Bijlage concept Programmabegroting 2027
Tekst van het document
VSV-ers
VSV-%
Landelijk VSV-%
Buren
1.392
11
0,79%
0,74%
Culemborg
1.652
9
0,54%
0,74%
Maasdriel
1.296
9
0,69%
0,74%
Neder-Betuwe
1.455
2
0,14%
0,74%
Tiel
2.081
10
0,48%
0,74%
West Betuwe
3.027
13
0,43%
0,74%
Gemeente
West Maas en Waal Zaltbommel Totaal
971
6
0,62%
0,74%
1.760
12
0,68%
0,74%
13.634
72
0,53%
Bron: VSV-verkenner/DUO (definitieve cijfers schooljaar 2023-2024). De cijfers over schooljaar 2024-2025 zijn op het moment van opstellen van de jaarstukken nog niet vrijgegeven. Bovenstaande beleidsindicatoren met betrekking tot vroegtijdig schoolverlaters geven het nettoresultaat weer van de uitvalscores. De definitieve vsv-cijfers over het schooljaar 2023-2024 laten zien dat in totaal 350 jongeren (vo, vavo en mbo) uit Rivierenland zijn uitgevallen. Dit komt neer op een definitief vsv-percentage van 1,77%. In onze regio is het percentage vsv fors gedaald, zitten we ruim onder het landelijk gemiddelde en staan we landelijk op de tweede plaats van alle regio's. De drie grootste oorzaken dat jongeren vroegtijdig van school raken zonder startkwalificatie zijn al jaren verkeerde schoolkeuze, niet meer gemotiveerd zijn en/of willen gaan werken. De hierna opgenomen cijfers over schoolverzuim geven wél het effect van de verrichte inspanningen weer.
19 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Absoluut verzuim
Realisatie schooljaar 2024-2025, leerlingen 5 t/m 17 jaar Gemeente
Aantal leerlingen
Absoluut verzuim
Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen
Buren
3.704
40
10,80
Neder-Betuwe
4.498
43
9,56
West Betuwe
7.593
44
5,79
West Maas en Waal
2.546
21
8,25
Zaltbommel
4.612
53
11,49
22.953
201
8,76
Totaal
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO Relatief verzuim
Realisatie schooljaar 2024-2025, leerlingen 5 t/m 17 jaar Gemeente
Aantal leerlingen
Relatief verzuim
Relatief verzuim per 1.000 leerlingen
Buren
3.704
63
17,01
Neder-Betuwe
4.498
52
11,56
West Betuwe
7.593
157
20,68
West Maas en Waal
2.546
47
18,46
Zaltbommel
4.612
116
25,15
22.953
435
18,95
Totaal
Bron: JVS-Jeugdvolgsysteem/DUO Het aantal absoluut verzuim is gestegen en het aantal relatief verzuim gedaald ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Het positieve effect van de preventieve inzet en intensivering van de ketensamenwerking, zien we met name terug in een daling van herhaalmeldingen en een stijging van het aantal jongeren dat weer teruggekeerd is binnen onderwijs. Met tijdig de juiste aanpak en inzet, wordt erger en uitval voorkomen. De toename van absoluut verzuim wordt met name veroorzaakt door gebrek aan motivatie en/of willen gaan werken, multiproblematiek, maar ook door verhuisbewegingen en nieuwkomers. We kijken naar mogelijkheden en inzetten vanuit ontwikkeling en de situatie van de jongeren. Handhaven wordt alleen in het uiterste geval ingezet. Leerplicht wordt eerder en beter gevonden door scholen, ouders en ketenpartners bij zorg en voor advies. Leerplicht is de verbinder, voert waar nodig de regie en zorgt voor beweging in het proces, waarbij het recht op onderwijs en ontwikkeling van het kind centraal staat.
20 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten
Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Hieronder volgen per onderdeel de belangrijkste financiële aandachtspunten: Programma 2 Bedragen x € 1.000
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
12.803
12.709
13.354
Baten
14.194
14.126
14.953
Subtotaal
1.391
1.417
1.599
Gemeentelijke bijdrage
-
-
-
1.391
1.417
1.599
Onttrekking reserve
88
184
-
Storting reserve
73
-
-
1.406
1.601
1.599
Saldo van baten en lasten
Resultaat
Toelichting bij de tabel: Het begrote resultaat van € 1.599.000 (voordeel) is gelijk aan het bedrag van de overheadkosten, die conform BBV-voorschrift niet meer aan het programma worden toegerekend, maar integraal (bij programma 3) worden verantwoord.
Doorstroompunt
Vanwege de wetswijziging Van School naar Duurzaam Werk (per 1-1-2026) zijn er nog onduidelijkheden met betrekking tot de inzet van het Doorstroompunt voor de nieuwe doelgroep tot 27 jaar en de samenwerking met (andere) ketenpartners. Daarmee zijn er nog onduidelijkheden betreft formatie en lasten 2027. De rijksmiddelen Doorstroompunt vanaf 2026 zijn anders opgebouwd en bevat geen budget ‘Kwalificatieplichtgelden’ meer. Regionaal is afgesproken dat vanaf 2027 het volledige budget wordt ingezet op de wettelijke doelgroep van het Doorstroompunt. De lasten dalen met € 3.000, de overhead daalt met € 5.000 en de baten dalen met € 7.000. Doorstroompunt
Begroting 2026
Begroting 2027
1.208.231
1.205.576
285.505
280.832
Uitgaven incl. overhead
1.493.736
1.486.408
Inkomsten (incl. overhead)
1.493.736
1.486.408
0
0
Uitgaven excl. overhead Overhead
Resultaat (incl. overhead)
Leerplicht
De lasten stijgen met € 17.000, omdat de formatie Leerplicht nu ook voor de laatste gemeente is bijgesteld naar Ingrado-norm, daarnaast zijn de salariskosten geïndexeerd en is het meest recente leerlingenaantal (peildatum 110-2025) gehanteerd. Ook zijn de kosten van het JeugdVolgSysteem geïndexeerd. Door uitbreiding van de formatie stijgt de overhead met € 22.000 en de baten met € 39.000. Bij de baten is een efficiency-voordeel doorberekend door middel van een korting aan alle deelnemende gemeenten. Leerplicht
Begroting 2026
Begroting 2027
Uitgaven excl. overhead
848.229
865.231
Overhead
311.567
333.191
Uitgaven incl. overhead
1.159.796
1.198.422
Inkomsten (incl. overhead)
1.159.796
1.198.422
0
0
Resultaat (incl. overhead)
21 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Sociale recherche
In de afgelopen jaren zagen we een afname in het beroep dat met name vanuit de participatiewet op de Sociale Recherche wordt gedaan. Door hernieuwde samenwerkingsafspraken met de opdrachtgevers zijn voor de komende jaren afspraken gemaakt voor de inzet van de Sociale Recherche. Samen met het natuurlijke verloop van personeel ontstaat hierdoor weer een gezonde financiële situatie. De lasten dalen hierdoor met € 73.000, de overhead daalt met € 35.000 en de baten stijgen met € 76.000. Sociale recherche
Begroting 2026
Begroting 2027
Uitgaven excl. overhead
417.192
343.927
Overhead
160.836
126.158
Uitgaven incl. overhead
578.028
470.085
Inkomsten (incl. overhead)
394.223
470.085
Resultaat (incl. overhead)
-183.805
0
Versis
Marktpartijen verzorgen in opdracht van ons de daadwerkelijke uitvoering van het vervoer. De kosten hiervan worden 1-op-1 doorbelast richting de gemeenten. Dit betreft de kosten op basis van het daadwerkelijke gebruik. De lasten vallen hoger uit door de aangekondigde indexatie en actualisatie van de beheerkosten € 64.000 en de indexatie en verwachte stijging van het gebruik van vervoer € 332.000. Tevens stijgt de overhead met € 4.000. Door de 1-op-1 doorbelasting van de lasten stijgen de baten met € 400.000. Versis
Begroting 2026
Begroting 2027
8.063.406
8.459.553
80.418
84.105
Uitgaven incl. overhead
8.143.824
8.543.658
Inkomsten (incl. overhead)
8.143.824
8.543.658
0
0
Uitgaven excl. overhead Overhead
Resultaat (incl. overhead)
Wmo/Jeugd
Het uitvoeringsbudget en de salarislasten zijn geïndexeerd en de lasten voor de Essentiële functies zijn toegevoegd zoals aangekondigd in de kaderbrief, waardoor de lasten stijgen met € 291.000. De overhead stijgt met € 8.000. Door stijging van de lasten en de overhead stijgen de baten met € 299.000. WMO-Jeugd
Begroting 2026
Begroting 2027
1.213.328
1.504.689
353.839
361.654
Uitgaven incl. overhead
1.567.167
1.866.343
Inkomsten (incl. overhead)
1.567.167
1.866.343
0
0
Uitgaven excl. overhead Overhead
Resultaat (incl. overhead)
Inburgering
De lasten stijgen met € 16.000, de overhead stijgt met € 4.000 en de baten stijgen met € 21.000. De kosten voor de DVO Inburgering zijn geïndexeerd met de prijs- en loonindexaties uit de kaderbrief. Daarnaast zijn de kosten voor de tolkendienst geïndexeerd in de begroting. Dit is een inburgeringsvoorziening die door gemeenten wordt gefinancierd vanuit de SPUK Inburgering. Regio Rivierenland zal deze kosten volgens afspraak doorbelasten aan de gemeenten op basis van werkelijke inzet per gemeente. Inburgering
Begroting 2026
Begroting 2027
Uitgaven excl. overhead
958.952
975.408
Overhead
408.564
412.769
Uitgaven incl. overhead
1.367.516
1.388.177
Inkomsten (incl. overhead)
1.367.516
1.388.177
22 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Resultaat (incl. overhead) 0 0 In bijlage 2 is een tabel opgenomen met de begrote bedragen per Contractgestuurde dienst per gemeente.
Producten
Tot dit programma behoren de volgende producten: - Doorstroompunt (voorheen RMC) - Leerplicht - Sociale Recherche - Coördineren en beheren van de uitvoering van Basismobiliteit (Versis) - Uitvoeringsondersteuning Wmo/Jeugd - Wet Inburgering
Achtergronden bij dit programma Meer informatie over Contractgestuurde dienstverlening is te vinden op onze website: www.regiorivierenland.nl.
23 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Programma 3 – Algemene baten en lasten In dit programma worden de overheadkosten centraal begroot en verantwoord, die niet meer toegerekend worden aan taken/activiteiten. Alleen de kosten die een directe relatie hebben met het primaire proces worden aan de programma's toegerekend. Naast de overheadkosten worden binnen dit programma ook de resultaten uit Treasury en de centrale budgetten voor onvoorziene uitgaven en vennootschapsbelasting begroot en verantwoord. Resumerend zijn in programma 3 Algemene baten en lasten de volgende onderdelen opgenomen: Programma onderdelen programma 3 Algemene baten en lasten A Overhead Taakveld 0.4 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. B Treasury Het renteresultaat zoals opgenomen in taakveld 0.5 uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. C Onvoorziene uitgaven Het centrale budget voor onvoorziene uitgaven maakt deel uit van taakveld 0.8 'Overige baten en lasten' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden. D Vennootschapsbelasting Het centraal begrote bedrag voor de heffing van vennootschapsbelasting wordt opgenomen in taakveld 0.9 'Vennootschapsbelasting' uit de Regeling vaststelling taakvelden en verstrekking informatie voor derden.
De financiën van dit programma Financiële aandachtspunten
Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de financiën van dit programma. Hieronder volgen de belangrijkste financiële aandachtspunten: - De lasten bestaan hoofdzakelijk uit de kosten van overhead. De totale lasten bij programma 3 zijn t.o.v. de begroting 2026 per saldo met € 23.000 gestegen. De baten zijn gedaald met € 10.000. - De lasten zijn hoger als gevolg van prijsindexatie (€ 22.000) en salarisindexatie (€ 53.000). Door bijstelling van de formatie, als gevolg van het beëindigen van een detachering naar de UBR, hebben we kosten weten te besparen en dalen de lasten (€ 52.000). De totale mutatie in lasten is daardoor slechts een stijging van € 23.000. - In het bedrag van de begrote baten is een bijstelling van de opbrengsten uit dienstverleningsovereenkomsten opgenomen (€ 10.000). De inkomsten uit de dienstverlening aan de UBR dalen maar de inkomsten vanuit de Arbeidsmarktregio stijgen. Hiermee realiseren we een voordeel voor de gemeentelijke bijdrage. - De inzet van de reserves is begroot op € 131.000 en bestaat uit de inzet van de reserve Herhuisvesting (€ 83.000) en de inzet van de reserve Desintegratiekosten voor de financiering van de lasten van het ICT-plan, waarmee we de vernieuwing/modernisering van de ICT-Infrastructuur hebben gerealiseerd (€ 48.000).
Na de samenvattende cijfertabel is een gedetailleerde specificatie opgenomen van de overheadkosten per onderdeel, waardoor de kosten van onze bedrijfsvoering transparant en inzichtelijk zijn vastgelegd in de begroting. Programma 3 Bedragen x € 1.000
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Lasten
3.504
3.848
3.871
Baten
710
546
536
-2.793
-3.303
-3.335
-
-110
-110
-2.793
-3.413
-3.445
61
133
131
Subtotaal Gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Onttrekking reserve Storting reserve Resultaat
24 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
47
0
0
-2.779
-3.279
-3.315
Overzicht van de kosten van overhead Conform wettelijk voorschrift (BBV) nemen we in een apart overzicht de kosten van de overhead op in het programmaplan, zodat via de programmabegroting inzicht wordt gegeven in de kosten van de overhead voor de gehele organisatie. Overhead heeft betrekking op ondersteunende taken die niet direct dienstbaar zijn aan de externe klant of het externe product. De algemene definitie luidt als volgt: overhead heeft betrekking op alle
kosten die samenhangen met de sturing en de ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
In onderstaand overzicht is een specificatie opgenomen van de overhead, waarbij voor het onderscheid naar de verschillende kostencomponenten aansluiting is gezocht bij de definitie en opsomming uit de Notitie Overhead van de BBV-commissie. De inrichting van onze administratie sluit hierop aan. Overhead
Bedragen x € 1.000
Begroting 2027
Wijze van verdeling en toerekening van de overhead
Directie en management primair proces
1.081
percentages en fte's
Bedrijfsvoering
1.969
percentages en fte's
Huisvesting
265
percentages en fte's
Personeelszaken en organisatie
281
percentages en fte's
Informatievoorziening en automatisering
265
percentages en fte's
Totaal lasten
3.861
Vergoeding overeenkomst desintegratiekosten Avri
133
Overige ontvangen bijdragen in de overheadkosten
283
Totaal baten
416
Saldo van de baten en lasten bij Overhead
3.445
Mutaties reserves Onttrekking reserve Herhuisvesting
83
Onttrekking reserve Desintegratiekosten
48
Totaal mutaties reserves
131
Saldo/resultaat taakveld 0.4 Overhead
3.315
Op basis van de in bovenstaande tabel weergegeven verdeelsleutels bedraagt de overhead voor programma 1 Regionale samenwerking € 1.716.000 en voor programma 2 Contractgestuurde dienstverlening € 1.599.000. Voor de uitvoeringsteams van Contractgestuurde dienstverlening komt dat neer op een gemiddeld bedrag van € 41.900 per fte (inclusief de kosten voor het teammanagement). Overhead en apparaatskosten In onderstaand overzicht zijn de lasten gespecificeerd. Specificatie
Overhead
Bedragen x € 1.000 Totaal lasten overhead
Apparaatskosten 3.861
3.861
Uitvoeringsteams Contractgestuurde dienstverlening
3.839
Opgaven-, en programmaondersteuning
1.415
Totaal lasten
3.861
9.115
Percentage van de totale lasten
12,2%
28,9%
Bedrag per inwoner
€
14,96
€
35,31
25 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
De overhead, uitgedrukt als percentage van het totaal van de begrote lasten, is t.o.v. de begroting 2026 gedaald met 7,3% punten (van 19,5% naar 12,2%). De procentuele daling in de begroting 2027 heeft te maken met de grote stijging van de lasten binnen programma 1 door de Regio Deal. Treasury De investeringen en overige activiteiten hebben we met eigen middelen (voornamelijk reserves) gefinancierd. Hierdoor realiseren we in de begroting een positief resultaat uit treasury, dat we via de gemeentelijke bijdrage teruggeven aan de gemeenten. Alle rentelasten en rentebaten worden begroot en verantwoord op het taakveld Treasury. In de paragraaf Financiering is een renteschema opgenomen, dat inzicht geeft in de rentebaten, rentelasten en het begrote renteresultaat. Het saldo en de samenstelling van het resultaat uit treasury is in onderstaand overzicht samengevat. Specificatie
Bedragen x € 1.000 Rentebaten Rentelasten externe financiering (BNG-leningen)
Treasury 120 -
Rentelasten overig Saldo rentelasten en rentebaten Af: toerekening rente aan gronden die in erfpacht zijn uitgegeven (projectfinanciering) Totaal van de aan de overige vaste activa (taakvelden) toe te rekenen rente De aan de overige vaste activa (taakvelden) toegerekende rente Begroot resultaat taakveld 0.5 Treasury
120 120 120
Per saldo resteert een begroot positief resultaat uit treasury van € 120.000, dat via de gemeentelijke bijdrage wordt teruggegeven aan de gemeenten.
Onvoorziene uitgaven
In de begroting 2027 is een centraal budget voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 10.000. Financiering gebeurt via de gemeentelijke bijdrage.
Vennootschapsbelasting
Regio Rivierenland is vanaf 1 januari 2016 belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is. Voor het begrotingsjaar 2027 wordt geen heffing van vennootschapsbelasting verwacht.
Producten
Tot dit programma behoren de volgende taakvelden/producten: - Overhead - Treasury - Onvoorziene uitgaven - Vennootschapsbelasting
26 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2027 Toelichting op het begrip weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de benodigde weerstandscapaciteit – de ingeschatte risico’s – en de beschikbare weerstandscapaciteit – de middelen die beschikbaar zijn om eventuele tegenvallers op te kunnen vangen. Het weerstandsvermogen wordt gevormd door de aanwezige middelen om de nadelige gevolgen van risico’s op te vangen. Het gaat bij het weerstandsvermogen met name om risico’s die niet via verzekeringen of voorzieningen kunnen worden ondervangen. In onderstaand schema is dit weergegeven: Bekende risico’s
Beschikbare middelen
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald door: -
de verwachte impact van de aanwezige risico’s; de gewenste mate van zekerheid dat de risico’s kunnen worden opgevangen; de mate waarin de risico’s al op andere wijze zijn afgedekt.
De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen en mogelijkheden waarover de regio kan beschikken om eventueel optredende niet begrote kosten af te dekken, zonder invloed op de uitvoering van taken. De middelen die we tot de beschikbare weerstandscapaciteit rekenen zijn: - de vrije aanwendbare reserves; - de stille reserves; - de post onvoorzien in de begroting. De belangrijkste risico’s met een financieel effect zijn gekwantificeerd middels kans en geschatte omvang. Dit is in onderstaande tabel weergegeven waarbij ook de genomen beheersmaatregelen beschreven zijn. Risico's
Categorie
Geschatte kans in %
Geschatte omvang
Financieel effect van de risico's
Beheersmaatregelen
Onvoldoende (passende) personele inzet door vacatures en ziekte
Personeel
70%
€
504.984
€
353.489
Goed werkgeverschap verzekering (incl. ongeval en geweld)
Opname huidig verlofsaldo dat niet in voorziening is opgenomen
Personeel
10%
€
158.000
€
15.800
Periodiek overleg met werknemers
Beëindiging DVO inkomsten binnen overhead
Inkomsten
30%
€
142.000
€
42.600
Periodiek overleg met opdrachtgevers
Terugvordering Regio Deal oninbaar
Subsidies
10%
€ 1.341.193
€
134.119
Periodiek overleg met penvoerders
Lagere rente-inkomsten
Inkomsten
50%
€
20.000
€
10.000
Hogere eisen wet- en regelgeving
Wettelijke kaders
50%
€
80.000
€
40.000
Monitoring renteontwikkeling Monitoren en anticiperen
€
596.008
27 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Beleid omtrent weerstandscapaciteit
Regio Rivierenland is een gemeenschappelijke regeling die taken uitvoert in opdracht van acht gemeenten. Het weerstandsvermogen van de Regio wordt gevormd door het weerstandsvermogen van de afzonderlijke gemeenten. Niettemin zijn er redenen om ook binnen de Regio financiële weerstand op te bouwen. Op grond van wettelijke voorschriften is Regio Rivierenland verplicht voorzieningen te vormen voor kwantificeerbare risico’s, verplichtingen en verliezen. Daarnaast is het wenselijk om voor bepaalde activiteiten een reserve te hebben om te voorkomen dat bedrijfsresultaten en onvoorziene omstandigheden grote afwijkingen veroorzaken in de jaarlijks geraamde gemeentelijke bijdragen en tarieven. De afgelopen jaren is de vaste gemeentelijke bijdrage van de gemeenten deels omgezet naar dienstverleningsovereenkomsten. Het leveren van maatwerk en flexibiliteit heeft als nadeel dat er meer (financiële) risico’s in de bedrijfsvoering ontstaan. Om deze risico’s op te kunnen vangen heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vorming van reserves. Weerstandscapaciteit
Prognose 1-1-27
Onvoorzien Algemene reserve
€
474.000
Algemene reserve CgD reserve
€
158.842
Budget onvoorzien
€
10.000
Totaal
€
642.842
Onvoorzien
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit
€
642.842
Benodigde weerstandscapaciteit
€
596.008
Ratio weerstandsvermogen
1,08
De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit is 1,08 en wordt daarmee voldoende geacht.
28 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van weerstandscapaciteit en risico’s bij de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening
Om het inzicht te versterken in de bestaande en toekomstige financiële risico's en de mate waarin deze zijn afgedekt door reserves heeft het Regiokantoor in het verleden een onderzoeksrapport 'Risico's bij Regio Rivierenland' op laten stellen. Mede op basis van de uitkomsten van de risico-inventarisatie en de in het onderzoekrapport opgenomen adviezen is een algemene reserve gevormd van € 474.000 als extra buffer voor het afdekken van (financiële) risico's. In algemene zin kan gesteld worden dat er geen (grote) risico's zijn bij het Regiokantoor die om directe aanpassing in de bedrijfsvoering vragen. Risico bij Contractgestuurde dienstverlening in de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. Onze inspanningen zijn gericht op een reëel en structureel sluitende begroting bij de contractactiviteiten (programma 2) in de (meerjaren)begroting. De sturing op kosten is geïntensiveerd en verbeterd en we streven naar een financieel sluitende exploitatie. Toelichting bij de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening Voor het opvangen van tekorten (en overige financiële risico's) bij de uitvoering van contractactiviteiten (programma 2 Contractgestuurde dienstverlening) is een risicoreserve gevormd. Deze reserve is bedoeld om tegenvallende resultaten en/of wegvallende vraag op flexibele taken op te kunnen vangen.
Een reserve van maximaal 30% van de totale uitgaven bij Contractgestuurde dienstverlening wordt voldoende geacht om de bedrijfsvoeringrisico’s op te kunnen vangen (Besluit van het Algemeen Bestuur uit april 2011). De flexibele taken van Contractgestuurde dienstverlening bevatten risico’s voor Regio Rivierenland, waarbij te denken valt aan ziekte en inhuur van personeel en fluctuaties in de vraag naar diensten/producten. Ook zijn er risico’s op het gebied van vraag en aanbod. Hiertegenover staat dat de gemeenten betalen voor de gevraagde diensten. In het uiterste geval zijn gemeenten als eigenaar van de Regio Rivierenland verantwoordelijk voor tekorten die niet kunnen worden gedekt uit de gevormde reserves.
Onvoorziene uitgaven
In de Nota reserves en voorzieningen is ten aanzien van de weerstandscapaciteit van de programma's Regionale samenwerking en Contractgestuurde dienstverlening bepaald dat er een post ‘onvoorzien’ in de begroting opgenomen kan worden voor incidentele tegenvallers. In de programmabegroting 2027 is een bedrag van € 10.000 opgenomen voor onvoorziene uitgaven.
Maatregelen op het gebied van risicobeheersing en risicomanagement
We hebben verzekeringen afgesloten voor onze eigendommen en voor het personeel. We hebben verzekeringen op het gebied van brand/opstal + inventaris/goederen, computerverzekering, aansprakelijkheid, rechtsbijstand en goed werkgeverschap. Eventuele financiële risico's en kosten van schades kunnen veelal via verzekeringspolissen worden gedekt. De werkorganisatie en de werkprocessen zijn zodanig ingericht, dat voldoende (controle-) procedures en beheersmaatregelen functioneren om financiële risico's en frauderisico's te voorkomen of in ieder geval te beperken. We werken met (meerjarige) contracten, bijvoorbeeld op het gebied van huisvesting/onderhoud om de risico's ten aanzien financiële verplichtingen te reduceren. Ook voor de inkomsten geldt, dat we contractafspraken maken met onze klanten (bijvoorbeeld via dienstverleningsovereenkomsten). Het beheer van subsidiegelden en de bewaking van subsidievoorwaarden en -verplichtingen is voldoende ingebed in de organisatie.
29 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Ten aanzien van de geldmiddelen wordt opgemerkt dat de organisatie geen eigen kas heeft. Alle geldstromen lopen via de bank (BNG), waardoor geen risico's bestaan ten aanzien van vervreemding of verduistering van kasgelden. De banktegoeden zijn ondergebracht bij de schatkist, waardoor ook ten aanzien van het onrechtmatig gebruik van banktegoeden de financiële risico's grotendeels zijn afgedicht, omdat voor het ontvreemden van gelden extra stappen ondernomen moeten worden. Bovendien zijn in het proces van bankbetalingen meerdere controlestappen aangebracht. Voor wat betreft de gemeentelijke bijdrage zijn in de Regeling Regio Rivierenland bepalingen opgenomen, waardoor financiële risico's worden beperkt, in ieder geval voor de korte termijn. Overige getroffen maatregelen betreffen voornamelijk organisatorische maatregelen, passend bij de ontwikkelingen in de bedrijfsvoering en de dynamiek van het werken in een gemeentelijke (politieke) omgeving. Er wordt geïnvesteerd in personeel via training, opleidingen en loopbaanbegeleiding. Daarnaast is er aandacht voor de kwaliteit, betrouwbaarheid en continuïteit van (ICT-)systemen en de hiermee samenhangende activiteiten op het gebied van databeheer en informatiebeveiliging.
Overige financiële risico’s
Op grond van de wettelijke voorschriften mogen in de balans geen arbeidskosten-gerelateerde verplichtingen worden opgenomen met een jaarlijks gelijkblijvend volume. Dit heeft onder meer betrekking op de verplichting verlofdagen. Als gevolg van de toegenomen werkvoorraad en werkdruk zien we een groei in het verlofsaldo bij medewerkers. De lasten daarvan worden gerealiseerd op het moment dat het verlof wordt opgenomen of uitbetaald. Voor de latente verlofverplichtingen is geen budget in de begroting opgenomen en daarmee vormt de verplichting voor verlofdagen (in de jaarrekening 2025 een bedrag van € 158.000) een belangrijke financiële risicopost.
30 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2027 We zetten het beleid ongewijzigd voort.
Beleidskader Het beleid ligt vast in het meerjarenonderhoudsplan
Het beleidskader ligt vast in de beleidsnotitie Onderhoud gebouwen. Uitgangspunt is dat op langere termijn ons bedrijfspand op een adequate wijze wordt onderhouden. Renovaties en nieuwbouw moeten hiervan los worden gezien. Hiervoor dienen afzonderlijk middelen beschikbaar te worden gesteld door het Algemeen Bestuur. Het onderhoudsplan is doorgerekend voor een periode van 16 jaar. Jaarlijks wordt nagegaan of de voorziening een toereikend saldo heeft en of het meerjarenonderhoudsplan bijstelling behoeft.
Financiële consequenties en vertaling daarvan in de begroting Onderhoudsvoorziening pand Burg. van Lidth de Jeudelaan
In 2024 is door het algemeen bestuur een nieuw meerjarenonderhoudsplan vastgesteld. We hebben in de begroting 2027 de storting in de onderhoudsvoorziening vastgelegd op € 15.546, gelijk aan het geraamde bedrag in de begroting 2026. In het meerjarenonderhoudsplan is geen onttrekking begroot voor het jaar 2027. Het geplande/geraamde verloop van de onderhoudsvoorziening meerjarig is als volgt. Onderhoudsvoorziening gebouwen Burg. Van Lidth de Jeudelaan Bedragen x € 1.000 Stand 1 januari Dotatie voorziening Onttrekking voorziening Stand 31 december
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
66 16 81
81 16 97
97 16 -34 79
79 16 -51 43
31 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 3 – Bedrijfsvoering
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2027 Algemeen
De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering. Met bedrijfsvoering worden de bedrijfsprocessen bedoeld die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's 1 en 2 te realiseren. Onze organisatie is voortdurend in verandering door de dynamiek in het openbaar bestuur en de ontwikkelingen in de samenleving. Verandering zal de constante factor zijn voor onze organisatie. Dat vraagt een organisatie die daarmee om kan gaan en kwaliteit blijft leveren. Het Dagelijks Bestuur is verantwoordelijk voor een adequate bedrijfsvoering. Het Algemeen Bestuur heeft hierbij een kaderstellende en controlerende taak. De organisatie van de Gemeenschappelijk Regeling Regio Rivierenland bestaat uit drie onderdelen: 1. Programma's en projecten (programma 1): Dit onderdeel richt zich op de procesmatige facilitering van regionale samenwerking op bijvoorbeeld de thema's wonen, economie, energie en mobiliteit. Daarmee worden de opgaven uit programma 1 van de begroting verwezenlijkt. 2. Contractgestuurde Dienstverlening (programma 2): Dit onderdeel voert 6 gemeentelijke taken uit: leerplicht, Doorstroompunt, Wmo-jeugd, inburgering, sociale recherche en Versis (doelgroepen en leerlingenvervoer). Daarmee worden de opgaven uit programma 2 van de begroting gerealiseerd. 3.
Algemene Baten en Lasten (programma 3): Dit onderdeel bestaat uit HR, Financiën, Juridische Zaken, Facilitair, ICT, Informatieveiligheid en privacy (FG), Communicatie, Secretariaat en Informatiebeheer. Dit onderdeel is gericht op de bedrijfsvoering van de GR Regio Rivierenland en de interne dienstverlening en bedrijfsprocessen die nodig zijn om de beleidsdoelstellingen uit de programma's 1 en 2 te realiseren.
Programma's en projecten (Programma 1)
De samenwerking tussen de gemeenten wordt gefaciliteerd door programmamanagers en projectleiders voor diverse beleidsvelden/opgaven. Zij faciliteren de samenwerking tussen de gemeenten (en tussen gemeenten en samenwerkingspartners) op een hoogwaardig procesmatig niveau en anticiperen daarbij op de wensen van de gemeenten en maatschappelijke ontwikkelingen (veranderingen, bedreigingen en kansen voor de gemeenten). Samen met de gemeenten zetten we in op het transparant maken en houden van de onderwerpen die op regionaal niveau spelen en opgepakt worden, zodat de gemeenten(raden) het overzicht behouden en de inhoudelijke richting kunnen blijven bepalen.
Contractgestuurde dienstverlening (Programma 2)
Bij de Contractgestuurde Dienstverlening ontzorgen we de gemeenten op maat in de uitvoering van gemeentelijke taken omdat gemeenten meerwaarde zien om die taken op regionaal schaalniveau op te pakken. Die meerwaarde zit in robuustheid (medewerkers kunnen elkaar vervangen), efficiëntie (werkzaamheden kunnen optimaal verdeeld, niet per definitie per gemeente) en kostenbesparing (gemeenten profiteren van schaalvoordelen).
Bedrijfsvoering (Programma 3)
De ondersteunende diensten (HR, Financiën, Juridische Zaken, Facilitair, ICT, Informatieveiligheid en privacy (FG), Communicatie, Secretariaat en Informatiebeheer) staan direct ten dienste van het primair proces van de organisatie, zijnde de taken uit programma 1 en 2. Ten behoeve van de instandhouding van de regionale samenwerking zelf, zijn op concernniveau werkzaamheden nodig. De concernondersteuning is gericht op: • Het werkgeverschap (arbeidsvoorwaarden (inclusief facilitaire zaken en ICT-faciliteiten), personeelsregelingen, OR). • De planning- en control cyclus, monitoring en financieel advies. • Control (interne controle en algemene financiële control). • Organisatie-inrichting (treasury, budgetbeheer, mandatering, organisatieregelingen). • Juridische control (gemeenschappelijke regeling en interne reglementen en verordeningen). • Archief (centrale archiefverantwoording en -wetgeving). • Concerncommunicatie (website, intranet, nieuwsuitingen, folders). • Bestuursondersteuning (faciliteren bestuursvergaderingen, regiomiddagen, regionale agendacommissie en bijeenkomsten).
32 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Doorontwikkeling bedrijfsvoering
In 2026 hebben we voldaan aan de gevraagde verlaagde gemeentelijke bijdrage voor 2027. Deze hebben wij in de programmabegroting 2026 en bijbehorende meerjarenraming verwerkt. De doorgevoerde maatregelen in 2026 om aan de taakstelling te voldoen waren een verlaging van het salarisbudget bij HR, verhoging van de onttrekking uit reserves voor afschrijvingslasten (dit conform de bestemmingsreserve) en het opnemen van de verwachte renteopbrengst in de begroting. We ontvangen de rente op de tegoeden die we hebben vanuit de (provinciale) subsidies en rijksbijdragen die we ontvangen. Met deze maatregelen voldoen we aan de oproep van de gemeenten en kunnen we ook onze budgetten indexeren. Momenteel zijn we in gesprek met het bestuur van de Avri over de frictiekosten die zij aan Regio Rivierenland betalen. Deze verplichting vloeit voort uit de gevolgen van de afsplitsing van Avri in 2016 en betreft een vergoeding voor de structurele desintegratiekosten waarmee Regio Rivierenland is geconfronteerd. In deze begroting is de bijdrage vanuit de Avri in de frictiekosten nog opgenomen. We werken met de Avri aan een gezamenlijk voorstel hoe we in de toekomst met deze kosten omgaan. Dit voorstel zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. De koffiemachines op kantoor naderen het einde van hun levensduur waardoor de kans op storingen toeneemt.
De verkrijgingsprijs van de nieuwe machines ligt boven € 15.000 waardoor we deze volgens het vastgestelde activabeleid moeten activeren. In de begroting 2027 vragen we hiervoor een investeringskrediet aan van € 23.000 waarmee we de beide koffiemachines kunnen vervangen. De investering zal in de daaropvolgende jaren worden afgeschreven. De afschrijving kan gedekt worden binnen de huidige meerjarenbegroting. De complexiteit van de opgaven neemt steeds verder toe. Als gevolg hiervan wordt de samenwerking met partners en het gezamenlijk maken van keuzes en bedenken van slimme integrale oplossingen steeds belangrijker. Om gemeenten goed van dienst te blijven én de toekomstige ambities te realiseren, vraagt dit in snel tempo iets van de ontwikkeling van medewerkers, zowel in kennis als in competenties en vaardigheden. Daarbij komt dat de krapte op de arbeidsmarkt sterk toeneemt in vrijwel alle sectoren. Om medewerkers te blijven binden aan de organisatie en om nieuwe medewerkers te werven, zullen wij een aantrekkelijke werkgever moeten blijven. Om goed werkgeverschap meer vorm en inhoud te geven, blijven wij onder andere inzetten op het concept van Great Place To Work. Het doorontwikkelen van de organisatie vraagt naast de verdere ontwikkeling van medewerkers en goed werkgeverschap, ook om automatisering en digitalisering van interne processen.
Wanneer de bedrijfsprocessen niet verder geautomatiseerd worden, vergen reguliere interne processen onnodig veel tijd en capaciteit en leidt dit tot een te hoge werkdruk met de daaraan gekoppelde risico’s van verminderde vitaliteit en uitval. Deze doorontwikkeling (efficiëntieslag) is dan ook noodzakelijk om de dienstverlening naar de gemeenten kwalitatief goed te continueren.
Beleidsindicatoren Met de wetswijziging van maart 2016 in het kader van de Vernieuwing van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn een aantal beleidsindicatoren vastgesteld, die verplicht in de programma's en programmaverantwoording opgenomen moeten worden. De wettelijk voorgeschreven beleidsindicatoren binnen programma 3 zijn in het hierna opgenomen overzicht benoemd en toegelicht. Beleidsindicator
Begroting
Personele formatie (fte per 1.000 inwoners) Personele bezetting (fte per 1.000 inwoners)
0,29 0,27
Externe inhuur (percentage van de totale salariskosten)
1,1%
Overhead (percentage van de totale lasten) Apparaatskosten (bedrag per inwoner)
12,2% 35,31
€
33 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Toelichting bij de beleidsindicatoren Personele formatie en personele bezetting
De personele formatie is gebaseerd op het actuele formatieoverzicht, waarin ook de vacatures en formatiegerelateerde begrotingswijzigingen zijn meegenomen. In onderstaand overzicht zijn de besluiten met betrekking tot de personele formatie en aanstellingen tot 1 februari 2026 zijn verwerkt. Specificatie Directie en management primair proces Bedrijfsvoering Programma's en projecten Uitvoeringstaken Contractgestuurde dienstverlening Arbeidsmarktregio Rivierenland* Totaal fte Totaal fte per 1.000 inwoners *)
Personele formatie (incl. vacatures)
Personele bezetting
7,00 16,78 10,34 37,76 2,78 74,66 0,29
7,00 14,13 8,56 35,98 2,78 68,45 0,27
De formatie van de Arbeidsmarktregio Rivierenland worden gefinancierd door de Arbeidsmarktregio.
De personele bezetting is per saldo 6,21 fte lager dan de personele formatie. Het verschil bestaat uit formatieplaatsen die tijdelijk ingevuld zijn met externe inhuur.
Externe inhuur
De in de salarisbegroting opgenomen budgetten voor externe inhuur komen in de begroting 2027 uit op een bedrag van € 92.000. Dat is 1,1% van het salariskostenbudget in de begroting. De inhuurbudgetten hebben betrekking op de teams Versis en Bedrijfsvoering. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen.
34 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 4 – Financiering Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten in 2027 We zetten het beleid ongewijzigd voort.
Beleidskader: het Treasurystatuut van de regio
In het Treasurystatuut staan de uitgangspunten en doelstellingen voor het treasurybeleid vermeld. De uitvoering en ontwikkelingen worden in deze paragraaf toegelicht. Onderdelen: - Algemene ontwikkelingen - Treasurybeheer - (Krediet) Risicobeheer - Financiering - Ontwikkeling liquiditeitspositie
Algemene ontwikkelingen
Dit onderdeel schetst de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, alsmede wijzigingen in de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de wet Hof en het Verplicht Schatkistbankieren voor decentrale overheden.
Interne ontwikkelingen
Regio Rivierenland voldoet bij de uitvoering van de treasuryfunctie aan de wet- en regelgeving. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden is het een verplichting geworden om overtollige liquide middelen aan te houden in de schatkist van het Rijk. Gelden tegen gunstige rentetarieven uitzetten op spaarrekeningen of deposito's bij andere financiële instellingen is met de invoering van Schatkistbankieren niet meer toegestaan. Er mag een bedrag ter hoogte van 2,00% (met een ondergrens van € 1.000.000) van het jaarlijkse begrotingstotaal buiten de schatkist gehouden worden voor de uitvoering van dagelijkse taken. Wij hebben de drempelwaarde vastgelegd op € 450.000, omdat bij een banksaldo boven € 500.000 een rentevergoeding aan de BNG betaald moet worden.
Externe ontwikkelingen, rente-ontwikkelingen
De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn (internationale) economische indicatoren en de invloed hiervan op de geld- en kapitaalmarkt, alsmede wijzigingen in wet- en regelgeving. Regio Rivierenland kent geen zelf ontwikkelde rentevisie. Zij volgt de marktgegevens en renteontwikkelingen via publicaties van gerenommeerde financiële instellingen. We verwachten dat de rente op de geld- en kapitaalmarkt in de komende periode op het huidige niveau zal blijven.
Treasurybeheer
Het treasurybeheer is de (beleids) uitvoering van de treasuryfunctie, binnen de kaders van het huidige treasurystatuut. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, financiële geldstromen, de financiële posities en hieraan verbonden risico’s. Met de invoering van schatkistbankieren is de aandacht voor het volgen en bewaken van de banksaldi en de mutaties in 's Rijksschatkist verder geïntensiveerd.
35 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Risicobeheer Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een wettelijke limiet en bepaalt de maximale omvang van de externe kortgeldpositie in enig jaar. De zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het begrotingstotaal van € 31.589.000. Daarboven moet lang geld worden aangetrokken. De kasgeldlimiet voor Regio Rivierenland bedraagt voor 2027 € 2.590.000. In de meerjarenraming is geen overschrijding van de kasgeldlimiet voorzien Kasgeldlimiet
Bedragen x € 1.000 Grondslag voor norm: omvang oorspronkelijke begroting Kasgeldlimiet o.g.v. wet Fido: 8,2% van grondslag Gemiddelde vlottende schulden Gemiddelde vlottende middelen Gemiddelde netto vlottende schulden In percentage t.o.v. begroting Ruimte (+) / overschrijding (-)
2025
2026
2027
2028
2029
19.173
19.669
31.589
24.119
23.852
22.447
1.572
1.613
2.590
1.978
1.956
1.841
1.530 12.688 -11.158 -58% -12.730
1.397 24.833 -23.437 -119% -25.049
1.397 16.815 -15.418 -49% -18.009
1.397 16.285 -14.888 -62% -16.866
1.397 15.723 -14.327 -60% -16.283
1.397 13.647 -12.250 -55% -14.091
Renterisico
De renterisiconorm is ook een wettelijke limiet en beperkt de vaste schuld die in enig jaar voor aflossing of renteherziening in aanmerking komt tot 20% van het begrotingssaldo. Derhalve is er geen renterisico gezien Regiorivierenland geen leningen heeft.
Kredietrisicobeheer
Regio Rivierenland loopt geen risico’s bij het uitzetten van geldmiddelen. De gelden zijn belegd conform de voorwaarden genoemd in het treasurystatuut.
Frauderisico
We hebben bij het Regiokantoor een inventarisatie van frauderisico's uitgevoerd. Het doel van deze frauderisicoanalyse is vast te stellen hoe het staat met de kwaliteit van beheersing van frauderisico's binnen onze organisatie en welke beheersingsmaatregelen er eventueel nog genomen moeten worden ter voorkoming van eventuele fraude. De belangrijkste frauderisico's hebben betrekking op fraude met bancaire middelen, kantoorvoorraden en onrechtmatig gebruik van subsidiegelden. Er functioneren voldoende controle- en beheersingsmaatregelen binnen het Regiokantoor van Regio Rivierenland en de frauderisico's worden als 'laag' gekwalificeerd. Financiering De aanwezige vaste activa zijn volledig met eigen middelen betaald. Sinds de overname van de BNG leningen door Avri verloopt de financiering enkel nog via eigen reserves. Financiering
Bedragen x € 1.000 Totale kapitaalbeslag in vaste activa Eigen vaste financieringsmiddelen (reserves) Vaste schulden (Leningen BNG) Totaal van de langlopende financiering
Prognose 1-1-2027 467 1.928 1.928
Er is een surplus aan langlopende financieringsmiddelen. Dat heeft voor een groot deel te maken met de verkoop eind 2018 van het pand JS de Jongplein. Het overschot aan kortlopende middelen hebben we ondergebracht bij ’s Rijks Schatkist. De financiering van onze eigen bedrijfsactiviteiten en investeringen gebeurt uit eigen middelen (voornamelijk reserves). Een belangrijk voordeel van de financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) is, dat geen rentelasten betaald hoeven te worden. De reserves worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de bekostiging van de herhuisvesting (verbouwingsinvesteringen) en het ICT-plan (modernisering ICT-infrastructuur en vervanging kantoorautomatisering). In meerjarig perspectief wordt de inzet van de bestemmingsreserves jaarlijks afgebouwd, waardoor we ook in de toekomst een reëel en structureel sluitende begroting realiseren.
36 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
2030
Wettelijke kaders In de Notitie Rente van de BBV-commissie zijn voorschriften opgenomen voor de wijze waarop de rente verwerkt moeten worden in de begroting. Alle rentelasten en rentebaten uit hoofde van financieringen moeten bij Treasury worden verantwoord. Er mag een rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) worden berekend, maar deze rentevergoeding is gemaximeerd tot het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de rentelasten over de externe financiering (langlopend én kortlopend). De omslagrente moet op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele vaste activa. Het in de begroting voorgecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. De BBV-commissie doet de aanbeveling om het Renteschema uit de Notitie Rente op te nemen in de paragraaf Financiering van de begroting. In de begroting 2027 hebben we de rentepercentages toegepast die in onderstaand overzicht zijn opgenomen. Rentepercentages Langlopende financiering Rentevergoeding over eigen vaste financieringsmiddelen (reserves) Omslagrentepercentage
n.v.t. 0% 0,0%
Op de volgende pagina is het Renteschema opgenomen uit de Notitie Rente van de BBV-commissie, waarmee inzicht wordt gegeven in de rentelasten, de rentebaten, het renteresultaat en de wijze van toerekening van de rente aan investeringen.
Renteschema Renteschema
Bedragen x € 1.000 Rentebaten Rentelasten externe financiering (BNG-leningen) Rentelasten overig Saldo baten en lasten Af: toerekening rente aan gronden die in erfpacht zijn uitgegeven (projectfinanciering) Totaal van de aan de overige vaste activa toe te rekenen externe rente Rente over het eigen vermogen (niet van toepassing, geen externe rente) Totaal van de aan de overige vaste activa toe te rekenen rente De aan de overige vaste activa toegerekende rente (omslagpercentage 1,5%) Gerealiseerd renteresultaat
120.000 -
Het resultaat uit Treasury (opgenomen in programma 3) komt uit op € 120.000 (voordelig) en is als volgt opgebouwd: • Begrote rentebaten uit ontvangen rente: € 120.000
37 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Paragraaf 5 –Verbonden partijen
Visie en beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen Verbonden partijen zijn rechtspersonen waarmee Regio Rivierenland een bestuurlijke en financiële band heeft.
Deelname in samenwerkingsverbanden
Regio Rivierenland heeft geen bestuurlijke en/of financiële belangen in andere samenwerkingsverbanden.
38 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Overzicht van baten en lasten en gemeentelijke bijdrage Totaaloverzicht Overzicht baten en lasten Bedragen x € 1.000 Lasten 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal lasten Baten 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal baten Gemeentelijke bijdrage 1. Regionale samenwerking 2. Contractgestuurde dienstverlening 3. Algemene baten en lasten Totaal gemeentelijke bijdrage Saldo van baten en lasten Mutaties reserves 1. Regionale samenwerking Onttr. Stort. 2. Contractgestuurde dienstverlening Onttr. Stort. 3. Algemene baten en lasten Onttr. Stort. Totaal mutaties reserves Resultaat
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000 Programma 1 Regionale samenwerking Programma 2 Contractgestuurde dienstverlening Programma 3 Algemene baten en lasten Totaal Procentuele stijging
Rekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
3.560 12.803 3.504 19.867
3.111 12.709 3.848 19.669
14.364 13.354 3.871 31.589
2.132 14.194 710 17.036
1.781 14.126 546 16.452
12.866 14.953 536 28.355
2.951 2.951 121
3.009 -110 2.899 -317
3.213 -110 3.103 -131
88 73 61 47 28 149
184 133 317 -
131 131 -
Begroting 2026
Begroting 2027
Rekening 2025 2.951 2.951
3.009 -110 2.899 -1,8%
3.213 -110 3.103 7,0%
De gemeentelijke bijdrage in de begroting 2027 komt uit op een bedrag van € 12,02 per inwoner. De mutaties worden hierna toegelicht.
39 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage De ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage geeft het volgende beeld: Rekening 2025
Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Gemeentelijke bijdrage programma's 1 t/m 3 Aantal inwoners Bedrag per inwoner
€
Begroting 2026
2.951.344 255.655 11,54
€
2.899.303 257.163 11,27
Begroting 2027
€
3.103.495 258.157 12,02
In de gemeentelijke bijdrage is niet de (project)bijdrage begrepen, die gemeenten betalen voor zaken zoals het Regionaal Investeringsfonds (RSF) en voor Mobiliteit. Deze bijdragen worden separaat gefactureerd. De stijging van de gemeentelijke bijdrage in de begroting 2027 is in onderstaand overzicht gespecificeerd. Mutaties gemeentelijke bijdrage Bedragen x € 1.000
Afwijking
Gemeentelijke bijdrage begroting 2026
2.899
Indexatie materiële en personele budgetten conform kaderbrief.
22
N
Toevoeging opdracht regionale opgave Ruimte
16
N
166
N
Gemeentelijke bijdrage begroting 2027
3.103
Hogere overheadskosten als gevolg van mutaties binnen programma 3.
Gemeentelijke bijdrage begroting 2026
Overzicht besluiten Algemeen Bestuur na vaststelling programmabegroting 2026. Nr. Omschrijving Gemeentelijke bijdrage programmabegroting 2026
Bedrag
x € 1.000
I/S*
Dekking
Datum besluit
2.899
Geen begrotingswijzigingen t/m AB maart 2026 Actueel saldo gemeentelijke bijdrage begroting 2026
2.899
De begrotingswijzigingen vanaf april 2026 worden in de Bestuursrapportage 2026 verwerkt Gemeentelijke bijdrage begroting 2026
2. 899
I=Incidenteel; S=Structureel
40 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Verschillenanalyse per programma 1. Regionale samenwerking
Bedragen x € 1.000 Lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
3.111
14.364
->
Opgaven-, en programmaondersteuning
Bijstelling Mobiliteitsfonds aan het aantal inwoners per 1-1-26 Mobiliteitsfonds van € 1,- per inwoner.
Opgaven-, en programmaondersteuning
Einde van het Nationaal Programma Lokale Warmte
Opgaven-, en programmaondersteuning Opgaven-, en programmaondersteuning Opgaven-, en programmaondersteuning
Impact op gem. bijdrage
Verschil
11.252 1 -187 11.272
Toevoegen van de begroting van de Regio Deal Financiering overhead in projectformatie
-22
Toevoeging opdracht regionale opgave Ruimte
166
166
Alle producten
Indexatie materiële en personele budgetten conform kaderbrief.
22
22
Overhead
Een hoger bedrag voor de aan het programma toegerekende overheadkosten. De kosten van overhead zijn overeenkomstig wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk verantwoord (bij programma 3); het effect op de gemeentelijke bijdrage is wel bij programma 1 verantwoord.
Baten Opgaven-, en programmaondersteuning Opgaven-, en programmaondersteuning Opgaven-, en programmaondersteuning Gemeentelijke bijdrage
1.781
12.866
16
11.086
->
Bijstelling Mobiliteitsfonds aan het aantal inwoners per 1-1-26 Mobiliteitsfonds van € 1,- per inwoner.
1 -187
Einde van het Nationaal Programma Lokale Warmte
11.272
Toevoegen van de begroting van de Regio Deal
3.009
3.213
->
204
204
41 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
2. Contractgestuurde Dienstverlening
Bedragen x € 1.000 Lasten
Begroting 2026
Begroting 2027
12.709
13.354
Verschil ->
645
Doorstroompunt
Het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief. Bijstelling budgetten op basis van de verwachte rijksmiddelen.
-3
Leerplicht
De fomatie is bijgesteld naar de Ingrado-norm en het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief.
17
Het personeels- en materiële budget is geïndexeerd conform de kaderbrief. Daarnaast zijn de personele lasten lager, omdat het aantal formatieplaatsen wordt verminderd. De beheerskosten zijn geïndexeerd en geactualiseerd zoals in de kaderbrief is aagekondigd € 64.000. De vervoerskosten zijn geïndexeerd en bijgesteld op basis van prognoses € 332.000.
Sociale Recherche
Basismobiliteit (Versis)
-73
396
Ondersteuning WMO/Jeugd
De personele en materiële budgetten geïndexeerd conform de kaderbrief. De lasten voor Essentiële functies zijn toegevoegd aan de begroting.
291
Inburgering
Indexatie van personele en materiële budgetten
16
Overhead
Een lager bedrag voor de aan het programma toegerekende overheadkosten door de groei in programma 1. De kosten van overhead zijn overeenkomstig wettelijk voorschrift (BBV) afzonderlijk verantwoord (bij programma 3); het effect op de DVO-opbrengsten, een afname met € 2.000, is wel bij programma 2 verantwoord (verwerkt bij de DVO-opbrengsten).
14.126
Baten
14.953
->
Alle producten
In de begroting 2026 zijn de tarieven bijgesteld conform de stijging van de salariskosten. Hierdoor zijn de geraamde DVO-opbrengsten voor de uitvoeringstaken gestegen t.o.v. de begroting 2025. De stijging van de opbrengsten is hierna per uitvoeringstaak gespecificeerd.
Doorstroompunt
Bijstelling van de verwachte rijks- en projectbijdragen.
827
-7
De baten van Leerplicht zijn hoger, door bijstelling naar de ingrado-norm. In de baten is een efficiency voordeel doorberekend d.m.v. een korting aan alle deelnemende gemeenten. Bijstelling van de baten door hernieuwde samenwerkingsafspraken.
Leerplicht
Sociale recherche
39 76
Basismobiliteit (Versis)
Bijstelling van de baten door actualisatie van de beheerkosten en de verwachte vervoerskosten.
400
Ondersteuning WMO/Jeugd
Bijstelling van de baten door toevoeging van de Essentiële Functies.
299
Inburgering
Bijstelling raming DVO-opbrengsten.
Gemeentelijke bijdrage
-
3. Algemene baten en lasten
Begroting 2026
Bedragen x € 1.000 Lasten
Overhead Overhead
-
3.848 3.871 Indexatie materiële en personele budgetten conform kaderbrief. Bijstelling formatie met verlaging formatie door einde detachering.
BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
21
Impact op gem. bijdrage
Verschil ->
n.v.t. Treasury 546 536 -> Baten Overhead Daling opbrengsten uit DVO door einde detachering . Overhead Stijging opbrengsten uit DVO door bijstelling en indexatie. Gemeentelijke bijdrage -110 -110 ->
42
-
->
Begroting 2027
Impact op gem. bijdrage
23 75 -52 -10 -
-39 30
-
Uitgangspunten programmabegroting 2027 De uitgangspunten voor de programmabegroting 2027 zijn vastgesteld in de Kaderbrief Programmabegroting 2027.
Algemeen
Basis vormt het bestaande beleid zoals geformuleerd en geraamd in de Programmabegroting 2026 inclusief de begrotingswijzigingen tot en met de besluitvorming in het Algemeen Bestuur t/m maart 2026. Nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de begroting 2027 worden eveneens meegenomen.
Aantallen inwoners
Voor de vaststelling van de aantallen inwoners per gemeente worden, conform de in de gemeenschappelijke regeling Regio Rivierenland opgenomen bepalingen, de openbaar gemaakte bevolkingscijfers van het CBS aangehouden naar de stand van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar. Voor 2027 worden de voorlopige inwoneraantallen op 1 januari 2026 gehanteerd.
Prijsindexering kostenbudgetten
Overeenkomstig kaderbrief passen we een algemene prijsindexering toe van 2,4%. Alleen indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt afgeweken van het algemene indexeringspercentage en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.
Meerjarenbegroting
In de meerjarenbegroting worden de actuele bedragen geraamd, waarbij rekening gehouden wordt met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen, prijsindexeringen, actualisatie van werkbudgetten en kapitaallasten.
Salariskosten
Algemeen uitgangspunt is dat de personele formatie en de bijbehorende salariskosten voor de begroting 2027 worden geraamd op basis van de actuele personele formatie in februari 2026. De Cao-afspraken tot en met maart 2027 zijn verwerkt in de salariskosten met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie vanaf maart 2027 voor 3,5% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2025. In de jaarrekening worden de werkelijke salariskosten verantwoord.
Rente investeringen en reserves
Basis vormt hiervoor de nota “reserves en voorzieningen”. Voor de rentevergoeding over eigen financieringsmiddelen (reserves) hanteren wij in de begroting 2027 een rente van 0%. Omdat er geen sprake is van externe financiering kan er geen interne rente gehanteerd worden. Voor de toerekening aan vaste activa/investeringen hanteren we een omslagrente van 0%. Vennootschapsbelastingplicht De invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsbedrijven per 1 januari 2016 heeft gevolgen voor Regio Rivierenland. Bij de taken die als ondernemersactiviteit worden aangemerkt moet over de behaalde (fiscale) winsten vennootschapsbelasting worden afgedragen, tenzij één van de in de wet opgenomen vrijstellingen van toepassing is.
BTW
De begroting van de lasten bij de programma’s Regionale samenwerking, Contractgestuurde dienstverlening en Algemene baten en lasten is exclusief de compensabele en de verrekenbare BTW.
Meerjarenbegroting
In de meerjarenbegroting wordt rekening gehouden met de bekende meerjarige aanpassingen, zoals mutaties op het gebied van salarissen en eventuele prijsontwikkelingen.
43 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
Uiteenzetting financiële positie
Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten Belangrijke ontwikkelingen en aandachtspunten ten aanzien van de financiële positie zijn: - Een stijging van de salarissen en premies voor pensioenen en werknemersverzekeringen in de begroting 2027 met de vastgestelde CAO tot en met maart 2027 met daarnaast, conform kaderbrief, een verwachte indexatie voor 3,5% op basis van de door het CPB gepubliceerde cijfers in de septembercirculaire 2025. - De (bestemmings)reserves voor Herhuisvesting en Desintegratiekosten worden de komende jaren afgebouwd en ingezet voor de dekking van lasten waarvoor ze zijn gevormd. Gevolg hiervan is een geleidelijke verschuiving van financiering met eigen financieringsmiddelen (reserves) naar externe financiering. Indien en voor zover hiervoor additionele bancaire financiering noodzakelijk is, krijgen we te maken met nieuwe (externe) rentelasten.
Personeelskosten
Het totaal van de geraamde salarislasten (inclusief sociale lasten) in de begroting 2027 bedraagt € 8.531.000. In dit bedrag zijn ook budgetten voor externe inhuur opgenomen en de salarissen van de Arbeidsmarktregio Rivierenland (voorheen RW-POA). Hierbij wordt de kanttekening geplaatst, dat de salarislasten van Arbeidsmarktregio Rivierenland niet ten laste van onze eigen begroting komen, maar worden gefinancierd uit de financiële middelen van Arbeidsmarktregio Rivierenland zelf. In het geval we voor (tijdelijke) projecten extern personeel inhuren, worden de lasten hiervan gefinancierd uit de projectopbrengsten. De eventuele inhuurkosten voor projecten zijn niet in de salarisbegroting meegenomen.
Investeringen
Via deze begroting wordt een investeringskrediet aangevraagd van € 23.000 voor de vervanging van de koffievoorziening. De afschrijvingen op de investeringen kunnen uit de huidige budgetten gefinancierd worden en zijn opgenomen in de meerjarenraming. Eventueel nieuwe investeringskredieten worden via separate bestuursvoorstellen geformaliseerd en in de administratie verwerkt.
Reserves en voorzieningen Reserves
In het navolgende overzicht is de verwachte stand van de reserves opgenomen de vermeerderingen en verminderingen en de verwachte eindstand op 31 december 2027. De berekening is gebaseerd op de werkelijke standen per 1 januari 2026 en de geraamde mutaties in 2026 en 2027. Overzicht reserves Bedragen x € 1.000 Algemene reserves Risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening Algemene reserve Regiokantoor Subtotaal algemene reserves Bestemmingsreserves Doorstroompunt (voorheen RMC) Speerpuntberaden Communicatie Herhuisvesting Desintegratiekosten ontvlechtingen Revolverend fonds Contractgestuurde dienstverlening Subtotaal bestemmingsreserves Totaal
44 BEGROTING 2027 REGIO RIVIERENLAND
31-12-2026 Toevoegingen Onttrekkingen
31-12-2027
159 474 633
-
-
159 474 633
283 45 9 720 212
-
83 48
283 45 9 637 164
25
-
-
25
1.295 1.928
-
131 131
1.164 1.797
Toelichting bij de reserves:
Algemene reserves / risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening
In de begroting 2027 is geen inzet van de risicoreserve Contractgestuurde dienstverlening (CgD) geraamd. Het verwachte tekort bij de Sociale recherche is in 2027 opgelost door hernieuwde samenwerkingsafspraken met hogere gevraagde inzet vanuit opdrachtgevers toe en lagere personeelskosten door natuurlijke verloop.
Bestemmingsreserves
De actuele verwachting is dat van de bestemmingsreserves in 2027 een bedrag van € 131.000 wordt ingezet. De bestemmingsreserves worden ingezet overeenkomstig de doelstellingen waarvoor de reserves zijn gevormd. Structurele inzet van de (bestemmings)reserves proberen we te beperken om te voorkomen dat met het afbouwen van deze reserves, financiering van een deel van de doorlopende (structurele) lasten binnen onze begrotingskaders niet meer mogelijk is.
Voorzieningen Overzicht voorzieningen Bedragen x € 1.000
31-12-2026
Voorziening onderhoud gebouwen Tiel Voorziening Bovenwettelijk verlof Voorziening Verlofsparen Totaal
Toevoegingen Onttrekkingen
66 38 95 199
16 16
-
31-12-2027 81 38 95 214
Toelichting bij de voorzieningen:
De toevoegingen en onttrekkingen zijn afgeleid uit het meerjarig onderhoudsplan van ons bedrijfspand in Tiel aan de Burg. van Lidth de Jeudelaan. Deze is door het Algemeen Bestuurd geaccordeerd bij de behandeling van de Begroting 2025. Daarnaast zijn er voorzieningen opgenomen voor het bovenwettelijk verlof en verlofsparen.