Bijlage 6. Toelichting uitgangspunten
Tekst van het document
Bijlage 6 Toelichting uitgangspunten
Onderwerp
:
Toelichting uitgangspunten Bestuurlijke agenda 2020
1. Inleiding De uitgangspunten van de Bestuurlijke agenda 2020 zullen per onderdeel kort worden toegelicht. a. Nieuwe financiële verdeelsystematiek en ingroeimodel In het AB van Werkzaak is reeds eerder aangegeven ten aanzien van de huidige verdeelsystematiek, dat verschillende methoden door elkaar lopen en de verdeling daarmee niet consistent is. Verder bestond de wens tot een verdergaand onderscheid in de verdeelsystematiek tussen de Wsw en de andere geldstromen. Berenschot heeft verschillende scenario’s voor de financiële verdeling doorgerekend. Uiteindelijk bleek het meeste draagvlak te bestaan voor een variant op basis van solidariteit op alle geldstromen (inclusief de BUIG). Voor de afrekening van de Wsw is wel voor één op één afrekening gekozen, vanwege de positie van de gemeenten Buren en Neder-Betuwe binnen Werkzaak. Bij verdeling op basis van solidariteit staat de gemeenschappelijkheid centraal. Het uitgangspunt is dat elke gemeente de Rijksbudgetten inbrengt die voor de gemeenschappelijke taak beschikbaar worden gesteld, ongeacht of de gemeente Zaltbommel een (toevallig) voor- of nadeel heeft op het specifieke budget. De eventuele overschotten op de budgetten worden dus verrekend met de eventuele tekorten van andere gemeenten. Daarnaast fluctueren de BUIG-gelden door de jaren heen.
Zaltbommel heeft de afgelopen jaren, met uitzondering van 2018 en 2019, altijd een tekort gehad op de rijksvergoeding BUIG. Door te kiezen voor solidariteit betekent dit meer zekerheid en stabiliteit in onze eigen begroting. De gemeenten ontvangen budgetten vanuit de Rijksoverheid, die specifiek aan de Wsw en de Participatiewet kunnen worden toegerekend. Deze budgetten worden ingebracht in de berekening van de gemeentelijke bijdragen. Het totaal leidt tot een verschil met de werkelijke netto kosten van WZR. Het verschil moet worden verdeeld naar rato van het aantal klanten (bijstand plus loonkostensubsidie) over de gemeenten. De aantallen die worden gehanteerd worden ontleend aan de septembercirculaire van het lopende begrotingsjaar. Dit betekent dat Zaltbommel bij een negatief verschil een extra bedrag moet betalen bovenop de reeds ingebrachte Rijksbudgetten, en bij een positief verschil een bedrag terugkrijgt van Werkzaak. Ingroeimodel Om de financiële effecten van de nieuwe verdeling van de Participatiewetkosten te spreiden, wordt een ingroeitermijn van vier jaar gehanteerd, te beginnen in 2022. In 2022 wordt gestart met 25%, en met jaarlijkse stappen van 25% wordt de nieuwe verdeelsystematiek ingevoerd. In 2025 is dan de nieuwe verdeelsystematiek volledig geïmplementeerd. Zoals eerder gezegd geldt dit niet voor de Wswsystematiek (zie hieronder).
b. Overgang begeleiding van doelgroep klantprofiel 4 naar Werkzaak De gemeenten zijn tot op heden zelf verantwoordelijk voor de begeleiding van cliënten die behoren tot klantprofiel 4. Daarvoor blijft 5% van het re-integratiebudget achter bij de gemeenten. Onderdeel van de bestuurlijke agenda is om deze begeleiding onder te brengen bij Werkzaak. Het streven is om deze overgang onder andere voor de gemeente Zaltbommel uiterlijk in 2025 te realiseren. De begeleiding van klantprofiel 4 wordt tot op heden uitgevoerd door het Buurtteam Zaltbommel. Het Buurtteam heeft echter kenbaar gemaakt de begeleiding graag zo snel mogelijk te willen overdragen aan Werkzaak, omdat het geen onderdeel is van de WMO. In 2021 zullen gesprekken worden gevoerd met Werkzaak over de randvoorwaarden en de precieze dienstverlening en hoe lokale initiatieven daarin een plek krijgen. c. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling (GR) In de afgelopen periode zijn er een aantal fundamentele keuzes gemaakt om de samenwerking te bestendigen en te versterken. Om deze keuzes vast te leggen is aanpassing van de GR op een aantal punten wenselijk. Financiële verdeelsystematiek Berenschot adviseert om het uitgangspunt van solidariteit en het hanteren van de Rijksbudgetten als leidraad voor de verdeling daarin, helder toe te lichten in de GR.
Als bijlage is een wijzigingsvoorstel voor de GR opgenomen waarin dit is verwerkt. Governance Het huidige uitgangspunt wat betreft de stemverhouding binnen het AB is ‘één persoon één stem’. Deze stemverhouding is het meest passend bij een financiële verdeling die gebaseerd is op het solidariteitsprincipe. Om de stemverhouding eenvoudig en werkbaar te houden, adviseert Berenschot om het uitgangspunt van ‘één persoon, één stem’ te handhaven. d. Implementeren businesscase-denken en overnemen advies inrichting ambtelijke overleggen Businesscase denken De gemeenten hechten er waarde aan dat de begroting aansluit op de nieuwe verdeelsystematiek alsook op de Rijksbudgetten, en direct inzicht geeft in het voorgenomen beleid en de resultaten. Werkzaak gaat in samenwerking met de gemeenten de gewenste aanpassingen aan de begroting doorvoeren. Ambtelijke overleggen In paragraaf 8.2.1 en 8.2.2. somt Berenschot een aantal knelpunten op dat zich voordoet met betrekking tot de ambtelijke overleggen. Om deze knelpunten te verminderen of op te lossen, adviseert Berenschot als volgt: - De besluitvormingsprocedure binnen het AB/DB van Werkzaak een centrale rol te geven in het beleidsoverleg. - Periodiek een gezamenlijk overleg plannen met zowel de beleidsmedewerkers als financials. - Het beleidsoverleg splitsen in een deel met en zonder Werkzaak, indien dit noodzakelijk wordt geacht.
- Andere overleggen (specifiek controllersoverleg en strategisch overleg) alleen inplannen, indien nut en noodzaak daarvan aantoonbaar zijn. 2
3