Bijlage IX. Archeologisch onderzoek ArcheoPro 2015
Tekst van het document
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 1
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 15055 Dorpsweg, Poederoijen Gemeente Zaltbommel Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, inventariserend en karterend booronderzoek
Kirsten van Kappel Joep Orbons
Juli 2015
ArcheoPro Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 2
ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 15055 Dorpsweg, Poederoijen Gemeente Zaltbommel Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, inventariserend en karterend booronderzoek
Colofon Opdrachtgever: Status:
Burghout Projectmanagement B.V./Karakter Ontwikkeling B.V., Hoofdstraat 65, 5109 AB ‘s Gravenmoer Concept versie 22-07-2015
Projectcode : Bestandsnaam : Archis melding (OM nummer): Bevoegd gezag: Opslagplaats documentatie: ISSN:
15-105 ArcheoPro, Dorpsweg, Zaltbommel, 2015 07 22 3291495100 Gemeente Zaltbommel Provincie Gelderland 1569-7363
Auteur: Projectleider: Projectmedewerkers: Onderaannemers : Autorisatie:
Kirsten van Kappel Joep Orbons Kirsten van Kappel Kirsten van Kappel,Richard Exaltus, Joep Orbons nvt Drs. R.P. Exaltus; senior-archeoloog
Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2015 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland
Versie: 22-07-2015
Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl
Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 3
Inhoudsopgave Inhoudsopgave.................................................................................................................................................................... 3 Samenvatting ....................................................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen ....................................................................................................................................................................... 5 1.2 Locatiegegevens .......................................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep .................................................................................................................................................. 5 1.4 Onderzoek .....................................................................................................................................................................
6 2 Bureauonderzoek........................................................................................................................................................... 8 2.1 Methode en bronnen ................................................................................................................................................. 8 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem ......................................................................................................... 10 2.3 Referentieprofiel...................................................................................................................................................... 11 2.4 Archeologie ................................................................................................................................................................ 17 2.5 Historie ........................................................................................................................................................................ 21 2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel .................................................................................... 24 2.7 Onderzoeksstrategie ..............................................................................................................................................
25 3 Veldonderzoek ............................................................................................................................................................. 26 3.1 Verrichte werkzaamheden .................................................................................................................................. 26 3.2 Resultaten booronderzoek .................................................................................................................................. 26 3.2.1 Plangebied 1........................................................................................................................................................... 26 3.2.2. Plangebied 2.......................................................................................................................................................... 28 4 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) ................................................................................................. 31 Verklarende woordenlijst............................................................................................................................................ 32 Archeologische tijdschaal ............................................................................................................................................
32 Bronnen .............................................................................................................................................................................. 33 Literatuur ........................................................................................................................................................................... 34 Bijlage 1: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 35
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 4
Samenvatting In opdracht van Burghout Projectmanagement B.V. & Karakter Ontwikkeling B.V. heeft ArcheoPro een bureauonderzoek en een inventariserend/karterend veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Dorpsweg, te Poederoijen (gemeente Zaltbommel). In het plangebied is men voornemens om bouwactiviteiten te ontplooien. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een projectprocedure ten behoeve van een wijziging in het bestemmingsplan en was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor delen in het plangebied een middelhoge en hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf de IJzertijd, op of in de top van de oeverafzettingen van de meandergordels Bruchem/Alm en Munnikenland. Tevens geldt een hoge verwachting op het aantreffen van een Middeleeuwse Nederzetting in de zuidoosthoek van plangebied 1. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Wel is tijdens het onderzoek een archeologische laag/bodem aangetroffen, die op basis van eerder uitgevoerd onderzoek op het aangrenzend perceel, geïnterpreteerd wordt als een archeologische laag uit de Middeleeuwen.
Tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Daar deze laag binnen 1,0 m-mv is aangetroffen, zal deze bij de geplande verstoringsdiepte van 1,0 m –mv verstoord gaan worden. Conform de KNA en het Verdrag van Malta is het uitgangspunt, dat behoudenswaardige planlocaties in principe in situ behouden dienen te worden. ArcheoPro adviseert daarom, de archeologische waarden in het plangebied in situ te behouden door op de locaties waar deze laag is aangetroffen een bufferzone aan te houden van 20 cm tussen de onderkant van de graafwerkzaamheden en de top van de archeologische laag. In de bijlage is een zoneringstekening opgenomen waarin de betreffende laag is weergegeven met daarbij de maximale ingreepdieptes. Indien deze dieptes worden overschreden en het niet mogelijk is om het terrein op te hogen om zo de gewenste bufferzone van 20 cm te creëren, is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Dergelijk vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd volgens een speciaal daartoe op te stellen Programma van Eisen (PvE) dat voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden aan het bevoegd gezag moet zijn voorgelegd. Heipalen zijn in dit advies buiten beschouwing gelaten. Het totale verstorende oppervlak van heipalen in de bodem is namelijk verwaarloosbaar.
In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Zaltbommel, conform Monumentenwet 1988, laatste wijziging van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 5
1. Inleiding
1.1 Algemeen Opdrachtgever: Datum uitvoeringveldwerk: Archis onderzoeksmelding: Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie:
Burghout Projectmanagement B.V./Karakter Ontwikkeling B.V., Hoofdstraat 65, 5109 AB ‘s Gravenmoer 18 en 19 juni 2015 3291495100 Gemeente Zaltbommel Provincie Gelderland Provincie Gelderland
1.2 Locatiegegevens Provincie: Gemeente: Plaats: Toponiem: Globale ligging: Hoekcoördinaten plangebied:
Oppervlakte plangebied: Grondgebruik: Hoogteligging: Bepaling locaties:
Gelderland Zaltbommel Zaltbommel Dorpsweg grenzend aan de Poederoijen 133385 / 421884 133385 / 422302 133549 / 422302 133549 / 421884 2.39 ha Kwekerij en weide ± 1,7 á 1,8 m +NAP meetlinten
westzijde
van
de
dorpskern
1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep: Wijze fundering: Onderkeldering: Diepte bodemverstoring: Oppervlakte bodemverstoring: Verwachte wijziging grondwaterstand: Toekomstige ligging bovenen ondergrondse infrastructuur: Toekomstige ligging verharding:
Versie: 22-07-2015
Nieuwbouw op aangegeven terrein op staal en heipalen onbekend 100 cm –mv onbekend geen onbekend onbekend
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 6
1.4 Onderzoek Op 18 en 19 juni j.l. is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Dorpsweg te Poederoijen. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie. Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Hiermee kan de vraagstelling beantwoord worden of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. Een karterend booronderzoek is geschikt voor het opsporen van archeologische resten die niet aan het maaiveld zichtbaar zijn. Het plangebied ligt in een gebied waar een gemeentelijk archeologisch beleid is vastgesteld. Op grond van dit beleid valt het noordelijke deel van plangebied 1 en heel plangebied 2 in een zone met waarde archeologie 3. In deze zone is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die dieper reiken dan dertig centimeter en die een groter oppervlak beslaan dan 2500 m2. Het zuidelijke deel van plangebied 1 valt in een zone met waarde archeologie 1.
In deze zone is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen die dieper reiken dan dertig centimeter en die een groter oppervlak beslaan dan 30 m2.[1] Aangezien het plangebied groter is dan deze vrijstellingsgrens, dient de initiatiefnemer een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 3.3) en is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vergunning verleend tot het verrichten van bepaalde archeologische werkzaamheden in het kader van het doen van opgravingen, bestaande uit prospectie door middel van booronderzoek. Het onderzoek is uitgevoerd door ir. K. van Kappel (senior-prospector) en J.H.C. van Kappel (veldtechnicus).
De exacte locatie van het plangebied is weergegeven op de figuren 1 en 2. Het plangebied ligt aan de westzijde van het dorp Poederoijen en wordt begrensd door de Dorpsweg in het zuiden, de Maarten van Rossumweg in het noorden en de bebouwde kom van Poederoijen in het westen. Het tijdens het bureauonderzoek onderzochte gebied komt overeen met het plangebied.
[1] Goossens, 2001 raaprapport 2025.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 7
Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 8
2 Bureauonderzoek
2.1 Methode en bronnen Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • •
Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? Is het plangebied voldoende onderzocht? o Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek is nodig om te komen tot een selectiebesluit? o Zo ja, welk selectiebesluit kan worden genomen (vrijgeven, opgraven, begeleiden)?
Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn):
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 Gemeente Zaltbommel, Archeologische beleidskaart Geomorfologische kaart 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Oost) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Gelderland 1:25.000 1894-1926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 9
Figuur 2: Luchtfoto met daarop rood omlijnd het plangebied.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 10
2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem De volgende aardwetenschappelijke informatie is bekend van het plangebied: Bron Informatie Geologische kaart van Nederland Formatie van Echteld, rivierklei op 1:50.000[6] rivierzand Geomorfologische kaart van Doorbraakwaaier (3G7) op rivieroeverwal [7] Nederland 1:50.000 (fig. 5) (3K25); zuidoostelijke deel van plangebied 1 wordt aangeduid als terp (T) op rivieroeverwal (3K25) Bodemkaart van Nederland Overslaggronden (AO); zuidoostelijke deel 1:50.000[8] van plangebied 1 wordt aangeduid als oude bewoningsplaats Meandergordelkaart[9] In het noordoostelijke deel van plangebied 1 was de meandergordel van Munnikenland actief. Deze was watervoerend tussen 560 v. Chr. tot 190 na. Chr. In plangebied 2 was de meandergordel van Bruchem/Alm actief. Deze was watervoerend tussen 610 v. Chr. tot 190 na. Chr. Actueel Hoogtebestand 1,7 á 1,8 m +NAP Nederland (AHN) (fig. 6)[11] Zanddieptekaart [12] Top oeverafzettingen op ca. 0,7 m -mv Het plangebied ligt in het stroomgebied van de Rijn en de Maas. De afzettingen van deze rivieren worden gerekend tot de Formatie van Echteld. [13] De Rijn en de Maas hebben stroomgordels gevormd die zich van tijd tot tijd verlegden. Oevers van stroomgordels liggen relatief hoog in het landschap en vormen in een relatief nat landschap aantrekkelijke vestigingsplaatsen.
Het noordoostelijke deel van plangebied 1, ligt op afzettingen die behoren tot de Munnikenland meandergordel. Plangebied 2 ligt op afzettingen die behoren tot de Bruchem/Alm meandergordel (zie fig. 4). Beide meandergordels waren actief tussen circa 610 v. Chr. en 190 na Chr. [14] Op en/of in de top van de oeverafzettingen van deze meandergordels kunnen dan ook archeologische waarden verwacht worden vanaf de IJzertijd. De top van de oeverafzettingen van deze meandergordels ligt op circa 0,7 m onder maaiveld. [15] De zandige oeverafzettingen worden omringd door komgebieden waarin klei is afgezet. Deze komafzettingen in het overgrote deel van plangebied 1 verwacht. Rond 1200 na Chr. is de directe omgeving van het plangebied bedijkt. Op de bodemkaart wordt het overgrote deel van het plangebied geclassificeerd als overslaggrond (zie fig. 7). Door [6] Alterra, 2006 [7] www.ARCHIS.nl [8] Stichting voor bodemkartering 1990 [9] Berendsen & Stouthamer 2001. [11] http://www.ahn.nl/viewer [12] Berendsen & Stouthamer 2001. [13] Alterra, 2006 [14] Berendsen & Stouthamer 2001. [15] Berendsen & Stouthamer 2001.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 11
dijkdoorbraken op circa 250 m ten westen van het plangebied, zijn binnen het plangebied boven op de zandige oeverafzettingen en kleiige komgronden, zogenaamde overslaggronden afgezet. [16] Op deze zelfde kaart wordt het zuidoostelijke deel van plangebied 1 aangeduid als een oude bewoningsplaats. De bodem is redelijk goed ontwaterd (grondwatertrap VI) (zie fig. 8). Dit betekend dat de gemiddelde hoogste grondwaterspiegel (GHG) tussen 40 en 80 cm beneden het maaiveld ligt. De gemiddeld laagste grondwaterspiegel (GLG) bevindt zich dieper dan 120 cm beneden maaiveld.
2.3 Referentieprofiel In het aangrenzende perceel is na uitvoering van het veldwerk een referentieboring geplaatst (boring 19). De basis van deze boring bestaat uit matig tot sterk siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van deze klei is zeer stevig. De klei heeft een gelaagde opbouw door de aanwezigheid van enkele zandlaagjes. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als oeverafzettingen. De diepte waarop de top van deze laag ligt, is 0,55 m –mv. In deze oeverafzettingen komt een traject voor dat donkerder van kleur en matig tot sterk humeus is. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een vegetatie-horizont. Hierin zijn houtskool, leem en fosfaatvlekken aangetroffen. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een archeologische laag uit de Middeleeuwen. De diepte waarop de top van deze laag ligt is 0,90 m –mv. De laag heeft een dikte van 45 cm en wordt afgedekt door een pakket oeverafzettingen van 35 cm dikte met daarop een 55 cm dik pakket grofzandige overslaggronden.
Figuur 3: Voorbeeld van een hoge zwarte enkeerdgrond op een podzol profiel.
[16] Stichting voor bodemkartering 1990
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 12
Figuur 4: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 13
Figuur 5: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 14
Figuur 6: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 15
Figuur 7: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 16
Figuur 8: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 17
2.4 Archeologie Op de landelijke en gemeentelijke verwachtings-/beleidskaarten staat de volgende archeologische verwachting voor het plangebied aangegeven: Bron IKAW
Gemeentelijke beleidskaart[17]
Cultuurhistorische waardenkaart [18]
Verwachting Toelichting De zuidelijke helft van plangebied 1 Deze verwachting is ligt op een terrein van archeologische gebaseerd op geologische, waarde. geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. Voor het noordoostelijke deel van Deze verwachting is plangebied 1 geldt een middelhoge gebaseerd op geologische, verwachting. geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. Voor het overige deel van het Deze verwachting is plangebied geldt een lage gebaseerd op geologische, verwachting. geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. Voor plangebied 2 geldt een hoge Deze verwachting is verwachting. gebaseerd op geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. Zuidelijke deel van plangebied 1 valt Zone 1: tot en diepte van 30 in zone 1 cm –mv en <30 m2 vrijgesteld van onderzoek Overige Zone 3: tot een diepte van 30 cm –mv en <2500 m2 vrijgesteld van onderzoek geen n.v.t.
Volgens de IKAW (Indicatieve kaart van archeologische waarden) geldt er voor het plangebied een lage, middelhoge en hoge kans op het aantreffen van archeologische sporen. Deze verwachting is gebaseerd op geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. In het plangebied bevinden zich namelijk diverse afzettingen van meandergordels. Daar waar de oeverafzettingen van de meandergordels verwacht worden geldt een hoge en middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden vanaf de IJzertijd. Op de locaties waar komafzettingen verwacht worden, geldt een lage verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. De meer verfijnde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Zaltbommel geeft een soortgelijk beeld (zie afb. 8.) De hoge archeologische verwachting (zone 1) in het zuiden van plangebied 1, hangt naar alle waarschijnlijkheid samen met de aanduiding op de [17] Goossens, 2001 raaprapport 2025 [18] Goossens, 2001 raaprapport 2025
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 18
bodemkaart als oude woongrond. De hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting (zone 3) zal met name samenhangen met de ondergrond en de aanwezigheid van de meandergordel. In het plangebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden en ondergrondse bouwhistorische waarden vastgesteld (zie afb. 9): Tabel 1 Waarnemingen en Monumenten Plangebied Nummer Coördinaat AMK 4287 133489/422084.6
Periode Romeinse tijd,
Vondsten Nederzetting, onbepaald,
Grenzend plangebied Nummer W 56649
Coördinaat 133498/422030
Periode Middeleeuwen
W 404080
133494/422066
Middeleeuwen
Onderzoeksnummer 3536
133496/422075
Middeleeuwen
Vondsten Nederzetting, fragmenten Andenne, kogelpot, bot, leem, houtskool en fosfaatvlekken. Nederzetting, fragmenten Andenne, kogelpot, bot, leem, houtskool en fosfaatvlekken. Nederzetting, fragmenten Andenne, kogelpot, bot, leem, houtskool en fosfaatvlekken.
aan
In ARCHIS III zijn voor het plangebied geen vondstmeldingen, onderzoeksmeldingen, waarnemingen en relevante gebouwde monumenten geregistreerd, wel is te zien dat in het zuidelijke gedeelte van plangebied 1 een AMK-terrein weergegeven wordt (zie fig. 9). Volgens ARCHIS betreft het een terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. Nadere informatie ontbreekt echter in ARCHIS en ook zijn geen archeologische waarnemingen geregistreerd die betrekking hebben op deze locatie. Deze verwachting is naar alle waarschijnlijkheid gebaseerd op geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen. In 2004 is op de hiervoor beschreven locatie een archeologisch onderzoek uitgevoerd dat ook direct grenst aan het plangebied. [17] Tijdens dit onderzoek is de veronderstelde hoge verwachtingswaarde correct bevonden. Ter plaatse is een vindplaats uit de Late Middeleeuwen (12e eeuw, mogelijk 11e tot 14e eeuw) aangetroffen in een woerdgrond. Van deze vindplaats zijn slechts de zuid- en oostkant begrensd. De noord- en westgrens bevinden zich hoogstwaarschijnlijk in de percelen ten noorden van het onderzoeksgebied, oftewel in het te onderzoeken plangebied. [18] [17] Boshoven, 2004 [18] waarneming 56649 en 404080
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 19
Figuur 9: Kaart met Archis-gegevens met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 20
Figuur 10: Uitsnede uit de gemeentelijke beleidskaart
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 21
2.5 Historie De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: De kadasterkaart uit 1832 toont dat het plangebied destijds binnen de percelen 178, 192, 193, 194 en 198 lag. Uit de aanwijzende tafels blijkt dat deze in eigendom waren bij Moore en Rom en gebruikt werden als bouwland en weiland.
Figuur 11: Uitsnede uit de kaart cultuurhistorische waarden.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 22
Figuur 12: Uitsnede uit de kadastrale kaart uit 1832
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 23
Figuur 13 toont achtereenvolgens topografische kaarten van het onderzoeksgebied uit 1845, 1889, 1958 en 2010. Op deze kaarten is te zien dat tot en met 1989 het plangebied in gebruik was als weide/akker. Tot 1958 is ook de percelering niet veranderd. Wel is aan de noordzijde van plangebied 2 een weg aangelegd. Deze weg wordt tegenwoordig de Dorpsweg genoemd. Op de kaart uit 2010 is te zien dat het noordwestelijke deel van plangebied 1 uit een kas bestaat. Tijdens het uitgevoerde veldwerk op 18 en 19 juni j.l. bleek deze kas niet meer aanwezig te zijn. Tevens is op de kaart te zien dat plangebied 2 ook bebouwd is met een kas. Deze kas bestaat nog wel.
Figuur 13: Uitsneden uit de topografische kaarten uit achtereenvolgens: 1845, 1889, 1958 en 2010.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 24
2.6 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Op basis van de bureaustudie kunnen twee afzonderlijke verwachtingen gespecificeerd worden. Deze worden in de onderstaande tabellen nader gespecificeerd: 1. Verwachting vanaf IJzertijd op de oeverafzettingen van beide meandergordels. 2. Verwachting Middeleeuwen oude woongrond. Karakteristiek Datering: Complextype(n) Omvang Diepteligging
Omschrijving Vanaf IJzertijd Nederzetting >100 m2 en <2500 m2 Vanaf 70 cm onder maaiveld (afhankelijke van de dikte van de overslagafzettingen) Locatie Noordoostelijke deel plangebied 1 en heel plangebied 2 Soort vindplaats Vindplaats met een archeologische laag Uiterlijke kenmerken Bot, hout, leder, textiel, aardewerk, metaal, leem en houtskool Conservering De resten zullen door de relatief hoge grondwaterstand (40-80 cm – mv) matig tot goed geconserveerd zijn. Gezien het historisch gebruik van het plangebied als kwekerij, weide en kassen (deels), worden geen diepe bodemverstoringen verwacht. Wordt het archeologisch ja relevante niveau bedreigd door de werkzaamheden Karakteristiek Datering: Complextype(n) Omvang Diepteligging
Locatie Soort vindplaats Uiterlijke kenmerken Conservering
Versie: 22-07-2015
Omschrijving Middeleeuwen Oude woongrond >100 m2 Vanaf maaiveld (afhankelijke van de dikte van de overslagafzettingen). Op aangrenzend terrein is de archeologische laag vanaf 70 cm –mv aangetroffen. Zuidoostelijke deel plangebied 1 Vindplaats met een archeologische laag Bot, hout, leder, textiel, aardewerk, metaal, leem en houtskool De resten zullen door de relatief hoge grondwaterstand (40-80 cm – mv) matig tot goed geconserveerd zijn. Gezien het historisch gebruik van het plangebied als kwekerij, weide en kassen (deels), worden geen diepe bodemverstoringen verwacht.
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 25
Karakteristiek Omschrijving Wordt het archeologisch relevante ja niveau bedreigd door de werkzaamheden
2.7 Onderzoeksstrategie De beantwoording van de overige onderzoeksvragen is als volgt: • Is het plangebied voldoende onderzocht? Nee. Op basis van dit bureauonderzoek blijkt dat er meandergordels in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Meandergordels zijn potentiele locaties voor bewoning geweest. Tevens kunnen er in het plangebied waarden aanwezig zijn die behoren tot een Middeleeuwse nederzetting die op een aangrenzend perceel is aangetroffen. Met behulp van dit bureauonderzoek is inzicht gekregen in de te verwachten archeologische waarden in het plangebied. Er kan echter geen uitspraak gedaan worden over de bodemopbouw en op basis daarvan een uitspraak doen over kansrijke of kansarme zones. • Zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek is nodig om te komen tot een selectiebesluit? Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek. In het plangebied wordt een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd, zie afb. 11. Een verkennend booronderzoek is geschikt voor het bepalen van de bodemopbouw en het uitsluiten van kansarme zones en het selecteren van kansrijke zones voor eventueel vervolgonderzoek. Geadviseerd wordt om de verkennend boringen in een 40x50 m grid te plaatsen.
Aangezien uit onderzoek, grenzend aan het plangebied, is gebleken dat er een Middeleeuwse nederzetting aanwezig is, zal aan de zuidoostgrens van het plangebied het verkennend grid verdicht worden tot een karterend grid (20x25m) met als doel het afperken van in eerder onderzoek aangetroffen vindplaats. Tevens zal de boorstrategie worden afgestemd op aan het maaiveld zichtbare (geologische) verschijnselen door middel van een visuele inspectie.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 26
3 Veldonderzoek
3.1 Verrichte werkzaamheden Positie boringen: Gebruikt boormateriaal: Totaal aantal boringen: Boorgrid: Boordichtheid: Geboorde diepte: Inmeten boorlocaties: Boorbeschrijving:
regelmatige verdeling over het plangebied, zie figuur 14. guts met een diameter van 3 cm / edelmanboor met een diameter van 7 cm. 22 20x25 m en 40x50 m 20/5 boringen per hectare 1,25 – 1,85 m –mv meetlint Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB 5.2)
Inspectie bodemontsluitingen en/of oppervlaktekartering: In verband met de begroeiing van het plangebied was geen oppervlaktekartering mogelijk. Evenmin waren bodemontsluitingen aanwezig die geïnspecteerd konden worden op de aanwezigheid van archeologische indicatoren.
3.2 Resultaten booronderzoek De ligging van de boorpunten is weergegeven op de boorpuntenkaart figuur 14. De resultaten van het booronderzoek zijn opgesomd in Bijlage 1 en in figuur 15 zijn de boorkolommen weergegeven. De resultaten van het onderzoek worden per plangebied besproken.
3.2.1 Plangebied 1 Natuurlijke overslaggrond op oever- op komafzettingen (boring 6, 9, 16 en 17)
De basis van de hier gezette boringen bestaat uit zwak siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van de klei is stevig. Deze afzettingen worden geïnterpreteerd als komklei afzettingen. De diepte waarop de top van deze komklei ligt verschilt per boring. In boring 9 begint de top op 1,00 m –mv en in boring 16 op 1,60 m –mv. De komklei wordt afgedekt door matig tot sterk siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van deze klei is zeer stevig. De klei heeft een gelaagde opbouw door de aanwezigheid van enkele zandlaagjes. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als oeverafzettingen. De diepte waarop de top van deze laag ligt, verschilt per boring. In de boringen 6 en 9 ligt deze op 0,30 m –mv en in boring 16 op 1,35 m –mv. Op basis van het bureauonderzoek werden in deze zone geen oeverafzettingen verwacht. Op basis van het kaartmateriaal is niet duidelijk op te maken tot welke meandergordel de aangetroffen afzettingen gerekend kunnen worden. Aangezien beide meandergordels tegelijkertijd actief waren is dit ook niet van belang. De top van de afzettingen bestaat uit zeer grof, matig kalkhoudend zand. In de boringen 16 en 17 heeft dit zand een kleiige bijmenging. Dit zand wordt geïnterpreteerd als overslagafzetting die is gevormd ten Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 27
tijde van een dijkdoorbraak. In boring 6 en 9 is dit pakket 30 cm dik. In de boringen 16 en 17 is dit pakket respectievelijk 135 en 80 cm dik. Natuurlijke overslaggrond op oeverafzettingen (boring 8, 15 en 20)
De basis van de hier gezette boringen bestaat uit matig tot sterk siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van deze klei is zeer stevig. De klei heeft een gelaagde opbouw door de aanwezigheid van enkele zandlaagjes. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als oeverafzettingen. De diepte waarop de top van deze laag ligt, verschilt per boring. In boring 8 ligt deze op 0,30 m –mv en in de boringen 15 en 20 op 0,50 m –mv. De top (20 cm) van deze afzettingen in boring 8 bevat bruine en grijze vlekken en wordt dan ook geïnterpreteerd als verstoord. Op basis van het bureauonderzoek werden in deze zone, behalve in boring 8, geen oeverafzettingen verwacht. Op basis van het kaartmateriaal is niet duidelijk op te maken tot welke meandergordel de aangetroffen afzettingen gerekend kunnen worden. Aangezien beide meandergordels tegelijkertijd actief waren is dit ook niet van belang. De top van de afzettingen bestaat uit zeer grof, matig kalkhoudend zand. In de boringen 15 en 20 heeft dit zand een kleiige bijmenging. Dit zand wordt geïnterpreteerd als overslagafzetting die is gevormd ten tijde van een dijkdoorbraak. In boring 8 is dit pakket 30 cm dik en is vrijwel vergaan tot poeder. In de boringen 15 en 20 is dit pakket respectievelijk 135 en 80 cm dik.
Overslaggrond op oeverafzettingen met daarin een archeologische laag of bodem op komafzettingen (boring 1, 3 t/m 5, 7, 21, 22 en 19)
De basis van de boringen 3 tot en met 5 en 7, bestaan uit zwak siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van de klei is stevig. Deze afzettingen worden geïnterpreteerd als komklei afzettingen. De diepte waarop de top van deze komklei ligt, verschilt per boring. In boring 2 begint deze op 1,10 m –mv en in boring 7 op 1,70 m – mv. De komklei wordt afgedekt door matig tot sterk siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van deze klei is zeer stevig. De klei heeft een gelaagde opbouw door de aanwezigheid van enkele zandlaagjes. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als oeverafzettingen (voor boring 1, 19, 21 en 22 vormt deze laag de basis). De diepte waarop de top van deze laag ligt, verschilt per boring. In boring 7 begint de laag op 0,30 m –mv en in boring 4 en 21 op 0,70 m –mv. In deze oeverafzettingen komt een traject voor die donkerder van kleur en matig tot sterk humeus is. Deze laag wordt geïnterpreteerd als een zone die enige tijd aan het oppervlak heeft gelegen waardoor vegetatiegroei en hiermee gepaard gaande activiteit van bodemfauna kon optreden waardoor een bodem is gevormd. In de boringen 1, 3, 5 en 19 zijn in deze laag houtskool, leem en fosfaatvlekken aangetroffen. In boring 1 is tevens een fragment dierlijk bot gevonden.
Op basis van eerder uitgevoerd onderzoek op het aangrenzend perceel, wordt deze laag dan ook geïnterpreteerd als een archeologische laag uit de Middeleeuwen. De diepte waarop de top van deze laag ligt, verschilt per boring. In boring 5 begint deze op 0,60 m –mv en in boring 1 op 1,10 m –mv. De laag heeft een gemiddelde dikte van 0, 40 m. Behalve in de boringen 7 en 22 waar deze laag ca. 15 cm dik is. In de boringen 5 en 21 wordt deze laag niet afgedekt door oeverafzettingen maar door de grof zandige overslaggrond die in het gehele plangebied als toplaag is afgezet. Vanwege het dynamische karakter waarmee deze overslaggronden zijn afgezet, bestaat de kans dat de top van de archeologisch laag/bodem in de boringen 5 en 21 is geërodeerd. Op basis
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 28
van de opgestelde verwachting werd deze laag verwacht in het zuidoostelijke deel van het plangebied. Echter uit de karterende boringen (16 t/m 18), die als doel hadden, het afperken van de aangetroffen Middeleeuwse nederzetting, is gebleken dat deze laag daar juist niet aanwezig is. In boring 19, welke gezet is in het aangrenzende perceel, is de archeologische laag op 0,90 m –mv wel aangetroffen. Aangenomen wordt dat in deze specifieke zone een deel van de nederzetting verspoeld is door een dijkdoorbraak. Het dikke pakket overslag zand dat is aangetroffen in de boringen 16 tot en met 18 zijn daar een goede indicatie voor. 3.2.2. Plangebied 2 Natuurlijke overslaggrond op oeverafzettingen (boring 10 t/m 12 en 14)
De basis van de hier gezette boringen bestaat uit matig tot sterk siltige, matig kalkhoudende, grijze klei. De consistentie van deze klei is zeer stevig. De klei heeft een gelaagde opbouw door de aanwezigheid van enkele zandlaagjes. Dit pakket wordt geïnterpreteerd als oeverafzettingen. De diepte waarop de top van deze laag ligt, verschilt per boring. In boring 12 begint de laag op 0,25 m –mv en in boring 14 op 0,75 m –mv. Deze resultaten komen overeen met de opgestelde verwachting in het bureauonderzoek. Deze afzettingen worden dan ook gerekend tot de meandergordel van Bruchem/Alm. De top van de afzettingen bestaat uit zeer grof, matig kalkhoudend zand met een kleiige bijmenging. De laag wordt geïnterpreteerd als overslagafzetting die is gevormd ten tijde van een dijkdoorbraak. De laag is gemiddeld 30 cm dik, behalve in boring 14 waar deze een dikte heeft van 75 cm. Natuurlijke overslaggrond op geul- op beddingafzettingen (boring 13)
De basis van de hier gezette boring bestaat uit zeer grof, geel zand. Deze laag begint op 1,60 m –mv en wordt geïnterpreteerd als beddingafzetting. Deze laag wordt afgedekt door een gelaagd pakket die bestaat uit laagjes zwak tot sterk siltige, zandige klei. De laag is donkergrijs van kleur en bevat geoxideerde plantrestanten. Deze top van deze laag ligt op 0,70 m –mv en wordt geïnterpreteerd als geulvulling. De top van de afzettingen bestaat uit zeer grof, matig kalkhoudend zand met een kleiige bijmenging. De laag wordt geïnterpreteerd als overslagafzetting die is gevormd ten tijde van een dijkdoorbraak en is 70 cm dik.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 29
Figuur 14: Boorpuntenkaart en advieskaart
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 30
Figuur 15: Boorprofielen
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 31
4 Conclusies en aanbevelingen (beleidsadvies) Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor delen van het plangebied een middelhoge en hoge verwachting voor wat betreft de aanwezigheid van archeologische resten daterend vanaf de IJzertijd, op of in de top van de oeverafzettingen van de meandergordels Bruchem/Alm en Munnikenland. Tevens geldt een hoge verwachting op het aantreffen van een Middeleeuwse Nederzetting in de zuidoosthoek van plangebied 1. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Wel is tijdens het onderzoek een archeologische laag/bodem aangetroffen, die op basis van eerder uitgevoerd onderzoek op het aangrenzend perceel, geïnterpreteerd wordt als een archeologische laag uit de Middeleeuwen. Tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Daar deze laag binnen 1,0 m-mv is aangetroffen, zal deze bij de geplande verstoringsdiepte van 1,0 m –mv verstoord gaan worden. Conform de KNA en het Verdrag van Malta is het uitgangspunt, dat behoudenswaardige planlocaties in principe in situ behouden dienen te worden.
ArcheoPro adviseert daarom, de archeologische waarden in het plangebied in situ te behouden door op de locaties waar deze laag is aangetroffen een bufferzone aan te houden van 20 cm tussen de onderkant van de graafwerkzaamheden en de top van de archeologische laag. In de bijlage is een zoneringstekening opgenomen waarin de betreffende laag is weergegeven met daarbij de maximale ingreepdieptes. Indien deze dieptes worden overschreden en het niet mogelijk is om het terrein op te hogen om zo de gewenste bufferzone van 20 cm te creëren, is archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk. Dergelijk vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd volgens een speciaal daartoe op te stellen Programma van Eisen (PvE) dat voorafgaande aan de uitvoering van de werkzaamheden aan het bevoegd gezag moet zijn voorgelegd. Heipalen zijn in dit advies buiten beschouwing gelaten. Het totale verstorende oppervlak van heipalen in de bodem is namelijk verwaarloosbaar. In alle gevallen geldt dat indien archeologische materialen en/of sporen aangetroffen worden, deze gemeld dienen te worden bij de gemeente Zaltbommel, conform Monumentenwet 1988, laatste wijziging van 1 september 2007, paragraaf 7, artikel 53 en verder.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 32
Verklarende woordenlijst AHN Actueel Hoogtebestand Nederland. AMK Archeologische Monumentenkaart. ASB Archeologische Standaard Boorbeschrijving. Archis Archeologisch Informatie Systeem. BP: Before Present (present = 1950) GIS Geografische InformatieSystemen. GPS Global Positioning System. IKAW Indicatieve kaart van archeologische waarden IVO Inventariserend VeldOnderzoek. KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. -mv Onder maaiveld. NAP Normaal Amsterdams Peil PVA Plan van Aanpak. PVE Programma van Eisen. RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. SBB Standaard Boor Beschrijvingsmethode. SIKB: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer ZAA Zeeuws Archeologisch Archief. ZAD Zeeuws Archeologisch Depot.
Archeologische tijdschaal Periode Midden- en Laat Paleolithicum steentijd) Mesolithicum (midden steentijd) Neolithicum (nieuwe steentijd) Bronstijd IJzertijd Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Volle middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Versie: 22-07-2015
Datering (oude 250.000 9000 4500 2000 800 12 v chr. 500 1000 1250 1500
- 9000 -
4500 2000 800 12 v. chr. 500 n. chr. 1000 1250 1500 heden
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 33
Bronnen Grote historische Provincie Atlas van Nederland; deel 3 Oost-Nederland 1838-1857 1:50.000. Topografische dienst Wolters Noordhoff Groningen 1990 Grote historische topografische Provincie Atlas Gelderland; 1905 1:25.000. Nieuwland Tilburg 2006 Grote topografische atlas van Nederland 1:50.000 Deel 3 Oost-Nederland. Topografische dienst. Wolters Noordhoff Groningen 1997 Kadastrale minuut 1830 met aanwijzende tafels, (www.watwaswaar.nl) Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008 Luchtfoto, http://maps.google.nl Provincie Gelderland Wateratlas http//geodata2.prov.gelderland.nl//apps/wateratlas/ Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, IKAW 2 (Indicatieve kaart Archeologische Waarden), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, AMK (Archeologische monumentenkaart), Amersfoort. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS II (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis2.archis.nl/ Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft. Stichting voor Bodemkartering, Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Stichting voor Bodemkartering: Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000, Staring Centrum, Wageningen, 1989 Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968. Twaalf provinciën 2007. Atlas van topografische kaarten. Nederland 1955-1965.
Uitgeverij twaalf provinciën. Landsmeer.
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 34
Literatuur Berendsen, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland. Eerste druk. Assen (Fysische geografie van Nederland). Berendsen, H.J.A. & E. Stouthamer, 2001: Palaeogeographic development of the Rhine-Meuse delta, The Netherlands. Assen, Koninklijke Van Gorcum. Berg, M.M. van den & E.A. Hatzmann, 2006: Water en archeologisch erfgoed. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 30). Boshoven, E.H., 2004: inventariserend archeologisch veldonderzoek, karterende fase Dorpsweg 12 en 14 Poederoijen. Deventer (BAAC-rapport 04-183) Cate, J. A. M. ten. A. F. van Holst, H. Kleijer en J. Stolp, 1995. Handleiding bodemgeografisch onderzoek; richtlijnen en voorschriften. Deel A: Bodem. Wageningen, DLO-Staring Centrum. Technisch Document 19A. Cohen, K.M. & E. Stouthamer, 2012. Beknopte toelichting bij het digitaal basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta, Utrecht, 2012. Es. Van W.A., Sarfatij, H. & P.J. Woltering (red.) 1988. Archeologie in Nederland; De rijkdom van het bodemarchief. Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Amersfoort. Goossens, E, etal, 2011: Cultuurhistorische inventarisatie en archeologiebeleid gemeente Zaltbommel. RAAP-rapport 2025. Groenewoudt, B.J., 1994: Prospectie, waardering en selectie van archeologische vindplaatsen: een beleidsgerichte verkenning van middelen en mogelijkheden. Amersfoort (Nederlandse Archeologische Rapporten 17).
Kars, H. & A. Smit (red.), 2003: Handleiding Fysiek Behoud Archeologisch Erfgoed. Amsterdam (Geoarchaeological and Bioarchaeological Studies 1). Kuiper, M. 2006/2007. Atlas van topografische kaarten Nederland, 1955-1965. Uitgeverij 12 Provinciën, Landsmeer. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek (SIKB, 2006)
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 35
Bijlage 1: Boorbeschrijving
Algemene kopgegevens Soort boring Projectnummer Projectnaam Deelgebied Organisatie OM-nummer coördinaatsysteem Coördinaatsysteemdatum Locatiebepaling Referentievlak Bepaling maaiveldhoogte Boormethode Boordiameter Opdrachtgever
Versie: 22-07-2015
BAR 15-105 Dorpsweg, Zaltbommel Nvt ArcheoPro 3291495100 RD2000 ETRS89 GPS en meetlint NAP AHN – Waterpas Guts en edelman 3 cm en 15 cm Burghout Projectmanagement B.V./Karakter Ontwikkeling B.V.
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 36
boornummer traject
vlekken
1 0-60
bodemtype fractie
kleur
o.m.
lagen indicatoren
KZ3
DBRGR H3
BAK1 Recent
ZG
60-110
Ks4
GR
110-150
Ks4
DBGR
H3
ZL1
150-185
Ks4
grijs
H1
ZL1
oxidatie
ZL1 bot, HK, gebakken klei
geom. consistentie kalk interpretatie
bodemk.
Zeer stug
Ca2
overslag
bouwvoor
Fe/Mg 3
Ca2
oever
Fosfaat
Ca2
oever
natuurlijk archeologische laag
Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
2 0-50
Z
poeder Bruin
Ca1
overslag
bouwvoor
50-80
Z
ZG
Ca2
overslag
natuurlijk
80-110
Ks3
DGR
Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
110-170
Ks2
DGR
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Fe/Mg 2
Ca2
oever
fosfaat, Fe/Mg 2
Ca2
oever
omgewerkt archeologische laag
Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
overslag
natuurlijk
Ca2
oever
bodem
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
overslag
Ca2
oever
omgewerkt archeologische laag
Fe/Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Fe/Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
3 0-40
geel ZL1
Z
poeder Bruin
40-80
KZ1
ZG
80-110
Ks4
DGR
H2/3 ZL1
110-160
Ks4
DGR
ZL1
160-180
Ks2
DGR
BRGR
4 0-30
Z
poeder Bruin
30-70
Z
ZG
70-120
Ks3
DGR
120-180
Ks2
grijs
5 0-25
poeder Bruin
25-60
KZ1
ZG
BRGR
60-100
KZ1
MF
DGR
100-170
Ks3
grijs
170-180
Ks2
Grijs
Z Ks4
DGR
120-130
Ks2
grijs
Versie: 22-07-2015
Z
H2/3 Mg 1 bruine en grijze vlekken
Fe/Mg 1
HK en BAK1 ZL1
poeder Bruin
30-120
7 0-30
Bak1 en gebakken klei
geel
Z
6 0-30
bruine en grijze vlekken
ZL1
poeder Bruin
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
30-65
Ks3
DBRGR
ZL1
65-95
Ks3
grijs
ZL1
95-110
Ks4
grijs
110-140
Ks3
grijs
140-160
Ks2
grijs
8 0-30
Z
bruine en grijze vlekken
Ca1
oever
omgewerkt
Fe/Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
H2/3 ZL2
Fe/Mg 2
Ca2
oever
bodem
ZL1
Fe/Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca1
oever
omgewerkt
poeder BRGR
BAK1
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 37
bruine en grijze vlekken
30-50
Ks4
BRGR
50-140
Ks4
BRGR
Fe/Mg1
Ca1
oever
natuurlijk
140-150
Ks3
grijs
Mg1
Ca1
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
9 0-30
Z
poeder BRGR
30-100
Ks4
BRGR
Fe/Mg1
Ca2
oever
natuurlijk
100-150
Ks2
grijs
Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
oever
natuurlijk
Ca2
overslag
bouwvoor
Fe/Mg 2
Ca2
oever
natuurlijk
Mg1
Ca2
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
overslag
natuurlijk
Ca2
geulvulling
natuurlijk
10 0-30 30-150 11 0-30
KZ3
ZG
Ks4 KZ3
DBRGR H3 grijs
ZG
30-140
Ks4
grijs
140-150
Ks3
grijs
12 0-25 25-150
KZ3
ZG
Ks4
ZL1
Fe/Mg 1
DBRGR H3
zwart
ZL1
H3
grijs
ZL1
Fe/Mg 2
13 0-25
KZ3
ZG
zwart
25-70
KZ3
ZG
geel
80-120
Ks4
DGR
H2
120-125
Ks2
DGR
H2
Ca2
geulvulling
natuurlijk
125-150
KZ3
DGR
H2
Ca2
geulvulling
natuurlijk
150-160
Ks4
DGR
H2
Ca2
geulvulling
natuurlijk
160-170
Z
ZG
geel
Ca2
bedding
natuurlijk
KZ2
ZG
DBRGR H2
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
14 0-75 75-160 15 0-50
Versie: 22-07-2015
Ks4 KZ2
H3
grijs ZG
DGR
ZL2
ZL1
ZL1
Fe/Mg2
H2
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
50-150 16 0-90
Ks4
grijs
KZ3
ZG
DGR
90-135
KZ3
ZG
DGR
135-160
Ks3
grijs
160-180
Ks2
grijs
17 0-80
KZ3
ZG
DGR
80-145
Ks3
grijs
145-150
Ks2
grijs
18 0-80
KZ3
ZG
DGR
80-130
Ks3
grijs
135-150
Ks2
grijs
ZL1 H2
ZL1
ZL1
DBRGR H2
45-55
KZ3
ZG
geel
55-90
Ks4
grijs
90-135
Ks4
DGR
135-150
Ks3
grijs
50-130
Ks4
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
overslag
natuurlijk
Fe/Mg 2
Ca2
oever
natuurlijk
Fe/Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Fe/Mg 2
Ca2
oever
natuurlijk
Fe/Mg 1
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
oever
natuurlijk
Ca2
kom
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
overslag
natuurlijk
Fe/Mg2
Ca2
oever
fosfaat, Fe/Mg 2 Fe/Mg 1 en jarosiet
Ca2
oever
natuurlijk archeologische laag
Ca2
oever
natuurlijk
Ca1
overslag
bouwvoor
Ca2
oever
natuurlijk
H2
ZG
ZG
Ca2
H2
KZ3
KZ3
Fe/Mg2 BAK1 (spikkels) recent
ZL1
19 0-45
20 0-50
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 38
BAK1
ZL1 H2
Fe/Mg 1 Fe/Mg 1 en Jarosiet
ZL1 ZL1
HK, Bak1 en gebakken klei
DBRGR H2 grijs
ZL1
Fe/Mg 1
21 0-45
KZ3
ZG
DBRGR H2
Ca1
overslag
bouwvoor
45-70
KZ3
ZG
geel
Ca2
overslag
natuurlijk
70-130
Ks3
Ca2
oever
bodem
Ca1
overslag
bouwvoor
22 0-45
DGR
H2
KZ3
ZG
DBRGR H2
45-50
Z
ZG
geel
50-70
Ks4
BRGR
70-90
Ks4
DGR
90-140
Ks4
grijs
Versie: 22-07-2015
H2
Fe/Mg 1
Ca2
overslag
natuurlijk
ZL2
Fe/Mg 1
Ca2
oever
natuurlijk
ZL1
Fe/Mg 1
Ca2
oever
bodem
ZL1
Fe/Mg2
Ca2
oever
natuurlijk
www.ArcheoPro.nl
Archeologische onderzoek Dorpsweg, Zaltbommel, Gemeente Zaltbommel.
ArcheoPro Rapport, 15055, Pagina 39
Betekenis van de afkortingen: Lithologie: K = klei, Z = zand, s = silt Betekenis toegevoegde cijfers: 1 = zwak, 2 = matig, 3 = sterk en 4 = uiterst. Kleur: BR = bruin, GR = grijs D = donker. Overige kenmerken: BAK = Baksteen HK = Houtskool H = Humeus ZL = Zandlagen Fe = IJzer Mg = Maangaan Ca = Kalk ZG = zeer grof
Versie: 22-07-2015
www.ArcheoPro.nl