Bijlage Kamerbrief
Tekst van het document
Motie Ploumen / Jetten In het kader van de motie Ploumen/Jetten23 voeren de departementen een inventarisatie uit naar mogelijke hardvochtigheden in wet- en regelgeving. Deze motie kent een breder bereik dan de motie Omtzigt. Over de aanpak van de motie Ploumen/Jetten is uw Kamer op 21 december 2021 in algemene zin geïnformeerd24. Deze brief informeert u over de stand van zaken bij het ministerie van SZW. Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de definitie van hardvochtigheid zoals door Panteia is opgesteld. In deze definitie speelt de potentiële ontwrichting van het leven van burgers door overheidshandelen en de contextafhankelijkheid een grote rol.25
Kamerstukken II 2021/22, 26448, nr. 682. Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 24. 24 Kamerstukken II 2021/22, 35510, nr. 95. 25 Ook op het gebied van de toeslagen is vorig jaar door het ministerie van Financiën een inventarisatie van knelpunten gedaan in het kader van de motie Lodders/Van Weyenberg. Hieruit zijn verschillende verbeteringen gekomen die inmiddels doorgevoerd zijn of in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Deze verbeteringen hebben onder meer betrekking op het meer werken in de actualiteit, het tegen gaan van niet-gebruik en kwetsbare groepen persoonlijk ondersteunen. 22 23
Pagina 19 van 23
In de brief van 21 december 2021 is aangegeven dat het betrekken van de uitvoering, het maatschappelijk middenveld en de dialoog met burgers prioriteit hebben als het gaat om het ophalen van eventuele hardvochtige signalen en het invullen dan wel bijstellen van nieuwe en bestaande wet- en regelgeving. De inventarisatie die bij SZW is uitgevoerd, illustreert dit. Net als uit het externe onderzoek, volgt ook uit deze inventarisatie dat hardvochtige effecten voor een individu vaak optreden bij een samenloop van weten regelgeving. Om deze effecten tegen te gaan, blijft het van belang om de wetgeving en uitvoering voor iedereen te verbeteren en daarnaast maatwerk mogelijk te maken. Eerder is de contextafhankelijkheid van hardvochtige effecten benoemd. Ook bij deze inventarisatie geldt dat knelpunten niet in alle gevallen en niet voor iedereen tot dezelfde hardvochtige situaties leiden. Per knelpunt bekijken we welke gevolgen er kunnen zijn en brengen we mogelijkheden in kaart om de knelpunten op te lossen. Daarbij kijken we goed naar effecten voor mensen, de uitvoering en naar de financiële houdbaarheid van het stelsel. In bijlage 2 zijn de tot nu toe gevonden knelpunten per regeling beschreven.
Datum 18 november 2022 Onze referentie 2022-0000236249
Algemeen geldt voor de SZW-regelingen in de huidige situatie dat hogere kosten van levensonderhoud waaronder hoge energiekosten, problemen kunnen veroorzaken voor kwetsbare groepen en lagere en middeninkomens. Dit geldt bijvoorbeeld voor schuldenaren omdat deze kosten niet worden meegenomen in het vaststellen van de beslagvrije voet, aflossingscapaciteit of draagkracht. In bepaalde gevallen kan dit leiden tot ontwrichtende situaties en daarmee hardvochtige effecten. Wij onderzoeken wat voor stappen er mogelijk zijn rondom de hoogte van de beslagvrije voet. Volksverzekeringen Samen met de SVB zijn de wetten en regelingen die de SVB uitvoert onder verantwoordelijkheid van SZW onderzocht op de aanwezigheid van hardvochtige signalen. Hierbij zijn zoveel mogelijk signalen uit de uitvoeringspraktijk als leidraad genomen. Zo zijn er knelpunten gevonden in de AOW en de OBR (Overbruggingsregeling) die gerelateerd zijn aan de beslagvrije voet. Na de vereenvoudiging hiervan valt deze voor mensen vanaf de AOW-leeftijd lager uit. Hoewel dit niet direct leidt tot hardvochtige situaties is dit wel onwenselijk. De eerste stappen om wetgeving voor te bereiden om voor schuldenaren vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd uit te gaan van een hogere beslagvrije voet zijn gezet.
Daarnaast wordt voor knelpunten die zijn gevonden in de asbestregelingen en de remigratiewet gekeken naar mogelijke oplossingen. Eén van deze aspecten in de asbestregelingen is het probleem van de verjaring. Twee andere aspecten, het bij leven aanmelden voor een aanvraag en het verplicht aansprakelijk stellen van de werkgever worden verder opgepakt. In de remigratiewet ontbreekt een grondslag om mee te werken aan een minnelijke schuldregeling. In bijlage 2 zijn de knelpunten en mogelijke hardvochtige effecten nader toegelicht en wordt aangegeven hoe we hier verder mee gaan. Deze inventarisatie is een momentopname. In de toekomst zullen situaties van knellende wetgeving die hardvochtig kunnen uitpakken voor bepaalde groepen mensen aan het ministerie worden gemeld. Ook vragen wij de SVB jaarlijks de knelpuntenbrief aan uw Kamer te sturen.
Pagina 20 van 23
Arbeidsrecht Ook binnen het arbeidsrecht zijn mogelijke hardvochtige effecten geïnventariseerd. Het arbeidsrecht is grotendeels civielrechtelijk, waardoor soms weinig concreet zicht is op de omvang en de gevolgen van eventuele hardvochtigheden. Dit vanwege het feit dat de overheid formeel geen rol heeft met betrekking tot de uitvoering van het recht. In dit geval betreft het wetgeving tussen werkgever en werknemer en is het in eerste instantie aan de werknemer zelf om de werkgever aan te spreken op de naleving van diens verantwoordelijkheden in het kader van wet- en regelgeving. Vandaar dat het voor de overheid ook moeilijker is om zicht te krijgen op (potentiële) hardvochtige effecten. Tegelijkertijd zijn er wel signalen dat deze hier wel degelijk kunnen ontstaan, met name indien er sprake is van een sterke afhankelijkheidsrelatie tussen de werkgever en kwetsbare werknemers. Hierbij spelen zelfredzaamheid en doenvermogen een grote rol. De ervaringen met de kinderopvangtoeslagaffaire en ook de vele onderzoeken die daarna zijn verschenen veronderstellen dat we niet zonder meer uit kunnen gaan van de rationele, zelfredzame mens. Het kabinet heeft hier oog voor.
Datum 18 november 2022 Onze referentie 2022-0000236249
Zo kunnen bepaalde regels (bijvoorbeeld het uitzendbeding) voor flexibele werknemers, zoals werknemers met een uitzendcontract, die vaak al in een kwetsbare positie zitten, hardvochtig uitpakken. De wet veronderstelt dat werknemers op de hoogte zijn van de relevante wet- en regelgeving die voor hen geldt. Hiermee veronderstelt de overheid een bepaalde mate van zelfredzaamheid bij burgers. Zoals hierboven reeds beschreven is dit juist bij kwetsbare burgers vaak niet het geval. Daarnaast kan het voor mensen die wél op de hoogte zijn, lastig zijn om hun werkgever aan te spreken. Zij verkeren immers in een afhankelijkheidspositie. Zij kunnen daardoor terughoudend zijn om hun werkgever te wijzen op hun rechten vanwege de angst ontslagen te worden en daarmee hun inkomen te verliezen. Dit probleem geldt specifiek ook ten aanzien van arbeidsmigranten die zeer afhankelijk kunnen zijn van hun werkgever. De regels worden aangepast om de positie van kwetsbare werknemers te verbeteren. In de hoofdlijnenbrief arbeidsmarkt26, die op 5 juli jl. met uw Kamer is gedeeld, is de inzet van het kabinet uiteengezet om de positie van flexibele werknemers te verbeteren en vaste contracten te stimuleren. Zo is het streven om oproepcontracten af te schaffen en te vervangen door (nader met sociale partners vorm te geven) basiscontracten, om werknemers meer zekerheid te bieden.
Daarnaast is er besluitvorming in voorbereiding om het makkelijker te maken voor kwetsbare werknemers om hun rechten te effectueren. Ook dit is in de hoofdlijnenbrief arbeidsmarkt uiteengezet. In bijlage 2 is een aantal specifieke voorbeelden genoemd. IOAW, IOAZ, Bbz Net als de Participatiewet bieden de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) een aanvulling op het inkomen tot aan het sociaal minimum. De IOAW en IOAZ zijn wetten die sterk lijken op de Participatiewet.
26
Kamerstukken II 2020/21, 29544, nr. 1112. Pagina 21 van 23
Anders dan voor de Participatiewet geldt voor de IOAW dat vermogen wordt vrijgelaten en geldt voor de IOAZ dat er een zeer ruime vermogensvrijlating is, waarbij het vermogen slechts eenmalig - direct na de bedrijfsbeëindiging - wordt getoetst.
Datum 18 november 2022 Onze referentie 2022-0000236249
Het Bbz 2004 (Besluit bijstandsverlening zelfstandigen) is een algemene maatregel van bestuur die hoort bij de Participatiewet. Dit betekent dat een groot aantal bepalingen in de Participatiewet ook van toepassing is voor het Bbz 2004, maar waarbij het Bbz 2004 ook een aantal uitzonderingen en eigenstandige bepalingen kent. Zo kent het Bbz 2004, anders dan de Participatiewet, een zeer ruime vermogensvrijlating en heeft het als doelgroep zelfstandig ondernemers. In de gemeentelijke uitvoering zijn de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ en het Bbz 2004 sterk met elkaar verweven. We stellen dan ook voor om voor de laatst genoemde regelingen het traject Participatiewet in balans te volgen en aan te sluiten bij de voorgenomen oplossingsrichtingen. Uitgangspunt daarbij is dan dat de voorstellen die gelden voor de Participatiewet ook worden gevolgd voor drie overige regelingen, tenzij hiervan gemotiveerd moet worden afgeweken. Caribisch Nederland De RCN-unit SZW is als uitvoerder van sociale zekerheidswetgeving in Caribisch Nederland een belangrijke organisatie in het leven van vele huishoudens. Er is dagelijks veel (persoonlijk) contact met uitkeringsgerechtigden. Signalen van buiten, zowel van burgers en andere belanghebbenden, als van relevante organisaties en instanties als de Nationale Ombudsman, vormen daarbij belangrijke input.
De RCN-unit SZW heeft een lijst van in de uitvoering en dienstverlening ervaren hardvochtigheden in de voor Caribisch Nederland van toepassing zijnde wet- en regelgeving opgesteld. Voor een deel van de geïnventariseerde hardvochtigheden is inmiddels een oplossing gevonden via wijziging van de Beleidsregels toepassing Besluit onderstand BES 2019. Het betreft het regelen van een inkomensvrijlating voor vergoedingen bij medische uitzending en het mogelijk maken van het in aanmerking nemen van het gemiddelde inkomen voor de bijzondere onderstand. Hiermee is al een eerste stap gezet waarmee burgers daadwerkelijk geholpen zijn. Op andere onderdelen van de opgestelde inventarisatie is een concrete aanpak in voorbereiding, waarbij onder meer een wetswijziging aan de orde is. Overigens is de aandacht voor onverhoopte hardvochtigheden en het vertalen daarvan naar herziening van beleid of wet- en regelgeving in Caribisch Nederland blijvend. Dit is ook formatief geborgd, zowel bij de RCN-unit SZW als bij het kerndepartement. Het toepassen van hardheidsclausules speelt ook in Caribisch Nederland, met name bij de onderstand, maar maatwerk is breder toepasbaar. Het kerndepartement is voortdurend in gesprek met de RCN-unit SZW over de toereikendheid daarvan, ook in relatie tot het voorkomen en oplossen van hardvochtigheden bezien vanuit het perspectief van de burger.
Hierbij is het van belang bijzonder alert te zijn op mogelijke hardvochtigheden als gevolg van de ‘wetgevingsachterstand’ in Caribisch Nederland. Een concreet voorbeeld is het in het Besluit onderstand BES ontbreken van een bepaling over het vrijlaten van spaargeld dat is opgebouwd tijdens de periode van onderstandverlening.
Pagina 22 van 23
Zoals vermeld in bijlage 1 bij de Voortgangsrapportage ijkpunt sociaal minimum CN 2022 heeft de RCN-unit SZW inmiddels toestemming gekregen om op de hiertoe nog in gang te zetten wijziging van het Besluit onderstand BES te anticiperen.
Datum 18 november 2022 Onze referentie 2022-0000236249
Daarnaast is het verbeteren van de dienstverlening een belangrijk thema voor de uitvoering, waarbij er ook aandacht is voor maatwerk en het voorkomen van hardvochtige effecten. In 2022 is een onderzoek naar de klantervaring van de dienstverlening door de RCN-unit SZW geïnitieerd. Het onderzoek heeft concrete suggesties opgeleverd over hoe de dienstverlening kan worden verbeterd. De RCN-unit SZW heeft de opdracht gekregen om de aanbevelingen uit het rapport om te zetten in een concreet actie- en verbeterplan. Kinderopvang Het vorige kabinet heeft naar aanleiding van een motie van de leden Lodders en Van Weyenberg een inventarisatie van knelpunten in het toeslagenstelsel aan uw Kamer gezonden. Hierover is uw Kamer geïnformeerd op 29 juni en 30 november 2021.27 Over de maatregelen die reeds zijn of worden opgepakt naar aanleiding van deze inventarisatie is uw Kamer op 17 juni 2022 geïnformeerd.28 Wet inburgering Uw Kamer is 21 oktober 2021 per brief geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoering van het verbeterplan van de Wet inburgering 2013.29 Onderdeel hiervan is dat er enkele ongewenste hardheden uit het stelsel van de Wi2013 zijn of worden weggenomen.
Met de brief van 15 april 2022 is de Kamer geïnformeerd over voortgang en de stand van zaken van de implementatie van de verbeteringen die voortkomen uit het verbeterplan Wet inburgering 2013.30 Vervolg Wij stellen voor u over de inhoudelijke voortgang van het aanpakken van hardvochtige effecten per beleidsterrein te informeren langs de lijnen van deze specifieke terreinen. Voor algemene voortgang en overige knelpunten gebruiken we de Stand van de uitvoering die u twee keer per jaar ontvangt. Wij gaan, samen met de uitvoeringsorganisaties en gemeenten, hard aan de slag om de gevolgen van hardvochtige effecten te herstellen en om in (de uitvoering van) toekomstige wet- en regelgeving de mens centraal te plaatsen naast aandacht voor participatie en handhaving. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen,
C.E.G. van Gennip
C.J. Schouten
Kamerstukken II 2020/21, 31066, nr. 898 en Kamerstukken II 2021/22, 31066, nr. 927. Kamerstukken II 2021/22, 31066, nr. 1053. 29 Kamerstukken II 2021/22, 32824, nr. 348. 30 Kamerstukken II 2021/22, 32824, nr. 359. 27 28
Pagina 23 van 23