Concept dekkingsplan VRGZ 2024-2027
Tekst van het document
1e TS (min) 4 – 10 (7) 7 – 13 (10) 12 – 18 (15)
2e TS (min) 6 – 12 (9) 12 – 18 (15) ---
3e TS (min) 8 – 12 (10) -----
De beoordeling van de buurten met behulp van dit beoordelingskader geeft het volgende beeld (zie onderstaande tabel). De waardes tussen haakjes betreffen de buurten tijdens kantoortijd (met de dagdienstbezetting voor post Tiel met een snellere uitruktijd). Het verschil in aantal buurten heeft dan ook betrekking op het gebied in en rond Tiel en betreft alleen de opkomst van de eerste eenheid. De overige buurten blijven gelijk. Categorie
Capaciteit Onder referentiewaarde (goed)
1e TS 2e TS 3e TS 1e TS 2e TS 3e TS 1e TS 2e TS 3e TS
1
2
3
0 0 0 141 (154) 225 220
Tussen referentiewaarde en bandbreedte (voldoende) 3 3 1 91 (79) 12 2
Boven brandbreedte (onvoldoende)
Aantal buurten
0 0 2 8 (7) 3
3
0
240
222
De acht categorie 2 buurten die buiten de bandbreedte van de eerste tankautospuit vallen zijn reeds omschreven in paragraaf 3.1.2.
4.3 Slagkracht tweede tankautospuit Een tweede tankautospuit is regio-breed in 95,4% van het gebied binnen 15 minuten ter plaatse en levert daarmee een goede slagkracht. De tweede tankautospuit is in slechts drie buurten niet tijdig ter plaatse, te weten: Kekerdom, Millingen a/d Rijn Oost en Millingen a/d Rijn West. De opkomsttijd van de tweede eenheid is daar respectievelijk 18:25, 19:57 en 20:28. Voor de drie CBS-buurten die een onvoldoende score vanuit slagkracht zijn er aanvullende maatregelen beschikbaar. Hierbij kan gedacht worden aan: -
Voorlichting over brandveiligheid en preventieve voorzieningen Concept dekkingsplan VRGZ
33
-
Bijstellen van de repressieve inzetvoorstellen (bijvoorbeeld standaard meer eenheden alarmeren)
Deze maatregelen krijgen tijdens de implementatiefase van het dekkingsplan opvolging en zullen in lijn zijn met de compenserende maatregelen die zijn vastgesteld vanuit het brandweerzorgplan en ondertussen zijn ingebed in de reguliere bedrijfsvoering. Voor het centrum van Tiel geldt dat daar zonder tweede tankautospuit uit Tiel onvoldoende dekking zou zijn binnen de referentiewaarde van 15 minuten. Dit pleit voor het behoud van de tweede tankautospuit in Tiel (zie paragraaf 6.1).
4.4 Slagkracht derde tankautospuit Uit de tabel blijkt verder dat de opkomst van de derde tankautospuit in twee buurten met risiconiveau 1 onvoldoende is. Dit betreffen beide categorie 1 buurten in Nijmegen. De opkomsttijd van de derde tankautospuit is daar net boven de bandbreedte, namelijk 12:45 in de wijk Stadscentrum en 12:47 in de wijk Hunnerberg. De opkomst in beide wijken wordt verwezenlijkt door de twee beroepseenheden van Nijmegen en post Lent. Voor de twee CBS-buurten die een onvoldoende score vanuit slagkracht zijn er aanvullende maatregelen beschikbaar. Hierbij kan gedacht worden aan: -
Voorlichting over brandveiligheid en preventieve voorzieningen Bijstellen van de repressieve inzetvoorstellen (bijvoorbeeld standaard meer eenheden alarmeren)
De categorie 1 buurt in Zaltbommel blijft wel binnen de bandbreedte. Hier wordt de opkomst verwezenlijkt door de posten Zaltbommel, als eerste eenheid met Gameren en Waardenburg als tweede en derde eenheid.
4.5 Beoordeling grootschalig basisoptreden voor Gelderland-Zuid Gelderland-Zuid kan zelfstandig twee pelotons binnen 60 minuten inzetten bij het grootschalig optreden. Omdat de eerste twee pelotons worden gealarmeerd vanuit het dynamisch alarmeren, waarbij de snelste acht tankautospuiten worden gealarmeerd, lukt dit in de gehele regio ruim binnen de 60 minuten. Voor externe bijstand moet elke regio één peloton basisbrandweerzorg, één peloton grootschalige watervoorziening en één peloton redding & technische hulpverlening kunnen leveren. Bij GBO moet een peloton binnen één uur na een aanvraag voor aflossing bij de regiogrens van de eigen regio zijn. In Gelderland-Zuid wordt afhankelijk van de urgentie van de aanvraag een peloton samengesteld (zie 3.2.2. Dit kan er toe leiden dat in een enkel geval een post moet worden herbezet.
4.6
Beoordeling paraatheid
Paraatheid bestaat uit beschikbaarheid, gelijktijdigheid en restdekking. Hiervoor zijn in de handreiking geen beoordelingskaders opgenomen. Er wordt daarom een beschrijvende beoordeling gegeven.
4.6.1 Beschikbaarheid De beschikbaarheid van posten is grotendeels op orde. Op een aantal posten worden knelpunten op dit vlak ervaren of worden deze voorzien voor de nabije toekomst. Verschillende technische hulpmiddelen dragen er aan bij dat er beter inzicht ontstaat in de beschikbaarheid van functionarissen voor de bezetting van de voertuigen. Daar waar knelpunten dreigen te ontstaan, kan snel worden ingegrepen. Dit betekent niet dat er altijd 100% beschikbaarheid is. Er wordt immers in het grootste deel van de regio gewerkt met vrije instroom.
Concept dekkingsplan VRGZ
34
Door meer te investeren in het informatiegestuurd werken, gaan wij in de toekomst o.a. de beschikbaarheid van posten vaststellen en monitoren, zodat de paraatheid een volgende meting beter kwantitatief inzichtelijk gemaakt kan worden.
4.6.2 Gelijktijdigheid In Gelderland-Zuid is er voor gekozen om ons niet specifiek te organiseren op gelijktijdigheid. Het komt op regionaal niveau relatief weinig voor dat er in een verzorgingsgebied gelijktijdig incidenten zijn waarbij het nodig is om een buurpost te alarmeren. De verschillende posten vanuit het netwerk van 36 posten zijn in geval van gelijktijdigheid elkaars achtervang. Op lokaal niveau in Nijmegen komt dit vaker voor dan in de rest van Gelderland-Zuid en dan zijn de beroepsposten meestal elkaars achtervang. Er is geen noodzaak om hier aanvullende maatregelen op te treffen.
4.6.3 Restdekking Met name bij grootschalige inzetten is het van belang restdekking te organiseren. Dit doen we door het situatie-afhankelijk herbezetten van posten. Vanuit Nijmegen kan dit met een eigen achterwachtpoule. Elders in de regio wordt er herbezetting gerealiseerd door eenheden te verplaatsen. Daarmee wordt, ook tijdens een grootschalig incident, snelle inzet voor overige alarmeringen gegarandeerd.
4.7
Beoordeling werkdruk op basis van alarmeringsfrequentie
De werkdruk van een post is grotendeels afhankelijk van het aantal alarmeringen die een post heeft, maar zit ook deels in hoe de mensen op een post dit ervaren. Dit laatste is echter ook van veel andere factoren afhankelijk is daarmee niet objectief te beoordelen in dit kader. Daarom geldt de alarmeringsfrequentie als graadmeter van de werkdruk. Nijmegen-Centrum en Nijmegen-West hebben de meeste alarmeringen, maar aangezien dit beroepsposten betreft, beoordelen we dit niet als hoge werkdruk. Dit is inherent aan het bedrijfsvoeringsmodel van beide posten. De posten die een relatieve hoge alarmeringsfrequentie kennen zoals bijvoorbeeld Waardenburg en Wijchen, hebben vaak een ploegensysteem ingericht om de werkdruk te verkleinen. Daarmee lijkt de werkdruk voor de posten over het algemeen behapbaar. Alleen post Tiel (met vrije instroommodel) springt er bovenuit. Zij werken met twee ploegen en hebben daarmee nog steeds gemiddeld circa vier incidenten per week per ploeg. In onderstaande tabel (zie ook paragraaf 3.4) is de alarmeringsfrequentie per week te zien van alle posten.
Concept dekkingsplan VRGZ
35
Deel II Specialismen en aanvullende taken
Concept dekkingsplan VRGZ
36
5 Inleiding specialismen en aanvullende taken Brandweer Gelderland-Zuid is paraat en levert goede brandweerzorg en we investeren steeds meer in kennis en vakmanschap om de brandweerzorg van de toekomst aan te kunnen. We organiseren ons risicogericht en werken daarbij informatie gestuurd, waarbij we inspelen op bestaande en nieuwe ontwikkelingen. Het is van belang dat kennis, vaardigheden, materieel en middelen op de juiste plek georganiseerd zijn en daarbij zowel lokaal als regionaal ingezet kunnen worden. Het nieuwe dekkingsplan (20242027), waarbij zowel basisbrandweerzorg als de specialismen en aanvullende taken zijn meegenomen, is daarin een belangrijke stap. In dit deel van het dekkingsplan wordt er ingegaan op de dekking van de specialismen en aanvullende taken binnen brandweer Gelderland-Zuid. Het is ingedeeld op basis van de hoofdstukken brand, hulpverlening, incidentbestrijding op het water, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en overige taken. In elk hoofdstuk komen per paragraaf de taken aan bod die vallen onder de betreffende kerntaak. Daarbij wordt na een korte inleiding ingegaan op de dekking en wordt de paragraaf afgesloten met een motivering om te komen tot de betreffende spreidingsvariant.
Naast het dekkingsplan wordt er separaat een onderbouwingsrapportage beschikbaar gesteld die inzicht geeft in de uitgebreide onderbouwing van de gekozen spreidingsvariant per taak. Doel van het onderbouwingsrapport is om de achterban inzicht te geven in de werkwijze die is gehanteerd en de afwegingen die zijn gemaakt om te komen tot het meest optimale resultaat.
Concept dekkingsplan VRGZ
37
6 Brand In dit hoofdstuk komt de materieelspreiding van de tweede tankautospuiten, redvoertuigen, waterwagens en grootwatertransportsystemen aan bod.
6.1
Tweede tankautospuit
De basisbrandweerzorg in Gelderland-Zuid wordt verzorgd vanuit het netwerk van 36 posten en vormt daarmee een primaire schil van 36 tankautospuiten. In verband met de component slagkracht als onderdeel van de landelijke handreiking wordt bekeken of er posten zijn die een tweede tankautospuit nodig hebben. Ook gelijktijdigheid van incidenten en inzetfrequentie spelen hier een rol in en zijn als variabelen meegenomen.
6.1.1 Dekking Voor de tweede tankautospuit wordt aan de opkomsttijden uit het beoordelingskader slagkracht uit de landelijke handreiking voor dekkingsplannen getoetst. Hierbij zijn op basis van de gebiedsgerichte opkomsttijden (GGO) de CBS-buurten op risico gecategoriseerd. Aan de gebiedscategorieën is een opkomsttijd oftewel referentiewaarde gekoppeld. De referentiewaarde valt in een bandbreedte met een ondergrens en een bovengrens. In onderstaande tabel zijn de referentiewaarden en de bandbreedtes in minuten weergegeven en is de kolom voor de tijd van de 2e tankautospuit gemarkeerd. Gebiedscategorie TS 1 (minuten)
TS 2 (minuten)
TS 3 (minuten)
1
4 - 10 (7)
6 - 12 (9)
8 - 12 (10)
2
7 - 13 (10)
12 - 18 (15)
Geen norm
3
12 - 18 (15)
Geen norm
Geen norm
Onderstaande visualisaties geven weer in hoeverre de kernen van Tiel en Wijchen worden gedekt in 15 minuten door een tweede tankautospuit vanuit de omliggende posten. De kern van Wijchen wordt wel gedekt, terwijl de kern van Tiel niet volledig wordt gedekt binnen 15 minuten.
Concept dekkingsplan VRGZ
38
6.1.2 Motivering
Tweede tankautospuit Wijchen: -
Het weghalen van de tweede tankautospuit van Wijchen heeft geen negatieve invloed op het behalen van de referentiewaarde van 15 minuten voor de opkomst van de tweede tankautospuit in het betreffende gebied. Concept dekkingsplan VRGZ
39
-
De score voor slagkracht blijft ‘goed’, omdat in het grootste deel van Wijchen drie tankautospuiten binnen 15 minuten ter plaatse kunnen zijn. De inzetfrequentie en mate van gelijktijdigheid geven geen aanleiding voor behoud van de tweede tankautospuit van Wijchen.
Tweede tankautospuit Tiel: -
-
-
6.2
In Tiel is een tweede tankautospuit in een deel van Tiel, inclusief de oude binnenstad, niet binnen de referentiewaarde van 15 minuten ter plaatse wanneer de tweede tankautospuit van Tiel zou vervallen. De norm van 18 minuten wordt wel gehaald, maar gezien de risico’s van een dichtbebouwde stedelijke kern, complexe inzet in geval van brand en een percentage aandachtsobjecten van ruim 21%, is het verstandig om niet de ondergrens van de opkomsttijden op te zoeken. De opkomsttijd voor de tweede tankautospuit bij handhaven van de tweede tankautospuit in Tiel is ca. 10,5 minuten (ten opzichte van 16-17 minuten). Gelet op bovenstaande is het niet aanvaardbaar om voor Tiel de tweede tankautospuit af te stoten en voor dat gebied van een ‘goed’ naar een ‘voldoende’ te gaan voor de slagkracht.
Redvoertuig
Het redvoertuig wordt ingezet voor een aantal zeer verschillende taken, onder andere: de redding van mens en dier vanaf hoogte, ter ondersteuning bij de blussing, ter ondersteuning van het veilig werken op hoogte, als vluchtweg voor het eigen personeel en ter ondersteuning van de ambulancedienst. Met name in stedelijke gebieden met veel oudere gebouwen en een hoge bevolkingsdichtheid zijn panden met beperkte vluchtwegen en complexe aanvalsroutes voor de brandweer aanwezig. Een redvoertuig levert in deze gebieden een belangrijke bijdrage aan het redden van mens en dier en het bestrijden van brand.
6.2.1 Dekking In de landelijke handreiking voor dekkingsplannen wordt op basis van de component slagkracht gerefereerd naar opkomsttijden voor het redvoertuig: voor CBS-buurten met gebiedscategorie 1 een mediaantijd van 7 minuten en een bandbreedte op 10 minuten. Daarnaast wordt vanuit de handreiking de ondergrens op 18 minuten voorgesteld. Dit is in lijn met de ondergrens voor de tankautospuit. In Gelderland-Zuid kennen we drie categorie 1 buurten, waarvan twee in de kern van Nijmegen en één in de kern van Zaltbommel. Voor gebiedscategorie 2 en 3 zijn geen opkomsttijden voor het redvoertuig benoemd. Omdat, op de drie categorie 1 buurten na, de hele regio bestaat uit CBSbuurten met het niveau 2 of 3, wordt op regionaal niveau de opkomsttijd van 18 minuten overgenomen als gewenste opkomsttijd voor het redvoertuig. Na het uitvoeren van een analyse en het afwegen van diverse spreidingsvarianten is de keuze gemaakt voor een spreidingsvariant met vijf redvoertuigen. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking van de vijf redvoertuigen getoond in de periode buiten kantoortijden:
Concept dekkingsplan VRGZ
40
Met deze optimale spreidingsvariant gaat de regio terug van zes naar vijf redvoertuigen en komen deze te staan in: Culemborg, Nijmegen-Centrum (beroeps), Nijmegen-West (beroeps), Tiel en Waardenburg. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, slagkracht, risico’s, investering en incidenthistorie afgewogen. Omdat Tiel tijdens kantoortijden (maandag t/m vrijdag tussen 08.00 en 17.00 uur) ook een beroepsbezetting en daarmee een snelle uitruktijd heeft, is hieronder ook die situatie gevisualiseerd:
6.2.2 Motivering -
Met deze variant wordt met vijf redvoertuigen een betere regionale dekking in 18 minuten gerealiseerd dan met de huidige spreiding van zes redvoertuigen.
Concept dekkingsplan VRGZ
41
-
-
-
-
6.3
De drie buurten die zijn gedefinieerd als gebiedscategorie 1 worden het beste bediend door een redvoertuig in Nijmegen-Centrum en Zaltbommel te plaatsen. NijmegenCentrum heeft al een redvoertuig. Zaltbommel heeft geen redvoertuig, maar het redvoertuig dat Waardenburg heeft, is relatief snel in de kern van Zaltbommel. De beperkte overschrijding op de betreffende bandbreedte van 10 minuten die daarbij ontstaat, staat niet in verhouding tot de noodzakelijke investeringen die verplaatsing van het redvoertuig naar Zaltbommel met zich meebrengt. Vanuit Nijmegen-West als nieuwe locatie voor een redvoertuig ontstaat de beste dekking voor de risico-objecten in Nijmegen, dit vanwege de hoge dichtheid aan hoogbouwobjecten in combinatie met de hoge inwonersdichtheid. Op basis van het risicoprofiel, de incidenthistorie en de investering die gedaan moet worden, is er vanuit repressief oogpunt onvoldoende meerwaarde om een redvoertuig in Druten of een post in West Maas en Waal te plaatsen om daar een overschrijding van de opkomsttijd op te lossen. Middels interregionale samenwerking wordt er bijgedragen aan het realiseren van de gewenste opkomsttijden (o.a. gemeenten Buren, Neder-Betuwe en het westelijke deel van de gemeente West-Betuwe).
Waterwagens
Om de tankautospuiten in situaties te kunnen voorzien van extra water kunnen waterwagens worden ingezet. De waterwagens worden daarmee ingezet om meer koelend vermogen beschikbaar te stellen voor het blussen of beheersen van een brand. De regio heeft twee grote waterwagens met een tankinhoud van 15.000 liter (WT-G) en drie kleine waterwagens met een inhoud van 8.400 liter (WT). Laatstgenoemde zijn in basis haakarmbakken ten behoeve van schuimblussing (SBH’s), maar worden in de praktijk veelal als waterwagen ingezet. De waterwagens groot (WT-G) zijn beide uitgerust met een bumpermonitor en hydraulisch aangedreven vooras. Hierdoor zijn deze voertuigen ook geschikt om ingezet te worden bij natuurbranden.
6.3.1 Dekking De gewenste opkomsttijd voor waterwagens is gesteld op 20 minuten. Daarmee kan de waterwagen de tweede tankautospuit waar nodig tijdig voorzien van water. Dit in lijn met de berekeningen vanuit het ‘Regionale kader bluswatersystematiek’ uit 2019, waarbij het uitgangspunt is dat de eerste tankautospuit op een primaire bluswatervoorziening kan aansluiten. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking van de vijf waterwagens getoond, waarbij de WT-G’s zichtbaar zijn met een oranje opkomstgebied als kern en de WT’s met een bruin opkomstgebied als kern:
Concept dekkingsplan VRGZ
42
Met deze optimale spreidingsvariant komen de waterwagens op de volgende posten te staan: Beesd, Beuningen, Groesbeek, Hedel en Ochten. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, slagkracht en risico’s afgewogen.
6.3.2 Motivering -
Vanwege de potentiële inzet van schuim op de Betuweroute zijn de WT’s vanwege hun leidende rol als SBH in Beesd en Ochten niet heroverwogen. Met Groesbeek als locatie voor een WT-G wordt het meest risicovolle deel van het natuurgebied volledig binnen de gewenste opkomsttijd bereikt. Kijkend naar de gewenste opkomsttijden wordt niet in heel de regio de opkomsttijd van 20 minuten gehaald, maar dat geldt wel voor het grootste deel van de auto(snel)wegen, het bosgebied als hoog risico-natuurgebied en de grotere bedrijventerreinen in de regio. De opkomstgebieden sluiten daarbij zonder overlap goed op elkaar aan.
Bijna alle veiligheidsregio’s hebben in de afgelopen jaren, mede op basis van landelijke en regionale ontwikkelingen op het gebied van brandbestrijding, (meer) waterwagens aangeschaft. De laatste jaren is er steeds meer kennis opgedaan over effectief blussen en weten we meer over het koelend vermogen dat nodig is om een brand te blussen of beheersen. Dat regio’s ervoor kiezen om (meer) waterwagens aan te schaffen heeft ook te maken met het feit dat de waterleidingbedrijven de diameters van de leidingen van het drinkwaternet verkleinen om aan de kwaliteitsnormen van het water te kunnen blijven voldoen. Hierdoor kan het in de toekomst noodzakelijk zijn om meerdere waterwagens te verwerven. De ontwikkelingen op het gebied van waterlevering worden op de voet gevolgd om zo tijdig in te kunnen spelen op voorzienbare watertekorten en deze waar mogelijk op te vangen.
6.4
Grootwatertransport (GWT)
Voor situaties waarbij de bluswatervoorziening in de nabijheid van de brand ontoereikend is, beschikt de brandweer over twee systemen waarmee over grote afstanden water aangevoerd kan worden. Voor deze systemen zijn landelijk presentatie-eisen afgesproken. De Brandweer GelderlandZuid heeft twee systemen die beide voldoen aan deze eisen. Hiermee kunnen we twee pelotons
Concept dekkingsplan VRGZ
43
voorzien van bluswater bij inzetten in onze regio. Bij onderhoud en een bijstandsaanvraag vanuit een andere regio blijft er altijd één systeem in de regio om te voorzien in de bluswaterbehoefte.
6.4.1 Dekking In de landelijke visie Grootschalig Brandweeroptreden (GBO) zijn gewenste opkomsttijden voor grootschalige watervoorziening opgenomen. Voor de eerste eenheid wordt een opkomsttijd van 30 minuten aangehouden en voor de tweede eenheid 60 minuten. Voor interregionale bijstand geldt een opkomsttijd van 60 minuten op een uitgangsstelling (UGS) op de eigen regiogrens. Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de twee grootwatertransportsystemen:
Met deze optimale spreidingsvariant blijft de huidige dekking gehandhaafd. Daarmee blijven de twee grootwatertransportsystemen in Geldermalsen en Beneden-Leeuwen staan.
6.4.2 Motivering -
-
-
-
In het oostelijk deel is geen volledige dekking binnen 30 minuten, maar wel binnen 45 minuten. Daarbij worden de grotere bedrijventerreinen in Beuningen, Nijmegen en Wijchen wel binnen 30 minuten bereikt. Daar zijn ook voldoende mogelijkheden voor open water op relatief korte afstanden. De natuurgebieden worden binnen 45 minuten bereikt. Vanwege het direct mee alarmeren van het GWT bij een uitbreidingsrisico in de categorie ‘zeer hoog’, komt het GWT uit voorzorg al ter plaatse en wordt er geen extra tijd verloren. Bij uitbreidingsrisico ‘hoog’ en ‘zeer hoog’ worden er twee waterwagens gealarmeerd om als buffer/overbrugging te kunnen dienen. Voordeel van deze spreiding is ook de centrale restdekking wanneer een GWT is ingezet (binnen of buiten de eigen regio). Daarbij kan het ook voorkomen dat beide GWT’s gelijktijdig worden ingezet bij hetzelfde incident. Incidenthistorie laat zien dat in het gebied dat binnen 45 minuten bereikt wordt een lage inzetfrequentie van toepassing is.
Bluswatervoorziening is een belangrijk speerpunt waar de brandweer, samen met onze gemeenten, zich de komende jaren op blijft richten. Door bijvoorbeeld extreem weer (droogte) of kleinere Concept dekkingsplan VRGZ
44
leidingdiameters van het drinkwaternet, zou het in de toekomst kunnen betekenen dat bluswatervoorziening op een andere wijze georganiseerd gaat worden. Denk hierbij aan het afstoten van de brandkranen of een reductie op het aantal te gebruiken brandkranen. Wellicht zal dit leiden tot de aanschaf van meer waterwagens en/of het in gebruik nemen van andere watertransportsystemen. De samenhang daartussen wordt van wezenlijk belang en kan in de toekomst aanleiding geven om de huidige voorzieningen/locaties te gaan heroverwegen.
Concept dekkingsplan VRGZ
45
7 Hulpverlening In dit hoofdstuk komt de materieelspreiding van de hulpverleningsvoertuigen aan bod.
7.1
Hulpverleningsvoertuigen
Voor het bestrijden van verkeersongevallen zijn de basisbrandweereenheden (tankautospuiten) opgeleid en getraind. Voor complexe incidenten zoals met vrachtwagens, bussen en treinen wordt een basiseenheid ondersteund door hulpverleningsteams (HV-teams). De HV-teams hebben de beschikking over een specialistisch voertuig met meer, zwaarder en specialistisch gereedschap.
7.1.1 Dekking In de regionale visie op HV is een gewenste opkomsttijd opgenomen van 20 minuten. Deze opkomsttijd is opgebouwd uit opkomsttijden van een basiseenheid en de wettelijke opkomsttijd van een ambulance (maximaal 15 minuten). Nadat beiden ter plaatse zijn, wordt in de eerste vijf minuten verkend en de inzet bepaald. Hierna is het wenselijk dat de HV ter plaatse is om direct ingezet te kunnen worden. De gewenste opkomsttijd van 20 minuten geldt niet als harde norm en wordt primair nagestreefd op de auto(snel)wegen als belangrijke risicolocaties binnen de veiligheidsregio. Na analyse en afweging van de verschillende spreidingsvarianten is gekozen voor een spreidingsvariant gebaseerd op drie HV’s (HV-teams). Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met drie HV-teams getoond:
Met deze optimale spreidingsvariant gaan de hulpverleningsteams uitrukken vanuit Lienden, Wijchen en Zaltbommel. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, risico’s, regionale dekking, investeringen i.r.t. materieel en vakbekwaamheid en de spreiding van andere specialismen op de betrokken posten afgewogen.
7.1.2 Motivering -
Met drie hulpverleningsvoertuigen in een ‘oost-midden-west’ variant is het mogelijk om een goede dekking te realiseren op alle auto(snel)wegen als risicolocaties. Met de beoogde dekking worden nagenoeg alle auto(snel)wegen als primaire risicolocaties afgedekt binnen 20 minuten en de drie gebieden sluiten daarbij goed op elkaar aan. Concept dekkingsplan VRGZ
46
-
-
-
De plaatsing van een HV op post Waardenburg voor het westelijk deel van de regio levert een iets betere dekking op dan de plaatsing van een HV op de post Zaltbommel. Maar vanwege het relatief kleine verschil in dekking welke met een HV vanuit Zaltbommel ten opzichte van Waardenburg gerealiseerd wordt en vanwege het feit dat Waardenburg een redvoertuig als specialisme heeft, is het wisselen van deze taken niet aan de orde. De beperkte verbetering die het oplevert staat niet in verhouding tot de investeringen die gedaan moeten worden. Aan de oostzijde van de regio biedt de beroepspost Nijmegen-West het grootste inzetgebied. Echter zal deze beroepspost een redvoertuig krijgen en daarmee is het niet wenselijk om daar ook een HV-team als specialisme te positioneren. Als naastgelegen buurpost sluit Wijchen ook goed aan op de HV-risicolocaties in het oostelijk deel van de regio en met de huidige poststerkte is de post in staat om de nieuwe specialistische taak uit te voeren. Middels interregionale samenwerking wordt er bijgedragen aan het realiseren van de gewenste opkomsttijden (o.a. het noordelijke deel van de gemeente Nijmegen, de gemeente Berg en Dal en een klein deel in het westen van de gemeente West Betuwe).
Concept dekkingsplan VRGZ
47
8 Incidentbestrijding op het water In dit hoofdstuk komt de materieelspreiding van de oppervlaktereddingsteams, brandweerhulpboten, blusboten en de duikinzet aan bod.
8.1
Oppervlakteredding
Een oppervlaktereddingsteam (OR-team) wordt ingezet voor het redden van personen en dieren die zich in het water bevinden en nog aan de oppervlakte zijn en waarbij geen grijpredding door de bemensing van een tankautospuit kan worden uitgevoerd. Een oppervlaktereddingsteam kan een redding uitvoeren tot 200 meter uit de walkant of vanaf een (brandweer)vaartuig en daarnaast ondersteunend zijn aan een duikinzet.
8.1.1 Dekking Recreatieplassen liggen verspreid over de regio, veelal in het buitengebied (gebiedscategorie 3). Het is wenselijk dat een OR-team dan ook binnen dezelfde tijd ter plaatse kan zijn als de tankautospuit. Daarmee wordt ook voor het OR-team een gewenste opkomsttijd van maximaal 18 minuten nagestreefd. De Veiligheidsregio Gelderland-Zuid is een waterrijke regio, het is daarom goed om de gewenste opkomsttijd vooral te projecteren op de wateren waar veel zwemrecreatie plaatsvindt, omdat daar de meerwaarde voor een OR-inzet het grootst is. Na analyse en afweging van verschillende spreidingsvarianten is de keuze gemaakt voor een spreidingsvariant met 11 oppervlaktereddingsteams. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met elf oppervlaktereddingsteams getoond:
Met deze optimale spreidingsvariant hebben de volgende 11 posten straks de OR-taak: Asperen, Culemborg (Reddingsbrigade), Kerkdriel, Lent, Maurik, Maasbommel, Nederhemert, Nijmegen-West, Opheusden, Varik en Wijchen. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, risico’s, incidenthistorie en de investeringen in relatie tot materieel en vakbekwaamheid afgewogen.
Concept dekkingsplan VRGZ
48
8.1.2 Motivering -
-
8.2
Met de spreidingsvariant van elf OR-teams worden alle recreatieplassen binnen 18 minuten bereikt. Dit geldt echter niet voor de Bizonbaai (gemeente Berg en Dal) en de Crobsche Waard (gemeente West-Betuwe). Daar is een OR-team binnen 20 minuten ter plaatse. De eerste basisbrandweereenheid kan daar binnen 18 minuten ter plaatse zijn en voorbereidende werkzaamheden uitvoeren voor de komst van het OR-team. De posten die de OR-taak kwijtraken hebben een laag waterongevallenrisico en daarmee geen tot een beperkt aantal incidenten in de afgelopen zes jaar. In 2024 wordt bekeken of interregionale afspraken kunnen bijdragen aan een verbetering van de samenwerking op de rivieren aan de regiogrenzen.
Brandweerhulpboot
Een brandweerhulpboot wordt in de meldkamersystemen aangegeven als brandweervaartuig-klein (BRV-K) en kan onder andere worden ingezet ter ondersteuning van een OR-team, bijvoorbeeld op een grote waterplas. Het vaartuig wordt dan gebruikt om de inzetdiepte van het OR-team te vergroten. De spreiding van de brandweerhulpboten wordt mede gebaseerd op het ondersteunen bij deze levensreddende taak. De brandweerhulpboten kunnen worden ingezet op open- en gesloten recreatieplassen, kanalen en rivieren, zelfstandig of ondersteunend aan een OR-team. Een brandweerhulpboot kan van waarde zijn bij incidenten zoals een persoon te water, het zoeken naar een vermist persoon, dienstverleningen en in mindere mate bij incidenten op het water met brand.
8.2.1 Dekking Als professionele norm wordt vrijwel algemeen een richtwaarde van 30 minuten voor reddingsboten aangehouden (Geactualiseerde Visie op Waterongevallenbeheersing Brandweer 2023). Voor een brandweerhulpboot geldt dat voor de “Search And Rescue” (SAR)-taken op de vaarwegen/rivieren een opkomsttijd van 30 minuten conform het ‘Handboek Incidentbestrijding op het water’ wordt gewenst. Deze ‘basiszorgnorm’ is gebaseerd op een redelijke zelfredzaamheid (onder andere door het dragen van een reddingsvest) en op de overlevingskansen van drenkelingen gedurende deze tijd. Op basis van bovenstaande wordt er voor een brandweerhulpboot gekozen voor een gewenste opkomsttijd van 30 minuten. Na analyse en afweging van verschillende spreidingsvarianten is er gekozen voor een variant met vijf brandweerhulpboten. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met vijf brandweerhulpboten getoond:
Concept dekkingsplan VRGZ
49
Met deze optimale spreidingsvariant hebben de volgende vijf posten een brandweerhulpboot: Beuningen, Culemborg (Reddingsbrigade), Kerkdriel, Maurik en Maasbommel. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, risico’s, incidenthistorie en de investeringen in relatie tot materieel en vakbekwaamheid afgewogen.
8.2.2 Motivering -
-
-
8.3
Met deze variant wordt nagenoeg heel de regio binnen de gewenste opkomsttijd van 30 minuten bereikt. Daarnaast worden ook de grootste (open) recreatieplassen binnen 20 minuten afgedekt. De brandweerhulpboot van Asperen wordt uit de sterkte gehaald, omdat de recreatieplassen in dat gebied beoordeeld zijn als recreatiewater, waar een inzet van een oppervlaktereddingsteam volstaat. In 2024 wordt bekeken of interregionale afspraken kunnen bijdragen aan een verbetering van de opkomsttijden van de brandweerhulpboten en de samenwerking op de rivieren aan de regiogrenzen.
Blusboot
Scheepsbrandbestrijding op binnenvaartschepen is vanuit het GBO-SO (specialistisch optreden) beoordeeld als een (inter)regionaal specialisme en de brandweer maakt daarbij gebruik van blusboten. Blusboten kunnen ook worden ingezet voor medische assistentie, Search and Rescue (SAR)-taken en hulpverlening (bijvoorbeeld ter ondersteuning van Rijkswaterstaat en de Politie te water). Het accent van de blusbootinzetten op de grote rivieren is de afgelopen jaren verschoven van brandbestrijding naar hulpverlening. Voor Scheepsincidentbestrijding (SIB) wordt vanaf 2022 gewerkt aan een landelijke visie.
8.3.1 Dekking De blusboten hebben als primaire taak ‘bron- en emissie bestrijding’. Om die reden hanteren we een gewenste opkomsttijd van 45 minuten zoals voorgesteld in het Handboek Incidentbestrijding op het water. Omdat het nu de enige vaartuigen zijn die we veilig kunnen inzetten op de Waal hebben we ook de 30 minuten-norm (voor redding) meegenomen. Concept dekkingsplan VRGZ
50
Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de twee blusboten:
Met deze optimale spreidingsvariant blijft de huidige spreiding gehandhaafd met twee blusboten, in Tiel en in Nijmegen. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, risico’s, incidenthistorie en de investeringen op het vlak van materieel en vakbekwaamheid afgewogen.
8.3.2 Motivering -
-
-
8.4
Ongeveer de helft van de Waal wordt bereikt binnen 30 minuten. Ongeveer driekwart binnen 45 minuten en ongeveer 90% binnen een uur. Slechts een klein deel wordt niet bereikt binnen het uur (vanaf Herwijnen tot aan de regiogrens met Zuid-Holland-Zuid). Een derde blusboot of het verplaatsen van de blusboot vanuit Tiel verder naar het westen is momenteel niet haalbaar. De redenen hiervoor zijn o.a. de hoge kosten van een derde blusboot (lease, huur of koop). Het verplaatsen van de blusboot in Tiel levert bemensingproblemen op (o.a. schippers) en daarmee een langere opkomsttijd en een beperktere inzetbaarheid van de blusboot. Ook de vakbekwaamheid van de nautische bemanning op een andere post dan Tiel en de beschikbaarheid van een geschikte ligplaats aan de Waal ten westen van Tiel zijn redenen waarom de huidige situatie de meeste optimale dekking biedt. Middels interregionale samenwerking kan er vraaggestuurd worden bijgedragen aan het realiseren van de gewenste opkomsttijden. Met de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid zijn afspraken gemaakt over de inzet van de blusboot Zuid-Holland gelegen in Dordrecht. Dit biedt voor het westelijk deel van de regio meerwaarde in geval wij als regio één blusboot inzetbaar hebben en deze dan in Nijmegen ligt.
Daarnaast kunnen we voor de incidentmelding ‘persoon te water’ in de Waal in het gebied stroomafwaarts vanaf Millingen a/d Rijn de brandweerhulpboot van Lobith (Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden) ter assistentie vragen.
Duikteam
Sinds begin 2022 werken we met dienstverleningsovereenkomsten tussen de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid en de Veiligheidsregio Brabant-Noord en de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, waarbij de duikteams uit respectievelijk Den Bosch en Arnhem worden Concept dekkingsplan VRGZ
51
gealarmeerd voor een duikinzet in onze regio. Bij een duikinzet op de Waal wordt in principe alleen gedoken binnen de zogenaamde kribvakken. Daarbuiten is de stroming vaak te sterk om een veilige duikredding uit te kunnen voeren.
8.4.1 Dekking Als professionele norm wordt vrijwel algemeen een richtwaarde van 15 minuten aangehouden voor duikteams (Geactualiseerde Visie op Waterongevallenbeheersing Brandweer 2023). Omdat we binnen onze eigen regio niet beschikken over duikteams hebben we overeenkomsten gesloten met twee buurregio’s. Om vanuit die regio’s een opkomsttijd te realiseren van 15 minuten in onze hele regio is onmogelijk. De gewenste opkomsttijd is bepaald op 30 minuten en daarmee is het mogelijk om binnen het ‘gouden uur’ middels een duikinzet een slachtoffer te kunnen redden. Daarbij kan een basiseenheid en een OR-team uit onze eigen regio al voorbereidende werkzaamheden uitvoeren om de duikinzet zo snel mogelijk te laten starten. Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de twee duikteams:
We blijven invulling geven aan de dienstverleningsovereenkomsten met de buurregio’s BrabantNoord en Gelderland-Midden en daarmee realiseren we een optimale spreiding. Daarbij is het enerzijds goed om de overeenkomsten te blijven evalueren en anderzijds om aandacht te blijven houden voor innovatieve ontwikkelingen die de incidentbestrijding onder water effectiever en veiliger kunnen maken. In 2024 willen we één van deze ontwikkelingen, de 'onderwaterdrone’, gaan inzetten en testen bij daadwerkelijke incidenten.
8.4.2 Motivering -
Op de Waal in Nijmegen worden de duikers uit Arnhem met regelmaat gealarmeerd. Met bovenstaande visualisatie is goed te zien dat de duikers daar snel ter plaatse zijn (<15 minuten). De rest van de regio wordt binnen 30 minuten afgedekt. Alleen bij het Eiland van Maurik wordt de gewenste opkomsttijd net niet gehaald met een overschrijding van maximaal drie minuten.
Concept dekkingsplan VRGZ
52
-
8.5
De landelijke visie van de Brandweer omschrijft als gewenste situatie een drietrapsaanpak, die bestaat uit een grijpredding, oppervlakteredding en duiken. Het laatste ook als ondersteuning voor het eigen personeel dat incidenten bestrijdt op het water. Door de formele afspraken met de andere veiligheidsregio’s heeft Brandweer Gelderland-Zuid een handelingsperspectief dat aan die aanpak voldoet.
Doorontwikkeling Incidentbestrijding op het water
Brandweer Gelderland-Zuid heeft de ambitie de toonaangevende regio op het gebied van scheepsvaartincidenten binnenwater en incidentbestrijding op het water te worden. Vanuit die hoedanigheid wordt er toegewerkt naar een regionale visie ‘Incidentbestrijding op het water’. Daarbij zijn we nadrukkelijk aangehaakt bij de uitwerking van de landelijke visie op scheepsincidentbestrijding (SIB). De landelijke visie richt zich op het risicobesef van incidenten op het water, waarbij de bestrijdingsmogelijkheden worden gestructureerd voor een effectieve en efficiënte gezamenlijke inzet van de regionale brandweer aangevuld met specialisten en/of specialistisch materiaal van het 'toekomstig' specialisme SIB. Daarnaast wordt er gekeken op welke wijze de brandweer in Nederland de komende periode tot 2030 invulling kan geven aan de ontwikkelingen op het gebied van scheepsincidentbestrijding binnen de afspraken van het bovenregionaal operationeel samenwerken. In het kader van de doorontwikkeling op scheepsincidentbestrijding en waterongevallenbestrijding in het algemeen leeft er een uitdrukkelijke wens om de vloot met brandweerhulpboten te vervangen en waar nodig te upgraden en standaardiseren. Dit is mede afhankelijk van de visie die op landelijk niveau door de vakgroep SIB wordt opgesteld.
De visie en de doorvertaling naar onze eigen regio kan ertoe leiden dat de brandweerhulpboten in de nabije toekomst nog verplaatst gaan worden. Ook de oppervlaktereddingstaak wordt verder ontwikkeld. De vakbekwaamheidsinspanning van de oppervlakteredders zal geïntensiveerd worden en daarnaast is het denkbaar dat ook het materieel verder doorontwikkeld wordt (denk aan andere hulpmiddelen en mogelijk een ander type voertuig om mee uit te rukken).
Concept dekkingsplan VRGZ
53
9 Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen (IBGS) In dit hoofdstuk komt de materieelspreiding van de verkenningseenheden, de gaspakeenheid chemiepak-eenheden, ontsmettingseenheid en de eenheden voor schuimblussing aan bod. In de landelijke visie IBGS wordt gesteld dat de regionale IBGS-organisatie afgestemd dient te zijn op het risicoprofiel. Ook zijn er geen vaste opkomsttijden meer, deze worden per regio gebaseerd op het regionaal risicoprofiel. Niet alle taken op het gebied van IBGS zijn taken voor de brandweer. Hoofdtaken zijn het redden van mens en dier, het beschermen van de leefomgeving en het beperken van blootstelling van mensen in de omgeving. In plaats van zelf lekkages te dichten en vloeistofplassen op te ruimen, zal de brandweer zich in de toekomst méér beperken tot het afdekken van plassen en het afdichten van lekkages om effecten naar de omgeving te kunnen beheersen. Stabilisatie van incidenten en opruimwerkzaamheden zullen bij incidenten met gevaarlijke stoffen worden uitbesteed aan externe (private) partijen of worden neergelegd bij de eigenaar van het terrein waar het incident op heeft plaats gevonden.
9.1
Verkenningseenheid
Het waarschuwen van de bevolking en het inschatten van de gezondheidsrisico’s in de acute fase van een incident is een taak van de brandweer. De verkenningseenheid draagt hieraan bij door informatie te verzamelen middels een verkenning, bijvoorbeeld door het verrichten van metingen. Op basis van de resultaten hiervan worden verdere acties uitgezet, zoals bijvoorbeeld het waarschuwen of alarmeren van de bevolking bij acuut gevaar. In de visie IBGS wordt niet meer gesproken van een meetplanorganisatie met meetploegen en een meetplanleider, maar van een verkenningseenheid met verkenningsploegen en een coördinator verkenningseenheid. De verkenningsploegen kunnen voor een breder pakket aan verkenningstaken ingezet worden dan alleen bij incidenten met gevaarlijke stoffen. Zij kunnen bijvoorbeeld ook ingezet worden bij stroomuitval, overstroming of natuurbrand.
9.1.1 Dekking Op grond van artikel 4.2.1 van het Besluit veiligheidsregio’s begint de eerste en afhankelijk van de aard van het ongeval een tweede, meetploeg binnen 30 minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de aangegeven meetlocatie. Afhankelijk van de aard van het ongeval begint een derde of een vierde meetploeg binnen 60 minuten na alarmering met de uitvoering van zijn taken op de aangegeven meetlocatie. Na analyse en afweging van spreidingsvarianten is gekozen voor een spreiding gebaseerd op zes verkenningseenheden. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met zes verkenningseenheden getoond:
Concept dekkingsplan VRGZ
54
Met deze optimale spreidingsvariant hebben de volgende zes posten een verkenningseenheid: Asperen, Druten, Geldermalsen, Groesbeek, Opheusden en Zaltbommel. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, regionale dekking, incidenthistorie en de investeringen op het vlak van vakbekwaamheid afgewogen.
9.1.2 Motivering -
9.2
Met deze optimale variant wordt de gehele regio afgedekt binnen de wettelijke opkomsttijden. Beuningen stopt met de uitvoering van deze taak, dit is mogelijk omdat de geografische afstand tussen Beuningen en Druten beperkt is en beide posten daarmee een grote overlap qua opkomstgebied hebben. Beuningen krijgt daarnaast de SBH als specialisme.
Gaspakeenheid
Volgens de visie IBGS is een gaspakinzet alleen nodig bij uitzonderlijke incidenten met gevaarlijke stoffen. Gaspakdragers zijn getraind om (nood)stabilisaties toe te passen bij incidenten, waarbij gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen en het noodzakelijk is om de lekkage te stabiliseren om zodoende de effecten naar de leefomgeving te beperken.
9.2.1 Dekking In Gelderland-Zuid wordt op basis van eerdere bestuurlijke besluitvorming en het regionaal risicoprofiel een opkomsttijd van 60 minuten aangehouden. Het gaspakkenteam wordt geformeerd vanuit de posten Asperen, Gameren en Kesteren. Post Geldermalsen levert de basisontsmettingseenheid (BOE) aangevuld met een tankautospuit. De dekking is gevisualiseerd op basis van de locatie van de BOE (post Geldermalsen). Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de gaspakeenheid:
Concept dekkingsplan VRGZ
55
Met deze optimale spreidingsvariant blijft de huidige spreiding van het gaspakkenteam gehandhaafd. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, regionale dekking, incidenthistorie, investeringen op het vlak van vakbekwaamheid en landelijke ontwikkelingen afgewogen. De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) heeft besloten om in de nabije toekomst landelijke steunpunten met gaspakkenteams in te gaan richten. Het biedt ruimte om middels een toekomstverkenning te beoordelen of het huidige model toekomstbestendig is voor de Brandweer in Gelderland-Zuid. Dit ook in relatie tot de interregionale werkafspraken, die binnen district Oost-5 zijn gemaakt om elkaar te kunnen ondersteunen met het leveren van gaspakdragers. In 2024 zal de toekomstverkenning met de betrokken posten en de taakgroep IBGS van start gaan.
9.2.2 Motivering -
-
9.3
In de landelijke visie IBGS is opgenomen dat de gaspakdragers binnen 120 minuten na alarmering moeten kunnen starten met de inzet. In Gelderland-Zuid wordt de bestuurlijk vastgestelde opkomsttijd van 60 minuten aangehouden, waarmee in heel de regio tijdig gestart kan worden met de gaspakinzet. Vanwege het complexe organisatiemodel in combinatie met het voornemen om in 2024 een toekomstverkenning op de gaspakinzet van Brandweer Gelderland-Zuid te gaan starten, zijn er voor nu geen alternatieven uitgewerkt.
Chemiepak-eenheid
Volgens de landelijke visie IBGS is een inzet in een chemiepak een specialisme en maakt het daarom geen onderdeel meer uit van de basisbrandweerzorg. De noodzaak om regionale chemiepakeenheden te hebben wordt geheel bepaald door het Risicoprofiel Brandweer Gelderland-Zuid. Momenteel is het specialisme verspreid over diverse posten en waaronder ook de posten die gaspakdragers leveren.
9.3.1 Dekking Er is voor de inzet van het chemiepak geen opkomsttijd in de Wvr vastgesteld of opgenomen in de visie IBGS. Het chemiepak is qua bescherming een gradatie lager dan het gaspak en wordt in basis toegepast, wanneer er inpandig een grijpredding gedaan moet worden bij een lekkage van een stof Concept dekkingsplan VRGZ
56
waarvan de stabilisatie in gaspak gedaan moet worden. Indien er sprake is van een korte blootstellingsduur mag in dat geval een redding gedaan worden met een chemiepak. De objecten waar deze incidenten kunnen plaatsvinden liggen in basis in de gebiedscategorie 3buurten. Daarmee wordt de gewenste opkomsttijd van 15 minuten aangehouden (referentiewaarde tankautospuit, gebiedscategorie 3). Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de zes chemiepak-eenheden:
Met deze optimale spreidingsvariant blijft de huidige spreiding gehandhaafd op de volgende posten: Asperen, Gameren, Kesteren, Nijmegen-Centrum, Nijmegen-West en Tiel. Hierbij zijn criteria zoals snelheid, risicolocaties, incidenthistorie en de toekomstverkenning op de gaspakinzet Brandweer Gelderland-Zuid afgewogen.
9.3.2 Motivering -
-
9.4
In 2018 zijn de chemiepak-eenheden vanuit een risicogerichte benadering in de regio gepositioneerd. Daarbij is ook gekeken naar efficiënte bedrijfsvoering: gaspakdragers kunnen ook eenvoudig vakbekwaam blijven als chemiepakdragers. De toekomstverkenning op de gaspakinzet Brandweer Gelderland-Zuid start in 2024 en deze kan tot een heroverweging op de spreiding van de chemiepak-eenheden leiden.
Ontsmettingseenheid
In de Wvr is opgenomen dat de brandweer verantwoordelijk is voor het verrichten van ontsmetting van hulpverleners en burgers bij incidenten met gevaarlijke stoffen. Vanuit die hoedanigheid heeft Brandweer Gelderland-Zuid de beschikking over een basisontsmettingseenheid (BOE). De BOE (haakarmbak) wordt ondersteund door een tankautospuit en kan als eenheid zelfstandig worden ingezet voor ontsmetting. Daarnaast maakt de BOE onderdeel uit van het gaspakkenteam.
9.4.1 Dekking De opkomsttijd van de BOE wordt door brandweer Gelderland-Zuid zelf bepaald en is afhankelijk van het regionale risicoprofiel. Als onderdeel van het gaspakkenteam wordt voor de BOE in Gelderland-
Concept dekkingsplan VRGZ
57
Zuid op basis van eerdere bestuurlijke besluitvorming en het regionaal risicoprofiel een opkomsttijd van 60 minuten aangehouden. Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de BOE:
Vooralsnog is er geen reden om de BOE op een andere post te plaatsen. Wel is er op landelijk niveau besloten om in de nabije toekomst landelijke steunpunten met gaspakkenteams in te gaan richten. Het biedt ruimte om een toekomstverkenning te starten of het huidige model, waar de BOE onderdeel van uitmaakt, toekomstbestendig is voor Gelderland-Zuid. In 2024 zal de toekomstverkenning met de betrokken posten en de taakgroep IBGS van start gaan.
9.4.2 Motivering -
9.5
De hele regio wordt binnen 60 minuten afgedekt vanuit post Geldermalsen. De huidige locatie van de BOE is deels gebaseerd op de posten die momenteel onderdeel uitmaken van het gaspakkenteam. Omdat daarin geen wijzigingen plaatsvinden, maar wel een toekomstverkenning wordt opgestart, is het niet wenselijk om op dit moment voor de BOE een andere locatie te kiezen. De toekomstverkenning op de gaspakkeneenheid is leidend en kan in te toekomst tot een heroverweging op de locatie van de BOE leiden.
Schuimblussing
In de visie IBGS wordt het belang van een goede dekking met schuimbluseenheden in de regio benadrukt. Er wordt gebruik gemaakt van een schuimbluseenheid om de effecten van incidenten met brandbare, giftige en/of bijtende stoffen te beheersen en beperken. De schuimblushaakarmbakken (SBH’s) in de regio zijn daarmee van belangrijke meerwaarde voor het maatgevend scenario op de Betuweroute, waarbij een vloeistoflekkage van een spoorketelwagon moet worden afgedekt. Daarnaast zijn deze eenheden uiteraard ook van meerwaarde voor een schuiminzet op bijvoorbeeld een auto(snel)weg of bij een industriepand. Naast de schuiminzet kan een SBH ook worden ingezet als waterwagen.
Concept dekkingsplan VRGZ
58
9.5.1 Dekking Er is geen wettelijke basis voor de schuimbluseenheden. Voor de Betuweroute is de gewenste opkomsttijd 20 minuten. Voor de overige objecten/gebieden is voor schuimblussing geen opkomsttijd bepaald. Na analyse en afweging van spreidingsvarianten is gekozen voor de onderstaande spreidingsvariant. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met drie eenheden voor schuimblussing getoond:
Met deze optimale spreidingsvariant hebben de volgende drie posten in de nieuwe situatie een eenheid voor schuimblussing: Beesd, Beuningen en Ochten. Hierbij zijn criteria als snelheid, risico’s, regionale dekking, incidenthistorie en de spreiding van andere specialismen op de betrokken posten afgewogen.
9.5.2 Motivering -
Gezien de gunstige dekking voor het optreden op de Betuweroute is er op dit moment geen reden om de SBH’s in Beesd en Ochten te verplaatsen. Nijmegen-West laat, vanwege een beroepsbezetting, een betere dekking zien in het oostelijk deel van de regio. Op Nijmegen-West wordt echter al een redvoertuig geplaatst. De dekking in het uiterste oosten van de regio wordt iets minder, gezien de verschuiving van Nijmegen-West naar Beuningen. In deze gebieden is de kans op een schuiminzet echter laag, omdat daar geen inrichtingen zijn waar een schuiminzet wordt verwacht. Dit geldt ook voor de lagere intensiteit van verkeersbewegingen met brandbare en gevaarlijke stoffen. De dekking voor de industriegebieden, transportroutes met PAGindicatie en de spoorverbindingen blijft echter afdoende.
Concept dekkingsplan VRGZ
59
10 Overige taken In dit hoofdstuk komt de materieelspreiding van de 25kV-veiligheidstesters, de logistieke organisatie en de veeredteams aan bod.
10.1 25kV-veiligheidstesters De 25kV-eenheden worden in de VRGZ alleen ingezet op de Betuweroute. Deze eenheden controleren of de spanning van de bovenleiding af is bij incidenten op en rond het spoor. De brandweer voert deze taak uit op basis van afspraken tussen ProRail en de veiligheidsregio’s langs het tracé van de Betuweroute en de Hogesnelheidslijn.
10.1.1 Dekking Er is geen wettelijke opkomsttijd vastgelegd voor de 25kV-eenheden. In de overeenkomst met ProRail is een opkomsttijd vastgelegd van 15 minuten en indien dit redelijkerwijs niet haalbaar is, mag een opkomsttijd van 20 minuten worden gehanteerd. De Betuweroute is bereikbaar via vaste aanrijdlocaties en hierop is de dekking gebaseerd. Hieronder wordt de nieuwe regionale dekking met drie 25 kV-eenheden getoond:
Met deze optimale spreidingsvariant hebben de volgende drie posten in de nieuwe situatie een 25kV-eenheid: Buren, Dodewaard en Herwijnen. Hierbij zijn criteria als snelheid, risico’s, totale dekking op de Betuweroute, incidenthistorie en de spreiding van andere specialismen op de betrokken posten afgewogen.
10.1.2 Motivering -
-
Met de drie 25kV-eenheden halen we een opkomsttijd van 15 minuten op minimaal 95% van de Betuweroute. Binnen 18 minuten wordt de gehele Betuweroute in onze regio bereikt. Dit sluit aan op de dekkingsverplichting die we op basis van de overeenkomst hebben. Post Beesd stopt in de nieuwe situatie met deze taak, omdat deze post de meeste overlap in dekking had met enerzijds Herwijnen en anderzijds Dodewaard.
Concept dekkingsplan VRGZ
60
10.2 Veeredteams Redden van dieren uit onder andere gierkelders is specialistenwerk. Het redden van dieren uit gierkelders is geen alledaags werk en het is belangrijk dat de taak bij een post wordt belegd waar voldoende brandweervrijwilligers werken die werkzaam zijn in of affiniteit hebben met de agrarische sector. De teams beschikken over kennis en materialen om dieren uit (gier)kelders en putten te kunnen takelen. De afgelopen jaren zijn de posten voorzien van nieuwe middelen om de taak uit te kunnen voeren.
10.2.1 Dekking Voor de inzet van het veeredteam is geen gewenste opkomsttijd bepaald. De veehouderijen zijn in basis de risicolocaties voor deze taak en deze zijn verspreid in de regio aanwezig (meer in het midden en westen van de regio ten opzichte van het oostelijk deel). Hieronder een visualisatie van de regionale dekking van de drie veeredteams:
Met deze optimale spreidingsvariant worden er geen veranderingen voorgesteld en daarmee blijven de drie posten met een veeredteam ongewijzigd: Beesd, Buren en Opheusden. Hierbij is met name gekeken naar de incidenthistorie.
10.2.2 Motivering -
Er is geen gewenste opkomsttijd bepaald voor deze taak en daarnaast ligt de inzetfrequentie van deze taak in het oostelijk deel van de regio erg laag. Op basis hiervan is er geen reden om de huidige spreiding van de drie eenheden te heroverwegen.
10.3 Logistiek en Ondersteuning Het specialisme logistiek en ondersteuning bestaat uit de volgende drie onderdelen: -
Logistiek/verzorging (eten en drinken); Verzorgingsunit/kantine en sanitaire voorziening (onderdak en toilet); Ademlucht en arbeidshygiëne.
Concept dekkingsplan VRGZ
61
Bij een groot of langdurig incident kunnen deze taken, afzonderlijk van elkaar, aangevraagd worden. In de uitwerking is daarom, daar waar nodig, onderscheid gemaakt tussen deze drie taken. We onderscheiden binnen de VRGZ ‘logistiek klein’ en ‘logistiek groot’. Logistiek klein betreft alleen logistiek/verzorging (eten en drinken). Bij logistiek groot wordt dit aangevuld met de verzorgingsunit/kantine en de sanitaire voorziening. Ademlucht en arbeidshygiëne worden los van deze taken aangevraagd.
10.3.1 Dekking Ademlucht & Arbeidshygiëne In GBO is voor ademlucht een opkomsttijd van 30 minuten opgenomen. In 2018 heeft het BMT besloten om deze opkomsttijd op te hogen naar 45 minuten. Arbeidshygiëne valt onder nazorg en vandaaruit is deze taak niet gebonden aan een opkomsttijd. Hieronder wordt de verdeling van de regionale dekking vanuit de twee posten, Brakel en Wijchen, getoond:
10.3.2 Motivering Ademlucht & Arbeidshygiëne De overwegingen die ten grondslag lagen aan de plaatsing van dit specialisme zijn onveranderd en geven geen aanleiding om de locaties van plaatsing van dit specialisme te herzien. Voor ademlucht en arbeidshygiëne wordt voor gebied Oost post Wijchen gealarmeerd. Voor gebied West is dat post Brakel. Indien er behoefte is aan meer ademlucht dan waarin één post (Wijchen of Brakel) kan voorzien, kan worden opgeschaald naar een tweede voertuig. Vraagt een incident om meer cilinders, dan is er een mogelijkheid dat een van de voertuigen gaat pendelen tussen de incidentlocatie en één van de ademluchtservicecentra (Nijmegen-West of Tiel). Dit om de continuïteit van de inzet te kunnen borgen.
10.3.3 Dekking Eten & Drinken De verzorgingstaak wordt uitgevoerd door de Reddingsbrigade Culemborg, die uitrukt vanaf post Culemborg. De verzorgingsploeg kan vanaf post Culemborg in het overgrote deel van de veiligheidsregio binnen 60 minuten ter plaatse zijn. Hieronder wordt de regionale dekking weergegeven van de verzorging vanuit Culemborg: Concept dekkingsplan VRGZ
62
10.3.4 Motivering Eten & Drinken De huidige situatie wordt gehandhaafd. In 2024 gaat er een toekomstverkenning starten op de huidige logistieke organisatie en vanuit die hoedanigheid zijn er nu geen andere varianten onderzocht. De herziening van de logistieke taak kan tot aanpassingen van de huidige situatie leiden. De procedure Logistiek wordt op het vlak van verzorging (eten en drinken) momenteel herzien en zal voor input zorgen voor de toekomstverkenning.
10.3.5 Dekking Verzorgingsunit (Kantine) Voor de logistiek/verzorging en de verzorgingsunit/kantine en toiletaanhanger is de opkomsttijd vanuit het GBO vastgesteld op 60 minuten. Hieronder wordt de regionale dekking weergegeven van de verzorgingsunit/kantine vanuit Beusichem:
Concept dekkingsplan VRGZ
63
10.3.6 Motivering Verzorgingsunit (Kantine) De verzorgingsunit/kantine wordt gealarmeerd bij opschaling naar ‘logistiek groot’ of wanneer daar specifiek om gevraagd wordt. Het transport van de verzorgingsunit wordt verzorgd door post Beusichem. Vanwege de decentrale ligging in de regio zal de opkomsttijd in het oostelijk deel van de regio langer zijn dan in het westelijke deel, maar de verzorgingsunit is in het overgrote deel van de regio binnen 60 minuten na alarmering ter plaatse. Een kleine overschrijding is daarbij vanuit repressief oogpunt acceptabel, omdat de verzorgingsploeg in bijna alle gevallen al ter plaatse is met hun faciliteiten, waardoor de verzorging al opgestart kan worden.
Concept dekkingsplan VRGZ
64
11 Doorkijk De handreiking om te komen tot een dekkingsplan bestaat uit zeven processtappen en daarmee kan de brandweer cyclisch de inrichtingsfase en uitvoeringsfase van het dekkingsplanproces doorlopen. In dit rapport zijn de eerste drie fasen uitgewerkt en hieronder volgt een korte beschrijving van fase vier tot en met zeven.
11.1 Processtap 4 - Dekkingsplan vaststellen De brandweer legt het uiteindelijke dekkingsplan ter besluitvorming voor aan het algemeen bestuur, vraagt het dekkingsplan vast te stellen en daarmee opdracht te verlenen tot uitvoering. Het resultaat is een bestuurlijk vastgesteld dekkingsplan, inclusief de opdracht tot uitvoering door de brandweer.
11.2 Processtap 5 - Uitvoering bijstellen Het vastgestelde dekkingsplan vormt het vertrekpunt voor de uitvoering (herpositionering van voertuigen). Hiervoor zal een implementatieplan moeten worden opgesteld en uitgevoerd. Het resultaat is een repressieve brandweerorganisatie die volgens de afspraken in het dekkingsplan is ingericht.
11.3 Processtap 6 - Dekking uitvoeren De brandweer richt zich op de realisatie van de gemaakte prestatieafspraken en de uitvoering van de dekking. Tijdens de uitvoering registreert de brandweer de gerealiseerde dekking volgens de rekenvoorschriften van de landelijk uniforme systematiek. Vanuit het thema Incidentbestrijding gaan we meer investeren in het informatiegestuurd werken en deze processtap maakt daar een belangrijk onderdeel van uit.
11.4 Processtap 7 - Uitvoering beoordelen De brandweer beoordeelt de dekkingsprestatie bij inmiddels bestreden incidenten met als doel de uitvoering te beoordelen. De beoordeling wordt gebruikt om te leren, cyclisch te verbeteren en verantwoording af te leggen aan het bestuur. Indien nodig stelt de brandweer op basis van de inzichten de uitvoering en/of inrichting van de dekking bij. Hiermee start een nieuwe dekkingsplancyclus (zie onderstaande ter illustratie).
Concept dekkingsplan VRGZ
65
Bijlage 1 Aandachtsobjecten met overschrijding van de opkomsttijd (bandbreedte) Gemeente
Plaats
Straat
Toevoeging
Huisnr
Postcode
Omschrijving
Opkomsttijd
Tijd buiten bandbreedte buiten kantoortijden
Tijd buiten bandbreedte tijdens kantoortijden
Berg en Dal Berg en Dal
Beek
Nieuwe Holleweg
12
6573DX
Gebouwen voor niet-zelfredzame personen
11:34
01:34
01:34
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
13 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
8 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
15 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:38
00:38
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
7 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:47
00:47
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
1 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:38
00:38
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
11 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
16 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:38
00:38
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
2 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:49
00:49
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
10 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
12 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
6 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:47
00:47
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
3 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:48
00:48
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
14 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:38
00:38
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
4 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:48
00:48
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
5 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:47
00:47
00:39
Berg en Dal
Beek
Rijksstraatweg
193
9 6573CR
Woonfunctie portiekwoningen
10:39
00:39
00:39
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 G4
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:16
01:16
01:16
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 G8
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:02
01:02
01:02
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 G1
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:17
01:17
01:17
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 R121
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
10:21
00:21
00:21
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 G13
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:09
01:09
01:09
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 B114
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:01
01:01
01:01
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 B102
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:15
01:15
01:15
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6 G5
6573BV
Woonfunctie Portiekflats
11:15
01:15
01:15
Berg en Dal
Beek
Verbindingsweg
6
6573BV
Gebouwen voor niet-zelfredzame personen
11:17
01:17
01:17
Concept dekkingsplan VRGZ