Bruchem, Kolkweg 1 Toelichting
Tekst van het document
Om te bezien of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor kleine marterachtigen is een aanvullend onderzoek uitgevoerd door Blom Ecologie. De rapportage van dit onderzoek d.d. 31 mei 2021 met kenmerk BE/2021/302 is als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit dit onderzoek volgt dat de aanwezigheid van kleine marterachtigen uitgesloten kan worden. Dit wordt onderbouwd door de afwezigheid van waarnemingen en sporen. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling is ten aanzien van kleine marterachtigen geen sprake van overtreding van de Wet natuurbescherming.
25
Conclusie Vanuit het oogpunt van de Wet Natuurbescherming bestaan er geen belemmeringen voor dit initiatief. 4.4 Niet-gesprongen Conventionele Explosieven Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Tot op heden worden bij grond- en waterwerkzaamheden nog nagenoeg dagelijks niet-gesprongen conventionele explosieven gevonden. Ook in en boven de Bommelerwaard hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog allerlei oorlogshandelingen plaatsgevonden waarbij niet tot ontploffing gekomen explosieven en munitie is achtergebleven. Onder Conventionele Explosieven (CE) wordt verstaan: elk explosief dat niet als geïmproviseerd, nucleair, biologisch of chemisch kan worden aangemerkt. CE worden ook wel aangeduid als NietGesprongen Explosieven (NGE). Volgens een mondiale, militaire inschatting is van al het materieel dat gedurende de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) verschoten of afgeworpen is, ondergronds 10% en onder water 15% niet tot ontploffing gekomen. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de werknemers en de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Werkgevers zijn volgens ARBO-wetgeving verantwoordelijk voor het veilig kunnen uitvoeren van werkzaamheden door werknemers binnen onze gemeente.
Daarom zijn zij verplicht om bij ruimtelijke ontwikkelingen historisch vooronderzoek te doen om de kans op de aanwezigheid van niet gesprongen CE met zekerheid te kunnen uitsluiten. In 2016 heeft de gemeente Zaltbommel een historisch vooronderzoek en explosievenkansenkaart voor de gehele gemeente laten opstellen. Op deze kaart zijn alle risicogebieden of wel ‘verdachte’ gebieden op het gebied van niet gesprongen CE aangegeven.
Uitsnede Explosievenkaart Bommelerwaard
26
Planspecifiek Voorgaande afbeelding toont een uitsnede van de Explosievenkansenkaart Bommelerwaard van 10 juni 2016. Op basis van deze kaart bevindt de projectlocatie zich in een gebied met kans op nietgesprongen conventionele explosieven. In het kader van de uitvoering van de werkzaamheden zal hierover worden afgestemd met de uitvoerende partij en zal bepaald worden of hiernaar voorafgaand de werkzaamheden onderzoek wordt gedaan. Conclusie Niet gesprongen explosieven vormen geen belemmering voor deze ontwikkeling. 4.5 Water en riolering Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), vormt het hele proces van informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving in het bestemmingsplan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Deze paragraaf gaat daar nader op in. Via de ‘De Digitale Watertoets’ (www.dewatertoets.nl) kan een automatisch gegenereerd advies worden opgevraagd waaruit blijkt of overleg met het waterschap noodzakelijk is.
Wanneer het plan uit deze toets het advies 'geen belang' krijgt, hoeft het plan niet meer aan het waterschap voorgelegd te worden. Wateropgave Voor plannen met meer dan 500 m2 extra verharding in stedelijk gebied en meer dan 1.500 m2 verharding in landelijk gebied is compenserende waterberging nodig. Om te voorkomen dat particulieren voor kleine voorzieningen zoals serres, tuinschuurtjes een enkele woning, moeten compenseren geldt voor particulieren een eenmalige vrijstelling van de compensatieplicht van 500 m2 voor stedelijk gebied en 1.500 m2 voor landelijk gebied. Als gevolg van deze ontwikkeling wordt de vrijstellingsgrens overschreden. Als gevolg van de beoogde bedrijfsbestemming neemt de oppervlakte aan verharding met 8659 m2 toe. Op grond van het beleid van het waterschap geldt dat bij een toename van het verhard oppervlak een taakstellende bergingscapaciteit van 436 m3 per hectare. De taakstellende bergingsopgave bedraagt daarmee (8.659/10.000) * 436 = 378 m3 (naar boven afgerond). Bij berging in een oppervlaktewaterlichaam in het gebied, resulteert dit in een oppervlak van 1259 m2, uitgaande van een maximaal toelaatbare peilstijging van 30 cm. De benodigde watercompensatie wordt gerealiseerd door aan de noordzijde van de bedrijfslocatie een nieuwe watergang te realiseren. Tevens wordt aan de oostzijde van de bedrijfslocatie de aanwezige watergang verbreed.
Omdat deze watergang in eigendom en beheer is van de gemeente, heeft over de laatstgenoemde verbreding heeft overleg plaatsgevonden met de gemeente. De gemeente heeft in beginsel geen bezwaren tegen deze verbreding. Eén en ander is ook weergegeven op de onderstaande inrichtingstekening en de profiele van de nieuwe en te verbreden watergang. Naar aanleiding van het overleg met het waterschap over voorliggend bestemmingsplan zijn in regels gebruiksregels opgenomen om te voorkomen dat meststoffen in de bodem komen.
27
Watergangen Er ligging geen waterkeringen met bijbehorende beschermingszones of persleidingen in het gebied. Ten westen van het gebied bevindt zich een b-watergang met zonering. Deze watergang wordt niet aangetast met deze ontwikkeling. Riolering De ontwikkeling wordt aangesloten op de bestaande riolering. Conclusie Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect water geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. 4.6 Verkeer en parkeren Planspecifiek De beoogde situatie brengt verkeersbewegingen teweeg. Op basis van de beoogde situatie zijn dit per werkdag: - 25 vrachtverkeersbewegingen; - 32 autoverkeersbewegingen.
28
De nieuwe ontsluiting op de Parallelweg en de nabijgelegen N322 en A2 zijn toereikend om te voorzien in de afwikkeling van deze verkeersbewegingen. De gemeente Zaltbommel bereidt momenteel een snelfietsverbinding tussen Zaltbommel en Den Bosch voor. Het traject van deze verbinding loopt via de Parallelweg. De nieuw beoogde ontsluiting van de bedrijfslocatie op Kolkweg 1 kruist deze verbinding. De verdere uitwerking van de bedrijfsontsluiting zal in samenspraak met de gemeente plaatsvinden, zodat rekening wordt gehouden met de belangen van de snelfietsverbinding. Dit plan brengt geen extra parkeerbehoefte teweeg. Op het perceel is voldoende ruimte om te voorzien in de huidige parkeerbehoefte. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling van de woning. 4.7 Leidingen Planspecifiek Binnen het plangebied bevinden zich geen leidingen die planologisch relevant zijn. Conclusie Binnen dit bestemmingsplan zijn geen relevante leidingen met bijbehorende beschermingszones opgenomen. 4.8 Klimaat Bij de realisatie van het bedrijfspand en de inrichting van het perceel wordt rekening gehouden met ruimtelijke (klimaat) adaptatie. Ook wordt met de realisatie van nieuw groen mede getracht bij te dragen aan het verminderen van hittestress.
4.8 Duurzaamheid Het voorgenomen bedrijfspand wordt uitgevoerd en waar mogelijk zal toepassing worden gegeven aan duurzame oplossingen, onder andere in het kader van energieverbruik. Hierbij kan worden gedacht aan de plaatsing van zonnepanelen, vloerverwarming en -verkoeling en het gebruik van aardwarmte en/of restwarmte.
29
5.
Juridische planopzet
5.1 Vormgeving 5.2 Bestemmingen De bestemmingen zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. Samen geeft dit de regels voor gebruik en bebouwing van de grond. De bestemmingen worden hierna besproken. Het plangebied is bestemd als “Bedrijf” en “Agrarisch”. De regels van het nu geldende bestemmingsplan “Buitengebied” zijn van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat op de locatie een groothandel in meststoffen is toegestaan en dat de toegestane oppervlakte aan bebouwing maximaal 4.000 m2 bedraagt. 5.3 Verbeelding De verbeelding is getekend op een digitale kadastrale ondergrond. 5.4 Handhaving Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving houdt in elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet.
Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles. Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet.
De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels. Vertaling naar bestemmingsregeling In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de actuele maatschappelijke behoefte voor wat betreft bouwen en gebruik. Vervolgens is door middel van het opnemen van diverse flexibiliteitsbepalingen (algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingen) in voldoende mate ingespeeld op eventuele
30
toekomstige ontwikkelingen. De verbeelding, de regels en de toelichting zijn zodanig op elkaar afgestemd dat interpretatie- en uitvoeringsproblemen zo veel mogelijk worden voorkomen, en, dat zodoende handhavingssituaties worden voorkomen.
31
6.
Uitvoerbaarheid
6.1 Economisch De gemeente is volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om kostenverhaal toe te passen bij: a. de bouw van een of meer woningen; b. de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen; d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto-vloeroppervlakte bedraagt; f. de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Hiervoor dient een exploitatieplan vastgesteld te worden, tenzij het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Het kostenverhaal is anderszins geregeld als de gemeente Zaltbommel met ontwikkelaar een anterieure overeenkomst heeft gesloten. De gemeente Zaltbommel en de initiatiefnemer hebben in het kader van dit plan een anterieure overeenkomst gesloten met betrekking tot de financiële afhandeling van het plan. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt aangaande de realisatie van de plannen en het verhalen van ambtelijke kosten.
Het vaststellen van een exploitatieplan is derhalve niet meer nodig; het kostenverhaal is namelijk anderszins verzekerd. 6.2 Maatschappelijk Vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegezonden aan diverse instanties in het kader van het vooroverleg. Tegelijkertijd is het plan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegd in het kader van de inspraak.
32