Bijlage V. Diverse verkennende (bodem)onderzoeken Rondgang II
Tekst van het document
RAPPORT: Diverse verkennende (bodem)onderzoeken, Middelkampseweg (perceel P 1592) te Gameren
PROJECTNUMMER: B22.8500 Versie: 01
VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl
RAPPORT: Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg ong. (perceel P1592) te Gameren
PROJECTNUMMER: B22.8500 Versie: 01
OPDRACHTGEVER: Gebr. Van Alphen Vastgoed B.V.
DATUM: 8 september 2022
Auteur:
Autorisatie:
R.W.A van der Sangen Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.
Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.
B22.8500/R8500-01/RS Alle informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
2 SAMENVATTING Gebr. Van Alphen Vastgoed B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Middelkampseweg ong. (perceel P1592) te Gameren. De diverse (water)bodemonderzoeken worden in het kader van de voorgenomen onroerend goed transactie van de locatie en toekomstige herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5717:2017 [2], de NEN 5740/A1:2016 [3] en de NEN 5720:2017[4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het plaatselijk voorkomen van OCB in de teeltlaag, de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond aandachtspunten.
Daarnaast dient er een verkennend waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5720. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Echter kunnen eventuele bodemvreemde bijmengingen in de grond vooralsnog niet worden uitgesloten. Conclusies en aanbevelingen Verkennende bodemonderzoeken Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormden de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond een aandachtspunt. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag De teeltlaag van het westelijk deel van de locatie is verdacht op het voorkomen van OCB.
Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
3 Hergebruik van grond (BBK en handelingskader PFAS) Bij eventuele afvoer van de grond en toepassing elders heeft de boven- en ondergrond op de onderzoekslocatie indicatief de klasse ‘altijd toepasbaar’, voor wat betreft de onderzochte NENen OCB-parameters op basis van indicatieve toetsing aan het BBK. Voor PFAS dient rekening te worden gehouden met de bovenstaande indicatieve klasse. De grond kan voor wat betreft de PFAS-parameters elders worden toegepast in de betreffende functieklasse, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Gebiedsspecifiek kunnen echter zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Conclusies verkennend waterbodemonderzoek Op basis van de resultaten van het waterbodemonderzoek blijkt dat de watergang op de onderzoekslocatie ten tijde van het onderzoek waterhoudend is en er slib aanwezig is. De omvang van het slib is ingeschat op circa 270 m3. Voor wat betreft de waterbodem is uitgegaan van elders toepasbare en verspreidbare baggerspecie (maximaal klasse Industrie/klasse B). Op basis van resultaten (inclusief PFAS) kan de hypothese worden aangenomen, aangezien het slib geclassificeerd is als ‘verspreidbaar’ op het aangrenzend perceel (T5) en toepasbaar is op de landbodem (T1: maximaal klasse industrie) en in overig zoet oppervlaktewater (T3: maximaal klasse B).
Opgemerkt wordt dat deze classificering grotendeels het gevolg is van verhoogde rapportagegrenzen voor de OCB-parameters (welke niet zijn aangetoond boven de detectielimiet). Derhalve kan de slib mogelijk een ‘gunstigere’ kwaliteit hebben dan met dit onderzoek is vastgesteld. Met betrekkingen tot PFAS kan voor het slib worden geconcludeerd dat voor toepassing op de bodem (T1) het slib als klasse ‘landbouw/natuur’ (achtergrondwaarde) is geclassificeerd en daarnaast het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) is toegestaan. Zodoende bestaan voor het slib voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens in grondwaterbeschermingsgebieden Algehele conclusie en aanbevelingen Met de uitgevoerde onderzoeken is, ons inziens, de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem ter plaatse van de Middelkampseweg (perceel P1592) ong. te Gameren in voldoende mate onderzocht. Zintuiglijk en analytisch zijn geen verontreinigingen (NEN, OCB en PFAS) aangetroffen als gevolg van de voormalige watergangen en voormalige boomgaard. Daarnaast is het slib in de watergang verspreidbaar op aangrenzend perceel en toepasbaar elders. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling.
Bij eventuele civieltechnische graafwerkzaamheden in de grond is geen veiligheidsklasse van toepassing volgens de CROW400. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat rekening moet worden gehouden met de resultaten van voorliggende onderzoeken en dienen bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders altijd de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen en onderzoeken worden verlangd. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING .................................................................................................................................................. 5
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN .................................................................................. 5
3.
LOCATIEGEGEVENS ............................................................................................................................... 5 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 5 3.2. HISTORISCH ONDERZOEK (NEN 5725 EN NEN 5717) ............................................................................... 5 3.3 CONCLUSIES HISTORISCH ONDERZOEK EN LOCATIEBEZOEK.................................................................... 7
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE........................................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8
5.
HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................................ 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIEËN DIVERSE (WATER)BODEMONDERZOEKEN .................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 10
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 12 7.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 12 7.2. WATERBODEM .......................................................................................................................................... 13
8.
RESULTATEN ........................................................................................................................................... 16 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 16 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 20
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 22 9.1. CONCLUSIES VERKENNENDE BODEMONDERZOEKEN............................................................................... 22 9.2. CONCLUSIES VERKENNEND WATERBODEMONDERZOEK ......................................................................... 22 9.3. ALGEHELE CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 23
10. REFERENTIES .......................................................................................................................................... 24
BIJLAGEN 1. 2a. 2b. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Situering in de regio Situatieschets met boringen, peilbuizen en grepen Situatieschets dwarsdoorsnedes watergang Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en waterbodem Achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen Besluit bodemkwaliteit (incl. toetsing PFAS) Toetsingstabellen waterbodem (incl. toetsing PFAS) Relevante historische informatie (incl. foto’s locatiebezoek)
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
5
1.
INLEIDING Gebr. Van Alphen Vastgoed B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek, inclusief historische onderzoeken, ter plaatse van de Middelkampseweg ong. (perceel P1592) te Gameren. De diverse (water)bodemonderzoeken worden in het kader van de voorgenomen onroerend goed transactie van de locatie en toekomstige herontwikkeling. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1], de NEN 5717:2017 [2], de NEN 5740/A1:2016 [3] en de NEN 5720:2017[4]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren H.M.W. van der Donk en J.P.G. Boerakker.
2.
DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem (inclusief PFAS en deels OCB) op de onderzoekslocatie vast te leggen teneinde vast te stellen of bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling.
3.
LOCATIEGEGEVENS 3.1.
Algemene gegevens
De onderzoekslocatie is gelegen aan de Middelkampseweg te Gameren en staat kadastraal bekend als gemeente Kerkwijk, sectie P, nummer 1592. De locatie is momenteel in gebruik als agrarisch terrein en is begroeid met gras. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 49.905 m2. Ter plaatse van de locatie is een bestaande watergang aanwezig met een lengte van circa 170 meter binnen de perceelsgrenzen, die gedempt worden ten behoeve van herontwikkeling. Voor de situering van het perceel in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.
Historisch onderzoek (NEN 5725 en NEN 5717)
Voorafgaand aan de diverse (water)bodemonderzoek is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725 (landbodem) en de NEN 5717 (waterbodem). Via de digitale website van de provincie Gelderland is voor het perceel een uitdraai van de bodeminformatie verkregen. Door VMT zijn daarnaast de websites www.topotijdreis.nl en de Bodeminformatieviewer Rivierenland bestudeerd. Tevens is gebruik gemaakt van voorgaande bodemonderzoeken die door VMT zijn uitgevoerd. De relevante historische gegevens zijn bijgevoegd als bijlage 8.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
6 Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Zowel in het verleden als in de huidige situatie heeft de locatie een agrarisch functie. Het voornemen bestaat de locatie te herontwikkeling tot bedrijventerrein. Hierbij wordt een bestaande watergang op de locatie gedempt. (Water)bodemkwaliteitsgegevens Van de onderzoekslocatie zelf zijn, zover als bekend, geen gegevens bekend van de (water)bodemkwaliteit. Wel zijn van de directe omgeving onderzoekslocaties bekend bij de provincie Gelderland en/of de ODR. 150kV kabelverbinding Zaltbommel-Zuilichem Langs de van Heemstraweg, direct ten zuiden van de locatie, is een historisch onderzoek uitgevoerd voor het kabeltracé Zuilichem-Zaltbommel (Anteagroup, kenmerk 14-0456452.100, d.d. 18 september 2020). Op basis van de door de opdrachtgever aangeleverde informatie doorkruist de 150kV kabel tevens voorliggende onderzoekslocatie. Uit het historisch onderzoek is gebleken dat het tracé enkele voormalige boomgaarden doorkruist, waaronder het zuidelijk deel ter plaatse van voorliggende onderzoekslocatie. Uit de omgevingsrapportage blijkt verder dat voor de 150kV kabelverbinding ZaltbommelZuilichem een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd (Anteagroup, kenmerk 140456452.100, d.d. 30 november 2020).
Het onderzoek is digitaal niet beschikbaar om te downloaden, waardoor niet kan worden aangegeven of het zuidelijk deel van voorliggende onderzoekslocatie is meegenomen in het onderzoek. Verkennend waterbodemonderzoek Er is een grootschalig waterbodemonderzoek (Anteagroup, kenmerk 264330, d.d. juli 2014) uitgevoerd voor de woonkernen Gameren, Nieuwaal en Zuilichem. Hierbij is tevens een watergang onderzocht welke in verbinding staat met de watergang op onderhavige onderzoekslocatie. Echter is enkel de inhoudelijke rapportage aangeleverd en geen bijlagen. Hierdoor kan niet worden achterhaald welke bemonsteringscode de aangrenzende watergang had, om de toetsingsresultaten te bepalen. Aangezien het onderzoek verouderd is en niet is uitgevoerd ter plaatse van de te dempen watergang zelf, wordt niet verwacht dat de rapportage nog relevant is. Aanleg ijsbaan Direct ten westen van de onderzoekslocatie staat deze locatie geregistreerd. Hiervan zijn echter geen onderzoeksgegevens bekend. Elskampseweg 6 Gameren Ter plaatse van de Elskampseweg 6, ten zuiden van onderhavige locatie (met de N322, Van Heemstraweg, ertussen) zijn diverse onderzoeken en activiteiten bekend. Gezien de ligging ten opzicht van de locatie (> 25 meter), zijn deze gegevens niet relevant voor onderhavige onderzoekslocatie.
Waterbodemkwaliteit De aanwezige watergang op de onderzoekslocatie betreft een afwateringsloot voor hemelwaterberging en betreft zoet water. De watergang betreft een B-watergangen en heeft deels een waterbergende functie, maar deels ook een aan- en afvoerende functie, aangezien deze in verbinding staat met de watergang langs de N322 (Van Heemstraweg). Er zijn geen lozingspunten en/of overstorten gelegen in de directe omgeving. De kwaliteit van het eventueel aanwezige slib en/of de vaste waterbodem in de sloten is mogelijk beïnvloed door de aanwezigheid van (voormalige) agrarische activiteiten en afspoeling van de nabijgelegen N322 (Van Heemstraweg).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
7 Bodemkwaliteitskaart (Grondverzetviewer) Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de ODR de valt de locatie binnen de zone ‘buitengebied (functie overig)’. De boven- en ondergrond voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse “achtergrondwaarde”. Het westelijk deel van de locatie is gemarkeerd als boomgaard (19401970). Historisch kaartmateriaal Op basis van het historisch kaartmateriaal is de locatie altijd onbebouwd geweest. Wel is er op het westelijk deel van de locatie in het verleden een boomgaard aanwezig geweest. Derhalve betreft het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) hier een aandachtspunt. Daarnaast zijn op de locatie circa 8 voormalige watergangen aanwezig. Het bedrijventerrein aan de Rondgang direct ten oosten van de locatie is zichtbaar op het kaartmateriaal vanaf circa 2009. Verder zijn geen bijzonderheden waargenomen op het historisch kaartmateriaal. Asbest Er worden geen asbestverdachte bijmengingen (puin) op de locatie verwacht. Bodemvreemde bijmengingen kunnen vooralsnog niet worden uitgesloten (o.a. in verband met de gedempte sloten), maar de locatie wordt vooralsnog als onverdacht beschouwd op het voorkomen van asbest. Bodembedreigende activiteiten Er zijn geen overige bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie bekend zijn zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks.
PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend die een verontreiniging met PFAS hebben kunnen veroorzaken. Mogelijk dient er ten behoeve van de toekomstige herontwikkeling grond en/of slib van de locatie te worden afgevoerd. Locatiebezoek Voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden is een locatiebezoek uitgevoerd. Tijdens het locatiebezoek zijn geen asbestverdachte materialen (beschoeiing), lozingspunten of overige bijzonderheden waargenomen die van invloed kunnen zijn op de (water)bodemkwaliteit. 3.3
Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek
Op basis van het historisch onderzoek is de bodemkwaliteit niet vast te stellen en dient ten behoeve van de voorgenomen onroerend goed transactie en toekomstige herontwikkeling een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij vormen het plaatselijk voorkomen van OCB in de teeltlaag, de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond aandachtspunten. Daarnaast dient er een verkennend waterbodemonderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5720. Een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Echter kunnen eventuele bodemvreemde bijmengingen in de grond vooralsnog niet worden uitgesloten.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
8
4.
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale bodemopbouw en geohydrologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl en www.grondwatertools.nl gebruikt. 4.1.
Bodemopbouw
Op de onderzoekslocatie is een circa 6 meter dikke slecht doorlatende deklaag aanwezig, behorend tot de afzettingen van het Holoceen. De deklaag bestaat uit een afwisseling van zandige klei en midden tot fijne zanden. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 48 meter dik en bestaat voornamelijk uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand van de Formaties van Kreftenheye, Beegden en Sterksel. Het eerste watervoerende pakket wordt van het tweede watervoerende pakket gescheiden door een scheidende laag van circa 4 meter dikte die hoofdzakelijk bestaat uit zandige klei, klei en midden zand, met weinig veen behorend tot de Formatie van Stramproy. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerende pakket tot circa 62 m-mv. 4.2.
Geohydrologie
De regionale grondwaterstroming is noordelijk gericht, richting de Waal. De stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt verder beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.
HYPOTHESE Op basis van de bekende gegevens wordt voor de algemene NEN-kwaliteit uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormen de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond een aandachtspunt. Voor het teeltlaagonderzoek op het westelijk deel van de locatie wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging met OCB in de (oorspronkelijke) teellaag. Vooralsnog wordt voor de onderzoekslocatie uitgegaan van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Indien echter sprake is van (asbestverdachte) bodemvreemde bijmengingen, dient de hypothese te worden bijgesteld naar een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Voor wat betreft de waterbodem wordt uitgegaan van elders toepasbare en verspreidbare baggerspecie (maximaal klasse Industrie/klasse B).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
9
6.
OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.
Onderzoeksstrategieën diverse (water)bodemonderzoeken
Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergangen Voor de onderzoeksopzet naar de algemene bodemkwaliteit van de locatie wordt de NEN 5740:2009/A1:2016 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van de onderzoeksstrategie “onverdachte niet-lijnvormige grootschalige locatie” (ONV-GR-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 5 ha. Aanvullend worden ter plaatse van de gedempte sloten dwarsraaien van 7 boringen tot 2,0 m-mv per raai, haaks op de gedempte sloten geplaatst. Hiervoor zijn twee extra NEN-pakketten opgenomen. Teeltlaagonderzoek Aanvullend wordt een teeltlaagonderzoek uitgevoerd op het westelijk deel van de onderzoekslocatie, conform onderzoeksopzet voor een ‘diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) voor een oppervlakte van maximaal 7.000 m2, waarbij de teeltlaag afzonderlijk wordt bemonsterd en geanalyseerd op OCB. De werkzaamheden worden gecombineerd met de algemene kwaliteit. Onderzoek naar PFAS De onderzoeksopzet voor het aanvullend bodemonderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN 5740/A1:2016 voor een diffuus belaste nietlijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL, maximaal 5 ha). Hierbij wordt de (boven)grond tot 1 m-mv onderzocht op PFAS (advieslijst Bodemplus, 30 parameters).
Het onderzoek naar PFAS wordt uitgevoerd conform het handelingskader voor hergebruik PFAShoudende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (meest recente versie d.d. 13 december 2021). Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek ter plaatse van de watergang wordt uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie beschreven in de NEN 5720/A1:2017, onderzoeksstrategie voor lintvormig water, normale onderzoeksinspanning (LN). Hierbij wordt uitgegaan van 1 traject met een lengte van maximaal 500 meter (1 vak). De baggerspecie wordt geanalyseerd op het C2 waterbodempakket (standaardpakket baggerspecie uit zoet oppervlaktewater voor toepassing buiten Rijksoppervlaktewater) aangevuld met diverse parameters zoals aangegeven in het document waterbodempakket WSRL (o.a. calciet, SCG, pH, fosfor, sulfaat, ijzer en stikstof volgens kjeldahl). Aanvullend wordt de baggerspecie geanalyseerd op PFAS, conform het Handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals op in december 2021 is geactualiseerd. Dit handelingskader zal juridisch worden verankerd via een wijziging in de Regeling De veldwerkzaamheden van de diverse onderzoeken zijn zoveel als mogelijk met elkaar gecombineerd.
Met het plaatsen van de boringen, peilbuizen en grepen is rekening gehouden met de diverse bekende aandachtspunten.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
10 6.2.
Veldwerkzaamheden
Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPRnormen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6) protocol 2001: het plaatsen van boringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2003: veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerkers weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 8 en 9 augustus 2022
Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.
Gecertificeerde medewerker De heer M.A.H. van Baal
15 augustus 2022
Verhoeven Milieutechniek B.V.
De heer M.A.H. van Baal
Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2003 (v. 6) 2002 (v. 6)
Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse bodemonderzoeken. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het bepalen van de algemene kwaliteit voor het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 58 boringen (B01 t/m B44) geplaatst. De boringen zijn verdeeld over het terrein, waarbij de boringen B01 t/m B17, B43 en B44 zijn geplaatst ter plaatse van de voormalige boomgaard en de raaiboringen B013A-C, B021A-C, B22A-C, B26A-C, B31A-C, B36A-C en B40A-B zijn gesitueerd ter plaatse van de vermoedelijke slootdempingen. De boringen PB03, PB20, PB26B, PB31B, PB37 en PB42 zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek. In tabel 6.2 op de volgende pagina zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv B01, B02, B04 t/m B12, B14 t/m B19, B23 t/m B25, B27 t/m B30, B32 t/m B35,B38, B39, B41, B43, B44
Boringen / peilbuis Circa 2,0 m-mv B013A-C, B021A-C, B22A-C, B26A, B26C, B31A, B31C, B36A-C, B40A-C
Peilbuis (filterstelling m-mv) PB03 (2,00 - 3,00) PB20 (1,50 - 2,50) PB26B (1,50 - 2,50) PB31B (1,50 - 2,50) PB37 (1,50 - 2,50) PB42 (1,50 - 2,50)
Grondwater Het grondwater uit de peilbuizen PB03, PB20, PB26B, PB31B, PB37 en PB42 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 15 augustus 2022 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
11 Verkennend waterbodemonderzoek Ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek zijn 10 grepen (G01 t/m G10), evenredig verdeeld over de watergang, van de waterbodem genomen. De aanwezige watergang was tijdens de veldwerkzaamheden waterhoudend. De grepen zijn doorgezet tot in de vaste waterbodem voor het bepalen van de slibdikte en een zintuiglijke beoordeling van de vaste waterbodem. In de watergang is slib aangetroffen met een dikte van circa 90 cm. Ter hoogte van de grepen G03 en G08 zijn raaien geplaatst ten behoeve van de dwarsprofielen. Van elke greep is het slib separaat en dubbel bemonsterd voor analyse op een C2-pakket aangevuld met diverse parameters zoals aangegeven in het document water bodempakket WSRL (o.a. calciet, SCG, pH, fosfor, sulfaat, ijzer en stikstof volgens kjeldahl), en op PFAS. Van de vaste waterbodem zijn geen monsters genomen. De situatieschets met de boringen, peilbuizen en grepen is opgenomen als bijlage 2a.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
12
7.
WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.
Grond/grondwater
De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [5]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.
De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: ▪ Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. ▪ Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 13 december 2021), worden gehanteerd.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
13 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOS een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020, met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.
Waterbodem
De verontreinigingssituatie en/of toepassingsmogelijkheden van baggerspecie kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de betreffende normwaarden. De normwaarden zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de baggerspecie. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de normwaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar de waarden voor standaard bodem. Indien deze niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Afhankelijk van de toepassing van de baggerspecie, nadat deze uit de watergang is verwijderd, moet deze op een andere wijze worden getoetst. In voorliggende rapportage zullen de volgende toepassingsmogelijkheden worden besproken: - Toepassen van de baggerspecie op de bodem (T.1); - Toepassen van de baggerspecie in een zoet oppervlaktewaterlichaam (T.3); - Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5). De tussen haakjes weergegeven T.1, T.3 en T.5 hebben betrekking op de opgegeven naamgeving bij de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Bij het beoordelen van de kwaliteit van de baggerspecie zal gebruik worden gemaakt van BoToVa.
Tevens wordt per toepasmogelijkheid aanvullend getoetst aan het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Toepassen van baggerspecie op de bodem (T.1) Voor het toepassen van baggerspecie op de bodem volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de waarde voor wonen en de waarde voor industrie zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast op de bodem, worden de resultaten getoetst als grond. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als grond met de kwaliteit zoals deze in de tabel 7.1 is weergegeven.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
14 Tabel 7.1: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde)2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde Wonen Groter dan de WO-waarde en kleiner dan de waarde voor industrie (IND-waarde) Industrie Groter dan de IND-waarde en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.1: 1 De normen (AW, WO en IND) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de AW-waarde en kleiner dan de WO-waarde geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd; - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd; - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd; - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd; - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het toepassen van baggerspecie op de bodem moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Toepassen van de baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam (T.3) Voor het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam volgens het generieke beleid worden de meetwaarden getoetst aan de achtergrondwaarde, de maximale waarde kwaliteitsklasse A en de maximale waarde kwaliteitsklasse B zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast zal worden bepaald of de interventiewaarde niet wordt overschreden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. Aangezien de baggerspecie gaat worden toegepast onder water, worden de resultaten getoetst als baggerspecie.
Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie met de kwaliteit zoals deze in tabel 7.2 is weergegeven. Tabel 7.2: Interpretatie resultaten conform het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) Concentratieniveau 1 Kwaliteit onderzochte partij Kleiner dan de achtergrondwaarde (AW-waarde); kleiner dan 2 maal de AWAchtergrondwaarde waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A2; 3 Groter dan de AW-waarde en kleiner dan de maximale kwaliteitsklasse A Klasse A Groter dan de maximale kwaliteitsklasse A en kleiner dan de maximale Klasse B kwaliteitsklasse B Groter dan de maximale kwaliteitsklasse B en/of interventiewaarde Niet toepasbaar Toelichting bij tabel 7.2: 1 De normen (AW, kwaliteitsklasse A en B) voor barium zijn ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager is dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien sprake is van verhoogde barium gehalten t.o.v. de natuurlijke achtergrond gehalte als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte voor barium worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 625 mg/kg d.s.
(standaard bodem) 2 Indeling in de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde bij kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en kleiner dan de waarde voor wonen (WO-waarde) geldt voor maximaal het volgende aantal stoffen: - Bij analyse van 2 stoffen, maximaal 1 verhoogd - Bij analyse van 7 stoffen, maximaal 2 verhoogd - Bij analyse van 16 stoffen, maximaal 3 verhoogd - Bij analyse van 27 stoffen, maximaal 4 verhoogd - Bij analyse van 37 stoffen, maximaal 5 verhoogd 3 Bij nikkel hoeft bij de uitzonderingsregel slechts te worden voldaan aan kleiner dan 2 maal de achtergrondwaarde (AW-waarde) en vindt geen toetsing plaats aan de maximale waarde voor wonen (WO-waarde)
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
15 In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat bij toepassen van baggerspecie in een ander oppervlaktewaterlichaam in ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd in bepaalde diepe plassen (voor exacte omschrijving zie het handelingskader), voor PFOS een toepassingsnorm van 1,1 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 0,8 μg/kg d.s. Het toepassen van baggerspecie in een oppervlaktewaterlichaam moet worden gemeld via het landelijke meldpunt bodemkwaliteit. Verspreiden van de baggerspecie over het aangrenzend perceel (T.5) Voor het verspreiden van baggerspecie over het aan de watergang grenzend perceel, met het oog op het herstellen of verbeteren van de aan de watergang grenzende percelen, worden de meetwaarden getoetst aan de maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. Naast deze individuele maximale waarden wordt er voor een aantal metalen en voor een aantal organische stoffen een msPAF toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen) uitgevoerd. De msPAF toets is een methode om ecologische risico’s te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk (combinatie toxicologie). De msPAF waarde wordt berekend waarbij de resultaten als percentage worden weergegeven.
De maximale percentages waaraan moet worden voldaan zijn weergegeven in de Regeling bodemkwaliteit. Daarnaast mogen de individuele stoffen waarmee de msPAF toets wordt uitgevoerd de interventiewaarde zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 niet overschrijden. Voor parameters die niet in de msPAF toets worden meegenomen en waar geen maximale waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzend perceel zijn vastgesteld, moeten worden getoetst aan de achtergrondwaarde uit de Regeling bodemkwaliteit. In het handelingskader hergebruik is de toepassingsnorm voor verspreiding op aangrenzend perceel vastgesteld op 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Afhankelijk van de aangetroffen concentraties van de onderzochte parameters wordt de partij baggerspecie ingedeeld als baggerspecie die wel of niet verspreidbaar is over het aangrenzend perceel. Indien de partij verspreidbaar is over het aangrenzend perceel hoeft er niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem. Daarnaast is het verspreiden niet meldingsplichtig.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
16
8.
RESULTATEN 8.1.
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem op onderzoekslocatie bestaat vanaf het maaiveld tot maximaal 1,5 m-mv hoofdzakelijk uit zwak tot sterk siltige klei. Vanaf minimaal 1,0 m-mv tot de maximaal geboorde diepte van 2,5 m-mv bestaat de bodem uit sterk kleiig veen. De aanwezige watergang was tijdens de uitvoering van het veldwerk waterhoudend. De waterbodem was tijdens uitvoering aanwezig vanaf circa 80 cm beneden waterspiegel. In de betreffende watergang is een laag slib met een dikte van circa 90 cm aangetroffen. De vaste waterbodem onder het slib betreft matig siltige klei. Daarnaast zijn er geen asbestverdachte bodemvreemde bijmengingen en puinbijmengingen aangetroffen, waardoor een verkennend onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 definitief niet noodzakelijk is. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.
Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten
De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en waterbodem). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Het analytisch onderzoek naar PFAS (waterbodem) is uitgevoerd door het laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde waterbodemonderzoek. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5 en de indicatieve toetsing van de grondresultaten aan het Besluit bodemkwaliteit (inclusief PFAS) als bijlage 6. De waterbodem wordt getoetst aan de T.1, T.3 en T.5 volgens de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de waterbodem (inclusief PFAS) is opgenomen als bijlage 7.
In tabel 8.1, op de volgende pagina, is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
17 Tabel 8.1: Opmerking analysecertificaat Certificaatnummer Grond 13718369
Mengmonster
Para-meter
Opmerking
Toelichting
MM04
Individuele PAK
Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot. In verband met een storende matrix is de onzekerheid in het resultaat vergroot. De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof
Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. noodzakelijke verdunning.
Getoetst aan T5 is de baggerspecie ‘verspreidbaar op aangrenzend perceel’. Bij T1 wordt dit maximaal ‘industrie’ en bij T3 ‘klasse B’. Dit is echter grotendeels op basis van de betreffende parameters waardoor de getoetste waarden zijn overschat. Aangezien het slib is geclassificeerd als verspreidbaar en elders toepaars, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
MM09
Lutum
Waterbodem 13718374
MMWB01
Diverse OCB en/of chloorbenzenen
De rapportagegrens is verhoogd i.v.m. het lage gehalte aan droge stof. PCB28
Het resultaat voor PCB 28 is mogelijk valspositief verhoogd door de aanwezigheid van PCB 31.
De gemeten gehalten voor zware metalen, welke op het lutumgehalte worden gecorrigeerd, zijn mogelijk overschat. Aangezien maximaal licht verhoogde gehalten voor zware metalen zijn aangetoond in deze monsters, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.
Toelichting bij tabel 8.1: PAK Polycyclische aromatische koolwaterstoffen; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; PCB Polychloorbifenyelen.
Grond Verkennend bodemonderzoek (Wbb) Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn diverse mengmonsters samengesteld. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergangen geen afwijkende bodemlagen zijn geconstateerd, zijn de betreffende monsters opgemengd met de algemene kwaliteit. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergangen MM01 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM02
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten > AW < I >I
B14 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) B25 (0,00 - 0,50) PB03 (0,00 - 0,50) PB20 (0,00 - 0,50) PB26B (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,50) B13B (0,00 - 0,50) B21B (0,00 - 0,50) B22B (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50) B24 (0,00 - 0,50)
NEN
-
-
AT
NEN
Ni
-
AT
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
BBK
18 Vervolg tabel 8.2: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten Mengmonster
Omschrijving
Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergangen MM03 Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM04
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
MM05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM06
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM07
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM08
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
MM09
Ondergrond, veen Zintuiglijk: -
Teeltlaagonderzoek MMOCB01 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
MMOCB02
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
MMOCB03
Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -
Boringen (traject in m -mv)
Analysepakket
Resultaten
BBK
B27 (0,00 - 0,50) B28 (0,00 - 0,50) B29 (0,00 - 0,50) B30 (0,00 - 0,50) B36B (0,00 - 0,50) B38 (0,00 - 0,50) B39 (0,00 - 0,50) PB37 (0,00 - 0,50) B32 (0,00 - 0,50) B33 (0,00 - 0,50) B34 (0,00 - 0,50) B35 (0,00 - 0,50) B40B (0,00 - 0,50) B41 (0,00 - 0,50) PB31B (0,00 - 0,50) PB42 (0,00 - 0,50) B13B (0,50 - 1,00) B21B (0,50 - 1,00) B22B (0,50 - 1,00) PB03 (0,50 - 1,00) PB20 (0,50 - 1,00) PB26B (0,50 - 1,00) B36B (0,50 - 1,00) B40B (0,50 - 1,00) PB31B (0,50 - 1,00) PB37 (0,50 - 1,00) PB42 (0,50 - 1,00) B13B (1,00 - 1,50) B21B (1,00 - 1,50) B22B (1,00 - 1,50) PB03 (1,00 - 1,50) PB20 (1,00 - 1,50) PB26B (1,00 - 1,50) B36B (1,00 - 1,50) B40B (1,00 - 1,50) PB31B (1,00 - 1,50) PB42 (1,00 - 1,50) B22B (1,50 - 2,00) B40B (1,50 - 2,00) PB03 (1,50 - 2,00) PB20 (1,50 - 2,00) PB26B (1,50 - 2,00) PB31B (1,50 - 2,00) PB37 (1,00 - 1,50) PB42 (1,50 - 2,00)
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
-
-
AT
NEN
Mo, Ni
-
AT
B02 (0,00 - 0,30) B17 (0,00 - 0,30) B43 (0,00 - 0,30) B44 (0,00 - 0,30) B04 (0,00 - 0,30) B05 (0,00 - 0,30) B14 (0,00 - 0,30) B15 (0,00 - 0,30) B06 (0,00 - 0,30) B08 (0,00 - 0,30) B10 (0,00 - 0,30) B11 (0,00 - 0,30)
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
OCB
-
-
AT
Toelichting bij tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen, inclusief organische stof (humus) AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; BBK Besluit Bodemkwaliteit; AT Altijd toepasbaar; Niets aangetroffen / waargenomen.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
19 PFAS Aanvullend zijn op basis van de onderzoeksopzet mengmonsters samengesteld ten behoeve van het onderzoek naar PFAS. De mengmonsters met bijbehorende analyse en resultaten zijn in tabel 8.3. Tabel 8.3: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) MengMonster
Omschrijving
Boring (traject in m –mv)
Analysepakket
MMPFAS01
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
PFAS
MMPFAS02
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
PFAS
-
-
MMPFAS03
Bovengrond, klei Zintuiglijk: -
PFAS
-
-
MMPFAS04
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
PFAS
-
-
MMPFAS05
Ondergrond, klei Zintuiglijk: -
B01 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B15 (0,00 - 0,50) B19 (0,00 - 0,50) B22B (0,00 - 0,50) B27 (0,00 - 0,50) PB31B (0,00 - 0,50) B29 (0,00 - 0,50) B33 (0,00 - 0,50) B38 (0,00 - 0,50) B40B (0,00 - 0,50) B13B (0,50 - 1,00) B21B (0,50 - 1,00) PB03 (0,50 - 1,00) PB26B (0,50 - 1,00) B36B (0,50 - 1,00) PB31B (0,50 - 1,00) PB37 (0,50 - 1,00) PB42 (0,50 - 1,00)
Resultaten landbouw/natuur > Wonen/industrie (> AW) -
PFAS
-
-
Toelichting bij tabel 8.3: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); Niets aangetroffen / waargenomen.
Grondwater De grondwatermonsters met de bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyse- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid Analysepakket Resultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) >S<I >I PB03 2,00 - 3,00 0,57 6,3 848 14,9 NEN Ba PB20 1,50 - 2,50 0,51 6,5 729 28,1 NEN Ba PB26B 1,50 - 2,50 0,52 6,4 823 18,2 NEN Ba PB31B 1,50 - 2,50 0,54 6,4 701 12,6 NEN Ba PB37 1,50 - 2,50 0,52 6,4 688 38,4 NEN Ba PB42 1,50 - 2,50 0,56 6,2 482 52,6 NEN Ba Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.
De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit alle peilbuizen is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid wordt verwacht (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) zijn gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor de troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
20 Waterbodem Ten behoeve van het verkennend waterbodemonderzoek zijn op de onderzoekslocatie zijn 10 grepen (G01 t/m G10), evenredig verdeeld over de watergang, van de waterbodem genomen. De watergang was tijdens de uitvoering van het veldwerk waterhoudend (80 cm waterkolom). Er is tevens een sliblaag van 90 cm aangetroffen in de watergang. De omvang van het slib wordt ingeschat op circa 270 m3. Een situatieschets van de dwarsdoorsneden van de watergang is opgenomen als bijlage 2b. Van het slib is één mengmonster in het lab samengesteld (MMWB01) en geanalyseerd op het C2 waterbodempakket aangevuld met diverse parameters zoals aangegeven in het document water bodempakket WSRL (o.a. calciet, SCG, pH, fosfor, sulfaat, ijzer en stikstof volgens kjeldahl). Daarnaast is er van het slib één mengmonster in het lab samengesteld (MMWBP01) en geanalyseerd op PFAS. In tabel 8.5 is een overzicht weergegeven van de analyseresultaten. Tabel 8.5: Samenstelling en analyseresultaten waterbodem Monstercode
Monstersamenstelling
Traject (m-ws)
Type
MMWB01
G01 t/m G10
0,80 - 1,70
slib
Analysepakket
C2, SCG1, Fe1, P1, KjN1, pH1 en SO41 PFAS
Toetsingsresultaten Toepassen op de bodem (T1) Klasse industrie
Toepassen in zoet oppervlaktewater (T3) Klasse B
Verspreiden aangrenzend perceel (T5) Verspreidbaar
MMWBP01 AW Toegestaan Toegestaan Toelichting bij tabel 8.5: C2 Standaard waterbodempakket (C2): De zware metalen Arseen [As], barium [Ba], cadmium [Cd], chroom [Cr], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB), minerale olie (MO) en organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB), inclusief lutum en organische stof (humus); SCG Zeefkromme (mineraal deel); Fe IJzer; P Fosfor; KjN Kjeldahl-stikstof; pH Zuurgraad (H2O); SO4 Sulfaat; 1 De parameters SCG, Fe, P, KjN en SO4 zijn geanalyseerd ten behoeve van andere onderzoeksdoeleinden (bij toepassing elders in ander kader), en dienen als input voor deze mogelijke onderzoeksdoeleinden. In onderhavige rapportage worden geen conclusies verbonden aan de gemeten gehalten; PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); AW Achtergrondwaarde (landbouw/natuur); m-ws Meters minus waterspiegel.
8.3.
Interpretatie analyseresultaten
Grond Algemene kwaliteit inclusief voormalige watergangen In mengmonster MM02 van de zintuiglijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei), is een licht verhoogd gehalte voor nikkel aangetoond en in mengmonster MM09 van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, veen), zijn licht verhoogd gehalte voor molybdeen en nikkel aangetoond. De licht verhoogde gehalten in mengmonsters MM02 en MM09 overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. In de overige zintuiglijk schone mengmonsters van zowel de bovengrond (MM01, MM03 en MM04) als de ondergrond (MM05 t/m MM08) zijn geen verhoogde gehalten voor de NENonderzochte parameters aangetoond.
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
21 Teeltlaag In de mengmonsters MMOCB01, MMOCB02 en MMOCB03 van de zintuiglijk schone teeltlaag (klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Uit indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (BBK) is de grond uit alle onderzochte mengmonsters (NEN en OCB) altijd toepasbaar. PFAS In alle onderzochte mengmonsters, MMPFAS01 t/m MMPFAS05 (klei), zijn voor PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” aangetoond. De grond voldoet derhalve aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde), uit het handelingskader voor hergebruik van PFAS houdende grond, buiten grondwaterbeschermingsgebieden en op de landbodem. Grondwater In alle grondwatermonsters uit de peilbuizen zijn licht verhoogde gehalten voor barium aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarde. De licht verhoogde gehalten in het grondwater overschrijden de betreffende streefwaarden, maar blijven beneden de interventiewaarden alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden.
Waterbodem Uit de toetsing van de analyseresultaten van de waterbodemmonsters MMWB01 en MMWBP01 kan worden geconcludeerd dat het slib uit de watergang is geclassificeerd als ‘industrie’ voor toepassing op de landbodem (T1) en ‘klasse B’ in zoet oppervlaktewater (T3). Het slib is als ‘verspreidbaar’ geclassificeerd voor verspreiding op het aangrenzende perceel (T5). Op basis van de toetsing van het slibmonster aan het handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie valt het slib voor de toetsing T1 voor PFAS onder de functieklasse ‘landbouw/natuur’, mits toegepast buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast is het verspreiden in zoet oppervlaktewater (T3) en op aangrenzend perceel (T5) toegestaan. Voor de hoeveelheid slib dient rekening te worden gehouden met circa 270 m3 in de watergang (G01 t/m G10).
Diverse (water)bodemonderzoeken, Middelkampseweg te Gameren Rapportnr.: B22.8500 versie: 01 datum: 8 september 2022
22
9.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.
Conclusies verkennende bodemonderzoeken
Voor de onderzoekslocatie is voor de algemene kwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Wel vormden de voormalige watergangen en het mogelijk voorkomen van PFAS in de (boven)grond een aandachtspunt. Algemene kwaliteit Op basis van de resultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in zowel de boven-, ondergrond als het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen in het kader van de Wbb noodzakelijk. Teeltlaag De teeltlaag van het westelijk deel van de locatie is verdacht op het voorkomen van OCB. Op basis van de resultaten wordt de gestelde verdachte hypothese verworpen, aangezien in de teeltlaag geen verhoogde gehalten voor de OCB-parameters zijn aangetoond. Hergebruik van grond (BBK en handelingskader PFAS) Bij eventuele afvoer van de grond en toepassing elders heeft de boven- en ondergrond op de onderzoekslocatie indicatief de klasse ‘altijd toepasbaar’, voor wat betreft de onderzochte NENen OCB-parameters op basis van indicatieve toetsing aan het BBK.