Bijlage 4. Procesnota paraplubestemmingsplan Kleinschalige opwekking windenergie (2)
Tekst van het document
Procesnota paraplubestemmingsplan “Kleinschalige opwekking windenergie”
Paraplubestemmingsplan : Kleinschalige opwekking windenergie Hoort bij raadsbesluit : 16 december 2021 In de procesnota gaan wij in op de ingediende zienswijzen. U kunt lezen of deze reacties zorgen voor aanpassingen in het vastgestelde bestemmingsplan of de daarbij behorende bijlagen. Ook hebben wij in deze nota andere aanpassingen opgenomen. Het gaat dan dus om aanpassingen die wij zelf hebben doorgevoerd. Wij eindigen deze nota met een totaaloverzicht van alle wijzigingen in het vastgestelde bestemmingsplan of de daarbij behorende bijlagen. Het gaat om de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. I. Procedure ontwerp paraplubestemmingsplan “Kleinschalige opwekking windenergie” Het paraplubestemmingsplan “Kleinschalige opwekking windenergie” maakt de realisatie van erfturbines (windturbines met een maximale ashoogte 20 meter) op of in de nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven in het buitengebied en op bedrijventerreinen van de gemeente Zaltbommel mogelijk. Het bestemmingsplan heeft als ontwerp vanaf 22 juni tot en met 15 september 2021 acht weken ter inzage gelegen. Verder is er op 6 september 2021 een informatieavond georganiseerd. II. Ingediende zienswijzen/ op tijd ingediend? Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn drie zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn ingediend door: 1.
De provincie Gelderland, schriftelijke zienswijze van 1 september 2021, ontvangen op 3 september 2021. 2. Een agrarisch bedrijf in het plangebied, schriftelijke zienswijze van 15 september 2021, ontvangen op 15 september 2021. 3. De Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV), schriftelijke zienswijze van 14 september 2021, ontvangen op 14 september 2021. De zienswijzen zijn voor het einde van die termijn verzonden c.q. ontvangen (deze termijn liep tot en met 15 september 2021). Wij concluderen dat de zienswijzen op tijd zijn ingediend. III. Samenvatting ingekomen inspraakreacties en beoordeling inspraakreacties Wij hebben de ingediende zienswijzen hieronder samengevat. Ook zijn de reacties van een beoordeling voorzien. We hebben de volledige reacties bij het bepalen van ons besluit meegenomen. Ook is aangegeven of deze leiden tot het aanpassen van het bestemmingsplan. De kopie van de zienswijzen en het vastgestelde paraplubestemmingsplan “Kleinschalige opwekking windenergie” met bijbehorende bijlagen (een versie met de voorgestelde wijzigingen) liggen ter inzage.
1
Ingekomen zienswijzen 1. Provincie Gelderland Argument 1 Gezien de energietransitie juicht de provincie de mogelijkheden voor erfturbines (kleinere windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) voor eigen bedrijfsvoering van (agrarische) bedrijven toe. Wel is de provincie van mening dat – als er provinciale belangen spelen (bijvoorbeeld natuur en/of landschap) - de locatiekeuze goed afgewogen moet worden. De provincie wil de mogelijkheid behouden om deze afweging (samen met de gemeente) te maken. De provincie adviseert de gemeente om alle provinciaal beschermde gebieden uit de reikwijdte van het paraplubestemmingsplan te halen, zodat zij te allen tijde kunnen blijven adviseren over ontwikkelingen in deze voor de provincie belangrijke gebieden. Commentaar gemeente: In het kader van de energietransitie kent de gemeente Zaltbommel een enorme opgave. De mogelijkheid tot het plaatsen van erfturbines op en nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven levert een (belangrijke) bijdrage aan de invulling van deze opgave. Daarom zijn wij blij dat de provincie Gelderland de mogelijkheden voor erfturbines (kleinere windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) voor eigen bedrijfsvoering van (agrarische) bedrijven toejuicht.
Gezien het voorstaande willen wij het toepassingsgebied en de reikwijdte van de regeling voor erfturbines (windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) op of nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven in het buitengebied en op bedrijventerreinen zo groot mogelijk maken en alle (agrarische) bedrijven gelijke mogelijkheden te bieden voor het plaatsen van een erfturbine op of nabij hun bouwvlak. Wij erkennen echter het provinciaal belang in gebieden met natuur- en/of landschappelijke waarden in het buitengebied van Zaltbommel. Op grond van artikel 2.4 (ruimtelijke randvoorwaarden buitengebied) van de bij de regels van het paraplubestemmingsplan behorende ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ mogen erfturbines binnen het Nationaal Landschap, het Gelders Natuur Netwerk, de Groene Ontwikkelingszone, het waardevol open gebied, een weidevogelgebied en de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet worden gerealiseerd, tenzij uit de bij de aanvraag om omgevingsvergunning behorende stukken blijkt dat de provincie hier geen bezwaar tegen heeft. Hiermee wordt, naar onze mening, tegemoet gekomen aan de wens van de provincie om te kunnen adviseren over eventuele plaatsing van erfturbines buiten het bouwvlak van (agrarische) bedrijven in provinciaal beschermde gebieden.
Hierover heeft overleg plaatsgevonden met de provincie en zij hebben ingestemd met de voorgestelde aanpassing van de bij de bestemmingsplanregels behorende beleidsregel. Deze zienswijze leidt tot aanpassing van het paraplubestemmingsplan. 2. Agrarisch bedrijf Argument 1 Naar mening van indiener worden er, door de koppeling met de energiekansenkaart van het Zon- en Windbeleid van de gemeente Zaltbommel, ten onrechte gebieden uitgesloten voor plaatsing van erfturbines (kleinschalige windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) op of nabij een bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf. Commentaar gemeente: In het kader van de energietransitie kent de gemeente Zaltbommel een enorme opgave. De mogelijkheid tot het plaatsen van erfturbines op en nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven levert
2
een (belangrijke) bijdrage aan de invulling van deze opgave. Daarom willen wij het toepassingsgebied en de reikwijdte van de regeling voor erfturbines (windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) op of nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven in het buitengebied en op bedrijventerreinen zo groot mogelijk maken en alle (agrarische) bedrijven gelijke mogelijkheden te bieden voor het plaatsen van een erfturbine op of nabij hun bouwvlak. De energiekansenkaart van het Zon- en Windbeleid van de gemeente Zaltbommel heeft betrekking op (commerciële) windturbines met een ashoogte vanaf 20 meter. Het voorliggende regeling heeft betrekking op erfturbines, met een maximale ashoogte tot 20 meter. De laatstgenoemde bouwwerken hebben (veel) minder landschappelijke en milieutechnische impact op de omgeving dan de (commerciële) windturbines als bedoeld in het Zon- en Windbeleid. Daarbij wordt in de voorliggende regeling voor erfturbines een duidelijke relatie gelegd met een bouwvlak voor een (agrarisch) bedrijf en de daarmee gepaard gaande bedrijfsactiviteiten. Gezien het bovenstaande wordt de koppeling met de energiekansenkaart windenergie losgelaten.
Hierdoor wordt in de gebieden die op deze kaart worden aangeduid als ‘windenergie niet mogelijk’ plaatsing van erfturbines (windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) op en nabij bouwvlakken van (agrarische) bedrijven, eventueel onder voorwaarden, planologisch mogelijk gemaakt. Deze zienswijzen leidt tot aanpassing van het paraplubestemmingsplan. Argument 2 De bij de bestemmingsregels van het paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’ behorende beleidsregel met daarin het toetsingskader voor erfturbines wordt als onnodig complex ervaren en is onoverzichtelijk. Indiener verzoekt gemeente om het in de beleidsregel opgenomen toetsingskader eenvoudiger en overzichtelijker te maken. Commentaar gemeente: Naar aanleiding van dit argument is kritisch gekeken naar de opzet en de bepalingen van de ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’. Deze beleidsregel is als bijlage 1 bij de bestemmingsregels van het parapluplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’ opgenomen en vormt daarmee een onlosmakelijk onderdeel van deze bestemmingsregels. De beleidsregel is verregaand vereenvoudigd en overzichtelijker gemaakt. Daarnaast zijn eventuele aanvullende onderzoeksverplichtingen voor initiatiefnemers gespecificeerd.
Hierbij is gezocht naar de balans tussen de wettelijke verplichting om aanwezige waarden te beschermen en kleinschalige opwekking windenergie door het plaatsen van erfturbines bij (agrarische) bedrijven te stimuleren. Het aangepaste toetsingskader kan schematisch als volgt worden weergegeven.
3
De aangepaste ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ maakt onderscheid in erfturbines met een ashoogte tot 15 meter en erfturbines met een ashoogte tussen 15 en 20 meter. Indien de beoogde erfturbine een ashoogte heeft tussen 15 en 20 meter en binnen het bouwvlak wordt geplaatst dan dient er een ecologische quickscan te worden aangeleverd. Uit de ecologische quickscan blijkt in ieder geval én in het bijzonder of er sprake is van verblijfplaatsen, vliegroutes of een belangrijk foerageergebied van vleermuizen of beschermde vogels. Indien deze soorten in de nabijheid van de beoogde locatie van de erfturbine aanwezig zijn, moet bij de positionering van een erftubine rekening worden gehouden met deze soorten, zodat het aanvaringsrisico wordt geminimaliseerd. Hiermee wordt het belang van eventueel aanwezige flora en fauna meegewogen in de beslissing omtrent de aanvraag om omgevingsvergunning voor een erfturbine. Indien een erfturbine met een ashoogte tussen 15 en 20 meter buiten het bouwvlak is gesitueert, dient initiatiefnemer naast een ecologisch quickscan ook een landschappelijk inrichtingsplan aan te leveren.
Het inrichtingsplan is een tekening met toelichting waarin in ieder geval wordt ingegaan op de plaatsing van de erfturbine en de bijbehorende bouwwerken, de kleurstelling en de maatregelen op grondniveau om de bijbehorende bouwwerken aan het zicht te onttrekken’. Daarnaast maakt het aangepaste toetsingskader onderscheid in erfturbines binnen het bouwvlak en erfturbines buiten het bouwvlak. Voor erfturbines buiten het bouwvlak dient, ongeacht de ashoogte van de erfturbine, een ecologische quickscan te worden aangeleverd. Verder geldt voor erfturbines buiten het bouwvlak in gebieden met een provinciaal belang dat uit de bij de aanvraag om omgevingsvergunning behorende stukken moet blijken dat de provincie Gelderland geen bezwaar heeft tegen plaatsing van de beoogde erfturbine (zie hiervoor ook onze reactie op de door de provincie ingediende zienswijze). Met deze sterk vereenvoudigde ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ en de aangebrachte focus in eventueel benodigde aanvullende onderzoeken c.q. informatie zijn wij van mening dat er een goede balans is tussen de wettelijke verplichting om de in de nabijheid van de beoogde erfturbine aanwezige waarden te beschermen en anderzijds het belang van kleinschalige opwekking windenergie bij (agrarische) bedrijven. Deze zienswijze leidt tot (gedeeltelijke) aanpassing van het paraplubestemmingsplan. 3.
NMV Argument 1 Naar mening van indiener worden er, door de koppeling met de energiekansenkaart van het Zon- en Windbeleid van de gemeente Zaltbommel, ten onrechte gebieden uitgesloten voor plaatsing van
4
erfturbines (kleinschalige windturbines met een maximale ashoogte van 20 meter) op of nabij een bouwvlak van een (agrarisch) bedrijf. Commentaar gemeente: Zie commentaar bij appellant 2 onder 1. Deze zienswijzen leidt tot aanpassing van het paraplubestemmingsplan. Argument 2 De bij de bestemmingsplanregels behorende beleidsregel met daarin het toetsingskader voor erfturbines wordt als onnodig complex ervaren en is onoverzichtelijk. Indiener verzoekt gemeente om het in de beleidsregel opgenomen toetsingskader eenvoudiger en overzichtelijker te maken. Commentaar gemeente: Zie commentaar bij appellant 2 onder 2. Daarnaast merken wij ten aanzien van de in het toetsingskader opgenomen randvoorwaarde met betrekking tot een verplichte planschadeovereenkomst op dat deze randvoorwaarde gehandhaafd blijft. Een omgevingsvergunning waarbij middels een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt afgeweken van het bestemmingsplan – zoals hier het geval – is een besluit waarop artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing is. De gemeente Zaltbommel sluit in dergelijke gevallen een overeenkomst met initiatiefnemer om de eventueel uit een dergelijk besluit voortvloeiende (financiële) schade bij initiatiefnemer in rekening te brengen. Er is geen aanleiding om hiervan af te wijken. Deze zienswijzen leidt tot (gedeeltelijke) aanpassing van het paraplubestemmingsplan. IV.
Voorgestelde aanpassingen/wijzigingen bij het vaststellen van het bestemmingsplan Toelichting Naar aanleiding van zienswijzen: De procesnota paraplubestemmingsplan “Kleinschalige opwekking windenergie” wordt als bijlage bij de toelichting opgenomen. Ambtshalve: Niet van toepassing Regels Naar aanleiding van zienswijzen: Niet van toepassing, de bij de bestemmingsregels behorende ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ is wel aangepast. Zie hiervoor ‘Bijlagen behorende bij regels’. Ambtshalve: In de bestemmingsregels van het paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’ is het begrip ‘kleinschalige windturbine’ vervangen door het begrip ‘erfturbine’. Daarnaast is de tabel in artikel 2 (Van toepassingverklaring) met twee bestemmingsplannen aangevuld.
Artikel 1.5 wordt gewijzigd in ‘Erfturbine: een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch vermogen uit wind, met een ashoogte van niet meer dan 20,00 meter Artikel 2 wordt gewijzigd in zoverre dat de lijst met bestemmingsplannen waarop de regels van het paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’ van toepassing zijn wordt aangevuld met de volgende bestemmingsplannen: 1. Buitengebied, Brakel van Heemstraweg 2, identificatienummer NL.IMRO.0297.BGBBPW20160001-VS01, vastgesteld 12 november 2019;
5
2. Brakel, Bedrijventerrein Kraaijenhoef, identificatienummer NL.IMRO.0297.BKLBP20120030VS0, vastgesteld 9 oktober 2014. 3. Nederhemert, de Ormeling 2011, identificatienummer NL.IMRO.0297.NHNBP20110008-VS01, vastgesteld op 13 september 2012 Artikel 4 wordt gewijzigd in ‘het bouwen van erfturbines is niet toegestaan, met uitzondering van erfturbines waarvan de bouw wordt toegestaan in de regels van een bestemmingsplan dat is genoemd in de tabel van Artikel 2 (Van toepassingverklaring) van dit plan. Artikel 5 wordt gewijzigd in ‘Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de regels van een bestemmingsplan dat is genoemd in de tabel van Artikel 2 (Van toepassingverklaring) van dit plan ten behoeve van het plaatsen van één (of meer) erfturbines, mits voldaan wordt aan het toetsingskader uit het ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ als opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels en indien deze beleidsregel gedurende de planperiode van dit plan wijzigt, rekening wordt gehouden met de wijziging.
Verbeelding Naar aanleiding van zienswijzen: Naar aanleiding van zienswijzen in het toepassingsgebied voor de plaatsing van erfturbines (windturbines met een ashoogte van maximaal 20 meter) vergroot. De gebieden die in het Zon- en Windbeleid van de gemeente Zaltbommel worden aangeduid als ‘windenergie niet mogelijk’ zijn opgenomen in de verbeelding behorende bij het paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’. Ambtshalve: De plangebieden van bestemmingsplannen ‘Buitengebied, Brakel van Heemstraweg 2’, identificatienummer NL.IMRO.0297.BGBBPW20160001-VS01, vastgesteld 12 november 2019 en en ‘Brakel, Bedrijventerrein Kraaijenhoef’ identificatienummer NL.IMRO.0297.BKLBP20120030VS0, vastgesteld 9 oktober 2014 en Nederhemert, de Ormeling 2011, identificatienummer NL.IMRO.0297.NHNBP20110008-VS01, vastgesteld op 13 september 2012 zijn opgenomen in het plangebied van het voorliggende paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’.
Bijlagen behorende bij regels Naar aanleiding van zienswijzen: De bij de bestemmingsregels van voorliggend paraplubestemmingsplan ‘Kleinschalige opwekking windenergie’ behorende ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ is sterk vereenvoudigd en overzichtelijker gemaakt. Daarnaast is meer focus aangebracht in de eventueel aan te leveren aanvullende onderzoeken c.q. informatie. Ambtshalve: De sterk vereenvoudigde ‘Beleidsregel toetsingskader kleinschalige hernieuwbare energie’ is, voor wat betreft de randvoorwaarden voor het buitengebied, aangevuld met de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Bedrijf – Buitendijks’. Hiermee wordt plaatsing van erfturbines, eventueel onder voorwaarden, ook bij deze bestemmingen planologisch mogelijk gemaakt. Behoort bij besluit van de raad van de gemeente Zaltbommel in zijn vergadering van 16 december 2021
6
De raad voornoemd,
de raadsgriffier,
de voorzitter,
drs. M.S.P Muurling
P.C. (Pieter) van Maaren
Bijlagen bij nota: -
7