CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. BP Zaltbommel, Waluwe III - fase 1 Bijlagen toelichting (1)

Raadsvergadering 15 december 2022, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Waluwe III - fase 124.126 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Zaltbommel, Waluwe III fase 1 vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Zaltbommel, Waluwe III - fase 1 vastgesteld

Zaltbommel, Waluwe III - fase 1

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

4

Bijlage 1

Bodemonderzoek

4

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

304

Bijlage 3

Externe veiligheidsonderzoek

441

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

470

Bijlage 5

Beknopte natuurtoets

520

Bijlage 6

Stikstofberekening

531

Bijlage 7

Advies VRGZ

554

Bijlage 8

Procesnota

559

3

Zaltbommel, Waluwe III - fase 1

Bijlagen toelichting Bijlage 1 Bodemonderzoek

4

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 FAX: 0418-515722 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel PROJECTNUMMER: B15.6121

OPDRACHTGEVER: Gemeente Zaltbommel

DATUM: 4 november 2015

Auteur:

Autorisatie:

Ing. M. Verschoor Junior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B15.6121/R6121/MV

2 SAMENVATTING De gemeente Zaltbommel heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse onderzoeken ter plaatse van de Waluwe III te Zaltbommel. De te onderzoeken locatie bestaat uit een noordelijk terrein (voetbalvereniging) en een zuidelijk terrein (hockeyvereniging). De aanleiding tot de onderzoeken is de voorgenomen herinrichting. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725:2009, NEN 5740:2009, NEN 5707:2015, NEN 5897:2015 en CROW-publicatie 210. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2016, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Doelstellingen Historisch onderzoek (NEN 5725) Het doel van het historisch onderzoek is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van de onderzoekslocatie, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocaties teneinde vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herinrichting.

Onderzoek naar asbest (NEN 5707/NEN5897) Het doel van het de uit te voeren onderzoeken naar asbest is vaststellen of er sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest ter plaatse van de asbestverdachte deellocaties van het noordelijk terrein (parkeerterrein en westzijde sportcentrum). Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is onder de klinkerverharding van het zuidelijk terrein onverwachts een volledige puinlaag aangetroffen. Het puin is indicatief op de aanwezigheid van asbest onderzocht. Onderzoek teerhoudendheid asfalt (CROW-publicatie 210) Het doel van het asfalt onderzoek is bepalen of dit al dan niet teerhoudend is. Op basis van deze gegevens kan de bestemming van vrijkomend asfalt worden bepaald. Algehele conclusies Middels de uitgevoerde werkzaamheden is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en asfalt ter plaatse van ter plaatse van de Waluwe III te Zaltbommel onderzocht. De te onderzoeken locatie bestaat uit een noordelijk terrein (voetbalvereniging) en een zuidelijk terrein (hockeyvereniging). Noordelijk terrein (voetbal) Op basis van voorliggende resultaten (maximaal lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater) is het braakliggende gedeelte van het terrein geschikt voor het beoogde doel (wonen met tuin). Het ter plaatse van het parkeerterrein aanwezige asfalt kan als niet teerhoudend kan worden beschouwd.

In de brokken baksteen-, beton- en asfalthoudende bovengrond van de boring B149 is een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

3 De ernst en omvang van de aangetoonde PAK-verontreiniging zijn onbekend. Formeel gezien dient een nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 te worden uitgevoerd om de omvang van de aangetoonde sterke grondverontreiniging in beeld te brengen. De voormalige weg, boomgaarden, slootdempingen hebben niet geleid tot ernstige bodemverontreinigingen. Verder wordt zowel zintuiglijk als analytisch de voormalige aanwezigheid van een chemicaliëngroothandel (vanuit HBB-gegevens) niet bevestigd, waarmee verdachtheid wordt verworpen. Ter plaatse van het parkeerterrein en ter plaatse van de westzijde van het sportcentrum is geen sprake van een bodemverontreiniging met asbest conform de huidige wet- en regelgeving. Op basis van de beschikbare informatie is het toekomstig gebruik van het parkeerterrein onbekend. Op basis hiervan kan geen uitspraak worden gedaan of dit gedeelte van het terrein al dan niet geschikt is voor het beoogde gebruik. Zuidelijk terrein (hockey) Op basis van voorliggende resultaten (maximaal lichte verontreinigingen in de grond en het grondwater) is het braakliggende gedeelte van het terrein geschikt voor het beoogde doel (wonen met tuin), rekening houdend met onderstaande aanbeveling.

Aanbevelingen Afhankelijk van het toekomstige gebruik van het parkeerterrein (noordelijk terreingedeelte; voetbalvereniging) wordt geadviseerd met het bevoegd gezag in contact te treden ten aanzien van het al dan niet uitvoeren van een nader bodemonderzoek naar de grondverontreiniging met PAK (NTA 5755). Indien in de toekomst bij (civieltechnische) werkzaamheden in contact wordt getreden met de sterke grondverontreiniging met PAK dienen sanerende maatregelen te worden getroffen. De eventuele saneringswerkzaamheden dienen plaats te vinden conform de beoordelingsrichtlijnen SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsanering en nazorg” en SIKB 7000 “Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem”. Geadviseerd wordt om in de toekomst onder de verwijderde kunstgrasvelden (zuidelijk terreingedeelte; hockeyvereniging) aanvullend grondonderzoek uit te voeren.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

4 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING................................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING .................................................................................................................................................. 6

2.

DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN ........................................................................................ 6

3.

LOCATIEGEGEVENS EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN .................................................. 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK .......................................................................................... 7 3.3. CERTIFICERING........................................................................................................................................... 9

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ........................................................................................ 10 4.1. BODEMOPBOUW ........................................................................................................................................ 10 4.2. GEOHYDROLOGIE ..................................................................................................................................... 10

5.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ........................................................................ 11 5.1. GROND/GRONDWATER .............................................................................................................................. 11 5.2. ASBEST ...................................................................................................................................................... 12 5.3. ASFALT ...................................................................................................................................................... 12

6.

ONDERZOEKSOPZET EN VELDWERKZAAMHEDEN NOORDELIJK TERREIN .................... 13 6.1. HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 13 6.2. ONDERZOEKSSTRATEGIE.......................................................................................................................... 13 6.3. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 14

7.

ANALYSES EN RESULTATEN NOORDELIJK TERREIN ............................................................... 16 7.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 16 7.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 19

8.

INTERPRETATIE RESULTATEN NOORDELIJK TERREIN .......................................................... 24

9.

ONDERZOEKSOPZET EN VELDWERKZAAMHEDEN ZUIDELIJK TERREIN ......................... 26 9.1. HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 26 9.2. ONDERZOEKSSTRATEGIE.......................................................................................................................... 26 9.3. VELDWERKZAAMHEDEN ........................................................................................................................... 27

10. ANALYSES EN RESULTATEN ZUIDELIJK TERREIN .................................................................... 28 10.1. 10.2.

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ........................................................................................................ 28 LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN ........................................................ 30

11. INTERRETATIE RESULTATEN ZUIDELIJK TERREIN ................................................................. 32 12. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 33 12.1. 12.2. 12.3. 12.4.

CONCLUSIES NOORDELIJK TERREIN .................................................................................................. 33 ZUIDELIJK TERREIN ............................................................................................................................ 34 ALGEHELE CONCLUSIES ..................................................................................................................... 34 AANBEVELINGEN ................................................................................................................................ 35

13. REFERENTIES ......................................................................................................................................... 36

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

5 BIJLAGEN 1.

Situering in de regio

2a t/m c

Situatieschetsen

Noordelijk terrein 3.

Boorprofielen

4.

Analysecertificaten (grond, grondwater, asfalt en asbestverdachte monsters)

5.

Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater

6.

Veldwerkformulieren, berekening asbestconcentraties en foto’s asbest

Zuidelijk terrein 7.

Boorprofielen

8.

Analysecertificaten (grond, grondwater en asbestverdachte monsters)

9.

Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater

10.

Historisch onderzoek

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

6

1.

INLEIDING De gemeente Zaltbommel heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse onderzoeken ter plaatse van de Waluwe III te Zaltbommel. De aanleiding tot de onderzoeken is de voorgenomen herinrichting. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725:2009 [1], NEN 5740:2009 [2], NEN 5707:2015 [3], NEN 5897:2015 [4] en CROW-publicatie 210 [5]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2016, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLING VAN DE ONDERZOEKEN Historisch onderzoek (NEN 5725) Het doel van het historisch onderzoek is het achterhalen van eventuele bodembedreigende activiteiten op of binnen 25 meter van de onderzoekslocatie, die mogelijk tot een bodemverontreiniging hebben geleid. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel een indicatie te verkrijgen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocaties teneinde vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen herinrichting. Onderzoek naar asbest (NEN 5707/NEN5897) Het doel van het de uit te voeren onderzoeken naar asbest is vaststellen of er sprake is van een ernstige verontreiniging met asbest ter plaatse van de asbestverdachte deellocaties van het noordelijk terrein (parkeerterrein en westzijde sportcentrum). Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is onder de klinkerverharding van het zuidelijk terrein onverwachts een volledige puinlaag aangetroffen. Het puin is indicatief op de aanwezigheid van asbest onderzocht. Onderzoek teerhoudendheid asfalt (CROW-publicatie 210) Het doel van het asfalt onderzoek is bepalen of dit al dan niet teerhoudend is. Op basis van deze gegevens kan de bestemming van vrijkomend asfalt worden bepaald.

3.

LOCATIEGEGEVENS EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN 3.1. Algemene gegevens De onderzoekslocatie betreft de toekomstige woonwijk Waluwe III, die is gelegen tussen de Van Heemstraweg West, II, die is gelegen tussen de Van Heemstraweg, Alfred Smithweg, Keizer Karellaan en de Hogeweg te Zaltbommel. Ten behoeve van de bestemmingswijziging dienen onderzoeken te worden uitgevoerd ter plaatse van de velden van de huidige voetbalclub (noord) en de velden van de hockeyclub (zuid).

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

7 Het noordelijke terrein heeft een oppervlakte van circa 9,6 hectare. Het terrein is grotendeels in gebruik met diverse voetbalvelden. Verder zijn een clubhuis en parkeerterrein (asfalt) aanwezig (totale oppervlakte 6.000 m2). Door de opdrachtgever is aangegeven dat het particuliere terrein van de American Roadhouse buiten de te onderzoeken locatie valt. Verder is aan de oostzijde een bezinkbassin aanwezig. Ook deze valt buiten de onderzoekslocatie. Het zuidelijke terrein heeft een oppervlakte van circa 3,8 hectare. Het terrein is in gebruik met diverse hockeyvelden en een clubhuis. Voor de situering van de locatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historische gegevens en locatiebezoek

Algemeen Ten behoeve van de onderzoeksopzet is voor de onderzoekslocatie een historisch onderzoek uitgevoerd. Reeds vergaarde informatie VMT heeft reeds diverse relevante informatie vergaard en bestudeerd: • Asbestkansenkaart van Provincie Gelderland; • Boomgaardenkaart; • Diverse luchtfoto’s 1923, 1953, 1964, 1989, 2011 en 2012; • www.watwaswaar.nl; • Verkennend bodemonderzoek zuidelijk terrein (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk B03.2004, november 2003); • Verkennend (water)bodemonderzoek De Waluwe II te Zaltbommel (Verhoeven Milieutechniek B.V., kenmerk B11.4626, juli 2011). De historische gegevens zijn opgevraagd en verkregen van de gemeente Zaltbommel (e-mail met vragen en antwoorden). De beschikbare informatie is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. bestudeerd. Hierna wordt de verkregen informatie kort besproken. Asbestkansenkaart Uit de asbestkansenkaart blijkt dat ter plaatse van het bebouwde gedeelte van de noordelijke locatie (voetbal) en ter plaatse van de zuidelijke locatie (hockey) een grote kans bestaat op de aanwezigheid van asbest. Tijdens het in 2003 ter plaatse van het zuidelijke terrein uitgevoerde bodemonderzoek zijn maximaal lichte bijmengingen van bodemvreemde materialen waargenomen. Op basis hiervan is het ons inziens niet noodzakelijk om hier een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren.

In 2011 is een actualisatie van de kwaliteit van de grond uitgevoerd ten behoeve van rioleringswerkzaamheden. Hierbij zijn in de grond maximaal lichte verontreinigingen aangetoond en tevens geen noemenswaardige puinbijmengingen. Boomgaarden kaart Uit de boomgaardenkaart van de gemeente Zaltbommel blijkt dat ter plaatse van het noordelijk terrein een fruitboomgaard en/of kassen aanwezig zijn geweest. Bouwvergunningen Uit een tekening van een bouwvergunning (1981) blijkt dat ter plaatse van de bebouwing op het noordelijk terrein een zakput en septictank aanwezig zijn. Uit een tekening van bouwvergunning (1989) blijkt dat ter plaatse van het zuidelijke terrein een sloot is gedempt ten behoeve van de realisatie van een hockeyveld. Tevens is in deze tekening een clubhuis aangegeven. Het clubhuis is in de huidige situatie niet meer op de plaats aanwezig.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

8 Bodeminformatie Verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van M.H.C. Bommelerwaard (Hogeweg) te Zaltbommel (Verhoeven Milieutechniek B.V. kenmerk: 97.0789 d.d. 30 september 1997). De boringen zijn geplaatst in en om het gebouw van de hockey. Zintuiglijk is een opgebrachte laag (0-0,2 m-mv) bestaande uit zand, grind, puin en asfaltbrokjes aangetroffen. Er is in de betreffende laag een matige verontreiniging met PAK aangetroffen. Verder zijn in de overige bovengrond maximaal lichte verontreinigingen met zink, minerale olie en EOX. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater is niet onderzocht. In 2003 is ter plaatse van een groot gedeelte van het zuidelijke terrein een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn in de grond en het grondwater maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. Uit een brief d.d. 21 oktober 2008 blijkt dat ter plaatse van de Van Heemstraweg West 15 door Ingenieursbureau Tauw B.V. een verkennend bodemonderzoek (kenmerk: 4565991 d.d. 11 april 2008) is uitgevoerd ten behoeve van de ontwikkeling van de Waluwe (fase 2) te Zaltbommel. Bij dit onderzoek zijn in de watergang gelegen aan de westelijke zijde van het pand Van Heemstraweg 15 te Zaltbommel autobanden aangetroffen. In twee steken van het slib zijn stukjes asbest waargenomen (nummers 110 en 114).

Geconstateerd is dat in het verleden slib op de kant is gezet. Verder blijkt uit de resultaten dat kan worden gesteld dat op basis van de onderzoeksresultaten de onderzochte locatie vak 2, nagenoeg vrij is van verontreinigingen, met uitzondering van licht verhoogde concentraties (streefwaarde). De gemeten concentraties zijn echter dusdanig gering verhoogd dat geen risico's voor de volksgezondheid of het milieu zijn te verwachten. Daarentegen, in vak 1 is een I-waarde overschrijding voor PAK in een bovengrondmonster (boring 1) gemeten. Dit is hoogst waarschijnlijk te wijten aan een bijmenging van puindeeltjes. Formeel gesproken dient een afperkend onderzoek plaats te vinden om na te gaan of er sprake is van een zogenaamd ernstig geval van bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond). Op basis van de bestaande onderzoeksgegevens wordt echter verwacht dat het gaat om een spot van beperkte omvang. Aanbevolen wordt om in de sloot bij de bebouwing In vak 2 een beknopt verkennend asbest onderzoek uit te voeren in verband met de aangetroffen stukjes asbest in de sloot. Locatiebezoek Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. een bezoek gebracht aan de onderzoekslocatie.

Tijdens het zijn verder geen bodembedreigende activiteiten ter plaatse van de onderzoekslocatie waargenomen, die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit de beschikbare gegevens blijkt dat ter plaatse van de noordelijke locatie aan de westzijde van het sportcentrum in 2008 en bodemonderzoek is uitgevoerd. Uit de resultaten blijkt dat zintuiglijk bijmengingen van puindeeltjes zijn aangetroffen en ter plaatse van de sloot stukjes asbest. Analytisch zijn in de sloot maximaal lichte verontreinigingen aangetoond. De kwaliteit van de omliggende grond en het overig deel van het noordelijk terrein zijn niet onderzocht. In de periode 1997 -2003 zijn ter plaatse van een groot gedeelte van het zuidelijke terrein diverse onderzoeken uitgevoerd. De onderzoeken zijn echter meer dan 10 jaar geleden uitgevoerd en kunnen hiermee conform het bodembeleid van de gemeente Zaltbommel niet meer worden gebruikt voor de bestemmingswijziging. Op basis hiervan dient een geheel nieuw onderzoek conform de NEN 5740 te worden uitgevoerd.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

9 Tevens dient tijdens het bodemonderzoek rekening te worden gehouden met: Noordelijk terrein • Slootdemping; • Voormalige aanwezigheid van HBB-locatie (chemicaliën groothandel), weg, boomgaarden en/of kassen; • Aanwezigheid septictank en zinkput • Parkeerterrein met asfalt en asbestverdachte stabilisatie; • Aanwezigheid van bijmengingen van puin en stukjes asbest ter plaatse van voormalige sloot aan de westzijde van het sportcentrum. Zuidelijk terrein • Slootdemping; • Voormalige aanwezigheid van ophooglaag en voormalige bebouwing. Tijdens de situering van de boringen en peilbuizen dient rekening te worden gehouden met de bovengenoemde aandachtspunten. Voor de bovengenoemde punten dienen aanvullende werkzaamheden te worden uitgevoerd. De gegevens uit het historisch onderzoek zijn meegenomen in de onderzoeksopzet. Voor het volledige historisch onderzoek wordt verwezen naar bijlage 11. 3.3. Certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2016, afgegeven door Eerland Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 5).

De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd onder certificaat door ervaren en gecertificeerde medewerkers conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000, protocol 2001 (versie 3.2): het plaatsen van handboringen en peilbuizen, protocol 2002 (versie 4): het nemen van grondwatermonsters en protocol 2018 (versie 3.1) locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. In tabel 3.3.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en de gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 3.3.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data Noordelijk terrein Zuidelijk terrein

7, 8, 9, 10 en 11 september 2015 7, 9 en 11 september 2015 23 september 2015 11, 14 en 15 september 2015 30 september 2015

Erkende medewerker(s) De heer G.J.T. Boer De heer D. Broeksteeg De heer R. de Kroon De heer G.J.T. Boer De heer R. de Kroon

BRL SIKB 2000 Protocol 2001 (v. 3.2) 2018 (v. 3.1.) 2002 (v. 4) 2001 (v. 3.2) 2002 (v. 4)

Bij de uitvoering van het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van een Asfaltboor, Ramguts, Edelmanboor en zuigerboor.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

10

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE 4.1. Bodemopbouw In de Bommelerwaard is een circa 5 meter dikke deklaag aanwezig [5]. De deklaag is een slecht doorlatende laag waarvan de sedimenten behoren tot de Nuenen Groep en het Holoceen. De deklaag bestaat hoofdzakelijk uit klei met plaatselijk zand- of veenlagen. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerend pakket is circa 65 meter dik en bestaat voornamelijk uit uiterst grove tot middel grove zanden (Formaties van Veghel en Sterksel). Het eerste watervoerend pakket wordt van het tweede watervoerend pakket gescheiden door een 40 à 50 meter dik slecht doorlatend pakket slibhoudende zanden en kleien (voornamelijk bestaande uit de formatie van Kedichem en de formatie van Tegelen). 4.2. Geohydrologie De standen van het grondwater en het oppervlaktewater worden in dit gebied kunstmatig beheerst. Langs de Maas is plaatselijk een nauwe relatie aanwezig tussen de standen van het rivierwater en het grondwater. Of kwel of inzijging optreedt is sterk afhankelijk van de waterstand van de nabij gelegen Maas. De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) ligt tussen de 0,4 en 0,8 m-mv en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) is groter dan 1,2 m-mv. Het grondwater in het eerste watervoerend pakket stroomt globaal in een west tot zuidwestelijke richting. De afzettingen van de Maas onderscheiden zich van die van de Waal.

De stroomruggronden in het sedimentatiegebied van de Maas zijn nagenoeg kalkarm. Deze stroomruggronden zijn over het algemeen te beschouwen als infiltratiegebieden.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

11

5.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 5.1. Grond/grondwater De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [6]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [7] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: ƒ Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. ƒ Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

12

5.2. Asbest De concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar de inhoud van de proefgat en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Hierin is de interventiewaarde gelijkgesteld aan de restconcentratienorm voor asbest in bodem en grond en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). Indien het gehalte voor asbest meer dan 10 mg/kg d.s bedraagt bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van een nader bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering conform de NEN5707 dient bij het aantreffen van niet-hechtgebonden asbest (fractie > 4 mm), in sommige gevallen, middels een Stereo Electro Microscoop (SEManalyse) het aantal respirabele vezels te worden bepaald in de fijne fractie (< 0,5 mm). 5.3.

Asfalt De teerhoudendheid van het asfalt kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehalten in de asfaltkern aan de maximale samenstellingswaarde voor asfalt/bitumenproducten uit het Besluit bodemkwaliteit (PAK: 75 mg/kg d.s.). Middels een PAK-detector kan indicatief het gehalte aan PAK in een asfaltkern worden vastgesteld. Bij verkleuring is het gehalte voor PAK groter dan 250 mg/kg d.s. en indien er geen verkleuring optreedt, is het gehalte kleiner dan 250 mg/kg d.s.. Als er geen verkleuring optreedt, moet middels aanvullend analytisch onderzoek worden aangetoond of het gehalte aan PAK kleiner is dat 75 mg/kg d.s.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

13

6.

ONDERZOEKSOPZET EN VELDWERKZAAMHEDEN NOORDELIJK TERREIN 6.1. Hypothese Op basis van de beschikbare informatie is voor de algemene bodemkwaliteit de hypothese gesteld van een onverdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van bodemverontreiniging. De HBB-locatie, slootdempingen, voormalige weg, teeltlaag, septictank en/of zinkput zijn verdacht met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met bestrijdingsmiddelen (OCB) en/of diverse parameters van de NEN. Voor het parkeerterrein en de westzijde van het sportcentrum is de verdachte hypothese gesteld met betrekking tot het voorkomen van een verontreiniging met asbest. 6.2. Onderzoeksstrategie De onderzoeksopzet is voorgelegd aan en goedgekeurd door de Omgevingsdienst Rivierenland (de heer P. Hoek, e-mail d.d. 2 september 2015). 6.2.1. Algemene kwaliteit De onderzoeksopzet voor de algemene kwaliteit is opgesteld conform de NEN 5740:2009 voor een onverdachte grootschalige locatie (ONV-GR). De onderzoeksopzet ter plaatse van het bebouwde gedeelte (incl. parkeerterrein) is opgesteld conform de strategie voor een kleinschalige onverdachte locatie (ONV). De septictank en zinkput zijn onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting (VEP).

In aanvulling hierop zijn diverse extra boringen geplaatst en boringen doorgezet en extra grondmengmonsters geanalyseerd in verband met de diverse aandachtspunten en zintuiglijke waarnemingen. 6.2.2. Slootdemping en voormalige weg Ter verificatie van de ligging van de gedempte sloot en de voormalige weg zijn haaks op de vermoedelijke ligging van de sloot drie raaien van drie boringen tot circa 2,0 m -mv geplaatst. Eén (meng)monster van de grond zal worden geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. 6.2.3. Teeltlaagonderzoek ten behoeve van voormalige boomgaarden en HBB-locatie De teeltlaag van de gehele locatie zal worden onderzocht conform de onderzoeksstrategie voor een verdachte (kleinschalige) locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE). Hierbij wordt de teeltlaag (oorspronkelijke bovenste 30 centimeter van de kleilaag) van de geplaatste boringen separaat bemonsterd. Hierbij zullen de boringen worden doorgezet tot in de bovenste 30 centimeter van de kleilaag, indien door de aanwezigheid van de sportvelden allereerst een zandlaag aanwezig is. Tevens worden zevenentwintig mengmonsters van de teeltlaag geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB), lutum en organische stof. 6.2.4. Asfalt Het onderzoek naar de kwaliteit van het asfalt is uitgevoerd op basis van de CROW publicatie 210.

Voor de werkzaamheden is er vanuit gegaan dat het asfalt voor 1995 is aangelegd.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

14 6.2.5. Asbest Ter plaatse van het parkeerterrein en de westzijde van het sportcentrum is middels het graven van proefgaten en/of het inspecteren van het opgeboorde materiaal onder de asfaltboringen een verkennend onderzoek naar asbest uitgevoerd. De gegraven proefgaten hebben een afmeting van circa 30 bij 30 cm. De asfaltboringen ter plaatse van het parkeerterrein zijn geplaatst met een diameter van circa 12 cm. Zodoende betreft het ter plaatse van het parkeerterrein een indicatief onderzoek naar asbest. Het onderzoek is gebaseerd op de richtlijnen van de NEN 5707:2003/C1:2006 en de NEN 5897:2005/C1: 2006. 6.3.

Veldwerkzaamheden

6.3.1. Grond Ten behoeve van de het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 162 boringen (PB01 t/m B135 en B139 t/m B159) geplaatst. In tabel 6.3.1 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Boringen en peilbuizen 0,5 / 0,8 m-mv

Braakliggend terrein B002 t/m B018, B020 , B021, B023, B024, B026 t/m B040, B042 t/m B049, B051, B054, B055, B058, B059 t/m B072, B074, B075, B077 t/m B085, B087, B088, B095, B096, B100 t/m B102, B104, B105, B107 t/m B118, B120 t/m B124, B126 t/m B135, B159

Bebouwd gedeelte (inclusief parkeerterrein) B140, B141, B143 t/m B146, B151, B152, B153, B155, B158

1,0 m-mv

2,0 m-mv

Peilbuis (filterstelling m-mv)

B025, B050, B057, B089, B090, B091, B093, B097, B099, B106,

B019, B052, B053, B073a, B073c, B092a, B092b, B092c, B094a, B096b, B094c, B098, B125

PB01 (1,9-2,9), PB22 (2,0 - 3,0), PB41 (1,8 - 2,8), PB56 (2,0 - 3,0), PB73b (2,0-3,0), PB76 (1,7-2,7), PB86 (1,7-2,7), PB103 (2,0 - 3,0) PB119 (2,0 - 3,0) PB128 (2,0-3,0)

B139, B148, B149, B150, B156, B157

B142

PB147 (2,1-3,1), PB154 (2,0-3,0)

De dwarsraaien zijn aangeduid met de letters a t/mc achter het boornummer. De boringen B146 en PB147 zijn gesitueerd ter plaatse van de septictank en zinkput. De boringen B151 t/m B153 zijn op een diepte van circa 0,5 m -mv gestaakt door de aanwezigheid van beton. Ten behoeve van het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen is de oorspronkelijke teeltlaag (klei, laagdikte 30 centimeter) separaat bemonsterd. 6.3.2. Grondwater Het grondwater uit de bovengenoemde peilbuizen (tabel 6.3.1) zijn na een standtijd van minimaal een week en twee keer afpompen op 23 september 2015 bemonsterd. De bemonsteringen hebben plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid (NTU) van het grondwater in het veld zijn bepaald. De situatieschets met geplaatste boringen en peilbuizen is opgenomen als bijlage 2a en b. 6.3.3 Asfalt Conform CROW 210 zijn ter plaatse van het parkeerterrein in totaal 6 asfaltboringen (boringen B148, B151, B152, B153, PB154 en B157), gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek, geplaatst. De asfaltkernen zijn verzameld en aan het laboratorium ter analyse aangeboden.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

15 6.3.4. Verkennend onderzoek naar asbest Parkeerterrein Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de gehele locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gedeeltelijk voorzien van een verharding (klinkers en asfalt) en het overige gedeelte is begroeid met gras. Voor de locatie is geen efficiënte maaiveldinspectie (< 25% zichtbaar) uitgevoerd. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal acht proefgaten (0,3 m x 0,3 m; B25, B139, B140, B141, B142, B144, B149, B150) tot circa 0,5 m-mv gegraven. Daarnaast zijn vijf proefboringen (diameter 12 cm; B148, B151, B152, B153, PB154) tot circa 0,5 m-mv geplaatst. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen voor het verkennend bodemonderzoek). De proefgaten zijn gegraven met behulp van een schop en de proefboringen zijn geplaatst m.b.v. een asfaltboor en ramguts. De ondergrond is doorgeboord middels een Edelmanboor. Om een verontreiniging met asbest vast te stellen is per boring/proefgat de grove fractie (>16 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 16 mm) en puinrestanten. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 7.1.1.

Westzijde sportcentrum Ten behoeve van het verkennend onderzoek naar asbest is op de gehele locatie allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. De onderzoekslocatie is begroeid met gras. Voor de locatie is geen efficiënte maaiveldinspectie (< 25% zichtbaar) uitgevoerd. Ten behoeve van de onderzoeksopzet zijn in totaal twaalf proefgaten (0,3 m x 0,3 m; B120, B121, B122, B123, B124, B125, B126, B127, PB128, B129, AB136 en AB137) tot circa 0,5 m-mv gegraven. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen voor het verkennend bodemonderzoek). De proefgaten zijn gegraven met behulp van een schop. De ondergrond is doorgeboord middels een Edelmanboor. Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per boring/proefgat de grove fractie (>16 mm) van het vrijkomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 16 mm) en puinrestanten. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 7.1.1. De veldwerkformulieren en foto’s zijn opgenomen in bijlage 6. De situatieschets met de geplaatste boringen, peilbuizen en gegraven proefgaten is opgenomen als bijlage 2a en b.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

16

7.

ANALYSES EN RESULTATEN NOORDELIJK TERREIN 7.1. Zintuiglijke waarnemingen De bodem op de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot de maximaal geboorde diepte van circa 3,0 m-mv uit zowel matig fijn, uiterst siltig tot kleiig, zwak humeus zand en sterk zandige tot zwak siltige klei. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen met bodemvreemd materiaal aangetroffen. In tabel 7.1.1. op de volgende bladzijde is een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

17 Tabel 7.1.1: Overzicht zintuiglijke waarnemingen per boring/proefgat onbebouwd Boring PB01 B019

Diepte boring (m -mv) 2,90 2,00

PB22

3,00

B024 B025 PB41

Proefgat

X

B052 B053 PB56 B057 B073a

0,70 1,00 2,80 2,00 2,00 3,00 1,00 2,00

PB73b

3,00

Traject (m -mv) 0,70 - 1,40 1,00 - 1,50 1,50 - 2,00 0,50 - 0,70 0,70 - 1,50 0,20 - 0,70 0,20 - 0,50 0,10 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei Klei Klei Klei Klei + Klei

zwak roesthoudend zwak roesthoudend sporen roest sporen puin, sporen kolen zwak roesthoudend zwak roesthoudend volledig puin zwak puinhoudend, zwak kalkhoudend, sporen kolen, matig brekerzandhoudend zwak brekerzandhoudend, sporen roest sporen roest sporen roest zwak roesthoudend, sporen puin sporen kolen, zwak slakhoudend sterk grindhoudend volledig baksteen sporen puin resten planten zwak puinhoudend, resten planten, zwak slibhoudend sterk grindhoudend volledig baksteen sporen puin resten planten zwak puinhoudend, resten planten, zwak slibhoudend sterk grindhoudend volledig baksteen sporen puin resten planten zwak puinhoudend, resten planten, zwak slibhoudend sporen roest zwak roesthoudend zwak roesthoudend sporen roest zwak roesthoudend sporen kolen zwak roesthoudend sporen puin zwak roesthoudend sporen roest sporen puin, sporen grind zwak wortelhoudend sporen puin sporen roest zwak roesthoudend resten planten sporen puin sporen puin matig brekerzandhoudend sporen puin, sporen kolen sporen puin zwak roesthoudend sporen puin zwak puinhoudend sporen puin zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak grindhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, zwak grindhoudend

0,50 - 1,00 1,20 - 1,50 0,90 - 1,50 1,00 - 1,80 0,40 - 0,70 0,00 - 0,20 0,20 - 0,50 0,50 - 0,70 1,20 - 1,60 1,60 - 1,80

Klei Klei Klei Klei Klei Klei

0,00 - 0,20 0,20 - 0,50 0,50 - 0,70 1,20 - 1,60 1,60 - 1,80

Klei Klei Klei Klei

Klei Klei Klei

B073c

2,00

0,00 - 0,20 0,20 - 0,50 0,50 - 0,70 1,20 - 1,60 1,60 - 1,80

Klei + Klei Klei Klei

PB76

2,70

PB86

2,70

B088 B092a t/m B092c B096 B098 B100 B116

0,70 2,00 0,70 2,00 0,80 0,80

B118 PB119

0,80 3,00

0,60 - 1,10 1,10 - 1,40 1,70 - 2,20 0,50 - 0,70 1,00 - 2,20 0,00 - 0,20 1,00 - 1,50 0,00 - 0,20 1,30 - 2,00 0,50 - 0,80 0,00 - 0,50 0,50 - 0,80 0,00 - 0,80 0,50 - 1,00 1,00 - 1,20 2,50 - 3,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50 0,00 - 0,50 0,40 - 0,90 0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,40 0,00 - 0,40

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Zand Zand Klei Klei Klei Klei

B120 B121 B124 B125

X X X X

0,50 0,50 0,50 2,00

B126 PB128 B129 B130 B131 B132 B133 B134 B135

X X X

0,50 3,00 0,50 0,70 0,70 0,50 0,70 0,70 0,70

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

18 Vervolg tabel 7.1.1: Overzicht zintuiglijke waarnemingen per boring /proefgat bebouwd/parkeerterrein Boring

Proefgat

B139 B140 B141 B142 B143 PB147

X X X X

Diepte boring (m -mv) 1,00 0,70 0,60 2,00 0,60 3,10

B148 B149

X

1,00 1,00

B150

X

1,00

B1511

0,60

B1521

0,60

B1531 PB154

0,50 3,00

B155 B156

0,80 1,00

B157 B158

1,00 0,80

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

0,20 - 0,50 0,04 - 0,40 0,04 - 0,30 1,00 - 2,00 0,04 - 0,30 0,70 - 1,00 1,00 - 1,70 0,15 - 0,50 0,00 - 0,50

Zand Zand Zand Klei Zand Klei Klei + Zand

0,50 - 1,00 0,00 - 0,40 0,40 - 0,50 0,50 - 1,00 0,13 - 0,50 0,50 - 0,60 0,13 - 0,50 0,50 - 0,60 0,13 - 0,50 0,12 - 1,20 1,20 - 1,50 1,50 - 3,00 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,15 - 0,50 0,04 - 0,30

Klei Zand

brokken baksteen, zwak puinhoudend, brokken asfalt brokken klei, zwak wortelhoudend zwak koolhoudend matig roesthoudend uiterst brekerzandhoudend zwak puinhoudend sporen roest volledig puin brokken beton, brokken baksteen, brokken asfalt, zwak puinhoudend sporen roest, kalk zwak puinhoudend brokken beton zwak roesthoudend volledig puin, volledig beton volledig puin volledig beton volledig puin volledig puin zwak puinhoudend, zwak schelphoudend zwak schelphoudend zwak grindhoudend brokken baksteen, sporen puin zwak roesthoudend volledig puin zwak puinhoudend, sporen kolen

Klei + + + + + + Zand Zand Zand Klei Klei Zand

Toelichting bij de tabel: Sporen < 1% Licht ≥1<5% Matig ≥ 5 < 10 % Sterk ≥ 10 < 20 % Uiterst ≥ 20 < 50 % Volledig ≥ 50 % + Betreft geen bodem; Niets waargenomen / aangetroffen. 1 Gestaakt in verband met beton.

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (asbestverdachte materialen in de fractie groter dan 16 mm, slib/voormalige waterbodem en/of olie-water reacties). De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

19

7.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van ALcontrol Laboratories B.V. te Rotterdam (grond, grondwater, asfalt en asbest). De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De analysecertificaten (grond, grondwater, asfalt en asbest) zijn opgenomen in bijlage 3. Tevens is een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en grondwater opgenomen als bijlage 4. 7.2.1. Grond Op basis van de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn de onderstaande grond(meng)monsters geselecteerd en/of samengesteld. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn extra grondmengmonsters ingezet op NEN. De grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 7.2.1 weergegeven. Tabel 7.2.1: Overzicht grond(meng)monsters met bijbehorende analyses en resultaten (Meng-) monster

Omschrijving

Traject (m -mv)

Boring / peilbuis

Analysepakket ˃ AW ˂ I

Resultaten ˃I

Algemene kwaliteit braakliggend terrein M01

MM02 M03 M04 M05 MM06 MM07 MM08 MM09 MM10 MM11 MM12 MM13 MM14

M15

M16

Bovengrond, klei Zintuiglijk: zwak puin- en kalkhoudend, sporen kolen, matig brekerzandhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen puin en kolen Ondergrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen kolen, zwak slakhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak, puin- en slbhoudend, resten planten Bovengrond, zand Zintuiglijk: -

0,10 - 0,50

PB41

NEN, L en H

-

-

0,50 - 1,80

PB22, PB56

NEN, L en H

-

-

0,50 - 1,00

B025

NEN, L en H

-

-

0,40 - 0,70

B057

NEN, L en H

Cd, Cu, Hg, Pb, Zn, PAK

-

1,60 - 1,80

PB73b

NEN, L en H

-

-

0,00 - 0,50

NEN, L en H

-

-

Bovengrond, zand Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

0,00 - 0,50

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

-

-

NEN, L en H

-

-

Bovengrond, klei Zintuiglijk: sporen puin en grond Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak puin en grind Ondergrond, klei Zintuiglijk: sporen puin Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak wortelhoudend Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak puin en grind Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak puin en grind

0,00 - 0,50

B006, B013, B019, B029, B034, B040, B054, B060, B065 B082, B091, B094b, B100, B106, B112, B114, PB76 B019, B048, PB01, PB41,PB56 B077, B082, B094b, B100, PB76, PB86 B019, B053, B092b, B098, PB01, PB22, PB41, PB76, PB86 B116, B120, B125, B129, B133, B134

NEN, L en H

PAK

-

0,00 - 0,40

B130, B131

NEN, L en H

Cu, PCB

0,40 - 1,00

B118, B125, PB128

NEN, L en H

-

-

0,50 - 2,00

B116, B125, PB119, PB128

NEN, L en H

Ni

-

0,00 - 0,40

B130

Cu

-

-

0,00 - 0,40

B131

Cu

-

-

0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 1,00 - 2,00

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

20 Vervolg tabel 7.2.1: (Meng-) monster

Omschrijving

Traject (m -mv)

Boring / peilbuis Analysepakket ˃ AW ˂ I

Resultaten ˃I

Algemene kwaliteit parkeerterrein MM100 MM101 M102 M103 MM104 M105 M106

Bovengrond, zand Zintuiglijk: Brokken beton, baksteen, asfalt Bovengrond, zand Zintuiglijk: zwak puinhoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak puinhoudend Ondergrond, zand Zwak puin- en schelphoudend Ondergrond, klei Zintuiglijk: Bovengrond, zand Zintuiglijk: Brokken beton, baksteen, asfalt Bovengrond, zand Zintuiglijk: Brokken beton, baksteen, asfalt

0,00 - 0,50 B139, B149

NEN, L en H NEN, L en H

Hg, Pb, PAK, PCB, MO PAK

0,00 - 0,50 B150, B156, B158 0,70 - 1,00 PB147

-

NEN, L en H

Cd, PAK

-

1,20 - 1,50 PB154

NEN, L en H

0,50 - 1,00 B139, B148, B149, B157 0,00 - 0,50 B139

NEN, L en H

PAK, PCB, MO -

-

0,00 - 0,50 B149

PAK

0,40 - 0,70 0,40 - 0,70 0,40 - 0,80 0,00 - 0,70 0,20 - 0,50 0,20 - 0,50 0,20 - 0,50 0,20 - 0,80 0,40 - 0,70 0,30 - 0,70 0,40 - 0,80 0,20 - 0,80 0,00 - 0,30 0,50 - 0,80 0,60 - 1,10 0,50 - 1,10 0,70 - 1,10 0,50 - 1,00

B03, B05, PB01 B09, B11, B15 B17, B19, B20 B21, B23, B24 B28, B30, B31 B33, B35, B36 B39, B40, B42 B45, B46, B48 B51, B52, B54 B58, B59, B60 B62, B63, B64 B66, B70, B71 B75, B79 B81, B82, B85 B89, B90, B91 B92b, B93, B94b B97, B98 B100, B101, B102 0,40 - 0,90 B105, B106, B107 0,40 - 0,80 B108, B109, B110 0,50 - 0,80 B112, B113

OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H OCB, L en H

-

-

OCB, L en H

-

-

OCB, L en H

-

-

OCB, L en H

-

-

0,00 - 0,30 B115, B117

OCB, L en H

-

-

0,00 - 0,50 B122, B123, OCB, L en H B124 0,40 - 0,70 B130, B133,B135 OCB, L en H

-

-

-

-

0,30 - 0,80 B139, B140, B141 0,30 - 0,70 B143, B146

OCB, L en H

-

-

OCB, L en H

-

-

0,30 - 0,80 B150, B155, B156

OCB, L en H

-

-

PAK

Teeltlaag braakliggend terrein OCB01 OCB02 OCB03 OCB04 OCB05 OCB06 OCB07 OCB08 OCB09 OCB10 OCB11 OCB12 OCB13 OCB14 OCB15 OCB16 OCB17 OCB18

Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: Teeltlaag, klei, Zintuiglijk: -

OCB19

Teeltlaag, klei. Zintuiglijk: OCB20 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB21 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB22 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB23 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB24 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: Teeltlaag parkeerterrein OCB100 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB101 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: OCB102 Teeltlaag, klei Zintuiglijk: -

Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen [PAK, 10 VROM], Polychloor bifenylen [PCB] en minerale olie [MO]; OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; L en H Lutum en organische stof (humus); Niets aangetroffen/waargenomen.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

21 7.2.2. Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 7.2.2. weergegeven. Tabel 7.2.2: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis PB01 PB22 PB41 PB56 PB73b PB76

Filterdiepte (m -mv) 1,90 - 2,90 2,00 - 3,00 1,80 - 2,80 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 1,70 - 2,70

GWS (m -mv) 1,18 1,28 1,13 1,06 0,81 1,25

PB86 PB103 PB119 PB128 PB147 PB154

1,70 - 2,70 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,00 - 3,00 2,10 - 3,10 2,00 - 3,00

1,15 1,24 1,15 1,23 1,46 1,36

pH 7,4 7,3 7,0 7,0 6,8 7,0

EC (µS/cm) 535 535 642 727 890 805

Troebelheid (NTU) 15 9 69 28 213 31

Analysepakket NEN NEN NEN NEN NEN NEN

7,0 6,5 6,4 6,7 7,1 7,0

907 904 946 592 726 442

37 26 42 37 61 6

NEN NEN NEN NEN NEN NEN

Resultaten >S<I Ba Ba Ba Ba Ba Ba, Xylenen(som), Naftaleen, MO Ba, Naftaleen Ba Ba Ba Ba Cis+trans-1,2Dichlooretheen, Vinylchloride, 1,1Dichlooretheen

>I -

Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen [B], tolueen [T], ethylbenzeen [E], xylenen [X] en naftaleen [N]), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie [MO]; Niets aangetroffen.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH) en de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen PB01, PB41, PB56, PB73b, PB76, PB86, PB103, PB119, PB128en PB147 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (0 en 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen met een voldoende laag debiet (≤ 0,5 l/min) afgepompt, zodat het waterniveau in de peilbuis maximaal 50 centimeter is gedaald. Tevens is er rekening mee gehouden dat het waterniveau niet verder is gedaald dan de bovenzijde van het filterdeel (niet belucht). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). 7.2.3. Asfalt De asfaltkernen van de boringen B151, B152, B153 en PB154 zijn geselecteerd voor een onderzoek naar de constructieopbouw (laagdikte) en een PAK-detector onderzoek. Uit het constructie onderzoek blijkt dat de kernen bestaan uit 2 lagen. De lagen komen deels met elkaar overeen. Geen van de lagen geeft een verkleuring tijdens het PAK-detector onderzoek.

Op basis van de resultaten van het PAK-detector onderzoek zijn 4 asfaltmengmonsters samengesteld en geanalyseerd op de aanwezigheid van PAK. De laboratorium resultaten zijn in de tabellen 7.2.3 en 7.2.4 weergegeven. Tabel 7.2.3: Asfaltkernen met constructie en analyseresultaten PAK-detector Asfaltkern

Boring

Traject (mm-mv)

Constructie

PAK-detector

ASF151

B151

ASF152

B152

ASF153

B153

ASF154

PB154

0-59 59-144 0-49 49-149 0-34 34-80 0-35 35-130

DAB 0-11 STAB 0-22 DAB 0-11 STAB 0-22 DAB 0-11 STAB 0-22 DAB 0-11 STAB 0-22

-

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

22 Toelichting bij de tabel:

STAB DAB 0/11 -

Steenslag Asfaltbeton; Dicht Asfaltbeton; diameter in millimeters van toegevoegd grind. geen verkleuring asfaltkern m.b.v. PAK-detector (PAK< 250 mg/kg ds).

Tabel 7.2.4: Overzicht asfalt mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengMonster

Deelmonsters

MMASF01

ASF151 ASF154 MMASF02 ASF151 ASF154 MMASF03 ASF152 ASF153 MMASF04 ASF152 ASF153 Toelichting bij de tabel: -

Traject (mm-mv)

Analyse

Resultaten

0-59 PAK 0-35 60-85 PAK 36-96 0-49 PAK 0-34 50-100 PAK 35-46 Gehalte lager dan de detectielimiet

-

7.2.4. Asbest Parkeerterrein Ter verificatie is van de volledige puinlaag onder de asfaltverharding ,uit de boringen B148, B151, B152, B153, PB154 en B157, één mengmonster (MMASB01) samengesteld. Het materiaal is door de ervaren en geregistreerde veldwerker na zeving beoordeeld als puin. Het mengmonster MMASB01 is geanalyseerd op een kwalitatieve/ kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 16 mm) conform NEN5897:2005. Tevens is van de van de brokken baksteen- en sporen puinhoudende bovengrond uit proefgat AB156 na zeving, één mengmonster (MMASB02) samengesteld. Het materiaal is door de ervaren en geregistreerde veldwerker na zeving beoordeeld als grond. Het mengmonster MMASB156 is geanalyseerd op een kwalitatieve/ kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 16 mm) conform NEN5707:2006. In dit proefgat is 10 gram asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 16 mm) aangetroffen. Van dit materiaal is een verzamelmonster (AVM156) samengesteld. Het verzamelmonster AVM156 is onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform de NEN5896. Van de volledige puinlaag uit proefgat AB25 is één mengmonster (MMASB25) samengesteld. Het materiaal is door de ervaren en geregistreerde veldwerker na zeving beoordeeld als puin. Het mengmonster MMASB01 is geanalyseerd op een kwalitatieve/ kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 16 mm) conform NEN5897:2005.

De resultaten van het onderzochte monsters zijn in de tabellen 7.2.5 en 7.2.6 beschreven. Tabel 7.2.5: Asbestverdachte plaatmaterialen (> 16 mm) en percentage asbest Monstercode AVM156

Materiaal Asbestboard

Hechtgebonden Ja

Type Chrysotiel

Gemeten gehalte (%) 2-5

Gemiddeld gehalte (%) 3,5

Tabel 7.2.6: Asbestverdachte monsters (< 16 mm) en gewogen hoeveelheid asbest Monstercode

Soort

Hechtgebonden

Type

MMASB01 (puin) MMASB156 (grond) MMASB25 (puin)

Bitumen Plaat

Ja Ja

Antophylliet Chrysotiel

Toelichting bij de tabellen: Niets aangetroffen/waargenomen.

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

Gewogen (mg/kg d.s.) 19 0,97

Totaal gewogen (mg/kg d.s.) 20

23 Aan de hand van bovenstaande analyseresultaten en de waarnemingen in het veld (o.a. afmetingen proefgat, hoeveelheid asbesthoudende materialen fractie > 16 mm, fractie puin > 16 mm) is de totale asbestconcentratie in de proefgaten/boringen berekend. De complete berekeningen zijn opgenomen in bijlage 6 en de resultaten zijn beknopt weergegeven in tabel 7.2.7. Tabel 7.2.7: Totale asbestconcentraties Proefgat/boring AB25 B148 B151 B152 B153 PB154 AB156 B157

Gewogen asbestconcentratie fractie > 16 mm (mg/kg d.s.) 5,4 -

Gewogen asbestconcentratie fractie < 16 mm (mg/kg d.s.) 20 -

Totaal gewogen asbestconcentratie (mg/kg d.s.) 12,2 5,4 -

Westzijde sportcentrum Ter verificatie is van de zintuiglijk schone bovengrond uit de proefgaten AB120 t/m AB129, AB136 en AB137 één mengmonster (MMASB02) samengesteld. Het materiaal is door de ervaren en geregistreerde veldwerker na zeving beoordeeld als grond. Het mengmonster MMASB02 is geanalyseerd op een kwalitatieve/ kwantitatieve asbestanalyse (fractie < 16 mm) conform NEN5707:2006. De resultaten van het onderzochte monsters zijn in de tabel 7.2.8 beschreven. Tabel 7.2.8: Asbestverdachte monster (< 16 mm) en gewogen hoeveelheid asbest Monstercode

Soort

MMASB02 (grond) Toelichting bij de tabellen: Niets aangetroffen/waargenomen.

Hechtgebonden

Type

-

-

Diverse onderzoeken, Waluwe III te Zaltbommel Rapportnr.: B15.6121 versie: 1.0 datum: 4 november 2015

Gewogen (mg/kg d.s.) -

Totaal gewogen (mg/kg d.s.) -

24

8.

INTERPRETATIE RESULTATEN NOORDELIJK TERREIN Asfalt parkeerterrein Tijdens het onderzoek met de PAK detector zijn geen verkleuringen waargenomen. In de aanvullende analyses op PAK zijn eveneens geen verhoogde gehalten ten opzichte van de detectielimiet waargenomen. Asbest Parkeerterrein Aangetroffen plaatmaterialen (fractie > 16 mm) Het aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal (AVM156) in proefgat 156 blijkt afkomstig te zijn van asbestboard (3,5% chrysotiel). Proefgaten In de boringen 151, 152 en 153 (stabilisatie parkeerterrein) is zintuiglijk geen asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 16 mm) waargenomen. In het samengestelde monster van het puin is geen asbest in de fractie < 16 mm aangetoond. De berekende asbestconcentratie blijft hiermee beneden de restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s.. In proefgat 25 is tijdens de veldwerkzaamheden geen asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 16 mm) waargenomen. In het mengmonster van de volledige puinlaag is een asbestconcentratie van 20 mg/kg d.s. aangetoond (fractie < 16 mm). De berekende asbestconcentratie van 12,2 mg/kg d.s. blijft hiermee beneden de restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s.. In proefgat 156 is tijdens de veldwerkzaamheden 10 gram asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. Het betreft asbestboard. In het samengestelde monster van de grond is geen asbest in de fractie < 16 mm aangetoond.

De berekende asbestconcentratie van 5,4 mg/kg d.s. blijft hiermee beneden de restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s.. Westzijde sportcentrum In de gegraven proefgaten is zintuiglijk geen asbestverdacht plaatmateriaal (fractie > 16 mm) aangetroffen. In het samengestelde monster van de grond is geen asbest in de fractie < 16 mm aangetoond. De berekende asbestconcentratie blijft hiermee beneden de restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s.. Grond en grondwater Braakliggend terrein Grond In een mengmonster van de sporen puin en grindhoudende bovengrond (MM11, klei) zijn, behoudens een licht verhoogd gehalte voor PAK, alle onderzochte parameters aangetoond in gehalten beneden de betreffende achtergrondwaarden. In een mengmonster van de zwak puin- en grindhoudende bovengrond (MM12, zand) is een gehalte voor PCB boven de betreffende achtergrondwaarde aangetoond. De berekende gestandaardiseerde meetwaarde voor koper overschrijdt de index van 0,5. Uit separate analyse van de deelmonsters (M105 en M106) is gebleken dat in beide monsters geen verhoogde gehalten voor koper ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarde aanwezig zijn. In een puntmonster van de zintuiglijk sporen kolen- en zwak slakhoudende ondergrond (M04, klei) zijn gehalten voor cadmium, koper, kwik, lood, zink en PAK boven de betreffende achtergrondwaarden aangetoond.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12151349/1