CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Programmabegroting 2027 VRGZ

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ) Jaarrekening 2025 en Begroting 202727.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Overige bedrijfslasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

12.948

12.113

13.194

1.081

Tabel 7.10: overige bedrijfslasten

Communicatieapparatuur De stijging van de kosten voor communicatieapparatuur is grotendeels het gevolg van de ontwikkelingen vanuit de IV-strategie en het inbesteden van de IT-infrastructuur (zie ook hoofdstuk 5) en zijn toe te wijzen aan benodigde hard- en software (€ 100.000,-). In het kader van informatiebeveiliging zijn licenties opgewaardeerd om te voldoen aan het vereiste beveiligingsniveau (€ 130.000,-). Daarnaast is € 79.000,- verwerkt aan prijsstijgingen en autonome ontwikkelingen binnen software die direct het primaire proces ondersteunt, waaronder het

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

60

vakbekwaamheidsmanagementsysteem, Precom P2000-alarmeringen en het ERP-systeem. Het resterende verschil wordt verklaard door de toegepaste indexering.

Huisvestingskosten De prijsstijging van een aantal grote contractpartners leidt tot structureel hogere kosten voor onder andere schoonmaak en groenonderhoud (€ 140.000,-) en preventief en correctief onderhoud (€ 75.000,-), zoals nader toegelicht in paragraaf 2.5.3. Het arbeidsintensieve karakter van de dienstverlening leidt ertoe dat contracten over een periode van twee jaar zijn geïndexeerd met minimaal 16%, terwijl op de bijbehorende budgetten een materiële index van 5,1% is toegepast. De kostenontwikkeling op onderhoud is mede het gevolg van de relatief hoge leeftijd van een deel van het vastgoed, wat leidt tot een toename van het correctieve onderhoud. In combinatie met de beperkte beïnvloedbaarheid van deze kosten, staan de beschikbare budgetten onder druk. Ook vallen de kosten voor gemeentelijke belastingen en heffingen hoger uit (€ 40.000,-). Het resterende verschil wordt veroorzaakt door indexering.

Overige bedrijfskosten De doorbelasting naar AZGZ stijgt ten opzichte van 2026 met € 505.000,-. Dit is grotendeels het gevolg van de extra kosten die voortvloeien uit de IV-strategie en overige uitzettingen. Om in 2027 de basis op het gebied van informatieveiligheid op orde te hebben, richt VRGZ zich op de landelijke aanbesteding en regionale implementatie van een Security Operations Centre (SOC, zie ook paragraaf 5.3). Daarnaast vinden in het kader van de IV-strategie security scans plaats en wordt specialistische expertise ingehuurd (€ 540.000,-). De kosten stijgen verder door het lidmaatschap van het NIPV, vakbondsbijdragen en arbeidshygiëne. De bijdrage aan het NIPV, dat veiligheidsregio’s ondersteunt met kennis, onderzoek, opleidingen en innovatie valt hoger uit dan in de begroting 2026 door uitbreiding van de dienstverlening. De overige stijging betreft reguliere indexatie.

Bedragen x € 1.000,Rentebaten en -lasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Rentebaten

-1.046

-805

-856

-51

Rentelasten

974

1.092

1.432

340

-72

287

576

289

Totaal rentebaten en -lasten

Tabel 7.11: rentebaten en -lasten

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

61

De rentelasten stijgen vanaf 2027 als gevolg van het aantrekken van een aanvullende lening van naar verwachting € 10 miljoen ter financiering van de geplande investeringsopgave in materieel en vastgoed. Dit bedrag is na aftrek van de intern doorbelaste rente.

Bedragen x € 1.000,Mutaties reserves

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Toevoegingen reserves

367

0

221

221

Onttrekkingen reserves

684

1.229

619

-610

Totaal mutaties reserves

317

1.229

398

-831

Tabel 7.12: mutaties reserves

In 2026 valt de bestemde reserve voor de korting op de BDuR vrij (€ 610.000,-). Om toekomstige investeringen in het vastgoed verantwoord te kunnen dekken heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het opbouwen van een egalisatiereserve (€ 221.500,-, zie ook paragraaf 4.8). Deze dotatie is noodzakelijk om de in de komende jaren te verwachten tekorten als gevolg van de nieuwbouw te kunnen opvangen en om de uitvoering van het huisvestingsplan te borgen.

Meerjarige mutaties De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan leidt tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Hiervoor is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,-, het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd (€ 540.000,- in 2028). Met ingang van 2029 zal het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uit gaan maken van de gemeentelijke bijdrage. Conform het besluit van het Algemeen Bestuur wordt tot en met 2032 jaarlijks € 410.000,toegevoegd aan de gemeentelijke bijdrage ter dekking van de kosten voor de uitvoering van het huisvestingsplan en de realisatie van nieuwe kazernes. Als gevolg van de hoge prijsstijgingen ten opzichte van de reguliere indexatie nemen de kapitaallasten de komende jaren sterker toe dan de beschikbare budgetten (zie ook paragraaf 2.5.3). Deze ontwikkeling heeft een duidelijk meerjarig karakter. De kapitaallasten op materieel laten een cumulatieve stijging zien van € 500.000,- per jaar tot en met 2030. In eerdere jaren zijn investeringen uitgesteld en is de levensduur van materieel verlengd, waardoor deze kostenontwikkeling lange tijd niet zichtbaar was.

Hoewel de stijgende kosten in eerdere beleidsdocumenten zijn gesignaleerd, zijn deze tot op heden niet structureel financieel vertaald.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

62

IV-strategie Op basis van de eerder geschetste visie heeft de VRGZ een IV-strategie ontwikkeld om te komen tot een digitale organisatie die robuust, wendbaar, veilig en toekomstbestendig is. Doel is dat de VRGZ onder alle omstandigheden betrouwbaar kan handelen en de maatschappelijke veiligheid kan waarborgen. Er is daarbij gekozen voor één centrale, samenhangende aanpak voor de periode 20262030. In de huidige programmabegroting is conform besluit van het Algemeen Bestuur scenario 2 van de IV‑strategie financieel verwerkt. Deze strategie kent een oplopend karakter, zodat gefaseerd kan worden toegegroeid naar het noodzakelijke niveau. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage stijgt van € 2.562.000,- in 2027 naar € 4.088.000,- in 2030.

GHOR De GHOR is een onderdeel van de begroting van VRGZ onder leiding van de DPG (Directeur Publieke Gezondheid). Het deel in de VRGZ-begroting 2027 dat voor de GHOR aangemerkt wordt bedraagt € 2.160.000,-.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

63

7.3 Baten en lasten Regionale Ambulancevoorziening Overzicht baten en lasten Programma RAV (x € 1.000,-)

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Budget aanvaardbare kosten

35.326

36.589

39.588

39.588

39.588

39.588

Rijksbijdragen

1.346

285

800

800

800

800

578

485

441

441

441

441

37.250

37.359

40.829

40.829

40.829

40.829

Personeelslasten

28.668

29.635

31.532

31.532

31.532

31.532

Kapitaallasten

1.628

1.797

1.726

1.726

1.726

1.726

Overige bedrijfslasten

6.614

5.927

7.571

7.571

7.571

7.571

Totaal lasten

36.910

37.359

40.829

40.829

40.829

40.829

Saldo van baten en lasten

340

0

0

0

0

0

Toevoegingen reserves

0

0

0

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

0

0

0

340

0

0

0

0

0

Baten

Overige opbrengsten Totaal baten Lasten

Geraamd resultaat

Tabel 7.13: baten en lasten programma RAV

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

64

Toelichting verschillen begroting 2027 en de begroting 2026 Hierna volgt een toelichting op de verschillen tussen de begroting 2027 en de begroting 2026. De toelichting die leidt tot de gewijzigde begroting 2026 is opgenomen in bijlage 8.3.2 Begrotingsverschuivingen RAV. De RAV wordt gefinancierd via zorgverzekeraars. Dit betekent dat de begroting vooruitloopt op de vaststelling van het budget. De budgetten voor 2027 worden vastgesteld in het najaar 2026. Als gevolg van de afspraken die gemaakt worden met de zorgverzekeraars worden mogelijk aanpassingen gedaan in de begroting. Na vaststelling van de budgetten worden alleen budgettair neutrale begrotingsverschuivingen doorgevoerd, de overige ontwikkelingen worden verwerkt in de tussentijdse rapportages. Bedragen x € 1.000,BATEN Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Budget aanvaardbare kosten

35.326

36.589

39.588

2.999

Rijksbijdragen

1.346

285

800

515

578

485

441

-44

37.250

37.359

40.829

3.470

Overige opbrengsten Totaal baten

Tabel 7.14: baten programma RAV

Bedragen x € 1.000,-

Budget aanvaardbare kosten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

35.326

36.589

39.588

2.999

Tabel 7.15: budget aanvaardbare kosten

Het Budget aanvaardbare kosten (BAK) stijgt in de begroting 2027 met € 2.999.000,-. Het BAK is aangepast aan de afspraken die met de zorgverzekeraars zijn gemaakt voor 2026 en de index is toegepast. Voor de begroting 2027 is uitgegaan van een indexering van 2,68% op de personele kosten en 2,5% voor de materiële kosten. Daarnaast is de definitieve index van 2025 verwerkt in de begroting. In de begroting 2026 is uitgegaan van de voorlopige indexcijfers voor 2025; 4,18% voor personeel en 1,82% voor materiele kosten. De definitieve indexcijfers van 2025 zijn 5,18% voor personele kosten en 4,25% voor materiele kosten. Het aanpassen en toepassen van de index leidt tot een verhoging van € 1.542.000,-. De afspraken die gemaakt zijn met de zorgverzekeraars leiden tot een stijging in het budget van € 1.456.000,-. Deze stijging komt door afspraken die gemaakt zijn voor specialistisch vervoer voor GGZ-cliënten. Een onderaannemer die gespecialiseerd is in dit soort vervoer verzorgt deze ritten. De meerkosten die hiermee gepaard gaan worden vergoed door de zorgverzekeraar.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

65

Daarnaast worden ambulances uitgerust met apparatuur voor troponinebepaling9. Patiënten met hartklachten kunnen door deze bepaling vaker thuis worden behandeld. De kosten voor verbruiksmaterialen van de troponinebepaling zijn opgenomen in de begroting. Ook is er een extra vergoeding voor de loonkosten van ambulancepersoneel. Bij de bekostiging van salarissen wordt per 2026 uitgegaan van schaal 60 trede 12, passend bij de daadwerkelijke lonen. Dit resulteert in een hogere S&B vergoeding.

Bedragen x € 1.000,-

Rijksbijdragen

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

1.346

285

800

515

Tabel 7.16: rijksbijdragen

De rijksbijdragen zijn in de begroting 2027 verhoogd met € 515.000,-. Hier valt de subsidie voor de FLO-regeling onder. 95% van de kosten die gemaakt worden voor de FLO (€ 542.000,-) worden vergoed via een subsidie vanuit het ministerie. Voorgaande jaren zijn de kosten voor de FLO gestegen. Om deze reden worden hogere inkomsten verwacht vanuit rijksbijdragen. Bedragen x € 1.000,-

Overige opbrengsten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

578

485

441

-44

Tabel 7.17: overige opbrengsten

In de overige opbrengsten zijn de opbrengsten uit de samenwerking met Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) opgenomen. Dit is een samenwerking op het gebied van scholingen en de gezamenlijke meldkamer. De verwachting is dat de hoogte van het bedrag € 44.000,- lager is dan in voorgaande jaren. Bedragen x € 1.000,LASTEN Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

Personeelslasten

28.668

29.635

31.532

1.897

Kapitaallasten

1.628

1.797

1.726

-71

Overige bedrijfslasten

6.614

5.927

7.571

1.644

36.910

37.359

40.829

3.470

Totaal lasten

Tabel 7.18: lasten

9 Een troponinebepaling is een bloedtest die laat zien of de hartspier schade heeft. Komt het eiwit troponine in het bloed

voor, dan kan dat wijzen op een hartinfarct. Is de waarde normaal, dan kan iemand soms veilig thuisblijven.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

66

Bedragen x € 1.000,-

Personeelslasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

28.668

29.635

31.532

1.897

Tabel 7.19: personeelslasten

De personeelskosten stijgen in de begroting 2027 harder dan de index van 2,68%. Dit komt door een toename in de kosten voor uitzendkrachten. De kosten voor eigen personeel stijgen weliswaar met 2,68% als gevolg van de loonindex, maar door krapte op de arbeidsmarkt is de formatie niet volledig. Hierdoor is de inhuur van uitzendkrachten noodzakelijk om het aantal afgesproken diensten te kunnen leveren voor zowel de rijdende dienst als de meldkamer. De verwachting is dat hier ook in 2027 sprake van zal zijn. De begroting voor de eigen formatie en uitzendkrachten is om deze reden aangepast op het beeld van voorgaande jaren. Om de formatie zo goed mogelijk in te vullen wordt veel ingezet op het opleiden en behouden van medewerkers. Het faciliteren van deze opleidingen leidt tot hogere kosten. Daarnaast zijn de kosten voor de aanschaf en het wassen van kleding voor ambulancemedewerkers in de laatste jaren gestegen.

Bedragen x € 1.000,-

Kapitaallasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

1.628

1.797

1.726

-71

Tabel 7.20: kapitaallasten

De kapitaallasten zijn in 2027 € 71.000,- lager dan in de begroting 2026. Dit komt door het doorschuiven van investeringen van 2025 en 2026 naar latere jaren. Door het doorschuiven van investering zijn de afschrijvingskosten in 2027 lager dan in de begroting is opgenomen.

Bedragen x € 1.000,-

Overige bedrijfslasten

Realisatie 2025

Gew. begr. 2026

Begroting 2027

Verschil

6.614

5.927

7.571

1.644

Tabel 7.21: overige bedrijfslasten

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

67

Wagenpark en werkmaterieel In de begroting 2027 stijgen de kosten voor het wagenpark en werkmaterieel met € 171.000,-. Dit is te wijten aan de stijgende prijzen voor onderhoud aan de voertuigen.

Communicatieapparatuur Door de ingebruikname van nieuwe softwarepakketten en -licenties stijgen de kosten in de begroting 2027 met € 310.000,-. Met deze nieuwe softwarepakketten kan AZGZ de ambulances beter positioneren en spreiden over de regio om zo de aanrijtijden te verbeteren. Onderhoudskosten voor ICT-apparatuur en overige kleine aanschaffingen van ICT- en communicatiemiddelen leiden tot een stijging in het budget van € 25.000,-.

Overige bedrijfskosten De kosten voor doorbelastingen vanuit Bedrijfsvoering stijgen (€ 505.000,-). Dit wordt veroorzaakt door uitbreidingen in informatievoorziening om te kunnen voldoen aan de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast maakt AZGZ gebruik van een onderaannemer voor het GGZ-vervoer. De laatste jaren is een stijging te zien in het aantal GGZ-ritten, waardoor de keuze gemaakt is om deze ritten door een gespecialiseerde vervoerder te laten rijden. Dit leidt tot hogere kosten (€ 270.000,-) en zorgt voor een betere dekking voor het spoedvervoer in de regio. Andere advieskosten, zoals kosten rondom de HKZ-audit, NEN7510, Push-to-Talk en andere projecten, zorgen voor een stijging van € 200.000,-. Kosten voor medische zaken en onderhoud aan medische apparatuur zijn gestegen. In de begroting 2027 leidt dit tot een verhoging van het budget met € 155.000,-.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

68

7.4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande tabel is de verwachte ontwikkeling van de balanspositie opgenomen. Activa

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

61.156

61.123

82.058

88.722

93.750

88.936

3.273

3.273

3.273

3.273

3.273

3.273

170

170

170

170

170

170

Uitzettingen Rijksschatkist

15.201

15.201

15.201

15.201

15.201

15.201

Overige vorderingen

1.992

1.992

1.992

1.992

1.992

1.992

0

0

0

0

0

0

0

2.060

0

0

0

0

20.636

22.696

20.636

20.636

20.636

20.636

Liquide middelen

143

143

143

143

143

143

Overlopende activa

1.397

1.397

1.397

1.397

1.397

1.397

Totaal

83.332

85.359

104.234

110.898

115.926

111.112

Vaste Activa Materiële vaste activa Vlottende activa

Debiteuren Debiteuren openbare lichamen

Nog in tarieven te verrekenen Sluitpost (incl. rekeningcourant)

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

69

Passiva

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Res. aanvaardbare kosten RAV

2.547

2.887

2.887

2.887

2.887

2.887

Subtotaal programma RAV

2.547

2.887

2.887

2.887

2.887

2.887

Algemene reserve C&R

3.197

2.617

1.069

1.069

1.069

1.069

Duurzaamheid

40

0

0

0

0

0

Egalisatiereserve vastgoed

0

0

221

221

221

221

Versterking crisisbeheersing

1.607

1.607

1.607

1.607

1.607

1.607

Herziening MJOP

1.317

698

79

0

0

0

610

0

0

0

0

0

6.771

4.922

2.976

2.897

2.897

2.897

182

0

0

0

0

0

9.500

7.809

5.863

5.784

5.784

5.784

Groot onderhoud

3.710

2.875

1.304

1.814

2.186

2.108

Niet-actieven

1.064

517

192

73

15

0

Verlofsparen

4.048

4.148

4.248

4.348

4.448

4.548

8.822

7.540

5.744

6.235

6.649

6.656

53.000

58.000

67.500

67.000

66.500

66.000

Vaste Passiva Eigen vermogen*

Incidentele dekking korting BDuR Subtotaal programma C&R Resultaat Totaal Eigen vermogen Voorzieningen

Langlopende leningen Vlottende Passiva

Vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Sluitpost (incl. rekening-courant)

0

0

13.117

19.869

24.983

20.662

Kortlopende schulden

8.508

8.508

8.508

8.508

8.508

8.508

Overlopende passiva

3.502

3.502

3.502

3.502

3.502

3.502

Totaal

83.332

85.359

104.234

110.898

EMU-saldo **

3.687

-2.900

-24.677

-6.252

115.926 111.112 -4.614

4.820

Tabel 7.22: verwachte balanspositie * Uitgangspunt is dat het voorstel voor (toekomstige) resultaatbestemming door het Algemeen Bestuur wordt goedgekeurd. De standen zijn vanaf de kolom begroting 2026 bijgewerkt op basis van de jaarrekening 2025 tenzij andere gegevens voorhanden zijn. ** Conform model berekening CBS

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

70

7.5 Stand en verloop voorzieningen en reserves Reserves Bedragen * € 1.000,-

Stand Storting eind 2026 2027

Onttrekking 2027

Verwachting ultimo 2027 2028 2029 2030

Algemene reserve C&R

2.617

0

1.548

1.069

1.069

1.069

1.069

Reserve aanvaardbare kosten

2.887

0

0

2.887

2.887

2.887

2.887

0

221

0

221

221

221

221

1.607

0

0

1.607

1.607

1.607

1.607

698

0

619

79

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7.809

221

2.167

5.863

5.784

5.784

5.784

Egalisatiereserve vastgoed Bestemde reserve versterking crisisbeheersing * Bestemde reserve herziening MJOP Bestemde reserve incidentele dekking korting BDuR Totaal reserves

Tabel 7.23: stand en verloop reserves

Het negatieve resultaat over 2027 van € 1.548.000,- wordt ten laste gebracht van de algemene reserve C&R (zie ook paragraaf 2.5.3). De exacte jaarlijkse uitnutting van de bestemde reserve versterking crisisbeheersing is lastig te voorspellen. Vaststaat echter dat deze middelen de komende jaren worde ingezet voor de versterking van de crisisorganisatie en de uitvoering van de IV‑strategie. De onderliggende opgaven zijn bestuurlijk vastgesteld en leiden onvermijdelijk tot toekomstige uitgaven. In 2026 is een concreet bestedingsplan beschikbaar, de definitieve invulling is echter afhankelijk van de bestuurlijke besluitvorming rond de begroting 2027. De jaarlijkse toevoeging aan of onttrekking uit de egalisatiereserve is afhankelijk van diverse variabelen, zoals het vervangingsjaar en de hoogte van de investering. Vanwege deze onzekerheden zijn in de meerjarenraming geen mutaties opgenomen in de tabel.

Voorzieningen Bedragen * € 1.000,-

Stand eind 2026

Voorziening groot onderhoud

Storting Onttrekking 2027 2027

Verwachting ultimo 2027 2028 2029 2030

2.875

1.953

3.524

1.304

1.814

2.186

2.108

Voorziening niet actieven

517

0

325

192

73

15

0

Voorziening verlofsparen

4.148

200

100

4.248

4.348

4.448

4.548

Totaal voorzieningen

7.540

2.153

3.949

5.744

6.235

6.649

6.656

Tabel 7.24: stand en verloop voorzieningen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

71

7.6 Incidentele baten en lasten en structureel evenwicht Het BBV definieert incidentele baten en lasten als volgt: Incidentele baten en lasten betreffen die posten die het begrotingssaldo incidenteel beïnvloeden. Het gaat om eenmalige zaken en om (meerjarige) projecten of subsidies als deze eveneens het karakter van tijdelijkheid c.q. eindig doel hebben. Incidentele baten en lasten VRGZ Bedragen * € 1.000,-

2027

2028

2029

2030

Vrijval reserve herziening MJOP

619

79

0

0

Totaal incidentele baten

619

79

0

0

Incidentele lasten

0

0

0

0

Totaal incidentele lasten

0

0

0

0

619

79

0

0

Saldo incidentele baten en lasten

Tabel 7.25: incidentele baten en lasten VRGZ

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

72

7.7 Investeringsplanning Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2025

Begro ting 2026

Gew. Begroting begr. 2027 2026

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Automatisering

0

0

0

0

0

0

0

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

111

990

1.101

1.100

0

1.073

32

0

0

0

0

63

0

0

Ademlucht

198

0

198

513

0

2.467

100

Repressieve kleding

284

160

444

197

177

459

4

Totaal PBM

482

160

642

710

177

2.926

104

Voertuigen

289

2.098

2.387

4.313

9.446

6.080

1.645

Bepakkingen voertuigen

100

355

455

936

965

118

0

Vaartuigen

0

705

705

565

0

0

0

Bepakkingen vaartuigen

0

45

45

134

0

0

0

Containers

0

0

0

0

1.050

0

0

Totaal voertuigen

389

3.203

3.592

5.948

11.461

6.198

1.645

Totaal sector Brandweer

982

4.353

5.335

7.758

11.701

10.197

1.781

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

Automatisering

60

0

60

26

20

15

0

Totaal sector Risico- en crisisbeheersing

60

0

60

26

20

15

0

Sector Brandweer

Verbindingsmidd. & comm.techn. Vakbekwaamheidsmiddelen

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Voer- en vaartuigen

Sector Risico- en crisisbeheersing

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

73

Bedragen * € 1.000,-

Vanuit JR 2025

Begr 2026

Gew. begr. 2026

Begr 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

158

0

158

0

0

0

20

0

80

80

122

0

70

0

280

0

280

400

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

213

60

273

5

0

1.573

1.440

0

0

0

0

0

0

0

460

2.078

2.538

2.438

1.173

2.023

707

1.111

2.218

3.329

2.965

1.173

3.666

2.167

Automatisering

427

489

916

785

587

1.262

414

Inventaris

67

128

195

131

133

136

139

Voertuigen

`0

0

0

0

0

43

0

Verbouwingen

75

244

319

2.497

149

152

155

Gebouwen

0

0

0

5.200

2.660

0

0

Terreinen

0

0

0

1.250

0

0

1.700

Inventaris

0

0

0

0

0

0

0

569

861

1.430

9.863

3.529

1.593

2.408

2.722

7.432

10.154

20.612

16.423

15.471

6.359

Sector RAV Automatisering Verbindingsmidd. & comm.techn. Repressieve kleding Inventaris Inventaris medisch Verbouwingen Voertuigen Totaal sector RAV Ondersteunende diensten

Vastgoed

Totaal Bedrijfsvoering

Totaal investeringsplanning

Tabel 7.26: investeringsplanning

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

74

8 Bijlagen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

75

8 Bijlagen 8.1 Bijdragen deelnemende gemeenten In juli 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van 2027 de verdeling van de gemeentelijke bedrage over de gemeenten te baseren op het aandeel in het subcluster Crisisbeheersing en brandweer in het Gemeentefonds (zie ook paragraaf 2.5.1). Dit leidt tot onderstaande herverdeling. Voor de eerste 5 jaren is een niet-lineair ingroeimodel van toepassing.

Gemeenten

Bijdrage 2026

Correctie nieuwe verdeel systematiek

Bijdrage na herverdeling

5.77%

3.117.319

-5.753

3.111.566

Beuningen

4.23%

1.895.417

386.142

2.281.559

Buren

4.88%

2.878.319

-246.900

2.631.419

Culemborg

4.86%

2.636.738

-14.663

2.622.075

Druten

3.30%

1.453.536

327.603

1.781.139

Heumen

2.68%

1.623.883

-180.781

1.443.102

Maasdriel

4.35%

2.369.157

-22.122

2.347.035

Neder-Betuwe

3.71%

2.182.799

-180.051

2.002.748

Nijmegen

35.26%

18.738.865

280.460

19.019.325

Tiel

6.73%

3.566.205

62.692

3.628.897

West Betuwe

8.72%

5.325.396

-622.893

4.702.503

West Maas en Waal

3.66%

1.937.741

38.974

1.976.715

Wijchen

6.46%

3.428.668

58.838

3.487.506

Zaltbommel

5.39%

2.791.475

118.454

2.909.929

100,00%

53.945.518

0

53.945.518

Aandeel subcluster Gemeentefonds

Berg en Dal

Totaal

Tabel 8.1: overzicht herverdeling gemeentelijke bijdrage

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

76

Gemeenten

Bijdrage na Aandeel* herverdeling

Ingroei bijdrage 2027

Index 2027 (1,05%)

Nazorg en Vervanging PTSS vastgoed

Extreme prijs stijgingen

Kapitaal lasten materieel

Rente lasten

IVstrategie

Licenties kantoor automatisering

Vakbe kwaam heid

Bijdrage 2027

Berg en Dal

5.77%

3.111.566

0

32.671

3.461

23.649

26.936

23.072

16.439

147.776

7.499

23.072

3.416.141

Beuningen

4.23%

2.281.559

-289.064

23.956

2.538

17.340

19.751

16.918

12.054

108.357

5.498

16.918

2.215.825

Buren

4.88%

2.631.419

116.750

27.630

2.926

19.999

22.780

19.512

13.902

124.972

6.341

19.512

3.005.743

Culemborg

4.86%

2.622.075

6.062

27.532

2.916

19.928

22.699

19.442

13.853

124.529

6.319

19.442

2.884.797

Druten

3.30%

1.781.139

-223.534

18.702

1.981

13.537

15.419

13.207

9.410

84.590

4.292

13.207

1.731.950

Heumen

2.68%

1.443.102

70.972

15.153

1.605

10.968

12.493

10.700

7.624

68.536

3.478

10.700

1.655.331

Maasdriel

4.35%

2.347.035

5.277

24.644

2.610

17.838

20.318

17.403

12.400

111.466

5.656

17.403

2.582.050

Neder-Betuwe

3.71%

2.002.748

107.948

21.029

2.228

15.221

17.338

14.850

10.581

95.115

4.826

14.850

2.306.734

Nijmegen

35.26%

19.019.325

0

199.703

21.154

144.552

164.648

141.026

100.481

903.273

45.834

141.026

20.881.022

Tiel

6.73%

3.628.897

0

38.103

4.036

27.581

31.415

26.908

19.172

172.345

8.745

26.908

3.984.110

West Betuwe

8.72%

4.702.503

222.416

49.376

5.230

35.740

40.709

34.869

24.844

223.333

11.332

34.869

5.385.221

West Maas en Waal

3.66%

1.976.715

0

20.756

2.199

15.024

17.112

14.657

10.442

93.879

4.764

14.657

2.170.205

Wijchen

6.46%

3.487.506

0

36.619

3.879

26.507

30.191

25.859

18.425

165.630

8.404

25.859

3.828.879

Zaltbommel

5.39%

2.909.929

-16.827

30.554

3.237

22.116

25.191

21.577

15.373

138.199

7.012

21.577

3.177.938

100,00%

53.945.518

0

566.428

60.000

410.000

467.000

400.000

285.000

2.562.000

130.000

400.000

59.225.946

Totaal

Tabel 8.2: overzicht gemeentelijke bijdrage 2027

* betreft het aandeel in het subcluster Crisisbeheersing en brandweer in het Gemeentefonds uit de meicirculaire 2025

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

77

Mutatie Nacalculatie ingroei Vervanging Index bijdrage vastgoed 2025 2028

Kapitaal lasten materieel

Aandeel*

Bijdrage 2027

Berg en Dal

5.77%

3.416.141

0

89.302

23.649

28.840

31.147

47.759

3.636.838

Beuningen

4.23%

2.215.825

76.070

65.480

17.340

21.147

22.839

35.019

2.453.720

Buren

4.88%

3.005.743

-33.527

75.522

19.999

24.389

26.341

40.389

3.158.856

Culemborg

4.86%

2.884.797

0

75.255

19.928

24.303

26.247

40.246

3.070.776

Druten

3.30%

1.731.950

55.883

51.119

13.537

16.509

17.829

27.339

1.914.166

Heumen

2.68%

1.655.331

-20.381

41.417

10.968

13.375

14.446

22.150

1.737.306

Maasdriel

4.35%

2.582.050

0

67.360

17.838

21.754

23.494

36.024

2.748.520

Neder-Betuwe

3.71%

2.306.734

-31.000

57.478

15.221

18.563

20.048

30.740

2.417.784

Nijmegen

35.26%

20.881.022

0

545.854

144.552

176.283

190.385

291.924

22.230.020

Tiel

6.73%

3.984.110

0

104.149

27.581

33.635

36.326

55.699

4.241.500

West Betuwe

8.72%

5.385.221

-63.872

134.962

35.740

43.586

47.072

72.178

5.654.887

West Maas en Waal

3.66%

2.170.205

0

56.732

15.024

18.321

19.787

30.340

2.310.409

Wijchen

6.46%

3.828.879

0

100.091

26.507

32.324

34.910

53.529

4.076.240

Zaltbommel

5.39%

3.177.938

16.827

83.515

22.116

26.971

29.129

44.664

3.401.160

100,00%

59.225.946

0

1.548.236

410.000

500.000

540.000

828.000

63.052.182

Gemeenten

Totaal

Herziening IV-strategie MJOP

Bijdrage 2028

Tabel 8.3: verloop gemeentelijke bijdrage 2027 – 2030

Let op: de in de tabel opgenomen mutatie van de ingroeibijdrage wijkt af van de ingroeibijdrage zoals weergegeven in het Eindrapport kostenverdeelsleutel VRGZ. In de tabel is de jaar-op-jaar mutatie verwerkt, omdat de uitkomst anders niet rekenkundig aansluit bij de in het eindrapport vastgestelde uitgangspunten. Per saldo sluit de ingroeibijdrage wel aan bij de bedragen uit de ingroeitabel in het eindrapport.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

78

Mutatie ingroei Vervanging bijdrage vastgoed 2029

Kapitaal Herziening lasten MJOP materieel

Aandeel*

Kapitaal lasten

IVstrategie

Bijdrage 2030

Berg en Dal

5.77%

3.636.838

0

23.649

28.840

4.557

24.687

3.718.571

0

23.649

28.840

15.573

3.786.633

Beuningen

4.23%

2.453.720

76.069

17.340

21.147

3.341

18.102

2.589.719

76.069

17.340

21.147

11.419

2.715.694

Buren

4.88%

3.158.856

-29.736

19.999

24.389

3.854

20.877

3.198.239

-29.736

19.999

24.389

13.170

3.226.061

Culemborg

4.86%

3.070.776

0

19.928

24.303

3.840

20.803

3.139.650

0

19.928

24.303

13.124

3.197.005

Druten

3.30%

1.914.166

55.884

13.537

16.509

2.608

14.132

2.016.836

55.884

13.537

16.509

8.915

2.111.681

Heumen

2.68%

1.737.306

-18.076

10.968

13.375

2.113

11.450

1.757.136

-18.076

10.968

13.375

7.223

1.770.626

Maasdriel

4.35%

2.748.520

0

17.838

21.754

3.437

18.621

2.810.170

0

17.838

21.754

11.747

2.861.509

Neder-Betuwe

3.71%

2.417.784

-27.493

15.221

18.563

2.933

15.890

2.442.898

-27.493

15.221

18.563

10.024

2.459.213

Nijmegen

35.26%

22.230.020

0

144.552

176.283

27.853

150.898

22.729.606

0

144.552

176.283

95.193

23.145.634

Tiel

6.73%

4.241.500

0

27.581

33.635

5.314

28.791

4.336.821

0

27.581

33.635

18.163

4.416.200

West Betuwe

8.72%

5.654.887

-56.648

35.740

43.586

6.887

37.309

5.721.761

-56.648

35.740

43.586

23.536

5.767.975

West Maas en Waal

3.66%

2.310.409

0

15.024

18.321

2.895

15.683

2.362.332

0

15.024

18.321

9.894

2.405.571

Wijchen

6.46%

4.076.240

0

26.507

32.324

5.107

27.670

4.167.848

0

26.507

32.324

17.455

4.244.134

Zaltbommel

5.39%

3.401.160

0

22.116

26.971

4.261

23.087

3.477.595

0

22.116

26.971

14.564

3.541.246

100,00%

63.052.182

0

410.000

500.000

79.000

428.000

64.469.182

0

410.000

500.000

270.000

65.649.182

Gemeenten

Totaal

IVstrategie

Bijdrage 2029

Mutatie ingroei Vervanging bijdrage vastgoed 2030

Bijdrage 2028

Tabel 8.3: verloop gemeentelijke bijdrage 2027 – 2030

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

79

Toelichting op de wijzigingen Index 2027 De reguliere indexering van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op basis van de in de financiële spelregels genoemde rekenmethodiek (zie paragraaf 8.5).

Nazorg en PTSS Om medewerkers de zorg te bieden die zij verdienen na impactrijke gebeurtenissen, is het belangrijk dat er binnen de organisatie één vast aanspreekpunt beschikbaar komt waar medewerkers terecht kunnen met vragen en ondersteuning. Maar het is ook iemand die medewerkers van begin tot eind kan begeleiden bij werkgerelateerde complexe trajecten, zoals medische behandelingen, nazorg bij geweldsincidenten op straat, PTSS-aanvragen of verzekeringskwesties. Aanvullend op de landelijke bijdrage PTSS vraagt dit om een structurele uitzetting van 0,5fte voor een casemanager (€ 60.000,-, zie ook paragraaf 4.7).

Vervanging vastgoed Het instandhouden en vernieuwen van de vastgoedportefeuille conform de in april 2025 door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders vraagt om een jaarlijkse bijdrage van € 410.000,-, oplopend naar € 2.460.000,- in 2032 (zie paragraaf 4.8).

Extreme prijsstijgingen VRGZ volgt voor indexering de BRN‑systematiek, maar doordat materiële kosten niet worden meegenomen in de nacalculatie ontstaat structurele scheefgroei wanneer de werkelijke inflatie hoger uitvalt dan de gehanteerde index. Sinds 2021 heeft VRGZ ruim € 2 miljoen aan materiële kosten intern opgevangen, terwijl deze kosten in alle onderdelen van de organisatie met 17% tot 120% zijn gestegen. De organisatie kan deze cumulatieve prijsstijgingen niet langer binnen de bestaande middelen opvangen, mede doordat grote kostenposten materieel worden geclassificeerd maar feitelijk aan een personele index zijn blootgesteld (zie toelichting paragraaf 2.5.3). De uitzonderlijk gestegen prijzen op het gebied van onder andere preventief en correctief onderhoud, schoonmaakkosten, groenonderhoud, gemeentelijk belastingen, software en het lidmaatschap NIPV leiden tot een structurele uitzetting van € 467.000,- (zie toelichting paragraaf 7.1.1).

Kapitaallasten wagenpark en materieel De kosten voor het wagenpark en werkmaterieel stijgen aanzienlijk harder dan de reguliere prijsindexatie met materiële prijsstijgingen van 40% tot 120% op onder andere tankautospuiten,

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

80

redvoertuigen en dienstvoertuigen. Om de kwantiteit en kwaliteit van het materieel te kunnen waarborgen, tijdig economisch en technisch afgeschreven materieel te vervangen en het materieel up‑to‑date te houden zodat het kan meebewegen met de actuele veiligheidsrisico’s, is een extra bijdrage in de stijgende kapitaallasten noodzakelijk (€ 400.000,-, oplopend naar € 1.900.000,- in 2030). In voorgaande jaren is het structurele tekort gemaskeerd doordat, via weloverwogen keuzes en het uitstellen van vervangingsinvesteringen, incidentele voordelen zijn gerealiseerd. Deze werkwijze is echter niet langer houdbaar zonder het minimale kwaliteitsniveau aan te tasten.

Rentelasten Ten behoeve van de stijgende investeringsbehoefte is het aantrekken van aanvullende financiering noodzakelijk. Dit leidt tot een extra jaarlijkse rentelast van € 285.000,-.

IV-strategie De VRGZ moet voldoen aan aangescherpte eisen voor informatiebeveiliging (zoals NIS2/BIO2, NEN7510 en AVG), terwijl meerdere organisatieonderdelen hier nog niet aan voldoen. Tegelijkertijd verplichten het landelijke Masterprogramma Informatievoorziening, de vitaalverklaring, het coalitieakkoord en de accountantsverklaring de VRGZ om structureel haar digitale weerbaarheid te versterken. Dit betreft een autonome ontwikkeling omdat deze verplichtingen en normen extern opgelegd worden door wetgeving, landelijke programma’s, audits en de vitale‑aanbiederstatus. Het betreft ontwikkelingen waar de VRGZ geen directe invloed op heeft, maar die wel noodzakelijke aanpassingen binnen de organisatie vereisen. Scenario 2 van de IV-strategie betreft slechts het op orde brengen en houden van de basis. Scenario 3 van de IV-strategie bevat beleidskeuzes. Om de inrichting van de informatievoorziening (IV) van de organisatie beter af te stemmen op wettelijke vereisten, landelijke afspraken, technologische ontwikkelingen en marktomstandigheden is in maart 2026 IV-strategie voor 2026-2030 bestuurlijk vastgesteld. Dit leidt tot een kostenuitzetting op het gebied van personeel, software en infrastructuur van € 2.562.000,- oplopend naar € 4.088.000,- in 2030 (zie ook paragraaf 5.2).

Licenties kantoorautomatisering Dit betreft de kostenuitzetting voor licenties ten behoeve van kantoorautomatisering (€ 130.000,-, zie ook paragraaf 5.3). Met deze investering verbeteren we zowel de veiligheid als de functionaliteit van onze licenties, zodat dit aan toenemende eisen vanuit wet- en regelgeving blijft voldoen. Voor de aankoop van de nieuwe licenties sluiten wij aan bij een landelijke aanbesteding.

Vakbekwaamheid brandweer Door stijgende opleidingskosten, meer verloop onder vrijwilligers en een relatief ouder personeelsbestand zijn de budgetten voor vakbekwaamheid meerdere jaren substantieel overschreden. Deze tekorten zijn incidenteel opgevangen door onderschrijdingen binnen andere

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

81

budgetten, maar deze wijze van financiering is niet structureel houdbaar. Om de brandweer haar wettelijke taken veilig en professioneel te laten uitvoeren, is een structurele ophoging van de middelen voor vakbekwaamheid noodzakelijk (€ 400.000,-, zie paragraaf 4.5).

Nacalculatie index 2025 Omdat ten tijde van het vaststellen van het indexpercentage 2027 voor de gemeentelijke bijdrage de nieuwe cao-afspraken nog niet bekend waren, valt de nacalculatie over 2025 negatief uit (zie ook paragraaf 2.5.3). Dit leidt in 2027 tot een lagere indexering van de bijdrage dan de indexatie van de personele en materiele kosten in de begroting, wat incidenteel resulteert in een negatief resultaat van € 1.548.000,-. De nacalculatie over 2025 zal worden meegenomen in de indexering van de gemeentelijke bijdrage van 2028 en is vooruitlopend daarop verwerkt in de gemeentelijke bijdrage vanaf 2028.

Herziening MJOP De in 2023 uitgevoerde herziening van het meerjarenonderhoudsplan heeft geleid tot een stijging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening groot onderhoud van € 619.000,-. Ten laste van het positieve resultaat van 2023 is een bestemde reserve gevormd om deze uitzetting de komende jaren te dekken. Begin 2028 resteert in deze reserve echter nog een bedrag van € 79.000,- het resterende gedeelte van de uitzetting van de dotatie (€ 540.000,-) zal vanaf dat moment aan de gemeentelijke bijdrage worden toegevoegd. Met ingang van 2029 wordt de bijdrage verhoogd met € 79.000,- zodat vanaf 2029 het volledige bedrag van € 619.000,- onderdeel uitmaakt van de gemeentelijke bijdrage.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

82

8.2 Baten en lasten per taakveld Baten en lasten per taakveld VRGZ bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

53.446

47.318

6.128

55.588

49.597

5.991

60.874

53.188

7.686

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Volksgezondheid

37.250

31.270

5.980

37.359

32.009

5.350

37.173

32.620

4.553

Algemene uitkeringen

10.008

0

10.008

9.292

0

9.292

10.775

0

10.775

Treasury

0

-72

72

0

287

-287

0

576

-576

Overhead

3.687

26.010

-22.323

4.249

26.246

-21.997

8.113

32.497

-24.384

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

104.391

104.526

-135

106.488

108.139

-1.651

116.935

118.881

-1.946

317

0

317

1.229

0

1.229

398

0

398

104.708

104.526

182

107.717

108.139

-422

117.333

118.881

-1.548

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 8.4: baten en lasten per taakveld VRGZ

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

83

Baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

60.874

53.188

7.686

64.700

53.688

66.117

54.188

67.297

54.688

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Volksgezondheid

37.173

32.620

4.553

37.173

32.620

37.173

36.620

37.173

32.620

Algemene uitkeringen

10.775

0

10.775

10.775

0

10.775

0

10.775

0

Treasury

0

576

-576

0

576

0

576

0

576

Overhead

8.113

32.497

-24.384

8.113

33.956

8.113

34.794

8.113

35.474

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

116.935

118.881

-1.946

120.761

120.840

122.178

122.178

123.358

123.358

398

0

398

79

0

0

0

0

0

117.333

118.881

-1.548

120.840

120.840

122.178

122.178

123.358

123.358

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 8.5: baten en lasten per taakveld VRGZ meerjarig

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

84

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

53.446

47.318

6.128

55.588

49.596

5.992

60.874

53.188

7.686

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Algemene uitkeringen

10.008

0

10.008

9.292

0

9.292

10.775

0

10.775

Overhead

3.687

20.369

-16.682

4.249

20.895

-16.646

4.457

24.288

-19.832

Treasury

0

-72

72

0

287

-287

0

576

-576

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

67.141

67.616

-475

69.128

70.778

-1.650

76.106

78.052

-1.946

317

0

317

1.229

0

1.229

398

0

398

67.458

67.616

-158

70.357

70.778

-421

76.504

78.052

-1.548

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 8.6: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

85

Baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

60.874

53.188

7.686

64.700

53.688

66.117

54.188

67.297

54.688

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Algemene uitkeringen

10.775

0

10.775

10.775

0

10.775

0

10.775

0

Overhead

4.457

24.288

-19.830

4.458

25.747

4.458

26.585

4.458

27.265

Treasury

0

576

-576

0

576

0

576

0

576

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

76.106

78.052

-1.945

79.932

80.011

81.349

81.349

82.529

82.529

398

0

398

79

0

0

0

0

0

76.504

78.052

-1.548

80.011

80.011

81.349

81.349

82.529

82.529

Crisisbeheersing en brandweer Samenkracht en burgerparticipatie

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 8.7: baten en lasten per taakveld Crisis- en Rampenbestrijding meerjarig

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

86

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening bedragen x € 1.000,-

Realisatie 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Saldo

37.250

31.270

5.980

37.359

32.009

5.350

37.173

32.620

4.553

Algemene uitkeringen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

0

5.640

-5.640

0

5.350

-5.350

3.656

8.209

-4.553

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

37.250

36.910

340

37.359

37.359

0

40.829

40.829

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

37.250

36.910

340

37.359

37.359

0

40.829

40.829

0

Volksgezondheid

Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Resultaat

Tabel 8.8: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

87

Baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig bedragen x € 1.000,-

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Baten

Lasten

Saldo

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

37.173

32.620

4.553

37.173

32.620

37.173

32.620

37.173

32.620

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overhead

3.656

8.209

-4.553

3.656

8.209

3.656

8.209

3.656

8.209

Treasury

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vennootschapsbelasting (Vpb)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Overige baten en lasten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

40.829

40.829

0

40.829

40.829

40.829

40.829

40.829

40.829

0

0

0

0

0

0

0

0

0

40.829

40.829

0

40.829

40.829

40.829

40.829

40.829

40.829

Volksgezondheid Algemene uitkeringen

Saldo van baten en lasten Mutaties bestemde reserves Resultaat

Tabel 8.9: baten en lasten per taakveld Regionale Ambulancevoorziening meerjarig

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

88

8.3 Begrotingsverschuivingen 2026 In onderstaande paragrafen zijn de wijzigingen verwerkt die zich hebben voorgedaan nadat de begroting 2026 is vastgesteld. Het betreft kostenneutrale verschuivingen. De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal.

Begrotingsverschuivingen Crisis- en Rampenbestrijding bedragen x € 1.000,-

Begroting 2026

Verschuivingen

Gewijzigde begroting 2026

Rijksbijdragen

9.712

0

9.712

Gemeentelijke bijdragen

53.946

0

53.946

Opbrengsten bedrijfsvoering

4.249

0

4.249

Overige opbrengsten

1.242

-20

1.222

Totaal baten

69.149

-20

69.129

Personeelslasten

51.043

119

51.162

Kapitaallasten

7.217

0

7.217

Wagenpark

2.462

0

2.462

Communicatieapparatuur

3.132

35

3.167

Huisvestingskosten

5.087

0

5.087

Overige bedrijfskosten

1.330

-174

1.156

Onvoorzien

242

0

242

Rentebaten en -lasten

287

0

287

Totaal lasten

70.800

20

70.780

Saldo van baten en lasten

-1.651

0

-1.651

Toevoegingen reserves

0

0

0

Onttrekkingen reserves

1.229

0

1.229

Resultaat

-422

0

-422

Baten

Lasten

Tabel 8.10: begrotingsverschuivingen 2026 C&R

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

89

Begrotingsverschuivingen RAV bedragen x € 1.000,-

Begroting 2026

Verschuivingen

Gewijzigde begroting 2026

36.589

0

36.589

Rijksbijdragen

285

0

285

Overige opbrengsten

485

0

485

37.359

0

37.359

Personeelslasten

29.627

8

29.635

Kapitaallasten

1.797

0

1.797

Wagenpark

1.149

0

1.149

498

0

498

3

0

3

Overige bedrijfskosten

4.285

-8

4.277

Totaal lasten

37.359

0

37.359

Saldo van baten en lasten

0

0

0

Toevoegingen reserves

0

0

0

Onttrekkingen reserves

0

0

0

Resultaat

0

0

0

Baten Budget aanvaardbare kosten

Totaal baten Lasten

Communicatieapparatuur Huisvestingskosten

Tabel 8.11: begrotingsverschuivingen 2026 RAV

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

90

8.4 Beleidsindicatoren Beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding Realisatie 2025

Begroting Begroting 2026 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Formatie

0,66

0,66

0,67

0,67

0,67

0,67

Bezetting

0,66

0,61

0,64

0,64

0,64

0,64

Apparaatskosten

116

120

132

136

138

140

Externe inhuur

7%

2%

2%

2%

2%

2%

Overhead

25%

23%

25%

27%

26%

26%

Tabel 8.12: beleidsindicatoren programma Crisis- en Rampenbestrijding

Beleidsindicatoren programma RAV Realisatie 2025

Begroting Begroting 2026 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Formatie

0,42

0,41

0,40

0,40

0,40

0,40

Bezetting

0,38

0,36

0,34

0,34

0,34

0,34

Apparaatskosten

63

64

69

69

69

69

Externe inhuur

10%

3%

8%

8%

8%

8%

Overhead

15%

14%

11%

11%

11%

11%

Tabel 8.13: beleidsindicatoren programma RAV

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

91

8.5 Financiële spelregels In deze paragraaf zijn de spelregels en grondslagen opgenomen die VRGZ hanteert op het gebied van financiën.

Spelregels Bij het budgethouderschap zoals bij VRGZ is ingericht horen een aantal spelregels die een richtinggevende werking hebben op de handelingswijze bij inhoudelijke en financiële vraagstukken. Deze spelregels zijn hieronder opgenomen.

Begroten Bij het opstellen van de begroting hanteert VRGZ onderstaande uitgangspunten.

P&C-cyclus De P&C-cyclus van VRGZ bestaat uit een vooraf opgestelde begroting. De verantwoording vindt plaats via twee tussentijdse rapportages en een jaarrekening.

Relatie beleid-financiën VRGZ heeft de ambitie om bij het begroten het zicht op de relatie tussen de inhoud en het budget te kunnen bieden: ▪

dit stelt het Algemeen Bestuur, colleges van burgemeester en wethouders en gemeenteraden, met respect voor ieders verantwoordelijkheid, beter in staat om politiek-bestuurlijke discussies te voeren die niet alleen over geld gaan, maar vooral over de inhoud;

▪

dit betekent dat het management van VRGZ verbinding zal zoeken met de portefeuillehouders, leden van het Algemeen Bestuur en de raden om hierbij inzicht en betrokkenheid te creëren;

▪

daardoor kunnen bestuurders invulling geven aan hun rollen en taken binnen het Algemeen Bestuur en daarbuiten in de colleges en raden;

Structureel sluitende begroting De meerjarenbegroting is structureel sluitend, de laatste van de vier jaarschijven is altijd structureel sluitend. Daarbij wordt bij het begroten uitgegaan van onderstaande punten. ▪

Behoedzame, reële ramingen.

▪

Tegenover structurele uitgaven kunnen geen incidentele inkomsten of incidentele meevallers staan.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

92

Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪

Loonindex

Voor de loonindex wordt het Centraal Economisch Plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪

de CAR (UWO) Veiligheidsregio’s;

▪

de pensioenpremies vanuit het ABP;

▪

de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen).

Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪

Materiële index

Ook voor de materiële index wordt het Centraal Economisch Plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis. Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪

Verhouding loonindex/materiële index

VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan.

Prijspeilaanpassingen Prijspeilaanpassingen worden budgettair neutraal behandeld, dus binnen de ruimte die door de indexering van de gemeentelijke bijdrage ontstaat.

Uitzettingen Er zijn drie typen uitzettingen van de begroting die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten:

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

93

▪

nieuwe beleidsvoorstellen o.a. in relatie tot de uitwerking van onze meerjarenstrategie en beleidsontwikkelingen binnen gemeenten;

▪

buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen waar VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

autonome ontwikkelingen: niet door VRGZ beïnvloedbare stijgingen die voortkomen uit bestaand beleid. Bijvoorbeeld wet- en regelgeving of noodzakelijke uitzettingen in verband met toename van het inwoneraantal in de regio.

Onvoorzien Uit de post onvoorzien worden geen structurele uitgaven gedaan. VRGZ begroot de post onvoorzien voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op 0,35% van de begrote baten.

Verantwoording kosten bedrijfsvoering Conform BBV wordt de overhead apart inzichtelijk gehouden en gerapporteerd.

Tussentijdse begrotingswijzigingen Wijzigingen binnen financiële kaders Gezien de financiële risico’s die er worden gelopen en onzekere toekomstige ontwikkelingen moet er behoedzaam om gegaan worden met financiële mee- en tegenvallers. Daarom blijven er inspanningen gaande omtrent: ▪

het bestaande financiële beleid zorgvuldig na te leven en jaarlijks bij de jaarrekening een zo gunstig mogelijk financieel resultaat te behalen. Dat houdt in een kostenbewuste houding en bijbehorend gedrag;

▪

tegenvallers door hogere lasten of lagere baten door verlaging van lasten binnen de sectoren of afdelingen op te vangen;

▪

bestemming van niet-voorziene voordelen in de exploitatie gedurende het jaar ter besluitvorming aan het Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur voor te leggen.

In geval het Directieteam (DT) een voorstel doet om extra geld uit te geven aan nieuwe beleidsontwikkelingen op een ander moment dan bij de integrale afweging bij de begroting, moet solide dekking worden aangewezen. Tenzij er sprake is van externe dekking moet in het voorstel aangegeven worden welk bestaand beleid moet worden geschrapt of verminderd. Wijzigingen binnen financiële kaders worden in principe niet voorgelegd voor zienswijze aan de raden. Als gewijzigd of nieuw beleid politiek gezien een belangrijk onderwerp betreft kan het Dagelijks Bestuur besluiten de wijziging voor zienswijze aan de raden voor te leggen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

94

Wijzigingen buiten de financiële kaders Als een wijziging substantieel is (boven de € 25.000,-) dan zijn er twee typen uitzettingen in de vorm van tussentijdse begrotingswijziging die in aanmerking komen voor een voorstel tot een extra bijdrage van gemeenten: ▪

buitengewone prijsstijgingen: prijsstijgingen, waar VRGZ geen invloed op heeft en niet opgevangen kunnen worden binnen de reguliere indexering;

▪

autonome ontwikkelingen: niet door VRGZ beïnvloedbare stijgingen (zoals wet- en regelgeving) die voortkomen uit bestaand beleid.

Aangezien deze wijzigingen buiten de financiële kaders vallen hebben ze dus invloed op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage en worden voorgelegd voor zienswijze aan de raden.

Resultaatbestemming Als in de jaarrekening sprake is van meevallers door hogere baten of lagere lasten dan worden eerst vereiste bestemmingsreserves gevormd en de streefnorm aangevuld. Wat daarna nog resteert wordt aan de gemeenten terugbetaald. Bij een negatief resultaat wordt eerst het weerstandsvermogen aangesproken. Mocht dit onvoldoende zijn dan wordt een beroep gedaan op de gemeenten. Dit wordt hierna uitgewerkt. VRGZ streeft ernaar in een zo vroeg mogelijk stadium via tussentijdse rapportages het Algemeen Bestuur te informeren over het vormen van bestemde reserves.

Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie Risico’s In 2014 is door VRGZ de nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ opgesteld. Het bestuur nam hierover besluiten in 2015. Elk jaar worden bij de verschillende organisatieonderdelen de risico’s in kaart gebracht. Deze risico’s zijn gerubriceerd en gewaardeerd. ▪

In de begroting en jaarrekening wordt een cijfermatige samenvatting van de risico-inventarisatie opgenomen met de berekening van het weerstandsvermogen.

▪

In de begroting, jaarrekening en de twee tussentijdse rapportages worden de 10 grootste risico’s toegelicht.

▪

De frequentie van de rapportage over risico’s wordt groter als daar aanleiding voor is.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

95

Weerstandscapaciteit ▪

De benodigde weerstandscapaciteit is het resultaat van de gewogen risicocapaciteit van de geïnventariseerde risico’s.

▪

De beschikbare weerstandscapaciteit is het totaal van de algemene reserve.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de benodigde capaciteit wordt gedekt door de beschikbare capaciteit. Als het weerstandsvermogen ontoereikend is om de risico’s af te dekken en naarmate de gecalculeerde risico’s zich voordoen dan zal VRGZ hiervoor bezuinigingsmaatregelen treffen of wordt de bijdrage van gemeenten hoger. Het weerstandsvermogen bij VRGZ is bedoeld voor: a) het kunnen opvangen van incidentele financiële tegenvallers zonder direct ingrepen in de begroting te hoeven doen; b) het kunnen opvangen van de eerste klap van structurele financiële tegenvallers waardoor tijd wordt gecreëerd om zorgvuldig af te wegen hoe de structurele doorwerking wordt aangepakt. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding hoger is dan de streefnorm wordt het meerdere teruggestort naar de gemeenten. Als de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder de streefnorm komt zal VRGZ inspanningen doen deze aan te vullen. In het geval dat de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding onder € 0,- komt wordt aan de gemeenten gevraagd om het vermogen aan te vullen.

Reservepositie Geredeneerd vanuit bovenstaande zienswijze wordt alleen de algemene reserve als weerstandsvermogen gezien. ▪

Voor de omvang van de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding wordt 5% van de baten genomen als streefwaarde.

▪

Voor de omvang van de reserve aanvaardbare kosten RAV wordt 10% van de baten genomen als minimumnorm en is 15% de streefwaarde.

Bij de gepresenteerde cijfers wordt ervan uitgegaan dat de voorstellen voor bestemming resultaat door het bestuur worden overgenomen.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

96

Grondslagen De begroting en jaarrekening worden opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten daarvoor geeft. Het overzicht van baten en lasten van VRGZ omvat het totaal van alle activiteiten die VRGZ heeft uitgevoerd. De cijfers worden nader gepresenteerd en toegelicht in het overzicht baten en lasten programma Crisisen Rampenbestrijding en het programma RAV. Onderlinge verrekeningen tussen beide programma’s worden opgenomen in het overzicht van baten en lasten per programma. In het overzicht van baten en lasten op het niveau van de totale VRGZ worden onderlinge verrekeningen geëlimineerd. Grondslagen van resultaatbepaling Bij de VRGZ worden de baten en lasten toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Incidentele baten en lasten worden vanaf € 50.000,- vermeld. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Bij het programma RAV wordt afgeweken van deze regel omdat dit een zorggefinancierde taak is. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de regelgeving voor zorginstellingen.

De lasten worden bepaald op basis van historische kosten, met inachtneming van de vermelde grondslagen van waardering van activa en passiva en toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Aangezien het niet is toegestaan voorzieningen te vormen voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Het gaat dan om aanspraken op een overbruggingsperiode, levensloop en versterkt ouderdomspensioen. Voor jaarlijks terugkerende arbeidsgerelateerde kosten zonder (naar verwachting) een jaarlijks vergelijkbaar volume is een verplichting opgenomen. Grondslagen van waardering Alle activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde tenzij anders is vermeld. De belangrijkste posten worden hieronder nader toegelicht. Activa Onder materiële vaste activa worden activa verstaan die bedoeld zijn om de bedrijfsuitoefening duurzaam te dienen. De materiële vaste activa (met een aanschafwaarde > € 10.000,-) worden gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs of vervaardigingkosten, verminderd met een lineaire afschrijving gebaseerd op economische levensduur of tegen lagere bedrijfswaarde.

Aan de materiële vaste activa wordt rente toegerekend tegen het bestuurlijk vastgestelde percentage van 1,25%. Indien de VRGZ investeringsbijdragen van derden ontvangt wordt dit expliciet toegelicht.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

97

Afschrijvingstermijnen Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn10

Persoonlijke beschermingsmiddelen en werkkleding Bluskleding en beschermingsmiddelen (bluspakken, gaspakken etc) Ademlucht (toestel, cilinder, gelaatstuk etc)

5 / 8 / 10 10 / 15

Automatisering Hard- en software

3/4/5/7

Telefonie

10

ICT-infrastructuur

7 / 15 / 30

Communicatie- en verbindingsmiddelen Alarmontvanger

5

Mobiele Data Terminal

4/5

Communicatienetwerksysteem (C2000/P2000)

4/5/7

Netwerkcomponenten

10

Signalering kazerne

10

Gebouwen en inventaris Installaties en testapparatuur ademluchtwerkplaats

8 / 10 / 15

Inventaris/meubilair/aggregaat

10 / 15

Verbouwing

10 / 20

Semi-permanente unit

20

Gebouw / kazerne

30 / 40

Medische inventaris Medische apparatuur (o.a. defibrillatoren, autopulse, AED)

5 / 7 / 10

Brancards

7

Vaartuigen Blusboten

30

Motorboot

10 / 15

Update blusboten

20

Hulpboot en trailer

20

Midlife update

10

Bepakking vaartuigen

10 Bij een aantal genoemde activa zijn meerdere afschrijvingstermijnen weergegeven. Dit komt doordat onder de genoemde

hoofdrubrieken een aantal subcategorieën vallen waarvan het te ver voert ze allemaal hier te vermelden. De vetgedrukte afschrijvingstermijnen zijn toegevoegd op basis van nieuwe activagroepen of langere technische levensduur.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

98

Afschrijvingstermijnen

Afschrijvings termijn10

Reddingsvest

5

Bepakking overig

10 / 15 / 20

Voertuigen Ambulance en rapid responder

5

MICU-voertuig

10 / 15

Tankautospuit, waterwagen, redvoertuig en hulpverleningsvoertuig

12 / 15

Schuimblus- en haakarmvoertuig

20

Haakarmbak

15 / 20

Overige voertuigen (vervoer van personen en materiaal)

5 / 7 / 8 / 10 / 15

MCU

4/8

Midlife updates van de diverse voertuigen

4 / 7 / 8 / 10

Inventaris en bepakking voertuigen Inventaris Tankautospuit

15

Inventaris haakarmbak

20

Inventaris overige voertuigen

7

Werken op hoogte

7

Hydraulisch redgereedschap

8 / 15

Midlife update redgereedschap TAS

7

Pneumatisch gereedschap / hefkussen

10

Meetapparatuur (explosiegevaar-, CO2-meter etc)

2 / 5 / 10 / 15

Oppervlakteredding (redbord, redsets ed.)

5 / 10

Watertransportsysteem

15 / 20

Kettingzaag

5 / 10

Overdrukventilator

10

Draagbare motorspuit

10

Warmtebeeldcamera

7

Vakbekwaamheidsmiddelen Oefenaanhanger en oefencontainer

5 / 15

Oefenmiddelen (PPMO)

5 / 8 / 10

Simulatiecontainer

3

Oefenterrein

20 Tabel 8.14: afschrijvingstermijnen

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

99

Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Deze zijn gewaardeerd op nominale waarde voor zover nodig rekening houdend met mogelijke oninbaarheid. De voorziening oninbaarheid wordt bepaald op basis van de ouderdom van de openstaande posten per balansdatum (dynamische methode).

Overige activa Alle overige activa in de balans zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen van het programma Crisis- en Rampenbestrijding bestaat uit een algemene reserve voor Crisis- en Rampenbestrijding en een aantal bestemde reserves. Het eigen vermogen van het programma RAV bestaat uit de reserve aanvaardbare kosten RAV. Het eigen vermogen bestaat daarnaast uit het nog te bestemmen resultaat over het laatste boekjaar.

Voorzieningen De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan de kapitaalgoederen, waarin rekening is gehouden met de kwaliteitseisen die ter zake zijn geformuleerd. De voorziening niet-actief personeel is gevormd voor de afdekking van kosten voor niet-actief personeel. De kosten van niet-actief personeel in verband met FLO (functioneel leeftijdsontslag) kunnen worden gedeclareerd en maken daarom geen onderdeel uit van deze voorziening. Dit geldt voor beide programma’s. De voorziening verlofsparen is gevormd voor de opbouw van opgespaarde bovenwettelijke vakantie-uren. Deze uren kunnen in de toekomst worden ingezet op een manier die aansluit bij de persoonlijke levens- en carrièreplanning en het vitaliteitsbeeld van medewerkers en leiden daarom tot een verplichting met een niet voorspelbare op- en afbouw. De voorzieningen zijn nominaal gewaardeerd. Er wordt geen rente toegerekend aan de voorzieningen.

Voor zover niet anders is vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16998366/1