Bijlage 5 - TAM-omgevingsplan De Ham IV te Aalst
Tekst van het document
G
WA
[sba-1]
G WA
WG 7
[sba-1]
Plangebied
11
TAM-omgevingsplan HAM IV, te Aalst PLK
Enkelbestemmingen V
WG
[sba-1]
G
Groen
V
Verkeer
WA
Water
WG
Woongebied
7 11
Gebiedsaanduidingen WA
milieuzone - spuitvrije zone [sba-1]
overige zone - woningen en tuinen uitgesloten
Bouwaanduidingen [vrij]
[sba-1]
specifieke bouwaanduiding - 1
[vrij]
vrijstaand
Maatvoeringen 7 11
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
Figuren gevellijn in samenwerking met
project:
TAM-omgevingsplan HAM IV, te Aalst gemeente:
Zaltbommel projectnummer:
onderdeel:
verbeelding
P04273 identificatienummer:
status:
concept
NL.IMRO.0297
opdrachtgever:
bladnummer: 1 van 1
Movares schaal :
1:1000
formaat :
A2
tekenaar:
MvB
datum
:
1 december 2025
bestandsnaam : 25BROBO017-006
Ruimteloket, data in kaart Vingerling 49B | 3271 VD Mijnsheerenland 085 016 38 74 | info@ruimteloket.nl www.ruimteloket.nl
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst - Motivering Gemeente Zaltbommel NL.IMRO.0297.ZBMTAMOP20250004-VS01
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
1
colofon
projectnaam TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst datum 27 mei 2026 projectnummer P04273 opdrachtgever Woonstichting de Kernen B.V. Movares | BRO Adviseurs B.V. projectleider TAu projectteam GvdS bron kaft Movares | BRO Adviseurs B.V. review TAu
Willemsplein 2 5211 AK ‘s-Hertogenbosch +31 (0)73 208 91 55 info.bro@movares.nl www.movares.com
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
2
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2
5 5
Aanleiding en aanduiding projectgebied Leeswijzer
Beschrijving huidige situatie en nieuwe situatie
6
2.1 2.2 2.3
6 7 8
Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie Strijdigheid met het omgevingsplan
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
11
3.1
Verhouding tot Rijksbeleid
11
3.1.1 3.1.2 3.1.3
11 11
3.2 3.3
3.4
Nationale Omgevingsvisie Instructieregels Rijk (AMvB’S) Zorgvuldig ruimtegebruik / Ladder duurzame verstedelijking
3.2.1 3.2.2
13 13
Verhouding tot regionaal beleid
15
3.3.1 3.3.2
15 15
Verhouding tot gemeentelijk beleid
16
3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6 3.4.7 3.4.8 3.4.9 3.4.10
16 16 17 17 18 19 20 20 20 22
Omgevingsvisie Bommelerwaard Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025 Woonzorgvisie Bommelerwaard 2024 Groenbeleid Zaltbommel Landschapsplan Zaltbommel Biodiversiteitplan Zaltbommel Programma duurzaamheid Lokaal adaptatieplan (LAP) 2021 Welstandsnota Zaltbommel Parkeernota Zaltbommel
23
4.1
Milieueffectrapportage (m.e.r.)
23
4.1.1 4.1.2 4.1.3
23 23 23
4.2
4.3
4.4
4.5 13
Regionale woonagenda Rivierenland Regionale woondeal Rivierland 2022-2030
Milieuaspecten in de fysieke leefomgeving
12
Verhouding tot provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Omgevingsverordening Gelderland
4
4.6
Bodem
23
4.2.1 4.2.2 4.2.3
23 23 25
25
4.3.1 4.3.2 4.3.3
25 25 25
4.9
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.11 Natuur en landschap 4.11.1 4.11.2 4.11.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.12 Omgevingsveiligheid 4.12.1 4.12.2 4.12.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
37 37 38 40 40 40 40
4.14 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren
Activiteiten en milieuzonering
27
4.15 Water
4.5.1 4.5.2 4.5.3
27 27 27
4.15.1 4.15.2 4.15.3
Geluid
34 35 37
40
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
25 25 27
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
34
4.13.1 4.13.2 4.13.3
25
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
33 33 34 34
4.13 Trillingen
4.4.1 4.4.2 4.4.3
4.14.2 4.14.3
Onderzoek Conclusie
40 41 42
42 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
42 43 46
Financiële en maatschappelijke verantwoording
47
5.1
Financieel-economische haalbaarheid
47
5.1.1 5.1.2
47 47
27 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geur
27 28 29
5
29 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
29 30 31
Spuitzones
31
4.8.1 4.8.2 4.8.3
31 31 32
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Luchtkwaliteit
32
4.9.1 4.9.2 4.9.3
32 32 33
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.10 Kabels, leidingen en elektromagnetische straling
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Toetsingskader kabels en leidingen Toetsingskader elektromagnetische velden Onderzoek Conclusie
Archeologie
4.7.1 4.7.2 4.7.3
4.8
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Cultuurhistorie
4.6.1 4.6.2 4.6.3
4.7
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4
5.2
6
Bibob Nadeelcompensatie
Maatschappelijke verantwoording
47
5.2.1 5.2.2 5.2.3
47 47 47
Omgevingsdialoog Bestuurlijk vooroverleg Zienswijzen en procesnota
Belangenafweging en conclusie
48
6.1 6.2
48 48
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Conclusie
33
3
Separate bijlagen Bijlage 1 – M.e.r.-beoordelingsnotitie Bijlage 2 – Laddertoets Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 – Archeologisch onderzoek Bijlage 5 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6 – Geuronderzoek Bijlage 7 – Quickscan Flora en Fauna Bijlage 8 – Stikstof onderzoek Bijlage 9 – Weging van het waterbelang Bijlage 10 – Participatieverslag Bijlage 11 – Rapportage grote modderkruiper Bijlage 12 – Beeldkwaliteitsplan Bijlage 13 – Verantwoording groepsrisico
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
4
1
Inleiding
wordt beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 getoetst aan het re-
1.1
Aanleiding en aanduiding projectgebied
gaat in op de diverse relevante (milieu)aspecten in de fysieke leefomge-
Woonstichting De Kernen, is voornemens om 60 grondgebonden wonin-
ving. In hoofdstuk 6 worden de financiële en maatschappelijke verant-
gen te ontwikkelen op de locatie Ham IV te Aalst (gemeente Zaltbom-
woording besproken, waarna in hoofdstuk 7 wordt afgesloten met een
mel). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2,5 hectare.
belangenafweging en conclusie.
levante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 5
Het projectgebied van de beoogde ontwikkeling staat kadastraal bekend als gemeente Brakel, sectie L, nummer 1656 met een totaaloppervlakte van 25.139 m2. De locatie ligt direct ten oosten van de kern Aalst. Momenteel is de locatie een volledig onbebouwd agrarisch perceel. Op grond van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel
Kern Aalst
is ter plaatse van het projectgebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zaltbommel’ (onherroepelijk vastgesteld op 17 september 2014 door de gemeente Zaltbommel) geldend. Het projectgebied beschikt over de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. In het plangebied is ook geen bouwvlak aanwezig. Hierdoor is het voorgenomen woningbouwplan in strijd met het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel. Om de ontwikkeling mogelijk te maken zal moeten worden afgeweken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan en in overleg met de gemeente Zaltbommel is ervoor gekozen om dit middels een TAM-IMRO omgevingsplanprocedure te doen. Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan dient een ruimtelijke motivering te worden opgesteld, waarin aangetoond wordt dat het initiatief past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.
1.2
Leeswijzer
Deze ruimtelijke motivering bestaat uit verschillende onderdelen. Hoofdstuk 1 bevat een beschrijving van de aanleiding en een aanduiding van het projectgebied. In hoofdstuk 2 is een beschrijving van de bestaande situatie opgenomen, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde ontwikkeling
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Figuur 1.1: Globale weergave van het plangebied rood omlijnd (bron: PDOKviewer)
5
2
Beschrijving huidige situatie en nieuwe situatie
2.1
Beschrijving huidige situatie
Aan de oostrand van de kern Aalst, is woonstichting De Kernen voornemens om een nieuwe woningbouwontwikkeling te realiseren, genaamd ‘Ham IV’. Het projectgebied betreft een agrarisch perceel gelegen aan de Maas-Waalweg. Dit agrarische perceel staat kadastraal bekend als gemeente Brakel, sectie L, nummer 1656 met een totaaloppervlakte van 25.139 m2. Ten noorden van het projectgebied loopt de Maas-Waalweg. De MaasWaalweg is een doorlopende weg die vanuit de kern Aalst het landelijk gebied van de gemeente Zaltbommel in loopt. Ten westen van het plangebied ligt de bestaande woonwijk welke onderdeel uit maakt van de kern Aalst. Tussen de bestaande wijk en het beoogde perceel is een watergang gelegen. In het oosten en westen wordt het projectgebied met name begrensd door agrarische percelen welke volledig onbebouwd zijn. Het huidige grondgebruik in het projectgebied bestaat grotendeels uit agrarische gronden die vooral worden gebruikt voor teelt van gewassen en grasland. In 2024 zijn de percelen immers in gebruik geweest als grasland. In figuur 2.1 zijn een viertal foto’s weergegeven die een impressie geven van het projectgebied in de huidige situatie.
Figuur 2.1: impressies van de huidige situatie van het projectgebied (bron BRO).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
6
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
•
4 vrijstaande woningen
Initiatiefnemer is voornemens een woningbouwplan te realiseren op de
architectonische en landschappelijke kwaliteit van de nieuw te realiseren woonwijk. Het plan dient als toetsingskader voor de omgevingsvergun-
beoogde planlocatie aan de Maas-Waalweg in Aalst. In de gemeente
Verkeer en parkeren
ning en zorgt voor een samenhangend en herkenbaar geheel dat past
Zaltbommel is de situatie namelijk niet anders dan landelijk: er is een
Voor de verkeersontsluiting wordt gekozen om een centrale lus toe te
bij de dorpse schaal van Aalst. De ontwikkeling van Ham 4 past binnen
grote behoefte aan woningen. De regio Rivierenland is centraal gelegen
passen welke door de gehele wijk loopt. Deze verkeer lus wordt aange-
de ambitie van de gemeente Zaltbommel om duurzame dorpsuitbreidin-
in Nederland en kent goede verbindingen met de rest van het land. Hier-
sloten op de “Waterlelie’’. Via deze weg zal de wijk ontsloten worden
gen te realiseren die recht doen aan de identiteit van het landschap en
door heeft de regio een aantrekkingskracht op woningzoekenden vanuit
naar de doorgaande Maas-Waalweg.
het dorpse karakter versterken. Het totale BKP is opgenomen als bijla-
verschillende omliggende steden. De planlocatie welke in hoofdstukken
gen behorende bij de ruimtelijke motivering.
1 en 2 van deze ruimtelijke motivering is beschreven vloeit voort uit de
In totaal zullen er per woning 2 parkeerplaatsen gerealiseerd worden.
Omgevingsvisie en de bijbehorende visiekaart van gemeente Zaltbom-
Voor de 4 vrijstaande woningen worden deze op eigen terrein aange-
De nieuwe woonbuurt vormt een logische afronding van de bestaande
mel. In deze documenten wordt de planlocatie aangeduid als uitbrei-
legd voor de andere woningen zullen hiervoor openbare parkeerplaat-
woonwijk Ham 3 en markeert de overgang tussen het dorp en het open
dingsrichting voor woningbouw
sen aangelegd worden. De openbare parkeerplaatsen komen terug in
agrarische landschap aan de oostzijde. Het plan bestaat uit twee terpen
parkeerkoffers van minimaal 4 tot 7 maximaal parkeerplaatsen.
die zijn ingebed in groene wadi’s en griendzones. Hierdoor ontstaat een
Geconcludeerd kan worden dat de grotere kernen van de Bommelwaard
landschappelijke structuur die bijdraagt aan een klimaatbestendige, ge-
zoals Zaltbommel, Kerkdriel, Hedel, Ammerzoden, Brakel en Aalst een
Stedenbouwkundige thema & landschappelijke inpassing en groen
constante en aanzienlijke behoefte aan woningen behouden. Hierdoor is
Ham IV zal zoveel mogelijke worden ingepast met groene elementen en
het nodig dat op relatief korte termijn woningen gerealiseerd kunnen
de aanwezige watergangen zullen waar mogelijk worden verbreed. Hier-
worden.
bij valt te denken aan een groene uitstraling door middel van het aan-
•
De stedenbouwkundige opzet en verkaveling van de woonbuurt;
planten van bomen, heggen en natuurlijke elementen. Dit is ook terug te
•
De architectonische uitstraling, materialisering en kleurstelling
zonde en biodiverse woonomgeving. Het beeldkwaliteitsplan biedt kaders voor:
Beoogd programma
zien in het landschappelijke inpassingsplan. Verder zijn grienden en ter-
De ontwikkeling zal bestaan uit een divers woningbouwprogramma
pen het stedenbouwkundige thema van de nieuwe woonwijk.
•
De lagergelegen gebieden (grienden) bevorderen de lokale biodiversiteit
•
van de bebouwing;
welke ruimte biedt voor in totaal 60 woningen. Deze worden onderverdeeld in de volgende segmenten:
De inrichting van het openbaar gebied, groenstructuren en erfafscheidingen;
•
Sociale huur:
40 woningen
(66,6%)
en hebben een belangrijke functie voor wat betreft waterberging en kli-
•
Midden huur:
6 woningen
(10,2%)
maatadaptie. Elke wooneiland (terp) heeft een centraal binnengebied
•
Goedkope koop:
10 woningen
(16,6%)
waarin spelen en ontmoeten een plaats krijgt. De wooneilanden liggen
•
Dure koop:
4 koopkavels
(6,6%)
verhoogd in het landschap en worden omsloten door grienden.
De duurzame, toekomstbestendige inpassing van het geheel binnen het dorps- en landschapsbeeld.
Belangrijke ambities bij de ontwikkeling zijn: •
Het realiseren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving met een sterke landschappelijke inpassing;
Naast de verschillende segmenten is er ook nog een onderverdeling te
Op de volgende pagina zijn in figuur 2.2 en 2.3 het landschappelijke in-
maken in de typologieën woningen. Hierbij gaat het om de volgende on-
passingsplan en het stedenbouwkundige ontwerp weergegeven.
derverdeling:
•
in bebouwing, buitenruimte en erfafscheidingen; •
•
20 rijwoningen, waarvan 8 seniorenwoningen
Beeldkwaliteitsplan architect
•
16 beneden – bovenwoningen
Ook is vanuit de architect een beeldkwalteitsplan opgesteld voor dit
•
20 rug-aan-rug woningen
plan. Het doel van het BKP is om richting te geven aan de ruimtelijke,
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Het creëren van een samenhangende en herkenbare identiteit Het bieden van variatie in woningtypologieën die inspelen op de lokale woningbehoefte;
•
Het waarborgen van een duurzame, toekomstbestendige woonomgeving die bijdraagt aan de kwaliteit van het dorp.
7
Op deze manier vormt dit beeldkwaliteitsplan het toetsingskader voor
De groenstructuur draagt bij aan de klimaatbestendigheid van de wijk,
schuren en kleinere dorpswoningen. Kleine variaties in kaprichting, ge-
ontwerpers, ontwikkelaars en vergunningverleners, en geeft het richting
bevordert infiltratie, verkoeling en biodiversiteit, en versterkt de land-
velindeling, materialisatie en kleur zorgen voor afwisseling binnen een
aan de realisatie van een hoogwaardige en passende uitbreiding van
schappelijke identiteit van Aalst als dorp in het rivierenlandschap.
rustige, herkenbare basiskwaliteit.
VERKAVELINGSPATRONEN
CONCLUSIE
Het dorp Aalst ligt op een historische stroomrug tussen de Maas en de
De verkaveling van Ham 4 te Aalst sluit aan op de dorpse en landschap-
Ham 4 vormt een zorgvuldig ontworpen dorpsuitbreiding waarin de ver-
Waal. Deze ligging zorgde voor vroege bewoning, agrarische bedrijvig-
pelijke structuur van de Bommelerwaard. Waar Aalst historisch is ont-
kaveling, architectuur en landschappelijke structuren nauw met elkaar
heid en de vorming van de karakteristieke verkaveling met sloten en
staan langs de Hamweg en de Maasdijk, kenmerken latere uitbreidingen
verweven zijn. De terpstructuur, de veelheid aan zichtlijnen en de
greppels.
zoals Ham 3 zich door korte straten, hoven en een kleinschalige korrel.
warme, dorpse architectuur maken het gebied tot een logische en kwali-
Ham 4 bouwt hierop voort, maar voegt een landschappelijke laag toe
tatieve afronding van de bestaande woonwijk van Aalst.
Aalst.
De kern van Aalst is ontstaan als lintbebouwing langs de Hamweg en de
door de woningen op twee terpen te organiseren. De terpen zijn inge-
Maasdijk. In de loop van de 19e en 20e eeuw breidde het dorp geleide-
richt als compacte woongebieden met korte zichtlijnen, groene hoven en
lijk uit richting het achterliggende poldergebied, waarbij een mix ont-
kleine straatprofielen. Tussen deze wooneilanden liggen wadi’s en
stond van agrarische erven, dorpswoningen en kleinschalige voorzienin-
griendzones, die dienen als groene buffers en waterbergende struc-
gen. Het plangebied Ham 4 maakt deel uit van de historische over-
turen. Hierdoor wisselen bebouwing en landschap elkaar op natuurlijke
gangszone tussen de dorpsrand en het open land. Oude verkavelingslij-
wijze af. De kavels zijn gevarieerd in breedte en oriëntatie, waardoor
nen en slotenstructuren zijn nog herkenbaar in het landschap en vormen
een informeel dorpsbeeld ontstaat. Rijwoningen liggen vooral aan de
een belangrijke basis voor de ruimtelijke structuur van het plan.
woonstraten, terwijl vrijstaande woningen en seniorenwoningen juist aan de randen staan, waar de wijk overgaat in het open landschap. De
2.3
Strijdigheid met het omgevingsplan
Op grond van het tijdelijke omgevingsplan is ter plaatse van het projectgebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zaltbommel’ (onherroepelijk vastgesteld op 17 september 2014 door de gemeente Zaltbommel) geldend. Het projectgebied beschikt over de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’. De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn niet bestemd voor woningbouw, met uitzondering van bedrijfswoningeng bij agrarische bedrijvigheid. Daarnaast is er ook geen bouwvlak aanwezig binnen het projectgebied waardoor het plan ook in strijd is met
Het landschap van Ham 4 wordt gekenmerkt door een sterke verweving
structuur zorgt voor afwisseling in zichtlijnen: naar de wadi’s, de groene
van groen en water. De opzet van het plan is gebaseerd op het terpen-
hoven en het omliggende agrarische gebied.
de bouwregels uit het tijdelijke omgevingsplan.
ringd door groene griendzones die functioneren als wadi’s. Deze zones
ARCHITECTUURKENMERKEN
Daarnaast gelden, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ en
zorgen voor de opvang en infiltratie van regenwater, maar vormen ook
De architectuur in Ham 4 kent een rustige, dorpse schaal met één of
ecologische en recreatieve dragers binnen de wijk. Het groene netwerk
twee lagen en een herkenbare kap. De volumes zijn eenvoudig en hel-
is opgebouwd uit:
der, geïnspireerd op de landelijke bebouwing van de Bommelerwaard.
•
Wadi’s en grienden – natte laagtes met wilgen, riet en kruidenrijk
Materialen en kleuren zijn zorgvuldig gekozen: genuanceerd metselwerk
grasland, die water bergen en de biodiversiteit versterken;
in rode en bruine tinten, houten accenten, keramische dakpannen in
Groene entrees – beplante toegangen die de wijk verbinden met de
donkere kleuren en lichte kozijnen. Deze combinatie zorgt voor een sa-
bestaande straten van Ham 3;
menhangend en warm straatbeeld. Rijwoningen en beneden-bovenwo-
Centrale groenzones – open plekken op de terpen die ruimte bieden
ningen vormen de meer stedelijke kern van de terpen, terwijl vrijstaande
voor spel en ontmoeting;
woningen en seniorenwoningen een lichtere, landschappelijke uitstraling
Boomstructuren en hagen – die de erfgrenzen en straatprofielen
hebben. Rug-aan-rugwoningen sluiten qua schaal aan op traditionele
principe, waarbij de woningen op verhoogde wooneilanden liggen, om-
• • •
‘Waarde – Archeologie 2’ op delen van het plangebied. Figuur 2.4 geeft een uitsnede van het vigerend juridisch planologisch kader weer. Tot slot is ook het parapluplan ‘parkeren’ geldend voor wat betreft de regels omtrent parkeren. Hieruit blijkt dat bij een planologische wijziging van een functie moet worden voldaan aan voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein conform vastgestelde beleidsregel m.b.t parkeren.
markeren in aansluiting op het dorpse beeld.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
8
Op grond van het vigerende tijdelijk deel van het omgevingsplan van de
omgevingsplan en in overleg met de gemeente Zaltbommel middels een
gemeente Zaltbommel is de ontwikkeling niet mogelijk. Om de ontwikke-
TAM-IMRO omgevingsplan procedure.
ling mogelijk te maken zal moeten worden afgeweken van het van het
Figuur 2.2: Landschappelijke inpassingsplan Ham IV (bron: Quadrant)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
Figuur 2.3: Stedenbouwkundig plan Ham IV (bron: Quadrant)
9
Figuur 2.4: Uitsnede van het vigerend bestemmingsplan, wat onderdeel is geworden van het Omgevingsplan van de gemeente Zaltbommel op 1 januari 2024. (bron: omgevingsloket/regels op de kaart)
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
10
3
Beleidsmatige aspecten in de fysieke leefomgeving
3.1
Verhouding tot Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten:
andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwali-
3. Sterke en gezonde steden en regio's;
ningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7 Bkl),
ten, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoorde-
waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteits-
lijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies,
voorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes,
gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel ge-
aanwijzing van woningbouwcategorieën;
vallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomge-
gionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
•
het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).
ving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Voor de instructieregels voor bovenstaande thema’s is een toepassingsDoorwerking projectgebied
bereik bepaald. Het is mogelijk dat een thema niet van toepassing is op
Onderhavig plan is niet strijdig met de nationale belangen als geformu-
een specifieke activiteit.
leerd in de NOVI. Het realiseren van nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorgdragen voor voldoende woningen.
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels over de uitoe-
Gezien de kleinschalige omvang van het project zijn er geen nationale
fening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder
belangen aan de orde.
meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kan het college
3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’S)
Bij een wijziging van het omgevingsplan moeten de instructieregels in
van burgemeesters en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen (afdeling 5.3 Bkl).
hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies, in acht worden genomen. Het Bkl bevat instructieregels voor
Doorwerking projectgebied
een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor onder andere
In deze motivering wordt in hoofdstuk 4 gedetailleerd ingegaan op de
de volgende hoofdonderwerpen:
doorwerking van het projectgebied op verschillende relevantie ruimte-
•
Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1 Bkl);
lijke- en milieuaspecten. Hierbij wordt aangegeven in welke mate ze vol-
•
Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl)
doen aan de instructieregels van het Bkl. Hierdoor wordt een helder in-
•
Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl);
zicht geboden in de naleving van deze regels binnen het projectgebied.
•
Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4 Bkl), waar-
•
4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, re-
het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzie-
teit, zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoef-
1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel;
•
•
onder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen,
Daarnaast ligt het projectgebied buiten het bestaand stedelijk gebied. In
geluid en geur en bodemkwaliteit;
dat geval stelt de Ladder (vanuit duurzaam ruimtegebruik) dat onder-
Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden
bouwd moet worden waarom er geen locatie binnen bestaand stedelijk
en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5 Bkl), waaronder de ladder voor
gebied als alternatief geschikt is. Onderhavige ontwikkeling wordt door
duurzame verstedelijking;
de gemeente aangewezen als een indicatieve uitbreidingslocatie waar
het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6
woningbouw afweegbaar is.
Bkl) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden;
11
3.1.3
Zorgvuldig ruimtegebruik/ Ladder duurzame verstedelijking
beleid, wordt geconcludeerd dat het plangebied Ham IV een ge-
Kwalitatieve behoefte aangetoond
Het plan betreft een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ en moet daarom
schikte mogelijkheid biedt om te voldoen aan de woningbehoefte in
Het initiatief om 60 woningen te realiseren in diverse segmenten voor di-
worden getoetst aan de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. Het doel
Aalst. Er is fysiek ruimte en deze locatie wordt al deels omringd door
verse doelgroepen voorziet grotendeels in een kwalitatieve behoefte.
van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor
andere woningen en sluit daarmee aan op het stedelijk gebied.
•
de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De
Er is een behoefte aan o.a. sociale huurwoningen, zo blijkt uit de woonvisie van Bommelerwaard. Bij dit initiatief zullen naar verwach-
Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang ge-
Ruimtelijk verzorgingsgebied
ting circa 66% sociale huurwoningen gerealiseerd worden. Dit sluit
richt op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij
Gemeente Zaltbommel is het primaire verzorgingsgebied. Circa 51%
aan op de kwalitatieve behoefte.
ruimtelijke besluiten. Er is daarom een laddertoets uitgevoerd welke is
van de verhuisbewegingen vindt plaats binnen de eigen gemeente. De
opgenomen in de bijlage van deze ruimtelijke motivering. Navolgend
regio Rivierenland, waar gemeente Zaltbommel onderdeel van is, vormt
naar, met name, koopwoningen, grondgebonden seniorenwoningen
worden de belangrijkste conclusies weergegeven.
het secundaire verzorgingsgebied. Circa 11% van de verhuisbewegin-
en eengezinshuurwoningen in het lagere sociale segment toe. Het
gen naar gemeente Zaltbommel is afkomstig uit de andere gemeenten
initiatief voorziet niet in goedkope grondgebonden koopwoningen.
Doorwerking projectgebied
binnen de regio. Het primaire en secundaire verzorgingsgebied zijn sa-
Nieuwe stedelijke functie
men goed voor 62% van de verhuisbewegingen.
Het initiatief is een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. De
•
•
Naast huurwoningen neemt in de rest van de gemeente de vraag
Tegelijkertijd is behoefte aan diverse woontypologieën in diverse segmenten. Er is behoefte aan koop- en huurwoningen in de gemeente en in Aalst specifiek. Daarnaast is er behoefte aan sociale
ontwikkeling is niet toegestaan in het huidige omgevingsplan en er wor-
Kwantitatieve behoefte aangetoond
woningen, betaalbare woningen maar ook aan middeldure wonin-
den meer dan 12 woningen toegevoegd.
De beoogde ontwikkeling van 60 woningen voorziet in een kwantitatieve
gen. Het gevarieerde programma draagt hieraan bij en is bovendien
behoefte:
geschikt voor diverse doelgroepen.
De planlocatie heeft in het geldende omgevingsplan de functie “Agra-
Het aantal inwoners en huishoudens in de gemeente Zaltbommel en re-
risch met waarden’ en is er ook geen bouwmogelijkheid in de huidige si-
gio Rivierenland nemen de komende jaren toe. Het aantal huishoudens
Geen onaanvaardbare leegstandseffecten
tuatie. Dit betekent dat het plangebied geen stedelijke functie heeft.
neemt sterker toe. Dit betekent dat de gemiddelde huishoudensgrootte
Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het realiseren van 60
•
Het plangebied vormt met aan de ene zijde voornamelijk woonbe-
afneemt.
woningen in Zaltbommel onaanvaardbare leegstandseffecten zullen op-
bouwing (woonwijk) en aan de andere zijden agrarische gronden
•
•
De harde plancapaciteit in de gemeente Zaltbommel is onvoldoende
treden. De woningbehoefte is immers dusdanig groot dat ook na het re-
(een overgang tussen het stedelijk en het landelijk gebied). Het plan
om in de behoefte te voorzien. De harde plancapaciteit betreft circa
aliseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren
wordt omringd door de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Agrarisch met
706 woningen, tegenover een woningvoorraad behoefte van circa
van nieuwe woningen. Bovendien heeft een gezonde woningmarkt 2%
waarden’ en ‘Bedrijf’.
1.544 woningen. Dit betekent een aanvullende behoefte van circa
leegstand volgens het Planbureau voor de Leefomgeving. De gemeente
838 woningen.
had in 2023 een woningleegstand van respectievelijk 2%.
Binnen het bestaand stedelijk gebied van de kern Aalst zijn geen andere locaties beschikbaar waar ruimte is voor circa 60 nieuwe wo-
• •
•
Ook in de regio Rivierenland is onvoldoende plancapaciteit om in-
ningen, die gerealiseerd worden om te voorzien in de eigen woning-
vulling te geven aan de behoefte. Er is behoefte aan circa 12.940
Gelet op de bovenstaande redenatie kan gesteld worden dat de ontwik-
behoefte in Aalst.
woningen extra. De harde plancapaciteit bevat slechts circa 4.527
keling van Ham IV voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
Bovendien is de kern Aalst beleidsmatig aangemerkt als mogelijke
woningen. Dit betekent een aanvullende behoefte van circa 8.413
woningbouwlocatie.
woningen.
Gelet op de huidige ruimtelijke structuren, bebouwing rondom het plangebied en alternatieve bouwmogelijkheden binnen de kern en
•
Ook uit de woondeal Regio Rivierenland, blijkt dat de harde plancapaciteit regionaal en voor gemeente Zaltbommel onvoldoende is. Hieruit blijkt extra eveneens kwantitatieve behoefte.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
12
3.2
Verhouding tot provinciaal beleid
in Gelderland: nu en in de toekomst. De ontwikkeling aan Ham IV draagt
Artikel 5.36 Beschermen landschap en Gelderse streken: Bomme-
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
bij aan de volgende doelen:
lerwaard
•
Gelderland een aanbod heeft aan woningtypen en woonmilieus pas-
Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de
versie van de Omgevingsvisie vastgesteld. In de provinciaal omgevings-
send bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende,
Gelderse streek Bommelerwaard wordt bij een nieuwe activiteit of ont-
visie staan de hoofdlijnen van het beleid.
duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving
wikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kern-
optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen.
kwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. De kernkwaliteiten en
Alle nieuwbouw aardgasloos wordt aangelegd en zoveel mogelijk
ontwikkeldoelen van de “Gelderse streek Bommelerwaard’’ zijn niet alle-
den en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren
circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aard-
maal relevant voor het planvoornemen. Onderstaand wordt ingegaan op
wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend
gas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal;
de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen die van belang zijn voor het plan-
Op 21 december 2022 hebben Provinciale Staten een geactualiseerde
De provincie Gelderland wil de focus leggen op een duurzaam, verbon-
•
Gelderland. Om dat te bereiken zijn zeven ambities opgesteld op het ge-
voornemen.
bied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodi-
De ontwikkeling van Ham IV draagt bij aan de doelstellingen uit de pro-
versiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
vinciale Omgevingsvisie.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: •
Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het
3.2.2
aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;
De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie
•
Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;
niet in nieuw beleid en is daarmee beleidsneutraal. De inzet van de ver-
•
Een voortvarend en innovatief circulair beleid;
ordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal
•
Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;
beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waar-
•
Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden
voor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belan-
op de veranderende vraag;
gen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtin-
Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigings-
gen.
•
Omgevingsverordening Gelderland
klimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrek•
kingskracht vanuit gaat;
Doorwerking projectgebied
Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te
De planlocatie is gelegen binnen de volgende gebiedsaanwijzingen uit
anticiperen op ontwikkelingen.
de Gelderse omgevingsverordening: •
Gelderse streek Bommelerwaard
Doorwerking projectgebied
•
Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied
Vanuit de provinciale omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ (maart 2019)
•
peilbesluitgebied
wordt gesteld dat een goede balans tussen vraag en aanbod van wonin-
•
Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland
gen belangrijk is. In verschillende prijscategorieën en voor specifieke doelgroepen. Daarnaast wil de provincie een duurzaam en divers woon-
Bij de bovenstaande gebiedsaanwijzingen die van toepassing zijn op het
en leefklimaat, dat weet te anticiperen op ontwikkelingen; zo versterkt de
projectgebied zijn de volgende regelingen van belang voor het planvoor-
provincie Gelderland de economische kracht en kwaliteit van het leven
nemen.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
13
Tabel 3.1: Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen Bommelerwaard Kernkwaliteiten
Ontwikkeldoelen
Hoe wordt ermee omgegaan
1.
Landelijk rivierengebied, met een sterk verweven uitstraling van agrarisch cultuurlandschap, glastuinbouw en kleinschalige verstedelijking. Als een ‘eiland’ gelegen tussen Waal, Maas en Afgedamde Maas. De Waal is dynamischer dan de Maas. Bij Fort Sint Andries raken beide rivieren elkaar net niet.
Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van Bommelerwaard. Ontwikkeling naar een duurzame landbouw versterkt het landschap. Expliciete aandacht is nodig voor de ruimtelijke kwaliteit van glastuinbouw en verstedelijking. Dijkversterking met versterking van de ruimtelijke kwaliteit en de dijk als scenic route.
Met deze ontwikkeling wordt rekening gehouden met de kernkwaliteiten van Bommelerwaard. Bij de verdere verstedelijking wordt veel gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Verder wordt met de woning typologieën en materialisatie aansluiting gezocht bij de bestaande kern Aalst.
2.
Rivierengebied met klassieke opbouw van rivier, brede en smalle uiterwaarden, dijktrajecten, oude rivierarmen, fijnmazige (hoger gelegen) oeverwallen en min of meer open (lager gelegen) komgronden. Landschap mede gevormd door continue strijd tegen het water en de klei-, zand- en grindwinning van de laatste decennia. Dorpspolderstructuren met (dwars)dijken, kaden, weteringen, sluizen etc. Veel bijzondere landschapselementen als eendenkooien, grienden, donken, vluchtheuvels.
Accentueren van de landschappelijke opbouw van het rivierengebied: rivieren met natuurrijke uiterwaarden, kleinschalige diversiteit op de oeverwal met veel historische waarden en een rivierkomlandschap met rationele verkaveling en grote maten. Behouden en versterken van regio specifieke, bijzondere landschapselementen.
Met de ontwikkeling van de Ham IV blijft de accentuering van de landschappelijke opbouw intact. De nieuwe bebouwing sluit aan op de bestaande kern en voor de stedenbouwkundige opzet wordt aansluiting gezocht bij de bijzondere landschapselementen zoals terpen en grienden.
3.
Vrij uitzicht vanaf dijken over het binnendijkse landschap en over de rivieren.
Zichtlijnen behoeden voor verstorende elementen. De dijken ontwikkelen als lange doorgaande lijnen in het landschap.
De zichtlijnen vanaf de dijken zullen behouden blijven. Met de realisatie van de nieuwe bebouwing wordt aangesloten op de bestaande bebouwing en er zal ook geen hoogbouw worden toegepast.
4.
Kleinschalige oeverwallen kennen een rijke afwisseling van boomgaarden, kassenteelt, grasland, buurtschappen, dorpen en verspreide bebouwing.
Doorontwikkeling van kleinschalig wonen, landgoederen, werken, energietransitie, recreëren en landbouw, gecombineerd met landschapsontwikkeling. O.a. door aanleg, herstel en beheer van groene landschapselementen. Inpassen van glastuinbouw. Recreatieve toegankelijkheid en beleefbaarheid verbeteren.
De projectlocatie voor de Ham IV is niet gelegen in de directe omgeving van een kleinschalige oeverwallen. De ontwikkeling is vooral langs de kern gepositioneerd langs de bestaande doorgaande infrastructuur.
5.
Verstedelijking vooral op de oeverwallen met Zaltbommel en Kerkdriel als centrumplaatsen. In het glastuinbouwgebied transformeert het landschap.
Ontwikkeling glastuinbouw betekent robuuste landschappelijke inpassing creëren, afgestemd op de gebiedskenmerken. Dit geldt eveneens voor verstedelijking en bedrijvigheid langs de infrastructuur. Daar is zorgvuldige ruimtelijke ordening en inpassing met ruimtelijke kwaliteit noodzakelijk. Door tegengaan van verdere verdichting langs infrastructuur. Ofwel, behoud van afwisselingen van open en dicht op de oeverwallen. Opheffen van de barrièrewerking van de A2.
In het planvoornemen wordt robuust landschappelijke inpassing gecreëerd door middel van het LIP. Daarnaast is met de stedenbouwkundige opzet aansluiting gezocht bij de bestaande kern Aalst waarbij ruimtelijke kwaliteit voorop staat.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
14
Uit tabel 3.1 kan worden geconcludeerd dat er sprake is van en ontwik-
In de kernen van Zaltbommel moeten genoeg woningen beschikbaar
keling die aansluit op de kernkwaliteiten en doelen van de Gelderse
zijn. Plekken waar woningen gebouwd kunnen worden raken uitgeput,
Streek Bommelerwaard.
waardoor er gezocht moet worden naar nieuwe planruimte. De gemeente richt zich dan ook nadrukkelijk op het initiëren, faciliteren en sti-
Voor wat betreft de verdere gebiedsaanwijzingen en bijbehorende re-
muleren van passende woonvormen.
gels zijn deze niet relevant voor onderhavige planvoornemen. In deze ruimtelijke motivering is de toetsing hieraan dus ook niet meegenomen.
3.3
Verhouding tot regionaal beleid
3.3.1
Regionale woonagenda Rivierenland
De regio Rivierenland heeft een gezamenlijke woonagenda opgesteld: Regionale woonagenda Rivierenland 2020 – 2030. De woonagenda is in nauwe samenwerking met de provincie Gelderland tot stand gekomen. De woonagenda biedt een belangrijk kader voor de ontwikkeling van nieuwe woningen in de regio. De (woningbouw)afspraken tussen de gemeenten in de regio en tussen de regio en de provincie zijn tevens in de woonagenda vastgelegd. De woonagenda gaat uit van enkele trends en ontwikkelingen: •
Doorstroming in kleinere kernen
•
Groei met behoud van eigenheid
•
Voldoende voorzieningen in de regio
•
Productie op peil
•
Voldoende betaalbare woningen
Binnen deze trends ziet de regio al dat flexibiliteit op de woningmarkt, onder andere om doorstroming te stimuleren, van belang is. Transformatie van bestaande gebouwen biedt hier goede mogelijkheden voor. Dit sluit tevens aan bij de visie voor de gemeente Zaltbommel, waarbij het behoud en versterken van een aantrekkelijk woonklimaat voorop staat. De lokale vraag, om de huidige bewoners vast te kunnen houden, is hierbij belangrijk.
Doorwerking projectgebied Voorliggend plan past binnen de regionale woonagenda van de regio Rivierenland. Dit komt doordat de ontwikkeling van Ham IV bijdraagt aan de behoefte tot woningbouw en door het toevoegen van nieuwe woningen komt de doorstroming in de kleine kernen op gang. Verder wordt met de uitbreiding van de kern rekening gehouden met het behoud van
Figuur 3.2 Te realiseren woningen woondeal gemeente Zaltbommel
de eigenheid van Aalst, door met het stedenbouwkundig plan rekening
om de bouw van nieuwe woningen te intensiveren om te voldoen
te houden met de opzet van de woningen en structuren. De segmenten
aan de groeiende vraag.
waar de nieuwe woningen in vallen zijn met name sociale huur, midden
2. Aantal nieuwe woningen: de woondeal specificeert de aantallen wo-
huur en goedkope koop waardoor er ook betaalbare woningen worden
ningen die tot 2030 in Zaltbommel gerealiseerd moeten worden. Er
toegevoegd aan de bestaande woningvoorraad. Tot slot stimuleert de
wordt gestreefd naar een gevarieerd woningaanbod, waarbij reke-
variatie aan woningen ook een passende woningvoorraad. Zodoende
ning wordt gehouden met verschillende doelgroepen, waaronder
ontstaat er een gevarieerd woningaanbod in de gemeente waardoor in-
starters, doorstromers en ouderen. Volgens de Woondeal Rivieren-
woners sneller zijn of haar geschikte woning vinden.
land 2022-2030 is de ambitie om in de gemeente Zaltbommel tot 2030 ongeveer 1.500 nieuwe woningen te realiseren (zie figuur 9).
3.3.2
Regionale woondeal Rivierland 2022-2030
3. Locaties voor woningbouw: de gemeente Zaltbommel heeft be-
De Woondeal Rivierenland 2022-2030 is een regionale overeenkomst
paalde locaties aangewezen die geschikt zijn voor nieuwe woning-
tussen gemeenten, provincies en het Rijk om de woningbouw in de re-
bouw. Hierbij wordt zowel gekeken naar uitbreiding van bestaande
gio Rivierenland te versnellen en te verbeteren. Voor Zaltbommel, als
woonkernen als naar inbreiding (het benutten van beschikbare
onderdeel van deze regio, zijn er specifieke plannen en doelstellingen
ruimte binnen de huidige bebouwde kom).
opgenomen om te voldoen aan de toenemende vraag naar woningen en om bij te dragen aan een evenwichtige ontwikkeling van de regio.
4. Duurzaamheid en kwaliteit: bij de nieuwbouwprojecten ligt de nadruk op duurzaamheid. Dit betekent dat er wordt gebouwd met aandacht voor energiezuinige woningen, klimaatadaptatie en het be-
De belangrijkste punten voor de gemeente Zaltbommel:
houd van groen en natuur.
Woningbouwversnelling: Doorwerking plangebied
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
1. Woningbouwversnelling: er is een duidelijke ambitie om de woning-
Met dit project wordt de woningbouw in Zaltbommel versneld en wordt
bouw in Zaltbommel te versnellen. Dit betekent dat er plannen zijn
een bijdragen geleverd aan het doel om te komen tot de realisatie van
15
1.500 woningen in de gemeente Zaltbommel tot 2030. De locatie waar
Het landschappelijk inpassingsplan is groen en klimaatadaptief inge-
Met de ontwikkeling van Ham IV wordt een gevarieerd programma gere-
de nieuw te bouwen woningen komen is een uitbreiding welke is gele-
aliseerd met kwalitatief goede woningen. Door de toevoeging van 60
gen tegen de bestaande kern van Aalst aan, hierdoor is het in lijn met
woningen wordt voldaan aan een verantwoorde groei van het woning-
de regionale woondeal Rivierenland 2022-2030 (zie figuur 3.2).
aanbod ook in kwantitatieve zin. Ook qua betaalbaarheid van de wonin-
3.4
Verhouding tot gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Bommelerwaard
gen wordt hieraan een bijdragen geleverd. Grotendeels zal het aanbod van de woningen gericht zijn op het sociale huur segment. (66,6%). •
De gemeente Zaltbommel en Maasdriel lijken veel op elkaar. Mede
De inrichting van onze leefomgeving stimuleert ontmoeten en een gezonde levensstijl
daarom is er een gezamenlijke visie opgesteld voor de Bommelerwaard.
Door de opzet van de wijk met centraal gelegen binnenruimtes in het
Dit is het beeldbepalende document voor de gemeente(n) voor de ko-
groen, wordt ontmoeting tussen bewoners gestimuleerd. De landschap-
mende jaren, met de focus op de toekomstige leefomgeving waarin pret-
pelijke inpassing van de wijk, en de ligging ten aanzien van het buiten-
tig gewoond, gewerkt en verbleven kan worden. Kenmerkend in de visie
gebied van Zaltbommel, zorgen ervoor dat de toekomstige bewoners
is het ‘ja, mits’ principe. Dit betekent dat ze altijd positief tegenover
veel naar buiten gaan en dat er voldoende ruimte is om te wandelen,
nieuwe initiatieven staan en samen met de initiatiefnemer gekeken
fietsen en hard te lopen. De afstand van de nieuwe woonwijk ten op-
wordt hoe deze kunnen worden gerealiseerd. De Omgevingsvisie wordt
zichte van voorzieningen zitten op goede afstand waardoor de afstan-
hiermee hét referentiekader voor toekomstige veranderingen en ontwik-
den makkelijk te overbruggen zijn te voet of fietsend.
kelprojecten.
3.4.2
Woonvisie Bommelerwaard 2021-2025
In de BommelerVisiekaart zijn de kernopgaven op hoofdlijnen ruimtelijk
Figuur 3.3 Bommelervisiekaart (bron: gemeente Zaltbommel)
vertaald. De planlocatie is in deze kaart gelegen binnen de kaartlaag
De gemeente Zaltbommel en Maasdriel hebben, net als bij de Omge-
richt. Door de toepassing van met name Grienden, heggen, bomen en
vingsvisie, een gezamenlijke Woonvisie opgesteld. De Woonvisie Bom-
veel groene elementen is het projectgebied klimaatadaptief ingericht.
melerwaard 2021-2025 is door de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastge-
Zodoende is er voldoende ruimte voor waterberging en zijn er ook ge-
steld. In deze visie worden de ambities van de gemeente op het gebied
noeg schaduwplekken om hittestress zoveel mogelijk te voorkomen. Bij
van wonen uiteengezet. De visie is opgebouwd aan de hand van de vol-
de inrichting van de wijk worden zoveel mogelijk natuurvriendelijke ma-
gende centrale thema’s:
terialen toegepast.
•
‘Droge Land’. Dit gebiedstype wordt aangemerkt als voorkeursgebied bij uitbreiding voor woningbouw. In de Omgevingsvisie wordt ingegaan op 13 verschillende kernopgaven verdeeld over 4 hoofdthema’s. De hoofdthema’s zijn onderverdeel in •
Klimaat, duurzaamheid en landschap;
•
Landbouw, economie, toerisme en cultuurhistorie;
•
Wonen, welzijn en voorzieningen;
•
Milieu, gezondheid en leefbaarheid.
Doorwerking projectgebied Kernopgave De ontwikkeling van Ham IV draagt bij aan de volgende kernwaarden: •
Onze leefomgeving is zoveel mogelijk klimaatbestendig, circulair, groen, bio divers en natuurinculsief.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
•
Snel voldoende woningen. Voor Zaltbommel specifiek bestaat de wo-
We willen onze landschappelijke en stedenbouwkundige kernkwali-
ningbouwopgave voor de komende tien jaar uit circa 1.450 wonin-
teiten behouden en versterken.
gen. Vanwege onbalans tussen vraag en aanbod wordt nieuwbouw
In het stedenbouwkundig plan zitten veel kernkwaliteiten verwerkt vanuit landschap waardoor dit versterkt wordt. Voor wat betreft de steden-
de komende 5 jaar versneld. •
Meer variatie. Naast verdere differentiatie in het woningaanbod wil de
bouwkundige kwaliteiten wordt aansluiting gezocht bij de bestaande ste-
gemeente meewerken aan initiatieven om in bestaande gebouwen
denbouwkundige opzet van de naastgelegen wijk.
door functiewijzigingen of woningsplitsing woontechnisch- en energe-
•
tisch kwalitatief goede woningen te realiseren.
We hebben kwalitatief goede woningen voor alle doelgroepen in een goed woonklimaat. We hebben een kwantitatief en kwalitatief verantwoorde groei van woningaanbod.
16
•
•
Duurzame woningvoorraad. De focus komt te liggen op het verduur-
Het initiatief voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
wonen in de Bommelerwaard. We gaan voor draagkrachtige wijken en
zamen van de bestaande woningvoorraad om toe te werken naar
•
De locatie heeft de functie Agrarisch met waarden. Hoewel er geen
buurten, die zich kenmerken door burenhulp, samenredzaamheid en
een energie- en CO2-neutrale Bommelerwaard.
sprake is van een ligging binnen bestaand stedelijk gebied is er wel
een integrale samenwerking van informele en formele zorg.’’
Wonen en zorg. Een breed palet van woningen en woonvormen voor
sprake van een goede ruimtelijke ordening.
senioren wordt gestimuleerd. Dit betreft woonvormen waarbij een passende vorm van zorg geboden kan worden. •
•
Het is niet de verwachting dat er als gevolg van het initiatief onaan-
Om deze visie te behalen wordt er gewerkt aan 3 verschillende opgave
vaardbare leegstandseffecten optreden.
1. Voldoende passend en divers aanbod van woningen en woonzorg-
Leefbaarheid. Burgers worden ondersteund om de kracht uit de samenleving te benutten om de kernen aantrekkelijk te houden en
vormen in gemengde wijken; Het initiatief is hiermee in lijn met de woonvisie Bommelerwaard.
mensen zich er thuis te laten voelen. Binnen de nieuwbouw van woningen kan een goede differentiatie hierbij bijdragen.
2. Een sterke sociale basis met (informele) ondersteuning en zorg; 3. Een succesvolle integrale samenwerking met ketenpartners en in-
3.4.3
Woonzorgvisie Bommelerwaard 2024
woners;
De focus in deze woonzorgvisie Bommelerwaard ligt op inwoners met Bovenstaande ambities en/of thema’s zijn in de Woonvisie vertaald naar
een zorg- of ondersteuningsvraag in de wijk zoals ouderen of mensen
Doorwerking plangebied
specifieke uitvoeringsacties.
met een verstandelijke of lichamelijke beperking. De woonzorgvisie is
In het plan wordt gewerkt aan een voldoende divers aanbod aan wonin-
een visie. Dit betekent dat op hoofdlijnen de ambities en opgaven zijn
gen voor ouderen en inwoners met een zorg- ondersteuningsvraag. In
De Raad van gemeente Zaltbommel heeft in oktober 2024 een nieuwe
beschreven. De concrete uitwerking wordt opgenomen in nader uitge-
totaal worden 8 rijwoningen toebedeeld aan ouderen. Daarnaast zijn er
ambitie vastgesteld.
werkte programma’s.
verschillende woontypologieën verdeeld door de wijk heen, zoals rijwo-
Het gevarieerde programma sluit aan op de ambities en woonbehoefte
Zorg steeds meer in de wijk
woningen toe te wijzen aan ouderen wordt een collectieve
zoals omschreven in de Woonvisie Bommelerwaard. Het projectgebied
Inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag blijven zoveel mogelijk
woon(zorg)vorm gestimuleerd.
ligt grotendeels in ‘Droge Land’ waardoor deze locatie ook de voorkeur
in de wijk wonen. Denk bijvoorbeeld aan ouderen, inwoners met psycho-
heeft voor uitbreiding van woningbouw. In de visiekaart is dit projectge-
sociale problematiek of inwoners met een beperking (verstandelijk of li-
Door de verschillende typologieën in de wijk ontstaat er een meer ge-
bied ook specifiek aangewezen als ‘indicatieve uitbreidingsrichting voor
chamelijk). Het idee om inwoners met een zorgvraag zoveel mogelijk in
mengde opbouw van woonwijken met een balans tussen draagkracht en
woningbouw’
instellingen te huisvesten is achterhaald. Inwoners hebben meer kans
draaglast. Ook wordt buiten zijn en ontmoeten gestimuleerd door de op-
op herstel en ontwikkeling wanneer ze zo zelfstandig mogelijk wonen en
zet van het stedenbouwkundig plan waar veel ruimte is gereserveerd
Onderhavig initiatief heeft betrekking op een woningbouwplan aan de
mee kunnen doen in de maatschappij. Hierdoor ontstaat er in de wijk
voor sociale interactie en het samenkomen van buurtbewoners.
oostrand van Aalst. De locatie aan de Maas-Waalweg zal voorzien in 60
steeds meer een mix tussen inwoners mét en zonder zorg- en onder-
Er kan worden gesteld dat de ontwikkeling van Ham IV bijdraagt aan de
woningen met een gevarieerd woningbouwprogramma. Naast het aan-
steuningsvraag. Dit vraagt meer van wijken en kernen. De aanwezigheid
ambities in de woonzorgvisie.
bod van enkele vrijstaande koopkavels en beneden-bovenwoningen
van toegankelijke en collectieve voorzieningen is daarbij essentieel en
biedt de ontwikkeling ook ruimte voor hoek- en rijwoningen en rug-aan-
het beroep op en het belang van samenredzaamheid en sociale binding
3.4.4
rug woningen. Grotendeels zal het aanbod van de woningen gericht zijn
wordt groter. En dit in een maatschappij waar we steeds meer individua-
Groen wordt vaak als kostenpost gezien, maar levert indirect ook geld
op het sociale huur segment. (66,6%).
lisering zien.
op. Deze groenwaardes komen aan de orde bij de volksgezondheid, re-
ningen, beneden bovenwoningen en rug aan rug woningen. Door de rij-
Groenbeleid Zaltbommel
creatieve opbrengsten, waardestijging onroerend goed en het beïnConform de toets Ladder voor Duurzame Verstedelijking blijkt tevens
De centrale woonzorgvisie is: ‘’ We willen dat zoveel mogelijk inwoners
vloedt op een positieve wijze het milieu. Groen heeft grote invloed op
dat:
zo zelfstandig mogelijk, met ondersteuning waar nodig, passend kunnen
gezondheid van mensen zoals vermindering obesitas bij de jeugd en
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
17
vermindering vereenzaming ouderen. Bekend is ook, dat een groene
milieu en gebruikswaarde een aandachtspunt bij de inrichting van open-
telijke ontwikkelingen. Met het landschapsplan nodigt de gemeente initi-
omgeving het recreatieve verkeer stimuleert, waardoor de opbrengsten
baar groen. Monoculturen moeten worden voorkomen. Groenwaarde
atiefnemers uit om plannen meer landschapsinclusief te ontwikkelen.
van horeca, campings, bed-en-breakfast, hotels en vrije tijdbestedingen
voor flora en fauna dient steeds te worden afgewogen.
Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de systematiek kernkwaliteiten &
toeneemt. Ook wijst onderzoek naar de waarde van huizen uit, dat ver-
ontwikkeldoelen per deelgebied.
gelijkbare huizen in een groene omgeving duurder zijn. Daarnaast filtert
Burgerparticipatie is een speerpunt van de gemeente. De gemeente be-
groen in de vorm van grote bomen de lucht op fijnstof, CO2 en NO2. Bo-
trekt bewoners actief bij het inrichten en beheren van de openbare
Doorwerking projectgebied
men temperen ook de wind en groen nivelleert de temperatuur in de
ruimte.
Het initiatief is gelegen in het deelgebied ‘De deels open en besloten
stad. Tot slot kan groen veel regenwater opvangen en voorkomen dat het rechtstreeks afstroomt in het rioolstelsel.
kome van de Capreton’. De kernkwaliteiten en relevant zijn voor het Doorwerking plangebied
voorgenomen plan zijn de volgende:
Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitgangspunt dat per woning 75 m2
Kernkwaliteiten:
Voor de inwoner zijn vooral de rechtstreekse groenfuncties van belang.
groen per woning wordt gerealiseerd, waarvan minimaal 30 m2 als ge-
•
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in begeleidingsgroen en gebruiks-
bruiksgroen wordt ingericht. De ‘minimale’ technische eisen aan groen in
des, weteringen en zijvingen, tevens zeer belangrijk als landschap-
groen. Begeleidingsgroen is kijkgroen en bestaat uit smalle stroken
lengte- en breedteprofiel zijn vastgesteld in het Handboek Inrichting
pelijke structuurdragers;
groen langs doorgaande wegen en aankledinggroen in woonstraatjes.
Openbare Ruimte. Naast de technische eisen speelt ook de functie van
Gebruiksgroen zoals buurt- en wijkparkjes zijn met name van belang
het groen een rol. De Nota Ruimte van het rijksbeleid geeft aan, dat een
en de eendenkooien rond de Capreton zijn onderdeel van de Ecolo-
voor het spelende kind en de oudere, minder mobiele inwoner. De aan-
gemiddelde van 75 m2 groen per woning binnen de bebouwde kom
gische Hoofdstructuur (EHS), het Gelders Natuur Netwerk (GNN) en
wezigheid van gebruiksgroen op een loopafstand van 5 tot 10 minuten is
noodzakelijk is.
de Ecologische Verbindingszone (EVZ de Capreton);
•
•
hierbij maatgevend voor een goed gebruik.
Waardevolle restanten van het watersysteem zoals de Meidijk, ka-
De Drielsche Wetering, de grienden (restanten van hakhoutbosjes)
De boezem van de Driedorpse Molen bij de Rietschoof in Aalst is
In de kern Aalst is gemiddeld zo’n 77 m2 groen per woning beschikbaar.
een cultuurhistorisch interessant element uit de waterhuishouding in
Een andere catalogisering van groen is de onderverdeling in hoofd- en
Met de ontwikkeling van Ham IV wordt voldaan aan deze minimale ver-
het gebied;
nevenstructuren. Tot het hoofdstructuurgroen behoort al het begelei-
eisten en is er gekozen voor een groene invulling van de wijk met onder-
dingsgroen van de hoofd- en wijkontsluitingswegen. Dit groen bevordert
scheid tussen begeleidings- en gebruiksgroen. Hiermee wordt voldaan
het ontwikkeldoel dat bij deze kernkwaliteiten hoort en relevant is voor
de herkenbaarheid van de stedenbouwkundige structuur. Ook al het ge-
aan de eisen en doelstellingen van het groenbeleid van de gemeente
het planvoornemen is de volgende:
bruiksgroen behoort tot de hoofdstructuur. Nevenstructuur-groen speelt
Zaltbommel.
Ontwikkeldoel:
uiteraard ook een rol in de beleving van mensen, maar bij een hoger al-
1. Versterk herkenbaarheid van de kom: Openhouden van de kom
gemeen belang mag dit groen worden opgeheven, mits het elders
3.4.5
Landschapsplan Zaltbommel
wordt terug gebracht. Ook mag dit groen worden verkocht aan de aan-
In 2023 is het Landschapsplan voor Zaltbommel herijkt op basis van het
het Molenveld De openheid van deze kommen is waardevol en vormt
wonenden
provinciaal landschapsbeleid Streekgidsen Gelderse Streken, waaron-
een contrast met de meer besloten oeverwal. Uitgangspunt is het strin-
der de Streekgids Bommelerwaard. Het geactualiseerde landschapsplan
gent openhouden van deze kommen;
In het deelgebied bevinden zich een aantal open komgebieden, zoals
Biodiversiteit is van belang bij de inrichting van de openbare ruimte. Ge-
is een verdere detaillering van deze Streekgids. Het gebruik van het
bruik moet worden gemaakt van de kracht van de bestaande geomorfo-
landschapsplan ziet de gemeente drieledig: als inspiratie voor initiatie-
Met het planvoornemen wordt rekening gehouden met de benoemde
logie. Aandachtspunt is het toepassen van soorten, die van nature goed
ven, als toetsingsinstrument bij (kleinere) ruimtelijke ontwikkelingen en
kernkwaliteiten en het ontwikkeldoel. De nieuwe bebouwing wordt gepo-
gedijen op de aanwezige gronden en die waar noodzakelijk hoge grond-
als kaderstellend of richtinggevend beleidsdocument voor grotere ruim-
sitioneerd tegen de bestaande dorpskern van Aalst aan zodat de kom
waterstanden kunnen verdragen. Biodiversiteit is net als duurzaamheid,
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d HAM IV, te Aalst
gebieden en zo open mogelijk karakter blijven behouden.
18
Ook wordt er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarbij expliciet rekening wordt gehouden met inpassing van de randen waardoor de openheid van de kom wordt versterkt.
Tabel 3.3 | Maximale en minimale scores. Bestemming
Maxi-
Klein-
middel-
groot-
male
schalig
groot
schalig
punten-
project
project
project
100%
30%
50%
70%
Woningen
42
13
21
29
Bedrijventerrein
44
13
22
31
Kantoor/detailhandel
42
13
21
29
Dienstverlening /zorg
44
13
22
31
Groen/omgeving
20
6
10
14
Recreatie
36
11
18
25
Infra
14
4
7
10
Hierdoor wordt met de ontwikkeling bijgedragen aan het ontwikkeldoel uit het landschapsplan Zaltbommel. 3.4.6
score Minimale score % van
Biodiversiteitplan Zaltbommel
Met het in 2024 vastgestelde Biodiversiteitsplan Zaltbommel geeft de gemeente aan hoe zij het behoud, herstel en de vergroting van de biodiversiteit in de gemeente Zaltbommel wil aanpakken. Hiervoor is een analyse gemaakt hoe het gesteld is met de biodiversiteit in onze gemeente en verkend met welke maatregelen we deze kunnen herstellen of versterken. De gemeente wil dat in (nieuw)bouwprojecten altijd rekening wordt gehouden met de flora en fauna door het nemen van maatregelen ten behoeve van biodiversiteit. De bij het Biodiversiteitsplan behorende Handreiking Natuurinclusief bouwen en ontwikkelen geeft met een puntensysteem nadere invulling en handvaten op welke wijze een ontwikkeling natuurinclusief kan plaatsvinden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt naar type ontwikkeling of functie en de schaal van de ontwikkeling. Tabel 3.2 | Schaalindeling voor ontwikkelprojecten ten behoeve van
maximale te behalen punten
Doorwerking plangebied Het gaat in onderhavig planvoornemen om een ‘grote woningbouw ontwikkeling’. Volgens tabel 3.3 zullen er dus minimaal 29 punten behaald moeten worden met het toepassen van maatregelen. Onderstaand wordt ingegaan op de toegepaste maatregelen.
het puntensysteem. Schaal ontwikkeling