury
409.600
77.900
130.600
208.500
427.700
V
Vennootschapsbelasting
-
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
-
-
-
-
-
409.600
77.900
130.600
208.500
427.700
V
Totaal baten
636.200
Totaal gerealiseerd saldo van baten en lasten
352.200
-20.000
136.600
116.600
585.300
468.700
V
Toevoeging aan reserves
-
-
-
-
32.700
-32.700
N
Onttrekking aan reserves
-
-
-
-
-
-
Saldo reservemutaties
-
-
-
-
-32.700
32.700
V
352.200
-20.000
136.600
116.600
552.600
436.000
V
Reservemutaties
Resultaat
Analyse verschillen Lasten: • Ongebruikte post onvoorzien • Meer betaalde rente Totaal
44.000 euro V 3.000 euro N 41.000 euro V
Baten: • Saldo verkoop aandelen Dariuz • Meer dividend ontvangen van Dariuz • Meer renteontvangsten schatkistbankieren Totaal
32.700 euro V 18.100 euro V 376.900 euro V 468.700 euro V
Ondanks de verhoging van de renteontvangsten bij de bestuursrapportage is er fors meer ontvangen. Reserve Storting saldo verkoop aandelen Dariuz in reserve innovaties
86
32.700 euro N
6.6 Investeringskredieten Hieronder volgt per programma een overzicht van alle af te sluiten en nog lopende kredieten. Overzicht lopende en nieuwe kredieten Krediet
Boekwaarde
Uitgaven
Restant-
1/1
Besluit
Afschr.
krediet
Leerlab Poppenbouwing
972.000
372.900
597.500
1.600
Implementatie ERP
222.600
0
0
222.600
Wikkelmachines
25.000
0
22.500
Reach heftruck
25.000
0
1.244.600
372.900
Afgesloten
Termijn
Berap '21 en
40 jaar
Ja
Berap'22
5 jaar
Nee
2.500
Berap'24
10 jaar
Ja
20.300
4.700
Berap'24
10 jaar
Ja
640.300
231.400
'22, AB 220523
Totaal
6.7 Projecten 2024 In 2024 zijn er diverse projecten uitgevoerd ter ondersteuning van de doelstellingen van Werkzaak. Hiervoor wordt hoofdzakelijk externe financiering geworven. De projecten vallen binnen het programma participatie m.u.v. de Wet Woo. Projecten Begroting
Lasten
Baten
Saldo
0
209.576
209.576
0
Wet open Overheid
75.000
0
0
-75.000
Sterk door Werk (IPS)
0
276.722
276.722
0
ESF 4
ESF voor Leerlab
0
40.997
40.997
0
10.600
9.449
0
-1.151
CircuLeren
0
17.155
17.155
0
Cirtex
0
114.404
114.404
0
Technologie voor inclusie
Voorschakelen is doorschakelen
0
26.370
26.370
0
Regionaal verbinder statushouders
0
68.112
68.112
0
Tel mee met Taal
0
36.725
36.725
0
Innovatie bruisboxen
0
13.850
13.850
0
Tint
0
2.816
2.816
0
Sturen op kwaliteit
0
18.070
18.070
0
Innovatieprojecten
100.000
35.080
0
-64.920
Projecten Participatie
185.600
869.326
824.798
-141.071
Reserve voor innovatieprojecten
-175.000
0
35.080
139.920
Totaal
10.600
869.326
859.878
-1.151
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
87
6.8 Incidentele baten en lasten In de onderstaande paragraaf staan de incidentele lasten en baten opgesomd. Incidentele baten en lasten Lasten
Baten
869.300
824.800
Programma Participatie Projecten lasten en bijdrage derden/subsidies Inzet reserves voor projecten Totaal programma Participatie
35.100 869.300
859.900
Reserve sociaal ontwikkelbedrijf
700.000
700.000
Totaal programma Sociale Werkvoorziening
700.000
700.000
30.400
30.400
30.400
45.300
0
35.000
899.700
940.200
Programma Sociale Werkvoorziening
Programma Inkomen Energietoeslag Vrijval reserve Tozo Totaal programma Inkomen
14.900
Programma Overhead Vrijval reserve noodzakelijke investeringen Totaal programma Overhead Totaal
35.000
Saldo
40.500
Totaal jaarrekeningsaldo Structureel rekeningsaldo
88
1.488.000 -
1.447.500
6.9 Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserve Structurele mutaties reserves Lasten
Baten
Jaarlijkse onttrekking aan reserve ter dekking van kapitaallasten
0
12.313
Totaal
0
12.313
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
89
7 Wet normering topinkomens Onderstaande tabellen verantwoorden de gegevens per bestuurder. Leidinggevende topfunctionarissen, met dienstbetrekking Gegevens 2024 (bedragen x € 1) Functiegegevens
E.Boer
Directeur
Aanvang en einde dienstvervulling in 2024
01/01-31/12
Omvang dienstverband (als deelfactor in FTE
1
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
150.201
Beloningen betaalbaar op termijn
22.992
Subtotaal
173.193
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
233.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t. 173.193
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom al dan niet is ontstaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
Gegevens 2023 (bedragen x € 1)
E.Boer
Functiegegevens Aanvang en einde dienstvervulling in 2023
Directeur 01/01-31/12
Omvang dienstverband (als deelfactor in FTE
1
Dienstbetrekking?
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
153.618 22.488
Subtotaal
176.107
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
223.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Totale bezoldiging
N.v.t. 176.107
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom al dan niet is ontstaan
N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
N.v.t.
90
Topfunctionarissen met een bezoldiging vanaf 2.100 euro of minder. Topfunctionarissen Functiegegevens
Functie
Gemeente
Van
Tot en met
Mw. J.H.A. Sørensen
Voorzitter
Maasdriel
01-01
31-12
Mw. E.M. de Bas
Bestuurslid
Buren
01-01
31-12
Mw. D. Bijvoet
Bestuurslid
Culemborg
01-01
31-12
Mw. W.E.A. van Dijkhuizen
Bestuurslid
Neder-Betuwe
01-01
31-12
Dhr. D. Verbeek
Bestuurslid
Tiel
01-01
31-12
Dhr. J. de Geus
Bestuurslid
West-Betuwe
01-01
31-12
Dhr. R.A.N. Reuvers
Bestuurslid
West Maas en
01-01
31-12
01-01
31-12
Waal Mw. K. Bouchtaoui
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
Bestuurslid
Zaltbommel
91
8 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 19 september 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op 3.207.000 euro.
De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024. Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen 1 miljoen euro bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van 3%. Van niet rechtmatig tot stand gekomen verantwoorden baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Dagelijks Bestuur een bedrag van 1 miljoen acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde afspraken in de financiële verordening en overig beleid.
92
Geconstateerde afwijkingen Begrotingscriterium 1A. Overschrijding lasten programma’s (of indien van toepassing een ander door het bestuur vastgesteld autorisatieniveau) 1B. Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
€ 1,0 mln € 0,0 mln
2. Ongeautoriseerde reservemutaties (veelal zijn dit ook getrouwe beeld fouten, die in de jaarstukken aangepast kunnen worden)
€ 0,0 mln
3. Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het bestuur zijn gemeld (hangt af van de intern vastgelegde spelregels in bijvoorbeeld de financiële verordening art. 212 Gemeentewet over de planning & controlcyclus, budgetafwijkingen, budgetoverheveling etc.). Totaal begrotingsonrechtmatigheden
€ 0,0 mln € 1,0 mln
4. Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid vermelden en verwijzen naar dit vooraf vastgestelde beleid.
€ 1,0 mln
Voorwaardencriterium 5. Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
€ 0,0 mln
M&O criterium
€ 0,0 mln
6. M&O criterium geen bevindingen
€ 0,0 mln
Totaal van onrechtmatigheden
€ 1,0 mln
Waarvan acceptabel
€ 1,0 mln
Waarvan niet acceptabel
€ 0,0 mln
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
93
Patricia werkt volledig thuis voor DOEN congressen en evenementen
94
Patricia combineert haar rol als mantelzorger met een baan bij DOEN congressen en evenementen. Toen haar zoon weer vaker naar school kon, besloot ze te werken, zoveel mogelijk vanuit huis. Tijdens een proefplaatsing bleek het een perfecte match, en inmiddels heeft ze een contract. Patricia is de rechterhand van eigenaar Astrid Potjes en regelt praktische zaken zoals inschrijvingen voor congressen.
Werkzaak Rivierenland jaarrekening 2024
Ze plant haar werktijden flexibel, waardoor ze zowel kan werken als voor haar gezin kan zorgen. “Deze baan geeft me energie. Het is fijn om weer iets van mezelf te hebben,” zegt Patricia. Ze geniet van de samenwerking en de balans tussen werk en privé. Haar verhaal laat zien hoe belangrijk een goede werkplek is voor persoonlijke groei en welzijn.
95
9 Bijlagen 9.1 Sisa Verantwoording 9.1.1 Sisa Verantwoording 2024 ocw
Ontvanger
G2B
Juridische grondslag
Uitkeringscode
SZW
Specifieke uitkering
Verstrekker
SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2024 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 7-01-2025
Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_deel openbaar lichaam 2024
Openbaar lichaam o.g.v. Wgr (SiSa tussen medeoverheden) Het openbaar lichaam verantwoordt hier per gemeente over het deel van de regeling dat in (jaar T) door het openbaar lichaam is uitgevoerd
Indicator Hieronder per regel één gemeente(code) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen
Indicator Besteding (jaar T) algemene bijstand
Indicator Baten (jaar T) algemene bijstand (exclusief Rijk)
Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)
Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW)
SZW
G3B
Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (uitsluitend kapitaalverstrekking)_deel openbaar lichaam 2024
Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) 2004 Openbaar lichaam o.g.v. Wgr (SiSa tussen medeoverheden)
96
G4B
Deel openbaar lichaam
€ 338.690 Baten (jaar T) Bbz 2004 levensonderhoud (exclusief Rijk)
€ 1.859 € 60.960 Baten (jaar T) WWIK (exclusief Rijk)
Deel openbaar lichaam
Deel openbaar lichaam
I.3 Wet inkomensvoorziening I.4 Besluit bijstandverlening I.4 Besluit bijstandverlening I.6 Wet werk en inkomen oudere en gedeeltelijk zelfstandigen 2004 zelfstandigen 2004 kunstenaars (WWIK) (levensonderhoud) (Bbz 2004) arbeidsongeschikte gewezen (levensonderhoud) (Bbz 2004) zelfstandigen (IOAZ) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicator: G2B/07 Indicator: G2B/08 Indicator: G2B/09 Indicator: G2B/10 Indicator: G2B/11 1 060216 Gemeente Culemborg €0 € 66.037 € 9.098 €0 2 060263 Gemeente Maasdriel € 57 € 24.923 € 1.238 €0 3 060281 Gemeente Tiel €0 € 104.959 € 27.501 €0 4 060297 Gemeente Zaltbommel €0 € 111.245 € 1.208 €0 5 060668 Gemeente West Maas En € 0 € 48.229 € 4.719 €0 Waal 6 061960 Gemeente West Betuwe € 200 € 114.707 € 12.878 €0 Hieronder verschijnt de Besteding (jaar T) Baten (jaar T) Loonkostensubsidie Gederfde baten die voortvloeien uit Mutaties (dotaties en vrijval) gemeente(code) conform de Loonkostensubsidie o.g.v. art. 10d o.g.v. art. 10d Participatiewet kwijtschelden schulden gebundelde voorziening dubieuze debiteuren keuzes gemaakt bij G2B/01 Participatiewet (exclusief Rijk) uitkering Participatiewet (in jaar T) als gevolg van kwijt te schelden schulden gebundelde uitkering i.v.m. de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire Participatiewet (jaar T) i.v.m.
de hersteloperatie kinderopvangtoeslagaffaire In de kolommen hiernaast de Deel openbaar lichaam Deel openbaar lichaam Deel openbaar lichaam Deel openbaar lichaam verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen I.7 Participatiewet (PW) I.7 Participatiewet (PW) Participatiewet (PW) Participatiewet (PW) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle D2 Indicator: G2B/12 Indicator: G2B/13 Indicator: G2B/14 Indicator: G2B/15 Indicator: G2B/16 1 060216 Gemeente Culemborg € 609.995 € 1.184 €0 €0 2 060263 Gemeente Maasdriel € 503.677 € 2.439 €0 €0 3 060281 Gemeente Tiel € 1.975.721 € 14.023 €0 €0 4 060297 Gemeente Zaltbommel € 673.967 € 3.389 €0 €0 5 060668 Gemeente West Maas En € 481.886 € 5.938 €0 €0 Waal 6 061960 Gemeente West Betuwe € 1.108.056 € 3.052 €0 €0 Hieronder per regel één Besteding (jaar T) Baten (jaar T) vanwege vanaf 1 Baten vanwege vóór 1 januari 2020 Besteding (jaar T) Bob Baten (jaar T) Bob (exclusief Rijk) gemeente(code) selecteren en in kapitaalverstrekking januari 2020 verstrekt kapitaal verstrekt kapitaal (exclusief Rijk) de kolommen ernaast de (exclusief Rijk) verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen