CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Definitief adviesrapport VRGZ 2021-2023

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Jaarrekening 2021 Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (VRGZ)7.524 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen Maarten Nekeman Msc / Marcel Meier AA April 2022

Adviesrapport Jaarstukken 2021 & Begroting 2023 VRGZ

Rapport 2023 VRGZ beleids- of projectplan Map = Brieven en Adviesrapport

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ……..in één oogopslag Inleiding 1. Advies 1.1 Advies bij de jaarstukken 2021 1.2 Advies bij de begroting 2023 2. Kaders 2.1 BRN-normen 2.2 Overige kaders 3. Algemeen 4. Jaarstukken 2021 4.1 Algemeen 4.2 Controleverklaring accountant 4.3 Fiscaliteiten 4.4 Begroting 2021 en managementrapportages 4.5 Resultaatanalyse 4.6 Balanstoelichting 4.7 Voorstel bestemming resultaat 4.8 Deelnemersbijdragen 5. Gewijzigde begroting 2022 6. Begroting 2023 6.1 Algemeen 6.2 Financiële ontwikkelingen 6.3 BRN-Norm, BBV-Norm en overige kaders 6.4 Begrotingsanalyse 6.5 Deelnemersbijdragen 6.6 Meerjarenbegroting 7. Weerstandsvermogen 7.1 Algemene reserve 7.2 Bestemmingsreserves 7.3 Risico’s Bijlagen

1 2 3 4 4 4 5 5 7 8 8 8 8 9 9 9 12 12 15 16 16 16 17 18 20 20 21 21 21 22 22 1

1

……..in één oogopslag

VERMOGENSPOSITIE (bedragen x € 1.000)

JAARSTUKKEN 2021 (bedragen x € 1.000)

Goedkeurende accountantsverklaring Rekeningresultaat: RAV: 205 nadelig C&R: 1.994 voordelig Resultaatbestemming: Onttrekken reserve RAV: 205 Toevoegen algemene reserve C&R: 150 Uitkeren aan deelnemende gemeenten: 561 Toevoegen bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona: 15 Toevoegen bestemde reserve duiktaak: 130 Toevoegen aan bestemde reserve CAOontwikkelingen: 688 Toevoegen aan bestemde reserve wet- en regelgeving duurzaamheid : 450

Algemene reserve C&R 2.682 Norm Algemene reserve C&R 2.682 Bestemmingsreserves 924

Berg en Dal

Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen

Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen

BEGROTING 2023

Tiel

- BBV proof - voldoet aan de BRN- richtlijnen 2023 m.u.v. de CAO ontwikkelingen.

ADVIES - in te stemmen met de jaarstukken 2021 en het resultaatbestemmingsvoorstel - in te stemmen met de begroting 2023 - de meerjarenraming 2023-2025 voor kennisgeving aan te nemen

DEELNEMERSBIJDRAGEN Zie laatste bladzijde van dit rapport voor verdeling bijdragen naar gemeenten Totaal deelnemersbijdragen 2021

€ 41.355.554

Gewijzigde begroting 2022

€ 42.351.736

Gevraagde begroting 2023

€ 42.435.846

2

Inleiding Dit adviesrapport bevat de uitkomsten van de beoordeling van de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid (hierna VRGZ). Hierbij hebben wij een advies geformuleerd voor de zienswijze die de VRGZ vraagt aan de deelnemende gemeenten bij de begroting 2023, en een advies bij de vaststelling van de jaarstukken 2021 en resultaatbestemming 2021. Op 25 april 2022 hebben wij onze bevindingen besproken met Rob de Haan van de VRGZ.

Tijdschema zienswijze De VRGZ heeft de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 aan de deelnemende gemeenten op 30 maart 2022 aangeboden. Volgens de BRN-planning geven wij een advies aan de deelnemende gemeenten op 30 april 2022 en zullen gemeenten uiterlijk 23 juni 2022 hun zienswijze indienen. De vaststelling van deze begroting en jaarstukken door het AB is gepland op 30 juni 2022.

Werkwijze Adviesfunctie Voor de beoordeling van de jaarstukken en de begroting hebben de gemeenten in de Regio Nijmegen de Adviesfunctie Gemeenschappelijke Regelingen opgericht (hierna: Adviesfunctie). Als Adviesfunctie beoordelen wij de jaarstukken en de begroting en brengen hierover advies uit aan de regiogemeenten. Bijzonderheid bij de VRGZ is dat er meer gemeenten in de gemeenschappelijke regeling deelnemen dan alleen deze regiogemeenten. Vertrekpunt bij de beoordeling zijn de Begrotingsrichtlijnen Regio Nijmegen (BRN), die de gemeenten in de Regio Nijmegen vastgesteld hebben. Hieraan toetsen wij. Vanaf de BRN 2019 is er een nieuwe indexeringssystematiek van toepassing. De VRGZ heeft een ietwat afwijkende systematiek vast laten stellen in het Algemeen Bestuur (8 november 2018). Kort gezegd is de index op de gemeentelijke bijdragen voor 2023 voor de VRGZ bepaald op 0,6%. Deze indexering bestaat uit een nacalculatie 2021 van -1.37% en een voorcalculatie 2022 van 1,97%. Voor een uitgebreide toelichting op de indexeringssystematiek verwijzen wij naar de BRN 2023. Wij hebben de bijzonderheden die gelden voor de VRGZ verder in dit rapport toegelicht. Onze beoordeling van de jaarstukken richt zich op de financiële verantwoording en het voorstel over de bestemming van het resultaat.

Op basis van de accountantscontrole gaan wij uit van de juistheid van de jaarrekeningcijfers en richten wij ons op een beoordeling van deze cijfers. Daarbij nemen wij de bevindingen in het accountantsverslag mee. Daarmee valt een inhoudelijke beoordeling van geleverde prestaties buiten de scope van onze werkzaamheden. Onze beoordeling van de begroting richt zich allereerst op het realiteitsgehalte van de raming en de toepassing van de BRN-normen en richt zich vooral op het jaar 2023. De meerjarenraming gebruiken wij met name als basis voor de beoordeling van de vermogenspositie. Een inhoudelijke beoordeling van beleidsvoornemens valt buiten de scope van onze werkzaamheden. Zowel bij de jaarstukken als de begroting nemen wij de risico’s en de risicobeheersing in ogenschouw en beoordelen wij de vermogenspositie, en met name het verloop van de algemene reserve.

3

1. Advies 1.1

Advies bij de jaarstukken 2021

Wij adviseren de deelnemende gemeenten van de VRGZ om: A.

In te stemmen met de jaarstukken 2021 en het positieve resultaat van €1.789.000

Crisis- en rampenbestrijding (C&R) In te stemmen met de door het Dagelijks Bestuur van de VRGZ gedane bestemmingsvoorstellen van het positieve resultaat van € 1.994.000: B. C. D. E. F. G.

€ 150.000 toe te voegen aan de algemene reserve Crisis- en Rampenbestrijding tot aan 5% van de baten € 561.000 uit te keren aan de deelnemende gemeenten € 15.000 toe te voegen aan de bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden € 130.000 toe te voegen aan de bestemde reserve duiktaak. € 688.000 toe te voegen aan de bestemde reserve cao-ontwikkelingen (er is t.o.v. de BRN richtlijn een afwijkende systematiek toegepast, bovendien niet opgenomen in de kaderbrief 2023. € 450.000 toe te voegen aan de bestemde reserve wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid.

Regionale Ambulance Voorziening (RAV) In te stemmen met het bestemmingsvoorstel om het negatieve resultaat van € 205.000. H. Het resultaat te onttrekken aan de (algemene) reserve aanvaardbare kosten RAV.

1.2

Advies bij de begroting 2023

Wij adviseren de deelnemende gemeenten van VRGZ om: A. B.

In te stemmen met de begroting 2023. We merken wel op dat voor een bedrag van € 688.000 is afgeweken van de BRN richtlijn als gevolg van de CAO-ontwikkelingen. Kennis te nemen van de meerjarenbegroting 2024-2026.

Wij adviseren de deelnemende gemeenten om de risico’s van € 4.350.000, voor zover deze de algemene reserve C&R van de VRGZ van € 2.682.000 overstijgen, op te nemen in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (zie toelichting in hoofdstuk 7.3). Dit naar rato van deelname. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 1.668.000.

4

2. Kaders 2.1

BRN-normen

De algemene normering zoals opgenomen in de BRN 2023 luidt als volgt: De BRN-indexering op de gemeentelijke bijdragen wordt bepaald op en gaat uit van: 1. Het centraal economisch plan (CEP), gepubliceerd in maart 2021. Het gaat dan om het CEP 2021 bijlage Middelen en Bestedingen 2023. 2. Uit de onder 1 genoemde bijlage wordt genomen: a. de “beloning werknemers overheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen“ als indexering voor het loondeel; b. het Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie” als indexering voor de materiële lasten. 3. Deze indexering wordt met een weging van 70% voor loon en 30% voor materieel berekend tot één BRNindex voor de gemeentelijke bijdragen. 4. Er wordt één jaar geactualiseerd, gebaseerd op de gegevens uit de MEV septemberpublicatie 2021. Het gaat dan om de bijlage Middelen en bestedingen 2022. Deze actualisatie is verwerkt in de BRN-index 2023.

De BRN-norm voor 2023 is 2,70% Berekening Publicatie CEP-maart 2020: index 2022 is 1,98 % (loon 2,10%, materieel 1,70%) Publicatie CEP-maart 2021: index 2023 is 1,97 % (loon 2,0%, materieel 1,90%) Publicatie MEV-september 2021 : index 2022 is 2,71 % (loon 3,1%, materieel 1,80%) Publicatie CEP maart 2020 Index 2022 BRN 2022 publicatie CEP- maart / MEV-september Index 2023 (CEP-maart 2021) Actueel index 2022 (MEV-sept. 2021) Meegenomen index 2022 (CEP- maart 2020) Actualisatie/correctie index 2022 BRN 2023

[1] [2] [3]

1.98% 0.24%

1,97%

[2] [3] [1] [3]-[1]

2,71% 1,98% 0,73% 2,70%

De GGD, VRGZ en ODRN hebben een afwijkende indexering en zullen dan ook hun eigen berekening volgen (voor uitwerking zie pagina 6). Volgens info van GGD, VRGZ en ODRN zal de voorcalculatorische index 2022 resp. 1,98% (GGD en ODRN i.v.m. weging personeel/materieel) en 1,97% voor de VRGZ zijn. De nacalculatie over 2021 (loonindex) gaat via de reserve en betreft -1,53% voor de GGD en -1.37% voor de VRGZ . De totaal index van de begroting 2023 bestaat uit voorcalculatie 2023 en de nacalculatie 2021. Totaal index begroting 2023: VRGZ: 0,60% = 1,97% - 1,37%

5

De regelgeving met betrekking tot de indexering zoals door het AB van de VRGZ is vastgesteld: Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage De indexering van de gemeentelijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van een tweetal indexen; een loonindex en een materiële index. Een voorbeeld normering: ▪ Loonindex Voor de loonindex wordt het centraal economisch plan (CEP) gepubliceerd in maart 2018 gebruikt als basis voor indexering. Het gaat dan om het CEP 2018 bijlage Middelen en Bestedingen 2020. Uit deze bijlage wordt genomen: ‘beloning werknemersoverheidssector, prijsmutatie uit de kolom bestedingen’ als indexering voor het loondeel. Er wordt eenmalig nagecalculeerd aan het einde van het begrotingsjaar. De nacalculatie is gebaseerd op de werkelijke lastenontwikkeling zoals deze volgt uit: ▪ de cao voor gemeenteambtenaren; ▪ de pensioenpremies vanuit het ABP; ▪ de sociale premies vanuit het Rijk (loonbelasting en premies volksverzekeringen). Het verschil tussen de voorcalculatie en werkelijke ontwikkeling wordt ten gunste of ten laste van de algemene reserve gebracht, daarnaast wordt de werkelijke ontwikkeling verwerkt in de meerjarenraming. ▪ Materiële index Ook voor de materiële index wordt het centraal economisch plan (CEP), bijlage Middelen en Bestedingen 2020 gepubliceerd in maart 2018, gebruikt als basis.

Uit deze bijlage wordt ‘Bruto Binnenlands Product marktprijzen, prijsmutatie’ gebruikt als indexering voor de materiele lasten. ▪ Verhouding loonindex / materiële index De VRGZ houdt een verhouding van 70/30 aan. In de begroting 2023 van de VRGZ is de index van 0,6% toegepast. De nieuwe CAO is pas per Januari 2022 vastgesteld en gaat met terugwerkende kracht in per 2021. Doordat de nieuwe CAO pas in januari 2022 is vastgesteld, kom deze niet meer worden opgenomen in de BRN-richtlijnen 2023. De nacalculatie 2022 bedraagt 1,62% en is in de begroting 2023 verwerkt.

Generieke korting voor het jaar 2023. De regiogemeenten Rijk van Nijmegen hebben in het PFO van 7 oktober 2019 afgesproken om na indexering van de GR-budgetten (op de bijdrage gemeenschappelijke regelingen) een generieke korting structureel toe te passen van 1% in 2021, 2% in 2022 en 3% vanaf 2023. In het PFO van 29 november 2021 is bovenstaande besluit als volgt herzien: de generieke korting maakt geen onderdeel meer uit van de BRN-richtlijnen 2023. Dit betekent dat de eerder afgesproken generieke korting van 3% voor het jaar 2023 geen onderdeel meer is van de BRN-richtlijnen.

6

2.2

Overige kaders

De VRGZ heeft in haar begroting ook de financiële spelregels opgenomen. Hierbij gaat zij in op de volgende onderwerpen: Begroten o P&C-cyclus o Relatie beleid-financiën o Structureel sluitende begroting o Reguliere jaarlijkse indexering van de gemeentelijke bijdrage (zie hiervoor) o Prijspeilaanpassingen o Uitzettingen o Onvoorzien (voor programma C&R: 0,35% van de begrote baten) o Verantwoording kosten bedrijfsvoering Tussentijdse begrotingswijzigingen o Wijzigingen binnen de financiële kaders o Wijzigingen buiten de financiële kaders o Resultaatbestemming Risicomanagement, weerstandsvermogen en reservepositie o Risico’s o Weerstandscapaciteit o Weerstandsvermogen o Reservepositie

7

3. Algemeen Een belangrijk document voor de VRGZ is het Regionaal Beleidsplan 2020-2023, dat in 2019 is vastgesteld. Daarnaast is momenteel Corona / Covid-19 een belangrijk aandachtspunt, met name in de jaarstukken. Op diverse plekken gaat de VRGZ hier nader op in.

4. Jaarstukken 2021 4.1

Algemeen

In het voorwoord vermeldt de VRGZ dat het jaar 2021 weer een bijzonder jaar is geweest voornamelijk door het voortduren van de coronacrisis. Ondanks deze ervaring zijn de hoofdtaken van de VRGZ, de operationele diensten brandweer en ambulancezorg, de meldkamer en de voorbereiding en bestrijding van de crisis- en rampenbestrijding, deugdelijk verricht. De activiteiten van de VRGZ zijn uitgevoerd binnen de raming van de begroting 2021. Vanwege de coronacrisis heeft op onderdelen opnieuw een incidentele onderbesteding van budgetten plaatsgevonden.

In hoofdstuk 1 van de jaarstukken (‘Inleiding en ontwikkelingen’) gaat de VRGZ in op de bijzondere ontwikkelingen en in hoofdstuk 2 en 3 worden de inhoudelijke resultaten van 2021 beschreven.

4.2

Controleverklaring accountant

Op 15 april 2022 heeft de accountant een goedkeurende accountantsverklaring afgegeven bij de jaarrekening 2021 van de VRGZ. Het oordeel van de accountant over de jaarrekening 2021 is als volgt: Wij hebben de jaarrekening 2021 van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid te Nijmegen gecontroleerd. Naar ons oordeel: • Geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid op 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). • Zijn de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen van de gemeenschappelijke regeling, zoals opgenomen in het normenkader. Er is dus sprake van een goedkeurende accountantsverklaring.

8

4.3

Fiscaliteiten

Vanaf 2016 geldt de vennootschapsbelastingplicht voor overheidsinstellingen. Samen met andere veiligheidsregio’s heeft de VRGZ bekeken wat hiervan de consequenties zijn. De veiligheidsregio’s zijn hierbij bijgestaan door BDO Accountants & Adviseurs. Op basis van de huidige informatie is de verwachting dat er geen sprake is van een vennootschapsbelastingplicht. Volgens de VRGZ is er op landelijk niveau overeenstemming over een groot aantal activiteiten. Sommige regio’s hebben afwijkende activiteiten waar geen landelijke afspraken voor gelden. De VRGZ heeft die niet, behoudens een aantal activiteiten (zoals detachering van personeel) waar geen discussie over bestaat (want die zijn vpbplichtig). Die activiteiten worden op basis van kostendekkendheid in rekening gebracht en zijn op dit moment niet winstgevend.

4.4

Begroting 2021 en managementrapportages

De begroting 2021 is na vaststelling door het algemeen bestuur nog op diverse onderdelen gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn in de begroting 2021 verwerkt. De begrotingswijziging inzake het onderhoud van (openbare) geboorde putten had effect op de gemeentelijke bijdragen. 1. 2.

3.

4.5

Verschuivingen binnen het programma C&R € 31.000 Dit betreft budgettair neutrale verschuivingen ten behoeve van een betere allocatie en presentatie. Onderhoud geboorde putten € 71.000 Met ingang van 2021 is het onderhoud van (openbare) geboorde putten overgedragen van de veiligheidsregio naar de gemeenten. Dat resulteert in een verlaging van de gemeentelijke bijdrage ten bedrage van € 71.000. Resultaatbestemming € 420.000 Als gevolg van andere prioriteitstellingen die het gevolg waren van de coronapandemie heeft in 2020 op diverse plekken binnen de organisatie een aantal taken geen doorgang kunnen vinden. Deze middelen zijn en worden besteed in 2021 t/m 2023. Hiervoor is in de oorspronkelijke begroting 2021 geen extra budget opgenomen. Daarom is uit het positieve resultaat van 2020 een bestemde reserve gevormd van € 699.000, voor de uitvoering van deze doorgeschoven werkzaamheden. Van dit bedrag heeft € 290.000, betrekking op 2021. Het Algemeen Bestuur is in november 2020 akkoord gegaan met het afsluiten van een DVO tussen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Brabant-Noord voor 2021 voor de uitvoering van de duiktaak. De kosten van deze overeenkomst bedragen € 130.000, voor het jaar 2021. Voor de dekking is een bestemde reserve gevormd.

Resultaatanalyse

Onderstaand een overzicht van de begrote en gerealiseerde saldi in 2021.

C&R jaar 2021; bedragen x € 1.000 Saldo baten -/- lasten uit gewone bedrijfsvoering reservemutaties te bestemmen resultaat

begroot

RAV

realisatie

-620

1.639

begroot 0

Totaal VRGZ

realisatie

begroot

realisatie

-205

-620

1.434

620

355

0

0

620

355

0

1.994

0

-205

0

1.789

9

Het jaar 2021 sluit op beide programma’s samen met een overschot van € 1.789.000. De bijgestelde begroting 2021 gaf een negatief resultaat van € 620.000. Onderstaand worden de belangrijkste verschillen tussen de bijgestelde begroting en de realisatie 2021 samengevat en van eventuele opmerkingen voorzien. De aandacht gaat hierbij vooral uit naar het met gemeentegeld bekostigde programma C&R. Programma Crisis- & Rampenbestrijding De begroting van het programma C&R sloot, na inzet van de bestemde reserves op nul. Het uiteindelijke positieve resultaat (€ 1.994.000) is grotendeels incidenteel van aard. Het is voornamelijk veroorzaakt door lagere uitgaven als gevolg van de coronacrisis, door minder buitenbranden en minder uitrukken voor loze meldingen. Daarnaast hebben minder fysieke opleidingen en oefeningen plaats kunnen vinden. Deze ontwikkelingen hebben bijgedragen aan lagere vrijwilligersvergoedingen. In verband met problemen met levertijden hebben leveringen en diensten later plaatsvonden en is vertraging ontstaan in de landelijke aanbesteding voor dienstvoertuigen. Dit heeft geleid tot lagere kapitaallasten. Als gevolg van de coronacrisis zijn er ook extra kosten gemaakt (zie paragraaf 5.13 van bijgevoegde jaarstukken). Hiervoor is geen declaratie ingediend gezien de geringe omvang van de meerkosten (€ 83.000) in relatie tot het positieve resultaat. Omschrijving

Verschil met begroting

Bedragen x € 1.000

v=voordelig; n=nadelig

Hogere bijdragen rampenbestrijding € 158 De werkelijk toegekende bijdrage voor 2021 van het rijk (BDuR) viel hoger uit dan begroot.

140 v

Hogere bijdrage van het Rijk ten behoeve van de 25KV-lijnen door een hogere index.

18 v

Hogere overige opbrengsten € 1.752 Detachering medewerkers aan andere organisaties.

326 v

Hogere doorbelasting aan de gemeente Nijmegen voor FLO door extra pensioenstortingen en opleidingskosten

1.286 v

(zie ook personeelskosten). Hogere doorbelasting aan de GGD.

115 v

Hogere opbrengsten verkoop afgeschreven materieel.

25 v

Hogere personeelskosten € 450 Hogere FLO-kosten brandweermedewerkers. Deze kosten worden vergoed door de gemeente Nijmegen (zie ook opbrengsten). Lagere vrijwilligersvergoeding als gevolg van Corona.

1.286 n 551 v

Lagere lasten brandweercentralisten omdat formatie niet volledig is ingevuld.

225 v

Dotatie voorziening niet-actief personeel

339 n

Extra uitzetting loonkosten i.v.m. CAO-verhoging

130 n

Inhuurkosten extra medewerkers alg gevolg van bovengemiddeld ziekteverzuim.

48 n

Lagere kosten voor optimalisatie van het documentair informatiesysteem.

120 v

Vrijval voorziening niet-actief personeel als gevolg van een nieuwe dienstbetrekking voor oud medewerker

151 v

Lagere reiskosten

86 v

Minders kosten voor personeelsactiviteiten

75 v

Minder uitgaven inzake nieuwe werkkleding

178 v

Hogere overige personeelskosten

33 n

10

Lagere kapitaallasten € 388 De kapitaallasten zijn lager uitgevallen dan begroot. De reden hiervoor zijn uitgestelde investeringen als gevolg van de coronacrisis (zie bijlage 6.5 Investeringen). Dit zal ook voor 2022 het geval zijn. Deze doorschuivingen hebben geen invloed op de dienstverlening van de veiligheidsregio.

388 v

Lagere overige bedrijfskosten 411 De huisvestingskosten zijn hoger uitgevallen dan begroot. Het betreft meerkosten voor onderhoud (€71.000), gladheidsbestrijding (€ 70.000), extra huisvestingskosten (€ 53.000) en extra schoonmaakkosten door de

211 n

aanscherping van hygiëneregels (€ 49.000). Er zijn voordelen gerealiseerd door een onderbesteding aan huurlasten (€ 17.000) en overige onderschrijdingen (€ 15.000). Ten behoeve van de bescherming van de medewerkers tegen het coronavirus zijn extra persoonlijke

49 n

beschermingsmiddelen aangeschaft. Deze aanschaf was niet begroot. Lagere kosten communicatieapparatuur. De hostingkosten voor de kantoorautomatisering vallen lager uit als gevolg van de uitbreiding bij de GGD, waardoor een aantal vaste lasten gedeeld wordt. De licentiekosten voor 2 softwarepakketten zijn ten onrechte volledig in 2020 verwerkt, dit leidt tot een incidenteel voordeel van

342 v

€80.000,-. Voor de inrichting van het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) was een bedrag van € 100.000 begroot, maar niet uitgegeven. Daarnaast zijn de kosten voor telefonie in 2021 lager uitgevallen dan begroot. Lagere kosten wagenpark en werkmaterieel.

57 v

Hogere kosten kantoormiddelen

7n

Extra kosten inzake dienstverlening door derden.

22 n

Interne doorbelasting ondersteunende diensten

45 v

Diverse overige bedrijfskosten. Als gevolg van het vele thuiswerken en het digitale vergaderen is in 2021 in totaal € 70.000,- minder uitgegeven aan kantine- en vergaderkosten dan begroot. Een mix van overige

75 v

bijstellingen leidt per saldo tot een extra onderbesteding van € 5.000. De post onvoorzien is niet ingezet. Hierdoor ontstaat een verschil ten opzichte van de begroting van € 181.000.

181 v

De VRGZ heeft op pagina 58 tot en met 64 van de jaarrekening 2021 een uitgebreide analyse van het resultaat gegeven. Programma Regionale Ambulance Voorziening Het programmaresultaat van RAV is € 205.000 negatief, terwijl een saldo van € 0 was begroot. Het grootste voordelige verschil wordt veroorzaakt door het budget aanvaardbare kosten. Deze opbrengsten zijn € 2.418.000 hoger dan geraamd. Dit heeft de volgende oorzaken. In 2020 zijn de uitkomsten van het regio specifieke onderzoek financiering en bekostiging vertaald naar nieuwe budgetafspraken met verzekeraars. In 2021 is een aantal parameters landelijk bijgesteld, zodat deze passend waren bij de opbrengsten. Voor verdere toelichting op het budget aanvaardbare kosten verwijzen wij naar hoofdstuk 5.8 van de jaarrekening 2021 van de VRGZ. Andere voordelige verschillen hebben betrekking op hogere rijkssubsidies (€ 169.000) en overige opbrengsten (€ 293.000) Het belangrijkste nadelige verschil betreft de personeelskosten (€ 2.923.000). Er is meer formatie ingezet dan geraamd en daarnaast is er sprake van meer inhuur van uitzendkrachten als gevolg van (langdurig) ziekteverzuim. Daarnaast zijn er extra kosten bijgekomen inzake overwerk. Tevens zijn de opleidingskosten hoger uitgevallen. Door de samenvoeging van de meldkamers Arnhem en Nijmegen waren de totale reiskosten hoger dan begroot.

Aan de andere kant hebben de coronamaatregelen geresulteerd in lagere kosten voor personeelsactiviteiten en

11

teambuilding. In 2021 heeft ten behoeve van nieuwe instroom in de voorziening niet-actief personeel een dotatie plaatsgevonden van € 233.000,-. Een bijstelling in een lopende zaak heeft geleid tot een vrijval van € 33.000.

4.6

Balanstoelichting

In de balans vallen enkele zaken op: De investeringen in 2021 (totaal € 9.861.000) bestaan voor het grootste deel uit voertuigen en bepakkingen (€ 7.390.000), gebouwen (€ 1.858.000) en inventaris (€ 241.000). Alle uitzettingen hebben een looptijd < 1 jaar. Alle overtollige liquide middelen worden uitgezet bij het Rijk. De uitzettingen Rijks schatkist zijn sterk afgenomen. In 2021 zijn twee leningen volledig afgelost en geen nieuwe leningen afgesloten. De vooruitbetaalde bedragen betreffen met name vooruitbetaalde onderhoudscontracten, verzekeringspremies en abonnementen. Een deel van deze bedragen valt hoger uit dan eind 2020. De mutaties van de reserves betreffen de bestemming van het saldo 2020: er is € 813.000 toegevoegd aan de reserve aanvaardbare kosten RAV en er is € 710.000 toegevoegd aan de algemene reserve C&R. Het Algemeen Bestuur heeft op 24 juni 2021 besloten om uit het jaarresultaat € 699.000 te onttrekken voor een nieuw te vormen bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden (€ 225.000 voor 2021) en € 130.000 voor een bestemde reserve duiktaak. Voor meer informatie over de vermogenspositie verwijzen wij naar hoofdstuk 7 van dit rapport.

4.7

Voorstel bestemming resultaat

Voorstel bestemming resultaat 2021 Bedragen x € 1.000 Gerealiseerd resultaat Toevoeging algemene reserve C&R Uit te keren aan deelnemende gemeenten Toevoeging bestemde reserve meldkamer Toevoeging bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden Toevoeging bestemde reserve duiktaak Toevoeging bestemde reserve cao-ontwikkelingen Toevoeging bestemde reserve wet- en regelgeving duurzaamheid Onttrekking reserve aanvaardbare kosten RAV Totaal resultaat

C&R

RAV

1.994 150 561 0 15 130 688 450

-205

-205 1.789

Algemene reserve C&R

Indien positieve resultaten behaald worden, geldt als bestuurlijk uitgangspunt dat dit resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve tot de bestuurlijke norm. De bestuurlijke norm wordt niet bereikt doordat de omzet gestegen is t.o.v. 2020. Daarom wordt voorgesteld om € 150.000 van het positieve resultaat van 2021 toe te voegen aan de algemene reserve. Hiermee komt de algemene reserve uit op 5% van de omzet. Uit te keren aan deelnemende gemeenten Nadat de algemene reserve is opgehoogd tot de bestuurlijke gewenste norm van 5,0% en de mutaties van de bestemde reserves hebben plaatsgevonden blijft er een bedrag over van € 561.000. Het voorstel is om dit bedrag uit te keren aan de deelnemende gemeenten naar rato van de bijdrage in 2021.

12

Terugbetaling Gemeenten

aan gemeenten

Berg en Dal

32.417

Beuningen

19.705

Buren

29.932

Culemborg

27.430

Druten

15.110

Heumen

16.891

Maasdriel

24.637

Neder-Betuwe

22.704

Nijmegen

194.864

Tiel

37.084

West Betuwe

55.394

West Maas en Waal

20.256

Wijchen

35.548

Zaltbommel

29.028

Totaal

561.000

Bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden door corona In 2020 hebben diverse werkzaamheden niet of in mindere mate plaatsgevonden. Hierdoor is het resultaat in 2020 incidenteel positiever. Voor onderstaande onderwerpen zullen de lasten in de komende jaren echter alsnog op de VRGZ afkomen. Om gemeenten niet met ongewenste meerkosten in de bijdrage te confronteren heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met de vorming van een bestemde reserve van € 699.000 uit het jaarresultaat 2020 voor onderstaande werkzaamheden: Archiefverbetering 329.000 Onderhoud 170.000 Kwetsbaarheden HRM 100.000 Crisisorganisatie 50.000 Rechtmatigheid 50.000 In 2021 is een groot deel van de werkzaamheden conform planning uitgevoerd. Op twee punten (onderhoud en archiefverbetering) wordt voorgesteld om dit deel van de onttrekking in 2021 weer toe te voegen (archiefverbetering). Dit betreft een bedrag van € 55.000. Verder is in 2021 € 40.000 extra uitgegeven aan het achterstallig onderhoud kazernes dan geraamd. Per saldo leidt dit tot een toevoeging aan de reserve van € 15.000. Bestemde reserve duiktaak In 2021 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het voorstel om de dienstverleningsovereenkomst met de veiligheidsregio’s Gelderland-Midden en Brabant-Noord structureel voort te zetten. Het voorzien in een duiktaak betreft een uitbreiding van de brandweerzorg.

Dit brengt vanaf 2022 extra kosten ten bedrage van € 130.000 met zich mee. In de conceptbegroting 2023 wordt daarom voorgesteld om de gemeentelijke bijdrage met dit bedrag te verhogen. Voor het jaar 2022 is de dekking nog niet geborgd. Voorgesteld wordt om voor 2022 een bestemde reserve te vormen van € 130.000. Bestemde reserve cao-ontwikkelingen Overeenkomstig wat is beschreven in de Kaderbrief 2023 wordt in de programmabegroting 2023 voor de gemeentelijke bijdrage een indexering toegepast van 0,6% (gebaseerd op de door het bestuur vastgestelde standaard uitgangspunten). Omdat de nieuwe cao is vastgesteld in januari 2022 kon de bijbehorende

13

loonontwikkeling niet worden meegenomen in de Kaderbrief 2023. Omdat de nacalculatie van de werkelijke index conform vastgestelde methodiek pas plaatsvindt in de eerstvolgende begroting, zijnde 2024, leidt deze loonontwikkeling in de begroting 2023 tot een tekort van € 688.000. Voorgesteld wordt om voor dit incidentele tekort een bestemde reserve te vormen. Deze is als volgt opgebouwd: % wijziging

% effect loonsom

Cumulatief

Loonindex (ingang per 01-12-2021)

1,50%

1,50%

101,50%

01-01-22

Pensioenpremies + 0%

0,00%

0,00%

101,50%

01-01-22

Opslag kinderopvang

0,50%

0,50%

102,01%

01-01-21

Premie Gedifferentieerd WHK

0,03%

0,03%

102,04%

01-01-21

Premie WAO/WIA

-0,22%

-0,22%

101,81%

01-01-21

Premie werkgever zorgverzekeringswet (ZVW)

0,05%

0,05%

101,86%

01-04-22

Loonindex

2,40%

2,40%

104,31%

01-01-23

Loonindex

0,00%

0,00%

104,31%

Datum

Salariscomponent

01-01-22

Hier moet dan de voorcalculatie nog van af. Indexering 2024

VRGZ

Nacalculatie 2022 Loonindex

4,31%

Opgenomen in B2022

2,10%

Materiële index Totaal nacalc. 2022

Factor

VRGZ

0,70

3,02%

0,70

-1,40%

geen nacalculatie 1,62%

De 1,62% x gemeentelijke bijdrage is € 688.000,-. Bestemde reserve wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid Het wordt voorgesteld om voor een bedrag van € 450.000 een bestemde reserve te vormen in verband met de weten regelgeving op het gebied van duurzaamheid voor een tweetal onderwerpen: Op dit moment wordt binnen de brandweer gebruik gemaakt van een fluorhoudend schuimvormende middel (SVM). In dit middel zit onder andere de stof PFAS die schadelijk is voor mens en milieu. In 2025 wordt het gebruik van fluorhoudend schuim verboden. Daarom is het noodzakelijk dat de komende jaren een overgang wordt gemaakt van fluorhoudend SVM naar fluorvrij SVM. Naast het inkopen van nieuw fluorvrij schuim zal het fluorhoudende schuim moeten worden afgevoerd, materialen worden aangepast op dit nieuwe schuim en zullen de brandweermedewerkers extra moeten worden getraind. De lasten hiervan bedragen in totaal € 300.000. Met betrekking tot diesel motor emissie (DME) geldt dat de wettelijke normering is gewijzigd. Hierdoor is het noodzakelijk dat aanpassingen aan panden en/of materieel de komende tijd plaatsvinden. Deze aanpassingen zijn nodig om de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen te verminderen. Gezien de omvang van de aanpassing zal dit over meerdere jaren plaatsvinden. Uit een eerste onderzoek blijkt dat ongeveer € 150.000 nodig is om te voldoen aan de nieuwe normering.

Reserve aanvaardbare kosten RAV Positieve en negatieve resultaten worden altijd verrekend met de reserve aanvaardbare kosten RAV. De RAV wordt gefinancierd door zorgverzekeraars. Gemeenten dragen hier niet aan bij.

14

4.8

Deelnemersbijdragen

In onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage van gemeenten weergegeven. Ten opzichte van de primaire begroting 2021 heeft de volgende wijziging plaatsgevonden: het onderhoud van (openbare) geboorde putten wordt m.i.v. 2021 niet meer door de veiligheidsregio uitgevoerd. De bijdrage voor de betreffende gemeenten is met ingang van 2021 met dit bedrag verlaagd.

Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal

Gemeentelijke bijdrage 2021 2.389.709 1.452.594 2.211.320 2.035.328 1.113.845 1.247.820 1.816.182 1.675.289 14.364.914 2.733.768 4.113.166 1.500.409 2.632.586 2.139.910 41.426.840

Onderhoud geboorde putten

-4.791 -13.260 -2.670 -1.595

-29.686 -7.181 -12.103 -71.286

Gewijzigde bijdrage 2021 2.389.709 1.452.594 2.206.529 2.022.068 1.113.845 1.245.150 1.816.182 1.673.694 14.364.914 2.733.768 4.083.480 1.493.228 2.620.483 2.139.910 41.355.554

15

5. Gewijzigde begroting 2022 Nadat de begroting 2021 was vastgesteld, heeft de VRGZ nog enkele wijzigingen verwerkt. Deze aanpassingen betreffen kostenneutrale verschuivingen, de financiële vertaling van de resultaatbestemming 2021 die het gevolg is van gewijzigde milieuwetgeving en de inrichting van de duiktaak en daarnaast nog de inrichting van nieuwe taken bij de VRGZ als gevolg van gewijzigde wetgeving in het kader van rechtmatigheid. Verschuivingen De verschuivingen hebben plaatsgevonden ten behoeve van een beter inzicht en een betere presentatie en zijn budgettair neutraal. Daarnaast tracht de VRGZ uitzettingen zo veel als mogelijk op te vangen binnen de eigen begroting. Een aantal verschuivingen binnen deze kolom heeft hier betrekking op. Resultaatbestemming Als gevolg van gewijzigde wet- en regelgeving zullen in 2022 en 2023 aanpassingen aan panden plaatsvinden om te voldoen aan de wettelijke normering ten aanzien van diesel motor emissie (DME). Daarnaast wordt op dit moment binnen de brandweer gebruikgemaakt van een fluorhoudend schuimvormende middel (SVM). In dit middel zit onder andere de stof PFAS die schadelijk is voor mens en milieu. In 2025 wordt het gebruik van fluorhoudend schuim verboden. Daarom is het noodzakelijk dat de komende jaren een overgang wordt gemaakt van fluorhoudend SVM naar fluorvrij SVM.

Naast het inkopen van nieuw fluorvrij schuim zal het fluorhoudende schuim moeten worden afgevoerd, moeten materialen worden aangepast op dit nieuwe schuim en zullen de brandweermedewerkers extra worden getraind. Beide wijzigingen leiden in 2022 en 2023 incidenteel tot extra uitgaven. Voorgesteld is om deze extra uitgaven te dekken uit het positieve resultaat van 2021. Concerncontroller Als gevolg van de gewijzigde wet- en regelgeving ligt de rechtmatigheidsverantwoording met ingang van het verslagjaar 2022 bij het Dagelijks Bestuur in plaats van bij de accountant. Hiervoor is een nieuwe functie Concerncontroller ingericht om het bestuur hierbij te ondersteunen. Inrichting van de duiktaak Het voorstel is om deze uitzetting in 2022 incidenteel te dekken uit het positieve resultaat van 2021.

6. Begroting 2023 6.1 Algemeen De VRGZ heeft in de kaderbrief aangegeven een beleidsarme begroting 2023 op te stellen. De activiteiten in de begroting zijn hoofdzakelijk gebaseerd op het door het AB vastgestelde Regionaal beleidsplan (RBP) 2020-2023. In het voorwoord van de begroting worden een zestal ontwikkelingen beschreven. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Ontwikkeling nieuwe Meldkamer Oost-Nederland Ontwikkeling rondom de Omgevingswet Ontwikkeling van de inhoudelijke invulling van de taakdifferentiatie bij de brandweer Ontwikkeling van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) Ontwikkeling van/in de bedrijfsvoering Ontwikkeling coronacrisis/post coronatijdperk

Daarnaast wordt ook de ontwikkeling rondom de oorlog in Oekraïne en de impact op de VRGZ beschreven.

16

In hoofdstuk 2 van de begroting worden de accenten vanuit de RBP benoemd die de VRGZ in 2023 legt.  Samenwerking en afstemming  Risicogerichte benadering  Weerbare samenleving  Een toekomstbestendige veiligheidsregio Vervolgens worden de volgende specifieke risico’s benoemd.  Cyberrisico’s  Gevolgen criminaliteit voor fysieke omgeving  Energietransitie  Extreem weer

6.2 Financiële ontwikkelingen In de kaderbrief heeft de VRGZ de volgende ontwikkelingen financieel gekwantificeerd: Loon- en prijscompensatie De door het Algemeen Bestuur vastgestelde systematiek voor loon- en prijscompensatie heeft voor de begroting 2023 een indexering van de gemeentelijke bijdrage van 0,60% tot gevolg. Deze bestaat uit een nacalculatie over 2021 van -1,37% en voorcalculatie over 2023 van 1,97%. Duiktaak Omdat het voorzien in de duiktaak door deze regio’s een uitbreiding van de brandweerzorg is, betekent dit een kostenuitzetting in de begroting van structureel € 130.000. Conform de door het bestuur vastgestelde financiële spelregels wordt aan de gemeenteraden voorgesteld om voor de uitvoering van deze duiktaak een extra structurele bijdrage te leveren vanaf het jaar 2023. Ten opzichte van de kaderbrief zijn in de voorliggende begroting de volgende aanvullende financiële ontwikkelingen beschreven. Personeelskosten De personeelslasten worden met 2,3 % geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2022. Het structurele effect op de gemeentelijke bijdrage is € 688.000. Dit wordt in 2023 gedekt uit de bestemmingsreserve. Door middel van de nacalculatie volgens de BRN richtlijnen, zal dit in rekening worden gebracht bij de deelnemende gemeenten vanaf 2024. Zie voor de berekening paragraaf 4.7. van dit adviesrapport.

Rechtmatigheidsverantwoording In 2021 werd voorgesteld om in verband met de aanstaande rechtmatigheidsverklaring een Concerncontroller aan te stellen (deels gefinancierd door de GGD Gelderland-Zuid). Het Algemeen Bestuur is akkoord met het aanstellen van de Concerncontroller en de financiering uit de algemene reserve in 2022. Met ingang van de begroting 2023 wordt de controller structureel gedekt uit de per saldo lagere lasten als gevolg van de vastgestelde nieuwe regeling voor vrijwilligersvergoedingen. Hoofdofficier van Dienst en Informatiemanager (HOvD) Commando plaats incident.(IM CoPI) In 2021 zijn de piketpools HOvD en IM CoPI omgezet van vrije instroom naar piketdiensten. De financiële impact is inmiddels bekend en past binnen de financiële kaders.

17

Nieuwe risico’s Onder het kopje nieuwe risico’s wordt een tweetal ontwikkelingen beschreven waaruit onvermijdbare kosten komen. De vervanging van fluorhoudend schuim (€ 300.000) en het voldoen aan de wettelijke normering voor diesel motor emissie (DME) (€ 150.000). Feitelijk zijn dit geen risico’s meer maar een gegeven. Er wordt voorgesteld om deze kosten te dekken uit het positieve resultaat 2021 d.m.v. een bestemmingsreserve.

6.3 BRN-Norm, BBV-Norm en overige kaders Toetsing BRN-norm In de BRN-norm is voor de VRGZ een indexatie opgenomen van 0,6 %. Dit percentage is opgebouwd uit een voorcalculatorische index 2022 van 1,97 % en een nacalculatie over 2021 van -1,37 %. De generieke korting is komen te vervallen in de BRN-norm. De VRGZ heeft de indexatie conform BRN-norm toegepast op de gemeentelijke bijdrage. Hierdoor neemt de gemeentelijke bijdrage toe met € 254.110. De begroting 2023 laat een tekort zien van € 1.333.000. Dit tekort wordt gedekt uit de onttrekking uit de volgende bestemmingsreserves; x € 1.000

Mutatie reserve

Bedrag

BR Meldkamer

200

BR Uitgestelde werkzaamheden

295

BR Cao-ontwikkelingen

688

BR Duurzaamheid

150

Totaal

1.333

Hieruit kan worden opgemaakt dat de kosten die worden gedekt uit de onttrekking uit de BR Cao-ontwikkelingen een structureel karakter hebben. Dat betekent dat de structurele lasten die niet worden gedekt uit extra structurele inkomsten, anders dan de stijging van de gemeentelijke bijdrage, in feite zijn toegenomen. Via nacalculatie komt dit bedrag terecht in de gemeentelijke bijdrage vanaf 2024. Zie ook pagina 56 van de begroting. Hoewel de CAO ontwikkeling niet is opgenomen in de kaderbrief en in de BRN-richtlijn 2023 ( afwijking € 688.000) adviseren we de deelnemende gemeenten toch in te stemmen met deze toekomstige uitzetting. De reden hiervan is dat deze ontwikkeling autonoom en onvermijdbaar is. Wij adviseren de deelnemende gemeenten in de meerjarenraming 2024-en verder ,alvast rekening te houden met de structurele uitzetting van de Caoontwikkeling. Toetsing BBV-norm Algemeen Volgens het BBV bestaat de begroting uit een programmabegroting en een begroting naar taakvelden. Afzonderlijk moeten de overheadkosten en de algemene dekkingsmiddelen inzichtelijk worden gemaakt.

18

De VRGZ heeft een overzicht van baten en lasten opgenomen waarbij de overhead, algemene dekkingsmiddelen (onder ‘algemene uitkeringen’) en onvoorzien (onder ‘overige baten en lasten’) afzonderlijk zijn opgenomen (pagina 58 van de begroting). Per programma zijn de lasten en baten van het programma opgenomen en ook de aan het programma toe te rekenen overhead. Voor gemeenten geldt dat de gehele deelnemersbijdrage op taakveld 1.1 crisisbeheersing en brandweer kan worden opgenomen. Beleidsindicatoren en kengetallen De VRGZ heeft in de begroting beleidsindicatoren (zie begroting onderdeel 7.5) en de voorgeschreven kengetallen (zie onderdeel 5.1.3) opgenomen. Bij de beleidsindicatoren is aangegeven dat de overhead op 27% (tegen 25% in de begroting 2022) van de totale lasten uitkomt bij het programma C&R en op 14% bij het programma RAV (14 % in de begroting 2022). Deze indicatoren zijn niet normatief en dienen voor transparantie en analyse binnen de VRGZ en t.o.v. andere veiligheidsregio’s. Binnen de regio Nijmegen bestaat wel een maximering van overheadkosten en dit maximum (niet gerelateerd aan een werksoort) bedraagt 25%. Hieraan voldoet de VRGZ als totaal. Het programma C&R, waar de gemeentelijke bijdrage in zijn geheel onder valt, heeft een overheadpercentage boven de 25%. Paragrafen Het BBV schrijft ook een aantal paragrafen voor.

De VRGZ heeft deze ook opgenomen, en voldoet hiermee aan de voorschriften. Over de diepgang van de paragrafen wordt over het algemeen geen uitspraak gedaan, maar wij merken wel op dat de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen nog altijd zeer mager is. De VRGZ heeft eerder aangegeven in de volgende begroting een uitgebreidere toelichting op te nemen over de staat van onderhoud, maar daar is men nog niet aan toe gekomen. De VRGZ heeft de intentie om dit in 2022 dit verder op te pakken.

19

6.4

Begrotingsanalyse

De VRGZ heeft voor het programma Crisis- en Rampenbestrijding op pagina 40 tot en met 42 een toelichting gegeven op de verschillen tussen de begroting 2023 en de gewijzigde begroting 2022. De stijging van de baten bedraagt € 337.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Rijksbijdragen + 137 Gemeentelijke bijdragen (zie 6.5) + 84 Opbrengsten bedrijfsvoering + 111 Overige opbrengsten + 5 De stijging van de lasten bedraagt € 760.000. Deze stijging wordt veroorzaakt door (bedragen x € 1.000): Personeelskosten + 586 Kapitaallasten + 559 Wagenpark - 161 Communicatieapparatuur + 47 Huisvestingskosten - 119 Overige bedrijfskosten + 17 Onvoorzien + 4 Rentebaten en –lasten - 173 Daarnaast is de geraamde onttrekking uit de reserves in de begroting 2023 € 1.333.000. Dit zijn (bedragen x € 1.000): BR Meldkamer 200 BR Uitgestelde werkzaamheden 295 BR Cao-ontwikkelingen 688 BR Duurzaamheid 150

6.5

Deelnemersbijdragen

Vanaf 2017 wordt er voor de berekening van de deelnemersbijdragen een andere systematiek gehanteerd, het zogenaamde combinatiemodel. Dit model houdt in dat de verdeling voor 50% gebaseerd wordt op de algemene uitkering uit het gemeentefonds en voor 50% op de historische kostenverdeling. Er is sprake van een ingroeitermijn van vijf jaar, waarvan 2021 het vijfde jaar is. Dit model leidt tot herverdeeleffecten tussen de gemeenten onderling. In onderstaande tabel is het verloop van de gemeentelijke bijdragen opgenomen. 38.705.556 Gewijzigde bijdrage 2019 volgens concept begroting 2020 -900.000 Vastgoed, correctie eenmalige bijdrage -480.000 Vastgoed, correctie onderhoudskosten vastgoed 37.325.556

Gewijzigde bijdrage 2019 volgens vastgestelde begroting 2020 en volgens jaarstukken 2019

300.000 Achterstallig onderhoud vastgoed 313.289 Schoon werken 160.000 Personeelsverzekering 0 Herverdeeleffect

20

1.082.007 Indexering 2,84% 39.180.852 Gemeentelijke bijdrage 2020 -35.000 Wet verplichte GGZ 39.145.852 Gewijzigde bijdrage 2020 0 Herverdeeleffect 480.000 Onderhoud kazernes 1.695.988 Indexering 4,28% 105.000 Autonome ontwikkelingen 41.426.840 Gemeentelijke bijdrage 2021 -71.286 Onderhoud geboorde putten 41.355.554 Gewijzigde bijdrage 2021 894.107 Indexering 2,16% 49.575 Informatiebeveiliging 52.500 HOvD-taak 42.351.736 Gemeentelijke bijdrage 2022 ) 254.110 Indexering 0,6% 300.000-Achterstallig onderhoud 130.000 Duiktaak 42.435.846 Gemeentelijke bijdrage 2023 (volgens concept begroting 2023)

6.6

Meerjarenbegroting

De lasten en baten zijn voor de jaren 2024-2026 grotendeels gelijk gehouden aan 2023. Wij nemen deze voor kennisgeving aan.

7. Weerstandsvermogen 7.1

Algemene reserve

De algemene reserve van de VRGZ bestaat uit twee verschillende reserves: de algemene reserve Crisisbeheersing en Rampenbestrijding (C&R) en de algemene reserve aanvaardbare kosten RAV. De normering per programma is: • C&R: streefwaarde tevens norm 5% van de baten • RAV: streefwaarde 15%, normwaarde minimaal 10% van de baten Uitgangspunt is de begin 2015 opgestelde nota ‘Risicomanagement, voorzieningen en weerstandsvermogen’ en opgenomen in de financiële spelregels. De gehanteerde normering voor de omvang van de gehanteerde reserve bestaat al geruime tijd. De VRGZ is voornemens deze normering in de loop van 2022 te evalueren. Mocht hieruit voortkomen dat het wenselijk is aanpassingen te doen in de normering of het beleid, dan zal dit in de kaderbrief opgenomen worden.

21

In onderstaande tabel zijn de normen en gerealiseerde waarden van de reserves bij de jaarstukken 2021 en de begroting 2023 opgenomen (bedragen x € 1.000). Jaarstukken 2021 C&R

Begroting 2023 RAV

C&R

RAV

Norm Streefwaarde

2.682 2.682

2.710 4.064

2.672 2.672

3.002 4.503

Werkelijk/begroot

2.682*

1.612*

2.641

1.621

* na resultaatbestemming 2021.

Voor de algemene reserve van het programma crisis- en rampenbestrijding wordt in de begroting een doorkijk gegeven voor de jaren 2023 tot en met 2026. Hetzelfde geldt voor de (lasten en) baten. Meerjarig varieert het begrote percentage van 4,94% in 2023 tot 4.88% in 2026.

7.2

Bestemmingsreserves

Bij het bestemmingsvoorstel van het resultaat van 2021 worden een tweetal nieuwe bestemmingsreserves voorgesteld. Deze zijn:  de reserve cao-ontwikkelingen ( voorgestelde toevoeging € 688.000,-). In begrotingsjaar 2023 zal deze bestemde reserve weer worden ingezet. 

de bestemde reserve wet- en regelgeving op het gebied van duurzaamheid. ( voorgestelde toevoeging € 450.000). € 300.000 zal worden ingezet in het jaar 2022 en het restant ad € 150.000 in het begrotingsjaar 2023.

De reeds bestaande bestemde reserve meldkamer heeft eind 2021 een saldo van € 450.000. De geraamde onttrekkingen zijn € 200.000 in 2022 en in 2023 en een bedrag van € 50.000 in 2024. De bestemde reserve uitgestelde werkzaamheden bedraagt na toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2021 € 489.000. Een bedrag van € 155.000 zal worden onttrokken on 2022, € 295.000 in 2023 en het restant van € 39.000 in 2024.

7.3

Risico’s

In de zowel de jaarstukken (§ 4.1) als in de begroting (§ 5.1) is in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing uiteengezet wat de omvang is van de risico’s welke de VRGZ loopt. Deze risico’s zijn gecategoriseerd en voor C&R en RAV afzonderlijk in beeld gebracht. Door het simpelweg optellen van de omvang van alle risico’s kan het maximale risico worden bepaald. Deze is bedraagt € 9,248 miljoen . Risico’s kunnen zich wel of niet voordoen, maar zullen zich in de praktijk nooit tegelijkertijd voordoen. Daarom wordt gewerkt met een lager gewogen risicoprofiel waarin daar wel rekening mee wordt gehouden. In het volgende overzicht wordt dit gewogen risicoprofiel afgezet tegen de algemene reserve. Immers, dit is de buffer die de VRGZ zelf heeft om risico’s op te vangen.

22

Algemene reserve saldo 2021 (na resultaatbestemming)

Risico's (na weging kans x omvang)

C&R

2.682

4.350

Risico’s hoger dan algemene reserve

RAV

1.621

1.386

Risico’s lager dan algemene reserve

Daar waar de risico’s groter zijn dan de algemene reserve dienen gemeenten in hun eigen paragraaf weerstandsvermogen een risico op te nemen voor de VRGZ voor zover deze risico’s (€4.350.000 C&R) de algemene reserve (€ 2.682.000) overschrijden; dit naar rato van hun aandeel in de VRGZ. Het gaat hier om een totaal bedrag van € 1.668.000. Zie onderstaande tabel:

Risico's> Alg.res*

Gemeenten Berg en Dal Beuningen Buren Culemborg Druten Heumen Maasdriel Neder-Betuwe Nijmegen Tiel West Betuwe West Maas en Waal Wijchen Zaltbommel Totaal *= naar rato bijdrage 2023

96.388 58.606 88.998 81.528 44.943 50.211 73.255 67.492 579.407 110.267 164.662 59.915 106.015 86.313 1.668.000

23

Bijlagen Deelnemersbijdrage 2023

1

Deelnemersbijdrage 2024 - 2026

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11534866/1