Bijlage juridisch advies AKD tbv splitsing fractie PvdA-GroenLinks
Tekst van het document
MEMO VERTROUWELIJK - CORRESPONDENTIE ADVOCAAT/CLIËNT VAN AAN
DATUM ONS KENMERK KOPIE AAN
ONDERWERP
de edelachtbare heer P.C. van Maaren, burgemeester van Zaltbommel d.t.v. de weledelgenstrenge vrouwe drs. M.S.P. Muurling-van Rosendaal, griffier --
mr. drs. H. Doornhof Advocaat
TELEFOON FAX E-MAIL
hdoornhof@akd.nl
15 april 2021 1001655 --
Splitsing fractie PvdA/GroenLinks
U hebt ons verzocht om u te adviseren in verband met een breuk in de fractie PvdA/GroenLinks in de raad van Zaltbommel. Namens deze fractie zijn bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 drie leden benoemd. Kortgeleden hebben deze leden evenwel kenbaar gemaakt niet gezamenlijk, maar als twee afzonderlijke fracties verder te zullen gaan. Deze fracties bestaan uit mevrouw Van Oort en de heer Van Wijk enerzijds, en de heer Van der Schans anderzijds. De beide fracties ‘claimen’ de voortzetting van de oorspronkelijke PvdA/GroenLinks-fractie te zijn. Dat roept vragen op omtrent hun positie in de huidige gemeenteraad. Bovendien brengt een en ander onzekerheid met zich omtrent de positie van de partijen achter de fracties bij de gemeenteraadsverkiezingen van 16 maart 2022; beide wensen zij voor de kandidaatstelling ‘voort te bouwen’ op de kieslijst van PvdA/GroenLinks ten tijde van de verkiezingen van 21 maart 2018. Tot slot heeft de splitsing onduidelijkheid met zich gebracht omtrent de positie van de burgerleden. U hebt ons gevraagd om omtrent deze kwesties advies uit te brengen. In dit memo komen wij aan uw verzoek graag tegemoet. Alvorens dat te doen, zetten wij hierna allereerst het relevante juridisch kader uiteen. 1.
Juridisch kader
In het hiernavolgende zetten wij het relevante juridisch kader uiteen. 1.1. Kieswet Ter uitvoering van artikel 59 van de Grondwet zijn in de Kieswet regels gesteld inzake het kiesrecht en de
AKD N.V. is statutair gevestigd te Rotterdam (ingeschreven in het handelsregister onder nummer 24366820). Derdenrekening: NL28INGB0678001677. Alle diensten en (andere) werkzaamheden worden verricht uit hoofde van een overeenkomst van opdracht met AKD N.V. Op de overeenkomst zijn, onder uitsluiting van enige andere algemene voorwaarden, de Algemene Voorwaarden van toepassing die zijn gedeponeerd ter griffie van de rechtbank te Rotterdam onder nummer 61/2014 en waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid is opgenomen. Iedere aansprakelijkheid is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitbetaald met inbegrip van het bedrag van het eigen risico. Op verzoek worden de algemene voorwaarden kosteloos toegezonden. Zij kunnen ook worden geraadpleegd op www.akd.nl 20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 2 van 9
verkiezing van de leden van – onder meer – gemeenteraden. De indiening van de kandidatenlijst van een politieke groepering Op grond van artikel G3 lid 1 kan een politieke groepering die een vereniging is met volledige rechtsbevoegdheid aan het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad schriftelijk verzoeken om de aanduiding waarmee zij voor die verkiezing op de kandidatenlijst wenst te worden vermeld, in te schrijven in een register dat door het centraal stembureau wordt bijgehouden. De aanduiding is de naam van de politieke groepering (of ‘partij’) die aan de verkiezingen wenst deel te nemen. Artikel H1 lid 1 schrijft voor dat kandidatenlijsten op de dag van de kandidaatstelling bij het centraal stembureau kunnen worden ingeleverd. Volgens artikel F1 lid 1 is dat de maandag in de periode van 30 januari tot en met 5 februari. Uit artikel H3 lid 1 volgt dat de inlevering van de lijst persoonlijk geschiedt, door een kiezer die bevoegd is tot deelneming aan de verkiezing. Indien het wenselijk is dat de aanduiding van een volgens artikel G3 geregistreerde aanduiding van een politieke groepering boven de lijst wordt geplaatst, wordt een verklaring van de gemachtigde van de vereniging daartoe overgelegd.
Deelname als ‘gecombineerde kieslijst’ door meerdere politieke groeperingen Volgens artikel H3 lid 3 is degene die de lijst inlevert bevoegd daarboven een aanduiding te plaatsen, gevormd door samenvoeging van geregistreerde aanduidingen of afkortingen daarvan, indien hem daartoe de bevoegdheid is verleend door de gemachtigden van de onderscheidene groeperingen. Ook in die situatie worden verklaringen van de gemachtigden bij de kandidatenlijst overgelegd. Deelname aan opvolgende verkiezingen en nummering van kandidatenlijsten Op de dag na de kandidaatstelling houdt het centraal stembureau op grond van artikel I1 een zitting tot het onderzoeken van de kandidatenlijsten. Eventuele verzuimen die in artikel I2 worden genoemd, kunnen binnen een termijn van drie dagen na die zitting worden hersteld. Op de laatste dag van deze termijn van drie dagen, beslist het centraal stembureau op grond van artikel I4 over de geldigheid van de lijsten en over het handhaven van de daarboven geplaatste aanduidingen van politieke groeperingen. Deze beslissingen worden in een openbare zitting bekendgemaakt. De kandidatenlijsten die geldig worden verklaard, worden op grond van artikel I12 door het centraal stembureau genummerd.
Op grond van artikel I14 lid 1 worden eerst genummerd de lijsten van politieke groeperingen wier aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatstgehouden verkiezing van de leden van het desbetreffende vertegenwoordigend orgaan een of meer zetels zijn toegekend. Aan deze lijsten worden de nummers 1 en volgende toegekend in de volgorde van de bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantallen stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de groepering met het hoogste aantal stemmen het nummer 1 wordt toegekend. Bij gelijkheid van het aantal beslist het lot. Na deze nummering worden de overige lijsten op grond van artikel I14 lid 3 genummerd met de opvolgende
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 3 van 9
nummers. Indien alle lijsten gelden voor een gelijk aantal kieskringen – hetgeen bij gemeenteraadsverkiezingen per definitie het geval is, nu elke gemeente op grond van artikel E1 lid 4 dan een kieskring vormt – beslist het lot. 1.2. Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2020 Op grond van artikel 16 van de Gemeentewet dient de raad en reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast te stellen. De raad van de gemeente Zaltbommel heeft in zijn vergadering van 17 december 2020 het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2020 (hierna: “het Reglement van orde”) vastgesteld Fracties In artikel 6 lid 1 van het Reglement van orde is vastgelegd dat de leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, bij aanvang van de zitting van de raad als één fractie worden beschouwd. Volgens lid 2 voer de fractie in de raad als naam de aanduiding die boven de kandidatenlijst was geplaatst. Volgens lid 4 wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedan aan de voorzitter, indien: a. b. c.
één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.
Met de veranderde situatie wordt volgens lid 5 met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na de mededeling daarvan rekening gehouden. In lid 6 is tot slot bepaald dat indien een fractie besluit een andere naam te kiezen, zij de voorzitter daarvan schriftelijk mededeling doet. Ook in dat geval wordt met ingang van de eerstvolgende vergadering na de mededeling rekening gehouden met de veranderde situatie. Burgerleden Uit artikel 1, aanhef en onder f, van het Reglement van orde volg dat onder een ‘burgerlid’ wordt verstaan: een niet-raadslid, op voordracht van een raadsfractie overeenkomstig artikel 35 van dit reglement door de raad benoemd, dat namens de betreffende fractie als carrouseldeelnemer optreedt. In artikel 35 lid 1 is bepaald dat per agendapunt namens een fractie slechts één raadslid of opvolger (burgerlid) kan deelnemen aan de carrousel. Lid 2 stelt vast dat een raadsfractie als carrouseldeelnemer een opvolger (burgerlid) kan voordragen voor benoeming door de raad; het burgerlid legt bij de benoeming dan de eed of verklaring en belofte af in de raadsvergadering. In lid 3 is voorgeschreven dat iedere fractie recht heeft op maximaal twee opvolgers (burgerleden). Volgens lid 4 en 5 zijn de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet – waarin eisen zijn gesteld
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 4 van 9
omtrent onder meer de vereisten voor het raadslidmaatschap, de incompatibiliteiten, en de voor raadsleden verboden handelingen – van overeenkomstige toepassing op burgerleden, en vinden het onderzoek van de geloofsbrieven en de beëdiging op dezelfde wijze plaats als voor raadsleden. Uitleg van het reglement In artikel 57 van het Reglement van orde is bepaald dat in de gevallen waarin het reglement niet voorziet, of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, de raad in een raadsvergadering beslist op voorstel van de raadsvoorzitter. 2.
Advies: beslis dat twee nieuwe fracties zijn ontstaan
Met betrekking tot de positie van de twee fracties in de gemeenteraad adviseren wij u om de raad voor te stellen dat de oorspronkelijke fractie van PvdA/GroenLinks is ophouden te bestaan, en dat twee nieuwe fracties zijn ontstaan. In het hiernavolgende lichten wij dit toe. 2.1. Het Reglement van orde voorziet niet in een passende oplossing In het Reglement van orde heeft de raad vastgelegd wat van een fractie wordt verwacht, indien de leden daarvan niet samen verder wensen te gaan. Op grond van artikel 6 lid 4 dient van de precieze gebeurtenis – een splitsing, samenvoeging, of overstap – schriftelijk mededeling te worden gedaan aan de voorzitter. De raad heeft niet vastgelegd van wie deze mededeling afkomstig dient te zijn. Dit brengt met zich dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken personen zelf is om overeenstemming te bereiken over de mededeling die aan de voorzitter wordt gedaan. Bij e-mailbericht van 22 maart 2021 heeft de heer Van der Schans aan de voorzitter medegedeeld dat de overige fractieleden te kennen zouden hebben gegeven dat zij de fractie hebben verlaten. Hij liet daarnaast evenwel weten dat zij geen overeenstemming hebben bereikt over het gebruik van de naam van de gezamenlijke PvdA-GroenLinks-fractie.
De heer Van der Schans merkt op dat de heer Van Wijk zich zowel in als buiten de raad heeft geprofileerd als lid van de PvdA-fractie; daarin kan hij zich niet vinden. In dit verband merkt hij ook op dat hij de naam PvdA-GroenLinks voorlopig wenst te blijven gebruiken en deze niet wenst af te staan aan de heer Van Wijk en mevrouw Van Oort. De heren Van der Schans en Van Wijk hebben ons inzicht verschaft in het contact dat zij via WhatsApp hebben gehad. Daarin maakt de laatstgenoemde kenbaar dat mevrouw Van Oort en hij “hebben besloten met [de heer Van der Schans] te breken en als tweemansfractie verder te gaan.” De tekst van dit bericht is niet eenduidig: het is niet evident of zij zich daarmee hebben afgesplitst, dan wel hebben gemeend het fractielidmaatschap van de heer Van der Schans te beëindigen. Hierover hebben zij ook nadien geen overeenstemming bereikt. De leden van de (voormalige) PvdA-GroenLinks-fractie zijn het aldus niet eens geworden over de gevolgen van het uiteenvallen van de fractie voor het functioneren in de gemeenteraad. Er is daarmee geen sprake van een mededeling in zin van artikel 6 lid 4 van het Reglement van orde, waarmee de raad op grond van lid 5 rekening kunnen houden. Niettemin zal een oplossing bereikt moeten
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 5 van 9
worden; uit artikel 6 volgt immers ook dat iedere fractie een naam moet hebben. De ontstane situatie betreft een geval waarop artikel 57 van het Reglement van orde betrekking heeft. Het reglement voorziet niet in een passende oplossing, en er is twijfel omtrent de toepassing daarvan. In die gevallen komt de beslissingsbevoegdheid toe aan de raad, op voorstel van de raadsvoorzitter. In de eerste plaats is het aldus aan de voorzitter om een passende oplossing aan te dragen. 2.2. De werkwijze in de Tweede Kamer biedt een aanknopingspunt: geen afsplitsing, maar twee nieuwe fracties Uit artikel 57 van het Reglement van orde volgt dat de raad en zijn voorzitter een ruime mate van afwegingsruimte hebben bij de uitoefening van hun beslissingsbevoegdheid. Aanknopingspunten voor de invulling daarvan zijn in verschillende bronnen te vinden. In dat verband geldt het volgende. Het Reglement van Orde van de Tweede Kamer biedt ruimte voor splitsing in twee nieuwe fracties Een aanknopingspunt voor een bevredigende oplossingen kan allicht worden gevonden in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. In artikel 5.1 daarvan is in dit verband het volgende bepaald: Artikel 5.1 Fracties 1.
De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde lijst verkozen zijn verklaard, vormen bij aanvang van een zitting één fractie. Indien onder een lijstnummer slechts één lid is verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd.
2.
3.
Nieuwe fracties kunnen gedurende een zitting slechts worden gevormd door: a.
een samenvoeging van twee of meer fracties;
b.
een splitsing tot twee of meer fracties.
Een splitsing als bedoeld in het tweede lid, onder b, is slechts mogelijk, indien bij een afscheiding van leden van een fractie onduidelijk is welk deel van de leden als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden beschouwd, en het Presidium heeft besloten dat hierdoor twee of meer nieuwe fracties zijn gevormd.
4.
Een fractie deelt de samenstelling van haar bestuur, en elke wijziging in haar samenstelling en die van haar bestuur, mee aan de Voorzitter.
Anders dan volgt uit het Reglement van orde van de raad, is het voor een fractie in de Tweede Kamer in artikel 5.1 lid 2 expliciet geregeld dat zij ook kan splitsen tot twee of meer fracties. Uit het bepaalde in lid 3 volgt dat deze voorziening in het bijzonder is getroffen met het oog op situaties waarin het onduidelijk is welk deel van de leden als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden beschouwd. De aanleiding voor deze voorziening is aldus een gelijksoortige casus als die zich thans voordoet in de raad van Zaltbommel.
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 6 van 9
Ten overvloede: toepassing van het criterium van externe erkenning niet evident U hebt ons al gewezen op het criterium van de ‘externe erkenning’ van een politieke partij, dat volgens Elzinga van nut kan zijn in gevallen van splitsingen bij fracties. Dit wil zeggen dat wordt meegewogen welke leden in bredere kring – bij de overige volksvertegenwoordigers, de partijbesturen, of de media – als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden aangemerkt. In veel gevallen zal toepassing van dit criterium tot een bevredigende oplossing leiden. Dat is in het bijzonder zo indien sprake is van zelfstandige fractieleden die zich afsplitsing van de fractie van een al langer bestaande politieke groepering; het is dan vaak al snel zichtbaar welke leden gelden als de voortzetting van de oorspronkelijke fractie van die groepering. In de situatie die rond het uiteenvallen van de PvdA-GroenLinks-fractie in de raad van Zaltbommel is ontstaan, is de toepasbaarheid van dit criterium volgens ons evenwel niet evident. Dat houdt verband met het karakter van de oorspronkelijke fractie als samenstelling van twee ‘extern erkende’ politieke groeperingen: PvdA en GroenLinks. Het lijkt aannemelijk dat de nieuwe fracties door het leven zullen gaan als afzonderlijke fracties van deze twee groeperingen. Daarmee is waarschijnlijk dat bij beide fracties sprake zal zijn van ‘externe erkenning’. 2.3.
Raad kan beslissen dat twee nieuwe fracties zijn ontstaan Wij menen dat de voorziening die in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer is getroffen, ook een passende oplossing zou zijn voor het uiteenvallen van de fractie van PvdA-GroenLinks in Zaltbommel. In de eerste plaats menen wij in dit verband dat een voortzetting als twee nieuwe fracties recht doet aan de ontstane situatie. In de tweede plaats achten wij het onwenselijk dat de raad of zijn voorzitter een knoop doorhakt over de vraag welk deel van de leden als voortzetting van de oorspronkelijke fractie moet worden beschouwd. In dit kader zien wij ook overigens geen duidelijke aanknopingspunten om die beslissing te nemen. In het licht van dit alles is ook van belang dat de heren Van der Schans en Van Wijk ons hebben laten weten dat voor hen niet doorslaggevend is dat zij in de huidige raadsperiode onder de fractienaam ‘PvdAGroenLinks’ verder kunnen. Beide heren achten het aanvaardbaar om na het uiteenvallen van de fractie onder een nieuwe naam verder te gaan. Een definitieve keuze over de meest gewenste naam hebben zij nog niet gemaakt; onder meer is de optie besproken dat zich separate PvdA- en GroenLinks-fracties vormen, maar ook een geheel nieuwe naam is niet uitgesloten.
Gelet op dit alles adviseren wij u om als raadsvoorzitter een voorstel te doen in de zin van artikel 57 van het Reglement van orde, strekkend tot de vaststelling dat de PvdA-GroenLinks-fractie is gesplitst tot twee fracties. In de eerstvolgende vergadering van de raad na die waarin hij op het voorstel heeft beslist, dienen de fracties aan de voorzitter deel te nemen welke naam zij zullen voeren. Bij het kiezen van een naam voor de fractie is de oorspronkelijke naam ‘PvdA-GroenLinks’ – dan wel een gelijksoortige samenstelling van deze namen – uitgesloten.
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 7 van 9
2.4. Burgerleden dienen opnieuw te worden benoemd; beide fracties kunnen er twee voordragen Indien de raad conform het hiervoor geschetste voorstel besluit, dan ontstaan aldus twee nieuwe fracties in de gemeenteraad. Voor deze fracties geldt dat de raad nog niet op voordrachten heeft beslist voor de benoeming van burgerleden. Nu het Reglement van orde niet voorziet in een overgang van burgerleden naar een andere fractie, is daarvoor nodig dat de nieuwe fracties desgewenst nieuwe eigen voordrachten doen voor deze benoemingen. De reeds benoemde burgerleden van de fractie PvdA-GroenLinks, zijn met het uiteenvallen van deze fractie - tot aan een eventuele nieuwe benoeming - formeel geen burgerlid meer. Voor hen geldt bovendien dat het Reglement van orde er niet in voorziet dat een burgerlid namens twee fracties wordt benoemd. Indien beide fracties de samenwerking met een burgerlid van de voormalige fractie wensen voort te zetten, dient het burgerlid te beslissen welke voordracht voor een benoeming hij of zij aanvaardt. Voor de goede orde geldt in dit verband dat iedere fractie op grond van artikel 35 lid 3 recht heeft op maximaal twee burgerleden. De nieuwe fracties kunnen dus ieder twee burgerleden voordragen voor benoeming door de raad. 3.
De nummering van kandidatenlijsten volgt dwingend uit de wet: indien PvdA en GroenLinks niet gezamenlijk deelnemen, gelden zij als nieuwe deelnemers
Met betrekking tot de vraag naar de positie van PvdA en GroenLinks bij de kandidaatstelling voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2022, is het – vooropgesteld – van belang dat deze positie dwingend uit de Kieswet volgt. In het hiernavolgende gaan wij in op de inhoud van deze bepalingen. Aan de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart 2018 hebben de politieke groeperingen PvdA en GroenLinks gezamenlijk deelgenomen met één kandidatenlijst. Artikel H3 lid 3 biedt daarvoor de wettelijke grondslag. Deelname met samengevoegde aanduidingen brengt met zich dat twee reeds geregistreerde politieke groeperingen, kandidaten stellen die namens beide groeperingen in het vertegenwoordigend orgaan zitting zullen nemen. Het is dus niet mogelijk om de zetels na afloop van de verkiezing te splitsen per partij. Politieke groeperingen die met een gezamenlijke kandidatenlijst hebben deelgenomen aan verkiezingen, maar bij de opvolgende verkiezingen afzonderlijk wensen deel te nemen, verkeren procedureel in dezelfde positie als geheel nieuwe politieke groeperingen. Dat is een bewuste keuze geweest van de wetgever.
Tijdens de parlementaire behandeling van de Kieswet heeft de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken daarover het volgende opgemerkt: “Voorts vroegen de leden van de SGP-fractie of het wel reëel is dat groeperingen die met een samenvoeging van aanduidingen boven de lijst aan de verkiezingen hebben deelgenomen en één of meer zetels hebben behaald en aan de daarop volgende verkiezingen met afzonderlijke lijsten
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 8 van 9
deelnemen, niet in aanmerking kunnen komen voor faciliteiten. Naar mijn mening is dit alleszins redelijk. Zoals de leden van deze fractie terecht stellen is de verplichting tot betaling van een waarborgsom en inlevering van ondersteuningsverklaringen bedoeld als een drempel tegen lichtvaardige deelname aan de verkiezingen. Van deze verplichtingen zijn daarom slechts vrijgesteld die groeperingen die een zetel hebben behaald in het vertegenwoordigend orgaan. Van groeperingen die met een gezamenlijke lijst hebben deelgenomen aan de verkiezingen en één of meer zetels hebben behaald, valt niet met zekerheid te zeggen of zij ook afzonderlijk elk ten minste een zetel zouden hebben behaald. Dit betekent dat het gerechtvaardigd is om deze groeperingen, indien zij afzonderlijk deelnemen aan verkiezingen, op gelijke wijze te behandelen als groeperingen die niet in het vertegenwoordigend orgaan zitting hebben.” (Kamerstukken II 1992-1993, 22972, nr. 7, p. 13) Voor toepassing van de procedurele bepalingen rond de kandidaatstelling verkeren politieke groeperingen die eerder gezamenlijk, maar vervolgens afzonderlijk wensen deel te nemen, aldus in dezelfde positie als geheel nieuwe groeperingen. Dat geldt voor de bepalingen omtrent de betaling van een waarborgsom en inlevering van ondersteuningsverklaringen, maar ook voor de nummering van de kandidatenlijst(en).
Dit brengt het volgende met zich:
Aan een gezamenlijke PvdA-GroenLinks-lijst wordt lijstnummer 3 toegekend Indien PvdA en GroenLinks besluiten om aan de verkiezing van 16 maart 2022 opnieuw deel te nemen met één gezamenlijke kandidatenlijst, dan wordt aan deze lijst het lijstnummer 3 toegekend. Dat volgt uit artikel I14 lid 1, in combinatie met het gegeven dat op de gezamenlijke kandidatenlijst bij de verkiezing van 21 maart 2018 het op twee na hoogste aantal stemmen werd uitgebracht.
Voor de nummering van afzonderlijke PvdA- en GroenLinks-lijsten wordt geloot Indien PvdA en GroenLinks besluiten om aan de verkiezing van 16 maart 2022 deel te nemen met afzonderlijke kandidatenlijsten, dan wordt voor de nummering van deze kandidatenlijsten geloot voor de nummers volgend op die van de kandidatenlijsten van groeperingen waaraan bij de verkiezing van 21 maart 2018 een of meer zetels zijn toegekend.
Gelet op het dwingende karakter van de Kieswet is het niet mogelijk om van deze bepalingen af te wijken. 4.
Ter afsluiting
Gelet op al het voorgaande luiden onze slotbevindingen als volgt:
Wij adviseren om de raad een voorstel te doen met de strekking dat twee nieuwe fracties zijn ontstaan Nu de betreffende raadsleden geen overeenstemming bereiken over de gevolgen van de splitsing voor de aanduiding van de fracties, is het aan de raad om – op voorstel van de voorzitter – een beslissing te nemen. Wij adviseren om een voorstel te doen dat strekt tot de vaststelling dat de
20454692v1
DATUM ONS KENMERK PAGINA
15 april 2021 1001655 9 van 9
PvdA-GroenLinks-fractie is gesplitst tot twee fracties. In de eerstvolgende vergadering van de raad na die waarin hij op het voorstel heeft beslist, dienen de fracties aan de voorzitter deel te nemen welke naam zij zullen voeren. Bij het kiezen van een naam voor de fractie is de oorspronkelijke naam ‘PvdA-GroenLinks’ uitgesloten. Indien gewenst kan ieder van de nieuwe fracties maximaal twee burgerleden voordragen voor een benoeming; de reeds benoemde burgerleden gaan na het uiteenvallen van de PvdA-GroenLinks-fractie niet vanzelf over.
Een gezamenlijke kandidatenlijst krijgt in 2022 lijstnummer 3, voor de nummering van afzonderlijke kandidatenlijsten wordt geloot Indien PvdA en GroenLinks besluiten om aan de verkiezing van 16 maart 2022 opnieuw deel te nemen met één gezamenlijke kandidatenlijst, dan wordt aan deze lijst het lijstnummer 3 toegekend. Nemen zij met afzonderlijke kandidatenlijsten deel, dan wordt voor de nummering van deze lijsten geloot.
Voor overleg over de inhoud van dit memo zijn wij vanzelf steeds beschikbaar. Hugo Doornhof Robin Janssen
20454692v1