Bijlage II. Archeologisch onderzoek Lange Steigerstraat
Tekst van het document
De ligging van de boringen is opgenomen in bijlage 9. De coördinaten van de boorpunten zijn bepaald met een meetlint aan de hand van de bestaande topografie en de hoogte is aan de hand van het AHN bepaald (bron: www.ahn.nl). Boring 2, 3 en 4 zijn na drie boorpoging per boring gestaakt in puin op een diepte tussen 50 en 80 cm -Mv. Veldwaarnemingen Ten tijde van het veldonderzoek was een gedeelte van het plangebied bebouwd met garageboxen. Het overige deel was braakliggend. De bomen die op luchtfoto’s nog zichtbaar zijn, waren niet meer in het plangebied aanwezig. Het westen van het plangebied was in gebruik als tuin, waarbij het maaiveld verhard was met grind. Ter plaatse van de garageboxen was volgens de eigenaar van het perceel een betonvloer van circa 20 cm dikte aanwezig. Het maaiveld binnen het plangebied was vlak. Foto’s van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek zijn weergegeven in figuur 12.
Figuur 12: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (20-12-2022).
32
Bodemopbouw en lithologie De natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat vanaf 215 cm -Mv (4,22 m +NAP) uit matig siltig, matig grof zand. Dit zand is geel van kleur en bevat enkele roestvlekken. Het zand is geïnterpreteerd als beddingzand van de Onbedijkte Waal stroomrug. Hierboven ligt vanaf een diepte van 195 cm -Mv (4,42 m +NAP) een laag sterk zandige, lichtgrijze klei. Deze klei is matig slap van consistentie en is geïnterpreteerd als natuurlijke oeverwalafzettingen van de Waal stroomrug. Hierop ligt vanaf een diepte van 130 cm -Mv (5,07 m +NAP) tevens een laag sterk zandige, grijze klei. Deze klei bevat spikkels houtskool en enkele fragmenten baksteen. De laag is vanwege de humositeit, de aanwezigheid van houtskool en fragmenten baksteen geïnterpreteerd als cultuurlaag. Hierboven ligt tot aan het maaiveld meerdere ophogingslagen. Deze lagen bestaan in de basis uit een laag sterk zandige, lichtbruine,, humeuze, matig stevige klei met zandbrokken. In de laag zijn fragmenten bouwpuin, baksteen en mortel aangetroffen. In de top bestaan de ophogingslagen uit matig siltig, geel tot bruingrijs zand waarin houtskool, baksteenpuin en mortel is aangetroffen. De top van deze ophogingslagen bevindt zich circa 10 cm -Mv (6,27 m +NAP). De bovenste 10 cm van de ondergrond bestaat uit een laag grof ophoogzand.
Archeologische indicatoren In de boringen zijn baksteengruis, houtskool, mortel en kleine baksteenfragmenten aangetroffen. Deze zijn niet meegenomen voor deponering. Interpretatie Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond van het plangebied uit zandige ophogingslagen op oeverwalafzettingen (vanaf 195 cm -Mv; 4,42 m +NAP) op beddingafzettingen (vanaf 215 cm -Mv; 4,22 m +NAP) bestaat. Bovenop de oeverwalafzettingen bevinden zich minstens twee verschillende ophogingslagen, waarvan de top van de onderste zich op een diepte van 130 cm Mv bevindt. In de erboven liggende ophooglaag zijn houtskoolspikkels, fragmenten rood en geel baksteen (ook gruis), mortel en ondefinieerbaar bouwpuin aangetroffen. Deze bovenste ophooglaag is in alle vier de boringen aangetroffen. De onderliggende ophooglaag en oeverwalafzettingen is in één boring bereikt. Op basis van deze resultaten is de archeologische verwachting op resten vanaf de Vroege Middeleeuwen, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, bevestigd. In het plangebied bevinden zich meerdere archeologisch relevante ophogingslagen.
33
12. Beantwoording onderzoeksvragen Inventariserend Veldonderzoek 1.
Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Het plangebied ligt op bedding- en oeverwalafzettingen van de Onbedijkte Waal. In de top van de oeverwalafzettingen is een cultuurlaag aanwezig, waarop meerdere antropogene ophogingslagen zijn opgebracht.
2.
Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Het archeologisch relevante niveau bevindt zich direct vanaf de moderne bouwvoor (circa 30 cm -Mv) en reikt tot aan de cultuurlaag in de onderliggende oeverwalafzettingen (circa 195 cm Mv; 4,42 m +NAP).
3.
In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Het archeologisch relevante niveau is intact aangetroffen. Mogelijk is de bodem onder de garageboxen ondiep verstoord, maar aangezien het archeologische niveau tot een diepte van circa 195 cm -Mv aanwezig is, zullen diepere resten nog aanwezig zijn.
4.
Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? In het plangebied is een hoge archeologische waarde vastgesteld. Het aantreffen van meerdere ophogingslagen, een cultuurlaag en oeverwalafzettingen duidt op de aanwezigheid van archeologische niveaus.
34
13. Conclusie en Advies Conclusie Volgens het bureauonderzoek ligt het plangebied in de historische stadskern van Zaltbommel. Deze stadskern is in de Vroege Middeleeuwen gevormd en is sindsdien in meerdere fases opgehoogd en bebouwd. De natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit oeverwalafzettingen van de Onbedijkte Waal stroomrug die actief geweest is tussen 625 en 1400 na Chr. (Late Middeleeuwen). De top van oeverwalafzettingen van deze stroomrug kunnen aangetroffen worden vanaf een diepte van 3,4 m +NAP. Aan de hand van reeds uitgevoerde onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied worden in het plangebied archeologische resten vanaf de Vroege Middeleeuwen verwacht. Op basis van historische kaarten blijkt dat in het plangebied sinds in ieder geval 1560 bebouwing aanwezig was. Archeologische resten uit de Vroege Middeleeuwen worden in de top van oeverwalafzettingen op een diepte vanaf circa 3,4 m +NAP verwacht. Resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd zullen zich in ophogingslagen bovenop de oeverwalafzettingen bevinden. Deze zullen bestaan uit funderingsresten, huisplattegronden, putten en beerputten en overige erf-gerelateerde resten. Resten uit oudere periodes worden niet in het plangebied verwacht.
Tijdens het veldonderzoek is vastgesteld dat de ondergrond van het plangebied uit zandige ophogingslagen op oeverwalafzettingen (vanaf 195 cm -Mv; 4,42 m +NAP) op beddingafzettingen (vanaf 215 cm -Mv; 4,22 m +NAP) bestaat. Bovenop de oeverwalafzettingen bevinden zich minstens twee verschillende ophogingslagen, waarvan de top van de onderste zich op een diepte van 130 cm Mv bevindt. In de erboven liggende ophooglaag zijn houtskoolspikkels, fragmenten rood en geel baksteen (ook gruis), mortel en ondefinieerbaar bouwpuin aangetroffen. Deze bovenste ophooglaag is in alle vier de boringen aangetroffen. De onderliggende ophooglaag en oeverwalafzettingen is in één boring bereikt. Op basis van deze resultaten is de archeologische verwachting op resten vanaf de Vroege Middeleeuwen, zoals opgesteld in het bureauonderzoek, bevestigd. In het plangebied bevinden zich meerdere archeologisch relevante ophogingslagen. Advies Op basis van het uitgevoerde onderzoek is in het plangebied een hoge verwachting op resten vanaf de Vroege Middeleeuwen vastgesteld. Archeologische resten worden hierbij vanaf circa 15 cm -Mv verwacht. Transect adviseert daarom om bij het wijzigen van het bestemmingsplan de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 1 (Hoog) over te nemen.
In het kader van de geplande sloop van de bestaande garageboxen en de realisatie van een viertal appartementen in het plangebied, adviseren wij een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Omdat in het plangebied archeologische resten en sporen verwacht worden, adviseren wij dit vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding (IVO-AB) tijdens de ondergrondse sloop van de garageboxen. Hierna kan in het plangebied, ter plaatse van de toekomstige bouwvlakken van de appartementen een archeologisch proefsleuvenonderzoek (IVO-P) plaatsvinden. Vanwege het relatief kleine oppervlak (circa 128 m2) adviseren wij de optie tot het uitvoeren van een aansluitende archeologische opgraving op te nemen. Voor een dergelijk gravend onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, dat op voorhand van de werkzaamheden door de bevoegde overheid (de gemeente Zaltbommel) goedgekeurd moet zijn. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Zaltbommel) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.
35
14. Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden: • Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. • Archeologisch Informatie Systeem III (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2016. • Archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Zaltbommel • www.ruimtelijkeplannen.nl • archis.cultureelerfgoed.nl • www.kadastralekaart.com • www.archieven.nl • www.pdok.nl • www.ahn.nl • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 (Stiboka) • Geomorfologische kaart van Nederland • www.bodemloket.nl • bagviewer.kadaster.nl • www.kadaster.nl • www.dinoloket.nl • landschapinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/archeologische-landschappenkaart • beeldbank.cultureelerfgoed.nl • www.topotijdreis.nl • www.regionaalarchiefrivierengebied.nl • www.gelderarchief.nl • library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf • gelderland.omgevingsrapportage.nl • www.ikme.nl • www.tracesofwar.com • www.euroradar.nl/explosieven-opsporing/ruimingskaart/ Lijst met afbeeldingen
Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl). ....... 2 Figuur 2: Uitsnede van de kaart van Van Deventer (1560; bron: www.geldersarchief.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 23 Figuur 3: Uitsnede van de kaart van Bleau (1649; bron: www.oudelandkaarten.eu). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 23 Figuur 4: Uitsnede van de kaart van Brunings en Kraayenhoff (1798; bron: library.uu.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 24 Figuur 5: Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl). ............................................................................................... 24 Figuur 6: Uitsnede van een topografische kaart uit 1880 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 25 Figuur 7: Uitsnede van een topografische kaart uit 1925 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven ............................................................................
25 Figuur 8: Uitsnede van een topografische kaart uit 1955 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 26 36
Figuur 9: Uitsnede van een topografische kaart uit 1975 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 26 Figuur 10: Uitsnede van een topografische kaart uit 1995 (bron: www.topotijdreis.nl). Het plangebied is met rode lijnen weergegeven. ........................................................................... 27 Figuur 11: Uitsnede van een luchtfoto uit 2021. Het plangebied is met rode lijnen weergegeven (bron: www.pdok.nl).......................................................................................... 27 Figuur 12: Foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek (20-12-2022). ............ 32
Literatuur Baggerman, M., Paulussen, R. en A. van de Water, 2020. Archeologisch bureauonderzoek Buitenstad te Zaltbommel. Argo-rapport 219 Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem voor bodemclassificatie voor Nederland. In: Boor en Spade. Bakker, H. de en J. Schelling, 1989. Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005. Landschappelijk Nederland. Assen (Fysische Geografie van Nederland). Derde, geheel herziene druk. Berendsen, H.J.A., 2004. De vorming van het land. Assen (Fysische geografie van Nederland). Vierde, geheel herziene druk. Bimmel M.L.J. en J.R. Mooren, 2005. BAAC-rapport 05.049 Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik, A.H. Geurts, 2012. Digitaal Basisbestand Paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. Dept. Fysische Geografie. Universiteit Utrecht. Digitale Dataset. Colijn, J.E., A. Brokke en H.J.L.C. Koopmanschap, 2018. Archeologisch bureauonderzoek Rijntakken. Antea Group Archeologie-rapport 2017 Diependaal, S., S. Koeman, P. Wemerman, 2009. Archeologische begeleiding Binnenstad van Zaltbommel en temidden van die Rommel, rommel gemeente Zaltbommel. Rapport S083211 Genabeek, R.J.M.van, 2001. Zaltbommel, Waterstraat 33. Archeologische waarneming (BAAC-rapport 01.067) Honigh, B.D., 2016. Archeologische begeleiding aan de Minnebroederstraat 2c te Zaltbommel, gemeente Zaltbommel.
Hollandia-reeks 592 Jezeer, W. en J. Dijkstra, 2015. Bolwerk De Kat, Zaltbommel. Een archeologische begeleiding. ADCrapport 3945 Kalisvaart, C.C., 2020. Zaltbommel. Plangebied Kerkstraat 7. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). BAAC-rapport 1 Kampen, van J., 2018. Een archeologische begeleiding aan de Ruiterstraat 8 in Zaltbommel. Zuidnederlandse Archeologische Notities 635
37
Kodde, S.W., 2017. Kijkgaten in de stad, Een archeologische begeleiding van de plaatsing van afvalcontainers in Zaltbommel. ADC-rapport 4378 Kok, T., 2021. Verkennend booronderzoek Buitenstad te Zaltbommel, gemeente Zaltbommel. Argorapport 291 Kremer, H. , 2015. Archeologische Begeleiding, Veerweg te Zaltbommel. Synthegra rapport S150054-b Kruijssen, M., 2022. Survey Vaarwegen Oost Nederland ADC-rapport 5735 Mooren, J.R., 2019. Zaltbommel, Kerkstraat 7, Opgraven landbodems variant archeologische begeleiding. BAAC project A-21.0037 Mulder, E.F.J de., M.C. Geluk, I. Ritsema, W.E. Westerhof & T.E. Wong 2003, De ondergrond van Nederland, Groningen. Stiller, D.R. en R.M. van der Zee, 2005. Locaties "Lange Steigerstraat" en "Bloemendaal". Gemeente Zaltbommel, Een Inventariserend Veldonderzoek. STAR 51 Visser, C.A., 2016. Kribverlaging Waal fase 3 en langsdammen Wamel-Ophemert. VestigiarapportV1378 Vosselman J., 2013. Plangebied Koningstraat 10, gemeente Zaltbommel; archeologisch onderzoek; een archeologische begeleiding. RAAP-notitie 4464 Zijverden, van, W.K. & J. de Moor, 2014. Het groot profielenboek. Fysische geografie voorarcheologen. Leiden.
38
Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode
Deel-/subperiode
Recent
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Nieuwe Tijd
Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd
1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.
1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.
Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A
1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.
1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.
Romeinse Tijd
Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A
350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.
450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.
IJzertijd
Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd
250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.
12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.
Bronstijd
Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd
1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.
800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.
Neolithicum
Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A
2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.
2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.
Mesolithicum
Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum
6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.
4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.
Paleolithicum
Jong-Paleolithicum B Jong-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum
18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -
8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP
39
Bijlage 2: Plantekening
40
Bijlage 3: Archeologische beleidskaart van de gemeente Zaltbommel
41
42
43
Bijlage 4: Geomorfologie
44
Bijlage 5: Hoogtekaart
45
Bijlage 6: Bodemkaart
46
Bijlage 7: Stroomruggen
47
Bijlage 8: Archeologische informatie
48
Bijlage 9: Boorpuntenkaart
49
Bijlage 10: Foto’s van boringen Hieronder volgen enkele foto’s van boring 1. De boorkernen op onderstaande foto’s zijn van rechts naar links uitgelegd, waarbij de onderkanten van de boringen naar boven wijzen (per 50 cm). De guts is naar links (het diepste punt) uitgelegd.
Boring 1 (0-250 cm -Mv). Met geel is het ophoogpakket onderstreept (10 – 130 cm -Mv). Met blauw is de cultuurlaag op de oeverwalafzettingen onderstreept (130 – 195 cm -Mv).
Boring 2 (0 – 80 cm -Mv).
50
Bijlage 11: Boorbeschrijvingen
51
boring: 221011-1 beschrijver: LYNN, datum: 6-1-2023, X: 145.383,49, Y: 425.116,79, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 39C, hoogte: 6,37, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Zaltbommel, opdrachtgever: Legalexion, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 6,37 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
10 cm -Mv / 6,27 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, matig humeus, bruingrijs, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: BK1, puin, mortel, bouwpuin.
55 cm -Mv / 5,82 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geel, matig fijn Bodemkundig: veel Fe-vlekken, interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool
75 cm -Mv / 5,62 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtbruingrijs, zandbrokken, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: baksteen, puin, mortel
130 cm -Mv / 5,07 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, grijs, matig stevig Bodemkundig: interpretatie: oude akkerlaag Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: HK1, BK2
195 cm -Mv / 4,42 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: klei, sterk zandig, lichtgrijs, zandbrokken, matig slap, interpretatie: oeverafzettingen
215 cm -Mv / 4,22 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geel, matig grof, interpretatie: beddingafzettingen Bodemkundig: enkele Fe-vlekken
Einde boring op 250 cm -Mv / 3,87 m +NAP
boring: 221011-2 beschrijver: LYNN, datum: 6-1-2023, X: 145.373,19, Y: 425.107,31, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 39C, hoogte: 6,12, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Zaltbommel, opdrachtgever: Legalexion, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 6,12 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
10 cm -Mv / 6,02 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, roodoranje, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: HK1, BK2, puin, mortel
55 cm -Mv / 5,57 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, donkerbruinzwart, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, enkel fragment bouwpuin (onbepaald) Opmerking: Mogelijk verbrandingslaag
Einde boring op 80 cm -Mv / 5,32 m +NAP
boring: 221011-3 beschrijver: LYNN, datum: 6-1-2023, X: 145.371,62, Y: 425.111,55, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 39C, hoogte: 6,13, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Zaltbommel, opdrachtgever: Legalexion, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 6,13 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
15 cm -Mv / 5,98 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, roodoranje, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: HK1, BK2, puin, mortel
Einde boring op 50 cm -Mv / 5,63 m +NAP
boring: 221011-4 beschrijver: LYNN, datum: 6-1-2023, X: 145.383,02, Y: 425.110,78, precisie locatie: 1 dm, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 39C, hoogte: 6,37, precisie hoogte: 1 cm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, provincie: Gelderland, gemeente: Zaltbommel, opdrachtgever: Legalexion, uitvoerder: Transect
0 cm -Mv / 6,37 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, geelgrijs, matig grof, spoor plantenresten Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond
20 cm -Mv / 6,17 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, roodoranje, matig fijn Bodemkundig: interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: enkele spikkel houtskool, fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: HK1, BK2, puin, mortel
Einde boring op 70 cm -Mv / 5,67 m +NAP