Brief Programmabegroting 2026 van het Regionaal Archief Rivierenland van 26 maart 2025
Tekst van het document
Aan de Griffies van de gemeenten Buren, Culemborg, West Betuwe, Maasdriel, Neder-Betuwe, Zaltbommel, Tiel
Datum: 26 maart 2025 0ns kenmerk: 1628-29303 Onderwerp: Programmabegroting 2026 en Meerjarenraming 2027-2029
Geachte raadsleden, geachte collegeleden, Bijgaand ontvangt u de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 van het Regionaal Archief Rivierenland ter zienswijze. De begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 geven inzicht in onze opgave voor de komende jaren voor zowel ons programmaplan als ook financieel. Onderstaand een kort resume, voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. Graag ontvangen wij uw zienswijze op onze programmabegroting binnen de wettelijk gestelde termijn van 12 weken, zodat we de mogelijkheid hebben om deze informatie te gebruiken bij het bespreken en vaststellen van de begroting in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 10 juli 2025.
Uitgangspunten Voor het opstellen van de programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 zijn zoals gebruikelijk de financiële- en beleidskaders gehanteerd uit onze kaderbrief van 28 november 2024, inclusief de beantwoording op de ingediende zienswijze van de deelnemende gemeenten. Daaraan toegevoegd is het normen- en toetsingskader voor de toetsing van de rechtmatigheid. Beleidskaders en het normen- en toetsingskader rechtmatigheid De begroting is opgesteld op basis van de kaders en normen zoals opgenomen in onze kaderbrief van 28 november 2024. Tijdens het opstellen van de begroting is er een planning gemaakt voor het evalueren van het beleidsplan 2022-2025 en het opstellen van het nieuwe beleidsplan 2026-2029. Voor alsnog is in begroting 2026 huidige beleidslijn voortgezet. De geactualiseerde Archiefwet, die naar alle waarschijnlijkheid ingaat op 1 juli 2026, stelt eisen aan duurzame huishouding bij de gemeenten en heeft invloed op de taakuitoefening door het RAR. De
exacte impact van deze aanpassingen hopen we in de loop van 2025 in kaart te kunnen brengen en zal naar verwachting geringe invloed hebben op de personeelsbezetting bij het RAR. Financiële kaders Indexering Voor de begroting 2026 wordt uitgegaan van het prijsniveau van de vastgestelde begroting 2025 en indexatie conform de inflatiecijfers IMOC van het CPB. Hierbij wordt rekening gehouden met eventuele correctie van indexatie in 2025. Deze uitgangspunten en systematiek van indexatie zijn in lijn met de afspraken tussen de gemeenschappelijke regelingen (GR-en) in de regio Rivierenland en de controllers van de gemeenten. Voor de inwonersaantallen wordt gerekend met de gegevens van het CBS met peildatum 1 januari 2025. En voor de meerjarenraming worden indexaties gehanteerd uit de septembercirculaire van 2025. Structurele besparingsscenario’s De financiën van een deel van onze deelnemende gemeenten staan momenteel onder druk. De gemeenten vragen aan alle GR-en, waaronder het RAR te komen met scenario’s voor structureel besparingen die bijdrage aan deze financiële uitdagingen. Het gehanteerde (financiële) kader bij deze scenario’s betreft een lagere gemeentelijke bijdrage van 1,5% in de begrotingsjaren 2026 en 2027 ten opzichte van de begroting 2025, oplopend naar een 3,0% lagere gemeentelijke bijdrage vanaf 2028.
Bij de uitwerking van de begroting richten we ons op het in de kaderbrief gepresenteerde scenario, namelijk: een verlaging van gemeentelijke bijdrage door het genereren van meer inkomsten. Dit is tevens één van de suggesties die door sommige gemeenten is meegegeven. De argumentatie voor dit scenario is opgenomen in de programmabegroting 2026. Hieronder een overzicht van de reeds begrote bezuiniging in 2025 (1,0%) en tevens per jaar de begrote verlaging in de gemeentelijke bijdrage door het in de kaderbrief gepresenteerde scenario: een verlaging van gemeentelijke bijdrage door het genereren van meer inkomsten. Gemeentelijke bijdrage
2025
2026
2027
2028
2029
Als referentie: De begroting 2025 bij het alleen doorvoeren van de indexaties.
€ 2.968.691
€ 3.094.174
€ 3.178.203
€ 3.336.397
€ 3.430.149
Begroting RAR
€ 2.939.408
€ 3.047.915
€ 3.131.668
€ 3.235.670
€ 3.430.857
Gerealiseerde verlaging in gemeentelijke bijdrage
€
€
€
€
€
Procentuele verlaging t.o.v. begroting 2025 bij alleen indexatie
-29.283
-1,0%
-46.259
-1,5%
-46.535
-1,5%
-100.727
-3,0%
Met deze uitwerking kunnen we voldoen aan de gestelde (financiële) kaders van de gemeenten zonder aantasting van onze wettelijke taken en met een beperkte impact op onze dienstverlening.
Pagina 2 van 5
708
0,0%
Programma Het beleidsplan 2022-2025 van het Regionaal Archief Rivierenland is nog steeds leidend geweest bij het opstellen van het programmaplan. De speerpunten en prioriteiten uit dit beleidsplan zijn opgenomen in het programmaplan 2026. Extra vermeldenswaardig is de stand van zaken omtrent gedigitaliseerde bestanden. In 2026 hopen we de meeste kernbestanden volledig te hebben gedigitaliseerd. We werken gestaag door aan het ontsluiten van archieven en collecties. Eveneens in 2026 is het afronden van het uitplaatsingstraject van archieven van gemeenten via BvoWB gepland. Daarmee zullen 5 van de 7 gemeenten gebruik maken van het e-depot van het RAR. We hopen in 2026 de eerste videotules van gemeenten op te nemen in ons e-depot. In 2026 staat ook de volledige vernieuwing van onze website gepland, die voor het RAR de ruggengraat vormt voor alle onderzoeken en het beheer van archieven. Onze aandacht zal in 2026 eveneens uitgaan naar het bieden van ondersteuning aan gemeenten, GR-en en het Waterschap bij de implementatie van de nieuwe Archiefwet. Daarnaast zal er de nodige aandacht worden besteed aan het aangaan en de realisatie van het nieuwe Erfgoed- en Cultuurpact.
Baten en lasten In de vertaling van dit programma naar onze baten en lasten hebben we, net als in 2025, opnieuw kritisch gekeken naar mogelijkheden om de gemeentelijke bijdrage te verlagen. De door de deelnemende gemeenten gevraagde verlaging van de gemeentelijke bijdrage met 1,5% in 2026 en 2027, oplopend naar 3,0% in 2028, wordt gerealiseerd in het door ons onderbouwde en uitgewerkte scenario. Dit scenario houdt in dat de verlaging van de gemeentelijke bijdrage wordt bereikt door het genereren van extra inkomsten. Mede door de extra inkomsten, verspreid over de jaren 2026-2028, kunnen wij voldoen aan de gestelde (financiële) kaders zonder dat dit ten koste gaat van onze wettelijke taken en met beperkte impact op onze dienstverlening. Hierdoor zien we een beperkte stijging van de bijdrage per inwoner van € 0,39 ten opzichte van 2025, welke volledig het gevolg is van de indexaties en de stijging van de lonen.
Bijdrage per inwoner De bijdrage voor de begroting 2026 bedraagt € 12,88 per inwoner. De stijging ten opzichte van 2025 bedraagt 3,15%. Deze stijging van € 0,39 per inwoner is volledig het gevolg van de indexaties in kostenbudgetten en loonstijgingen. Hieronder het overzicht van de bijdrage per gemeente op basis van het aantal inwoners. Gemeente Inwoneraantal Inwoner1-1-2025 bijdrage 2026 27.978 € Buren 360.464 30.281 Culemborg € 390.135 26.289 Maasdriel € 338.703 25.781 € Neder-Betuwe 332.158 42.575 € Tiel 548.529 53.253 € West Betuwe 686.103 30.412 € Zaltbommel 391.823 Totaal 236.569 € 3.047.915
Pagina 3 van 5
Meerjarenraming 2027-2029 De verwachte ontwikkeling voor de komende jaren van de totale lasten is, op basis van de huidige inzichten, hieronder opgenomen voor de jaren 2027-2029. Lasten Te verdelen
2025 2026 2027 2028 2029 € 2.939.408 € 3.047.915 € 3.131.668 € 3.235.670 € 3.430.857
De meerjarenraming 2027-2029 laat de ontwikkeling zien in de totale lasten. Uitgaande van de inwonersaantallen per 1-1-2025 is hiermee tevens een raming af te geven van de verwachte bijdrage per inwoner vanaf 2026. Inwonerbijdrage per inwoner
2025 € 12,49
2026 € 12,88
2027 € 13,24
2028 € 13,68
2029 € 14,50
stijging tov voorgaand jaar
2,75%
3,15%
2,75%
3,32%
6,03%
Aandachtspunten financieel Bij het opstellen van de begroting zijn enkele aannames en uitgangspunten gemaakt. Deze keuzes brengen bepaalde risico’s met zich mee, die we niet onbenoemd willen laten. Hieronder worden de betreffende onderdelen, de bijbehorende risico’s en de onderbouwing van de gemaakte keuzes toegelicht. Personeelskosten De personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2026 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie en personeelsplanning per maart 2025 (ten tijde van het opstellen van de begroting). De samenstelling van ons personeelsbestand is een mix van zeer ervaren en deskundige medewerkers, gecombineerd met een grotere groep jonge talenten. Dit brengt met zich mee dat dit jonge personeelsbestand potentieel veel ruimte heeft voor groei, wat als consequentie financiële groei kan hebben. Gezien de financiële situatie van onze gemeenten en het beroep dat op ons is gedaan, hebben wij onze personele kosten zeer behoudend begroot en daarmee niet op het maximale niveau van de salarisschalen. In reguliere zin is dit ook niet nodig. Echter, in deze uitdagende arbeidsmarkt met veel personeelsverloop kan dit enige kwetsbaarheid met zich meebrengen bij het opvullen van vacante posities. Energiekosten Jaarlijks wordt gas en elektriciteit ingekocht door onze mede-gebouweigenaar Thius.
Thius koopt energie groot in voor al haar panden, wat schaalvoordelen oplevert. Het RAR kan hiervan profiteren, aangezien we gezamenlijk een energiecontract voor ons gebouw hebben. Het jaarlijks inkopen van energie is echter ook kwetsbaar en biedt geen garantie voor het jaar erop. In 2023 stegen de prijzen sterk, en hoewel er in 2024 en 2025 een dalende trend te zien is, is het lastig om hier nauwkeurige voorspellingen over te doen. De werkelijke prijs zal per jaar sterk afhankelijk zijn van de actuele marktomstandigheden (vraag en aanbod), maar ook van diverse geopolitieke spanningen. Voor de begroting 2026 en verder gaan we uit van de energieprijzen anno 2025, met een reguliere indexatie.
Pagina 4 van 5
Renteopbrengsten Vanaf januari 2024 nemen we actief deel aan Schatkistbankieren en doen we afstand van onze uitzonderingspositie voor deelname. Net als bij de reguliere bank wordt ook bij Schatkist rente uitgekeerd over het depositosaldo op de rekening. De renteopbrengst is afhankelijk van het saldo in deposito en de rentestand. De rente kan fluctueren op basis van de economische situatie, inflatie en het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB) of de centrale bank van ons land. De rentestanden zijn de afgelopen jaren sterk wisselend geweest, van hoge rente tot zelfs negatieve rente op deposito’s. Deelname aan de Schatkist zou in elk geval een negatieve rente op deposito moeten voorkomen, maar desondanks is er fluctuatie in de rentestand, waardoor het onzeker is wat de opbrengsten zullen zijn. Voor de begroting wordt een rentepercentage van 1,5% gehanteerd, waarmee zowel een conservatieve renteopbrengst wordt ingeschat als voldoende ruimte wordt geboden om eventuele tegenvallende rentestanden in de toekomst op te vangen.
Bovenstaande zaken vormen in het kort de belangrijkste punten uit onze programmabegroting, voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029. In de verwachting u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik,
Met vriendelijke groet, Namens het dagelijks bestuur
E. Kok-Majewska MBA Directeur/streekarchivaris
Bijlage: - Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2029 van het Regionaal Archief Rivierenland
Pagina 5 van 5