Bijlage 7 Adviesrapport VRGZ
Tekst van het document
Gemeente Nijmegen coördinatie Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Wiel Peter van Bergen Sietse van de Haterd Thijs Kistemaker 23 april 2026
Adviesrapport Jaarstukken 2025 & Begroting 2027 VRGZ
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Map = Brieven en huisstijldocumenten / sjab = Nota, beleids- of projectplan
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2025 1.2 Advies bij de begroting 2027 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 4. Jaarstukken 2025 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2025 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Gewijzigde begroting 2026 6. Begroting 2027 6.1 Algemeen 6.2 BRN-normen, BBV-normen en overige kaders 6.4 Begrotingsanalyse 6.5 Deelnemersbijdragen 6.6 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserves 7.3 Risico’s Bijlagen
1 2 3 4 4 5 6 6 7 8 9 9 9 9 9 10 12 13 13 14 15 15 15 17 18 20 20 20 21 21 22
1
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
……..in één oogopslag
JAARSTUKKEN 2025 (bedragen x €1.000)
Nog geen goedkeurende accountantsverklaring Rekeningresultaat:
C&R: -158 RAV: 340
Resultaatbestemming: Onttrekken aan algemene reserve C&R Toevoegen aan reserve aanvaardbare kosten RAV
-158
VERMOGENSPOSITIE (na resultaatbestemming) Algemene reserve C&R € 3.040 Streefwaarde algemene reserve € 3.357 Bestemmingsreserves: • Herziening MJOP € 1.317 • Duurzaamheid € 40 • Incidentele korting BDuR € 610 • Versterking crisisbeheersing € 1.607
340
BEGROTING 2027
- 2027 niet sluitend met een saldo van - € 1.548. Meerjarenraming wel sluitend - BBV proof - Voldoet aan de BRN - Stijging gemeentelijke bijdragen in 2027 van €5.3 miljoen (ongeveer 10%)
ADVIES Jaarstukken 2025
•
In te stemmen met het onttrekken aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) ter dekking van het negatieve resultaat op het programma Crisis- en Rampenbestrijding.
Programmabegroting 2027
•
De VRGZ te attenderen op dat van hun wordt verwacht dat zij kritisch reflecteert op de uitvoerbaarheid van de ambities en zichzelf moet afvragen of de organisatie in staat is om voldoende personeel aan te trekken en investeringen uit te kunnen voeren.
Meerjarenraming 2028-2030
•
De meerjarenraming 2028 – 2030 ter kennisgeving aan te nemen
DEELNEMERSBIJDRAGEN Zie paragraaf 5.4 van dit rapport voor de verdeling bijdragen naar gemeenten Totaal deelnemersbijdrage 2025: € 51.543.587 Gewijzigde begroting 2026: € 53.945.518 Gevraagde begroting 2027: € 59.225.946
2
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2025 en de begroting 2027 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (hierna VRGZ). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die VRGZ vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2027, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2025 en resultaatbestemming 2025. Op 15 april 2026 hebben wij onze bevindingen besproken met Ron Leenders en Mike Orth.
Tijdschema zienswijze VRGZ heeft de jaarstukken 2025 en de begroting 2027 aan de deelnemende gemeenten op 31 maart 2026 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 24 april 2026 en zullen gemeenten uiterlijk in juni 2026 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 2 juli 2026.
Werkwijze Adviesfunctie Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. De index op de gemeentelijke bijdragen voor 2027 is 4,15%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2027. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor VRGZ verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat. De VRGZ heeft aangegeven dat medio mei een goedkeurende accountantsverklaring wordt verwacht. De bevindingen van de accountant neemt de adviesfunctie t.z.t. ter kennisgeving aan. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden. Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2027. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.
3
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
1. Advies 1.1
Advies bij de jaarstukken 2025
In 2025 is voorgesteld om het negatieve resultaat van het programma Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) ten laste te brengen van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding. Na deze onttrekking bedraagt de algemene reserve € 3.040.000. De jaarrekening laat zien dat er in het afgelopen jaar minder is geïnvesteerd dan er is afgeschreven. Dit heeft geleid tot een verdere waardevermindering van de vaste activa en het doorschuiven van investeringen naar volgende jaren. Naast deze ontwikkeling staat dat de rentebaten aanzienlijk hoger zijn uitgevallen dan oorspronkelijk begroot, wat een positief effect heeft gehad op het financiële resultaat. Tegelijkertijd kent de jaarrekening een aandachtspunt in de presentatie en toelichting. Hoewel er veel informatie is opgenomen, is het lastig om snel een goed totaalbeeld van de financiële situatie te krijgen. Een nadere toelichting op deze verschillen en op de behaalde resultaten ontbreekt, wat het inzicht in de financiële prestaties beperkt. VRGZ heeft toegezegd de komende jaren de presentatie te verbeteren. Wij adviseren de deelnemende gemeenten van VRGZ om: •
In te stemmen met het onttrekken aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding (C&R) ter dekking van het negatieve resultaat op het programma Crisis- en Rampenbestrijding.
4
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
1.2
Advies bij de begroting 2027
De VRGZ heeft de programmabegroting 2027 en meerjarenraming voor 2028 e.v. opgesteld. De begroting is niet sluitend omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 in het najaar van 2025 de cao loonstijging nog niet bekend was. Dit wordt incidenteel uit de algemene reserve gedekt. De begroting geeft inzicht in de financiële gevolgen van zowel de kostenverdeelsystematiek als het huisvestingsonderzoek. De kostenverdeelsystematiek is op totaalniveau kostenneutraal verwerkt. Het huisvestingsonderzoek resulteert daarentegen in een structurele, cumulatieve stijging van de gemeentelijke bijdrage van € 410.000 per jaar vanaf 2027. Daarnaast laat de programmabegroting meerdere substantiële uitzettingen van de gemeentelijke bijdrage zien. Deze hebben betrekking op onder meer nazorg en PTSS, extreme prijsstijgingen, kapitaallasten voor materieel, rentelasten, de IV-strategie, licenties voor kantoorautomatisering en vakbekwaamheid. In totaal neemt de gemeentelijke bijdrage in 2027 hierdoor toe met € 4,7 miljoen, exclusief indexering. Gezien de onderuitputting op verschillende kostenposten in de jaarrekening plaatst de adviesfunctie echter vraagtekens bij de uitvoeringscapaciteit van VRGZ. De vraag is of de capaciteit toereikend is om de ambities die ten grondslag liggen aan deze uitzettingen daadwerkelijk te realiseren.
Wij adviseren de deelnemende gemeenten van VRGZ om: • De VRGZ te attenderen op dat van hun wordt verwacht dat zij kritisch reflecteert op de uitvoerbaarheid van de ambities en zichzelf moet afvragen of de organisatie in staat is om voldoende personeel aan te trekken en investeringen uit te kunnen voeren. • De meerjarenraming 2027 – 2029 ter kennisgeving aan te nemen Wij adviseren de deelnemende gemeenten om de risico’s van € 5.012.000, voor zover deze de algemene reserve van de VRGZ (€ 3.956.000) overstijgen, op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie toelichting in hoofdstuk 7.3). Dit naar rato van deelname.
5
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
2. Kaders 2.1
BRN-normen
De BRN-indexering op de gemeentelijke bijdragen wordt bepaald op de in de mei- en september circulaire gepubliceerde indexcijfers, welke gebaseerd zijn op het CEP (Centraal Economisch Plan, meicirculaire) ) en de MEV (Macro Economische Verkenningen, septembercirculaire): 1. Het gaat om de volgende indexcijfers; a. de prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers; b. Prijs Bruto Binnenlands Product (PBBP) als indexering voor de materiële lasten. 2. Deze indexering wordt met een weging van 70% voor loon en 30% voor materieel berekend tot één BRN-index voor de gemeentelijke bijdragen. 3. Er wordt één jaar geactualiseerd, gebaseerd op de gegevens uit de MEV (septemberpublicatie 2025). Deze actualisatie is verwerkt in de BRN-index 2027. De BRN-norm voor 2027 is 4,15%
Berekening De GGD, ODRN en de VRGZ hebben een afwijkende indexering en zullen dan ook hun eigen berekening volgen. Volgens info van GGD, VRGZ en ODRN zal de voorcalculatorische index 2027 5,00% voor de GGD, 4,74% voor de VRGZ en 5,19% voor de ODRN zijn (in verband met weging personeel/materieel). De nacalculatorische index 2025 – 0,09% voor de GGD, - 3,69% voor de VRGZ en – 1,06 % voor de ODRN De totaal index van de begroting 2027 bestaat uit voorcalculatie 2027 en de nacalculatie 2025. Totaal index begroting 2027: GGD: 4,91% = 5,00% - 0,09% VRGZ: 1,05% = 4,74% - 3,69% ODRN: 4,13% = 5,19% - 1,06%.
6
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
2.2
Overige kaders
De volgende kaders zijn (nog steeds) van kracht: • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 09-07-2024 • BBV Richtlijnen (besluit begroten en verantwoording) • Financiële verordening Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025 • Controleprotocol en normenkader Veiligheidsregio Gelderland-Zuid • Notitie Risicomanagement, voorzieningen en Weerstandsvermogen (dec 2014) • Treasurystatuut Op pagina 89 van de jaarrekening en pagina 83 van de programmabegroting rapporteert de VRGZ op de verschillende taakvelden.
Kader weerstandsvermogen GR-en
Het PFO Financiën heeft op 28 november 2024, na bespreking, het besluit genomen dat het kader WVM van 2014 inhoudelijk werd gehandhaafd en het kader per die datum van 28 november 2024 in zijn geheel opnieuw bekrachtigd. Dit hield, onder meer, in dat: a. de in het kader WVM van 2014 vastgestelde normen voor het WVM (onder 3.a tot en met 3.d van het kader (peildatum 31 -12-2025) gehandhaafd blijven; b. indien van onder 3.a tot en met 3.d bedoelde normen door een GR wordt afgeweken, de motivatie voor de afwijking zal blijken uit een AB besluit van betreffende GR; c. de politiek/bestuurlijke (strategische) keuzes aan gemeenten zijn en blijven, met bijbehorend WVM. Dit aangezien de GR-en taken uitvoeren voor de deelnemers in het kader van verlengd lokaal bestuur.
Het kader is hiermee als geheel opnieuw bekrachtigd en vervolgens zodanig vastgelegd in de BRN 2027. Daar waar in het bestuur van een GR besloten wordt om, gemotiveerd, af te wijken van het kader daar waar het bijvoorbeeld gaat om afwijking van de 3% inkomsten norm, in het adviesrapport aan dacht hieraan besteden. Dat is ook besloten in het PFO. Uitkomsten van het onderzoek zijn op 15 januari 2025 gedeeld met de controllers van de GR-en.
7
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
3. Algemeen Een aantal onderwerpen zijn noemenswaardig om verder uit te lichten: Onderwerpen: • Ontvlechting GGD VRGZ en GGD Gelderland-Zuid (GGD GZ) kennen sinds 1 juli 2013 een samenwerkingsovereenkomst op het gebied van ondersteunende diensten (bedrijfsvoering). Verrekening van de kosten vindt plaats via verdeelsleutels per organisatieonderdeel en onder het fiscaal construct ‘kosten voor gemene rekening (KGR)’. Toepassing van de KGR houdt concreet in dat er voor de afgesproken verdeelsleutels geen btw-verrekening hoeft plaats te vinden. Het nadeel is dat het construct uitgaat van vaste verdeelsleutels, die niet gewijzigd kunnen worden. In 2025 is onderzoek gedaan naar de huidige dienstverlening en samenwerking tussen VRGZ en GGD GZ op het gebied van bedrijfsvoering. Op basis van het onderzoek is gebleken dat de meest robuuste oplossing op de lange termijn de inrichting van een volledig eigen bedrijfsvoeringsorganisatie voor zowel VRGZ als GGD is. Op 9 april is het besluit genomen in het AB van de VRGZ en op 16 april in het AB van de GGD. De financiële consequenties worden het komende jaar middels begrotingswijzingen voorgelegd. De adviesfunctie vraagt de financiële gevolgen van de ontvlechting aandachtig te monitoren en tijdig te melden bij overschrijding. •
Kostenverdeelsystematiek
De gemeentelijke bijdrage worden volgens een bepaalde systematiek (verdeelsleutel) verdeeld over de gemeenten. In juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om: 1. de verdeling van de gemeentelijke bijdragen vanaf 2027 volledig te baseren op basis van het gemeentefonds (subcluster crisisbeheersing en brandweer)2; 2. als ingroeimodel te kiezen voor een niet-lineaire ingroeiperiode van 5 jaar, die ingaat in 2027. Deze ingroeibijdrage is op totaalniveau kostenneutraal opgenomen. In paragraaf 8.1 van de programmabegroting is de gemeentelijke bijdrage uitgewerkt inclusief de ingroeibijdrage per gemeente. Financiële uitzettingen worden met ingang van 2027 conform de nieuwe verdeelsystematiek verwerkt. •
Huisvestingsonderzoek
Vanwege de stijging van de kosten van onze vastgoedportefeuille maar ook vanwege het ontbreken van budget voor kapitaallasten, is in 2024 en 2025 in opdracht van het Algemeen Bestuur onderzoek uitgevoerd naar de toekomst van het vastgoed van VRGZ. Naar aanleiding van het onderzoek is door het bestuur in april 2025 besloten dat de financiële gevolgen van deze besluiten leiden tot de opbouw van een reserve om investeringen nu en in de toekomst mogelijk te maken en dat deze volgens de voorgestelde opbouw wordt gedaan. Dit betreft een cumulatieve stijging van de gemeentelijke bijdrage van € 410.000 tot en met het jaar 2032.
8
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
4. Jaarstukken 2025 4.1
Algemeen
In de verantwoording beschrijft de VRGZ de voortgang op de beleidsthema's uit het Regionaal Beleidsplan 2024– 2027. De organisatie benoemt relevante ontwikkelingen op het gebied van netwerkmanagement, crisisorganisatie en operationele voorbereiding. Dit jaar stond in het teken van enkele belangrijke beleidswijzigingen, regionale- en landelijke samenwerkingen en zowel financiële- als organisatorische herstructureringen. Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen rondom het programmaplan Weerbaarheid en Veerkracht 2025-2027. De gewijzigde geopolitieke situatie en klimaatverandering vergroten de kans op maatschappelijke verstoringen en dit vergt een actieve personele en materiële bijdrage vanuit de VRGZ. Ook is in april 2026 besloten om de gezamenlijke bedrijfsvoeringsorganisatie van de VRGZ en de GGD te ontvlechten. Dit is een ingrijpend organisatietraject met financiële consequenties waarbij de verwachte frictiekosten gezamenlijk €2.2 miljoen bedragen. De exacte verdeling is nog onbekend. Andere belangrijke ontwikkelingen zijn besluiten omtrent de gewijzigde regionale kostenverdeelsystematiek en het afgeronde onderzoek naar stijgende kosten van de vastgoedportefeuille. Ook is de voorbereiding van een leerlijn Energietransitie in gang gezet om de Veilig Energietransitie kracht bij te zetten. Verder merkt de adviesfunctie wel het volgende op omtrent de jaarrekening: •
4.2
De jaarrekening bevat veel informatie, maar die is verspreid. Hierdoor is het lastig om snel inzicht te krijgen in de financiële situatie. Daarnaast zijn een aantal bedragen uit de resultaatanalyse niet aan te sluiten bij de bedragen in de tekst. VRGZ heeft toegezegd de komende jaren de presentatie te verbeteren.
Controleverklaring accountant
Bij het schrijven van dit rapport is er nog geen controleverklaring beschikbaar gesteld. De controleverklaring van de accountant wordt opgenomen in de definitieve versie van de jaarstukken. De adviesfunctie heeft de bevindingen van de accountant daardoor niet kunnen meenemen in het opstellen van dit adviesrapport. De VRGZ heeft aangegeven dat medio mei een goedkeurende accountantsverklaring wordt verwacht. De bevindingen van de accountant neemt de adviesfunctie t.z.t. ter kennisgeving aan.
4.3
Fiscaliteiten
Geen bijzonderheden. VRGZ is niet vennootschapsbelastingplichtig. In de jaarstukken zijn geen bijzonderheden vermeld ten aanzien van btw of doorgeschoven btw.
4.4
Begroting 2025 en managementrapportages
De gewijzigde begroting 2025 is gelijk aan de gewijzigde begroting zoals vastgesteld in de Tussentijdse Rapportage januari t/m augustus 2025. De wijzigingen ten opzichte van de primaire begroting betreffen twee categorieën: Verschuivingen programma C&R Budgettair neutrale verschuivingen ten behoeve van een betere allocatie en presentatie. Mutaties bestemde reserves programma C&R In 2024 is minder uitgegeven aan de transitie naar fluorvrije schuimblusmiddelen (€ 30.000) en aan aanpassingen
9
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ) voor strengere normen voor dieselmotoremissie (€ 75.000). Beide posten zijn ondergebracht in de bestemde reserve duurzaamheid. De bijbehorende budgetten voor 2025 zijn met deze bedragen opgehoogd en de begrote vrijval van de bestemde reserve duurzaamheid is in 2025 vastgesteld op € 105.000. Van de begrote vrijval van € 105.000 is uiteindelijk € 65.000 vrijgevallen. Een deel van de geplande werkzaamheden schuift door naar 2026, waardoor het resterende deel van de reserve (€ 40.000) naar 2026 doorloopt. Daarnaast zijn de extra BDuR-middelen voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening niet volledig besteed in 2025. In afwachting van bestuurlijke duidelijkheid over de bezuinigingsvoorstellen voor 2026 is bewust terughoudend omgegaan met het doorvoeren van structurele maatregelen. Enkele functies zijn later of niet ingevuld en investeringen op het terrein van informatiemanagement zijn uitgesteld. Het resterende budget van € 367.000 is toegevoegd aan de bestemde reserve versterking crisisbeheersing.
4.5
Resultaatanalyse
Overzicht begrote en gerealiseerde saldi 2025 C&R
RAV
Totaal VRGZ
jaar 2025; bedragen x € 1.000
begroot
realisatie
begroot
realisatie begroot
realisatie
Saldo baten -/- lasten uit gewone bedrijfsvoering
-824
-475
0
-340
-824
-135
reservemutaties
724
317
0
0
724
-317
te bestemmen resultaat
-100
-158
0
340
-100
182
VRGZ sluit 2025 af met een positief resultaat van € 182.000, dat is € 282.000 beter dan het begrote tekort van € 100.000. Dit resultaat is het saldo van een negatief resultaat bij C&R (- € 158.000) en een positief resultaat bij RAV (+ € 340.000). Programma Crisis- en Rampenbestrijding Het begrote tekort binnen C&R bedroeg € 100.000. Het gerealiseerde resultaat is € 158.000 negatief, een nadelig verschil van € 58.000. Onderstaand worden de belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de gewijzigde begroting toegelicht. Omschrijving — Verschil met begroting (v=voordelig / n=nadelig) Hogere Rijkssubsidies: totaal € 59.000 v • BDuR loon- en prijscompensatie: € 14.000 v • Hogere indexering 25KV-lijnen: € 45.000 v Berekening: € 59.000 v Aansluiting: correct. Lagere opbrengsten bedrijfsvoering: totaal € 505.000 n • Correctie KGR-construct: € 552.000 n • Hogere inhuurlasten bedrijfsvoering: € 47.000 v Berekening: € 505.000 n Aansluiting: correct. Hogere overige opbrengsten: totaal € 295.000 v
10
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
• Boekwinst verkoop pand Tiel: € 312.000 v • Projectopbrengsten natuurbrandbeheersing: € 120.000 v • Hogere opbrengst verkoop afgeschreven materieel: € 76.000 v • Detacheringen medewerkers NIPV: € 121.000 v • Lagere opbrengst FLO: € 409.000 n • Mix van over- en onderschrijdingen: € 75.000 v Berekening: € 295.000 v Aansluiting: correct. Lagere personeelslasten: totaal € 372.000 v • Lagere cao-stijging: € 1.298.000 v • Temporisering BDuR-formatie: € 232.000 v • Lagere FLO-kosten: € 409.000 v • Extra inhuur extern personeel: € 654.000 n • Hogere opleidingskosten: € 445.000 n • Dotatie voorziening niet-actief personeel: € 318.000 n • Vrijval voorziening niet-actief personeel: € 27.000 v • Hoger saldo wettelijke verlofuren € 157.000 n • Hogere dotatie verlofsparen: € 196.000 n • Aankoop verlofuren: € 206.000 v • Mix kleine over- en onderschrijdingen: € 30.000 n Berekening: € 372.000 v Aansluiting: niet volledig te maken. De toelichting op het saldo verlofuren is onduidelijk. VRGZ heeft aangegeven om dit in de komende jaren duidelijker te presenteren. Lagere kapitaallasten: totaal € 589.000 v • Doorgeschoven investeringen: € 589.000 v Berekening: € 589.000 v Aansluiting: correct.
Hogere overige bedrijfslasten: totaal € 693.000 n • Hogere huisvestingskosten: € 248.000 n • Lagere onderhoudskosten ihkv DME-aanpassingen: € 40.000 n • Hogere IT-kosten: € 285.000 n • Lagere kosten VIK: € 135.000 v • Hogere onderhoudskosten wagenpark/blusboten: € 140.000 n • Hogere bijdrage NIPV: € 261.000 n • Lagere doorbelasting RAV: € 135.000 n • Inzet post Onvoorzien: € 239.000 v • Mix kleine over- en onderschrijdingen: € 38.000 n • Totaal: € 693.000 n Berekening: € 463.000 n Aansluiting: correct Voordelig renteresultaat: totaal € 232.000 v • Hogere rentebaten schatkist: € 221.000 v • Lagere doorbelaste rentelasten: € 11.000 v Berekening: € 232.000 v Aansluiting: correct.
11
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
Een structureel aandachtspunt is het herhaaldelijk doorschuiven van investeringen. VRGZ benoemt dit expliciet: de tijdelijke onderschrijding op kapitaallasten maskeert een structureel tekort in het investerings- en exploitatiebudget. In de komende jaren zullen deze tekorten zichtbaar worden in hogere kapitaallasten. Daarnaast worden opleidingsbudgetten voor de brandweer meerdere jaren structureel overschreden om de vakbekwaamheid op peil te houden. Programma Regionale Ambulancevoorziening (RAV) Het programma RAV sluit 2025 af met een positief resultaat van € 340.000, terwijl een resultaat van € 0 was begroot.
4.6
Balanstoelichting
De balans laat per 31 december 2025 een balanstotaal zien van € 83,3 miljoen (2024: € 82,2 miljoen). De vermogenspositie wordt afzonderlijk behandeld in hoofdstuk 7. Hier worden de meest relevante ontwikkelingen toegelicht: De materiële vaste activa daalden van € 63,9 miljoen naar € 61,2 miljoen. De investeringen in 2025 bedragen € 6,1 miljoen, terwijl de afschrijvingen € 7,4 miljoen bedragen. De activabasis krimpt daarmee netto. De grootste investeringscategorieën zijn persoonlijke beschermingsmiddelen (€ 2,2 miljoen), voertuigen en bepakkingen (€ 1,8 miljoen) en verbindingsmiddelen (€ 0,7 miljoen) De uitzettingen in de Rijksschatkist zijn fors gestegen van € 9,4 miljoen naar € 15,2 miljoen, hoofdzakelijk door de storting van een nieuwe lening van € 5 miljoen in december 2025. De voorzieningen zijn gestegen van € 7,7 miljoen naar € 8,8 miljoen (+€ 1,1 miljoen). De grootste stijging betreft de voorziening verlofsparen (van € 3,5 naar € 4,0 miljoen). De langlopende schuld steeg per saldo van € 51,7 miljoen naar € 53,0 miljoen. In december is een nieuwe lening van € 5 miljoen gestort; tegelijkertijd is een aflossingsvrije lening uit 2015 (€ 3,15 miljoen) volledig afgelost. Het eigen vermogen daalde licht van € 9,6 miljoen naar € 9,5 miljoen (na resultaatbestemming). Beide programma's blijven onder hun eigen bestuurlijke normen voor het eigen vermogen.
12
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
4.7
Voorstel bestemming resultaat
Voorstel bestemming resultaat 2025 Bedragen x € 1.000 Gerealiseerd resultaat
C&R
RAV
-158
340
Toevoeging reserve aanvaardbare kosten
340
Onttrekking algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding
-158
Totaal resultaat
182
Programma Crisis- en Rampenbestrijding Het negatieve resultaat van € 158.000 wordt onttrokken aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding. Na deze onttrekking bedraagt de algemene reserve € 3.040.000, ofwel 4,5% van de baten. Dit ligt onder de bestuurlijke streefwaarde van 5%. In de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 zal VRGZ een geactualiseerd meerjarig beeld schetsen van de reserveontwikkeling. Programma Regionale Ambulancevoorziening Het positieve resultaat van € 340.000 wordt toegevoegd aan de reserve aanvaardbare kosten RAV. Na toevoeging bedraagt deze reserve € 2.887.000, ofwel 8% van de baten. Dit ligt onder de bestuurlijke minimumnorm van 10%. Afgesproken is dat de reserve uitsluitend wordt aangevuld vanuit resultaten op het RAV-programma, niet via gemeentelijke bijdragen.
4.8
Deelnemersbijdragen
Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal
Bijdrage 2025 (in €) 2.978.520 1.811.023 2.750.162 2.519.337 1.388.817 1.551.579 2.263.670 2.085.610 17.904.515 3.407.419 5.088.282 1.851.463 3.276.006 2.667.184
51.543.587
13
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
5. Gewijzigde begroting 2026 Begrotingswijzigingen: Baten Overige opbrengsten
-20
Lasten Personeelslasten Communicatieapparatuur Overige bedrijfskosten
+119 +35 -174
De VRGZ heeft in bijlage 8.3.1 de begrotingswijzigingen weergegeven. Het betreft binnen het programma C&R de bovenstaande posten. De wijzigingen hebben zich voorgedaan nadat de begroting 2026 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen. De wijzigingen hebben geen budgettaire consequenties voor de deelnemende gemeenten. In de paragraaf 6.3 Financiering wordt in tabel 6.6 Rente en treasury weergegeven Hierin zijn geen externe rentebaten begroot. Adviesfunctie adviseert om rentebaten te begroten.
14
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
6. Begroting 2027 6.1
Algemeen
De begroting 2027 laat een negatief saldo van baten en lasten zien van - € 1.946.000. Na toevoeging en onttrekking van reserves bedraagt het geraamd nog steeds een negatief saldo van - € 1.548.000. De meerjarenraming laat in 2028 een licht negatief resultaat (- € 79.000) zien maar vanaf 2029 is het geraamd resultaat meerjarig € 0. Het begrote negatieve resultaat in 2027 wordt opgevangen uit de algemene reserve C&R. Het negatieve resultaat ontstaat door de lagere indexering van de gemeentelijke bijdrage dan de indexering van voornamelijk personele kosten in de begroting. Dit resulteert in een incidenteel negatief resultaat van € 1.548.000. Middels de nacalculatie in de BRN 2028 is dit een incidenteel tekort. In de meerjarenraming is dit als extra uitzetting opgenomen in de gemeentelijke bijdrage vanaf 2028. De BRN 2028 corrigeert deze uitzetting.
6.2
BRN-normen, BBV-normen en overige kaders
In de BRN-norm is voor de VRGZ een indexatie voor 2027 opgenomen van 1,05%. Dit percentage is opgebouwd uit een voorcalculatorische index voor loon (3,99%) en voor materieel (0,75%), waarbij de index voor loon 70% meetelt en de index voor materieel voor 30%. Dus een totale voorcalculatorische index van 4,74%. Er vindt een nacalculatie plaats over de loonindex van 2025. Omdat er bij het opstellen van de BRN 2027 nog geen nieuwe CAO voor de veiligheidsregio's was, kon het mogelijke effect hiervan op de nacalculatie loon voor 2025 e.v. nog niet meegenomen worden. Hierdoor bedroeg de loonindex in 2025 0,13% terwijl er in de BRN 2025 5,40% was opgenomen. Dit leidt tot een totale nacalculatie van -3,69% wat betekent dat de BRN voor de VRG 1,05% bedraagt. De materiële index heeft geen nacalculatie. De VRGZ heeft de indexatie conform de BRN-norm toegepast op de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor neemt de gemeentelijke bijdrage als gevolg van indexatie toe met € 566.428. Verder vinden er naast deze indexering in 2027 een aantal toevoegingen aan de gemeentelijke bijdrage plaats. • Ingroeibijdrage. Dit is in totaal geen uitzetting van de gemeentelijke bijdrage maar wel een verandering van de bijdrage tussen gemeenten. De overige toevoegingen deelt de VRGZ op in 3 categorieën: beleid, autonome ontwikkelingen en buitengewone prijsstijgingen: Beleid •
Nazorg en PTSS
€60.000
Autonome ontwikkelingen • IV-strategie • Licenties
€2.562.000 €130.000
Buitengewone prijsstijgingen • Vervanging vastgoed • Extreme prijsstijgingen • Kapitaallasten materieel • Vakbekwaamheid brandweer • Rentelasten
€410.000 €467.000 €400.000 €400.000 €285.000
Een totale uitzetting (exclusief indexering) van € 4.714.000 van de gemeentelijke bijdrage in 2027.
15
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
Vanaf 2028 stijgt de gemeentelijke bijdrage (exclusief indexering) verder door onderstaande uitzettingen: • Nacalculatie 2025 (later correctie dor BRN 2028?) €1.548.236 • Vervanging vastgoed €410.000 • Kapitaallasten materieel €500.000 • Herziening MJOP €540.000 • IV-strategie €828.000 Vanaf 2029 stijgt de gemeentelijke bijdrage (exclusief indexering) verder door onderstaande uitzettingen: • • • •
Vervanging vastgoed Kapitaallasten materieel Herziening MJOP IV-strategie
€410.000 €500.000 €79.000 €428.000
Vanaf 2030 stijgt de gemeentelijke bijdrage (exclusief indexering) verder door onderstaande uitzettingen: • • •
Vervanging vastgoed Kapitaallasten IV-strategie
€410.000 €500.000 €270.000
De uitzettingen rondom de herziening MJOP, is in vorige begrotingen reeds eerder aangekondigd. Vanuit de resultaatbestemming 2024 zijn deze kostenstijgingen in eerdere jaren (2025,2026 en 2027) gedekt middels de daarvoor bestemde reserve. Toetsing BBV-norm Algemeen Volgens het BBV bestaat de begroting uit een programmabegroting en een begroting naar taakvelden. Afzonderlijk moeten de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen inzichtelijk worden gemaakt. De VRGZ heeft een overzicht van baten en lasten per taakveld opgenomen waarbij de overhead, algemene dekkingsmiddelen (onder ‘algemene uitkeringen’) en onvoorzien (onder ‘overige baten en lasten’) afzonderlijk zijn opgenomen (pagina 83 van de begroting). Per programma zijn de lasten en baten van het programma opgenomen en ook de aan het programma toe te rekenen overhead. Beleidsindicatoren en kengetallen De VRGZ heeft in de begroting beleidsindicatoren (zie begroting onderdeel 8.4) en de voorgeschreven kengetallen (zie begroting 6.1.3) opgenomen. Bij de beleidsindicatoren is aangegeven dat de overhead op 25% (tegen 25 in de realisatie 2025) van de totale lasten uitkomt bij het programma C&R en op 11% bij het programma RAV (tegen 15% in de realisatie 2025). Deze indicatoren zijn niet normatief en dienen voor de transparantie en analyse binnen de VRGZ en t.o.v. andere veiligheidsregio’s.
Binnen de regio Nijmegen bestaat wel een maximering van overheadkosten en dit maximum (niet gerelateerd aan werksoort) bedraagt 25%. Hiermee zit de VRGZ nu qua overhead aan dit maximum. De adviesfunctie vraag zich af of VRGZ gezien de ontwikkelingen rondom de ontvlechting GGD en de invoering van de IV-strategie onder deze norm van 25% blijft.
16
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
6.4
Begrotingsanalyse
De VRGZ heeft voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op pagina 55 tot en met 63 een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting 2027 en de gewijzigde begroting 2026. De stijging van de baten bedraagt € 6.977.000 Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Rijksbijdragen + € 1.484 Gemeentelijke bijdrage + € 5.280 Opbrengsten bedrijfsvoering +€ 208 Overige opbrengsten + € 5 De stijging van de lasten bedraagt € 7.272. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Personeelskosten + € 5.234 Kapitaallasten + € 668 Overige bedrijfslasten +€ 1.081 Rentebaten en -lasten + 289 Bevindingen Hoewel de adviescommissie niet de inhoudelijk toets kan doen op nut en noodzaak, heeft de adviescommissie wel de volgende bevindingen. Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage groeit (10%) in verhouding tot andere jaren fors. Een relatief beperkt gedeelte komt door de indexering (€ 566.000). De grootste stijging wordt veroorzaakt door stijgende kosten op het gebied van huisvesting, onderhoud, informatievoorziening, materieel, PTSS en financiering. Een deel van de stijging van de gemeentelijke bijdrage wordt veroorzaakt door ‘extreme prijsstijgingen’. Dit ondanks dat gemeenten in de zienswijze op de kaderbrief aangaven het binnen eigen financiële kaders op te vangen.
Personeelskosten De toelichting geeft aan de stijging van de personeelslasten wordt onder andere veroorzaakt door de indexatie van de lonen; het goed werkgeverschap van de VGRZ en de benodigde personele capaciteit voor de uitvoering van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde IV‑strategie. Omdat het gedeelte van de loonindex niet inzichtelijk is gemaakt kan de stijging van de personeelslasten nu niet geheel worden verklaard. Verder leiden de IV-strategie en de casemanager (t.b.v. nazorg en PTSS) tot stijging van de personeelslasten. Gezien het moeilijk kunnen invullen van de vacatures is het de vraag of deze lasten daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Kapitaallasten De kapitaallasten stijgen als gevolg van de prijsstijgingen. Voor wat betreft de extra kapitaallasten voor wagenpark en materieel vraagt de adviesfunctie zich af of dit niet al veel eerder in beeld had moeten zijn. Overige bedrijfslasten De stijging van de overige bedrijfslasten bestaat uit verschillende onderdelen zoals communicatieapparatuur; huisvestingskosten en overige bedrijfskosten. De in de toelichting opgenomen bedragen sluiten niet aan met de stijging. Bovendien valt op dat hier vaak extra kosten worden opgenomen als gevolg van de extreme prijsstijgingen.
17
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
6.5
Deelnemersbijdragen
Deelnemersbijdrage 2027 – 2030
18
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
19
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
6.6
Meerjarenbegroting
De lasten en baten kennen voor de jaren 2027-2030 een stijging ten opzichte van het jaar 2026. De grootste stijging wordt veroorzaakt door stijgende kosten op het gebied van huisvesting, onderhoud, informatievoorziening, materieel, PTSS en financiering. Voor posten als de rentebaten is dit opvallend aangezien er ultimo 2026 nog een aanzienlijk bedrag op de schatkist moet staan. Ook in 2025 werden er geen rentebaten begroot maar wel ontvangen. Op de balans staat er een bedrag € 15 miljoen bij de schatkost geparkeerd en dat moet de nodige rentebaten kunnen opbrengen. De investeringsplanning laat een flinke stijging in de omvang van totale investeringen zien. Voor de voertuigen is aangegeven dat door de extreme prijsstijging er extra kapitaallasten worden begroot. De VRGZ heeft de nacalculatie over 2025, die als gevolg van cao-afspraken negatief is uitgevallen meegenomen in de indexering van de gemeentelijke bijdrage van 2028. Hierdoor is de meerjarige begroting sluitend. Het negatieve resultaat van € 1.548.000 wordt in 2027 ten laste gebracht van de algemene reserve. Kijkend naar de uitkomst van het onderzoek ‘Vastgoed VRGZ’ is de voorspelling van de adviesfunctie vorig jaar juist geweest dat de gemeentelijke bijdrage in de meerjarenraming extra zal toenemen.
De belangrijkste reden dat de meerjarige begroting in financiële zijn toeneemt heeft te maken met het vaststellen van de IV strategie. Verder neemt de adviesfunctie de meerjarenraming ter kennisgeving aan.
7. Weerstandsvermogen 7.1
Algemene reserve
De algemene reserve van de VRGZ bestaat uit twee verschillende reserves: de algemene reserve Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (C&R) en de algemene reserve aanvaardbare kosten RAV. De normering per programma is: • C&R: streefwaarde tevens norm 5% van de baten • RAV: streefwaarde 15%, normwaarde minimaal 10% van de baten. Uitgangspunt is de begin 2015 opgestelde nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ en opgenomen in de financiële spelregels. De gehanteerde normering voor de omvang van de gehanteerde reserve bestaat al geruime tijd. Hierin is opgenomen dat de 10 grootse risico’s worden benoemd. De adviesfunctie merkt op dat de bestuurlijk norm omtrent de omvang van de algemene reserve van de VRGZ (voor het programma crisis en rampenbestrijding) afwijkt van het in 2014 opgestelde, en in 2024 geëvalueerde, kader Weerstandsvermogen met een norm van 5%. De meerjarige norm bedraagt in de meerjarenbegroting 2027 ruim 1% en bedraagt € 1 miljoen. In onderstaande tabel zijn de normen en gerealiseerde waarden van de reserves bij de jaarstukken 2025 en de begroting 2027 opgenomen (bedragen x € 1.000).
20
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
Jaarstukken 2025 C&R Norm Streefwaarde Werkelijk/begroot
RAV 3.357 n.v.t. 3.040
3.725 5.588 2.887
Begroting 2027 C&R 3.802 n.v.t. 1.069
RAV 4.083 6.124 2.887
Voor de algemene reserve van het programma crisis- en rampenbestrijding wordt in de begroting een doorkijk gegeven voor de jaren 2027 tot en met 2030. Dit geldt ook voor de lasten en baten. Vanaf 2025 e.v. daalt, binnen programma C&R, de algemene reserve structureel onder de norm van 5% van de baten. Indien positieve resultaten worden behaald, geldt als uitgangspunt dat dit resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm.
7.2
Bestemmingsreserves
Het voorstel voor de resultaatbestemming is om het negatieve begrotingsresultaat over 2027 van € 1.548.000 aan de algemene reserve te onttrekken. Hierdoor daalt de algemene reserve naar ruim € 1 miljoen. De norm van 5% wordt hierdoor niet gehaald omdat het meerjarig percentage 1% bedraagt. Daarnaast wordt aan de in 2024 ingestelde bestemmingsreserve herziening MJOP (€ 2.555.000) in 2027 een bedrag van € 619.000 onttrokken. Dit is lijn met de eerdere besluitvorming. Voor het programma RAV wordt meerjarig een op ‘0’ sluitende begroting voorgesteld zodat er geen reservemutatie hoeft plaats te vinden uit de reserve aanvaardbare kosten RAV.
7.3
Risico’s
In de zowel de jaarstukken (§ 5.1) als in de begroting (§ 6.1) is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing uiteengezet wat de omvang is van de risico’s welke de VRGZ loopt. Deze risico’s zijn gecategoriseerd en voor C&R en RAV afzonderlijk in beeld gebracht. De adviesfunctie ziet dat het PFAS risico t.o.v. 2026 behoorlijk is gestegen. Daarnaast is het risico Weerbaarheid eigen organisatie nieuw opgenomen. De adviesfunctie is van mening dat het volgende risico de komende jaren gemonitord moet worden omdat nu onbekend is of dit risico zich gaat voordoen: • De meerkosten ontvlechting VGRZ/GGD De VRGZ benoemt de tien grootste risico’s. De noodzakelijke risicocapaciteit voor de VGRZ bedraagt in de programmabegroting 2027: € 5,012 miljoen en de reserve bedraagt € 3.956 miljoen zodat de risico’s hoger zijn dan de algemene reserve. De noodzakelijke risicocapaciteit voor het programma C&R bedraagt in de programmabegroting 2027: € 3.453 miljoen en de reserve bedraagt € 1.069 miljoen zodat de risico’s hoger zijn dan de algemene reserve.
21
Concept adviesrapport VRGZ 14-4-2026 (input VRGZ)
De noodzakelijke risicocapaciteit voor het programma RAV bedraagt in de programmabegroting 2027: € 1,557 miljoen en de reserve bedraagt € 2,887 miljoen zodat de risico’s lager zijn dan de reserve aanvaarbare kosten RAV.
Bedragen * € 1.000
Verwachting swaarde afzonderlijke risico’s 2027
Verwachting swaarde afzonderlijke risico’s 2025
Noodzak elijke risico capacite it VRGZ 2027
Noodzak elijke risico capacite it VRGZ 2025
Noodzak elijke Risico capacite it RAV 2027
Noodzak elijke risico capacite it RAV 2025
Noodzak elijke Risico capacite it C&R 2027
Noodzak elijke Risico capacite it C&R 2025
Nieuwe wet- en regelgevi ng en politiek bestuurlij ke risico’s
1.775
1.775
469
323
52
52
417
271
Maatscha ppelijk risico’s
1.02
1.025
338
338
107
107
230
231
Economis che risico’s
2.505
2.505
527
526
200
200
326
326
Bedrijfsvo ering
9.575
9.575
3.678
4.072
1.198
2.480
2.842
Totaal
€ 14.880
€ 14.880
€ 5.012
€ 5.259
€ 1.557
€ 3.453
€ 3.670
€ 1.589
Daar waar de risico’s groter zijn dan de algemene reserve dienen gemeenten in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen een risico op te nemen voor de VRGZ voor zover deze risico’s de algemene reserve (€ 3.956.000) overschrijden.
Bijlagen Niet van toepassing.
22