CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4c Wijzigingsvoorstel GR GGDGZ

Raadsvergadering 22 februari 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Wijziging Wgr en plan van aanpak11.978 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

HOOFDSTUK 7 INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG Intergemeentelijke samenwerking is verlengd lokaal bestuur. De doelstelling van de Wgr is daarom het aanhalen van de bestuurlijke en financiële banden tussen het samenwerkingsverband en de deelnemende gemeenten. Onderdeel hiervan vormt de politieke controle. De artikelen 16 en 17 van de Wgr bepalen dat de regeling bepalingen inhoudt met betrekking tot het verstrekken van inlichtingen, het afleggen van verantwoordelijkheid en over de terugroepingsmogelijkheid. In hoofdstuk 7 van de regeling zijn deze artikelen opgenomen. Artikel 18 Dagelijks bestuur en voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur Dat de leden van het dagelijks bestuur, zowel tezamen als ieder afzonderlijk, desgevraagd verantwoording dienen af te leggen over het door hen gevoerde bestuur, vloeit voort uit artikel 16 lid 1 van de Wgr. Hoewel de wet hiertoe niet verplicht, bepaalt de regeling dat de leden van het dagelijks bestuur ongevraagd alle informatie aan het algemeen bestuur geven die nodig is voor een juiste beoordeling van het te voeren en gevoerde bestuur.

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 20

In de regeling is tevens bepaald dat de leden van het dagelijks bestuur kunnen worden ontslagen, indien een lid niet langer het vertrouwen bezit van het algemeen bestuur. Aansluiting is gezocht bij de vertrouwensregel en de procedure tot opzeggen van het vertrouwen van wethouders zoals vastgelegd in de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet. Artikel 19 Algemeen bestuur en dagelijks bestuur ten opzichte van de raden Artikel 19 wordt aangepast als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, overeenkomstig het bepaalde in artikel 17 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het derde lid van dit artikel geeft aan op welke wijze inlichtingen aan de raden van de deelnemende gemeenten worden verstrekt. Artikel 20 Leden ten opzichte van raden Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 16 lid 2 van de Wgr geeft een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur de raad, die dit lid of plaatsvervangend lid heeft aangewezen, alle inlichtingen, die door de raad of één of meer leden van die raad worden verlangd. Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 16 lid 1 van de Wgr legt een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan de raad, die dit lid of plaatsvervangend lid heeft aangewezen, verantwoording af over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

HOOFDSTUK 8 REGLEMENT VAN ORDE Artikel 21 Reglement van orde algemeen bestuur In artikel 22 lid 1 Wgr is geregeld dat het algemeen bestuur voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststelt. Artikel 22 Reglement van orde dagelijks bestuur Ook het dagelijks bestuur kan een reglement van orde vaststellen. Daartoe bestaat echter geen verplichting.

HOOFDSTUK 9 HET PERSONEEL Artikel 23 Personeel Dit artikel biedt de GGD Gelderland-Zuid de mogelijkheid om personeel in dienst te nemen. Tot inwerkingtreding van de Wnra gebeurde het in dienst nemen van personeel op basis van een (éénzijdige) ambtelijke aanstelling. Na inwerkingtreding van de Wnra per 1 januari 2020 gebeurt dat op basis van het aangaan van (privaatrechtelijke) arbeidsovereenkomsten met medewerkers. Artikel 24 Directeur Publieke Gezondheid Uit dit artikel blijkt dat de Directeur Publieke Gezondheid wordt aangesteld door het algemeen bestuur. Dit is vereist op grond van artikel 14, derde lid, van de Wet Publieke Gezondheid. Omdat de Directeur Publieke Gezondheid op grond van artikel 32 Wet Veiligheidsregio's ook leiding geeft aan de GHOR, dient over deze benoeming overeenstemming te worden bereikt met het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. Logischerwijs is ervoor gekozen dat het algemeen bestuur ook beslist over het ontslag van de Directeur Publieke Gezondheid. Overige rechtspositionele maatregelen worden genomen door het Dagelijks Bestuur.

HOOFDSTUK 10 Klachten Artikel 25

Klachtenregeling

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 21

Hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht (klachtbehandeling) is ook van toepassing op gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent dat in een klachtenregeling moet worden geregeld hoe omgegaan wordt met klachten over de GGD Gelderland-Zuid en haar personeel. Op grond van Stb. 1999, 241 zijn de Awb-bepalingen over het intern klachtrecht (titel 1 van hoofdstuk 9) niet in werking getreden, ten aanzien van klachten die zien op een beleidsterrein dat thans wordt bestreken door de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dit zal met name het geval zijn als wordt geklaagd over de medische hulpverlening door GGD-artsen of -verpleegkundigen. De afhandeling van dit soort klachten moet plaatsvinden met inachtneming van de bepalingen in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Is deze wet niet van toepassing op de gedraging waarover wordt geklaagd, dan is het hoofdstuk over intern klachtrecht in de Awb wel van toepassing. Titel 9.2 van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht gaat over klachtbehandeling door een ombudsman (extern klachtrecht). Deze titel is van toepassing op alle ingediende klachten, dus ook op klachten die zijn afgehandeld met toepassing van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). In artikel 25 wordt ervoor gekozen dat de Nationale ombudsman bevoegd is om klachten als bedoeld in hoofdstuk 9, titel 2, af te handelen.

De GGD Gelderland-Zuid kiest er niet voor om aan te sluiten bij een ombudsman- of commissie van één van de deelnemende gemeenten, omdat die mogelijk niet over de benodigde expertise beschikt inzake de beleidsterreinen waarin de GGD Gelderland-Zuid opereert. Van de Nationale ombudsman mag deze expertise wel verwacht worden.

HOOFDSTUK 11 VERGOEDINGEN Artikel 26 Regeling inzake vergoeding van werkzaamheden Dit artikel biedt de mogelijkheid een regeling vast te stellen op grond waarvan aan de leden van commissies van advies en bestuurscommissies voor hun werkzaamheden, respectievelijk voor het bijwonen van vergaderingen, een vergoeding kan worden verleend en een tegemoetkoming in de kosten kan worden verleend. De hoogte van de vergoeding dient in redelijke verhouding te staan tot de aan het lidmaatschap verbonden werkzaamheden, In overeenstemming met de vaste praktijk in deze regio, is bepaald dat slechts commissieleden die niet de functie van burgemeester, wethouder of (gemeente)secretaris vervullen voor een vergoeding in aanmerking komen.

HOOFDSTUK 12 HET BELEIDSPLAN EN HET BELEIDSPROGRAMMA Artikelen 27, 28 en 29 Het is belangrijk dat de GGD Gelderland-Zuid tijdig duidelijk maakt welk beleid zij voornemens is te voeren, zodat de deelnemende gemeenten daar rechtstreeks invloed op kunnen uitoefenen. In hoofdstuk 12 is voorzien in een procedure voor een beleidsplan (het beleid op hoofdlijnen, welk plan binnen de GGD de meerjarenstrategie wordt genoemd) met daaraan gekoppeld een beleidsprogramma (de in enig jaar voorgenomen concrete activiteiten en benodigde middelen). De procedure is identiek aan de begrotingsprocedure. Aldus kunnen desgewenst beleid en begroting tegelijk in een en dezelfde procedure worden behandeld. In deze opzet is het echter ook mogelijk om het beleidsprogramma geheel los te koppelen van de begrotingsprocedure. Evenzeer denkbaar is een regeling, waarin het beleidsprogramma onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de begroting.

HOOFDSTUK 13 FINANCIELE BEPALINGEN Artikelen 30, 30a, 31, 32, 33

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 22

Artikel 30a Het advies uit het rekenkamerrapport “Grip krijgen op Veilig Thuis” (april 2018) om te werken met een kadernota is overgenomen in artikel 30a waarbij is gekozen voor de term ‘kaderbrief’. Hier is begin 2019 al mee gestart. Gezien de wens van raden om hun kaderstellende rol beter in te vullen is het wenselijk hier een zienswijze-procedure mogelijk te maken. Dat vraagt om een ruime termijn voor zienswijze, aangezien de GGD de input uit de zienswijze uiterlijk 15 januari moet hebben om dit te kunnen verwerken in de begroting. Het gaat hier echter niet om een reguliere zienswijze-procedure conform de Wgr, aangezien de kaderbrief niet definitief wordt gemaakt. De bedoeling van deze zienswijze-procedure is om het voor de raden mogelijk te maken hun standpunten kenbaar te maken aan de GGD ten behoeve van het opstellen van de begroting. Bij het opstellen van de begroting worden de ingekomen standpunten van de raden betrokken. Begrotingsprocedure Artikel 31 wordt gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en vormt een weergave van hetgeen daarover in de Wet gemeenschappelijke regelingen is opgenomen. Artikel 34 (begroting en jaarrekening), artikel 34a, artikel 34b (kadernota en voorlopige jaarrekening) en artikel 35 (ontwerpbegroting en begroting) van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn van toepassing en leidend.

De hoofdregel is de procedure van ontwerp toezenden aan de raden door het dagelijks bestuur, zienswijze door de raden, schriftelijke en gemotiveerde reactie van het dagelijks bestuur alvorens het besluit (door het algemeen bestuur) wordt genomen tot vaststellen van de begroting. Artikel 31 is opgenomen in deze regeling om zodoende inzicht te verschaffen in de procedure zonder dat het raadplegen van de Wet gemeenschappelijke regelingen daarvoor noodzakelijk is. In het negende lid van artikel 31 zijn de uitzonderingen op de hoofdregel opgenomen. Op grond van artikel 35 lid 7 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel 213a inzake periodiek onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur wordt niet aangestuurd door de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bijdragen van de gemeenten Uit de begroting van de GGD Gelderland-Zuid moet voorts duidelijk blijken hoe de verdeling van de kosten over de gemeenten plaatsvindt. Voor wat betreft de uniforme taken zal op basis van het inwonertal van de deelnemende gemeenten een verdeelsleutel gehanteerd worden. Daarbij is het voor het algemeen bestuur mogelijk om voor gemeenten in de subregio Rivierenland en Nijmegen niet dezelfde inwonerbijdrage vast te stellen, omdat de uitgangspositie en het takenpakket afwijkend is.

Daarnaast is in artikel 32 lid 6 voor het algemeen bestuur de mogelijkheid opgenomen om in afwijking van het eerste lid van artikel 32 een andere verrekenings- of financieringswijze te hanteren, naar gelang de wijze van uitvoering en de soort taak. Verrekening / financiering gebeurt veelal naar rato van inwoneraantallen. Hieraan ligt het solidariteitsprincipe ten grondslag. Andere vormen van verrekening / financiering die thans (november 2019) worden gehanteerd zijn: - op basis van afname (P x Q). Bijvoorbeeld: werkzaamheden in het kader van toezicht kinderopvang; - op basis van werkelijke lasten. Bijvoorbeeld: huisvesting consultatiebureaus. Daarnaast is het mogelijk voor de deelnemende gemeenten om de GGD Gelderland-Zuid te verzoeken om specifieke taken te laten uitvoeren (de zogenaamde facultatieve taken) of aanvullende diensten af te nemen, naast de uniforme taken zoals genoemd in artikel 5 van

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 23

deze regeling die reeds aan de GGD Gelderland-Zuid zijn opgedragen. De dienstverlening en de prijs wordt op maat afgestemd met de betreffende gemeenten. Financiering kan ook gebeuren op basis van subsidieverlening. Bij circulaire van 8 juli 1991 (kenmerk FO99/U59111) heeft de Minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties er voor gepleit om de gegoedheid van openbare lichamen ten behoeve van hun kredietwaardigheid te accentueren, door vast te leggen dat de gemeenten te allen tijde zullen voorzien in de middelen die het openbaar lichaam nodig heeft om zijn schulden te voldoen. Formeel gesproken is dit overbodig, zoals de minister in zijn circulaire aangeeft. Niettemin is besloten om dit expliciet op te nemen in artikel 32 lid 6 van de regeling, omdat in de praktijk is gebleken dat banken soms terughoudend zijn in het verstrekken van leningen aan gemeenschappelijke regelingen, omdat zij niet bekend zijn met het vereiste dat gemeenten te allen tijde dienen te voorzien in de middelen die nodig zijn om de schulden te voldoen. Jaarrekening Artikel 33 van deze regeling wordt gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen en vormt een weergave van hetgeen daarover in de Wet gemeenschappelijke regelingen is opgenomen. Artikel 34 lid 3 en lid 4 en artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn van toepassing en leidend.

HOOFDSTUK 14 HET ARCHIEF Artikel 34 Zorgplicht archiefbescheiden Lid 1 De tekst van dit lid is gebaseerd op het bepaalde in artikel 40 van de Archiefwet 1995. Een door het algemeen bestuur vastgestelde archiefverordening vormt de basis waarop de aan het dagelijks bestuur toebedeelde zorg zoals aangegeven in artikel 41 lid 1 onder a van de Archiefwet 1995 nader wordt vormgegeven. Op 12 december 2013 heeft het algemeen bestuur de Archiefverordening GGD Gelderland-Zuid 2013 vastgesteld. Deze verordening is bij brief van 13 december 2013 aan Gedeputeerde Staten van Gelderland toegezonden. Lid 2 De bedoelde regels zijn opgenomen in het Besluit Informatiebeheer GGD Gelderland-Zuid 2013. Lid 3 De aanwijzing van de archiefbewaarplaats is opgenomen in het Besluit Informatiebeheer GGD Gelderland-Zuid 2013 evenals de aanwijzing van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) als beheerder. Lid 4 De verslaglegging door de archivaris aan het dagelijks bestuur is de basis voor de verantwoording van het dagelijks bestuur jegens het algemeen bestuur.

HOOFDSTUK 15 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 35 Toetreding Artikel 35 wordt gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen, met dien verstande dat artikel 35 voorheen de toetreding én uittreding betrof. Artikel 35 beperkt zich nu tot de toetreding. De uittreding wordt geregeld in artikel 35a van deze regeling.

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 24

Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing op (besluiten tot) toetreding tot deze regeling, met verwijzing naar het vijfde lid van het genoemde artikel 1. Zie ook de toelichting bij artikel 36. Artikel 35a Uittreding Artikel 35a wordt aan deze regeling toegevoegd als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In dit artikel zijn de bepalingen over uittreding opgenomen om zodoende de deelnemers aan deze regeling op voorhand in kennis te stellen van de wijze waarop de uittreding is geregeld. Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing op (besluiten tot) uittreding uit deze regeling, met verwijzing naar het vijfde lid van het genoemde artikel 1. Zie ook de toelichting bij artikel 37. Artikel 36 Wijziging Artikel 36 wordt gewijzigd met dien verstande dat artikel 36 voorheen wijziging én opheffing betrof. Het nieuwe artikel 36 beperkt zich tot wijziging van deze regeling. De wijziging is ingegeven door de wijziging van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. In het betreffende artikel is de procedureregeling opgenomen ingeval van wijziging van de regeling, bestaande uit een ontwerpregeling, mogelijkheid van zienswijze en lokale besluitvorming. Wijzigen van de regeling bestaat (net als bij toetreding en uittreding) uit twee stappen.

Allereerst het voorleggen van een ontwerp van de gewijzigde regeling aan de raden waarover zijn hun zienswijze kenbaar mogen maken bij hun college van burgemeester en wethouders. Daarna het voorleggen van de gewijzigde regeling aan de colleges van burgemeester en wethouders ter besluitvorming die dat pas doen na toestemming van de raden. De mogelijkheid van het naar voren brengen van de zienswijze door de raden bij de colleges van burgemeester en wethouders op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen moet worden onderscheiden van de zienswijze-procedure zoals opgenomen in artikel 10 lid 5 en lid 6 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 11a van de regeling, gezien het formele vereiste van een schriftelijke en gemotiveerde reactie op de zienswijze. Artikel 37 Opheffing Opheffing van de regeling wordt gekoppeld aan de wettelijke mogelijkheden daartoe. Opheffing wordt (vooralsnog) niet bestreken door artikel 1 lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 38 Geschillencommissie Op grond van artikel 28 van de Wgr worden geschillen over de toepassing van een regeling door Gedeputeerde Staten beslist, voor zover die geschillen niet onder de competentie van de bestuursrechter of civiele rechter vallen.

Het is daarnaast mogelijk en in voorkomende situaties aan te bevelen om een kwestie, voordat deze de formele fase van een geschil bereikt, via bijvoorbeeld arbitrage of mediation op te lossen. Artikel 38 voorziet in een algemene procedurebeschrijving die daarvoor wenselijk wordt geacht.

HOOFDSTUK 16 SLOTBEPALINGEN Artikel 39 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 39a Evaluatie Artikel 39a wordt toegevoegd aan deze regeling in het hoofdstuk Slotbepalingen als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 40

Inwerkingtreding

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 25

Artikel 40 regelt de inwerkingtreding. Bij de inwerkingtreding wordt artikel 1 lid 4 en lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen in acht genomen. Onder het treffen van een regeling wordt mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Een gemeente heeft ingestemd met de wijzigingen, indien daartoe door het college van burgemeester en wethouders is besloten. De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het wijzigen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Bekendmaking en inwerkingtreding van een gemeenschappelijke regeling is geregeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De nadere invulling daarvan is terug te vinden in artikel 40a (Bekendmaking) van deze regeling. Artikel 40a Bekendmaking Artikel 40a wordt toegevoegd aan deze regeling in het hoofdstuk Slotbepalingen. Bekendmaking van besluiten was voorheen opgenomen in artikel 36 lid 3 van de GR GGD Gelderland-Zuid. Artikel 40a is in overeenstemming met artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 41 Citeertitel Dit artikel spreekt voor zich.

Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Gelderland-Zuid – Concept versie 06122023 26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13797742/3