Bijlage 4 - Bevindingen bestuursadviseur West Betuwe
Tekst van het document
AB20260205 - 2a 4 -
Interne memo Aan
Bestuur Cirtex
Van
Niels van de Wetering
Datum
13 november 2025
Onderwerp
Toetsing concept evaluatie Cirtex
Djuma-kenmerk
GZDGWB/
Aanleiding Op verzoek van het Dagelijks Bestuur Werkzaak heb ik vanuit mijn functie als strategisch adviseur de concept evaluatie Cirtex getoetst. Daarbij heb ik extra aandacht besteed aan de verwevenheid van Avri en Werkzaak met Cirtex. Dit vanwege het feit dat de verwevenheid tussen deze drie organisaties vanzelfsprekend groot is. In bijgevoegd memo heb ik teksten uit de evaluatie gekopieerd en/of samengevat. Deze teksten van de evaluatie roepen bij mij als lezer vragen op die ik onder de tekst heb toegevoegd. Op de laatste pagina heb ik een eindconclusie opgenomen. Activiteiten Cirtex In de evaluatie is te lezen dat er diverse aanpassingen zijn gedaan om Cirtex zo optimaal mogelijk te laten functioneren. Daarbij wordt aangegeven dat de regie in handen is genomen om beter ingespeeld te raken op prijsschommelingen op de textielmarkt. Door aanpassingen wordt er beter gesorteerd en kan er meer textiel worden verwerkt. Daarnaast zijn er ook tegenvallers: de gemeenten nemen geen kledingvouchers af en dit heeft een nadelig effect van 42.000 euro op de begroting. Een optimalisatie voor Avri ligt wel in het vooruitzicht: directe levering van textiel bij Cirtex bespaart 65.000 euro aan transportkosten.
VRAAG 1: moeten we de lagere kosten op transport beschouwen als een lagere investering van Avri op Cirtex? Nee, deze kosten zijn een bedrijfsvoeringsvoordeel voor Avri omdat textiel in eigen regio wordt gesorteerd. In rapport op pagina 14 is dit als volgt beschreven: Dit levert Avri een structurele besparing (65K) op in tijd, kilometers en CO₂-uitstoot, omdat het transport naar externe afnemers niet meer nodig is.
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
Bij het sorteren heeft Cirtex last van vervuiling van textiel. Met de Avri is afgesproken dat maximaal 13% van het ingezamelde vervuild mag zijn en meerkosten boven de 13% worden in rekening gebracht bij Avri. Avri heeft hierop maatregelen genomen en verwacht dat de kwaliteit van het ingezamelde textiel zal toenemen. . De textielfracties (A, B en C kwaliteit) liggen in lijn met de begroting (in het rapport is geen inzicht in de financiële duiding van deze textielfracties). Ondertussen zijn diverse samenwerkingen met partijen om hoogwaardige producten te kunnen ontwikkelen: van afval naar grondstof. Daarnaast wordt in 2026 onderzocht of het financieel haalbaar is om een eigen naaiatelier in te richten. VRAAG 2: Wat is de ondernemingsvrijheid van Cirtex en waar ligt het opdrachtgeverschap en uitvoering? De ondernemingsvrijheid ligt bij het bestuur van Cirtex binnen de taken en bevoegdheden in de akte van oprichting (statuten d.d.18 november 2022) en de financiële kaders in de begroting. Uiteraard leggen zij hierover verantwoording af aan de ingestelde Raad van Toezicht en Algemene ledenvergadering van Cirtex, waarin bestuurders van Avri en Werkzaak en toezichthouders van 2Switch zijn vertegenwoordigd. Partner 2Switch verkoopt textiel met A kwaliteit en onderzoekt of de afzet breder kan. Het gaat gemiddeld om 10% van het verwerkte textiel.
Doorontwikkeling Cirtex 2.0 Cirtex 2.0 werkt aan het realiseren van een innovatief ecosysteem voor circulair textiel. Dit is een centrale hub voor verschillende recyclingsoplossingen die naast elkaar staan en kent een modulaire opbouw. Er worden samen meerdere innovaties (textielplaten, vilt- en fineertoepassingen voor meubilair en circulaire producten voor openbare ruimte) ontwikkeld als alternatief voor de buitenlandse textielafzet. Daarbij wordt nadrukkelijk de link gelegd met de ontwikkeling van het circulair ambachtscentrum in Medel. Rol van Cirtex en haar consortiumpartners Cirtex is verantwoordelijk voor het verwerken van het textiel tot hoogwaardige grondstof. De consortiumpartners werken graag samen met Cirtex vanwege de hoge kwaliteit van het halffabricaat en de mogelijkheid om vraaggericht te sorteren. De samenwerking tussen de projectpartners en sorteercentrum Cirtex focust op gezamenlijke innovatie, betrouwbaarheid en ketenregie.
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
VRAAG 3: Waar ligt de investering Cirtex 2.0? Bij Avri of Cirtex? Wat is de rol van de gemeenten voor de invulling van Cirtex 2.0? De investering voor Cirtex 2.0 ligt bij Cirtex en de consortiumpartners gezamenlijk om de textielketen te sluiten. Avri, Werkzaak en 2Switch zijn naast moederorganisatie van Cirtex ook elk ketenpartner met hetzelfde doel voor ogen. Gemeenten hebben met de oprichting van Cirtex 2.0 ook haar verantwoordelijkheid in de keten genomen om het ingezamelde textiel zoveel mogelijk in Rivierenland te hergebruiken en/of recyclen. Dit ligt ook vast in het projectplan Cirtex 2.0 en de vastgestelde begroting, waarop een subsidie van 1.9 miljoen aan Cirtex en haar consortiumpartners is toegekend. Circulariteit Op het gebied van circulariteit is er sprake van 10% hergebruik. VRAAG 4: Wat zou het hergebruikpercentage zijn bij afvoer via de markt? Is er een verschil aan te geven in kosten bij verwerking door de markt en Cirtex? Als alle textiel direct uit de route wordt afgezet in de markt ontbreekt het inzicht in het hergebruikpercentage A kwaliteit. De marktprijs die hiervoor geldt ligt tussen de 20-25 cent per kilo. Door binnen Cirtex zelf te sorteren blijft 10% A kwaliteit (herdraagbare kleding) in Rivierenland en daarmee maken we een belangrijke stap op de trap tegen textiel.
Voor deze herdraagbare kleding betaalt kringloopbedrijf 2Switch een prijs van €4,35 per kilo. De kosten van verwerking tussen marktpartijen en Cirtex is niet te vergelijken omdat sorteerders op verschillende manieren sorteren met geavanceerde sorteerinstallaties en met buitenlandse arbeidskrachten, terwijl Cirtex deze werkzaamheden uitvoert met de doelgroep medewerkers van Werkzaak op basis van het wettelijk minimumloon en de vastgestelde loonwaarde. Inclusie Werkzaak heeft behoefte aan werkplekken voor een specifieke groep werkzoekenden met een loonwaarde van 40-45%. Het lijkt er op dat alleen Cirtex hier in voorziet voor Werkzaak. Mensen die bij Cirtex aan het werk zijn, vallen onder de doelgroep WSW of Participatiewet. In het eerste geval betaalt Werkzaak het salaris, in het tweede geval betaalt Werkzaak een uitkering. VRAAG 5: Is inzicht te geven in de verrekening / bijdrage van gemeenten?
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
In de verschillende begrotingsscenario’s (zie rapport/tabel op pagina 35) wordt de verrekening tussen Cirtex (smalle BC) en de gemeenten (brede BC) weergegeven. Cirtex is uniek omdat mensen met een ondersteuningsbehoefte (doelgroep Werkzaak) naar werkelijke loonwaarde worden betaald en niet, zoals op alle andere plekken in het land met soortgelijke initiatieven, met staatssteun of gemeentelijke subsidies. En uniek vanwege de samenwerking met partners die met innovaties de grondstoffen uit textiel tot nieuwe producten maken en zich bewegen in een niche markt. VRAAG 6: Wat is de noodzaak en bijdrage van andere (landelijke/provinciale) subsidies? De noodzaak en bijdrage van de ESF subsidie 2.0 is momenteel noodzakelijk om een viertal innovaties uit te werken die een alternatief kunnen bieden voor de buitenlandse afzet van textiel, die sinds de textielcrisis, is ingestort. Op termijn streven we naar een gezonde businesscase, die niet afhankelijk is van subsidies door derden. Personeel Met 137 betaalde werkplekken (gemiddeld 34 per jaar is de oorspronkelijke doelstelling van 30 betaalde werkplekken bij Cirtex gerealiseerd en dat hiervan inmiddels 20% is uitgestroomd naar een reguliere werkgever en 39% nog steeds werkzaam is bij Cirtex. 9% is terug naar de productiehallen van Werkzaak en 25% valt terug in de uitkering.
Cirtex betaalt voor de geleverde werkzaamheden door de doelgroep aan Werkzaak een vergoeding, conform minimumloon en rekening houdend met hun loonwaarde. Feitelijk betaalt Cirtex dus een groot deel van het salaris of de uitkering. Op het moment dat deze mensen niet bij Cirtex zouden werken, zouden zij in de productie- en ontwikkelhallen werkzaam zijn, of volledig afhankelijk zijn van een uitkering. Dat doet geen recht aan deze groep die dankzij Cirtex naar vermogen deelneemt aan het arbeidsproces. Bovendien zou deze groep zonder Cirtex geen springplank hebben gehad om door te stromen naar regulier werk. VRAAG 7: Is aan te geven of de gemiddelde doorlooptijd (en wellicht maatschappelijke kosten) via Cirtex korter (en kosten lager zijn) voor Werkzaak dan werk via de genoemde productiehallen? Uit de uitstroomcijfers naar regulier werk (20%) blijkt dat de springplank Cirtex een versnelling heeft gegeven in de gemiddelde doorlooptijd ten opzichte van de mensen in de productiehallen van Werkzaak en/of uitkering. Vanuit de hallen stromen jaarlijks zo’n 20 medewerkers (7%) uit. Hierdoor zijn de maatschappelijke kosten voor Werkzaak uiteraard lager.
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
Er zijn 48 ontwikkelplekken bij Cirtex ingevuld, waarvan er 25 succesvol zijn doorgestroomd naar een betaalde werkplek bij Cirtex. Een doorstroompercentage van 52%. De oorspronkelijke doelstelling om per jaar 60 ontwikkelplekken in te vullen is echter niet behaald. Er was onvoldoende aanbod vanuit Werkzaak voor deze ontwikkelplekken. Binnen Cirtex is dit opgevangen door inzet van de medewerkers van de Reclassering. Verder zijn 23 ontwikkelplekken stop zijn gezet, door redenen zoals ziekte, werkplek niet langer passend, opbouw uren niet haalbaar. VRAAG 8: Wat vraagt het niet halen van deze doelstelling voor Cirtex 2.0? We hebben de doelstelling van het aantal ontwikkelplekken in de begroting 2026 gehalveerd. Het gevolg hiervan is dat er meer betaalde werkplekken moeten worden ingezet om het sorteerwerk te kunnen doen. Enerzijds betekent dit hogere personeelslasten en anderzijds worden de bespaarde uitkeringen en/of gerealiseerde omzet in de brede businesscase ook hoger. Maatschappelijk verantwoord businessmodel • •
• •
Cirtex heeft in 2023 een positief resultaat van 67.000 euro gerealiseerd Cirtex heeft in 2024 een negatief resultaat van 149.000 euro gerealiseerd hoofdzakelijk veroorzaakt door de opstartfase en de financiële impact van de textielcrisis, waardoor de garantstelling van 240.000 euro van Werkzaak volledig is aangewend. Het resultaat van 2025 is vanzelfsprekend nog niet beschikbaar. Wel is een garantstelling van 383.000 euro van Werkzaak beschikbaar. Cirtex heeft aan subsidies en bijdragen 400.000 euro ontvangen vanuit Regiodeal en ESF (Cirtex 1.0).
VRAAG 9: Kan er inzicht worden gegeven in de verrekenmethodiek van de garantstelling? Geef daarbij aan wat dit betekent voor de bijdrage / verrekening voor gemeenten. Bij de start van Cirtex heeft Werkzaak een garantstelling van 240.000 euro beschikbaar gesteld om de opstartkosten van dit nieuwe bedrijf te dekken. Ten tijde van de textielcrisis heeft Werkzaak nog een extra garantstelling verleend van 383.000 euro om het voortbestaan van Cirtex te garanderen vanuit een brede maatschappelijke businesscase.
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
Beide garantstellingen worden gedekt vanuit het Participatiebudget in de begroting van Werkzaak, Het eigen vermogen van coöperatie per 31 december 2024 bedraagt 82.331 euro negatief. Er is begonnen zonder inbreng van startkapitaal vanuit de moederorganisaties. Wel hebben de oprichters vanaf het begin geïnvesteerd om de ontwikkeling van het textielsorteercentrum te realiseren. VRAAG 10: Is inzicht te geven in alle investeringen die door Avri en Werkzaak zijn gedaan? Werkzaak heeft geïnvesteerd in het personeel en de begeleiding van de doelgroep medewerkers bij Cirtex, inclusief de genoemde financiële garantstellingen. Avri heeft geïnvesteerd met een lening van 250.000 euro voor de aanschaf van het materieel voor Cirtex en staat garant voor de hogere afvalkosten boven de 13% en de gederfde omzet die hiervan het gevolg is. Naast het negatieve financiële resultaat van Cirtex staat dus ook een positief resultaat aan de zijde van Werkzaak en Avri. Per saldo wordt daarmee de gemeenschap geld bespaard. Avri • • •
0,14 voor textiel, vergelijkbaar met marktprijzen. Geen transport en daarmee kosten naar verwerker/sorteerder (65K) Vervuilingskosten worden door Cirtex doorbelast aan Avri, dit zou met afzet in de markt ook leiden tot afkeur en minder inkomsten. Is dus vergelijkbaar.
Werkzaak •
Bespaarde uitkeringen en/of gerealiseerde omzet uit detacheringen.
Toekomst scenario’s Realistisch scenario In dit scenario is het uitgangspunt dat alle textiel (100%) rechtstreeks uit de route wordt verwerkt bij Cirtex en dat de sorteerwerkzaamheden (60% hopper en 40% sociaal sorteren) deels door doelgroep medewerkers plaatsvinden, waarbij deze verhouding het beste financiële resultaat geeft op basis van de huidige marktprijzen, dit meer kansen voor circulariteit geeft en dat we uitgaan van het maximaal aantal beschikbare mensen van werkzaak waarmee de meest efficiënte bedrijfsvoering binnen Cirtex kan worden ingericht. Dit heeft de volgende impact op de 3 hoofddoelstellingen:
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
•
Circulair: deels circulair hergebruik (10% A kwaliteit) in eigen regio en controle op kwaliteit afzet richting buitenland en recycling (vezelsoort). Ondersteuning aan maatschappelijke initiatieven en organisaties. Keten kunnen we voorzien van textiel. • Inclusie: bredere inzet (26,3 FTE) door de doelgroep. • Financiën: exploitatie resultaat van -€233.657 (smal) en €258.913 (breed).
VRAAG 11: Er is een range van circa 500.000 euro in het realistisch scenario. Wat zijn de variabelen en welke maatregelen zijn nodig om de businesscase minimaal kostenneutraal te laten functioneren. Wat vraagt dit van Werkzaak en Avri? De genoemde range van 500.000 euro is het verschil tussen het resultaat in een smalle en brede businesscase. Om de smalle businesscase Cirtex kostenneutraal te krijgen is het van belang dat de marktprijzen voor textiel en personele kosten van Cirtex, inclusief de UPV vergoeding in een gezond evenwicht zijn. Door de huidige textielcrisis is hiervan geen sprake. Op de marktprijzen heeft Cirtex ook slechts beperkte invloed. Reden voor Cirtex 2.0 om circulaire producten te maken, die in de markt verkocht kunnen worden als alternatief voor de buitenlandse afzet van textiel. Het is dus noodzaak om een brede maatschappelijke businesscase te hanteren, zodat er een tijdelijke instandhoudingsbijdrage door Werkzaak aan Cirtex kan worden verleend. Voor Avri is de uitdaging schoon textiel bij Cirtex aan te leveren zodat de sorteer inspanning omlaag kan en er directe meerwaarde wordt gecreëerd voor deze grondstof.
Op het onderdeel van de brede maatschappelijke businesscase is het rapport behoorlijk aangepast aan de opmerkingen van de bestuursadviseur om het belang van een brede maatschappelijke businesscase voor de moederorganisaties Avri, Werkzaak en 2Switch en de gemeenten beter te duiden.
12 november 2025 Kenmerk GZDGWB/
CONCLUSIE TOETSING RAPPORT Vanuit de evaluatie concludeer ik dat Cirtex op de thema’s inclusie, circulariteit en financiële duurzaamheid goede stappen heeft gezet en de thema’s inclusie en circulariteit elkaar zeker kunnen versterken om uiteindelijk ook financieel duurzaam te zijn. Cirtex is daarmee een mooi voorbeeld van innovatieve samenwerking met potentie voor een duurzame toekomst. Cirtex is adaptief en past zich aan naar de kansen en vragen uit de markt. Avri en Werkzaak spelen hier een belangrijke rol in en maken hier ook keuzes in. Bijvoorbeeld over de eigen bedrijfsvoering die direct of indirect effect hebben op Cirtex. De samenwerking tussen de partners roepen echter ook diverse vragen op: wie is opdrachtgever, wie is uitvoerder, waar liggen de (investerings)kosten, waar liggen de risico’s, waar ligt de verantwoording en waar ligt daadwerkelijk de maatschappelijke en sociale winst? Het governancemodel versterkt de verwevenheid door de verschillende ‘petten’ die worden ingevuld. De rol van de gemeente(n)(raden) lijkt vooral te liggen op het financieel vlak en daarmee een beperkte betrokkenheid, waardoor discussies vooral daar over gaan. Betrek de gemeenten dan ook goed over de invulling van Cirtex 2.0. De evaluatie van Cirtex is namelijk deels ook een evaluatie van Werkzaak en Avri.
Maak meer inzichtelijk hoe het initiatief van Cirtex ook doorwerkt naar Werkzaak en Avri. Zowel in positieve als negatieve zin. Zoals in het rapport is opgenomen bespaart Cirtex ‘de gemeenschap’ geld. Maak dit in de evaluatie beter inzichtelijk vanuit zowel Werkzaak als Avri en de verrekening naar de bijdrage/overheveling vanuit gemeenten en inwoners (afvalstoffenheffing). De businesscase ‘realistisch’ vraagt nadere uitwerking met name van vanwege de grote range van 500.000 euro. Hoe kan de range worden beïnvloed, wat zijn de risico’s, bij welke organisaties liggen deze en wat is het effect hiervan? Geef daarbij aan wat de connectie is met Cirtex 2.0.